Geannoteerde agenda informele JBZ-Raad 30-31 januari 2025
Brontekst
Versie 5851fd5115ffabbf · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 317JBZ-RaadNr. 927 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID EN VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 januari 2025Hierbij bieden wij uw Kamer de geannoteerde agenda aan van deinformele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) op 30 en31 januari in Warschau. De Minister van Justitie en Veiligheid, de Ministervan Asiel en Migratie en de Staatssecretaris van Rechtsbeschermingzullen hier aan deelnemen.Kopgroep contraterrorisme ontbijtVoorafgaand aan de JBZ-Raad op 30 januari organiseert Nederland eenontbijtbijeenkomst van de kopgroep terrorismebestrijding, die de Ministervan Justitie en Veiligheid zal voorzitten. Tijdens deze bijeenkomst sprekenBelgië, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Nederland, Oostenrijk,Spanje, Zweden en de EU Contraterrorismecoördinator over de recenteontwikkelingen in Syrië en de implicaties daarvan op de interne veiligheidvan de EU en op contraterrorisme.Mededeling van de Europese Commissie over de inzet van migratie als(hybride) wapen en de versterking van de veiligheid aan de buitengrenzenvan de EU ter bestrijding van deze hybride dreigingOp 11 december jl. publiceerde de Europese Commissie (de Commissie)een mededeling over de bestrijding van hybride dreigingen waaronder deinstrumentalisering van migranten, en de versterking van de veiligheidaan de buitengrenzen van de EU.1 De mededeling geeft duiding aan deinzet van bestaande instrumenten in het geval van instrumentaliseringvan migranten. Hierbij wordt specifiek aandacht gegeven aan de situatieaan de Oostgrens van Europa en de (hybride) dreiging die uitgaat vanRusland en Belarus. Hiermee komt de Commissie tegemoet aan deoproep van Oostelijke lidstaten voor meer robuuste maatregelen om dehybride dreigingen aan de Europese buitengrenzen tegen te gaan.1COM(2024) 570, te vinden via: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex:52024DC0570 kst-32317-927ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9271 De mededeling gaat in op de bestaande beleidsinstrumenten en operati-onele steun, waaronder: (1) het tijdelijk sluiten van grensovergangen inlijn met de Schengengrenscode; (2) de mogelijkheid om af te wijken vande reguliere procedures in het EU-asielacquis onder de crisis- enovermachtsverordening; (3) het aanpakken van mensensmokkel via detoolbox voor vervoerders en; (4) de verhoging van de financiële steun(170 miljoen euro) voor grensbeheer aan de buurlanden van Belarus enRusland.De mededeling zet de kaders uiteen waarbinnen lidstaten nationalemaatregelen kunnen treffen waarmee wordt afgeweken van secundaireUniewetgeving om de openbare orde en binnenlandse veiligheid tegaranderen op basis van Art. 4(2) VEU en Art. 72 (VWEU). De Commissiebenadrukt dat te nemen maatregelen te allen tijde noodzakelijk, proporti-oneel, evenredig en van tijdelijke aard moeten zijn. Lidstaten moetenkunnen aantonen dat er geen andere mogelijkheden zijn binnenbestaande wet- en regelgeving en beperkt zijn tot wat strikt noodzakelijkis. Het principe van non-refoulement blijft gehandhaafd.KabinetsappreciatieHet kabinet veroordeelt met klem actoren die migranten inzetten om deUnie en haar lidstaten te destabiliseren. Lidstaten die met deze complexesituatie te maken hebben moeten zo veel mogelijk worden ondersteund.Het kabinet verwelkomt dan ook het uitgebreide overzicht dat deCommissie geeft van de bestaande instrumenten die lidstaten hebben omzich te wapenen tegen hybride dreigingen vanuit Russische en Belarus-sische zijde, met name instrumentalisering van migranten. Het kabinetverwelkomt de uitleg van de Commissie dat het treffen van nationalemaatregelen om de openbare orde en binnenlandse veiligheid tegaranderen op basis van Art. 4(2) VEU en Art. 72 (VWEU) mogelijk moetzijn, mits dit binnen de grenzen van het Europees en internationaal rechtblijft en aan de voorwaarden voor een beroep op Art. 72 (VWEU) wordtvoldaan. Het kabinet deelt het oordeel van de Commissie dat te nemenmaatregelen te allen tijde noodzakelijk, proportioneel, evenredig en vantijdelijke aard moeten zijn. Daarmee sluit de mededeling aan bij deNederlandse inzet, waarbij een balans wordt gezocht tussen het kunnennemen van maatregelen om hybride dreigingen zoals instrumentaliseringvan migranten tegen te gaan en het waarborgen van de grondrechtenbinnen de Europees- en internationaalrechtelijke kaders.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Staatssecretaris van Justitie en VeiligheidT.H.D. StruyckenDe Minister van Asiel en Migratie,M.H.M. Faber-van de KlashorstTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9272 Geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de RaadJustitie en Binnenlandse Zaken, 30 en 31 januari 2025 teWarschau I. Binnenlandse Zaken 1. Werksessie I: Nieuwe en innovatieve oplossingen voormigratiemanagment Onder dit agendapunt zal het Voorzitterschap naar verwachting aansturenop een brede discussie over uitdagingen en oplossingen op het gebiedvan asiel en migratie. Op het moment van schrijven zijn nog geen stukkenverspreid. Het kabinet zet zich, zoals uw Kamer reeds bekend, in Europaervoor in de asielinstroom naar Nederland fors te beperken. Nederland issamen met gelijkgezinde landen voortrekker in het verkennen enuitwerken van mogelijkheden voor innovatieve partnerschappen,waaronder terugkeerhubs. Tegelijkertijd zet het kabinet zich met gelijkge-zinde landen in voor een aanpassing van wetgeving, zodat innovatieveoplossingen vaker toegepast kunnen worden onder andere door hetherzien van het veilig derde land-concept, het verwijderen of verruimenvan het bandencriterium en het aanpassen van de Terugkeerrichtlijn.Het kabinet wenst de inperking van de asielinstroom daarnaast tebereiken door versterking van de EU-buitengrenzen, strikte en goednageleefde asiel- en toegangsprocedures, innovatieve vormen vanmigratiesamenwerking met derde landen, en verbetering van terugkeer.Tijdens deze JBZ-raad zal het kabinet in het bijzonder aandacht vragenvoor de Nederlandse prioriteiten met betrekking tot de herziening van deTerugkeerrichtlijn en de herziening van het veilig derde land-concept. Voordeze herzieningen wordt respectievelijk in maart en begin van de zomereen voorstel van de Europese Commissie (hierna: de Commissie)verwacht. Voor de herziening van de Terugkeerrichtlijn zal Nederlandbenadrukken dat deze terugkeer en de bijbehorende wettelijke proceduresmoet vereenvoudigen, meer plichten moet geven aan personen om aanhun eigen terugkeer mee te werken, en dat er meer ruimte moet wordengecreëerd voor het implementeren van innovatieve terugkeersamen-werking met derde landen (zoals terugkeerhubs). Voor wat betreft deherziening van het veilig derde land-concept zal het kabinet benadrukkendat deze moet leiden tot een aantal gerichte wijzigingsvoorstellen die dewettelijke basis verbreden om asielzoekers door middel van het conceptbuiten de EU op te vangen. Zo is het kabinet van mening dat het banden-criterium, waartoe geen internationaalrechtelijke verplichting bestaat,verwijderd of verruimd dient te worden. Ook dienen andere procedurelevereisten die effectieve toepassing kunnen verbeteren, zoals het beperkenvan het recht op grondgebied van een EU-lidstaat te blijven gedurende devolledige beroepsperiode, bij de herziening te worden betrokken. Eenander aandachtspunt van het kabinet is dat lidstaten, naast de gemeen-schappelijk op te stellen EU-lijsten, ook voldoende vrijheid moetenbehouden om, met inachtneming van alle daartoe ingerichte waarborgenen vereisten, nationale lijsten van veilige derde landen aan te houden.2. Werklunch: Niinistö rapport «Safer Together – Strengthening Europe’sCivil and Military Preparedness» Op 30 oktober jl. is het rapport «Safer Together: Strenghtening Europe’sCivilian and Military Preparedness and Readiness» van de voormaligeFinse president Sauli Niinistö gepubliceerd over het versterken van deweerbaarheid van de EU. Het rapport is geschreven in opdracht vanCommissievoorzitter Von der Leyen en bevat aanbevelingen die deels eenplek zullen krijgen in de Preparedness Union strategie van de Commissie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9273 Naar verwachting zal er in de JBZ-Raad een gedachtewisseling plaats-vinden over het rapport waaraan Niinistö via videoverbinding deelneemt.Het Niinistö-rapport focust op het versterken van de civiele weerbaarheid,de krijgsmachten van de lidstaten en de samenwerking daartussen en vande horizontale crisisbeheersing van de EU. Niinistö constateert dat de EUonvoldoende is voorbereid op gewapende en hybride aanvallen oplidstaten en grote, grensoverschrijdende crises zoals langdurige uitval vanvitale processen, pandemieën en klimaatproblemen. Het rapport adviseertonder meer: beter crisisinzicht, weerbare burgers, publiek-privatesamenwerking, sterkere defensie, snellere acties, en gerichte investe-ringen in lange-termijn resilience.Op 3 december jl. heeft uw Kamer een eerste kabinetsappreciatieontvangen van het rapport.2 Uw Kamer zal medio februari een uitgebreidekabinetsappreciatie ontvangen. Zoals gesteld verwelkomt het kabinet hetrapport van Niinistö en de aanbevelingen. De strekking van het rapport ende urgentie die het uitstraalt sluiten goed aan bij de ambities van hetkabinet om in te zetten op de continuïteit van de samenleving eneconomie, versterking van de krijgsmacht en de civiel-militaire samen-werking en de inzet op versterking van weerbaarheid en crisisbeheersingop EU-niveau. Het rapport biedt goede aanknopingspunten voor deverdere versterking van de inzet van het kabinet in Nederland, binnen deEU en met internationale partners. Tijdens de JBZ-Raad zal het kabinet ditdan ook naar voren brengen.3. Werksessie II: Huidige uitdagingen en bedreigingen voor de interneveiligheid van de EU – toewerken naar een nieuw EU interneveiligheidsstrategie De JBZ-Raad spreekt onder dit agendapunt over de grootste uitdagingenvoor de interne veiligheid van de EU. De Commissie zal in 2025 eennieuwe EU-Interne Veiligheidsstrategie presenteren. Deze JBZ-Raad geeftde lidstaten de gelegenheid hierover van gedachten te wisselen enprioriteiten en boodschappen mee te geven.Het kabinet erkent dat het dreigingsbeeld de afgelopen jaren isverslechterd. Veel dreigingen zijn urgenter geworden of hebben depotentie om dat in de komende jaren te worden.3 Het verhogen van demaatschappelijke en digitale weerbaarheid is dan ook van essentieelbelang.4 Daarvoor moeten de EU en haar lidstaten verder investeren ineen meer alomvattende benadering van veiligheid, inclusief weerbaarheiden crisisbeheersing. De nieuwe EU-Interne Veiligheidsstrategie kan daar –net zoals de Preparedness Union strategie – een goede impuls aan geven.Zoals uw Kamer ook in de non-papers voor de nieuwe Commissie heeftkunnen lezen pleit kabinet ervoor dat veiligheid en paraatheid eenintegraal onderdeel worden van al het EU-beleid. Veiligheidsimplicatiesmoeten standaard worden meegenomen in de ontwikkeling van nieuweEU-wetgeving, door deze een vast onderdeel te maken van de impactassessments die de Commissie opstelt voor nieuwe wetgeving. Ook is hetkabinet van mening dat een gecoördineerde aanpak van interne veiligheidnoodzakelijk is om de risico’s te beperken en de inspanningen tevergroten om hybride dreigingen, georganiseerde misdaad en terrorisme2Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 907.3Hoofdrapport Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024 | Rapport | Nationaal CoördinatorTerrorismebestrijding en Veiligheid4Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden (Rapport) | Publicatie | Rijksover-heid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9274 tegen te gaan. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat veiligheidsuitdagingenonder meer integraal onderdeel worden van strategische discussies inSchengencontext, ook met het oog op toekomstige uitbreiding van de EU.Het kabinet acht het daarnaast van belang dat stappen worden gezet opeen aantal inhoudelijke thema’s.Allereerst ziet het kabinet dat vraagstukken omtrent informatie-uitwisseling, rechtmatige toegang tot data en dataretentie een uitdagingblijven en dat die raken aan allerlei veiligheidsthema’s, waaronder debestrijding van georganiseerde criminaliteit, terrorisme en online seksueelkindermisbruik. Er moeten hier EU-oplossingen voor komen die vantoepassing zijn op meerdere veiligheidsdreigingen. Deze oplossingendienen voort te bouwen op de aanbevelingen van de High Level ExpertGroup (HLG) 5 en daarbij de grondrechten, de jurisprudentie van hetEuropese Hof van Justitie en relevante wetgeving over gegevensbe-scherming in acht te nemen.Daarnaast zet het kabinet in op de voorzetting van de EU-aanpak vangeorganiseerde en ondermijnende criminaliteit, waarbij aandacht moetzijn voor de samenwerking met bron- en transitlanden van cocaïne, hetverder weerbaar maken van logistieke knooppunten tegen drugscrimina-liteit, het tegengaan van corruptie, het verstoren van criminelegeldstromen, preventie inclusief de bestuurlijke aanpak en het tegengaanvan voortgezet crimineel handelen in detentie. De bestrijding vangeorganiseerde criminaliteit vereist inzet op alle fronten en daarom is hetessentieel dat de EU-interne veiligheidsstrategie ook aansluit bij andererichtinggevende documenten, zoals de voorgenomen EU-Havenstrategieen het nieuwe EU-Drugsactieplan. De coalitie van zeven EU-landen tegengeorganiseerde criminaliteit werkt aan een gezamenlijke verklaring met deinzet van de coalitie voor deze strategieën. Deze wordt in februarivastgesteld en aan de Commissie gepresenteerd. Ook blijft Nederland inEU-verband aandacht vragen voor het gebruik van zwaar vuurwerk alsexplosief, met als inzet de punten uit het aan uw Kamer gezondennon-paper.6Het kabinet meent verder dat de EU-inzet op de aanpak van cybercrimina-liteit (ransomware en bad hosting), op cyberveiligheid en de impact vannieuwe technologieën moet worden voortgezet. De focus ligt daarbij opimplementatie van bestaande wetgeving en het verlagen van decomplexiteit van het EU-cyberlandschap. Daarnaast acht het kabinet hetvan belang dat er onderzoek komt naar lacunes in EU-wetgeving overillegale content online (Digital Services Act en Verordening TerroristischeOnline-Inhoud) en dat wordt onderzocht hoe de slagkracht om op tetreden tegen andere terroristische activiteiten online, zoals rekrutering enaanslagplanning, kan worden vergroot.Tenslotte speelt de toegenomen aandacht voor en inzet op hetEU-concurrentievermogen een belangrijke rol in het vergroten van deweerbaarheid van Nederland. De bescherming van de economischeveiligheid is daarbij een belangrijk thema. Het kabinet zet in op hetaanjagen van de Europese strategie op economische veiligheid en het5Zie ook geannoteerde agenda van de formele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnen-landse Zaken, 13 en 14 juni 2024, Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 879; Verslag van deformele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 13 en 14 juni 2024, Kamer-stukken II, 2023–24, 32 317, nr. 882; Zie ook: Verslag van de informele bijeenkomst van de RaadJustitie en Binnenlandse Zaken, 22 en 23 juli 2024 te Boedapest, Kamerstukken II, 2023–24,32 317, nr. 888.6Bijlage bij Kamerstukken II, 2023 – 24, 32 317, nr. 872Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9275 verder uitwerken van de economische veiligheidsaspecten in de Draghi-en Niinistö-rapporten.Het kabinet zal zich inspannen om het bovenstaande een plek te latenkrijgen in de nieuwe EU-Interne Veiligheidsstrategie. Zoals de Draghi-,Letta- en Niinistörapporten onderstrepen is brede inzet op hetbeschermen van veiligheid in Europa essentieel voor het behoud vanvrede, economische stabiliteit en democratische waarden.II. Justitie 1. Werksessie I: Uitdagingen voor de rechtsstaat en hun impact op hetjustitiedomein De rechtsstaat is een van de prioriteiten van het Poolse voorzitterschap.Tijdens de informele JBZ-Raad wordt dan ook gesproken over debelangrijkste uitdagingen met betrekking tot de rechtsstaat. De exacteinvulling van de werksessie is op dit moment nog niet bekend en er zijnnog geen stukken beschikbaar. Het kabinet waardeert het belang dat hetPoolse voorzitterschap hecht aan het verstevigen van de rechtsstaat inEU-verband.Respect voor de rechtsstaat door lidstaten is fundamenteel voor een goedfunctionerende Europese Unie. Het is een essentiële randvoorwaarde voorhet vertrouwen van burgers en bedrijven in de overheidsinstellingen, eenverhoogd veiligheidsgevoel en een beter ondernemings- en investerings-klimaat.Een belangrijk element van de rechtsstaat is een onafhankelijke enonpartijdige rechtspraak. Dit vraagt volgens het kabinet onder andere omhet versterken van de weerbaarheid van justitiële systemen, van belang inde strijd tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit, en om hetverbeteren van justitiële samenwerking. De inzet van het kabinet isdaarom het verbeteren van de toegang tot het recht in de rechtsketen enhet versterken van de instituties die de rechtsstaat dragen.Daarnaast is voor het kabinet een aandachtspunt de digitale rechtsstaat ende veiligheid van burgers online. Opvolging is nodig van de aanbeve-lingen van de HLG voor wetgevende maatregelen over dataretentie enrechtmatige toegang tot data voor de rechtshandhaving.7Het beschermen en versterken van de rechtsstaat vraagt voortdurendeinzet, ook nationaal. Het blijft dan ook de inzet van het kabinet om, naastde rechtsstaatdialoog in de Raad Algemene Zaken, structurele thema-tische rechtsstaatdiscussies in de JBZ-Raad te bestendigen. Dit vergrootde effectiviteit van de rechtsstaatdialoog en komt de concrete opvolgingvan de aanbevelingen en aandachtspunten uit het EU-Rechtsstaatrapportook op nationaal niveau ten goede.7Zie o.m. ook geannoteerde agenda van de formele bijeenkomst van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken, 13 en 14 juni 2024, Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 879; Verslag vande formele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 13 en 14 juni 2024,Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 882; en Verslag van de informele bijeenkomst van deRaad Justitie en Binnenlandse Zaken, 22 en 23 juli 2024 te Boedapest, Kamerstukken II,2023–24, 32 317, nr. 888.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9276 2. Werklunch: De toekomst van justitie Op het moment van schrijven is de insteek van de werklunch nog nietbekend. Enkele onderwerpen die mogelijk worden geagendeerd zijn deontwikkeling van EU-samenwerking in het justitiedomein en het betrekkenvan burgers bij de ontwikkeling van wetgeving. Vermoedelijk zullen delidstaten eigen prioriteiten aangeven bij verdere ontwikkelingen in hetjustitiedomein.Het kabinet onderschrijft volledig het belang van justitiële samenwerkingbinnen de EU. Deze samenwerking moet gebaseerd zijn op wederzijdsvertrouwen. Het kabinet constateert dat er de afgelopen jaren veel isgebeurd op het terrein van strafrechtelijke EU-wetgeving. Dit heeftbijgedragen aan een verbeterde samenwerking en de versterking vanrechten van individuen. Wat betreft het kabinet komt de focus nu te liggenop het investeren in de kwaliteit van bestaande instrumenten en hetvinden van oplossingen voor problemen in de praktijk. Zo streeft hetkabinet bijvoorbeeld naar een aanpassing van de Richtlijn EuropeesOnderzoeksbevel om het mogelijk te maken voertuigen grensover-schrijdend te kunnen volgen met zenders. Aandachtspunten waar hetkabinet verder voor pleit bij toekomstige ontwikkelingen zijn consistentietussen EU-instrumenten, en ruimte en respect voor nationale stelsels.Op het terrein van civielrecht steunt het kabinet de inzet om de samen-werking verder te verbeteren, met als doel het versterken van de internemarkt en de kapitaalmarktunie. Dit kan door middel van het wegnemenvan barrières binnen de interne markt, door standaardisering en waarnodig harmonisering van wet- en regelgeving, met name daar waarobstakels bestaan op het terrein van het ondernemingsrecht, faillisse-mentsrecht of jaarverslaggeving.Het kabinet is tot slot van mening dat de ontwikkeling van het justitie-domein in dienst moet staan van de burgers en hun belangen. Hetvertrouwen in de rechtsstatelijke instellingen is een essentieel elementvoor het functioneren van de rechtsstaat en het rechtsbestel. Het kabinetpleit daarom voor het versterken van de toegang tot het recht en derechtsstatelijke instellingen.3. Werksessie II: Gevolgen van de Russische oorlogsmisdaden inOekraïne Onder dit agendapunt discussieert de JBZ-Raad over de gevolgen van deRussische agressie tegen Oekraïne. De discussie zal voortbouwen opeerdere besprekingen in de JBZ-Raad over het tegengaan van straffe-loosheid. Het Voorzitterschap zal hierbij ook de vraag voorleggen ofuitbreiding van het mandaat van het Europees Openbaar Ministerie (EOM)ten aanzien van de niet-naleving van EU-sancties behulpzaam kan zijn inde strijd tegen straffeloosheid.Het standpunt van het kabinet ten aanzien van uitbreiding van hetEOM-mandaat is nog ongewijzigd. Zoals eerder aangegeven8, heeftNederland de voorkeur voor het afwachten van de evaluatie van deEOM-Verordening die is voorzien voor 2026, alvorens uitspraken te doenover een eventuele wijziging van het mandaat. Het kabinet zal uw Kamerzowel van de uitkomst van deze evaluatie als van eventuele concretevoorstellen tot aanpassing van de EOM-Verordening op tijdig op dehoogte stellen zonder hierin al stappen te zetten, conform de door uw8Zie ook antwoorden op schriftelijk overleg, Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 909.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9277 Kamer aangenomen motie van de CDA-fractie, Kamerstuk, 2020–2021,35 429, nr. 8.Het kabinet hecht groot belang aan de opsporing, vervolging, berechtingen compensatie van internationale misdrijven begaan in Oekraïne en zethier in Europees en internationaal verband actief op in. Het kabinet blijftzich als voortrekker op punt 7 van president Zelenskyy’s Peace Plan,restoring justice, inzetten om te komen tot de oprichting van een tribunaalvoor de vervolging van het misdrijf van agressie en een Claimscommissieals aanvulling op het reeds opgerichte Schaderegister voor Oekraïne. Hetvierde voorbereidende comité ten behoeve van de oprichting van eenClaimscommissie zal op 28-30 januari in Den Haag plaatsvinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9278
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.