Kamerstuk · 6 okt 2026 · Tweede Kamer
Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026
Brontekst
INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 2 oktober 2026 inzake de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026, de brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat d.d. 1 september 2026 inzake de reactie op de SER-brief over de kwaliteit van EU-regelgeving (Kamerstuk 22112, nr. 4425) en de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 14 oktober 2026 inzake het verslag van de informele Raad Algemene Zaken van 3 en 4 september 2026 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3471). De voorzitter van de commissie, Van Meetelen Adjunct-griffier van de commissie, Moonen Inhoudsopgave I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower II Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026. Deze leden hebben hierover de volgende vragen. De leden van de D66-fractie zijn blij met de vooruitgang die er in Hongarije wordt geboekt als het gaat om het herstellen van de rechtsstaat, maar maken zich tegelijkertijd zorgen over het te snel vrijgeven van bevroren middelen. Hoeveel van de € 32 miljard die na 2022 aan Hongaarse middelen is bevroren, is nu nog niet ontdooid? Deelt de minister de mening van de advocaat-generaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU) en van ngo’s dat pas sprake kan zijn van terugbetaling als hervormingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden? Welke zorgen over de rechtsstaat in Hongarije resteren nog? Is de verwachting dat de artikel 7-procedure tegen Hongarije binnenkort wordt opgeheven? Zo ja, op welke termijn en welke procedure dient hiertoe gevolgd te worden? De leden van de D66-fractie hebben vernomen dat de Europese Commissie dinsdag naar verwachting zal komen met een pakket maatregelen op het gebied van EU-uitbreiding en hervormingen. Hoe beoordeelt de minister dit pakket en elk van de daarin opgenomen maatregelen? Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda ter voorbereiding op de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026. Deze leden hebben naar aanleiding van deze agenda nog enkele vragen. Meerjarig Financieel Kader De leden van de VVD-fractie constateren dat het tijdens deze Raad onder andere zal gaan over de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Deze leden onderschrijven de inzet van de minister om de omvang van het MFK te verlagen en de korting die Nederland ontvangt op de afdracht op basis van het bruto nationaal inkomen (BNI) te behouden. In hoeverre heeft de minister de periode tussen de vorige en de aanstaande ‘negobox’ gebruikt om meer lidstaten te vinden die samen met Nederland kunnen optrekken bij deze onderhandelingsinzet? Is de minister daarnaast, net als deze leden, van mening dat het uiteindelijke onderhandelingsresultaat belangrijker is dan de snelheid waarmee overeenstemming over een nieuw MFK wordt bereikt? Welke positie neemt de minister voorts in bij de discussie over het individueel beoordelen van elk eigen middel ten opzichte van het beoordelen van de eigen middelen als één geheel pakket? Hoe kijken andere lidstaten tegen deze discussie aan? Artikel 7-procedure Hongarije De leden van de VVD-fractie verwelkomen net als de minister de stappen die Hongarije heeft gezet op het gebied van de rechtsstaat. Deze leden willen hierbij echter voorkomen dat Hongarije, om wat voor reden dan ook, op lange termijn terugvalt. Hoe is de minister van plan om er, samen met andere EU-lidstaten, op toe te zien dat Hongarije zich ook op lange termijn blijft inzetten voor onder andere een onafhankelijke rechtspraak, het tegengaan van corruptie en ruimte voor het maatschappelijk middenveld? Hoe kijkt de minister daarnaast aan tegen het advies van de advocaat-generaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin wordt gesteld dat er pas sprake kan zijn van het uitbetalen van EU-middelen nadat de voorgestelde hervormingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden? In hoeverre is het daarnaast mogelijk om aan een eventuele terugval snel opnieuw financiële consequenties te verbinden voor Hongarije? Heeft de minister nog steeds zorgen over de situatie van de rechtsstaat in Hongarije, of meent de minister dat de belangrijkste problemen inmiddels zijn opgelost? Ziet de minister, gezien het feit dat Hongarije de weg omhoog gevonden heeft, de komende periode ook politieke ruimte om de artikel 7-procedure te hervormen? Buitenlandse inmenging en inclusieve democratische participatie De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een weerbare democratie en een stevige aanpak van buitenlandse inmenging. Kan de minister concreet toelichten welke maatregelen de minister voornemens is te nemen op het gebied van vroegtijdige detectie en informatie-uitwisseling en het transparanter maken van AI-gegenereerde inhoud en politieke advertenties, en kan de minister hierbij ook ingaan op de bevoegdheidsverdeling tussen het nationale en het Europese niveau? Hoe waakt de minister ervoor dat de Europese Commissie op dit dossier niet onnodig bevoegdheden naar zich toetrekt? Hoe wordt tevens gewaarborgd dat maatregelen tegen schadelijke beïnvloeding niet leiden tot een beperking van legitieme politieke uitingen en de vrijheid van meningsuiting? Hoe beoordeelt de minister tot slot de voorgestelde stimulering van burgerpanels en andere participatievormen in relatie tot de nationale bevoegdheden en de vertegenwoordigende en controlerende rol van het parlement? Regeldruk De leden van de VVD-fractie verwelkomen het Oostenrijks-Italiaanse initiatief om de Europese regeldruk terug te dringen en het concurrentievermogen te versterken. Kan de minister toelichten hoe de minister de oproep tot het tegengaan van gold-plating beoordeelt en welke concrete stappen Nederland hiervoor in eigen land en in Europees verband wil zetten? Steunt de minister daarnaast de voorgestelde ‘evaluation-first’-aanpak, waarbij bestaande regelgeving systematisch wordt geëvalueerd voordat nieuwe regels worden voorgesteld? In hoeverre is zo’n aanpak niet alleen interessant voor Europese wetgeving, maar ook voor wetgeving op nationaal niveau? Tot slot vragen deze leden hoe de minister erop toeziet dat effectbeoordelingen daadwerkelijk inzicht geven in de gevolgen voor regeldruk en concurrentiekracht en dat subsidiariteit en proportionaliteit leidend zijn bij nieuwe EU-regelgeving. EU-toetredingsproces Albanië De leden van de VVD-fractie constateren dat de minister in de geannoteerde agenda impliceert dat de minister nog niet volledig overtuigd is van het trackrecord van Albanië op het gebied van de rechtsstaat. Waar ziet de minister op dit moment nog verbeterpunten? Kan de minister daarnaast nader aangeven hoe de minister zich zal opstellen indien er een intergouvernementele conferentie (IGC) wordt georganiseerd? Hoe reflecteert de minister tot slot op de demonstraties die sinds deze zomer plaatsvinden in Albanië? Hoe verhoudt het geweld van de Albanese politie tijdens deze demonstraties zich tot de criteria van Kopenhagen waaraan Albanië moet voldoen voor het EU-lidmaatschap? Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen. De leden van de PRO-fractie lezen dat Merz en Macron deze week een brief aan Von der Leyen hebben gestuurd over de opstelling van de EU tegenover handelsagressie door derde landen. Deze leden constateren dat Frankrijk en Duitsland hierover lange tijd van mening verschilden, maar nu een gezamenlijke strategie voor handelsblokken zoals China voorstaan. Zij vragen of de minister zich bij deze oproep kan aansluiten. Welke aanvullende instrumenten verwacht de minister nu er eensgezindheid bestaat over de aanpak van agressieve handelsblokken, en op welke termijn kunnen deze worden ingezet? De leden van de PRO-fractie lezen dat er gesprekken zullen plaatsvinden over de uitbreiding van de EU. Op het moment van schrijven zijn de officiële plannen van de Europese Commissie nog niet gepubliceerd, maar wordt in de media al over enkele maatregelen bericht. Deze leden onderschrijven dat de Europese Unie, gelet op het geopolitieke klimaat, niet langer kan aarzelen met de toetreding van landen die aan de Kopenhagencriteria voldoen. Zij vragen wat de positie van de minister is ten aanzien van de voorgestelde hervormingen rond de uitbreiding van de EU. Ook achten zij het noodzakelijk om vaart te houden in het toetredingsproces van Montenegro, zodat opnieuw onderhandelingshoofdstukken kunnen worden gesloten. Is de minister bereid zich sterker in te zetten voor het toetredingsproces van Montenegro? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? De leden van de PRO-fractie zien dat de discussie over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) steeds complexer wordt en dat het Ierse voorzitterschap voor een grote uitdaging staat bij het opstellen van een nieuwe onderhandelingsbox. Deze leden zien het risico dat een verlaging van het MFK – waar ook Nederland om heeft gevraagd – ten koste gaat van de modernisering ervan. Directeur van het Centraal Planbureau (CPB) Pieter Hasekamp beschrijft dit risico en vreest dat slechts beperkte vooruitgang zal worden geboekt. Hoe beoordeelt de minister dit risico? Is de minister bereid zich bij de onderhandelingen sterker in te zetten voor de modernisering van het MFK en de nadruk te verleggen van de omvang naar de inrichting ervan? Zij zouden het een gemiste kans vinden als bij het nieuwe MFK geen echte moderniseringsslag wordt gemaakt als gevolg van de zuinige opstelling van onder andere Nederland. De leden van de PRO-fractie lezen dat tijdens de Raad Algemene Zaken (RAZ) zal worden gesproken over de artikel 7-procedure. Deze leden vinden het terecht dat deze procedure nog niet wordt beëindigd, aangezien nog niet aan alle voorwaarden daarvoor is voldaan. Zij wijzen bijvoorbeeld op de anti-LHBTI-bepalingen in de ‘Child Protection Act’ en op formuleringen in de Hongaarse grondwet die zouden kunnen worden gebruikt om Pride-evenementen te verbieden. Is de minister het met deze leden eens dat op deze punten nog stappen nodig zijn, en is de minister bereid dit tijdens de RAZ aan de orde te stellen? Hoe beoordeelt de minister de vastgestelde schendingen van het recht op asiel in Hongarije? Moeten op dit punt volgens de minister eveneens nog stappen worden gezet? De leden van de PRO-fractie hebben vernomen dat het Europees Parlement nog geen uitnodiging heeft ontvangen om verkiezingswaarnemers naar de Servische parlementsverkiezingen te sturen. Deze leden vragen of dit bij de minister bekend is. Zij vragen tevens of de minister bereid is hier in bilaterale contacten op aan te dringen. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026. Deze leden hebben hierover de volgende vragen. Meerjarig Financieel Kader De leden van de CDA-fractie vragen of de minister kan aangeven wat in de herziene onderhandelingsbox de belangrijkste veranderingen zijn ten opzichte van de vorige versie en hoe de minister deze beoordeelt vanuit de Nederlandse inzet. Voorbereiding Europese Raad 15 en 16 oktober De leden van de CDA-fractie lezen dat op de agenda van de Europese Raad onder andere EU-uitbreiding en hervormingen staan. De minister wijst in de kabinetsreactie op het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) over EU-uitbreiding op de absorptiecapaciteit van de Unie. De minister noemt in dat verband onder meer hervorming van artikel 7, meer besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid in het buitenlands beleid, een kleinere Commissie en zelfs de mogelijkheid van een tijdelijke beperking van het stemrecht van nieuwe lidstaten op terreinen waar unanimiteit geldt. Deze leden vragen welke interne EU-hervormingen volgens de minister in ieder geval geregeld moeten zijn voordat nieuwe landen daadwerkelijk kunnen toetreden. Wat is daarbij de Nederlandse prioriteitsvolgorde op het gebied van rechtsstaat, begroting en besluitvorming? De leden van de CDA-fractie constateren dat in de reactie op het AIV-advies daarnaast staat dat kandidaat-lidstaten al vóór toetreding steeds meer aan de EU kunnen deelnemen. Dat moet de prikkel om hervormingen uit te voeren versterken en mag volwaardig lidmaatschap niet vervangen. Deze leden vragen of de minister concreet kan maken aan welke voorwaarden geleidelijke integratie wordt gekoppeld en wanneer verkregen voordelen weer kunnen worden opgeschort. De leden van de CDA-fractie stellen dat de Europese Commissie volgens berichtgeving in de media met een voorstel zou komen om kandidaat-lidstaten toegang tot de interne markt te geven, zolang die landen zich onder andere conformeren aan de doelstellingen van het buitenlandbeleid van de EU. Deze leden vragen of het klopt dat dit voorstel zal worden gedaan. Zo ja, wat is de reactie van de minister op dit voorstel? Voor welke kandidaat-lidstaten zou deze vroegtijdige markttoegang volgens de minister kunnen gelden? Artikel 7-procedure Hongarije De leden van de CDA-fractie onderschrijven dat herstel van de rechtsstaat in Hongarije duurzaam en aantoonbaar moet zijn. Deze leden lezen dat de Hongaarse regering sinds mei verschillende hervormingen heeft doorgevoerd, maar dat de minister beëindiging van de artikel 7-procedure nog niet aan de orde vindt. Zij vragen of de minister concreet kan aangeven welke hervormingen nog ontbreken voordat volgens Nederland sprake kan zijn van voldoende duurzaam herstel van de rechtsstaat. EU-wetgevingsprioriteiten en One Europe, One Market De leden van de CDA-fractie vragen welke concrete resultaten de minister in 2026 nog verwacht te bereiken met de One Europe, One Market Roadmap. Kan de minister aangeven welke voortgang wordt geboekt bij de aanpak van territoriale leveringsbeperkingen? Ligt het aangekondigde Commissievoorstel voor het vierde kwartaal van 2026 nog op schema? Wanneer verwacht de minister hierover concrete Europese voorstellen? Zet de minister daarbij in op een bindend wetgevend instrument? EU-toetredingsproces Montenegro: onder voorbehoud sluiten van 7 hoofdstukken De leden van de CDA-fractie lezen in de reactie op het AIV-advies over EU-uitbreiding dat Nederland inzet op een nieuwe generatie toetredingsverdragen met stevigere rechtsstatelijke waarborgen, waaronder een zogenoemde non-regressiebepaling die terugval na toetreding moet tegengaan. Ook denkt de minister aan een koppeling met financiële instrumenten. Deze leden vragen welke van deze waarborgen de minister concreet wil opnemen in het toekomstige toetredingsverdrag met Montenegro. Daarnaast noemt de minister naar aanleiding van het AIV-advies mogelijke overgangstermijnen voor onder meer EU-fondsen en het vrije verkeer van werknemers. Zij vragen of de minister kan aangeven of dergelijke overgangstermijnen ook voor Montenegro worden overwogen en op basis van welke criteria hierover wordt besloten. EU-toetredingsproces Albanië: onder voorbehoud sluiten van 1 hoofdstuk De leden van de CDA-fractie vragen of de minister kan aangeven welke concrete tekortkomingen van Albanië op onder meer het gebied van de rechtsstaat, corruptiebestrijding, georganiseerde misdaad en fundamentele rechten volgens Nederland nog moeten worden aangepakt voordat verdere stappen in het toetredingsproces mogelijk zijn. EU-toetredingsproces Oekraïne en Moldavië De minister geeft in de reactie op het AIV-advies aan open te staan voor verdere geleidelijke integratie van kandidaat-lidstaten, zo lezen de leden van de CDA-fractie. Deze leden vragen welke vormen van verdere geleidelijke integratie voor Oekraïne en Moldavië volgens de minister wenselijk zouden zijn. Aan welke concrete hervormingsvoorwaarden worden deze gekoppeld en hoe wordt voorkomen dat geleidelijke integratie een alternatief wordt voor het reguliere toetredingsproces? Deze leden vragen ten slotte hoe de financiële en institutionele impact van een eventuele Oekraïense toetreding wordt meegenomen in de onderhandelingen over het volgende MFK. Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie De leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026. Deze leden hebben hierover enkele vragen en opmerkingen. Omvang en modernisering van het MFK De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de brief die Nederland samen met Duitsland, Denemarken, Zweden, Finland en Oostenrijk aan het Ierse voorzitterschap heeft gestuurd over het toekomstige Meerjarig Financieel Kader (MFK). Zeer terecht stellen deze landen dat de door de Europese Commissie voorgestelde nominale toename van circa 60 procent ten opzichte van het huidige MFK economisch en politiek onrealistisch is. Deze leden juichen deze stellingname toe en koesteren de wens dat deze groep zuinige landen vasthoudt aan haar inzet. Kan de minister herbevestigen dat er momenteel geen enkel voorstel op tafel ligt waarvoor Nederlandse instemming aan de orde kan zijn? Tegelijkertijd lezen de leden van de JA21-fractie in de gezamenlijke brief aan de Taoiseach dat de betrokken landen zich al expliciet hebben neergelegd bij een MFK dat groter is dan het huidige. Wat deze leden betreft, bestaan er geen taboes over de terreinen waarop binnen het MFK kan worden bezuinigd en had met scherpe inhoudelijke keuzes zelfs een vermindering van de omvang van het huidige MFK kunnen volstaan. Deelt de minister de mening dat de omvang van het huidige MFK met de juiste, scherpe keuzes had kunnen volstaan voor het volgende MFK? In dit kader wordt ook veel gesproken over de ‘modernisering’ van de Europese begroting. Welke exacte definitie hanteert de minister voor ‘modernisering’ in de context van het volgende MFK? Kan modernisering volgens de minister ook expliciet een afname van de totale omvang van het MFK betekenen? De leden van de JA21-fractie constateren dat tegenover de ‘zuinige zes’ inmiddels een brief van de zogenoemde Friends of Cohesion staat, die juist oproepen landbouw- en cohesie-uitgaven te ontzien en daarbij nadrukkelijk spreken over Europese solidariteit. Deze leden wijzen erop dat de zes landen die aandringen op begrotingsdiscipline samen circa 40 procent van de nationale bijdragen aan de EU-begroting voor hun rekening nemen en ook bij Oekraïnesteun en ontwikkelingshulp tot de grootste financiers behoren. Deelt de minister de opvatting dat Europese solidariteit niet kan betekenen dat dezelfde nettobetalers structureel een steeds groter deel van de rekening dragen? En is de minister bereid zich ertegen te verzetten dat landbouw- en cohesie-uitgaven bij voorbaat buiten de bezuinigingsopgave worden geplaatst? Onderhandelingsruimte en Nederlandse inzet De leden van de JA21-fractie vernamen voorts uit de Miljoenennota 2027 dat de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken de komende jaren met circa € 5 miljard oploopt, voornamelijk als gevolg van de stijging van de geraamde Nederlandse afdrachten aan de Europese Unie. Deze leden begrijpen uiteraard dat de minister, vooruitlopend op een akkoord over het toekomstige MFK, een technische budgettaire raming voor de komende jaren moet opnemen. Tegelijkertijd kan een dergelijke raming vragen oproepen over de feitelijke onderhandelingsinzet van Nederland. Hoe heeft de minister de budgettaire invulling van de EU-afdrachten voor de jaren vanaf 2028 precies berekend? Van welke totale omvang van het toekomstige MFK, in euro’s en als percentage van het Europese bruto nationaal inkomen (BNI), gaat deze raming uit? En hoeveel mag het toekomstige MFK volgens de minister maximaal toenemen ten opzichte van het huidige MFK, zowel in absolute als procentuele zin? Afgaand op deze begrotingscijfers neemt de begroting van Buitenlandse Zaken richting 2030 immers met grofweg 40 procent toe ten opzichte van 2026. Eigen middelen en Global Europe Mede in het licht van de onderhandelingen zijn de leden van de JA21-fractie benieuwd naar de uitvoering van de aangenomen motie-Hoogeveen over het vereiste dat de introductie van nieuwe eigen middelen per saldo niet mag leiden tot een verslechtering van de Nederlandse nettobetalingspositie (Kamerstuk 21501-02, nr. 3402). Heeft de minister deze eis inmiddels als harde Nederlandse inzet in de onderhandelingen ingebracht? Zo ja, op welke wijze? Kan de minister tevens bevestigen dat Nederland niet zal instemmen met een pakket aan nieuwe eigen middelen dat per saldo leidt tot een verslechtering van de Nederlandse nettobetalingspositie? Ten slotte vragen deze leden hoe de minister uitvoering geeft aan de aangenomen motie-Hoogeveen/Boomsma om te bevorderen dat migratiebeperking expliciet en toetsbaar in Global Europe wordt verankerd (Kamerstuk 21501-04, nr. 296). Op welke concrete wijze heeft de minister dit onderdeel gemaakt van de Nederlandse onderhandelingsinzet en aan welke voorwaarden moet de uiteindelijke vormgeving van Global Europe volgens de minister voldoen om uitvoering te geven aan deze motie? Interne markt en kandidaat-lidstaten Daarnaast hebben de leden van de JA21-fractie kennisgenomen van berichtgeving van Politico dat de Europese Commissie kandidaat-lidstaten reeds vóór volledige toetreding verdergaande toegang wil bieden tot de Europese interne markt, onder meer door middel van verdere handelsintegratie en toegang tot Europese onderzoeks- en innovatieprogramma’s. Hoe beoordeelt de minister deze voorgenomen stapsgewijze toegang tot de interne markt? Welke onderdelen van de interne markt zouden volgens de minister reeds vóór het daadwerkelijke EU-lidmaatschap voor kandidaat-lidstaten kunnen worden opengesteld en welke nadrukkelijk niet? Kan de minister daarnaast bevestigen dat verdergaande economische integratie geen vervanging mag worden voor het doorlopen van de bestaande toetredingsvoorwaarden en evenmin mag leiden tot een feitelijk EU-lidmaatschap via de achterdeur voordat aan alle toetredingscriteria is voldaan? Vermindering Europese regeldruk Ten slotte hebben de leden van de JA21-fractie met instemming kennisgenomen van het Oostenrijks-Italiaanse initiatief om de Europese regeldruk te verminderen, onder meer door een evaluation-first-aanpak, een ‘pauzejaar’ voor nieuwe regelgeving en een pleidooi tegen goldplating. Kan de minister aangeven of en, zo ja, op welke onderdelen Nederland dit initiatief steunt? Hoeveel zou vermindering van goldplating kunnen bijdragen aan de Europese en Nederlandse concurrentiekracht? Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower De leden van de Groep Markuszower vragen welke gevolgen het gebruik van de euro door Montenegro heeft voor de stabiliteit van de euro en de rentestand. Deze leden merken daarbij op dat de invoering van de euro in andere Balkanlanden volgens hen heeft geleid tot hoge inflatie en een afname van de koopkracht. In dat licht roepen zij de minister op zich terughoudend op te stellen ten aanzien van de toetreding van Montenegro. Hetzelfde geldt volgens hen voor de toetreding van Albanië. Zij vragen daarnaast welk effect de hoge mate van corruptie in Albanië zal hebben op de stabiliteit en veiligheid van de Europese Unie. Zolang deze vragen niet zijn beantwoord, roepen zij de minister op zich uit te spreken tegen verdere uitbreiding van de Europese Unie door toetreding van Montenegro en Albanië. De leden van de Groep Markuszower roepen de minister op zich te verzetten tegen verdere stappen in de toetredingsprocedure voor Oekraïne. Deze leden vinden dat een land dat in oorlog is met de grootste kernmacht ter wereld niet, ook niet versneld, tot de Europese Unie zou moeten toetreden, omdat dit volgens hen tot escalatie van het conflict kan leiden. Zij wijzen daarnaast op zorgen over corruptie in Oekraïne die vergelijkbaar zijn met hun zorgen over Albanië. Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken 2
Versie 64b5f0209e5416a4c654ea514c08af85cd8dcfeae86375ddb8f4d85561b08a49 · Officiële bron.
Gegevens
- Soort document
- Inbreng verslag schriftelijk overleg
- Datum
- 6 oktober 2026
- Vergaderjaar
- 2026-2027
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.