KamerkringInloggen
← Verkenner

Kamerbrief · 24 sep 2026 · Tweede Kamer

Geannoteerde agenda informele Onderwijsraad 15-16 oktober 2026, Dublin, Ierland

Judith Tielen minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

21501-34 Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport Nr. 460 Brief van de minister en staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 24 september 2026 Hierbij zenden wij uw Kamer de geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst voor onderwijsministers op 15 en 16 oktober 2026 in Dublin, Ierland. De informele bijeenkomst wordt georganiseerd door het Ierse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie zal aan de bijeenkomst deelnemen. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie, J.Z.C.M. Tielen GEANNOTEERDE AGENDA INFORMELE ONDERWIJSRAAD 15-16 OKTOBER 2026 Op het moment van schrijven zijn het programma en de achtergrondstukken nog niet met de lidstaten gedeeld. Daarom zal voor deze onderdelen een brede inzet worden gegeven. Het Ierse voorzitterschap heeft wel aangegeven dat het ontwikkelen van vaardigheden gedurende de gehele levensloop als focus van deze informele Raad is gekozen, met bijzondere nadruk op inclusie en gelijkheid. Tijdens de Raad zullen basisvaardigheden en de PISA-2025-resultaten en informatie/inzichten in vaardigheden in een veranderend vaardighedenlandschap besproken worden. Basisvaardigheden en PISA 2025 Inhoud Het Ierse voorzitterschap heeft basisvaardigheden als één van de prioriteiten tijdens zijn Raadsvoorzitterschap gekozen. Centraal hierbij staat de publicatie van PISA-2025 (Programme for International Student Assessment) door de OESO. PISA is het grootste internationaal vergelijkende onderzoek naar de prestaties van 15-jarigen op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Uw Kamer is op 8 september jl. over deze publicatie geïnformeerd.[voetnoot 1] Het voorzitterschap agendeert de resultaten met als doel hier lessen uit te trekken voor effectief basisvaardighedenbeleid en om samen met lidstaten te kijken hoe we op EU-niveau kunnen samenwerken om basisvaardigheden te verbeteren. PISA-2025 laat zien dat de uitdagingen waar we voor staan onverminderd groot zijn. Dit geldt zeker voor Nederland, maar ook breder voor OESO-landen.[voetnoot 2] Net als in Nederland is OESO-breed de leesvaardigheid het sterkst achteruitgegaan. Gemiddeld daalde de score ten opzichte van 2022 met 16 punten, een daling die overeenkomt met die in Nederland. De wiskundeprestaties zijn in OESO-landen gemiddeld met elf punten gedaald. In Nederland gaat het om een daling van 10 punten. Deze daling is echter niet statistisch significant. Voor natuurwetenschappen is de gemiddelde OESO-score met 5 punten afgenomen. In Nederland daalde de score met 3 punten ten opzichte van 2022. Samengevat wordt binnen de OESO geschat dat iets minder dan een vijfde (17,1%) van de 15-jarige leerlingen op alledrie de domeinen onvoldoende presteert. Deze ontwikkelingen zetten de trend voort die zich OESO-breed al eerder heeft ingezet. Tussen 2018 en 2022 was een sterke daling van de onderwijsprestaties zichtbaar, die zich in 2025 verder doorzet. Dit wijst op dieperliggende uitdagingen binnen de onderwijssystemen en maatschappij, waarvoor veel landen tegelijkertijd een oplossing proberen te zoeken. De OESO wijst bijvoorbeeld op het belang van ouderbetrokkenheid en de invloed van sociale media en AI. Er zijn ook landen in Europa die het gelukt is om het tij te keren. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn daar voorbeelden van. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld sterk ingezet op het beter gebruik maken van kennis uit onderzoek en de onderwijspraktijk om het onderwijs te versterken. De discussie over het versterken van basisvaardigheden is niet alleen relevant in relatie tot de PISA-resultaten maar zeker ook in relatie tot bredere EU-initiatieven die op dit moment spelen, zoals de tweede cyclus van de samenwerking tussen lidstaten in het kader van de Europese onderwijsruimte richting 2030[voetnoot 3] en het aankomende EU Onderwijspakket dat de Europese Commissie in november verwacht te publiceren. Dit pakket zal ook maatregelen bevatten gericht op het verbeteren van basisvaardigheden. Verder zal de Europese Commissie in de loop van het najaar nog de data en analyse van de EU-resultaten van PISA-2025 delen. Deze analyse zal ook worden meegenomen in de EU Education and Training Monitor 2026 die begin 2027 wordt gepubliceerd. Inzet Nederland Nederland is positief over de agendering van basisvaardigheden. Deze informele Raad komt op een mooi moment om op basis van de nieuwe PISA-gegevens met elkaar in gesprek te gaan over effectieve beleidsaanpakken. Zoals hierboven genoemd liggen er voor lidstaten nog veel gemeenschappelijke uitdagingen. Tijdens de bijeenkomst kunnen best practices worden gedeeld en kan verdere samenwerking worden versterkt. Deze bevordering van kennisuitwisseling kan de effectiviteit van de initiatieven vergroten en zo bijdragen aan een sterker, toekomstbestendig onderwijssysteem in heel Europa. Nederland zal de aanwezige lidstaten informeren over de laatste ontwikkelingen voor wat betreft ons basisvaardighedenbeleid. Dit betreft zowel een update over de actualisatie en implementatie van het nieuwe curriculum, alsook over de andere maatregelen uit het Coalitieakkoord, zoals de staatscommissie die de uitdagingen waar we voor staan verder onderzoekt en de aanscherping van de mobieltjesrichtlijn op scholen en wensen m.b.t. sociale media. Nederland zal de lidstaten daarnaast informeren over de Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden en hierbij specifiek zoeken naar kennisuitwisseling met EU-lidstaten met relatief sterke taalvaardigheid zoals Ierland. Vooruitkijkend naar de plannen van de Europese Commissie voor het Onderwijspakket en maatregelen ter bevordering van basisvaardigheden zal Nederland aangeven dat het EU-beleid uitsluitend onze nationale plannen voor basisvaardigheden moet ondersteunen. Aangezien Nederlandse scholen momenteel intensief bezig zijn met de implementatie van het nieuwe curriculum in de klas, is het niet wenselijk dat de EU-agenda voor basisvaardigheden leidt tot verwarring, tegenstrijdigheden of een verhoogde werkdruk. Krachtenveld De lidstaten zullen naar verwachting positief reageren op de agendering van basisvaardigheden door het Ierse voorzitterschap en de bijeenkomst benutten om andere EU-lidstaten te informeren over hun beleidsontwikkelingen op dit terrein. Skills intelligence in een zich ontwikkelend vaardighedenlandschap Inhoud Sinds publicatie van de Vaardigheidsunie[voetnoot 4] heeft vaardighedenbeleid een centrale rol gekregen in de Europese onderwijssamenwerking. Vandaar ook dat het Ierse voorzitterschap dit thema nu agendeert tijdens de informele Raad. Het rapport-Draghi[voetnoot 5] benadrukt de noodzaak van een beroepsbevolking die over de juiste kennis en vaardigheden beschikt voor het Europese concurrentievermogen. Volgens het rapport zijn er nog te veel achterstanden door onderbenutting van bestaand talent. Het Draghi-rapport wijst specifiek naar een aantal gebieden binnen het onderwijs die moeten worden aangepakt om dit probleem te verhelpen. Één daarvan is het verzamelen en benutten van gedetailleerde gegevens over de behoefte aan en aanbod van vaardigheden. Met de Vaardigheidsunie heeft de Commissie deze oproep beantwoord door middel van de instelling van een European Skills High-Level Board. In dit gremium komen aanbieders van onderwijs en beroepsopleidingen, sociale partners en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven samen om sectoroverschrijdende inzichten en richtsnoeren op het gebied van vaardigheden te ontwikkelen. De European Skills Intelligence Observatory (ESIO) die is opgezet als onderdeel van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Commissie (GCO/JRC) ondersteunt dit orgaan.[voetnoot 6] Deze organisatie verzamelt en verstrekt gegevens over het aanbod, het gebruik en de behoeften aan vaardigheden in specifieke arbeidsmarktsectoren en -regio’s in vergelijking met de prestaties van onderwijs- en opleidingsstelsels. Het idee is dat tekorten aan vaardigheden in sectoren die voor de EU van cruciaal of strategisch belang zijn tijdig worden opgemerkt. Daarnaast zal ook het op 10 september jl. gestarte Executive Panel voor STE(A)M-onderwijs[voetnoot 7] hieraan kunnen bijdragen. Binnen de EU bestaat al langere tijd aandacht voor de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en het belang dat een goed inzicht in vaardighedentekorten binnen lidstaten hierin speelt. Al in juni 2024 nam de Raad Raadsconclusies aan over het bevorderen van empirisch onderbouwde beleidsvorming[voetnoot 8], waarvoor gedegen dataverzameling van groot belang is. Lidstaten proberen op verschillende manieren achterstanden in kaart te brengen en daar oplossingsrichtingen op te formuleren. Hierbij zijn de ervaringen uiteenlopend. In een wereld van snelle maatschappelijke en technologische veranderingen blijft het een uitdaging om te voorspellen welke specifieke vaardigheden en bijpassend onderwijs aansluiten bij de toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt. Daar komt bovenop dat veranderingen in onderwijsbeleid vaak niet meteen meetbare effecten laten zien, maar vaak pas na drie tot vijf jaar. Nederlandse inzet Nederland zal eigen ervaringen delen met het ontwikkelen van inzichten over vaardigheidsbehoeften. Het Onderzoekscentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit van Maastricht stelt periodieke prognoses op over de vraag naar arbeidskrachten en koppelt deze aan het aanbod van de benodigde vaardigheden per opleidingsprofiel. Dit rapport vormt een belangrijke input voor beleidsdiscussies over investeringen in menselijk kapitaal. Ook draagt het bij aan de afwegingen die worden gemaakt in het kader van de Talentstrategie. Verder maakt Nederland sinds vorig jaar gebruik van CompetentNL. CompetentNL vormt een gemeenschappelijke ‘skillstaal’ voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Met deze gemeenschappelijke standaard om vaardigheden te beschrijven hebben partijen op de arbeidsmarkt hetzelfde begrip van vaardigheden en kennisgebieden. Dit onderlinge begrip maakt uitwisseling van (kennis over) vaardigheden makkelijker en zorgt er daarmee ook voor dat skills intelligence toeneemt. Daarnaast kent Nederland een sterke traditie van samenwerking tussen werkgevers en het beroepsonderwijs – met name in het mbo. De Samenwerking Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB) werkt nauw samen met werkgevers om de leerplannen voor het beroepsonderwijs af te stemmen op de huidige en verwachte vaardigheidsbehoeften. Krachtenveld De lidstaten zijn naar verwachting positief over de aandacht van het Ierse voorzitterschap voor vaardigheden en zullen ook van de bijeenkomst gebruikmaken om de andere EU-lidstaten te informeren over hun ervaringen. https://open.overheid.nl/overheid/openbaarmakingen/api/v0/attachment/d6a3b582-3eba-4d39-bd95-8a1ddc2f511d https://www.oecd.org/en/publications/pisa-2025-results-volume-i_73451bc5-en.html Raad akkoord over routekaart Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding tot 2030 - Consilium Fiche 1 Mededeling Vaardigheidsunie | Rijksoverheid.nl en Kamerstuk 22112, nr. 4023 The Draghi report on EU competitiveness Zie bijvoorbeeld European Skills Intelligence Observatory - Publications Office of the EU en European Skills Intelligence Observatory - Publications Office of the EU New STEAM Executive Panel starts its work | European Education Area EUR-Lex - 52024XG03642 - EN - EUR-Lex

Versie 3d2967b2ace49c2d3271d9df0c54e83a3306b3a4ba13cfde1779ab0a6ca03239 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · c039db424712a27d

12 okt 2026 · 622e205018225e9c

Gegevens

Soort document
Brief regering
Datum
24 september 2026
Vergaderjaar
2026-2027
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.