Reactie op rapporteursnotitie ontwerpbegroting VWS 2026
Brontekst
Versie 3f460d54a5ffe884 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2026Nr. 81 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJNEN SPORT EN VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT In de procedurevergadering van 11 februari jl. heeft de commissie voorVolksgezondheid, Welzijn en Sport ingestemd om de door de rapporteursgeformuleerde vragen ter beantwoording aan VWS voor te leggen.Hierbij bieden wij u de antwoorden op de gestelde vragen aan.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.Th.M. HermansDe Minister van Langdurige zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. Sterk kst-36800-XVI-81ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 811 Zorguitgaven Vraag 1:Kan de Minister ten aanzien van het covid-19 vaccinatieprogrammaaangeven wanneer het besluit over een structureel programma kanworden verwacht?Antwoord:De huidige tijdelijke financiering loopt af na 2026. In het coalitieakkoordzijn geen structurele middelen opgenomen voor voortzetting na dieperiode.Vraag 2:Kan de Minister aangeven welke relatie dit programma heeft met hetbeleid ten aanzien van pandemische paraatheid?Antwoord:Het aanbieden van vaccinaties zorgt er op de eerste plaats voor datmensen gezonder blijven. Immers, gezonde mensen kunnen ook beterpotentiële nieuwe infecties doorstaan, mensen met een kwetsbaregezondheid zullen sneller ernstig ziek worden. In die zin draagt vaccinerenbij aan pandemische paraatheid.Begrotingstechnisch zijn het verschillende programma’s, maar beleids-matig zijn ze met elkaar verbonden. Het COVID-19-vaccinatieprogrammadraagt bij aan pandemische paraatheid doordat het de uitvoerings-structuur voor grootschalige vaccinatie operationeel houdt, inkoop- endistributielijnen actief houdt en kennis en logistieke capaciteit borgt.Pandemische paraatheid gaat niet alleen over plannen, maar ook overuitvoeringskracht. Als er een jaarlijks vaccinatieprogramma plaatsvindtvoorkomt dat dat die capaciteit wordt afgebouwd en maakt dit snelleopschaling bij een nieuwe uitbraak mogelijk.Vraag 3:Kan de Minister aangeven hoe investeringen, intensiveringen enombuigingen in de ouderenzorg zich tot elkaar verhouden?Antwoord:Onderstaande tabel schetst de ontwikkeling van de uitgaven aanWlz-ouderenzorg tussen 2025 en 2026. De bedragen op regel 1 en 2sluiten aan bij tabel 8 op bladzijde 190 van de ontwerpbegroting 2026 vanVWS. In totaal nemen de uitgaven aan Wlz-ouderenzorg toe van € 20.689miljoen in 2025 tot € 21.491 miljoen in 2026.De netto groei van de uitgaven aan Wlz-ouderenzorg bedraagt in 2026€ 801 miljoen. Dit is het saldo van verschillende investeringen, intensive-ringen en ombuigingen. In de tabel zijn deze verdeeld over vier belang-rijke categorieën.De maatregelen (4a) het scheiden van wonen en zorg (besparing van€ 44 miljoen) en (4b) de tariefmaatregel op grond van het Hoofdlijnenak-koord Ouderenzorg (HLO, besparing van € 260 miljoen) leiden tot lagereuitgaven.Daar staan hogere uitgaven tegenover op grond van (4c) het kostenon-derzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit op grond waarvan het tariefvoor de normatieve huisvestingscomponent is verhoogd (extra middelenvan € 400 miljoen Wlz-breed, waarvan circa € 231 miljoen ten goede komtaan de ouderenzorg) en op grond van (4d) groeiruimte, loon- en prijsbij-stelling en overig (in totaal € 874 miljoen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 812 Tabel: Ontwikkeling uitgaven Wlz-ouderenzorg 2025–2026Bedragen x € 1 miljoen202520261Zorg in natura19.77420.5912Pgb9158993Totaal ouderenzorg (1+2)20.68921.4914Netto groei 20268014awaarvan scheiden van wonen en zorg– 444bwaarvan tariefmaatregel HLO– 2604cwaarvan kostenonderzoek NZa (NHC)2314dwaarvan groeiruimte, LPO en overig874 Vraag 4:Kan de Minister aangeven of de oorzaken van de verhoging van deuitgaven aan SOV in beeld zijn?Antwoord:De kosten van zorg aan onverzekerden die ten laste zijn gebracht van deSOV zijn de afgelopen jaren gestegen. Verklarende redenen hiervoor zijnde toename van het aantal onverzekerden, een toename van de zorgvraagbij de groep onverzekerden (leeftijd stijgt), stijging van de zorgkosten inhet algemeen en meer bekendheid van de regeling. Met betrekking tot deomvang van de groep onverzekerden merk ik op dat een groot deel zichniet kan verzekeren in Nederland. Het gaat dan veelal om werklozearbeidsmigranten die niet verzekeringsplichtig zijn, omdat ze geen werk(meer) hebben.Vraag 5:Kan de Minister aangeven wanneer de kaders CW 3.1 voor de driebeleidsprogramma’s Payback-regeling, COVID-19 vaccinatieprogrammaen het AZWA akkoord naar de Kamer komen?Antwoord:De eerste stappen om tot een Backpay-regeling voor weduwen te komenzijn gezet. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de conceptre-geling. Vervolgens zal de Sociale Verzekeringsbank een uitvoeringstoetsuitvoeren. Naar verwachting zal de Kamer begin derde kwartaal 2026 overde uitvoeringstoets en conceptregeling worden geïnformeerd. HetCW3.1 kader kan pas worden opgesteld als de uitvoeringstoets gereed is,want pas dan zijn de financiële gevolgen duidelijk.Het CW3.1 kader voor het COVID-19 vaccinatieprogramma is op21 februari 2025 gedeeld met de Kamer in de Kamerbrief «Diverseonderwerpen vaccinatiebeleid». Voor de CW3.1 kaders van de verschil-lende AZWA-onderdelen geldt dat deze binnenkort naar de kamer wordenverstuurd.Vraag 6:Kan de Minister de neerwaartse bijstelling van de groei van de nettozorguitgaven in 2026 (en verder) ten opzichte van 2025 uit tabel 2 oppagina 165 toelichten?Antwoord:De bijstellingen van de groei van de netto zorguitgaven in 2026 en verderten opzichte van 2025 zijn het gevolg van diverse autonome en beleids-matige mutaties in de Zvw, Wlz, Wmo en de aanvullende post. Per postzijn de mutaties inclusief toelichtingen opgenomen in de begroting 2026.Voor de Zvw staan de mutaties met toelichtingen in tabel 3 (pagina 168),voor de Wlz in tabel 7 (pagina 183), voor de Wmo in tabel 9 (pagina 193)en de aanvullende post in tabel 10 (pagina 194).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 813 Vraag 7:Is deze neerwaartse bijstelling van de groei een effect van beleid, of liggener autonome oorzaken aan te grondslag?Antwoord:De bijstellingen van de groei van de netto zorguitgaven in 2026 en verderten opzichte van 2025 zijn het gevolg van zowel autonome als beleids-matige en technische mutaties in de Zvw, Wlz, Wmo en de aanvullendepost. In onderstaande tabellen staan per onderdeel de mutaties uitge-splitst in autonome, beleidsmatige en technische mutaties. In debegroting 2026 is deze uitsplitsing ook te vinden in tabel 3 voor de Zvw(pagina 168), in tabel 7 voor de Wlz (pagina 183), in tabel 9 voor de Wmo(pagina 193) en in tabel 10 voor de aanvullende post (pagina 194).Zvw-uitgaven20252026202720282029Autonoom– 975– 652– 705– 769– 1.532Beleidsmatig2– 62– 559– 205– 503Totaal– 973– 714– 1.265– 974– 2.036Zvw-ontvangsten20252026202720282029Autonoom02– 1– 1– 2Beleidsmatig0118000Totaal0120– 1– 1– 2Totale netto Zvw-uitgaven– 973– 834– 1263– 973– 2033Wlz-uitgaven20252026202720282029Autonoom– 1.127– 993– 930– 1.012– 1.257Beleidsmatig0945719625510Technisch– 87– 114– 114– 114– 114Totaal– 1.214– 162– 325– 501– 861Wlz-ontvangsten20252026202720282029Autonoom2927314548Beleidsmatig– 4– 2– 11– 18– 26Totaal2526202822Totale netto Wlz-uitgaven– 1.239– 188– 345– 529– 883Wmo-uitgaven20252026202720282029Technisch87102102102102Totaal87102102102102Totale netto Wmo-uitgaven87102102102102Aanvullende post (AP)20252026202720282029Beleidsmatig0– 21– 488– 475– 270Totaal0– 21– 488– 475– 270Totale netto AP-uitgaven0– 21– 488– 475– 270Totaal bijstellingen nettozorguitgaven– 2.125– 941– 1.994– 1.875– 3.084 Vraag 8:Kan de Minister toelichten wat deze bezuinigingen betekenen voor dewerkzaamheden van het RIVM? Hoe borgt de Minister ondanks dezebezuinigingen de strategie RIVM2030? En hoe borgt de Minister ondanksdeze bezuinigingen de wettelijke taken van het RIVM in de gehelepreventiesector in Nederland en in EU verband, waaronder het voorbe-reiden op een volgende pandemie of oorlog?Antwoord:De bezuinigingen op apparaat en subsidies uit het vorige coalitieakkoordvragen om het maken van keuzes en zullen invloed hebben op deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 814 strategie RIVM 2030. Echter, met inachtneming van deze bezuinigingenblijft het RIVM zorgvuldig en volledig invulling geven aan haar kerntakenen wettelijke verantwoordelijkheden, zoals opgenomen in artikel 3 van deWet op het RIVM.Vraag 9:Kan de Minister toelichten hoe de vermindering van uitgaven aanzorgarbeidsmarktbeleid zich verhoudt tot de doelstellingen van het TAZ?Antwoord:Met de komst van het Kabinet Schoof is het programma TAZ gestopt en isgekozen voor een andere aanpak voor het terugdringen van de arbeids-markttekorten door middel van het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord(AZWA). Daarin is met veldpartijen afgesproken om het dreigendepersoneelstekort te laten dalen met 100.000 tot en met 2028. De doelstel-lingen uit het programma TAZ zijn in het AZWA onder meer terug tevinden in de afspraken omtrent de regeldrukvermindering, de inzet vantechnologie en het bevorderen van de vaardigheden van medewerkersom met technologie te kunnen werken en de afspraken omtrent meer,sneller en beter opleiden, met de focus op opleiden buiten het ziekenhuis.Voor dat laatste is per 2026 53 miljoen beschikbaar, oplopend naar€ 185 miljoen per 2029.Transparantie begrotingVraag 10:Kan de Minister aangeven wanneer de Kamer het investeringsmodel kanverwachten?Antwoord:Het investeringsmodel wordt ontwikkeld op basis van pijlers, die elkverschillende oplevermomenten kennen. Op 17 juni 2025 is de Kamergeïnformeerd over de tijdlijnen van de ontwikkeling van het investerings-model.1 In deze brief leest u o.a. dat pijler 1 is afgerond; op 23 oktober2025 ontving de Kamer de richtlijn passend bewijs preventie2. Over deontwikkeling van het afwegingskader uit pijler 2 is de Kamer in december2025 geïnformeerd3. Dit kader wordt in 2026 doorontwikkeld aan de handvan casussen en de verwachting is dat vanaf 2027 een eerste volwaardigeversie van het afwegingskader beschikbaar zal zijn, die in 2028 en 2029verder verfijnd zal worden. Ook de overige pijlers zijn in ontwikkeling.De Kamer wordt ook in de volgende fasen op de hoogte gehouden van deontwikkeling van het investeringsmodel preventie.Vraag 11:Geeft dit model daadwerkelijk meer inzicht in de totale preventie-uitgavenvan het ministerie, eventuele bezuinigingen of investeringen en deeffecten daarvan?Antwoord:Het investeringsmodel voor preventie wordt niet ontworpen om inzicht tegeven in de preventie uitgaven en effecten van eventuele bezuinigingenop preventie. Het investeringsmodel preventie geeft wel inzicht in degezondheidseffecten, brede maatschappelijke kosten en baten enbudgettaire gevolgen van investeringen in preventieve maatregelen.Vraag 12:1Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 849.2Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 869.3Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 878.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 815 Kan de Minister uiteenzetten op welke manier deze instrumenten deMinister ondersteunen bij het formuleren van duidelijke preventiedoelenvoor volwassenen?Antwoord:Het investeringsmodel voor preventie helpt bewindspersonen o.a. doorbeter zicht te krijgen op preventieve maatregelen, hun gezondheidsef-fecten en de brede maatschappelijke en budgettaire gevolgen op de korte,middellange en lange termijn. Met het afwegingskader (pijler 2 van deontwikkeling van het investeringsmodel voor preventie) kunnen deverdelingseffecten van een maatregel op specifieke doelgroepen in kaartworden gebracht.Vraag 13:Wat is de relatie met het GIAB beleid? Wordt dit ook meegenomen in hetinvesteringsmodel preventie en het afwegingskader?Antwoord:Ja, de systematische aanpak zoals voorzien met het investeringsmodelvoor preventie is een belangrijke basis voor de Rijksbrede agenda«Gezondheid in alle beleidsdomeinen». Dit is ook zo benoemd in de briefover het investeringsmodel die de Kamer in december 2025 ontving4. Inde voortgangsbrief over de aanpak Gezondheid in alle beleidsdomeinendie de Kamer in februari 2026 ontving5, staat de ontwikkeling van hetinvesteringsmodel genoemd als een van de vier actielijnen van de aanpak.Traagheid van beleidVraag 14:Kan de Minister ten aanzien van het voornemen vervanging abonnement-starief Wmo aangeven op welke wijze eraan gewerkt wordt ditwetsvoorstel in 2027 van kracht te laten worden?Antwoord:Het voorstel van wet vervanging abonnementstarief Wmo 2015 is op25 maart 2025 aangeboden aan de Kamer. Het wetsvoorstel is 25 juni 2025controversieel verklaard. Op 29 augustus 2025 heeft de Kamer de notanaar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel ontvangen. Daarinzijn ook de schriftelijke vragen van de Kamer beantwoord die 20 mei 2025waren gesteld. Op 3 september 2025 is door de vaste commissie voorVolksgezondheid, Welzijn en Sport besloten om de controversieelverklaring in stand te houden.Vraag 15:Kan de Minister aangeven wanneer het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwetnaar de Kamer gestuurd wordt?Antwoord:Het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet is op 16 februari jl. in internetcon-sultatie gegaan. Na de consultatieperiode zullen de reacties wordenverwerkt en wordt het wetsvoorstel aan de Raad van State aangebodenvoor advies. Na verwerking van het advies van de RvS kan hetwetsvoorstel worden aangeboden aan de Tweede Kamer, het streven ishet vierde kwartaal van dit jaar.4Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 878.5Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 880.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 816 Risico’s en beheerVraag 16:Kan de Minister aangeven op welke wijze aandacht gegeven worden aanhet verminderen van de risico’s die verbonden zijn met het afsluiten vanakkoorden, zoals het vastleggen van financiële belangen en inspannings-verplichtingen, al dan niet via wettelijke kaders?Antwoord:Bij elk nieuw af te sluiten bestuurlijk akkoord wordt nadrukkelijk gekekennaar de budgettaire afspraken en risico’s van een dergelijk akkoord. Ditgeschiedt in nauwe samenspraak met de partijen die onderdeel zijn vanhet bestuurlijke akkoord. Onderdeel van elk akkoord is ook een afwegingover de wijze waarop deze afspraken kunnen worden ingevuld. Daar waarmogelijk worden uniforme en afdwingbare afspraken gemaakt (waaronderhet vastleggen in wettelijke bepalingen). Dit is echter niet altijd mogelijk ofwenselijk. In deze gevallen kunnen afspraken ook toezien op eeninspanningsverplichting.Vraag 17:Kan de Minister aangeven in hoeverre de risico’s in beeld zijn die gepaardgaan met verdeling van schaarste in de zorg door personeelstekorten? Enwelke stappen neemt de Minister om deze risico’s te verminderen?Antwoord:De grootste bedreiging van gelijkwaardige toegang is het groeiendepersoneelstekort. Het streefdoel is om met de afspraken in het AanvullendZorg- en Welzijnsakkoord en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg tot enmet 2028 het stijgende arbeidsmarkttekort met 100.000 personen lager uitte laten komen, dan anders het geval zou zijn geweest. We richten hetwerk anders in, bijvoorbeeld via kunstmatige intelligentie en verminderenvan administratieve lasten, en verlenen passende zorg. Daarnaast blijvenwe inzetten op opleiden, instroom en behoud van personeel. Daarmeevoorkomen we het onbeheersbare arbeidsmarkttekort en houden we dezorg toegankelijk.Vraag 18:Kan de Minister aangeven in hoeverre de aanbevelingen van deAlgemene Rekenkamer zijn meegenomen in het beleid 2026 en verder?Antwoord:Bij alle rapporten van de Algemene Rekenkamer die betrekking hebben ophet beleidsdomein van VWS, zowel voor de beleidsonderzoeken als debedrijfsvoeringsonderzoeken, wordt nadrukkelijk gekeken naar deaanbevelingen.In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat aanbevelingen van de ARook worden opgevolgd of worden meegenomen in de beleidsontwik-keling. Daarmee is het een belangrijke bron van reflectie en controle voorVWS. Per rapport wordt middels een bestuurlijke reactie specifiekaangegeven op welke wijze de aanbevelingen worden meegenomen.BudgetflexibiliteitVraag 19:Waarom kent de VWS-begroting zo weinig flexibiliteit en veel van deuitgavenbudgetten in de nieuwe begroting nu al juridisch verplichtvastgelegd?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 817 Dit wordt veroorzaakt door uiteenlopende redenen. Het overgrote deelvan de reeds juridisch verplichte uitgaven wordt veroorzaakt door deRijksbijdragen op artikel 8. Dit betreft € 32,8 miljard van het totaal van€ 39,8 miljard. Hierdoor kan een vertekend beeld ontstaan van de omvangvan de juridisch verplichte uitgaven. Daarnaast betreft het overgrote deelvan de begroting staand beleid waarvoor in het jaar voorafgaand aan deontwerpbegroting reeds een verplichting wordt aangegaan voor hetvolgende jaar. Voorbeelden hiervan zijn de subsidies voor bevolkingson-derzoeken, vaccinaties en abortusklinieken en de bouw van de nieuwereactor voor medische isotopen (Pallas), maar ook de bekostiging van dezorg in Caribisch Nederland, inkomensoverdrachten aan oorlogsgetrof-fenen en opleidingsbudgetten voor verpleegkundigen.Vraag 20:Kunt u daar een analyse van maken?Antwoord:De budgetflexibiliteit komt tot stand door het opmaken van een overzichtop basis van de financiële administratie binnen VWS. Hierin worden dejuridische verplichtingen die reeds zijn aangegaan weergegeven. Hetovergrote deel van de reeds juridisch verplichte uitgaven wordt veroor-zaakt door de Rijksbijdragen op artikel 8. Dit betreft € 32,8 miljard van hettotaal van € 39,8 miljard. Hierdoor kan een vertekend beeld ontstaan vande omvang van de juridisch verplichte uitgaven. Daarnaast betreft hetovergrote deel van de begroting staand beleid waarvoor in het jaarvoorafgaand aan de ontwerpbegroting reeds een verplichting wordtaangegaan voor het volgende jaar.Vraag 21:Wie controleert, zowel binnen als buiten VWS, of de aan de Kamergemelde percentages van budgetflexibiliteit in de begroting 2026 correcten betrouwbaar zijn?Antwoord:Binnen VWS worden de percentages van de budgetflexibiliteit per dossiervastgesteld door de desbetreffende beleidsdirecties binnen de verant-woordelijke directie. De controle hiervan wordt gecoördineerd doorFinancieel Economische Zaken (FEZ), en wordt gebaseerd op de verplich-tingenadministratie in het begrotingssysteem wat binnen VWS wordtgebruikt. Deze verplichtingen worden geregistreerd en aangegaan in lijnmet de bepalingen uit de Comptabiliteitswet 2016. De budgetflexibiliteit iseen momentopname. Er worden waar nodig voor staand beleid nogjuridische verplichtingen aangegaan tussen het moment van indienen vande Ontwerpbegroting en het plaatsvinden van de begrotingsbehandeling.Wanneer dit een lange periode beslaat (zoals voor de Ontwerpbegroting2026), is de hoeveelheid aangegane verplichtingen hoger danweergegeven.Strategische evaluatie agendaVraag 22:Wanneer vindt de evaluatie van artikel 8 plaats? Wordt dan ook deregeling tegemoetkoming specifieke kosten geëvalueerd?Antwoord:Artikel 8 (Tegemoetkomingen en rijksbijdragen) maakt deel uit van deoverige VWS-brede evaluaties. Voor deze evaluaties geldt geenverplichting tot periodieke rapportage, vanwege de beperkte onderlingesamenhang. Om die reden bestaat er geen vaste planning voor deevaluatie van dit begrotingsartikel. De regeling tegemoetkomingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 818 specifieke zorgkosten is in 2022 voor het laatst geëvalueerd, gezamenlijkmet de aftrek specifieke zorgkosten. Op dit moment is er geen nieuweevaluatie gepland. Het onderzoek uit 2022 is beschikbaar via: Evaluatieaftrek specifieke zorgkosten | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 819
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.