KamerkringInloggen
Kamerbrief

Vonnissen inzake voorlopige voorzieningen in twee arbitrageprocedures over de afwikkeling van de gaswinning uit het Groningenveld

27 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1d896f32a28ab4ee · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 529GaswinningNr. 1344 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKENEN KONINKRIJKSRELATIES EN DE MINISTER VAN KLIMAAT ENGROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 november 2025Hierbij zenden wij u drie vonnissen inzake voorlopige voorzieningen intwee lopende juridische procedures tussen enerzijds de Staat enanderzijds Shell en/of ExxonMobil, de aandeelhouders van de Neder-landse Aardolie Maatschappij (NAM). Er lopen meerdere juridischeprocedures met NAM, Shell en ExxonMobil die voortvloeien uit verschil-lende zienswijzen en interpretaties van afspraken die in het verleden zijngemaakt over de afwikkeling van de gaswinning uit het Groningenveld. Deverschillende procedures zijn te onderscheiden in contractuele arbitrage-zaken, één internationale investeringsarbitrage en diverse bezwaar- enberoepszaken. Op 19 september 2025 hebben wij de Kamer een actuali-satie gegeven over alle juridische procedures met de NAM en haaraandeelhouders Shell en ExxonMobil. Wij willen de Kamer zo goedmogelijk over ontwikkelingen in alle juridische procedures informeren,waarbij wij enerzijds het belang van de procespositie van de Staat enanderzijds de afspraken ten aanzien van vertrouwelijkheid in acht moetennemen.Twee van de bijgevoegde vonnissen hebben betrekking op de interna-tionale investeringsarbitrageprocedure (ECT-arbitrage) die is gestart doorExxonMobil Petroleum & Chemical BV (EMPC)1. Het andere vonnis heeftbetrekking op de door Shell Nederland B.V. (Shell) en ExxonMobil HoldingCompany Holland LLC (ExxonMobil) gestarte arbitrageprocedure over hetAkkoord op Hoofdlijnen (AoH) bij het Nederlands Arbitrage Instituut(NAI).2 De vonnissen gaan over voorlopige voorzieningen. Hierbij vraagteen partij om een voorlopige uitspraak in een urgente situatie, omdat dezepartij meent dat de uitkomst van de arbitrageprocedure niet afgewachtkan worden. Het scheidsgerecht geeft met een voorlopige voorziening1Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 13402Zie Kamerstukken II 2023/24, 33 529, nr. 1212 kst-33529-1344ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13441 geen definitief oordeel; het oordeel geldt slechts totdat in de hoofdzaakdefinitief is beslist.Naast het informeren van de Kamer over drie recente vonnissen, makenwij van de gelegenheid gebruik u te informeren dat het vonnis in deeerste fase van de arbitrage versterken is vertraagd. In de Kamerbrief vanseptember 20253 werd verondersteld dat het vonnis in het vierde kwartaalvan 2025 zal worden gewezen, maar inmiddels is door het scheidsgerechtbekend gemaakt dat het vonnis zal verschijnen in het eerste kwartaal van2026.Voordat wij inhoudelijk op de recente vonnissen ingaan, willen wijbenadrukken dat de juridische procedures met NAM en/of Shell enExxonMobil geen enkel effect hebben op de uitvoering van de schade-afhandeling en versterkingsoperatie.Vonnissen inzake voorlopige voorzieningen in kader van deECT-arbitrageVonnis Voorlopige voorziening inzake bodemprocedure Ondernemings-rechtbank AntwerpenHet eerste vonnis van 31 oktober 2025 betreft de arbitragezaak die doorhet Belgische EMPC is aangevraagd bij het International Centre forSettlement of Investment Disputes. EMPC beweert indirect aandeelhoudervan NAM te zijn en beroept zich als investeerder van NAM op deinvesteringsbescherming onder het Energiehandvestverdrag ofwel EnergyCharter Treaty (ECT). EMPC meent schade te lijden door handelen vanNederland dat volgens EMPC in strijd met het ECT zou zijn.Nederland heeft in reactie op deze arbitragezaak een bodemproceduretegen EMPC gestart bij de Ondernemingsrechtbank Antwerpen. Het doelhiervan is vast te stellen dat EMPC een onrechtmatige daad begaat doorhet aanspannen van de ECT-arbitragezaak, omdat dit in strijd is met hetBelgische recht en het Unierecht.4 In reactie daarop heeft EMPC eenvoorlopige voorziening gevraagd bij het scheidsgerecht in de ECT-arbitragezaak. Met deze voorlopige voorziening wilde EMPC de zaak vanNederland bij de Ondernemingsrechtbank Antwerpen beëindigen.Met het gewezen vonnis heeft het scheidsgerecht bevolen de doorNederland gestarte procedure in Antwerpen op te schorten, totdat hetscheidsgerecht zich heeft uitgelaten over zijn eigen bevoegdheid om overdit geschil te oordelen. Om uitvoering te geven aan dit vonnis, hebben departijen de Ondernemingsrechtbank Antwerpen verzocht de procedure«naar de rol te verwijzen», wat betekent dat de procedure vooronbepaalde tijd niet in verdere behandeling genomen zal worden.Vonnis Voorlopige voorziening inzake aanhouden heffingenHet tweede vonnis heeft ook betrekking op de ECT-arbitragezaak. EMPCheeft het scheidsgerecht met een voorlopige voorziening gevraagd tebeslissen dat de Staat geen heffingen voor de kosten van de schadeafhan-deling en de versterkingsoperatie mag opleggen zolang de ECT-arbitrage-zaak loopt (het tweede verzoek om voorlopige maatregelen). Aanvullendheeft EMPC gevraagd in elk geval de heffing van 2024 niet op te leggen,totdat het scheidsgerecht heeft beslist over deze voorlopige voorziening(het aanvullende verzoek).3Zie Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 13404Zie Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 1261Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13442 Het scheidsgerecht heeft het aanvullende verzoek van EMPC afgewezen.De Staat hoeft dus niet te wachten met het opleggen van heffingen overde gemaakte kosten in het jaar 2024 totdat het scheidsgerecht heeft beslistin de voorlopige voorziening over de heffingen. Daarnaast heeft hetscheidsgerecht geoordeeld over de mogelijke situatie waarin NAM deheffingen over het jaar 2024 niet binnen de wettelijke betaaltermijn zoubetalen, en Nederland deze betaling vervolgens zou afdwingen via eeninvorderingsbericht of executiemaatregel. Het scheidsgerecht merkt opdat EMPC opnieuw een voorlopige voorziening zou kunnen verzoeken,indien die situatie zich voordoet. Partijen hebben begin december 2025een zitting over het tweede verzoek om voorlopige maatregelen. Het is deverwachting dat het scheidsgerecht spoedig daarna een vonnis zal wijzen.Vonnis inzake voorlopige voorziening in kader van deAoH-arbitrageVonnis Voorlopige voorziening inzake het opleggen van heffingen 2024Op 14 november 2025 heeft het scheidsgerecht vonnis gewezen in eendoor Shell en ExxonMobil verzochte voorlopige voorziening in deAoH-arbitrage. Deze arbitragezaak is in 2023 gestart.5 Conform deafspraken in het AoH met betrekking tot de openbaarmaking vanvonnissen is het volledige vonnis van de voorlopige voorzieningbijgevoegd, waarbij bedrijfsvertrouwelijke informatie en persoonsge-gevens zijn gelakt.Met deze voorlopige voorziening hebben Shell en ExxonMobil hetscheidsgerecht verzocht om de Staat te gebieden zich te onthouden vanhet opleggen van heffingen voor de kosten van de schadeafhandeling enversterkingsoperatie over het jaar 2024 totdat aan een aantal voorwaardenis voldaan. De Staat heeft aangevoerd dat van deze voorwaarden geensprake kan zijn, gelet op de afspraken die partijen hierover hebbengemaakt.De gevraagde voorzieningen (die zouden leiden tot aanhouding van hetopleggen van de bedoelde heffingen) zijn afgewezen door het scheidsge-recht. Volgens het scheidsgerecht weegt het belang van Shell enExxonMobil onvoldoende zwaar ten opzichte van het belang van de Staatom tot toewijzing van het verzoek over te gaan. Dit betekent dat deheffingen voor de schadeafhandeling en versterkingsoperatie over hetjaar 2024 aan NAM opgelegd mogen worden.Het bijgevoegde vonnis gaat over de tweede voorlopige voorziening dieShell en ExxonMobil hebben gevraagd in de AoH-arbitragezaak. Eerder isde Kamer geïnformeerd over het vonnis inzake de eerste voorlopigevoorziening over transparantie- en controleverplichtingen6. Naast dezetwee door Shell en ExxonMobil gevraagde voorlopige voorzieningen,heeft de Staat op 18 september 2025 een voorlopige voorzieninggevraagd over passende zekerheden. De Staat is van mening dat Shell enExxonMobil de afspraken uit het AoH op dit punt niet zijn nagekomen. Hetscheidsgerecht heeft hierover nog geen vonnis gewezen. Zodra dit vonnisverschijnt, wordt de Kamer hierover geïnformeerd.Heffingen 2024 opgelegd aan NAMDe recent verschenen vonnissen hebben bevestigd dat de Staatgerechtigd is om heffingen voor de kosten van de schadeafhandeling en5Kamerstukken II 2023/24, 33 529, nr. 12126Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 1277Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13443 versterkingsoperatie over 2024 aan NAM op te leggen. Op 18 november2025 heeft de Staat een heffing van 1,35 miljard euro aan NAM opgelegdvoor de kosten die in 2024 zijn gemaakt voor de afhandeling van fysiekeschade, immateriële schade, waardedalingsschade en de versterkingsope-ratie. De ontvangsten worden bijgesteld op de begroting van BZK in deslotwet. Volgens de afdrachtensystematiek draagt de Staat uiteindelijk (bijbenadering) 73 procent van de kosten voor de schadeafhandeling enversterkingsoperatie7. De heffing is opgelegd als «tussentijdse» heffing.Deze dient tijdig betaald te worden. Daarna volgt een definitieve heffingmet accountantscontrole.VervolgstappenWij zullen de Kamer zoveel mogelijk op de hoogte houden van verdereontwikkelingen in deze arbitrageprocedures en de andere lopendeprocedures, met inachtneming van de procespositie van de Staat en devertrouwelijkheid die voortvloeit uit de toepasselijke arbitrageregle-menten. Desgewenst kan de Kamer in een technische briefing nadervertrouwelijk worden geïnformeerd.Tot slot hechten wij eraan nogmaals te benadrukken dat deze juridischeprocedures en daarmee ook deze vonnissen geen effect hebben opinwoners van Groningen. Het kabinet blijft zich inzetten voor gedupeerdenmet mijnbouwschade als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld,ongeacht de juridische procedures met NAM, Shell en ExxonMobil.De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van MarumDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. Hermans7Kamerstukken II, 2021/22, 33 529, nr. 932Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13444

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 166ad294b9c82371

14 okt 2026 · 3a75997d7037177e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.