KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde agenda JBZ-Raad 12-13 december 2024

3 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c7f0dc7d53ee4507 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 317JBZ-RaadNr. 907 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID EN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 december 2024Hierbij bieden wij uw Kamer, mede namens de Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, de geannoteerde agenda aan van de RaadJustitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) op 12 en 13 december 2024 inBrussel. De Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Asiel enMigratie en de Staatssecretaris Rechtsbescherming zullen hier aandeelnemen.Ook informeren wij uw Kamer over de migratiesamenwerking metMarokko, minimumduur van het inreisverbod en de herziening vanterugkeerwetgeving.Verder ontvangt uw Kamer hierbij een korte appreciatie van het Niinistö-rapport «Safer Together: Strengthening Europe’s Civilian and MilitaryPreparedness and Readiness» en wordt er vooruitgeblikt op tweebijeenkomsten rondom de JBZ-Raad waaraan de Minister van Justitie enVeiligheid deelneemt. Tot slot ontvangt u het derde kwartaaloverzicht vanEU-wetgeving op terrein van AenM en JenV.Voortgang migratiesamenwerking met MarokkoVia deze weg informeert het kabinet uw Kamer, conform de toezeggingvan de voormalig Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 6 juni2023, over de stand van zaken in de migratiesamenwerking met Marokko.In juli 2021 ondertekenden Marokko en Nederland een bilateraal actieplandat de basis heeft gevormd voor de brede en goede relatie die Marokkoen Nederland op dit moment hebben, waaronder op het gebied vanmigratie. In overleggen op hoogambtelijk niveau (Groupe MigratoireMixte Permanente, «GMMP») maken beide landen afspraken overuiteenlopende onderwerpen op het gebied van migratie, waaronder deterugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers, grensmanagement,alleenstaande minderjarige vreemdelingen en legale migratie. kst-32317-907ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9071 Op 7 oktober jl. vond de vijfde editie van het GMMP plaats in Marokko. DitGMMP verliep in goede onderlinge sfeer en leidde tot concrete resultaten.Er werd, ten eerste, stil gestaan bij de goede terugkeersamenwerking dieMarokko en Nederland in de afgelopen jaren met elkaar hebbenopgebouwd. De delegaties hebben afgesproken deze samenwerkingverder te verdiepen door een gezamenlijk uitvoeringsprotocol op testellen, waarin de rol- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen debetrokken uitvoerende partijen verder verduidelijkt wordt. Dit draagt bijaan een soepel, betrouwbaar terugkeerproces. Ten tweede is in aanloopnaar dit GMMP een Memorandum of Understanding (MoU) ondertekendover een pilot-project voor kleinschalige, tijdelijke circulaire arbeidsmi-gratie binnen de reeds bestaande Nederlandse juridische en wettelijkekaders. Beide partijen werken nu verder aan operationalisering van dezepilot. Ten derde spraken Marokko en Nederland over mogelijkheden omintensiever samen te werken in de opvang en terugkeer van alleenstaandeminderjarige vreemdelingen. Tot slot spraken Marokko en Nederland overde mogelijkheden tot verdere samenwerking op het gebied van grensma-nagement en werd besloten een gezamenlijke roadmap op te stellen,waarin concrete onderwerpen voor verdere samenwerking tussen debetrokken operationele diensten worden opgenomen.Hieronder deelt het kabinet de meest recente cijfers op het gebied vanterugkeer naar Marokko. De samenwerking met Marokko op het gebiedvan terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers verloopt goed. Na deinitiële piek van begin 2024 is de uitstroom langzaam gestabiliseerd,hetgeen 2024 naar verwachting resulteert in ongeveer dezelfde uitstroom-cijfers als die het kabinet rapporteerde over 2023. Een belangrijke nuancein de vergelijking met 2023 is dat er in 2024 significant minder Marok-kanen in vreemdelingenbewaring hebben gezeten, omdat de detentieca-paciteit voor andere doelgroepen werd gebruikt. Toch is het vertrek wéldoorgelopen. Het kabinet verwacht dat deze trend over 2025 gelijk blijft,mede doordat de instroom van Marokkanen in het terugkeerproces na depiek in 2023 terug lijkt te lopen. Daarmee wordt eens te meer bevestigddat de samenwerking op terugkeer naar Marokko goed verloopt enlangzaam maar zeker in een structureel proces verandert. Op operationeelniveau zet het kabinet er op in om de werkafspraken in 2025 verder vormte geven en vast te leggen met Marokko, om het terugkeerproces nogstabieler te maken en de resultaten verder te verbeteren.Tabel: terugkeersamenwerking met Marokko in cijfersTerugkeersamenwerkingMarokko2021202220232024 (t/m31–10)Instroom DTenV (excl.Dublin mogelijkheid)7108101.440600Gedwongen vertrek (excl.Dublin) naar MAR1030170150Zelfstandig vertrek naarMAR met IOM/NGO10102030Zelfstandig Vertrek naarMAR met DTenV10309050Totaal Vertrek naar MAR3060270230Aantal verzoeken LP100240420250Aantal bevestigdenationaliteitsbevestigin-gen<5160310180Aantal afgegeven LP’s030270220 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9072 Geharmoniseerde minimumduur van een inreisverbodConform de toezegging van de Minister van Asiel en Migratie tijdens hetCommissiedebat JBZ-Raad van 9 oktober jl. (Kamerstuk 32 317, nr. 905)komt het kabinet in deze aanbiedingsbrief terug op de vraag van lid VanSanten of het bereid is om bij de herziening van artikel 11, lid 2 van deTerugkeerrichtlijn te pleiten voor een inreisverbod met een minimale duur,wanneer een onderdaan van een derde land een ernstige bedreigingvormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationaleveiligheid. Het kabinet onderschrijft het belang van het voeren van eeneffectief terugkeerbeleid, waarbij er speciale aandacht dient te zijn voor dedoor lid van Santen genoemde groep. Voor deze mensen is geen plaats inonze samenleving. Nederland zet er daarom op in om aan personen eenlangdurig inreisverbod voor de duur van 10 of 20 jaar op te leggenwanneer er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstigebedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van desamenleving raakt. Voor lidstaten is onder de huidige richtlijn ruimte omzelf de duur van een inreisverbod te bepalen dat zij opleggen vanwegeopenbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid. Het kabinetonderschrijft dat het meerwaarde kan hebben om dit in de Unie teharmoniseren door in nieuwe regelgeving een minimum op te nemen. DeMinister van Asiel en Migratie heeft de Commissie dan ook op deJBZ-Raad van 10 oktober jl. opgeroepen dit voorstel te bezien bij hetverwachte nieuwe Commissievoorstel over de herziening van deTerugkeerrichtlijn.Voortgang herziening terugkeerwetgevingBinnen de EU loopt het kabinet voorop om steun te krijgen voor wijzigingvan de Terugkeerrichtlijn. Uw Kamer werd eerder geïnformeerd over hetnon-paper dat Nederland samen met Oostenrijk en gesteund door 14andere Europese Lidstaten opstelde.1 Ook vroegen de EuropeseRegeringsleiders tijdens de Europese Raad op 17–18 oktober, mede opvoorspraak van Nederland en in lijn met het Oostenrijkse en Nederlandsenon-paper, de Commissie versneld met een nieuw voorstel te komen voorwetgeving op het gebied van terugkeer2. De Commissie zegde inmiddelstoe het herzieningsvoorstel naar verwachting medio 2025 te publiceren.Het kabinet acht met deze inspanningen de motie van der Staaij/Bisschop3en de toezegging van de Minister-President tijdens de Algemene PolitiekeBeschouwingen uitgevoerd.Kabinetsappreciatie rapport Safer Together: Strengthening Europe’sCivilian and Military Preparedness and ReadinessOp 30 oktober jl. is het rapport «Safer Together: Strenghtening Europe’sCivilian and Military Preparedness and Readiness» van de voormaligFinse premier Sauli Niinistö gepubliceerd over het versterken van deweerbaarheid van de EU. Het rapport is geschreven in opdracht vanCommissievoorzitter Von der Leyen en bevat aanbevelingen die deels eenplek zullen krijgen in de Preparedness Union-strategie van de EuropeseCommissie. Naar verwachting zal het rapport ook tijdens de EuropeseRaad van 19 en 20 december a.s. worden gepresenteerd voor een eerste(procesmatige) beschouwing.De focus van het Niinistö-rapport ligt op het versterken van de civieleweerbaarheid, van de krijgsmachten van de lidstaten en de samenwerking1Kamerstukken II, 2024–2025, 32 317, nr. 890.2Kamerstukken II, 2024–2025, 21501–20, nr. 21303Kamerstukken II, 2022–2023, 32 317, nr. 836.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9073 daartussen en van de horizontale crisisbeheersing van de EU. Ookbenoemt het rapport dat de EU momenteel geen duidelijk plan heeft voorde aanpak van gewapende agressie tegen een lidstaat en dat er geenalomvattende capaciteit bestaat om de benodigde EU-middelen op eengecoördineerde wijze te mobiliseren en voor te bereiden op grotesector-overschrijdende schokken en crises, zoals geopolitiek, cyber,infectieziekten en een pandemie, (bio)chemische dreigingen, klimaat,tekorten. Het rapport stelt dat de EU anders moet opereren om deuitdagingen en dreigingen het hoofd te bieden en doet daartoe binnennegen thema’s aanbevelingen: 1) beter begrip van de hedendaagse crisisen de noodzaak te anticiperen op toekomstige dreiging, 2) de EU moet instaat zijn om onder alle omstandigheden te kunnen functioneren, 3)actiesnelheid is nodig met structuren en procedures die fit-for-purposezijn, 4) burgers moeten in staat gesteld worden om te fungeren alsruggengraat van maatschappelijke weerbaarheid en civiele paraatheid, 5)het volledige potentieel van publiek-private partnerschappen moetworden benut, 6) de EU moet slimmer zijn dan kwaadwillende actoren omhybride aanvallen te voorkomen, en 7) Europa’s defensie-inspanningenmoeten opgeschaald worden en het potentieel van dual use-goederenmoet beter benut worden, 8) gebruik assertieve EU-diplomatie omwederzijdse weerbaarheid met partnerlanden op te bouwen en teversterken, 9) zet in op de economische kant van weerbaarheid metgezamenlijke consistente langetermijninvesteringen.Het kabinet verwelkomt het rapport van Niinistö en onderstreept dedreiging en uitdagingen die het rapport schetst, en de urgentie die hetuitstraalt. Ze komen overeen met de contextschetsing van andere recenterapporten, zoals de Trendanalyse Nationale Veiligheid 20244, het rapport«Nederland in een Fragmenterende Wereldorde» van de Wetenschappe-lijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)5, het advies «Hybridedreigingen en maatschappelijke weerbaarheid» van de AdviesraadInternationale Vraagstukken (AIV) en het Draghi-rapport over EU concur-rentievermogen. Veiligheid en een weerbare samenleving zijn speer-punten in het kabinetsbeleid, zoals ook verwoord in de Veiligheidsstra-tegie voor het Koninkrijk der Nederlanden.6 Een wereld met meeronzekerheid, onrust en oorlog vereist een weerbare en slagvaardige EU.Het kabinet zet zich hiervoor in en ziet eensgezindheid als voorwaarde omNederlandse (veiligheids-)belangen te borgen en effectief te opereren inde wereld.De strekking van het rapport sluit bovendien goed aan bij de ambities vanhet kabinet om in te zetten op de continuïteit van de samenleving eneconomie, versterking van de krijgsmacht en de civiele ondersteuningdaarvan en de inzet op versterking van weerbaarheid en crisisbeheersingop EU-niveau. Het kabinet zet hierop reeds stappen die goed aansluiten bijhet rapport. Zo spant Nederland zich – zowel in nationaal als internati-onaal verband- in op het versterken van de maatschappelijkeweerbaarheid van Nederland tegen militaire en hybride dreigingen.Het kabinet onderstreept de kern van het rapport dat meer inzet nodig is.Het rapport geeft daarvoor een sterk signaal en goede aanknopingspuntendie als inspiratie kunnen dienen voor de verdere inzet van het kabinet inNederland, binnen de EU en met internationale partners. Belangrijkeprioriteiten zijn daarin voorstellen voor versterking van EU-NAVOsamenwerking, het versterken van de Europese defensie-industrie en4Trendanalyse Nationale Veiligheid5«Nederland in een Fragmenterende Wereldorde» van Wetenschappelijke Raad voor hetRegeringsbeleid (WRR)6Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der NederlandenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9074 stappen die horizontale coördinatie op crisisbeheersing van de EUversterken.7 Ook steunt het kabinet het voorstel dat bij al het EU-beleidintegraal wordt gekeken naar de veiligheidsimplicaties hiervan.8 Hetkabinet zal er daarbij op toezien dat EU-initiatieven voor weerbaarheidaansluiten op de reeds bestaande NAVO structuren zoals de weerbaar-heidsdoelstellingen voor civiele paraatheid en waar mogelijk versterken.Voor wat betreft de opvolging van het rapport hecht het kabinet belangaan een inclusief proces en zal het zich sterk maken voor een aanpak diepast bij de taakverdeling tussen de Raad, het Europees Parlement en deCommissie zoals neergelegd in de EU-Verdragen.Het kabinet zal zich de komende periode buigen over de specifiekeaanbevelingen op de negen thema’s in het rapport. Belangrijkaandachtspunt hierbij is dat deze zich goed verhouden tot de nationalewetgeving, de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten, deinter-institutionele balans en de verantwoordelijkheid van het bedrijfs-leven. Daarbij is het eveneens belangrijk dat het weerbaarheidsvraagstukwordt gewogen binnen het kader van de driehoek van veiligheid,duurzaamheid en concurrentievermogen. Ook worden stappen insamenhang bezien met reeds lopende initiatieven, zoals voornoemdeaanpak om de weerbaarheid voor militaire en hybride dreigingen teversterken, uitwerking van de aanbevelingen van het Draghi rapport, hetnog te verschijnen White Paper on the Future of Defence en de InterneVeiligheidsstrategie van de Commissie. Ten slotte zal het kabinet er voorwaken dat er vooruit wordt gelopen op het volgende Meerjarig FinancieelKader (MFK) vanaf 2028. Onderhandelingen hiervan beginnen naarverwachting pas volgend jaar. Begin 2025 zal de Minister van Justitie enVeiligheid een uitgebreide kabinetsappreciatie mede namens de Ministervan Defensie en van Buitenlandse Zaken over het Niinistö-rapport aan uwKamer verzenden.De Europese Commissie zal naar verwachting in 2025 haar PreparednessUnion-strategie publiceren. Het kabinet zal de Kamer middels degebruikelijke kanalen (het BNC-fiche) informeren over de beoordeling ende kabinetsinzet ten aanzien van deze plannen.Diner Coalitie Europese landen tegen georganiseerde criminaliteitOp 11 december organiseert de Minister van Justitie en Veiligheidnamens Nederland een ministerieel diner voor de Coalitie van zevenEuropese Landen tegen georganiseerde criminaliteit. De Coalitie –bestaande uit België, Nederland, Italië, Frankrijk, Spanje, Duitsland enZweden – is een groep van like-minded Europese landen die agenda-zettend werkt binnen de EU om de aanpak van georganiseerde enondermijnende (drugs)criminaliteit te versterken. Tijdens het diner zalnaar verwachting worden gesproken over prioriteiten van de gezamenlijkeinzet. Versterking van logistieke knooppunten door samenwerking binnende EU havenalliantie, inzetten op de aanpak van criminele geldstromen enverdere inzet op de bestuurlijke aanpak, behoren wat Nederland betreft totdie prioriteiten.Kopgroep contraterrorisme ontbijtVoorafgaand aan de JBZ-Raad op 12 december zal daarnaast eenontbijtbijeenkomst van de kopgroep terrorisme worden georganiseerd,7Non-paper: The future of strategic crisis management in the EU, Kamerstukken II, 2023–24,32 317, nr. 872.8Non-paper: The EU security check: embedding internal security implications across EU policy,Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 872.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9075 waaraan de Minister van Justitie en Veiligheid zal deelnemen. Tijdens ditministerieel ontbijt spreken België, Denemarken, Duitsland, Finland,Frankrijk, Nederland, Oostenrijk, Spanje, Zweden en de EU contraterro-risme coördinator over, onder andere, preventie van racisme en antisemi-tisme. Nederland zal hier een toelichting geven op de gebeurtenissenrondom de wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv. Daarnaast zal wordengereflecteerd op het risico van statelijke inmenging bij terroristischeactiviteiten in de EU. Mogelijke dreigingen voor de nationale veiligheidworden voortdurend en grondig in de gaten gehouden door de Neder-landse rechtshandhaving en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en hetblijft van belang hierover in Europees verband onderling informatie tedelen en samen te werken.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Staatssecretaris Rechtsbescherming,T.H.D. StruyckenDe Minister van Asiel en Migratie,M.H.M. Faber-Van de KlashorstTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9076 Geannoteerde agenda van de bijeenkomst van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken, 12 en 13 december 2024 I. Binnenlandse Zaken Raadsconclusies strategisch visumbeleid (a-punt)= aanname zonder discussieTijdens de JBZ-Raad worden naar verwachting Raadsconclusies aange-nomen over een strategischer visie op het Europese visumbeleid. Eenconceptversie van de conclusies zal eerst nog op 4 december in hetComité van permanente vertegenwoordigers (Coreper) wordenbesproken. Op de JBZ-Raad zelf is geen inhoudelijke discussie meervoorzien.De Raadsconclusies volgen op besprekingen over de toekomst van hetEU-visumbeleid die onder Belgische voorzitterschap zijn gestart en doorhet Hongaarse voorzitterschap verder zijn gebracht en gaan in op deverschillende bestaande visuminstrumenten en de mogelijkheden totverbeterde strategische inzet ervan. Allereerst wordt benoemd dat hetvisumbeleid van strategische meerwaarde kan zijn in migratiedialogenmet derde landen, waaronder in het bevorderen van hervormingen inherkomstlanden en transitlanden om irreguliere migratie te voorkomen.Daarnaast kan strategische inzet van het visumbeleid een rol spelen in hetbevorderen van terugkeersamenwerking, bijvoorbeeld door een visumfa-cilitatieovereenkomst te koppelen aan een terug- en overnameovereen-komst. De Raad benadrukt verder dat visumfacilitatie en visumliberalisatiegeen risico’s op het terrein van migratie en veiligheid met zich meemogen brengen. Hierbij geldt aansluitend dat derde landen die visumvrijzijn gesteld blijvend moeten voldoen aan de gestelde voorwaarden voorvisumvrijstelling. Visumvrijelanden dienen adequaat te wordengemonitord om te voorkomen dat derde landen als herkomstland ofdoorreisland worden gebruikt voor irreguliere migratie. In lijn met deherziening van het visumopschortingsmechanisme is in de raadscon-clusies opgenomen dat het van belang is dat derde landen hun eigenvisumbeleid harmoniseren met dat van de EU, in het bijzonder de landendie grenzen aan de EU.Om het visuminstrument beter te benutten wil de Raad inzetten opversterking van bestaande instrumenten, waaronder het artikel 25bismechanisme, de optimalisatie en toepassing van het (herziene) VisumInformatiesysteem en de toepassing van nieuwe Europese systemen voorreisinformatie en -autorisatie (zoals EES en ETIAS). Hierbij wordt hetbelang benadrukt van geharmoniseerde toepassing van de Visumcode ende noodzaak van goede dataverzameling en analyse daarvan. De Raadbenadrukt dat de herziening van het opschortingsmechanisme de EUbeter in staat zal stellen om effectieve stappen te zetten die misbruik vanhet visumbeleid moeten tegengaan.Het kabinet onderschrijft de Raadsconclusies volledig. Ze sluiten goed aanbij de kabinetsinzet om Nederland om irreguliere migratie te verminderenen het Schengengebied veilig te houden. Het kabinet verwelkomt ook hetvoornemen van de Europese Commissie (hierna: Commissie) om eenEuropese strategie op het visumbeleid op te stellen om de beschikbareinstrumenten effectiever en toekomstbestendiger te maken en destrategische waarde van het visumbeleid beter te benutten, in hetbijzonder waar het uitdagingen op het vlak van migratie en veiligheidbetreft. De verwachting is dat de raadsconclusies ook door de anderelidstaten zullen worden onderschreven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9077 1. Staat van het Schengengebied Uitvoering van de prioriteiten voor de jaarlijkse Schengenraads-cyclus: veiligheidsverhoging door digitalisering= GedachtewisselingVoor de Schengencyclus van 2024–2025 heeft de Commissie drieprioriteiten geïdentificeerd: 1) het vergroten van de weerbaarheid van debuitengrenzen en het tegelijkertijd consolideren van digitalisering; 2) hetvergroten van de effectiviteit van het terugkeersysteem; en 3) hetvergroten van de interne veiligheid. Waarschijnlijk zal het Voorzitterschapdeze bespreking van de Raad willen richten op prioriteit 1. Het Voorzitter-schap zal in het bijzonder met lidstaten willen bespreken welke gezamen-lijke maatregelen kunnen worden genomen om de oplevering van digitaletools aan autoriteiten (waaronder de politie, douane en grensbewakings-autoriteiten) te verbeteren en de effectieve toepassing hiervan tewaarborgen om veiligheidsvraagstukken te adresseren. Ook zal hetVoorzitterschap wensen stil te staan bij hoe de allocatie van hetEU-budget geoptimaliseerd kan worden voor de ontwikkeling enimplementatie van digitale oplossingen die de veiligheid van de EUversterken.In algemene zin geldt dat voor het kabinet het verder versterken van debuitengrenzen en het verbeteren van terugkeer en de interne veiligheidprioriteiten zijn voor het Schengengebied. Aandacht voor het tegengaanvan secundaire migratiebewegingen is daarbij ook van belang. Hetkabinet hecht aan een actiegerichte aanpak voor deze drie prioriteitengedurende deze Schengencyclus en zal de Commissie daartoe oproepen.Daarnaast acht het kabinet digitalisering essentieel voor het versterkenvan het grensbeheer en de veiligheid binnen Schengen en de EU. Hetpotentieel van de huidige IT-systemen, zoals SIS en VIS, kan en moetbeter worden benut om de datakwaliteit te waarborgen en de efficiëntievan systemen aan de grens te verbeteren. Nederland steunt daarom deinzet van het Voorzitterschap om de manier waarop huidige middelenworden toegewezen te optimaliseren en verbeteren door de inzet teconcentreren op digitale initiatieven die de grootste impact hebben op hetvergroten van de veiligheid en het verbeteren van het grensbeheer. WatNederland betreft valt hieronder het stimuleren van samenwerking tussende EU, lidstaten en externe partners, zoals bedrijven en onderzoeksinstel-lingen om innovatieve digitale oplossingen te creëren en te implemen-teren.Andere lidstaten zullen naar verwachting de agendering van digitaliseringvoor bespreking in de Schengenraad verwelkomen, en mogelijk ingaan opde concrete vervolgacties. Naar verwachting zullen ook meerderelidstaten aandacht vragen voor de aanpak van instrumentalisering vanmigranten door vijandelijke (statelijke) actoren als prioriteit voor een veiligSchengengebied.2. Interoperabiliteit = GedachtewisselingNaar verwachting informeren de Commissie en EU-Lisa de JBZ-Raad bijdit agendapunt over de stand van zaken op de voortgang van deimplementatie van het Entry/Exit Systeem (EES) en het Europees Systeemvoor Reisinformatie en -autorisatie (ETIAS). Met betrekking tot deimplementatie van het EES heeft de Commissie in de JBZ-Raad vanoktober jl. medegedeeld af te zien van de inwerkingtreding van het EESdoor alle lidstaten tegelijkertijd op de aanvankelijk beoogde datumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9078 10 november 2024.9 De Commissie kondigde toen aan in kaart te brengenof een gefaseerde start van het EES mogelijk is. Het is de verwachting datkort voorafgaand aan de JBZ-Raad een voorstel hiertoe met de lidstatengedeeld zal worden. De huidige EES-verordening biedt geen juridischebasis voor een flexibele start, vanwege de verwerking van persoonsge-gevens. De Commissie zal daarom een voorstel voor een nieuweverordening opstellen die de huidige EES-verordening aanvult. Naarverwachting zal ook dit voorstel nog dit jaar worden gedeeld met delidstaten.Het kabinet steunt de door de Commissie voorgestelde gefaseerdeaanpak. Het is aan de Commissie om vast te stellen wat deze faseringbetekent voor de tijdlijnen voor de geplande inwerkingtredingen van dediverse Europese informatiesystemen. Het kabinet kijkt uit naar de verdereinformatie hierover tijdens de JBZ-Raad.3. Besluit van de Raad tot vaststelling van de datum voor deafschaffing van de personencontroles aan de landbinnengrenzenmet Bulgarije en Roemenië = AannameIn december 2023 hebben de EU-lidstaten unaniem besloten tot eengefaseerde toepassing van het Schengenacquis in Bulgarije en Roemenië(ook wel: Schengentoetreding). De Raad besloot tot het opheffen van debinnengrenscontroles voor de lucht- en zeegrenzen met Bulgarije enRoemenië, maar nog niet voor de landgrenzen. Dit Raadsbesluit is op31 maart jl. in werking getreden. Oostenrijk, Roemenië en Bulgarije zijnmet de Commissie destijds ook een verklaring overeengekomen waarin zijzich committeren aan het voortzetten van de inzet om irreguliere migratietegen te gaan, en aanvullende maatregelen overeenkwamen om hetbuitengrensbeheer verder te versterken. Het HongaarseEU-voorzitterschap zal tijdens deze JBZ-Raad besluitvorming over hetafronden van de gefaseerde toetreding agenderen.Nederland kwam in december 2023 tot de conclusie dat Bulgarije enRoemenië voldoen aan de gestelde voorwaarden voor Schengentoe-treding, en kon om die reden instemmen met de volledige toetreding vanRoemenië en Bulgarije tot het Schengengebied. Nederland hechtte voordit besluit aan recente informatie over de toepassing van het Schen-genacquis, evenals significante voortgang op het gebied van de rechts-staat en corruptiebestrijding. Nederland kon in 2022 reeds instemmen metvolledige toetreding van Roemenië.10 Op verzoek van Nederland hebbener in 2022 en 2023 drie aanvullende fact-finding missies naar Bulgarijeplaatsgevonden onder leiding van de Commissie. Gezien de herhaaldelijkvastgestelde positieve resultaten, evenals de significante voortgang ophet vlak van de rechtsstaat, kwam Nederland in december 2023 tot deconclusie dat er ook ten aanzien van Bulgarije sprake was van eenduurzame verankering van de gestelde voorwaarden.11 Wel heeftNederland voortdurend kenbaar gemaakt dat zowel op het vlak vangrensbeheer, fundamentele rechten en de rechtsstaat, monitoring via debestaande mechanismes na Schengentoetreding wenselijk blijft. Dat isook voorzien.9Zie verslag van de JBZ-Raad van 10 en 11 oktober 2024, Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr.903.10Kamerstukken II 2022–23, 32 317, nr. 80011Kamerstukken II 2023–24, 32 317, nr. 866Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9079 Tijdens de JBZ-Raad van 10 en 11 oktober jl. hebben Roemenië enBulgarije hun inspanningen naar aanleiding van de in december 2023aangenomen verklaring toegelicht (zie het verslag dat uw Kamertoekwam12). Zo hebben Roemenië en Bulgarije zich ingezet voor deverdere versterking van het buitengrensbeheer, middels financiële enpersonele investeringen. Ook is geïnvesteerd in de Dublinsamenwerkingmet andere lidstaten, en zijn Bulgarije en Roemenië voortvarend van startgegaan met de implementatie van het Pact.Het kabinet constateert dat Roemenië en Bulgarije aan de gestelde eisenvoldoen, en daarnaast aanvullende verbeteringen op het grenstoezichthebben doorgevoerd. Het kabinet kan daarom tijdens deze JBZ-Raadinstemmen met de afronding van de gefaseerde Schengentoetreding vanRoemenië en Bulgarije. De verwachting is dat alle overige lidstaten ookkunnen instemmen met dit besluit. Vanzelfsprekend blijft, zoals bij alleSchengenstaten, doorlopende monitoring essentieel.4. (Mogelijk) Verordening ter voorkoming en bestrijding vanseksueel misbruik van kinderen = Gedeeltelijke algemene oriëntatieTijdens de JBZ-Raad zal de Verordening ter voorkoming en bestrijding vanseksueel misbruik van kinderen (CSAM-verordening) mogelijk wordengeagendeerd om een gedeeltelijke algemene oriëntatie aan te nemen.Op het moment van schrijven is er geen zekerheid over de agendering vandit onderwerp. Mocht de CSAM-Verordening voor besluitvorming op deagenda blijven staan, dan zal Nederland tijdens de JBZ-Raad de eerderingenomen positie herhalen. Nederland zal dan actief kenbaar maken zichte onthouden van stemming en daarmee worden gerekend tot de landendie de algemene oriëntatie niet steunen. Voor een uitgebreide toelichtingover het kabinetsstandpunt bij dit voorstel en in het bijzonder over hetzogeheten detectiebevel verwijst het kabinet naar de Kamerbrieven van1 oktober en 29 november jl.135. Strategische richtsnoeren voor wetgevende en operationeleplanning op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie = Stand van zakenHet Hongaarse voorzitterschap is voornemens om strategische richt-snoeren vast te stellen voor de meerjarige Justitie- en BinnenlandseZakensamenwerking in de EU. Tijdens de informele JBZ-Raad van22–23 juli 2024 vond hierover een eerste bespreking op ministersniveauplaats en de afgelopen periode is in Brussel over de inhoud van dezestrategische richtsnoeren verder onderhandeld. Het kabinet heeft uwKamer hierover eerder geïnformeerd.14De verwachting is dat het Voorzitterschap tijdens deze JBZ-Raad de standvan zaken van de onderhandelingen over de strategische richtsnoeren zaltoelichten. Er vindt naar verwachting geen uitgebreide discussie plaats.De onderhandelingen over deze richtsnoeren lijken zich in een eindfase tebevinden. Tijdens de Coreper bespreking op 27 november jl. bleken de12Kamerstukken II 2024–25, 32 317, nr. 90313Kamerstukken II, 2024–25, 34 843, nr. 113 en Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 90614Zie de geannoteerde agenda bij de JBZ-Raad van 22–23 juli, Kamerstukken II, 2023–24, 32 317,nr. 884 en het verslag in Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 888. Zie ook de aanbiedingsbriefin Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 890Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90710 lidstaten de tekst van de richtsnoeren te kunnen steunen. Het Voorzitter-schap werkt toe naar de afronding voor het einde van het jaar.Het kabinet kan de JBZ-strategische richtsnoeren steunen. De Neder-landse prioriteiten en inzet hebben namelijk naar tevredenheid een plek indeze richtsnoeren gekregen. Zo wordt onder andere de noodzaakbenadrukt van de aanpak van irreguliere migratie, een sterk en veiligSchengengebied met streng buitengrensbeheer, verkenning van innova-tieve vormen van migratiesamenwerking, goede en volledige implemen-tatie van Europese asielwetgeving en herziening van de Europeseterugkeerstelsel. Daarnaast wordt in de richtsnoeren ingezet op versterkteEuropese samenwerking in de strijd tegen de zware georganiseerdecriminaliteit, waarbij aandacht wordt gevraagd voor de bestuurlijkeaanpak en het tegengaan van voortgezet crimineel handelen in detentie.Aandacht voor weerbaarheid van de samenleving en een inzet opversterkte EU-crisismanagement, een prioriteit voor dit kabinet, isdaarnaast goed terecht gekomen in de richtsnoeren. Tot slot is in derichtsnoeren een sterke passage opgenomen over de rechtsstaat. VoorNederland was en is dit prioriteit, aangezien de rechtsstaat een essentieelfundament is voor het functioneren van de EU.156. Migratie en asiel a. Aanpak van migratieb. Implementatie van hervormingen op het gebied van migratie enasiel= GedachtewisselingTijdens de JBZ-Raad zal een brede discussie over de aanpak van irregu-liere migratie en de voortgang op de implementatie van het Asiel- enMigratiepact plaatsvinden. De Commissie zal naar verwachting devoortgang toelichten over de volle breedte van het migratieterrein.Het kabinet zet zich er in Europa voor in om de asielinstroom naarNederland fors te beperken. Zo heeft Nederland reeds in Brussel kenbaargemaakt bij verdragswijziging te zullen pleiten voor een opt-out. Hiermeeis een duidelijk signaal afgegeven. Het kabinet is zich ervan bewust dathet realiseren van een opt-out een proces van de lange adem is.Nederland zal bij de bespreking van dit agendapunt dan ook inzetten opmaatregelen die de instroom op kortere termijn kunnen beperken. Eenonderdeel daarvan is strikte implementatie van het Asiel- en Migratiepactdoor alle lidstaten. Een robuuste asielgrensprocedure en screening aan deEuropese buitengrenzen kan immers doormigratie naar Nederlandtegengaan. Het kabinet zal kort stilstaan bij de mijlpaal van indiening vanalle nationale implementatieplannen begin december. Uw Kamer wordt,conform de toezegging van de Minister van Asiel en Migratie in hetJBZ-Commissiedebat van 9 oktober jl., separaat over het nationaalimplementatieplan geïnformeerd per brief. Als bijlage bij de brief zal ookhet nationaal implementatieplan zelf met uw Kamer worden gedeeld. HetKabinet zal ook benadrukken dat het belangrijk is om ook op politiekniveau de voortgang van de implementatie te blijven bespreken.Nederland zal in het kader daarvan ook het belang van betere handhavingvan de Dublin-verordening benadrukken. Verder zal Nederland zichhardmaken voor het versnellen van terugkeer in de EU, een spoedigeherziening van de Terugkeerrichtlijn, het aangaan en verstevigen vanbrede partnerschappen om irreguliere migratie tegen te gaan, terugkeeren opvang in regio te bevorderen, en innovatieve vormen van migratie-samenwerking. Andere lidstaten zullen naar verwachting stilstaan bij de15Zie ook het non-paper Rule of Law, Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 872.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90711 voortgang van hun nationale implementatie en de behoefte aan duide-lijkheid over Europese financieringsmogelijkheden hiervan. Ook zullennaar verwachting veel lidstaten elkaar en de Commissie oproepenterugkeer te verbeteren, en het belang van voortgang op de externedimensie van migratie benadrukken.7. Uitdagingen op het gebied van veiligheid: beoordeling door deInlichtingen Adviesraad = Stand van zakenDe veiligheidsdiensten van de Europese lidstaten, Noorwegen,Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk werken nauw samen aan deveiligheid van Europa. Zoals gebruikelijk geven de diensten tijdens deJBZ-Raad een periodieke briefing over de huidige veiligheidssituatie. Dezebriefing wordt verzorgd door de voorzitter van de Intelligence AdvisoryBoard (IAB), het kanaal van de Europese veiligheidsdiensten voorgezamenlijke communicatie en dialoog met de EU. Op moment vanschrijven zijn er nog geen stukken beschikbaar. Het kabinet zal deinformatie van de IAB aanhoren.8. Innovatieve partnerschappen = WerklunchTijdens de lunch zullen de lidstaten spreken over innovatieve partner-schappen. Het kabinet zet zich in Europa in als aanjager van het verkennenvan de mogelijkheden voor innovatieve samenwerkvormen op het gebiedvan migratie. Zo heeft Nederland de afgelopen maanden langs verschil-lende sporen verder gewerkt aan het in kaart brengen van de mogelijk-heden voor terugkeerhubs. Allereerst heeft Nederland ingezet op hetcreëren van meer juridische ruimte in EU-regelgeving voor innovatievevormen van migratiesamenwerking. Zo pleitte Nederland in het eerdergenoemde non-paper over de prioriteiten voor de herziening van deterugkeerrichtlijn voor meer juridische ruimte voor innovatieve vormenvan terugkeer, en zal het kabinet bij de in 2025 geplande herziening vanhet veilig derde land-concept inzetten op verruiming van de toepassings-mogelijkheden. Daarnaast heeft Nederland, in co-voorzitterschap metMalta, een ambtelijke kopgroep (17 lidstaten, waaronder Denemarken enZweden) opgezet die de juridische en operationele kaders van terug-keerhubs nader uitwerkt. Om het onderwerp zo hoog mogelijk op depolitieke agenda te houden, besprak Nederland met andere regerings-leiders het belang van innovatieve vormen van migratiesamenwerkingrondom de Europese Raad van 17 oktober jl. Afgesproken werd om ditook tijdens de komende Europese Raden te doen. Het kabinet zal tijdensde lunchbespreking stilstaan bij de Nederlandse prioriteiten en deCommissie oproepen tot het uitwerken van pilots. Het kabinet achthiermee ook de moties Rajkowski/Boomsma16 en Diederik vanDijk/Eerdmans17 uitgevoerd.9. Toegang tot gegevens voor een doeltreffende rechtshand-having: eindrapport van de «High-Level Group» = Gedachtewisseling16Kamerstukken II 2024–25, 32 317, nr. 90017Kamerstukken II, 2024–2025, 32 317, nr. 895Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90712 In juni 2023 is onder het Zweedse voorzitterschap de High Level Group onAccess to Data (HLG) voor effectieve rechtshandhaving opgericht. Met alsdoel om met experts vanuit heel Europa problemen in kaart te brengen entot oplossingsrichtingen te komen voor de uitdagingen die rechtshandha-vingspartners ervaren bij het verkrijgen van digitale gegevens vooropsporing.Eind mei 2024 heeft de HLG mede namens de onderliggende expert-groepen een concept eindrapport gepresenteerd waarin aanbevelingenstaan opgenomen met betrekking tot knelpunten en mogelijke oplos-singen op drie deelonderwerpen: digitale opsporing, data retentie entoegang tot data. Veel lidstaten, waaronder Nederland, hebben het werken de aanbevelingen van de HLG verwelkomd en gesteund in deJBZ-Raad van juni dit jaar.18 In november is het definitieve rapportgepresenteerd. Dit rapport bouwt voort op de eerder gepresenteerdeaanbevelingen en verschilt in de kern weinig van het in mei gepresen-teerde concept eindrapport.Tijdens de JBZ-Raad zal de HLG vermoedelijk een presentatie geven overhet eindrapport waarna de lidstaten hierover van gedachten zullenwisselen. Het kabinet zal tijdens de JBZ-Raad dank uitspreken voor hetnuttige werk van de HLG en het eindverslag. Het kabinet kijkt uit naarkomst van de Roadmap die nieuwe Commissie ter hand zal nemen ommet de uitwerking van start te gaan. Gezien het grensoverschrijdendekarakter van deze onderwerpen acht Nederland het belangrijk datoplossingen in gezamenlijkheid op EU-niveau worden gevonden.10. De strijd tegen drugshandel en georganiseerde criminaliteit = VoortgangsverslagHet Hongaarse Voorzitterschap licht de stand van zaken toe van deprioriteiten op het gebied van georganiseerde criminaliteit aan de handvan het op 18 oktober 2023 gepubliceerde EU-stappenplan voor debestrijding van drugshandel en georganiseerden criminaliteit. Er is noggeen document beschikbaar.De aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit is een prioriteit van ditkabinet. In deze kabinetsperiode wordt het internationaal offensief tegenondermijnende criminaliteit verder verstevigd en de samenwerkingbinnen de EU is een belangrijke onderdeel hiervan.19 Het kabinet zal destand van zaken van het Voorzitterschap in de JBZ-Raad aanhoren.11. Overige onderwerpen a. EU-Westelijke Balkan ministerieel forum voor Justitie en BinnenlandseZaken (Budva, 28 – 29 oktober 2024)= Debriefing van het VoorzitterschapHet Hongaarse voorzitterschap informeert de JBZ-Raad bij dit agendapuntover het EU-Westelijke Balkan ministerieel forum voor Justitie enBinnenlandse Zaken dat op 28 en 29 oktober 2024 heeft plaatsgevonden.18Zie geannoteerde agenda van de formele bijeenkomst van de Raad Justitie en BinnenlandseZaken, 13 en 14 juni 2024, Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 879; Verslag van de formelebijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 13 en 14 juni 2024, Kamerstukken II,2023–24, 32 317 nr. 882; Zie ook: Verslag van de informele bijeenkomst van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken, 22 en 23 juli 2024 te Boedapest, Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr.888.19Zie ook aanbiedingsbrief bij deze geannoteerde agenda en PM kamerbrief ondermijning,Kamerstukken II 2024–25, 29 911, nr. 444Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90713 Het forum is een jaarlijkse bijeenkomst van het Voorzitterschap, deEuropese Commissie en de vertegenwoordigers van de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkanwaarin zij inzicht geven in hervormingen op het gebied van justitie enbinnenlandse zaken in het kader van het EU-toetredingsproces. Onder-werpen die tijdens het forum van oktober jl. zijn besproken zijn, ondermeer, bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad enillegale handel en het EU-actieplan voor de westelijke Balkan voorversterking van migratie-, asiel- en grensbeheer.b. 7e ministeriele conferentie van het Boedapest-proces (Boedapest,11–12 november 2024)= Informatie van het VoorzitterschapHet Hongaarse voorzitterschap informeert de JBZ-Raad over het verloopvan de 7e ministeriele conferentie van het Boedapest-proces. HetBoedapest-proces is een samenwerking waarbij de EU een dialoog overmigratiekwesties voert met landen van de zijderoute-regio. De lidstatenzullen de toelichting van het Voorzitterschap over de afgelopen confe-rentie aanhoren.c. Werkprogramma van het aantredende Voorzitterschap= Presentatie van PolenHet aankomend Poolse voorzitterschap zal tijdens de JBZ-Raad haarprioriteiten op het terrein van veiligheid en migratie delen. Het kabinet zalde presentatie van het aankomend Voorzitterschap met interesseaanhoren.II. Justitie 1. Richtlijn inzake minimumvoorschriften ter voorkoming vanmigrantensmokkel = Algemene oriëntatieConform de op 9 april 2024 vastgestelde informatieafspraken met deEerste Kamer over het voorstel voor de nieuwe mensensmokkelrichtlijn(COM(2023)755) wordt bij deze geannoteerde agenda een update over devoortgang gegeven. Eerdere updates werden gegeven bij verslagen vande JBZ-Raad.20 Sinds de JBZ-Raad van 10–11 oktober jl. is het voorsteldiverse malen binnen lagere Raadsgremia besproken. Op 27 november jl.is het bereikte compromisvoorstel in het Coreper besproken met het oogop het bereiken van een Algemene Oriëntatie in deze JBZ-Raad. Derichtlijn valt onder de beleidsverantwoordelijkheid van de Minister vanJustitie en Veiligheid.Nederland heeft in de onderhandelingen op grote lijnen de inzet zoalsgeformuleerd in het BNC-fiche behaald.21 Het kabinet acht het bereiktecompromisvoorstel een welkome stap voorwaarts ten opzichte van hethuidige EU-kader, waarin zaken slechts summier zijn geregeld. De verdereharmonisering van het mensensmokkeldelict kan Europese samenwerkingin de aanpak van mensensmokkel verbeteren en komt tegemoet aan eenwens van de Nederlandse opsporingsdiensten. Het voorliggend compro-misvoorstel is daarnaast goed verenigbaar met de bestaande Nederlandsestrafbaarstelling en implementatie van de nieuwe richtlijn zal naar20Kamerstukken II 2023–2024, 32 317, nr. 882; Kamerstukken II 2023–2024, 32 317, nr. 888;Kamerstukken II 2024–2025, 32 317, nr. 903.21Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3873.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90714 verwachting slechts beperkte wijzigingen in het nationaal stelsel vergen.In algemene zin is de tekst ten opzichte van het Commissievoorstel op eenaantal fronten wel wat minder dwingend gemaakt, zoals bij de rechts-machtbepalingen en de strafverzwarende omstandigheden. Het onderdeeluit het Commissievoorstel over het strafbaar stellen van het publiekelijkaanzetten tot illegale binnenkomst, doortocht of verblijf heeft niet kunnenrekenen op steun bij de lidstaten, en is derhalve geschrapt. Nederlandondersteunde dit omdat niet tot een afdoende duidelijke omschrijvinggekomen kon worden. Het kabinet is tevreden dat met het voorliggendvoorstel er voor verschillende gekwalificeerde varianten van mensen-smokkel nu geharmoniseerde minimumnormen voor strafmaxima wordenvastgesteld. De minimumnorm voor het strafmaximum bij de verschil-lende gekwalificeerde varianten van mensensmokkel is ten opzichte vanhet Commissievoorstel voor het basisdelict hetzelfde gebleven (3 jaar),maar voor een aantal zwaardere varianten op aandringen van verschil-lende lidstaten van 10 naar 8 jaar gegaan, en voor de variant met de doodtot gevolg van 15 naar 10 jaar. Nederland zit hier nationaal boven, en haddan ook hogere minimumnormen voor de strafmaxima kunnen accep-teren. Een door Nederland ingediend voorstel om mensensmokkel ondermensonterende omstandigheden ook als strafverzwarende omstandigheidop te nemen, is in het voorstel opgenomen. Daarnaast is op aandringenvan Nederland de verwijzing naar «uitbuiting» als strafverzwarendeomstandigheid verwijderd om vervlechting met het mensenhandeldelictte voorkomen.Met betrekking tot de kwestie of er sprake moet zijn van «financieel ofmaterieel gewin» in de strafbaarstelling, en de daaraan gerelateerdehumanitaire uitzonderingsclausule, is de kabinetslijn – zoals ook uitge-dragen naar de Eerste Kamer22 – overeind gebleven. Naar mening van hetkabinet is in het compromisvoorstel een goede balans gevonden tussenhet enerzijds voorkomen dat zuiver humanitaire hulpverlening gecrimina-liseerd wordt, en anderzijds het voorkomen van onnodige belemmeringenvoor de rechtshandhavingspraktijk. Het bestanddeel «financieel ofmaterieel gewin» in de strafbaarstelling wordt aangehouden, met daarbijwel in een overweging de toelichting dat lidstaten nationaal verder mogengaan dan deze minimumnorm, en dus ook gedragingen mogen criminali-seren waarbij geen sprake is van financieel of materieel gewin, of waar ditniet bewezen kan worden. Dit laatste is belangrijk aangezien ditbestanddeel in onze nationale strafbepaling niet is opgenomen, en dit ookniet wenselijk wordt geacht, omdat het Openbaar Ministerie dan eenaanvullende bewijslast zou krijgen. In een overweging over humanitairehulp – en dus niet in de operationele tekst zoals sommige lidstatenwensten – wordt daarnaast benoemd dat de richtlijn niet begrepen moetworden als nopend tot het strafbaar stellen van hulp aan naaste familie-leden of het bieden van humanitaire hulp en het voorzien in basisbe-hoeften van migranten, binnen de op dat vlak toepasbare nationale eninternationale regels.Voor wat de minimumnormen inzake de rechtsmacht is Nederlandtevreden dat in een door Nederland bepleite overweging lidstaten wordenaangemoedigd om nationaal verder te gaan dan de gestelde minimum-normen inzake rechtsmacht. Nederland had idealiter een meer verplich-tende en verdergaande bepaling in het corpus van de richtlijn zelf gezien,maar hiervoor was onvoldoende draagvlak. Dit in verband met hetnationale wetsvoorstel dat de eigen extraterritoriale rechtsmacht voormensensmokkel beoogt te verbreden23, en de motie van het voormalig lid22Zie Kamerstukken I, 2023–2024, 36 507, D; Kamerstukken I, 2024–2025, 36 507, M.23Kamerstukken II 2023–2024, 36 414, nr. 1–4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90715 Veldkamp (NSC) c.s. over het benadrukken van het belang van rechts-macht in het EU-kader.24Het kabinet is voornemens op de JBZ-Raad met het voorliggend compro-misvoorstel in te stemmen. Tijdens het Coreper van 27 november jl.tekende zich reeds een gekwalificeerde meerderheid af. Nederland heeftin het Coreper de intentie uitgesproken het voorstel op de JBZ-Raad testeunen, maar maakte daarbij nog wel een verwijzing naar de met deEerste Kamer gemaakte bijzondere informatieafspraken over ditwetsvoorstel. Het kabinet acht deze informatieafspraken met verzendingvan deze geannoteerde agenda afgerond.2. Richtlijn ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruikvan kinderen = Algemene oriëntatieHet Hongaarse voorzitterschap is voornemens tijdens de JBZ-Raad tot eenalgemene oriëntatie op de richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruiken seksuele uitbuiting van kinderen te komen.Het voorstel is onderdeel van de EU-strategie voor een effectievereaanpak van seksueel kindermisbruik en richt zich op de strafbaarstellingvan seksueel misbruik, de opsporing en vervolging daarvan door derechtshandhavingsautoriteiten en een versterking van preventie enondersteuning aan slachtoffers. Uw Kamer is middels een BNC-fichegeïnformeerd over het voorstel.25Het kabinet steunt een gezamenlijke EU-aanpak van (online) seksueelkindermisbruik en seksuele uitbuiting van kinderen, aangezien ditvanwege het overschrijdende karakter essentieel is voor een effectievebestrijding. Het kabinet verwelkomt daarom het voorstel tot herzieningvan de richtlijn. Nieuwe technologische ontwikkelingen volgen elkaar ineen rap tempo op en het kabinet acht het aanpassen van de huidigewetgeving van belang in het licht van deze ontwikkelingen.Op enkele punten bezag het kabinet het voorstel kritisch. Het kabinet heeftzich ingezet voor heldere afbakeningen van de strafbaarstellingen, zodatbepalingen niet verder gaan dan noodzakelijk om het doel van de richtlijnte verwezenlijken en inpasbaar zijn in het Nederlandse stelsel vanstrafbaarstellingen. Daarnaast had het kabinet – zoals ook in het BNC-ficheaangegeven – aarzelingen bij de bepaling over de voorgesteldeverplichting voor werkgevers en vrijwilligersorganisaties om informatieop te vragen over het bestaan van strafrechtelijke veroordelingen inverhouding tot de Nederlandse VOG-systematiek. Ook was het kabinetkritisch over de voorgestelde aangifteplicht, omdat deze een drempel kanopwerpen voor kinderen om hulp te zoeken en zo een averechts effect kanhebben. Nederland wilde ruimte behouden voor de huidige werkwijze,onder andere op basis van de bestaande meldcode. Verder heeft hetkabinet zich positief opgesteld tegenover het meenemen van kinderseks-poppen in de richtlijn.26Een groot deel van de lidstaten is voorstander van de richtlijn in dehuidige vorm. Nederland kan zich vinden in de voorliggende tekst voor dealgemene oriëntatie (hierna: AO).27 De belangrijkste Nederlandse zorgen24Kamerstukken II 2023–2024, 36 410 VI, nr. 85.25Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3918.26Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 395027Op het moment van schrijven wordt nog gewacht op de definitieve versie van de tekst voor dealgemene oriëntatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90716 zijn daarin geadresseerd. Naar het oordeel van het kabinet zijn destrafbaarstellingen zoals opgenomen in de AO duidelijk afgebakend, goedafgestemd op het internationale kader dat van toepassing is op destrafrechtelijke aanpak van seksueel misbruik gepleegd tegen kinderen eninpasbaar in het Nederlandse stelsel. In verband met het krachtenveld ishet onderwerp van de kindersekspoppen geadresseerd in een overwegingbij de richtlijn, waarin lidstaten worden aangemoedigd om gedragingenmet kindersekspoppen, waaronder de productie daarvan, strafbaar testellen. Ook laat de AO voldoende ruimte voor toepassing van deNederlandse VOG-systematiek en de toepassing van de meldcodehuiselijkgeweld en kindermishandeling. Het kabinet is daarom voornemens de AOte steunen tijdens de JBZ-Raad.3. Richtlijn tot harmonisatie van bepaalde aspecten van hetinsolventierecht = Gedeeltelijke algemene oriëntatieHet Hongaarse voorzitterschap is voornemens tijdens de JBZ-Raad tot eengedeeltelijke algemene oriëntatie op de richtlijn tot harmonisatie vanbepaalde aspecten van het insolventierecht te komen. Er is op momentvan schrijven nog geen discussiedocument beschikbaar.De gedeeltelijke algemene oriëntatie ziet op de titels I (algemenebepalingen), II (vorderingen tot nietigverklaring (faillissementspauliana)),III (opsporing van goederen behorend tot de boedel), V (verplichtingenvoor bestuurders in aanloop naar faillissement) en VIII (transparantie vannationale insolventiewetgeving). Naar verwachting zullen aanpassingenzijn gedaan om de (laatste) aandachtspunten van lidstaten nog in eenfinale compromistekst te verwerken. Onderhandelingen over de overigetitels, te weten titel IV (pre-pack procedures), titel VI (vereenvoudigdeafwikkeling van micro-ondernemingen), VII (schuldeiserscommissie) entitel IX (slotbepalingen) worden voortgezet onder een volgend Voorzitter-schap.Het richtlijnvoorstel tot harmonisatie van bepaalde aspecten van hetinsolventierecht is op 7 december 2022 gepubliceerd door de Commissieals onderdeel van een pakket aan maatregelen om de kapitaalmarktunie tebevorderen. De onderhandelingen hebben vaart gekregen naar aanleidingvan de ER-conclusies van april 2024 over de kapitaalmarktunie. Dezevoortvarende en zorgvuldige onderhandelingen werden, in lijn met deNederlandse inzet voor de kapitaalmarktunie, door Nederland gesteund.Het kabinet pleit ter versterking van de kapitaalmarktunie onder anderevoor het wegnemen van barrières op de interne markt door standaardi-sering en waar nodig harmonisering van wet- en regelgeving, met namedaar waar er obstakels zijn op het terrein van het ondernemingsrecht,faillissementsrecht of jaarverslaggeving.Bij de beoordeling van het richtlijnvoorstel28 is aangegeven dat dedoelstelling van het richtlijnvoorstel gesteund kon worden, omdat hetkabinet groot belang hecht aan verdere verdieping van de Europesekapitaalmarktunie. Daarbij kan een goedwerkend en convergent systeemvan het insolventierecht in de EU bijdragen aan het verlagen van barrièresvoor grensoverschrijdende financiering en investeerders. Dit kan ookbijdragen aan het verbeteren van de financieringsmogelijkheden voorbedrijven. Door het beter faciliteren van marktfinanciering kunnenbedrijven minder afhankelijk worden van bancaire financiering. Bovendiendraagt een sterke kapitaalmarktunie bij aan de financiering van de28Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3598Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90717 verduurzaming en digitalisering van de reële economie. Bij bepaaldeonderdelen van de richtlijn zijn de nodige kritische vragen gesteld enkanttekeningen geplaatst. Daarbij was de mate van detail in het richtlijn-voorstel en hierdoor het gebrek aan ruimte om de regeling goed in hetnationale recht in te passen een algemeen aandachtspunt.Meer specifiek kon de doelstelling achter titel II (faillissementspauliana),titel III (opsporen van goederen) en titel VIII (transparantie insolventiewet-geving) worden gesteund, met de volgende aandachtspunten. Het kabinetachtte verduidelijking over de praktische toepassing van de faillisse-mentspauliana noodzakelijk. Het kabinet zag ook aanleiding om tenaanzien van de vernietigbaarheid van betalingen op opeisbare vorde-ringen om meer flexibiliteit te vragen om het beter inpasbaar te maken inhet nationale rechtssysteem. Bij titel III voorzag het kabinet een aanzien-lijke toename van de werklast van de rechtspraak als gevolg van de takendie de rechter zou krijgen bij het opsporen van vermogensbestanddelen.Een ander aandachtspunt betrof de wijze waarop lidstaten bij de verplich-tingen uit deze titel invulling moeten geven aan de door de AVG vereistewaarborgen. In titel V werd een verplichting geïntroduceerd voorbestuurders om aangifte te doen van faillissement nadat zij op de hoogtezijn geraakt van het feit dat de onderneming insolvent is. Het kabinet waskritisch over deze verplichting en achtte aanpassing en verduidelijking vandeze titel noodzakelijk, nu het gekozen middel niet passend leek om hetdoel te bereiken. Het kabinet zag risico’s voor bestuurders en zag nog veelonduidelijkheden in deze titel, waaronder vragen over de belangen vanandere stakeholders, het moment waarop de bestuurder verplicht isfaillissement aan te vragen en de verhouding tot de Richtlijn herstructu-rering en insolventie.De tekst die het Voorzitterschap naar verwachting nu zal voorleggen, is opeen aantal punten aangepast en biedt in algemene zin meer ruimte enflexibiliteit voor lidstaten om de regeling in het nationale recht in tepassen. Zo is verduidelijkt dat sprake is van minimumharmonisatie,waarbij lidstaten ten opzichte van titel II en V meer bescherming mogenbieden aan de gezamenlijke schuldeisers en ten opzichte van titel IIIverdergaande toegang tot relevante registers en gegevens mogelijkmogen maken. In titel II, over de faillissementspauliana, is de definitie vanrechtshandeling verduidelijkt, deze omvat niet langer ook een nalaten.Ook is meer duidelijkheid verkregen over de vraag wanneer de schuld-eiser insolvent is in de zin van deze titel en is meer duidelijkheidgecreëerd over de mogelijkheden om betaling van een opeisbarevordering te vernietigen. In titel III, over het opsporen van goederen, zijnbepalingen opgenomen over de verhouding tot de AVG. Bovendien isafgestapt van het uitgangspunt dat altijd alleen de rechter zelf hetVerwijzingsportaal Bankgegevens kan doorzoeken. Insolventiefunctiona-rissen kunnen onder bepaalde voorwaarden zelf directe toegang krijgentot nationale bankrekeningenregisters. In titel V, over verplichtingen voorbestuurders, is de verplichting voor bestuurders om faillissement aan tevragen behouden. Daarbij mogen lidstaten naar verwachting zelfdefiniëren wanneer er sprake is van een situatie van «insolventie» dienoodzaakt tot het aanvragen van een faillissement door een bestuurder.Aan titel V worden twee alternatieve verplichtingen toegevoegd,waaronder de verplichting voor een bestuurder om andere maatregelen tetreffen die een vergelijkbaar niveau van schuldeisersbescherming biedenals de aanvraag van een faillissement.Zoals blijkt uit het voorgaande, zijn in de voorliggende gedeeltelijkealgemene oriëntatie voor Nederland de belangrijkste punten veiliggesteld.Het kabinet verwacht dat de gedeeltelijke algemene oriëntatie zalbijdragen aan een verdere integratie van de Europese kapitaalmarkten. ErTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90718 zal op enkele belangrijke aspecten van het insolventierecht sprake zijn vaneenzelfde (minimum)kader in de verschillende lidstaten, wat leidt tot meerrechtszekerheid onder schuldeisers en investeerders. Ook wordt verwachtdat het voorliggende compromisvoorstel bijdraagt aan een efficiënterverloop van (grensoverschrijdende) faillissementsprocedures, bijvoor-beeld doordat goederen behorend tot de boedel gemakkelijker kunnenworden opgespoord.Het kabinet is daarom voornemens de gedeeltelijke algemene oriëntatie testeunen tijdens de JBZ-Raad. Een groot deel van de lidstaten lijkt zich tekunnen vinden in de voorliggende gedeeltelijke algemene oriëntatie.4. Strategische richtsnoeren voor wetgevende en operationeleplanning op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie = Stand van zakenOok tijdens de Justitie-dag van de JBZ-Raad zal het gaan over deJBZ-strategische richtsnoeren. Het Voorzitterschap zal naar verwachtingde justitieonderdelen (onder meer de samenwerking op strafrecht enversterking van de rechtsstaat) van de strategische richtsnoerentoelichten. Zoals hierboven bij de «Home-dag» geschetst, kan het kabinetde tekst van de JBZ-strategische richtsnoeren steunen nu de Nederlandseprioriteiten en inzet naar tevredenheid een plek hierin hebben gekregen.5. Conclusies over maatregelen ter bevordering van het concur-rentievermogen van de EU en haar lidstaten op het gebied vancivielrecht = AannameNaar verwachting zal het Hongaarse voorzitterschap de conclusies overmaatregelen ter bevordering van het concurrentievermogen van de EU enhaar lidstaten op het gebied van civiel recht ter aanname voorleggentijdens de JBZ-Raad.In de raadsconclusies worden de EU en de lidstaten opgeroepen totuiteenlopende acties, waaronder het verbeteren van grensoverschrijdendecivielrechtelijke procedures, verbeteren van samenwerking met multila-terale organisaties, om bij impact assessment en evaluaties meeraandacht besteden aan mededingingsaspecten en aan regeldruk. Ookwordt er opgeroepen tot versterking van het Europees Justitieel Netwerk(EJN) en het e-Justice portal. Een goed functionerend rechtsbestel, metduidelijke en eerlijke procedures, en toegang tot het recht, draagt volgenshet kabinet bij aan de bescherming van burgers en bedrijven en deversterking van het concurrentievermogen. Digitalisering kan hier eenpositieve bijdrage aan leveren.Nederland kan deze conclusies steunen, aangezien deze in lijn zijn met deNederlandse inzet op concurrentievermogen, kapitaalmarktunie en beterewetgeving op JBZ-terrein. Ook de aandacht voor uitvoerbaarheid is in lijnmet de Nederlandse inzet. Er wordt geen discussie verwacht.6. Het gebruik van kunstmatige intelligentie op het gebied vanjustitie = Lunchbespreking en aanname raadsconclusiesHet Hongaarse Voorzitterschap is voornemens om tijdens de JBZ-Raadeen werklunch te organiseren over de inzet van kunstmatige intelligentiein het Justitie-domein. Aanvullende informatie over de invulling van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90719 werklunch is op het moment van schrijven nog niet beschikbaar. Naarverwachting zal het Hongaarse voorzitterschap ook de conclusies over hetgebruik van kunstmatige intelligentie op het gebied van justitie teraanname voorleggen tijdens de JBZ-Raad.De conclusies bouwen onder andere voort op de raadsconclusies«Toegang tot het recht – de kansen van digitalisering benutten» van13 oktober 202429 en de e-Justice strategie 2024–202830.Met deze conclusies wil het Voorzitterschap recht doen aan het toege-nomen belang van kunstmatige intelligentie voor de rechtssystemen vande lidstaten en het potentieel van AI bij het efficiënter en effectievermaken van juridische procedures maximaal benutten. Dit met inacht-neming van belangrijke randvoorwaarden zoals respect voor grond-rechten, gegevensbescherming en de blijvende centrale rol van de mensin het nemen van juridische beslissingen. Zo roepen de conclusies op totonderzoek en samenwerking ten behoeve van de ontwikkeling vanAI-tools voor justitie. Ook wordt de Commissie opgeroepen om een«Justice AI toolbox» te ontwikkelen met cases en instrumenten die doorde lidstaten kunnen worden benut.Het kabinet kan deze conclusies steunen, aangezien deze de juisteaccenten leggen en aansluiten bij de eerder in EU-verband overeenge-komen raadsconclusies en de e-Justice Strategie 2024–2028. Bij deaanname van de conclusies wordt geen discussie verwacht. Bij delunchbespreking zal het kabinet, al naar gelang de insteek van dediscussie, benadrukken dat kunstmatige intelligentie mogelijkheden biedtop het justitie-terrein, zoals op het gebied van rechtsbescherming,rechtspraak en rechtshandhaving, maar dat dit gepaard moet gaan metinachtneming van de voornoemde randvoorwaarden.7. Toekomst van het EU-strafrecht = GedachtewisselingTijdens de JBZ-Raad voorziet het Hongaars voorzitterschap een gedachte-wisseling over de toekomst van het EU-strafrecht. Er is op moment vanschrijven nog geen discussiedocument beschikbaar.Onder het Belgische en het Hongaarse voorzitterschap heeft de Raad zichgeoriënteerd op de toekomst van het EU-strafrecht. Hieruit komt eenaantal denkrichtingen naar voren die hieronder uiteen worden gezet metmedeneming van de Nederlandse positie. Het kabinet zal zich naarverwachting tijdens de JBZ-Raad langs onderstaande lijnen uitdrukken.Voorop wordt gesteld dat er binnen de JBZ-Raad weinig animo is vooreen algehele herziening van het EU- materiële strafrecht en het strafpro-cesrecht.Wat het strafprocesrecht betreft, voelen de meeste lidstaten, waaronderook Nederland, weinig voor een integrale herziening van het acquis op hetgebied van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken enbeslissingen. Een «Lissabonisering»31 van de bestaande kaderbesluitendie enkel zou bestaan uit een vervanging van bestaande kaderbesluitendoor richtlijnen of verordeningen, zonder enige inhoudelijke herziening,heeft volgens Nederland geen evident toegevoegde waarde. Een29Conclusies van de Raad «Toegang tot justitie – de kansen van digitalisering benutten» 2020/C342 I/0130https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-15509-2023-INIT/nl/pdf31Het aanpassen en herzien van kaderbesluiten naar het Verdrag van Lissabon in 2009Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90720 herziening van een of meer afzonderlijke instrumenten, mits gebaseerd opde resultaten van de periodieke evaluaties of wetenschappelijk onderzoekis, ook voor Nederland, eerder aanvaardbaar. Nederland denkt daarbij inelk geval aan aanvulling van de richtlijn Europees Onderzoeksbevel(EOB)32, maar ook andere instrumenten kunnen in een herziening wordenbetrokken. Wat het kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel (EAB)betreft, is Nederland van oordeel dat het kaderbesluit in algemene zingoed functioneert. De vele uitspraken van het Hof van Justitie van de EUover het EAB zijn casuïstisch van aard en reflecteren eerder de noodzaakom via de rechterlijke weg uitvoeringsproblemen op te lossen dan vooreen algehele herziening. De nieuwe Eurocommissaris van Justitie,Michael McGrath, heeft tijdens zijn hoorzitting in het Europees Parlementop 5 november jl. aangegeven dat hij het functioneren van het EAB wilverbeteren. Het is op dit moment nog onvoldoende duidelijk of dit leidt toteen herziening van het kaderbesluit. Nederland wacht eventuele initia-tieven af.Wat het materiële strafrecht betreft, is Nederland, evenals bij hetstrafprocesrecht het geval is, net als de meeste lidstaten, van oordeel dater geen reden is voor een algehele herziening van het acquis. Ook tenaanzien van het materiële strafrecht is voor Nederland een herziening vaneen of meer afzonderlijke instrumenten, mits gebaseerd op de resultatenvan de periodieke evaluaties of wetenschappelijk onderzoek, eerderaanvaardbaar.Een ander onderwerp dat verband houdt met de toekomst van hetEU-strafrecht, is de aanpassing van de bestaande modelbepalingen voormaterieel strafrecht. De JBZ-Raad heeft in 2002 en in 2009 modelbepa-lingen vastgesteld die de Raad in het wetgevingsproces gebruikt. Demodelbepalingen hebben bijvoorbeeld betrekking op de strafbaarstellingvan deelneming en poging, de aansprakelijkheid van rechtspersonen ende technische formulering van de verplichting tot het vaststellen vanstrafmaxima. De aanleiding om tot nieuwe modelbepalingen over te gaanis dat de rechtsontwikkeling sinds 2009 niet stilgestaan heeft. Bepaaldestandaardbepalingen hebben zich in de loop der jaren ontwikkeld en erzijn nieuwe onderwerpen waarover ook steeds vaker bepalingen wordenopgenomen, zoals verzwarende omstandigheden. Dit initiatief van hetBelgische voorzitterschap, dat door het Hongaarse Voorzitterschap isvoortgezet, kan rekenen op ruime steun van de lidstaten, ook vanNederland. De voordelen zijn evident. Het gebruik van modelbepalingenkan bijdragen aan coherentie en consistentie tussen EU-instrumenten.Ook kan het gebruik van modelbepalingen bijdragen aan een consis-tentere omzetting in nationale implementatiewetgeving. Nieuw is dat hetkomende Voorzitterschap naar verwachting het gesprek zal aangaan metde Commissie en het Europees Parlement over de modelbepalingen. Dewaarde van de bepalingen neemt toe indien ook de andere in hetwetgevingsproces betrokken partijen zich achter het voorstel kunnenscharen.De uitkomsten van de discussie zullen door het Hongaarse voorzitterschapvermoedelijk in een Voorzitterschapsrapport worden gepresenteerd.8. Europees Openbaar Ministerie (EOM) = Stand van zaken32In dit verband wordt ook verwezen naar het non paper over dit onderwerp, zie ook Kamer-stukken II 2023–2024, 32 317 nr. 872 blg-1128835.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90721 Naar verwachting zal het Hongaarse voorzitterschap de JBZ-Raadinformeren over enkele actualiteiten met betrekking tot het EOM. Zo is hetproces voor de opvolging van mw. Kövesi, de huidige Europese Hoofd-aanklager, gestart. Alhoewel de opvolging pas over twee jaar gerealiseerdmoet zijn, is het de bedoeling de hoorzittingen met de kandidaten komendjaar in het Europees Parlement te laten plaatsvinden. Ook zijn Europeseaanklagers uit Polen en Zweden, twee lidstaten die dit jaar zijn gaandeelnemen aan het EOM, geselecteerd. Voorts moeten in 2026 deEuropese aanklagers van zeven lidstaten worden vervangen.Mogelijk zal de nieuwe Eurocommissaris van Justitie, Michael McGrath,de gelegenheid benutten om toelichting te geven op zijn voornemens omde herziening van de EOM-verordening te versnellen, met inbegrip vaneen evaluatie op de bevoegdheden van het EOM. Nederland blijft vanmening dat er geen directe aanleiding is het mandaat van het EOM uit tebreiden tot bijvoorbeeld de strafrechtelijke handhaving van EU-sancties.Wel staat Nederland open voor een discussie over een beperkteaanpassing van de EOM-verordening indien een dergelijke aanpassing hetEOM in staat zou stellen zijn werkzaamheden binnen het huidige mandaat,dat zich richt op de bestrijding van EU-fraude, effectiever te vervullen.Nederland wacht de uitkomsten van de evaluatie van deEOM-verordening, die is voorzien voor 2026, met belangstelling af om dannader een positie in te kunnen nemen over de rol en mandaat van hetEOM.9. Toegang tot gegevens voor een doeltreffende wetshandhaving:eindverslag van de «High-Level Group» = Stand van zakenDe High-Level Group zal vermoedelijk ook op de Justitie dag eenpresentatie geven over het eindrapport. Zoals hierboven vermeld, zal hetkabinet dank uitspreken voor het nuttige werk van de HLG en heteindverslag. Het kabinet kijkt uit naar komst van de Roadmap die nieuweCommissie ter hand zal nemen om met de uitwerking van start te gaan.Gezien het grensoverschrijdende karakter van deze onderwerpen achtNederland het belangrijk dat oplossingen in gezamenlijkheid opEU-niveau worden gevonden.10. De strijd tegen drugshandel en georganiseerde criminaliteit = VoortgangsrapportageHet Hongaarse voorzitterschap zal ook op de Justitie-dag van de JBZ-Raadde stand van zaken toelichten op de prioriteiten op het gebied vangeorganiseerde criminaliteit aan de hand van het op 18 oktober 2023gepubliceerde EU-stappenplan tegen drugssmokkel. De focus zal liggenop strafrecht en justitiële samenwerking. Op het moment van schrijvenzijn er nog geen onderliggende documenten beschikbaar.De aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit is een prioriteit van ditkabinet. In deze kabinetsperiode wordt het internationaal offensief tegenondermijnende criminaliteit verder verstevigd en de samenwerkingbinnen de EU is een belangrijke deel hiervan. Het kabinet zal de stand vanzaken van het voorzitterschap in de JBZ-Raad aanhoren.11. Russische agressie tegen Oekraïne: strijd tegenstraffeloosheid = Stand van zakenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90722 Het Hongaarse voorzitterschap zal de ontwikkelingen om straffeloosheidvoor internationale misdrijven in Oekraïne tegen te gaan, toelichten. Ophet moment van schrijven zijn er nog geen onderliggende documentenbeschikbaar.Het kabinet hecht groot belang aan de opsporing, vervolging, uiteindelijkberechting en compensatie van internationale misdrijven begaan inOekraïne en zet hier in Europees en internationaal verband actief op in.Het kabinet blijft zich inzetten om te komen tot de oprichting van eentribunaal voor de vervolging van het misdrijf van agressie en voor deoprichting van de Claimscommissie, een tweede stap naar een volledigcompensatiemechanisme volgend op het recent opgerichte Schadere-gister voor Oekraïne.33 Het is belangrijk om hierin als EU gezamenlijk opin te zetten. Er wordt geen discussie in de JBZ-Raad voorzien en hetkabinet zal kennis nemen van de stand van zaken.12. Het verbeteren van het Europees onderzoeksbevel: resultatenvan het eindverslag over wederzijdse evaluaties (10e ronde) = Stand van zakenHet Voorzitterschap zal naar verwachting stilstaan bij het eindverslag overde 10e ronde van wederzijdse evaluaties over de implementatie van deRichtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel. Dit rapport volgt opde afzonderlijke evaluatierapporten van de lidstaten inzake de implemen-tatie van Richtlijn 2014/41/EU betreffende het Europees onderzoeksbevelin strafzaken. Uw Kamer is op 14 juni jl. geïnformeerd over het evaluatie-rapport van Nederland.34 Het kabinet verwelkomt het rapport.13. Overige onderwerpen a. EU-Westelijke Balkan ministerieel forum voor Justitie enBinnenlandse Zaken (Budva, 28 – 29 oktober 2024)= Debriefing van het VoorzitterschapHet Hongaarse voorzitterschap zal de JBZ-Raad, ook op de Justitie-dag,informeren over de het EU-Westelijke Balkan ministerieel forum voorJustitie en Binnenlandse Zaken dat op 28 en 29 oktober 2024 plaats vond.b. EU-VS onderhandelingen inzake e-evidence= Informatie van de CommissieDe Commissie zal toelichting geven over de onderhandelingen tussen deEU en de VS over grensoverschrijdende toegang tot elektronisch bewijsvoor justitiële samenwerking in strafzaken (e-evidence) die op 19 en20 november te Brussel plaatsvonden. Onderwerp van discussie tijdensdeze onderhandelingsronde waren wederom de reikwijdte van deovereenkomst, de waarborgen en rol en verantwoordelijkheden vanbetrokken autoriteiten. De lidstaten zullen de toelichting van deCommissie aanhoren.c. Strijd tegen antisemitisme: ontwikkelingen op het gebied vande bestrijding van antisemitisme= Informatie van het Voorzitterschap en de CommissieNaar verwachting zullen het Hongaarse voorzitterschap en de Commissiede JBZ-Raad informeren over de ontwikkelingen met betrekking tot het33Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 89034Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 881Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90723 bestrijden van antisemitisme. Zo is in 2021 een EU-strategie geïntrodu-ceerd voor de bestrijding van antisemitisme, die nadruk legt op depreventie, bescherming van Joodse gemeenschappen en bevordering vanHolocausteducatie. Hierna hebben meerdere lidstaten zelf nationalestrategieën geïntroduceerd. Zoals uw Kamer bekend heeft het kabinet op22 november jl. een nieuwe antisemitisme strategie 2024–2030 gepresen-teerd. De lidstaten zullen dit informatiepunt aanhoren.d. Werkprogramma van het aantredende Voorzitterschap= Presentatie van PolenHet aankomend Poolse voorzitterschap zal tijdens de JBZ-Raad haarprioriteiten op justitieterrein delen. Het kabinet zal de presentatie van hetaankomend Voorzitterschap met interesse aanhoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 90724

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 130b68881e54e8ec

14 okt 2026 · c4193af8c058fe71

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.