KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op het rapport Erfenis van onrecht en reflectierapporten

30 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 41080413047ebe4b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 839Jeugdzorg36 708ToeslagenNr. 1094 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID, VAN FINANCIËN EN VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2025De commissie Hamer laat in «Erfenis van onrecht» indringend zien dat deterugvorderingen door de Belastingdienst in veel gezinnen schulden,armoede, financiële problemen en daaruit voortkomende stress hebbenveroorzaakt. Hierdoor konden ernstige problemen in de gezinssituatieontstaan of werden de bestaande problemen vergroot, met een verslech-terde leefsituatie voor de kinderen als gevolg. Door tekortkomingen in hetsysteem van hulp door wijkteams, jeugdhulp en jeugdbescherming zijn deoorzaken van deze problemen in veel gezinnen niet of onvoldoendeherkend en niet tijdig gestabiliseerd. Hierdoor kon een situatie ontstaanwaarin uiteindelijk bij een deel van de gezinnen een uithuisplaatsingvolgde.Over de kinderen die zijn getroffen door de toeslagenaffaire én door eenuithuisplaatsing stelt de commissie Hamer dat zij extra getroffen zijn:eerst door de onterechte terugvorderingen die tot ernstige problemen ingezinnen hebben geleid, vervolgens door een uithuisplaatsing nadat deoorzaken van de problemen onvoldoende zijn herkend en aangepakt. Dezekinderen hebben door deze stapeling van overheidsingrijpen in hun jongeleven extra leed ervaren. De commissie schetst een aangrijpend beeld vande ervaringen van deze kinderen en hoe de stapeling van overheids-ingrijpen grote impact op hun leven heeft gehad, die vaak tot op de dagvan vandaag – nu velen inmiddels jongere of jongvolwassene zijngeworden – voelbaar is.Het kabinet erkent dat deze jongeren extra leed hebben ondervonden doortoedoen van de overheid en wil gehoor geven aan de oproep van decommissie Hamer tot zelfstandige erkenning voor deze groep. De preciezevormgeving en invulling van deze expliciete erkenning wil het kabinet metde betrokken partners en organisaties én met jongeren zelf uitwerken ineen zorgvuldig proces, zodat zij hierin gezien en gehoord worden en deerkenning voor jongeren daadwerkelijk betekenis krijgt. Dit proces moet kst-31839-1094ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10941 ook de basis bieden voor het uitspreken van excuses aan de jongeren diedoor de combinatie van de toeslagenaffaire en uithuisplaatsingen zozwaar zijn getroffen, op een goed moment en op een goede manier.Het kabinet is het met de commissie Hamer eens dat bij deze erkenningook specifieke, toekomstgerichte ondersteuning hoort, in aanvulling opverbetering van de ondersteuning die er is voor álle kinderen die zijngetroffen door de toeslagenaffaire.AanleidingOp 27 maart 2025 hebben wij u het rapport «Erfenis van onrecht» van deCommissie Toeslagen en Uithuisplaatsingen aangeboden (Kamerstuk31 839, nr. 1071). Deze commissie onder voorzitterschap van mevrouwMariëtte Hamer is in 2023 ingesteld door de toenmalige Minister voorRechtsbescherming, de Staatssecretaris Financiën – Toeslagen en Douaneen de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Decommissie heeft onderzoek gedaan naar de samenloop van factoren diespeelden bij gedupeerde gezinnen die te maken hebben gehad met eenuithuisplaatsing, de effecten van deze samenloop op het leven van dezegezinnen en de rol van de overheid en overige betrokken instanties. Metdeze brief geven wij een reactie op de bevindingen en aanbevelingen vande commissie Hamer en reageren wij ook op het reflectieverslag vanJeugdzorg Nederland «Jeugdbescherming als er sprake is van financiëleproblematiek bij ouders», de interne reflectie van de Raad voor deKinderbescherming «Breder kijken dan het kind» en het dossieronderzoekvan de Rechtspraak «De weging van schulden bij uithuisplaatsingen».Bevindingen commissie Hamer en reflectierapportenHet rapport van de commissie Hamer geeft een indringend beeld van degevolgen van de toeslagenaffaire voor de gedupeerde gezinnen die zijheeft gesproken. De terugvorderingen door de Belastingdienst veroor-zaakten in veel gevallen schulden, armoede, financiële problemen endaaruit voortkomende stress. Hierdoor konden ernstige problemen in degezinssituatie ontstaan of werden de bestaande problemen vergroot, metvaak een verslechterde leefsituatie voor de kinderen als gevolg.Door tekortkomingen in het systeem van hulp door wijkteams, jeugdhulpen jeugdbescherming zijn de oorzaken van deze problemen in veelgezinnen niet of onvoldoende herkend en niet tijdig gestabiliseerd, aldusde commissie. Als de hulpverlenende instanties al op de hoogte warenvan de financiële problematiek, was men zich er in veel gevallen onvol-doende van bewust hoe dit doorwerkte in andere problemen, welke(opvoed)stress dit veroorzaakte en hoe dit problemen in de opvoedsituatieversterkte. Hierdoor kon een situatie ontstaan waarin uiteindelijk bij eendeel van de gezinnen een uithuisplaatsing volgde. De bevindingen van decommissie Hamer zijn pijnlijk en zullen de direct betrokken ouders enkinderen niet verbazen. Zij hebben zelf vaak een jarenlange strijd moetenvoeren, eerst tegen de vorderingen van de Belastingdienst en later ooktegen kinderbeschermingsmaatregelen.De commissie Hamer concludeert dat de onterechte terugvorderingendoor de Belastingdienst een grote rol hebben gespeeld bij de problemenvan de gezinnen en daarmee ook bij de uithuisplaatsingen van dekinderen. In het rapport gaat de commissie met name in op de groteimpact op verschillende leefgebieden die dit heeft gehad bij de kinderenom wie het gaat. Het gaat dan onder andere om mentale problemen,beperkte talentontwikkeling, beschadigde relaties met andere gezinsledenen angst voor de overheid en instanties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10942 De ervaringen van de kinderen kunnen ook doorwerken als zij zelfkinderen krijgen en gaan opvoeden. De uitspraak van één van de door decommissie gesproken kinderen vat dit op een pijnlijke manier samen: «Hetis niet over en het gaat niet weg».De bevindingen van de commissie sluiten aan bij de eerdere conclusievan de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV). Die constateerde in hetrapport «Het kind van de rekening» (2023) dat in 17 van de 20 onderzochtegezinnen de (financiële) gevolgen van de toeslagenaffaire een rolspeelden in het proces dat leidde tot een kinderbeschermingsmaatregel.Bevindingen Rechtspraak, Raad voor de Kinderbescherming en GI’sDe rapporten van de Rechtspraak, de Raad voor de Kinderbescherming(RvdK) en de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) zijn specifieker enbeperkter qua scope (want gericht op interne reflectie en dossieron-derzoek) dan het bredere beeld dat de commissie Hamer schetst.De RvdK concludeert in haar reflectieonderzoek dat in alle onderzochtegezinnen sprake was van ernstige, complexe problematiek en dat in geenenkel geval alleen financiële problemen reden waren voor een uithuis-plaatsing, maar stelt ook dat financiële problematiek onvoldoende isuitgevraagd en meegenomen als belangrijke factor in het begrijpen enerkennen van het ontstaan van complexe problemen bij gezinnen.Uit het dossieronderzoek van de Rechtspraak wordt duidelijk datfinanciële problematiek nooit de enige reden voor uithuisplaatsing was endat andere redenen meer op de voorgrond stonden van rechterlijkebeslissingen. De onderzoekscommissie van de Rechtspraak realiseert zichdat deze conclusie voor getroffen ouders pijnlijk kan zijn, maar stelt dat opbasis van de rechtbankdossiers niet is vast te stellen hoe en in welkevolgorde de complexe problematiek is ontstaan. De Rechtspraakpubliceerde in 2023 ook een reflectierapport van familie- en jeugdrechters«Recht doen aan kinderen en ouders»1 waarin zij concludeerden datouders en kinderen zich onvoldoende gehoord voelen in familie- enjeugdrechtzaken, mede door de grote problemen in de jeugdzorg.Jeugdrechters moeten «zich actiever en nieuwsgieriger opstellen met hetoog op voldoende rechtsbescherming voor deze ouders en kinderen»,aldus dat reflectierapport.Het reflectierapport van de GI’s laat zien dat jeugdbeschermers vaak nietof niet goed op de hoogte zijn van de financiële problematiek die er speelten de impact van financiële problemen onvoldoende wordt meegewogen.Weinig aandacht voor de financiële situatie, handelingsverlegenheid vanprofessionals en een beperkt instrumentarium binnen de huidige wet- enregelgeving belemmeren een effectieve aanpak om de financiëleproblematiek als mogelijke oorzaak weg te nemen.Aanbevelingen commissie HamerDe aanbevelingen van de commissie Hamer richten zich vooral op de doorde toeslagenaffaire getroffen kinderen die uithuisgeplaatst zijn. Kinderendie inmiddels vaak al (jong)volwassen zijn. De kern van deze aanbeve-lingen is het erkennen van het leed van deze kinderen en het bieden vaneen toekomstgerichte aanpak om bij te dragen aan het herstel.1Rechtspraak, Recht doen aan kinderen en ouders; Reflectierapport over de positie van derechter in de jeugdbescherming, 2023, en De weging van schulden bij uithuisplaatsingen;Dossieronderzoek naar de rol van problematische schulden in jeugdbeschermingszaken, 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10943 Daarnaast doet de commissie aanbevelingen voor het verbeteren van (hetsysteem van) jeugdhulp en jeugdbescherming om toekomstige uithuis-plaatsingen zoveel mogelijk te voorkomen. Deze aanbevelingen richtenzich op een meer gezinsgerichte oorzaakanalyse en aanpak van deproblemen, het verminderen van het aantal hulpverleners waar gezinnenmee te maken krijgen, het verstevigen van de positie van ouders enkinderen bij beslissingen in de jeugdbeschermingsketen en het verbeterenvan actuele kennis en vaardigheden van de betrokken professionals.Daarbij gaat het onder andere over cultuur- en traumasensitiviteit en omhet bespreekbaar maken van onderwerpen als financiële zorgen. Tot slotroept de commissie op om werk te maken van een cultuuromslag bij hetRijk, de gemeenten en de ketenpartners, waarbij vertrouwen in burgershet uitgangspunt moet worden.Het kabinet is de commissie Hamer zeer erkentelijk voor de wijze waaropzij indringend inzichtelijk heeft gemaakt wat de gevolgen zijn voorjongeren en hun ouders die zijn geraakt door de toeslagenaffaire en meteen uithuisplaatsing te maken hebben (gehad). Ook dankt het kabinet deorganisaties die hebben gereflecteerd of onderzoek hebben gedaan naarhun rol bij de uithuisplaatsingen van kinderen van gedupeerde ouders endaaruit lessen hebben getrokken.Het kabinet wil recht doen aan de conclusies en aanbevelingen. Het Rijkheeft een grote verantwoordelijkheid om samen met partners, getroffenkinderen de ondersteuning te bieden die nodig is voor hun herstel en hunontwikkeling én om het in het toekomst beter te doen. Aan deze verant-woordelijkheid geeft het kabinet invulling langs drie lijnen: 1) erkennen, 2)ondersteunen bij herstel en toekomstperspectief en 3) leren en verbe-teren. Langs deze lijnen worden de voorgenomen maatregelen in hetnavolgende verder uiteengezet.1. Erkennen Voor kinderen die hebben geleden onder de toeslagenaffaire is in 2022 insamenspraak met hen de kindregeling ontwikkeld. Alle getroffen kinderenkrijgen via de kindregeling erkenning voor het leed dat zij hebbenondervonden en een steun in de rug om verder te gaan met hun leven.Deze erkenning en steun bestaan uit een erkenningsbrief, een financiëletegemoetkoming, gemeentelijke ondersteuning en een palet aanvoorzieningen die speciaal voor hen beschikbaar zijn, bijvoorbeeld op hetgebied van financiële educatie en mentale hulp.Over de kinderen die zijn getroffen door de toeslagenaffaire én door eenuithuisplaatsing stelt de commissie Hamer dat zij extra getroffen zijn:eerst door de onterechte terugvorderingen van de Belastingdienst die toternstige problemen in gezinnen hebben geleid, en vervolgens door eenuithuisplaatsing nadat de oorzaken van de problemen onvoldoende zijnherkend en aangepakt. De commissie concludeert dat de uithuisplaat-singen bij een deel van deze gedupeerde gezinnen waarschijnlijk nietzouden hebben plaatsgevonden als de effecten van de toeslagenaffaireeerder waren gestabiliseerd. Het systeem van hulp door wijkteams,jeugdhulp en jeugdbescherming heeft uithuisplaatsingen bij hen nietkunnen voorkomen en dat heeft de negatieve impact voor deze kinderenverder vergroot. Deze kinderen hebben door deze stapeling vanoverheidsingrijpen in hun jonge leven extra leed ervaren. Dat heeft voorvelen een grote impact op hun leven gehad die vaak tot op de dag vanvandaag voelbaar is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10944 Het kabinet ziet een collectieve verantwoordelijkheid van alle partnerstezamen voor het stelsel van jeugdbescherming en voor het falen ervan inverband met de toeslagenaffaire waar het de uithuisgeplaatste jongerenbetreft. Het kabinet geeft gehoor aan de oproep van de commissie Hamertot zelfstandige erkenning voor deze groep en erkent expliciet dat dezejongeren extra leed hebben ondervonden door toedoen van de overheid.De precieze vormgeving en invulling van deze expliciete erkenning wil hetkabinet met de betrokken partners en organisaties én met jongeren zelfuitwerken in een zorgvuldig proces, zodat zij hierin gezien en gehoordworden en de erkenning voor jongeren daadwerkelijk betekenis krijgt. Ditproces moet ook de basis bieden voor het uitspreken van excuses aan dejongeren die door de combinatie van de toeslagenaffaire en de uithuis-plaatsingen zo zwaar zijn getroffen, op het goede moment en op eengoede manier.2. Ondersteunen bij herstel en toekomstsperspectief Bovengenoemde erkenning behelst ook dat het kabinet kinderen enjongeren die te maken hebben gehad met de toeslagenaffaire envervolgens met een uithuisplaatsing, wil ondersteunen bij hun herstel entoekomstperspectief. Dit is in lijn met het advies van de commissie Hamerom op een toekomstgerichte manier bij te dragen aan het herstel. Hetkabinet geeft hier op meerdere manieren invulling aan, die hieronder kortworden benoemd en in het vervolg van deze brief verder wordentoegelicht.Het kabinet voert diverse verbeteringen door in de kindregeling voor állekinderen en jongeren die door de toeslagenaffaire getroffen zijn:–Brede ondersteuning versterken: betere regie en meer uniformondersteuningsaanbod.–Intensieve integrale aanpak voor gezinnen en jongeren die de regie zijnkwijtgeraakt.–Aanvullende voorziening gericht op mentaal welzijn en (langdurigbeschikbare) nazorg.Over bovenstaande onderwerpen wordt uw Kamer periodiek geïnfor-meerd via de voortgangsrapportages Hersteloperatie Toeslagen. Deeerstvolgende voortgangsrapportage wordt op 4 juli a.s. aan uw Kameraangeboden.Specifiek voor de getroffen kinderen die ook te maken hebben gehad meteen uithuisplaatsing geldt het volgende:–Het kabinet verkent samen met jongeren de mogelijkheden voor eenspecifieke nieuwe regeling voor deze doelgroep, gericht op onderwijsen ontwikkeling.–Het Ondersteuningsteam ondersteunt gedupeerde ouders, kinderen énjongeren bij hun herstel. Of de uithuisplaatsing nu in gedwongenkader was of vrijwillig. Deze ondersteuning is per direct beschikbaar enwordt extra onder de aandacht gebracht binnen deze groep omdat wezien dat het van grote toegevoegde waarde is.–Getroffen jongeren kunnen hun dossier inzien, in gesprek gaan met deGI en/of de RvdK over de doorwerking van de toeslagenaffaire, en alszij dat willen een toelichting met hun perspectief laten toevoegen aanhet dossier. Met de RvdK, de GI’s en het Ondersteuningsteam werkenwe hiervoor een procedure uit.Bij de uitwerking van alle maatregelen geldt dat jongeren nauw wordenbetrokken. Allereerst natuurlijk bij het vormgeven van hun eigen herstel,maar ook breder wordt met hen besproken of zij zelf een actieve rolkunnen hebben in bijvoorbeeld het opzetten of onderhouden vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10945 lotgenotencontact, het voorlichten van organisaties binnen de jeugdhulpen jeugdbescherming en het vormgeven van nazorg. Ook in het proceswaarin deze beleidsreactie tot stand is gekomen is met jongerengesproken die zijn getroffen door de toeslagenaffaire én een uithuis-plaatsing. In een participatiebijeenkomst op 12 juni jl. konden jongerenreageren op de voorgestelde uitwerking van de aanbevelingen van decommissie Hamer. Hun betrokkenheid en openheid waren van grotewaarde. We zijn hen dankbaar dat zij hun ervaringen en reacties met onswilden delen.2.1 Betere ondersteuning voor alle getroffen kinderen Het kabinet onderkent dat er verbetering nodig is van de huidigekindregeling, onder andere op enkele punten die door de commissieHamer worden vermeld. Het Ministerie van Financiën heeft recent naderonderzoek laten uitvoeren naar de specifieke behoeften van getroffenjongeren, mede op verzoek van de Tweede Kamer.2 Dit onderzoek«Behoeften van jongeren in de kindregeling» is als bijlage bij deze briefgevoegd. Het onderzoek concludeert dat de kindregeling helpt, maar dater ook aandachts- en verbeterpunten zijn.Op de punten van erkenning van geleden onrecht, leeftijdsspecifiekefinanciële ondersteuning en toegang tot brede ondersteuning komt dekindregeling op dit moment tegemoet aan de behoeften van jongeren.Maar in de uitvoering van de kindregeling is nog winst te behalen.Jongeren geven aan dat erkenning niet slechts een eenmalige veront-schuldiging zou moeten zijn, maar een continu en integraal proces waarinzij serieus genomen worden in hun eigen rechten en ervaringen. Als hetgaat om leeftijdsspecifieke financiële ondersteuning hechten jongerenveel waarde aan maatwerk dat past bij hun levensfase.De kindregeling biedt gerichte ondersteuning die rekening houdt met defase waarin een jongere zich in zijn of haar leven bevindt. Wat betreft detoegang tot brede ondersteuning biedt de kindregeling de gewenste bredeaanpak, met ruimte voor maatwerk, zoals hulp bij remigratie, psychischezorg of het hervatten van onderwijs.Volgens jongeren kent de kindregeling drie structurele tekortkomingen: 1)De regeling lijkt te veel gericht op financiële compensatie, terwijl crucialetoekomstvragen zoals studieschuld, huisvesting of mentale zorg, te weinigstructureel worden opgepakt; 2) De kwaliteit en beschikbaarheid vanpsychische hulp is onvoldoende; 3) Passende publieksdienstverleningontbreekt. Het onderzoek schetst in dat licht drie aandachtspunten voor detoekomstige ontwikkeling van de kindregeling: het verkleinen van deverschillen in de brede ondersteuning tussen gemeentes, de onder-steuning bij het toewerken naar een schuldenvrije herstart met eenstabiele financiële basis, en het vinden van evenwicht tussen eenuniforme aanpak en maatwerk.Onder andere op basis van het onderzoeksrapport zet het kabinet zichvoor alle getroffen kinderen in voor betere regie en een meer uniformondersteuningsaanbod, met oog voor maatwerk. Verder neemt hetkabinet aanvullende maatregelen voor alle getroffen jongeren die gerichtzijn op zorg voor mentaal welzijn op de korte en lange termijn. Demaatregelen worden hieronder toegelicht.2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 1485Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10946 A. Verbeteren brede ondersteuning Het kabinet heeft in april jl. het voornemen uitgesproken een «BestuurlijkRegisseur Integrale Ondersteuning» aan te stellen.3 We verwachten datdeze bestuurlijk regisseur op korte termijn aan de slag zal gaan. Hierbij zalhet bevorderen van een goede samenwerking tussen alle uitvoerendepartijen op rijks- en gemeentelijk niveau essentieel zijn. Dit sluit aan bij deuitkomsten van het eerdergenoemde behoeftenonderzoek: «Met oog opde uitvoering is belangrijk te begrijpen dat jongeren de overheid als ééngeheel zien, waardoor zowel de papieren erkenning als de praktischeuitvoering, gezamenlijk hun gevoel van erkenning bepalen. Inconsistenteuitvoering ondermijnt dit vertrouwen en kan ertoe leiden dat de regelingals onbevredigend wordt ervaren.»Om de gesignaleerde verschillen in de brede ondersteuning te verkleinenheeft de VNG in samenwerking met gemeenten en gedupeerde ouders,modelbeleidsregels voor de brede ondersteuning ontwikkeld en aangemeenten aangereikt.6 De beleidsregels geven invulling aan het door decommissie Van Dam aanbevolen geharmoniseerde afwegingskaderwaarbinnen gemeenten ouders en kinderen helpen. Het model helptgemeenten om beleid op een eenduidige manier vorm te geven, zodatouders en kinderen in verschillende gemeenten zoveel mogelijk op gelijkewijze worden behandeld, terwijl er ruimte blijft voor maatwerk.4 Het is aangemeenten zelf om de beleidsregels via het college van burgemeester enwethouders vast te stellen, waarbij ook ruimte is opgenomen om deregels aan te passen aan lokale omstandigheden.Via de brede ondersteuning worden jongeren die kampen met problema-tische schulden geholpen met het aanvullend schuldhulpverlenings-aanbod. Gemeenten helpen deze jongeren bij het aflossen van hunschulden en bieden perspectief voor de toekomst. Na een aanloopperiodeheeft de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen in samenwerking metgemeenten en de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) actieondernomen om het aanbod te verbeteren en uitgebreider en proactiefonder de aandacht te brengen: de aanmeldtermijn voor de regeling wordtverlengd, er is een eenvoudig online aanmeldloket gemaakt op de websitevan de Kindregeling en recent is er gegevensdeling tot stand gebrachttussen UHT en de Belastingdienst om jongeren met problematischeschulden te identificeren. Op zeer korte termijn worden deze gegevensmet gemeenten gedeeld, zodat zij deze jongeren gericht en proactiefkunnen benaderen voor brede ondersteuning en – indien mogelijk – hetaanvullend schuldhulpverleningsaanbod.B. Integrale aanpak voor gezinnen en jongeren die de regie zijn kwijtge-raakt In maart van dit jaar heeft het kabinet ook aangekondigd een intensieveintegrale aanpak te ontwikkelen voor circa 2.000 à 3.000 gezinnen enjongeren die de regie zijn kwijtgeraakt.5 Deze aanpak, een van deaanbevelingen van de commissie Van Dam6, is kleinschalig van startgegaan en wordt de komende periode uitgebouwd. Ook jongeren die –bijvoorbeeld door een uithuisplaatsing – geen onderdeel meer uitmakenvan het gezin, maar wel de regie kwijt zijn geraakt, kunnen gericht voordeze aanpak worden aangedragen door ketenpartners. In lijn met deaanbeveling van de commissie Hamer op dit punt zal deze aanpak zo veel3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 154https://vng.nl/nieuws/model-beleidsregels-brede-ondersteuning5Eerste Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, A6Spoedadviescommissie Van Dam (2025). Minder beloven meer doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10947 mogelijk gaan werken per gezin of jongere met één casemanager dieintegrale ondersteuning biedt.C. Aanvullende voorziening voor mentaal welzijn en nazorg De commissie Hamer benadrukt dat langdurige mentale ondersteuningeen essentieel onderdeel kan zijn van het herstel van kinderen enjongeren. Ook uit andere gesprekken met jongeren en uit het behoeften-onderzoek weten we dat veel jongeren het belangrijk vinden dat demogelijkheid om gebruik te maken van psychosociale zorg langdurigbeschikbaar blijft.Het kabinet ziet ook dat langdurige mentale ondersteuning essentieel isvoor het perspectief van kinderen en jongeren en geeft dan ook concreetinvulling aan deze aanbeveling door de ontwikkeling van een specifiekevoorziening op het gebied van mentale ondersteuning: een landelijk enlaagdrempelig (contact)punt voor ouders en jongeren voor steun bij(intergenerationeel) trauma- en stress-gerelateerde problematiek,toeleiding naar mentale zorg en specifieke coaching voor ontwikkelingrichting de toekomst. Deze voorziening zal naar verwachting begin 2026beschikbaar zijn. De Kamer wordt hierover via de voortgangsrapportagesover de hersteloperatie toeslagen geïnformeerd.Naast de meerjarige voorziening voor mentaal welzijn wordt uitgewerkthoe jongeren ook op de langere termijn een vindplaats kan wordengeboden voor (lotgenoten)contact, ondersteuning en emotioneel herstel.Het kabinet gaat in overleg met de Oudercommissie, ouders en jongeren,en andere relevante partijen, onderzoeken of en hoe we vanuit de tijdelijkeinitiatieven één voorziening kunnen oprichten die aansluit bij debehoeften en voortbouwt op de trajecten en gesprekken die al zijn gestart.2.2 Toekomstgerichte aanpak voor uithuisgeplaatste kinderen Zoals genoemd ziet en erkent het kabinet dat de groep kinderen die temaken hebben gehad met de toeslagenaffaire en vervolgens ook met eenuithuisplaatsing, extra leed heeft ondervonden als gevolg van stapelingvan overheidsingrijpen. Het kabinet is het met de commissie Hamer eensdat daar specifieke ondersteuning voor deze groep bij hoort, in aanvullingop de ondersteuning die er reeds via het Ondersteuningsteam voor hen isen de eerdergenoemde voorzieningen die er voor alle getroffen kinderenzijn of komen.In lijn met het advies van de commissie Hamer gaat het niet om schade-of compensatieregelingen zoals die voor de ouders beschikbaar zijn, maarricht het kabinet zich op de toekomst van jongeren, met een specifiekevoorziening die deze jongeren ontwikkelperspectief en begeleiding biedt.De commissie Hamer adviseert om een nieuwe landelijke regeling temaken, het kabinet geeft hieraan gehoor door dit in onderdelen uit tewerken: rond mentaal welzijn, nazorg en onderwijs/ontwikkeling.Daarnaast hebben getroffen jongeren de mogelijkheid hun jeugdbescher-mingsdossier in te zien en daarover in gesprek te gaan met de RvdK en/ofde GI’s. Ouders en jongeren kunnen een toelichting bij het dossier makenwaarin de impact en doorwerking van de toeslagenaffaire kan wordenbenoemd en hun perspectief kan worden opgenomen. Hieronder (onderB) wordt dit nader toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10948 A. Ontwikkelperspectief Het rapport van de commissie Hamer laat zien dat het toekomstper-spectief van uithuisgeplaatste kinderen is aangetast door een combinatievan factoren, zoals het verlies aan sociale relaties, vroegtijdige schoolver-lating en de geïsoleerde positie waarin zij terecht zijn gekomen. Hetrapport onderstreept daarom het belang om uithuisgeplaatste kinderentegemoet te komen in hun verminderde toekomstperspectief en ontwik-kelkansen die zij hebben gemist. Het kabinet wil samen met deze jongerenonderzoeken of en hoe een regeling geïntroduceerd kan worden diegericht is op een voorziening op het gebied van onderwijs en ontwik-keling. De verkenning moet uitwijzen of en hoe het mogelijk is aanbodvorm te geven dat aansluit bij de behoeften van deze jongeren, en opkorte termijn beschikbaar en uitvoerbaar is binnen de begroting van dehersteloperatie toeslagen. Een eventuele begrotingsmutatie zal te zijnertijd via het reguliere begrotingsproces aan de Kamer worden voorgelegd,zodat de Kamer hier als onderdeel van de besluitvorming haar budget-recht over kan uitoefenen.Zoals hierboven toegelicht onderschrijft het kabinet het doel van hetadvies van de commissie om jongeren zonder financiële belemmeringenontwikkelperspectief te bieden. Het kabinet focust daarbij op het facili-teren van ontwikkelmogelijkheden, zoals het volgen of hervatten van een(afgebroken) opleiding, en is daarbij niet voornemens om een aanvul-lende schuldenregeling te treffen. Te veel focus op het generiek kwijt-schelden van publieke schulden of studieleningen gaat voorbij aan dediversiteit binnen de groep getroffen jongeren. Het zou onrechtvaardigzijn ten opzichte van de grote variëteit aan situaties waarin er mogelijkgeen schulden maar wel opleidingswensen zijn, vanwege gemisteontwikkelkansen. Het kabinet wil dus maatwerk leveren op het gebied vanstudie en ontwikkeling op een manier waarbij bestaande studieschuldengeen belemmering zijn voor toekomstige opleidingen.Geen generieke kwijtschelding van (studie)schulden, maar weldoorbreken van barrières in individuele situaties. Aanvullend kan inspecifieke gevallen ook het aanvullend schuldhulpverleningsaanbod voorproblematische schulden en/of het maatwerk via DUO worden ingezet.Met het aanvullend schuldhulpverleningsaanbod helpen gemeentengetroffen jongeren met het oplossen van hun problematische schulden,omdat deze schulden het toekomstperspectief in de weg staan. Dit doengemeenten door deze schulden over te nemen middels een sanerings-krediet, dat vervolgens door het Rijk wordt betaald. Jongeren hoevenhierin dus geen financiële bijdrage te doen of af te lossen, anders dan bijde reguliere schuldhulpverlening. Uit een inventarisatie blijkt dat degemiddelde schuldenlast die wordt opgelost per jongere circa 18.000 eurobetreft. In combinatie met de voorziening voor ontwikkelperspectief achthet kabinet het huidige aanbod toereikend. Wel voert het kabinetverschillende verbeteringen in dit aanbod door, zoals toegelicht inparagraaf 2.1.B. Ondersteuningsteam De commissie Hamer benoemt expliciet de waarde van het Ondersteu-ningsteam (OT) en beveelt aan dit voort te zetten. Die aanbeveling neemthet kabinet over. Het OT is er om gedupeerde ouders én kinderen die temaken hebben gehad met een uithuisplaatsing te ondersteunen in hunherstel. Deze hulp was en is direct beschikbaar, ook voor jongeren. Datgeldt evenzeer als er geen sprake was van een gedwongen uithuis-plaatsing maar van een uithuisplaatsing in het vrijwillig pf semi-vrijwilligTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10949 kader. Ook als de kinderen inmiddels meerderjarig zijn, kan het OTondersteuning (blijven) bieden.Van de bijna 1.000 door het OT gestarte ondersteuningstrajecten sinds2022 gaat het tot nu toe in ongeveer een kwart van de gevallen omkinderen. Samen met de betrokken partijen brengen we het OT noggerichter en beter onder de aandacht bij kinderen en jongeren die metuithuisplaatsing te maken hebben (gehad). Onder meer door de GI’s en deRvdK bij lopende uithuisplaatsingen deze jongeren over het aanbod telaten informeren.C. Inzage, toelichting en gesprek bij afgesloten dossiers Kinderen en volwassenen die in het verleden te maken hebben gehad metkinderbeschermingsmaatregelen hebben recht op informatie over dezemaatregelen, zoals vastgelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag voorde Rechten van de Mens (EVRM).7 Het kunnen inzien van het eigendossier kan van grote betekenis zijn bij het begrijpen van wat er isgebeurd en kan zo een rol spelen in de verwerking van het verleden.Er bestaan reeds procedures bij GI’s en de RvdK om toegang te krijgen totde relevante dossiers. Daarbij hebben ouders en kinderen ook demogelijkheid om een toelichting toe te voegen aan het dossier. Hierin kande mening of reactie van ouders of kinderen worden vastgelegd zonderdat de inhoud van het dossier verandert. Het is belangrijk dat ouders enkinderen weten hoe een dossier kan worden opgevraagd en ingezien.In het bijzonder voor kinderen die zijn getroffen door de toeslagenaffaireen met uithuisplaatsing te maken hebben gehad, is een zorgvuldig enlaagdrempelig proces waarin een toelichting aan het dossier kan wordentoegevoegd belangrijk. In deze toelichting kan het perspectief van oudersof kinderen worden benoemd ook waar het de doorwerking van detoeslagenaffaire betreft. Met de GI’s, de RvdK en het Ondersteuningsteamwerken we een procedure rond inzage van dossiers uit waarin jongerenen/of ouders als zij dat willen met deze organisaties in gesprek gaan overde doorwerking van de toeslagenaffaire en indien gewenst een toelichtingkunnen toevoegen aan het dossier. Bij de verdere uitwerking hiervanbetrekken we ook jongeren zelf.D. Herbeoordeling in lopende dossiers Tijdens het tweeminutendebat Hersteloperatie kinderopvangtoeslag opdonderdag 10 april 2025 is door het lid Dijk een motie (Kamerstuk 31 066,nr. 1477) ingediend die het kabinet onder meer verzoekt «om gedupeerdeouders de mogelijkheid te geven om een multidisciplinaire analyse vanhun dossier te laten maken die kan leiden tot een herbeoordeling enhereniging van hun gezin». Deze motie vraagt ook om nader wetenschap-pelijk onderzoek, daar komen we later in deze brief op terug.Bij lopende uithuisplaatsingen vindt jaarlijks (of vaker, afhankelijk van deduur van de afgegeven machtiging) een beoordeling plaats als eenverlenging van de machtiging uithuisplaatsing aan de orde is. Daarnaasthebben alle ouders het recht een herzieningsverzoek in te dienen bij de GIof de rechter. Het OT informeert gedupeerde ouders die door hen7Zie o.a. EHRM 13 juli 1989, Gaskin t. het Verenigd Koninkrijk, nr. 10454/83, waarin het Hofoordeelde dat het recht op toegang tot persoonlijke gegevens in overheidsdossiers valt onderartikel 8 EVRM. Zie ook EHRM 28 oktober 1998, Guerra e.a. t. Italië, nr. 14967/89, waaruit volgtdat de overheid in bepaalde omstandigheden de positieve verplichting heeft om informatie teverstrekken die essentieel is voor het privéleven van betrokkene.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109410 ondersteund worden over deze mogelijkheid en kan daarbij ondersteunenals ouders dat willen.8Gedupeerde ouders kunnen ook een Verklarende analyse laten maken methulp van een externe deskundige om met alle betrokken partijen op eengestructureerde manier inzichtelijk te maken hoe problemen in het gezinzijn ontstaan en/of voortduren én welke factoren en omstandighedenverbetering mogelijk maken. Ouders kunnen dit ook benutten bij derechter als bijvoorbeeld over verlenging van ondertoezichtstelling enuithuisplaatsing wordt besloten. Verklarende analyses zijn geen formeelonderzoek of «second opinion», maar de verworven inzichten uit deverklarende analyse dragen bij aan het gezamenlijk formuleren en in gangzetten van concrete vervolgstappen.9De wettelijke mogelijkheid tot «contra-expertise» (veelal een onafhanke-lijke beoordeling door een externe deskundige), dat bij een herzienings-verzoek of verlenging machtiging uithuisplaatsing kan worden ingebracht,kan op dit moment niet of nauwelijks worden gebruikt. Dit is het gevolgvan onder meer het gebrek aan capaciteit en de lange wachttijden endoorlooptijden van dit deskundigenonderzoek. Naar aanleiding van degesignaleerde knelpunten is door het Ministerie van Justitie en Veiligheidin 2024 opdracht gegeven om de knelpunten in kaart te brengen en opzoek te gaan naar verbeteringen rond het deskundigenonderzoek inkinderbeschermingsprocedures. De verkenning is recent (juni 2025)opgeleverd en bevat verbeteringen die ertoe moeten leiden dat hetdeskundigenonderzoek eerder en sneller in het proces beschikbaar is,analyserend en verklarend van aard is en zo inhoudelijk betekenisvollerkan zijn voor kinderen en gezinnen. Een uitwerking hiervan volgt naarverwachting einde van dit jaar.Ook van het belang in dit kader is het zogenaamde «initiatief VanRaan-Peters», dat tot doel heeft om gedupeerde ouders die met uithuis-plaatsing te maken hebben, de mogelijkheid te bieden om kosteloos dooreen onafhankelijke gedragsdeskundige een contra-expertise te latenuitvoeren. De toenmalige Minister voor Rechtsbescherming heeft uwKamer daarover eerder geïnformeerd.10 We verwijzen naar de recentebeantwoording door de Staatssecretaris Rechtsbescherming vanKamervragen van het lid Koops hierover: na afronding van de eerste tweepilotzaken zal een evaluatie van dit initiatief worden gedaan. Over deuitkomsten daarvan wordt de Kamer eind 2025 geïnformeerd.E. Rechtsbijstand Een van de aanbevelingen van Commissie Hamer is uithuisgeplaatstejongeren toegang te geven tot kosteloze rechtsbijstand. De Staatssecre-taris Rechtsbescherming gaat hierover graag op korte termijn met dejongeren verder in gesprek om scherper te krijgen welke onderliggendebehoeftes hier spelen, waar belemmeringen optreden in het bestaandeaanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand dat ook voor hen beschikbaaris (bijvoorbeeld rond de eigen bijdrage voor gesubsidieerde rechtsbij-stand) en om te onderzoeken of bestaande regelingen voor alternatievegeschilbeslechting voldoen.8Zie de brief van de toenmalige Minister voor Rechtsbescherming van 3 juni 2022 overherziening bij lopende uithuisplaatsingen en wat daarin ten aanzien van gedupeerde ouders deextra inspanningen zijn (Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 31 066, nr. 1027)9Zie tweede voortgangsbrief UHP KOT (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 839, nr. 909)10Tweede Kamer, Vergaderjaar 2022–2023, 31 839, nr. 948.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109411 3. Leren en verbeteren Erkenning van leed en het leren van gemaakte fouten zijn cruciaal voor detoekomst. In de eerste plaats om recht te doen aan kinderen en gezinnendie hebben geleden onder de toeslagenaffaire en de uithuisplaatsingen. Inde tweede plaats om te voorkomen dat ouders en kinderen dit leed in detoekomst opnieuw ervaren. Om het functioneren van het stelsel vanjeugdbescherming te verbeteren, werkt het kabinet onder meer via hetToekomstscenario kind- en gezinsbescherming toe naar meer integraleondersteuning van gezinnen en huishoudens, met een centrale rol voorstevige lokale teams met oog voor veiligheid en een kwalitatief sterkRegionaal Veiligheidsteam. Het kabinet wil minder kinderbeschermings-maatregelen, en in het bijzonder minder uithuisplaatsingen. En als er tochingegrepen moet worden, moet dat met betere hulp voor het gezin enminder versnipperd.11 Bij de inzet van een jeugdbeschermingsmaatregelmoet altijd gewerkt worden aan de onderliggende problematiek, waarbijook oog moet zijn voor schuldenproblematiek. Die les uit de toeslagenaf-faire willen we breed met elkaar delen en vraagt iets van alle betrokkenpartijen.Een andere les die het kabinet trekt uit het rapport van de commissieHamer, maar ook uit eerdere rapporten over het stelsel van jeugdbe-scherming is dat de rechtsbescherming voor ouders en kinderen in dejeugdbescherming echt beter moet. Daartoe dient het wetsvoorstel «Wetter Versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming».Bovenstaande wordt hieronder verder uitgewerkt via de volgendethema’s:–Opvolging rapporten RvdK, Rechtspraak en GI’s–Integrale ondersteuning van gezinnen–Verbeteren rechtsbescherming in de jeugdbescherming–Zorgen voor cultuuromslag en zorgvuldige analyses–Aanvullend wetenschappelijk onderzoek–Benutten van expertise rond erkenning en herstel3.1 Opvolging rapporten RvdK, Rechtspraak en GI’s De reflectierapporten van de RvdK en de GI’s en het dossieronderzoek (enhet eerdergenoemde reflectierapport uit 2023) van de Rechtspraak geveninzicht in wat deze organisaties hebben geleerd over het leed van degedupeerde ouders en de getroffen jongeren die te maken hebben gehadmet een uithuisplaatsing, en over hun eigen rol hierin. De lessen zijnvertaald in verschillende aanbevelingen die opgevolgd worden of al zijnopgepakt. Hieronder wordt dit per organisatie kort toegelicht.A. Reflectierapport en dossieronderzoek Rechtspraak De Rechtspraak volgt de aanbevelingen op uit het reflectierapport «Rechtdoen aan kinderen en ouders» uit 2023 en het recente dossieronderzoek.Enkele concrete stappen zijn:–Afschaffing meldbriefprocedure (per juli 2024): zittingen worden nustandaard gepland.–Extra tijd per zaak: middelen zijn beschikbaar voor langere zittingen enreflectietijd.–Horen van kinderen vanaf 8 jaar in plaats van 12 jaar: per 1 juli 2025 isdit een landelijke norm.–Motivering van uitspraken: spoed- en verlengingsuitspraken wordennu schriftelijk gemotiveerd.11Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 1087.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109412 –Verbetering vindbaarheid van dossiers, waarbij digitalisering behulp-zaam zal zijn.B. Reflectierapport Raad voor de Kinderbescherming De RvdK heeft een deel van de aanbevelingen voortkomend uit hetonderzoek van de commissie Hamer en diverse reflectietrajectenovergenomen en verwerkt in een plan van aanpak dat nu wordt uitge-voerd:–Ondersteuning bij zaken waarin dupering door de toeslagenaffaire aande orde is, wordt sinds 2025 landelijk georganiseerd.–Vanaf zomer 2025 wordt in beschermingsonderzoeken explicietaandacht besteed aan signalen van armoede en financiële stress bijouders en kinderen.–Organisatiebreed wordt geïnvesteerd in het vergroten van kennis- engespreksvaardigheden via webinars, trainingen, kennisdeling enintervisie.–Er wordt op alle locaties bijscholing gegeven aan medewerkers,waarbij het gaat over de impact van geldzorgen bij gezinnen en hetsignaleren, bespreken en ondersteunen hiervan.–De RvdK zet zich in om samen met ketenpartners afspraken te makenover de instrumenten die in de hele keten gebruikt kunnen worden omfinanciële problematiek te signaleren en bespreekbaar te maken.C. Reflectierapport Gecertificeerde Instellingen De GI’s monitoren maandelijks de acties die voortkomen uit hun reflectie-rapport «Jeugdbescherming: als er sprake is van financiële problematiekbij ouders’12. Sinds januari 2025 is een werkgroep actief die werkt aan deopvolging van de aanbevelingen uit de eigen reflectie en andere recenterapporten.–Er is breed commitment over de visie op financiële problematiekbinnen jeugdbescherming die naar aanleiding van het reflectietraject isgeformuleerd.–De visie is: «We hebben als GI een verantwoordelijkheid in onze relatiemet gezinnen om aandacht te hebben voor financiële problematiek. Ditbetekent dat het doorvragen op financiële problematiek en hetorganiseren van of verwijzen naar de juiste hulp in het takenpakket vande jeugdbeschermer hoort.»–Deze visie wordt breed verspreid binnen de organisatie. Verdereuitwerking volgt van voorstellen rond bewustwording, kennisdeling enpraktische toepassing.–In overleg met ketenpartners worden samenwerking en afspraken rondfinanciële problematiek – in het verlengde van de geformuleerde visie– verder geconcretiseerd.3.2 Integrale ondersteuning van gezinnen Het rapport van de commissie Hamer laat zien dat complexe problematiekintegraal moet worden aangepakt. Het kabinet onderschrijft deze analyse.Jeugdzorg alléén kan geen antwoord bieden voor grote zorgen diekunnen spelen bij ouders, zoals schulden of psychische problemen. Deoplossing ligt in een samenhangende aanpak, waar de problemen ingezinnen vanuit verschillende domeinen integraal worden aangepakt. Hetis daarbij ook noodzakelijk om meer naar de oorzaken van problemen ingezinnen te kijken en niet alleen in te grijpen op de gevolgen. En ervoor te12Jeugdzorg Nederland, Jeugdbescherming; als er sprake is van financiële problematiek bijouders, december 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109413 waken dat er alleen over gezinnen met problemen wordt gesproken inplaats van met hen samen te werken aan duurzame oplossingen.Het Rijk ontwikkelt daarom, samen met de VNG, een brede agenda sociaaldomein waarin de domeinoverstijgende gezinsaanpak centraal staat.Hierin hebben onderwijs, bestaanszekerheid, hulp en ondersteuning eencentrale rol. Eind 2025 zijn de contouren van deze agenda gereed. Dedepartementen VWS en JenV werken daarnaast met de ministeries vanBZK, OCW en SZW aan een interdepartementale aanpak om gezinnen ineen kwetsbare positie meer preventief en integraal en daarmee beter teondersteunen. De Staatssecretaris Participatie en Integratie (SZW) heeft u– mede namens de Staatssecretaris Rechtsbescherming – over dezeaanpak geïnformeerd in de brief van 6 juni 2025 over het programmaArmoede en Schulden.13De jeugdsector moet zelf ook meer gezinsgericht gaan werken, zoals decommissie Hamer adviseert. In de Hervormingsagenda Jeugd zijn reedsafspraken gemaakt die ertoe moeten leiden dat hulpvragen steeds meerworden bekeken vanuit de context van de jeugdige. Dit is nader uitge-werkt in de eerdergenoemde voortgangsbrief Jeugd van 13 juni.3.3 Verbetering rechtsbescherming in de jeugdbescherming De commissie Hamer wijst op een ondermaatse rechtsbescherming in dejeugdbescherming voor kinderen en ouders, en sluit daarmee aan opeerdere rapporten, zoals de Eindevaluatie Wet herziening kinderbescher-mingsmaatregelen, het advies van de Commissie Van Dooijeweert en hetrapport Terugplaatsen na gedwongen uithuisplaatsing.14Om de rechtsbe-scherming van ouders en kinderen te verbeteren wordt momenteelgewerkt aan het wetsvoorstel «Wet ter Versterking van de rechtsbe-scherming in de jeugdbescherming». Over de voortgang van ditwetstraject heeft de Staatssecretaris Rechtsbescherming u geïnformeerdin de voortgangsbrief jeugdbescherming van 17 juni jl. Het wetsvoorstelversterkt de rechtsbescherming van kwetsbare gezinnen die te makenkrijgen met een kinderbeschermingsmaatregel, zodat zij beter wordengehoord, betrokken en ondersteund.Een van de doelen van dit wetsvoorstel is om terugplaatsing na uithuis-plaatsing te bevorderen. In het wetsvoorstel wordt het uitgangspunt van«werken aan thuisplaatsing» wettelijk vastgelegd. Bij het werken aanthuisplaatsing is omgang cruciaal. Mede daarom krijgt omgang in hetwetsvoorstel een veel prominentere plek bij uithuisplaatsing dan nu hetgeval is. Verder wordt de beslissing over het opvoedperspectief van deminderjarige expliciet bij de kinderrechter neergelegd (en dus niet alleenbij de GI gelaten). Vanaf het eerste verzoek tot een machtiging uithuis-plaatsing moet expliciet worden gemaakt wat het opvoedperspectief vaneen minderjarige is, waarbij het uitgangspunt is dat wordt gewerkt aanthuisplaatsing. Bij elke verlenging wordt het opvoedperspectief opnieuwexpliciet gemaakt. Hierdoor kan de kinderrechter sneller bijsturen als naarde visie van de GI het opvoedperspectief elders dan thuis ligt, maarbijvoorbeeld blijkt dat de mogelijkheden voor thuisplaatsing nogonvoldoende zijn onderzocht.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2024/2025, 24 515, nr. 79914M.R. Bruning e.a., Eindevaluatie Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen, Nieuwerechtsgronden in een haperend jeugdbeschermingsstelsel, Den Haag: WODC 2022, Advies-commissie rechtsbescherming en rechtsstatelijkheid in het Toekomstscenario kind- engezinsbescherming, Kinderen en ouders met recht goed beschermd, Den Haag 2024 en M.R.Bruning e.a., Terugplaatsing na gedwongen uithuisplaatsing, Den Haag: WODC 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109414 Ouders krijgen in het wetsvoorstel daarnaast een laagdrempelige ingangbij de kinderrechter om na gezagsbeëindiging een verzoek tot (wijzigingvan) omgang in te dienen. Daarnaast krijgen ouders kosteloze rechtsbij-stand in procedures uithuisplaatsing en gezagsbeëindiging. Verder wordtmomenteel onderzocht hoe kinderen standaard kunnen worden onder-steund bij procedures binnen de jeugdbescherming.15 Bij dit onderzoekworden nadrukkelijk ook kinderen en ervaringsdeskundigen betrokken. Deresultaten hiervan worden na de zomer verwacht.3.4 Zorgen voor cultuuromslag en zorgvuldige analyses De commissie Hamer wijst op een benodigde cultuuromslag binnen Rijk,gemeenten en ketenpartners, waarbij vertrouwen in kinderen en hunouders centraal staat. Er moet meer oog zijn voor de kracht van kinderenen ouders in plaats van hun tekorten, en professionals moeten de ruimtekrijgen om een zorgvuldige analyse van de gezinssituatie te (laten) makenvoordat beslissingen worden genomen. Het kabinet onderschrijft dezeaanbevelingen van de commissie die aansluiten bij andere recenterapporten over het functioneren van het stelsel van jeugdzorg enjeugdbescherming en realiseert zich ook dat dit een proces van langeadem is.De commissie Hamer geeft aan dat gedupeerde jongeren en ouders vanharte bereid zijn om met betrokken instanties en professionals in hunregio in gesprek te gaan over hoe de hulpverlening aan gezinnen enjeugdbescherming anders en beter kan. Het kabinet neemt dit aanbodgraag aan. De komende periode werken we uit hoe zij input kunnen gevenaan de professionals over de benodigde cultuurverandering. Hierinbetrekken we ook de lessen van het Ondersteuningsteam.A. Handelingskader en verbeteren feitenonderzoek In het kader van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordteen uniform richtinggevend handelingskader ontwikkeld voor professi-onals. Een andere grondhouding staat hierin centraal: integraal systeem-en mensgericht werken wordt het uitgangspunt. Onderdeel van dit kaderwordt onder meer een module voor verklarende analyses, zodat dezemeer wijdverbreid en meer uniform kunnen worden ingezet. Ook wordenrichtsnoeren geboden voor de kwaliteit van onderzoek voordat hierop eenadvies aan de rechter kan worden gebaseerd. Daarnaast wordt in het«Vervolgtraject verbeteren feitenonderzoek» door Veilig Thuis, GI’s en deRvdK gewerkt aan verbeteringen in de kwaliteit van de besluitvorming. Ikverwijs u naar de recente jeugdbeschermingsbrief van 17 juni waarin ditverder is toegelicht.B. Lessen Ondersteuningsteam De afgelopen jaren heeft het OT intensief samengewerkt met ouders enjongeren in de jeugdbeschermingsketen. Op basis van die praktijkervaringheeft het OT lessen geformuleerd die onder andere gaan over degewenste basishouding binnen de jeugdbescherming, over mensgerichten traumasensitief werken en het betrekken van verschillende levensdo-meinen. Het OT draagt die visie en lessen op verschillende manierenactief uit, onder meer via trainingen voor professionals en studenten envia werksessies voor professionals, beleidsmedewerkers, managers enbestuurders, zodat huidige en toekomstige professionals in de jeugdzorgen jeugdbescherming hiervan leren en hierdoor geïnspireerd worden en15Kamerstukken II 2024/25, 31 839, nr. 1035Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109415 ouders en kinderen binnen de jeugdbescherming beter geholpenworden.163.5 Aanvullend wetenschappelijk onderzoek De eerdergenoemde motie Dijk c.s. verzoekt het kabinet naast «herbeoor-deling» ook om aanvullend wetenschappelijk onderzoek te laten doennaar de totstandkoming van de uithuisplaatsingen in het toeslagen-schandaal en de lessen die hieruit getrokken kunnen worden. Zoalstoegezegd in de appreciatie van de motie door de StaatssecretarisRechtsbescherming, is gesproken met relevante partijen, waaronder deonderzoeksgroep van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), het CentraalBureau voor de Statistiek (CBS) en het Wetenschappelijk Onderzoek- enDatacentrum (WODC).17Op het punt van herbeoordeling van dossiers van door de toeslagenaf-faire gedupeerde ouders is hiervoor (zie paragraaf 2.2 onder D) alingegaan. Het is belangrijk om onafhankelijke herbeoordeling vandossiers vanuit gedragsdeskundige expertise niet te verwarren of tevermengen met onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Zowelherbeoordeling als wetenschappelijk onderzoek zijn belangrijk ennoodzakelijk, maar ze zijn in methode en doelstelling wezenlijkverschillend.Het onderzoek van de commissie Hamer heeft duidelijke conclusiesgetrokken over de relatie tussen de toeslagenaffaire en de uithuisplaat-singen: de terugvordering door de Belastingdienst heeft een grote rolgespeeld bij de problemen van de gezinnen en daarmee ook bij deuithuisplaatsingen van de kinderen. Veel van de uithuisplaatsingenhadden niet hoeven plaatsvinden als eerder was gesignaleerd wat erspeelde aan een opeenhoping van problemen.Het kabinet omarmt deze conclusies en daarmee is de onderzoeksvraaguit het onderzoeksvoorstel van de RUG uit 202218 minder relevantgeworden. De vraag of er een causaal verband is geweest tussen deschulden als gevolg van de terugvordering van toeslagen en de kinderbe-schermingsmaatregelen staat niet meer ter discussie; het kabinet erkent inlijn met de bevindingen van de commissie Hamer dat de schulden in demeeste gevallen een omstandigheid zijn geweest die in negatieve zinheeft bijgedragen aan het ingrijpen door de overheid door middel van eenkinderbeschermingsmaatregel.De conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek van de commissie ende reflecties van de organisaties – en ook de bevindingen uit het eerderge-noemde rapport over terugplaatsing bij uithuisplaatsing – maken duidelijkdat nader wetenschappelijk onderzoek nodig is dat ziet op de inhoudelijkegrondslagen en voorwaarden voor overheidsingrijpen in gezinnen enhuishoudens. Het onderzoek van de commissie Hamer laat zien datjeugdbeschermingsmaatregelen zijn ingezet, terwijl gezinsgerichtemaatregelen op het wegnemen van schulden of inzet van hulpverleningverdere verergering van problemen en – in het verlengde daarvan –uithuisplaatsingen had kunnen voorkomen. Dit gegeven noodzaakt totherbezinning op de vraag welke waarden overheidsinterventies in eengezin rechtvaardigen en wat de legitimiteit is van de overheid om burgerste dwingen tot een vorm van bescherming.16Zie voor een overzicht van het aanbod: https://hetondersteuningsteam.nl/trainingen/17Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 11.18https://www.rug.nl/rechten/actueel/220523-rug-onderzoek-verband-toeslagenaffaire-en-uithuisplaatsingen-def.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109416 Ook nader onderzoek is nodig naar de effecten van uithuisplaatsingen enterugplaatsingen op ouders en kinderen en welke hulp aan oudersbevorderlijk is in het tot stand brengen van een duurzame terugplaatsing.De Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft het WODC gevraagdbovenstaande te (laten) onderzoeken en zal de Kamer via de eerstvol-gende voortgangsbrief Jeugdbescherming informeren over de concreteonderzoeksvragen en de planning van deze onderzoeken.3.6 Benutten van expertise rond erkenning en herstel Onder regie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties is een programma Erkenning en Herstel ingericht om het lerendvermogen van de overheid te verbeteren. Dit Rijksbrede programma richtzich op het delen van ervaringen en het verbeteren van wetgeving, beleiden de cultuur binnen de overheid, onder meer via een kennisnetwerk. Inde kabinetsreactie van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties op het rapport van de Nationale ombudsman «Herstel bieden;een vak apart»19 is toegelicht dat de overheid hiermee lessen uithersteltrajecten wil ophalen en structureel en breed toegankelijk maken endaarmee het lerend vermogen van de overheid vergroten.20 De geleerdelessen die onder andere via dit kennisnetwerk zijn gedeeld heeft hetkabinet meegenomen in deze beleidsreactie en zullen ook worden benutin de verdere uitwerking en uitvoering van de verschillende maatregelen.AfsluitingHet rapport van de commissie Hamer geeft een schrijnend en eerlijk beeldvan de vaak blijvende schade die door de toeslagenaffaire en de uithuis-plaatsingen is aangericht. Deze jongeren dragen de negatieve impact nogelke dag met zich mee. Tegen hen zeggen we: wij zien en horen jullie enwe erkennen dat er door toedoen van de overheid veel leed is aangerichtin jullie leven.Samen met de jongeren en de betrokken organisaties gaan we aan deslag om de maatregelen en acties in deze brief verder uit te werken inconcrete acties en stappen. Wij zullen de Kamer voor het einde van 2025informeren over de voortgang via de reguliere voortgangsbrieven over dehersteloperatie toeslagen en jeugd(bescherming).De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenDe Staatssecretaris van Financiën,S.T.P.H. PalmenDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.Z.C.M. Tielen19Nationale ombudsman, Herstel bieden: een vak apart. Een vergelijkend onderzoek naar tienhersteltrajecten, 24 oktober 202320Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 047, nr. 28. Zie ook: het «Afwegingskaderonverplicht overheidshandelen bij klemmende situaties» van de Raad van State dat isgepubliceerd op 26 mei 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109417

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9633e5d3b2777bb2

14 okt 2026 · 2eedb10ebf504a05

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.