Vervolgstappen uitwerking Zelfstandigenwet
Brontekst
Versie 9bf7e4e7b6f58c0a · officiële bron31311 Zelfstandig ondernemerschap Nr. 306 Brief van de minister van Werk en Participatie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 10 september 2026 Dit kabinet wil zorgen voor meer rust en duidelijkheid onder zelfstandigen en opdrachtgevers op de langere termijn.[voetnoot 1] Onderdeel van deze brede aanpak – die moet zorgen voor een doorbraak in de jarenlange discussie rondom het werken met en als zelfstandige(n) – is het verduidelijken van de wetgeving door het zo snel mogelijk invoeren van een nieuwe Zelfstandigenwet. Met deze brief geeft het kabinet invulling aan de motie van de leden Ergin (DENK) en Ceulemans (JA21)[voetnoot 2] om richting te geven aan de vervolgstappen en verdere uitwerking van het wetsvoorstel. Zelfstandigenwet als veilige haven Op dit moment is er nog te veel onduidelijkheid over de vraag wanneer je als zelfstandige kunt werken. Dat heeft meerdere ongewenste effecten. Het kan (al dan niet onbewust) schijnzelfstandigheid in de hand werken, maar ook leiden tot risicomijdend gedrag onder opdrachtgevers en het onnodig uitsluiten van zelfstandigen. Ook al biedt het huidige wettelijk kader de ruimte om als zelfstandige te werken en is de bewustwording de afgelopen jaren toegenomen door jurisprudentie van de Hoge Raad (Deliveroo, Uber): er blijft veel discussie en onzekerheid bestaan over de kwalificatie van arbeidsrelaties. Daarom werkt het kabinet met de Zelfstandigenwet aan een toekomstbestendig antwoord op de fundamentele vraag: wanneer kan ik in ieder geval met en als zelfstandige(n) werken, en is er dus geen sprake van een arbeidsovereenkomst? Met duidelijke spelregels vooraf, zodat er een veilige haven ontstaat voor hen die daaraan voldoen. Wie conform die spelregels werkt, weet zeker dat er als zelfstandige kan worden gewerkt. Tegelijkertijd wil het kabinet zorgen voor een concreet handelingsperspectief, voor wie er (nog) niet aan voldoet. Het doel van het wetsvoorstel is om meer duidelijkheid te creëren voor zelfstandigen en opdrachtgevers, schijnzelfstandigheid tegen te gaan en zelfstandigen de erkenning te geven die zij verdienen. Uitgangspunten daarbij zijn dat je als zelfstandige onafhankelijk bent van anderen, ondernemersrisico’s draagt waar je ook van kunt profiteren en de vrijheid geniet om je werk zelf te organiseren. Het kabinet vindt namelijk dat zelfstandigen de ruimte moeten krijgen om te werken als zelfstandige, maar dat dat wel gepaard moet gaan met de verantwoordelijkheid om de risico’s die bij het werken als zelfstandige horen goed te regelen. Het wetsvoorstel werkt met twee toetsen met een beperkt aantal concrete criteria: de zelfstandigentoets (ziet op de persoon van de zelfstandige) en de werkrelatietoets (ziet op vrijheid van een zelfstandige, diens onafhankelijkheid en dus ontbreken van ‘gezag’, binnen een opdracht). De inhoud hiervan wordt op korte termijn gepubliceerd in de (tweede) internetconsultatie. Daarmee focust het wetsvoorstel zich op de kern van het eerdere initiatiefvoorstel waar diverse partijen (VVD, D66, CDA en SGP) uit de Tweede Kamer aan werkten. De toetsingscommissie en sectorale rechtsvermoedens maken geen onderdeel uit van de Zelfstandigenwet, omdat het kabinet van mening is dat de markt allereerst gebaat is bij duidelijke spelregels. Conform de motie van het lid Patijn (PRO)[voetnoot 3] is het doel om de bescherming van werknemers op geen enkele manier aan te tasten met de Zelfstandigenwet. Er wordt een nieuwe bepaling in de wet toegevoegd die regelt wanneer geen sprake is van gezag. Oftewel: wanneer je in ieder geval als zelfstandige kunt werken. Het kabinet beoogt niets te wijzigen aan de huidige kwalificatie van het zijn van werknemer en bijbehorende bescherming.[voetnoot 4] De aard van de eisen die het wetsvoorstel stelt, voorkomt dat werkenden onbedoeld en onbeschermd aan de slag gaan als zelfstandige. Met deze invulling van het wetsvoorstel houdt het kabinet rekening met Europese rechtspraak rond het werknemersbegrip en wordt tegelijkertijd een veilige haven voor zelfstandigen gecreëerd. Vervolgstappen Het kabinet wil dit wetsvoorstel zo snel mogelijk verder brengen. Eind september biedt het kabinet het wetsvoorstel aan voor uitvoeringstoetsen. Gelijktijdig start een (tweede) internetconsultatie, evenals een (tweede) toets door het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Het kabinet streeft ernaar het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk daarna bij de Raad van State in te dienen. De behandeling in Tweede en Eerste Kamer is voorzien in 2027, zodat het wetsvoorstel op 1 januari 2028 in werking kan treden. Deze zomerperiode is hard doorgewerkt aan het wetsvoorstel en zijn vele gesprekken gevoerd met onder andere experts, sociale partners, zelfstandigenorganisaties, brancheorganisaties, uitvoeringsorganisaties en andere departementen. Het kabinet wil deze gesprekken blijven voeren en toewerken naar een toekomstbestendige Zelfstandigenwet: een wetsvoorstel waar de zelfstandige centraal staat, dat schijnzelfstandigheid tegengaat en zorgt voor een maatschappelijke en politieke ‘pacificatie’ van dit belangrijke dossier. De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 305. Kamerstukken II, 2025/2026, 36 800 XV, nr. 72. Kamerstukken II, 2025/2026, 36 783, nr. 12. Artikel 7:610, lid 1, BW
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.