Verslag Milieuraad 17 december 2024
Brontekst
Versie 2247885e9d6e4313 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-08MilieuraadNr. 973 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT EN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENEGROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 januari 2025Met deze brief ontvangt u, mede namens de Staatssecretaris vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, het verslag van deMilieuraad die op 17 december 2024 in Brussel plaatsvond.Tevens is als bijlage bij deze brief de impactanalyse van de EU Bodemmo-nitoringsrichtlijn te vinden. Met deze impactanalyse wordt uitvoeringgegeven aan de motie van het lid Veltman.1 Hierin werd gevraagd naar demogelijke gevolgen van de Bodemmonitoringsrichtlijn voor Nederland enwerd gevraagd om een analyse hiervan aan de Kamer te doen toekomenvoordat de triloogfase is afgerond. Daarnaast ontvangt u hierbij de vierdekwartaalrapportage met de stand van zaken van de Europese Commissie-voorstellen m.b.t. milieudossiers en transportdossiers.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. JansenDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. Hermans1Kamerstuk II 2023/24, 21 501-08, nr. 949 kst-21501-08-973ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9731 I. Verslag Milieuraad d.d. 17 december 2024 Tijdens de Milieuraad in Brussel op 17 december 2024 heeft het HongaarsVoorzitterschap een algemene oriëntatie bereikt op de verordening tervoorkoming van pelletverlies om microplasticsvervuiling te verminderen.Daarnaast heeft er een beleidsdebat plaatsgevonden over de Verordeningcirculaire voertuigen, alsook een gedachtewisseling over het Klimaatdoel2040. Tevens vond alvorens de Raad het Green Growth Group ontbijtplaats.Onder het punt «diversen» hebben Tsjechië, Denemarken, Frankrijk enSlowakije informatie gedeeld over het verbeteren van uitgebreideproducentenverantwoordelijkheid (UPV) van online marktplaatsen. Ookheeft Oostenrijk aandacht gevraagd voor het beter aanpakken vanuitgebreide producentenverantwoordelijkheid van grote online platforms.Verder gaf de Europese Commissie een update over de Horizon Europemissies om lokale klimaatadaptatie te versterken en gaf de Commissiesamen met het Hongaars voorzitterschap een terugkoppeling van derecente internationale bijeenkomsten, namelijk de COP29 klimaatconfe-rentie, de CBD COP16 Biodiversiteit, het INC-5 plasticverdrag, en deCOP16 verwoestijning. Daarnaast vroeg Zweden, gesteund doorDenemarken, Finland en Luxemburg, aandacht voor de herziening vanREACH. Als laatste gaf het aankomende Pools Voorzitterschap eenpresentatie over haar aankomende werkprogramma.Plastic Pelletsverordening (microplastics)Tijdens de Milieuraad heeft het Hongaars voorzitterschap een algemeneoriëntatie bereikt op de plastic pellets verordening ter voorkoming vanmicroplastics vervuiling. De grootste politieke twistpunten waren deinclusie van de maritieme sector onder de verordening en de administra-tieve lasten voor bedrijven. Uiteindelijk hebben alle lidstaten unaniem hunsteun uitgesproken voor de verordening, waarbij een aantal lidstaten eenverklaring hebben ingediend met hun zorgen.Een klein aantal (voornamelijk) maritieme lidstaten sprak hun zorgen uitover de inclusie van de maritieme sector in deze verordening. DezeLidstaten bepleitten dat microplasticsvervuiling, gezien de internationalecontext van de maritieme sector, binnen de Internationale MaritiemeOrganisatie (IMO) moet worden opgepakt en dat de EU hier niet opvooruit moet lopen. Uiteindelijk konden alle lidstaten akkoord gaan methet compromis van een langere overgangsperiode voor de maritiemesector van 36 i.p.v. 24 maanden. Ook konden alle lidstaten de toevoegingvan een bevoegde vertegenwoordiger steunen die zorgt dat naast EU ookniet-EU vervoerders aan de bepalingen in de verordening voldoen. DeCommissie twijfelt aan de uitvoerbaarheid van deze maatregel en zaltijdens de triloogonderhandeling met de Raad en het Europees Parlementinzetten op een versimpeling.Verder gaven vrijwel alle lidstaten het belang aan van het verlichten vande administratieve lasten voor kleine en micro-bedrijven. Een aantallanden sprak hun steun uit voor het gebruiken van bestaande (i.p.v.nieuwe) certificeringsschema’s om de administratieve lasten voorbedrijven te verlichten.Nederland benadrukte het belang van de inclusie van de maritieme sector,en verwelkomde de opname van een herzieningsclausule om de drempel-waarde van 1.000 ton voor certificeringsverplichtingen in de toekomst teheroverwegen. Verlaging hiervan zou een positieve milieu-impact kunnenhebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9732 Verder benoemde een klein aantal landen het belang van het regulerenvan andere bronnen van microplastics door de Europese Commissie.Denk hierbij aan autobanden, textiel, verf en wascapsules.Circulaire Voertuigen (End-of-Life vehicles)Tijdens de Milieuraad vond er eveneens een beleidsdebat plaats over deCirculaire Voertuigen Verordening. Om het debat te faciliteren, had hetHongaars Voorzitterschap inhoudelijke vragen voorbereid over hetreikwijdte en de doelstellingen van de verordening. De viertal vragen zienop: 1) een uitbreiding van de scope naar motoren en zware voertuigen, 2)de hoogte van de doelstelling voor recyclaattoepassingen van plastics enhet gebruik van productieafval, 3) de hoogte van de doelstelling voorgerecycled staal, en 4) de lijst met onderdelen die verwijderd moetenworden uit autowrakken.Het Commissievoorstel werd over het algemeen goed ontvangen doorvrijwel alle lidstaten en tijdens de Raad werd het belang van de veror-dening breed onderschreven. De algehele consensus was dat deverordening belangrijk is voor het ondersteunen en bevorderen van deEuropese circulaire markt, voornamelijk voor plastics. Enkele lidstatengaven aan graag een akkoord te willen bereiken onder Pools voorzitter-schap, voor de zomer 2025.Ten aanzien van een verbreding van de scope naar motoren en zwarevoertuigen gaf een grote groep lidstaten, waaronder Nederland, aan datzij deze verbreding belangrijk vinden en kunnen steunen. Een select aantallidstaten gaf aan dat zij konden instemmen met een verbreding, alleen welgraag nog zien dat deze eerst nader bestudeerd wordt t.a.v. haalbaarheid.Daar tegenover stond een nog kleinere groep lidstaten die geenvoorstander is van een uitbreiding.Bij het punt over de hoogte van de doelstelling voor plastics vielen deinterventies uiteen tussen een groep lidstaten die pleitte voor gelijke ofhogere ambities dan het Commissievoorstel en een terughoudendegroep. Niet alle lidstaten lieten zich uit over een precieze hoogte van dedoelstelling. Samen met een kleine groep gelijkgestemde lidstatensteunde Nederland een minimaal percentage van 25% voor plasticrecyclaat, om zo de markt voor gerecycled plastics en de Europeseconcurrentiepositie te versterken en de milieudruk in de EU en derdelanden te verminderen. Andere lidstaten bevroegen openlijk dehaalbaarheid van de doelstelling en vroegen om meer informatie t.a.v. hetgenoemde percentage.Het grootste discussiepunt ging over de hoogte van de doelstelling voorgerecycled staal. Op dit punt wordt er nog een haalbaarheidsstudie vanuitde Commissie verwacht. De algehele tendens was dat veel lidstatengerecycled staal belangrijk vinden om mee te nemen in de verordening.Wel willen zij wachten op de haalbaarheidsstudie vanuit de Commissie,voordat zij uitspraken doen over de hoogte van een eventueel percentage.Een belangrijke reden hiertoe is de concurrentiepositie van deze sector.Nederland heeft aangegeven dat een doelstelling van 10–15% voor staalhaalbaar is.Als laatste punt werd er gesproken over de lijst met onderdelen dieverwijderd moeten worden uit autowrakken voordat de autowrakkengerecycled worden. Overwegend veel lidstaten konden de huidige lijststeunen of zich flexibel opstellen. Her en der werden suggesties gedaanvoor het verwijderen en toevoegen van andere onderdelen. Conclusie wasdat de lijst verder op expertniveau uitgewerkt moeten worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9733 De Commissie concludeerde dat bijna voor alle punten brede steun wasom het gesprek voort te zetten. Hierbij gaf zij aan rekening te houden methaalbaarheid en een mogelijke geleidelijke invoering van bepaaldeonderdelen van de verordening. Nederland benadrukte in haar interventiehet belang van een doelstelling voor de toepassing van bio-gebaseerdplastics.Klimaatdoel 2040Tijdens de Milieuraad vond een gedachtewisseling plaats over hetEU-klimaatdoel voor 2040. De Europese Klimaatwet verplicht de EU tot hetstellen van een tussendoel voor 2040 op weg naar klimaatneutraliteit in2050. Op 6 februari jl. publiceerde de Commissie een mededeling metdaarin de aanbeveling dat het EU-klimaatdoel voor 2040 moet uitkomenop 90% netto broeikasgasemissiereductie ten opzichte van 1990.2 DeCommissie heeft aangekondigd hiervoor met een wetgevend voorstel tekomen. Dit voorstel volgt naar verwachting begin 2025.Het Hongaarse voorzitterschap vroeg de lidstaten hoe het Fit-for-55 (Ff55)pakket succesvol geïmplementeerd kan worden, en hoe het toekomstigeEuropese tussendoel voor 2040 vormgegeven zou moeten worden,rekening houdend met het concurrentievermogen van de EU en eenrechtvaardige transitie.Een groot deel van de lidstaten, waaronder Nederland, riep op tot snellepublicatie van het wetsvoorstel voor een Europees 2040-doel om tijdigeen besluit te nemen om vervolgens de Europese Nationally DeterminedContribution (NDC) te kunnen indienen voor COP30. Volgens hetParijsakkoord moeten alle partijen in 2025 een NDC indienen met eenambitie voor 2035. De Commissie en een grote groep lidstaten willen datde EU NDC ruim voor COP30 (die eind 2025 plaatsvindt) wordt ingeleverdzodat het anderen ook aanspoort ambitie te tonen. Aangezien de 2035ambitie van de EU zal worden afgeleid van het overeengekomen2040-doel, is tijdige besluitvorming over het 2040 tussendoel van belang.Meer en meer lidstaten steunen het Europese doel van netto 90% in2040.Gerelateerd aan het doel pleitten lidstaten in algemene zin voorkosteneffectiviteit, het belang van een voorspelbaar en stabiel klimaat-beleid voor investeringszekerheid, de noodzaak tot versnelling vanvergunningverlening, het vergemakkelijken van toegang tot financieringen verminderen van regeldruk voor bedrijven en burgers, en hetwaarborgen van een rechtvaardige transitie. Een aantal lidstatennoemden technologieneutraliteit, het opschalen van technologieën voorkoolstofverwijdering en het doorontwikkelen van de Carbon BorderAdjustment Mechanism (CBAM) als belangrijke elementen. Tot slotvroegen enkele lidstaten aandacht voor de specifieke nationale (sociaal-economische) omstandigheden.Nederland heeft, conform motie Erkens3, gepleit voor een steviguitvoeringspakket voor het wegnemen van knelpunten in de transitie,waaronder netcongestie, langdurige en complexe vergunningsverlenings-procedures en beschikbaarheid van voldoende financiering, betaalbareduurzame energie en grondstoffen. Daarbij heeft Nederland het belangonderstreept van een duidelijke link van het tussendoel met de aanko-mende Clean Industrial Deal, alsook het belang van een Europeesinvesteringsmodel voor opschaling van innovatieve en groene technolo-gieën, zoals voor batterijen, elektrolyse, -mobiliteit en koolstofverwij-dering. Nederland heeft aangegeven dat dit ook innovaties voor de2COM (2024) 633Kamerstuk II 2023–24, 31 793 nr. 257Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9734 circulaire economie moet omvatten die kostenverlagend kunnen werken,zoals blijkt uit het LIFE-scenario4 van de Europese Commissie. Deuitfasering van fossiele subsidies op EU-niveau moet ook onderdeeluitmaken van het klimaatbeleid na 2030.Een groep landen gaf in de discussie over knelpunten aan dat ze tegenimplementatieproblemen aanlopen. Een aantal Oost- en Zuid-Europeselanden pleitten daarbij voor uitstel of aanpassing van verschillendeonderdelen van de Fit-for-55 wetgeving. Dit betrof afspraken zoals het ETSvoor de gebouwde omgeving en wegtransport (ETS2), de landgebruiks-verordening (LULUCF), de Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)en de CO2-normen voor auto’s en vrachtwagens. Hoewel sommige zorgenover de implementatie van deze wetgeving werden gedeeld, pleitten veellidstaten, waaronder Nederland, en de Commissie vast te houden aan dehuidige afspraken gezien het belang van beleidsstabiliteit en helderheid inregelgeving voor investeringszekerheid en te zorgen de knelpunten in deuitvoering te adresseren. Gelet op de korte tijd die resteert naar 2030 ishet nodig om vast te houden aan de bestaande afspraken.Green Growth Group bijeenkomstAlvorens de Raad vond het ontbijt van de Green Growth Group plaats,waarin een aantal lidstaten traditiegetrouw samenkomen om onder-werpen die in de Milieuraad spelen voor te bespreken. Deze editie zatNederland het ontbijt voor. Hier heeft Nederland het non-paper overfossiele subsidies gepresenteerd dat op 17 december jl. is gedeeld met deTweede Kamer.5 Hierin heeft NL een aantal ideeën geopperd voor een EUaanpak van de afbouw van fossiele subsidies.In de discussie uitten een aantal lidstaten hun interesse om over ditonderwerp door te praten. De toegevoegde waarde om met een Europeseaanpak te komen werd benoemd. Daarnaast vonden een aantal lidstatenhet belangrijk om de Ministers van Financiën te betrekken. Tot slot werdbenoemd dat transparantie over welke subsidies gegeven worden oplidstaatniveau een belangrijke eerste stap is.Diversen– AOB REACHVia een AOB-punt benoemde Zweden, gesteund door Denemarken,Finland en Luxemburg, een aantal prioriteiten voor de komendeherziening van de REACH verordening. Hierop werd door een aantallidstaten positief gereageerd. Nederland, net als een aantal anderelidstaten, benadrukte het belang van een tijdige herziening waarbij er eengoede balans gevonden moet worden tussen versimpeling en moderni-sering van registratie- en autorisatieprocessen van chemische stoffen ende bescherming van de gezondheid van mens en het milieu.In de Nederlandse interventie werd ook ingegaan op de wijze waaropchemische stoffen beoordeeld en geweerd worden. Voor Nederland geldtdat beoordeling plaats moet vinden op basis van blootstelling aan zeerzorgwekkende stoffen, en daarmee wees zij een generiek beoordelings-kader af. Verder werd er ingegaan op een betere aanpak van onlinemarktdeelnemers en naleving van Europese regelgeving en standaarden.De zorgen over naleving werden breed gedeeld.4SWD(2024) 64 final5Kamerstuk II 2023–24, 21 501-08, nr. 971Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9735 – AOB e-commerceTsjechië, gesteund door Denenmarken, Frankrijk en Slowakije, vroeg eenAOB-punt aan om het niet naleven van Europese regelgeving door onlinemarktdeelnemers te bespreken. Ook Oostenrijk vroeg een vergelijkbaarAOB punt aan. Zij legden hierin de relatie met de Uitgebreide ProducentenVerantwoordelijk (UPV) en afval management.Een tiental lidstaten uitte steun voor het agenderen van dit probleem enziet de aanpak van online marktdeelnemers als cruciaal voor hetversterken van het gelijk speelveld en het concurrentievermogen van deEuropese markt.De Commissie wees op het belang van een geharmoniseerde aanpakzoals opgenomen in de Digital Services Act (DSA), maar erkent dat derelatie tot de UPV onvoldoende hierin wordt geadresseerd. Om dezereden hoopt de Commissie verdere harmonisatie te verzekeren inUPV-bepalingen.– AOB HorizonDe Europese Commissie heeft een update te geven over Horizon Europemissies als middel om lokale klimaatadaptatie te versterken. Eurocommis-saris Hoekstra benadrukte daarbij, specifiek in het kader van de recenteoverstromingen in Polen, Spanje, en Hongarije, het belang van hetbetrekken van lokale en regionale gemeenschappen, steden en burgers.Specifiek belichtte Hoekstra de missie «Klimaatneutrale en SlimmeSteden», die als doel heeft steden te transformeren tot innovatiehubs,zodat andere steden hun voorbeeld kunnen volgen. Hoekstra gaf aan datinmiddels 53 steden het keurmerk ontvangen hebben.– Terugkoppeling recente internationale bijeenkomstenDe Europese Commissie en het Hongaars voorzitterschap hebben eenterugkoppeling gegeven van een aantal recente internationale bijeen-komsten: COP29 klimaatconferentie, CBD COP16 Biodiversiteit, INC-5plasticverdrag, en COP16 verwoestijning. De Commissie en het Voorzitter-schap gaven aan dat deze evenementen gemengde resultaten hebbenopgeleverd. Ook al is er voortgang geboekt op meerdere vlakken, bijzowel de Commissie als een kleine groep grote landen was duidelijk datde resultaten te wensen overlieten, specifiek m.b.t. het mobiliseren vanfinanciële middelen.Met betrekking tot de 29e Conferentie van Partijen (COP29) benadrukte hetVoorzitterschap en de Commissie een aantal positieve punten, waaronderhet besluit dat ontwikkelde landen het voortouw nemen om per 2035gezamenlijk ten minste USD 300 miljard per jaar beschikbaar te makenvoor klimaatactie in ontwikkelingslanden. Ook is de groep donorlandendie financieel bijdraagt verbreed. Tot slot is op COP29 een akkoord bereiktover samenwerking via internationale koolstofmarkten, op basis vanartikel 6 van de Overeenkomst van Parijs. In hun reacties benadruktenlidstaten de teleurstelling over het ontbreken van ambitie op mitigatie ensignalen m.b.t. de energietransitie en het uitblijven van concrete stappenop toekomstige nationale bijdragen en het belang om nieuwe coalities tevormen en de dialoog met o.a. Brazilië (volgende COP Voorzitter) en Chinate intensiveren. De Kamer is op 10 december 2024 geïnformeerd over deuitkomsten van COP29.66Kamerstuk II 2024–25, 31 793, nr. 278Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9736 Met betrekking tot INC-5 (VN plasticverdrag) gaven het Voorzitterschap ende Commissie aan dat het niet is gelukt om een bindend verdrag tetekenen, mede omdat de voorliggende versie nog niet krachtig genoegwas. Echter werd er ook aangegeven dat er voldoende perspectief is opeen goede deal bij volgende onderhandelingsronde.Met betrekking tot de 16de Conferentie van Partijen van hetVN-Biodiversiteitsverdrag (CBD COP16) benoemden de Commissie en hetvoorzitterschap enkele concrete uitkomsten. De belangrijkste daarvan wasvolgens de Commissie de uitwerking van een multilateraal mechanismevoor het delen van voordelen uit het gebruik van digitale sequentie-informatie van genetische bronnen, waarbij het zogeheten «Cali Fonds»werd gelanceerd. Ook was COP16 van belang voor het erkennen van derol van inheemse groepen voor het beschermen van de biodiversiteit. Ditis terug te zien in de oprichting van een permanent hulporgaan voorinheemse groepen en lokale gemeenschappen. Verder werd benoemd dater na acht jaar onderhandelen afspraken zijn gemaakt over hetbeschermen van mariene biodiversiteit. Ondanks deze resultaten is COP16niet afgerond vanwege een gebrek aan het benodigde quorum. De tenemen beslissingen inzake financiering en monitoring van het GlobalBiodiversity Framework zullen worden besproken tijdens de voortzettingvan de COP (COP16.2), die nu gepland staat voor 25–27 februari 2025 inRome. De Tweede Kamer is op 29 november 2024 uitgebreid geïnfor-meerd over de uitkomsten van CBD COP16 door de Staatssecretaris vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.7Ook met betrekking tot de VN COP16 over verwoestijning bieden deuitkomsten een gemengd beeld. Zo is er bijvoorbeeld geen overeen-stemming bereikt over het instrument om droogte-uitdagingen teadresseren. De Commissie benadrukte ten slotte dat er meer aandachtmoet komen voor deze conventie t.b.v. het bereiken van de wereldwijdebiodiversiteits- en waterdoelen.– Werkprogramma inkomend Pools voorzitterschapHet aankomend Pools Voorzitterschap heeft een presentatie gegeven overhun werkprogramma. Tijdens hun voorzitterschap zal veiligheid centraalstaan. Binnen de Milieuraad-onderwerpen zal het Pools Voorzitterschapinzetten op klimaatveiligheid en -adaptatie, het aanpakken van klimaatdes-informatie, en groene technologieën.II. Stand van zaken Richtlijn Bodemmonitoring en Veerkracht Om de effecten van de Richtlijn Bodemmonitoring en Veerkracht in kaartte brengen, hebben zowel IenW als de decentrale overheden eenimpactanalyse laten uitvoeren. De bijgevoegde impactanalyse van BureauAmbient is een geactualiseerde versie van de eerder uitgevoerdeimpactanalyses en is gebaseerd op de algemene oriëntatietekst van deMilieuraad van 17 juni 2024.8 Er wordt gekeken naar de gevolgen van derichtlijn voor Nederland: het Rijk, decentrale overheden en (voor zover aande orde) de private sector. Er wordt benoemd wat de verplichtingen zijn,aan wie de verplichtingen toekomen en welke instanties mogelijk aan zetzijn voor de uitvoering. Ook is nagegaan of hierin knelpunten te voorzienzijn. Daarnaast wordt het verschil toegelicht tussen het oorspronkelijkevoorstel van de Europese Commissie d.d. 5 juli 2023 en dat van deAlgemene Oriëntatie.7Kamerstuk II 2024–25, 26 407, nr. 1538Kamerstuk II 2024–25, 21 501-08, nr. 953Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9737 Er wordt aanbevolen om de toekomstige implementatie van de richtlijndoor het Rijk gezamenlijk en integraal met decentrale overheden te latenverlopen. Capaciteitsgebrek bij overheden wordt als knelpunt benoemd.Het rapport eindigt met aantal tekstuele onduidelijkheden en vragen diestraks bij de implementatie relevant zijn.De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat de richtlijn een helderstreefdoel heeft, namelijk dat alle Europese bodems gezond zijn in 2050.In de impactanalyse wordt geconcludeerd dat de verplichtingen om dezedoelstelling te realiseren in de versie van de Raad zijn versoepeld tenaanzien van het Commissievoorstel. Het gaat over het algemeen ominspanningsverplichtingen en niet om resultaatverplichtingen. Hierdoorbiedt de Raadsversie van de richtlijn veel flexibiliteit aan lidstaten.Lidstaten krijgen namelijk veel vrijheid om zelf invulling te geven aan de(inspannings-)verplichtingen. De inspanningsverplichtingen hebbenvoornamelijk een monitorings-, voorlichtings- en onderzoekskarakter. Bijde pijler «aanpak verontreinigingen» wordt er voorzichtig om eenresultaat gevraagd, namelijk om binnen tien jaar alle potentieel verontrei-nigde locaties in beeld te krijgen. Nederland voldoet hier vermoedelijk algrotendeels aan. In huidige teksten van de richtlijn worden lidstaten nietafgerekend als bodems niet gezond zijn of als er geen vooruitgang is in debodemkwaliteit. De richtlijn stelt dan ook geen bindende doelen, maarvraagt enkel om inzet vanuit de lidstaten. De richtlijn betekent wel dat ereen landsdekkend monitoringnetwerk opgezet moet worden voor allebodems. Op dit moment bestaat er alleen voor landbouwbodems eenlandelijk monitoringnetwerk.De Raadsversie van de richtlijn past bij de doelstelling uit het in ontwik-keling zijnde beleidsprogramma «Bodem, Ondergrond en Grondwater»om te zorgen voor een vitale bodem. Ook een gezonde landbouwbodem,essentieel voor voedselzekerheid, is in het regeerprogramma opgenomenen is als doelstelling in lijn met het Nationaal Programma Landbouw-bodems van LVVN.Afgelopen december ging het proces in Brussel onverwachts snel. Na deherbevestiging van de positie van het Europees Parlement op 21 oktoberjl. en een eerste oriënterende triloog op 22 oktober jl., hebben diversetechnische besprekingen plaatsgevonden tussen het parlement, deCommissie en het Hongaars Voorzitterschap. Het Hongaars Voorzitter-schap heeft 12 december jl. geprobeerd om in één triloog tot een akkoordte komen. Dit is vanwege de korte tijd niet gelukt, want de partijenstonden nog te ver uit elkaar. Het Pools Voorzitterschap heeft aangegevendat ze het voorstel verder wil brengen in 2025. Onduidelijk is nog wanneerhet Pools voorzitterschap verwacht een akkoord te kunnen bereiken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9738
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.