Advies kwartiermaker Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden
Brontekst
Versie de703ac0f38dc626 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 066BelastingdienstNr. 1396 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 juni 2024Op 16 april 2024 heeft de kwartiermaker Belangenbehartiger voorBelastingplichtigen en Toeslaggerechtigden (hierna: kwartiermaker) zijnadvies uitgebracht en aan ons aangeboden. Met deze brief willen wij uwKamer dit advies aanbieden en geven wij een appreciatie van dit advies.Op 18 april 2024 heeft de Inspecteur-Generaal van de Inspectie belas-tingen, toeslagen en douane (hierna: IBTD) ook een advies uitgebrachtover de inrichting van fiscale rechtshulp. Ook dit advies bieden wij uwKamer aan en hebben wij meegenomen in onze appreciatie.Wij danken de kwartiermaker en zijn team voor het werk dat zij hebbenverricht bij het vormgeven en uitwerken van dit advies over de beoogdeinvulling van de rol en positionering van de onafhankelijke Belangenbe-hartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden (hierna:Belangenbehartiger). Het advies vloeit voort uit gesprekken met een breedscala aan maatschappelijke partijen, medeoverheden, uitvoeringsorgani-saties en mensen die tot de doelgroep behoren – en onderzoek wat isuitgevoerd onder relevante stakeholders. Wij omarmen het advies van dekwartiermaker. We zien de toegevoegde waarde en de noodzaak van eenbelangenbehartiger die burgers en (kleine) ondernemers helpt die zijnvastgelopen bij hun belasting- en toeslagzaken. Dat gezegd zijnde, hebbenwe ook nog een aantal aandachtspunten die nader kunnen wordenuitgewerkt- in de inrichtingsfase.In deze brief gaan wij eerst in op de geadviseerde taken en de daarvoornoodzakelijk geachte bevoegdheden van de Belangenbehartiger. Daarnazullen wij ingaan op de positie van de Belangenbehartiger, in hetbijzonder binnen de Belastingdienst, Dienst Toeslagen (hierna: deuitvoeringsdiensten) en het Ministerie van Financiën. Daarbij nemen wijsteeds ook het advies van de Inspecteur-Generaal van de IBTD inoverweging. kst-31066-1396ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13961 Taken en bevoegdhedenDe kwartiermaker ziet drie taken voor de Belangenbehartiger, te weten (i)het rechtwaardig helpen van mensen op basis van individuele casusbe-handeling, (ii) het troubadourschap en (iii) het zijn van een kritischevriend.(i) Het rechtwaardig helpen van mensen op basis van individuelecasusbehandelingAdvies kwartiermakerIn zijn advies stelt de kwartiermaker voor dat de Belangenbehartigermensen op basis van individuele casusbehandeling helpt met hetbereiken van een «rechtwaardige» uitkomst. Hierbij moet worden gekekenof binnen de mogelijke rechtmatige oplossingen, tot de meest recht-vaardige en menswaardige oplossing is gekomen. De Belangenbehartigermoet een tweedelijns organisatie worden, bij wie casuïstiek wordtaangedragen door maatschappelijke partners en de uitvoering. Zo wordtook voorkomen dat de Belangenbehartiger de goede werken van debestaande rechtshulp zou ondergraven.De voorgestelde casusbehandeling zou bestaan uit een triage, waarbijwordt gekeken of alle bestaande kanalen en instrumenten al zijn ingezeten of de casus in aanmerking komt voor behandeling door de Belangen-behartiger. Dit kan bijvoorbeeld om casussen gaan met een juridischkarakter of over casussen waarin de wijze van dienstverlening de kern is.Vervolgens wordt onderzocht of alle ruimte binnen wet- en regelgeving isbenut. Dit onderzoek kan ertoe leiden dat de uitvoeringsdiensten debeslissing heroverwegen, of de aanbeveling van de Belangenbehartigerovernemen.Onze visie op het advies van de kwartiermakerMet de kwartiermaker zijn wij het eens dat de primaire taak van deBelangenbehartiger het bieden van onafhankelijke hulp aan mensen inhun belasting- en/of toeslagzaken zal zijn. Andere taken die in het adviesworden beschreven kunnen dienstbaar zijn aan deze individuele casusbe-handeling. Het ligt daarbij in de rede dat de casusbehandeling dereguliere dienstverlening en behandelingsmogelijkheden van deuitvoeringsdiensten niet dupliceert. Kortom, het doel van het bereiken vaneen «rechtwaardige» oplossing en de daartoe voorgestelde werkwijzeonderschrijven wij.In het advies worden drie bevoegdheden genoemd die noodzakelijk zijnvoor het vervullen van deze taak. Deze zijn het hebben van (a) eenregiefunctie, (b) doorzettingsmacht en (c) ongeclausuleerde en directetoegang tot gegevens van belastingplichtigen en toeslaggerechtigden.a. RegiefunctieAdvies kwartiermakerDe kwartiermaker adviseert een regiefunctie toe te kennen aan deBelangenbehartiger. Met deze regiefunctie wordt bedoeld dat deBelangenbehartiger wordt vormgegeven als een tweedelijns organisatie.Een casus zal dus in de meeste gevallen worden aangedragen vanuit deuitvoeringsdiensten of vanuit maatschappelijke partners. De Belangenbe-hartiger beoordeelt bij een casus of deze al voldoende is behandeld doorde uitvoeringsdienst en zo niet, wat de juiste plek is om deze te beleggen.Dit kan een behandeling door de Belangenbehartiger zelf zijn, maar deBelangenbehartiger kijkt daarbij ook of een belanghebbende beterTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13962 geholpen kan worden binnen (één van) de uitvoeringsdiensten of eenmaatschappelijke partij.Onze visie bij het advies van de kwartiermakerWij onderschrijven de meerwaarde van een regiefunctie voor de Belan-genbehartiger. Met een goede inrichting van de regiefunctie kan effectiefworden voorkomen dat er overlap ontstaat tussen de verschillendebetrokken partijen. Daarnaast kan een goede inrichting ervoor zorgen dateen burger of ondernemer op de juiste plek verder wordt geholpen metdiens casus. In de inrichtingsfase moet de vormgeving van deze regie-functie verder worden uitgewerkt. Zoals de kwartiermaker schrijft in zijnadvies, moet daarbij aandacht zijn voor de verhouding tussen de door deBelangenbehartiger te bieden rechtshulp en de hulp die wordt gebodendoor de uitvoeringsdiensten en bijvoorbeeld de IBTD. Uitgangspuntdaarbij is dat dubbeling tussen de bevoegdheden van de Belangenbehar-tiger, de uitvoeringsdiensten, de IBTD en de Nationale ombudsman wordtvoorkomen. Daarbij staat voorop dat het voor mensen duidelijk moetblijven wanneer en waar zij kunnen aankloppen voor hulp, en dat burgersen ondernemers worden begeleid als zij toch beter bij een andere partijkunnen worden geholpen.Vervolgens is het belangrijk om de juridische grondslag en reikwijdte voorindividuele casusbehandeling te onderzoeken. Daarbij is het goed om stilte staan bij de verhouding tussen individuele casusbehandeling door deBelangenbehartiger en de bestaande rechtsmiddelen, zoals verzoeken omambtshalve vermindering, bezwaar en beroep.b. DoorzettingsmachtAdvies kwartiermakerDe kwartiermaker adviseert om de Belangenbehartiger doorzettingsmachtte geven in individuele casusposities. De kwartiermaker omschrijft dezebevoegdheid als de mogelijkheid tot het verzoeken om heroverweging bijhet behandelende bestuursorgaan (bijvoorbeeld de inspecteur of deontvanger). De inspecteur of de ontvanger kan het voorstel tot herover-weging overnemen of onderbouwd afwijzen. Indien de Belangenbehar-tiger het niet eens is met de (onderbouwing van de) afwijzing, dan moetde Belangenbehartiger de bevoegdheid krijgen om zich (uiteindelijk) terichten tot de DG Belastingdienst of de DG Toeslagen. Als op dat niveaugeen overeenstemming wordt bereikt, adviseert de kwartiermaker om deBelangenbehartiger de mogelijkheid te geven om de casus voor te leggenaan de betreffende bewindspersoon. Indien geen oplossing wordtgevonden binnen de geschetste doorzettingslijn, stelt de kwartiermakervoor om de Belangenbehartiger de bevoegdheid te geven om uw Kamerte informeren over het gemotiveerd niet overnemen van het verzoek totheroverweging.Onze visie bij het advies van de kwartiermakerWij onderschrijven dat de Belangenbehartiger doorzettingsmacht moethebben om belanghebbenden goed te kunnen helpen. Het is daarbij goedom een doorzettingslijn vorm te geven, waarmee verschillen van inzichttussen de behandelaar en de Belangenbehartiger of hardheden vanwetgeving verder kunnen worden gebracht binnen de uitvoeringdiensten.Daarbij is het nuttig dat deze algemene signalen over verschillen in inzichten hardheden van wetgeving uiteindelijk worden gerapporteerd aan deverantwoordelijke bewindspersoon en uw Kamer.Naar verwachting zal de Belangenbehartiger door de individuelecasusbehandeling ook beschikken over nuttige inzichten over situatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13963 waarin wetgeving niet goed uitpakt voor belastingplichtigen en toeslagge-rechtigden. Het is uiteraard zeer relevant dat deze inzichten wordengedeeld met de wetgever, zodat kan worden bekeken of de wetgevingmoet worden aangepast.Het is bij de vormgeving van de doorzettingslijn belangrijk om goed tekijken naar de wijze waarop de Belangenbehartiger kan zorgen dat eenheroverweging van een beslissing in een individuele casus daadwerkelijkplaatsvindt. Daarbij hoort ook in ogenschouw genomen te worden hoebesluitvorming tot stand is gekomen en de dienstverlening richting burgeren bedrijf is vormgegeven in de specifieke casus. Tegelijkertijd plaatsenwe een kanttekening bij het advies om een individuele casus door tezetten naar bewindspersonen en uiteindelijk Tweede Kamer. Ons inziensligt het niet voor de hand om een individuele casus door te zetten aan debewindspersonen of de Tweede Kamer. De taak hierin van de bewindsper-sonen en de Tweede Kamer ligt immers niet bij het beoordelen van eenindividuele casus. Algemene signalen die vanuit individuele casusbehan-deling naar voren komen, kunnen wel dienstbaar zijn aan de taken van debewindspersonen en de Tweede Kamer. Daarom is het ook belangrijk datde Belangenbehartiger dergelijke signalen zelfstandig kan rapporteren.Die rapportage is belangrijk voor de Tweede Kamer maar ook voor deIBTD. De Belangenbehartiger zal hierbij gebruik maken van de reguliererapportages van de uitvoeringsdiensten, zoals bijvoorbeeld de standenvan de uitvoering. Geanonimiseerde casussen kunnen hierbij wordenmeegestuurd, als een illustratie van een breder probleem wat opgelostdient te worden.Op het moment dat de Belangenbehartiger besluit door te zetten moet ervoldoende ruimte zijn voor evaluatie en toetsing waarbij de betreffendeuitvoeringsdienst gemotiveerd kan aangeven waarom het verzoek totheroverweging niet wordt gevolgd. Bij heroverweging is het voor hetlerende vermogen van de uitvoeringsdiensten ook belangrijk dat deBelangenbehartiger de uitkomst gemotiveerd terugkoppelt aan deuitvoeringsdiensten.Tijdens de inrichtingsfase wordt een nadere uitwerking gemaakt van dewijze waarop een casus zo effectief mogelijk kan worden doorgezet. Wevertrouwen erop dat er een goede wisselwerking zal ontstaan tussen deBelangenbehartiger en de uitvoeringsdiensten, waarbij de noodzaak tothet gebruik van de doorzettingsmacht beperkt zal blijven. Tot slot is hetook van belang dat aandacht wordt besteed aan het borgen van het rechtop privacy van de betreffende belanghebbende(n) op het moment dat dedoorzettingsreeks wordt doorlopen.c. De ongeclausuleerde en directe toegang tot gegevens van belasting-plichtigen en toeslaggerechtigden.Advies kwartiermakerOm effectief uitvoering te kunnen geven aan de taak van Belangenbehar-tiger is ongeclausuleerde en directe toegang tot de gegevens van deuitvoeringsdiensten volgens de kwartiermaker randvoorwaardelijk.Onze visie bij het advies van de kwartiermakerOm de beoogde taken van de Belangenbehartiger effectief uit te kunnenvoeren is het van belang dat alle relevante feiten en omstandigheden vanhet geval voldoende bekend zijn voor de Belangenbehartiger. Voor eenbelanghebbende is het soms lastig te onderkennen welke informatie vanbelang is, daarom is samenwerking met de uitvoeringsdiensten noodza-kelijk. Wij onderschrijven dan ook de noodzaak voor de Belangenbehar-tiger om toegang te hebben tot de benodigde gegevens die de uitvoe-ringsdiensten beschikbaar hebben voor een specifieke casus.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13964 Ongeclausuleerde en directe toegang tot gegevens is een zeer verre-gaande bevoegdheid. Daarom zijn wij van mening dat bij toegang totgegevens moet worden nagedacht welke gegevens voor de Belangenbe-hartiger relevant zijn. In de praktijk zal het vaak gaan om (bijzondere)persoonsgegevens, waar terughoudend mee moet worden omgaan. Detoegang die de Belangenbehartiger heeft tot gegevens die verbandhouden met een bepaalde casus moet niet verder gaan dan wat striktnoodzakelijk is voor de uitvoering van de taken van de Belangenbehar-tiger.In de inrichtingsfase zal de vormgeving van deze bevoegdheid moetenworden uitgewerkt, met inachtneming van bestaande wet- en regelgevingop het gebied van de (fiscale) gegevensbescherming. Ook zal tijdens deinrichtingsfase gekeken moeten worden hoe aangesloten kan worden bijbestaande initiatieven die er binnen de uitvoeringsdiensten zijn, zoals demaatwerktafels van Toeslagen.(ii) TroubadourschapAdvies kwartiermakerDe kwartiermaker adviseert een signaleringsfunctie voor de Belangenbe-hartiger waarbij twee keer per jaar signalen die zijn opgekomen in decasusbehandeling worden gerapporteerd aan de Tweede Kamer. DeBelangenbehartiger rapporteert de signalen ingeval de individuelecasusbehandelingen niet tot een oplossing leiden, omdat er dan mogelijksprake is van wetgeving die te hard uitwerkt of te rigide automatisering ofadministratieve systematiek. Ook is in het advies opgenomen dat deBelangenbehartiger de mogelijkheid heeft om in gesprek te gaan metleden van de Tweede Kamer, al dan niet met andere overheidsorgani-saties.Advies IBTDIn het advies van de IBTD wordt als kanttekening geplaatst dat de IBTD debetreffende signaalfunctie reeds uitvoert. De IBTD heeft zelf al (nauw)contact met de partijen die laagdrempelige hulp bieden aan burgers diemet vragen zitten over belasting- en toeslagzaken. Aan de hand van diecontacten worden signalen verzameld en gerapporteerd, zoals hetafgelopen jaar is gebeurd.1 De IBTD ziet geen onderscheid tussen designaleringsfunctie die de kwartiermaker in zijn advies benoemt (signa-lering op basis van individuele casusbehandeling) en de signalering diede IBTD zelf al doet.Onze visie bij het advies van de kwartiermaker en het advies van de IBTDWij vinden het van toegevoegde waarde dat de Belangenbehartigersignalen verzamelt bij de zaken die hij behandelt. Het is daarbij nuttig datalgemene signalen die vanuit individuele casusbehandeling naar vorenkomen ook met de bewindspersonen en de Tweede Kamer kunnenworden gedeeld; en uiteraard met de IBTD. Dit kan namelijk dienstbaarzijn aan de taken van de bewindspersonen en de Tweede Kamer. Zoalsgezegd kan de belangenbehartiger bestaande kanalen, zoals de standenvan de uitvoering, benutten om signalen te geven over casuïstiek.Bij het rapporteren over signalen die de Belangenbehartiger verzameltmoet wel rekening worden gehouden met het recht op privacy van eenindividuele belanghebbende. Het is van toegevoegde waarde dat deBelangenbehartiger informatie over individuele casussen verzamelt.Wanneer er een meer stelselmatig probleem wordt onderkend, zal de1Zie https://www.inspectiebtd.nl/documenten/brieven/2023/02/23/knelpuntenbrief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13965 samenwerking met de IBTD worden geïntensiveerd. Op deze manier kande IBTD de informatie die de Belangenbehartiger ophaalt inzetten voor hetverbeteren van diens inspectietaken. In de inrichtingsfase zal de Belangen-behartiger daarom de IBTD betrekken wat betreft de manier waarop designalen van de Belangenbehartiger en de IBTD in samenwerking kunnenworden opgevangen en opgepakt, en uiteindelijk op een effectieve maniergerapporteerd kunnen worden.(iii) Kritische vriendAdvies kwartiermakerIn het advies geeft de kwartiermaker aan dat de Belangenbehartiger niettot doel heeft zich onmisbaar te maken, maar de uitvoeringsdiensten tehelpen beter te worden. De kwartiermaker stelt voor om dit te doen doorde Belangenbehartiger zich op te laten stellen als kritische vriend. Hoewelonafhankelijkheid belangrijk is, is gelijkwaardigheid met de mensen vande betrokken uitvoeringsdiensten en maatschappelijke organisaties devoet waarop de Belangenbehartiger werkt.Belangrijk is daarbij dat aan de hand casusposities en signalen wordtgeleerd om tot noodzakelijke verandering te komen. Specifiek staat in hetadvies van de Kwartiermaker dat het doel is om praktische rechtsbe-scherming te bevorderen, en dat het hier nodig voor de Belangenbehar-tiger aan te kunnen sluiten bij de directietafels van de Diensten en hetMinisterie van Financiën.Onze visie bij het advies van de kwartiermakerWij onderschrijven het belang van een gelijkwaardige samenwerking omtot structurele oplossingen te komen die een individuele casus te bovengaan. De formulering «kritische vriend» kan echter mensen op hetverkeerde been zetten. Er kan geen misverstand over bestaan dat deBelangenbehartiger aan de kant van de burger en (kleine) ondernemerstaat.Ook bestaat er bij de rol van kritische vriend het risico dat onduidelijkheidontstaat bij medewerkers van de uitvoeringsdiensten over de manierwaarop een individuele casus – waar de wet mogelijk te hard uitpakt –moet worden behandeld. Ook kan er onduidelijkheid ontstaan over devraag hoe en of zij de vaktechnische- en managementlijn moetenraadplegen.Het doel van uitwisseling van kennis en ervaring om tot structureleoplossingen te komen die een individuele casus te boven gaan wordt naaronze mening al – en beter – bereikt via de eerdergenoemde regiefunctie,doorzettingsmacht en signaleringsfunctie. Met de regiefunctie wordtnamelijk bereikt dat de Belangenbehartiger met de uitvoeringsdienst kijktwaar een casus het best belegd en opgelost kan worden waardoor deuitvoeringsdiensten actief nadenken over de mogelijkheden die zij hebbenbinnen wet- en regelgeving. Met de doorzettingsmacht en de signaleer-functie wordt bereikt dat de uitvoeringsdiensten daarnaast bekend rakenmet signalen vanuit een individuele casus die mogelijk een structureleoplossing behoeven. Dit zorgt ervoor dat de uitvoeringsdiensten aangezetworden om zelf die structurele oplossingen te vinden en dat, waar datnodig is, de wet- en regelgeving kan worden aangepast om toekomstigehardheden te voorkomen. De onafhankelijkheid tussen de Belangenbehar-tiger en de uitvoeringsdiensten blijft het uitgangspunt, waarbij deBelangenbehartiger de uitvoeringsdiensten kan helpen om beter teworden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13966 PositioneringAdvies kwartiermakerDe kwartiermaker adviseert positionering van de Belangbehartiger binnenzowel de uitvoeringsdiensten als het Ministerie van Financiën. Dezehybride vorm is ondersteunend aan de vervulling van de genoemdetaken. Volgens de kwartiermaker valt positionering binnen de IBTD af. Detoezichthoudende rol van de IBTD gaat niet samen met individuelecasusbehandeling. Mede hierdoor is er onvoldoende draagvlak voor dezeoptie.Advies IBTDIn het advies van de IBTD wordt ook geadviseerd over de positioneringvan de Belangenbehartiger. Daarin schetst de IBTD twee opties.De eerste optie is om de Belangenbehartiger te positioneren als onderdeelvan de uitvoeringsdiensten zelf. Hiermee wordt de lerende organisatiegestimuleerd, wat bevorderlijk is. De signaal- en rapportagefunctie komtin deze optie dan ook bij de uitvoeringsdienst zelf te liggen, waar de IBTDtoezicht op houdt.De tweede optie is om de Belangenbehartiger te plaatsen binnen de IBTD.Organisatorisch zou dit een voordeel zijn omdat de IBTD al een onafhan-kelijk onderdeel is van het Ministerie van Financiën. Ook zou er dan éénloket zijn voor de inspectiefunctie en de ombudsfunctie, en één procesvoor de verwerking van signalen tot systeemkritiek en rapportages.Hierdoor zou de IBTD al snel kunnen beginnen met het oppakken vanindividuele casuïstiek.De voorkeur van de IBTD is om de Belangenbehartiger te positionerenbinnen de IBTD om te voorkomen dat er een tweede inspectieorgaanontstaat. De IBTD geeft aan dat er ook andere landen zijn waar eendergelijke combinatie van functies in één organisatie is.Onze visie bij het advies van de kwartiermaker en de IBTDMet betrekking tot de individuele casusbehandeling ligt het naar onzemening voor de hand dat de Belangenbehartiger dicht bij de uitvoerings-diensten wordt gepositioneerd. Op deze manier kan er het makkelijkstgeschakeld worden met de behandelaren bij de uitvoeringsdiensten.Voor de rol van de Belangenbehartiger als «troubadour» ligt het meervoor de hand om dichter bij het Ministerie van Financiën gepositioneerdte zijn. Wij zijn er daarom ook voorstander van deze hybride positionering;die overigens nader moet worden uitgewerkt in de inrichtingsfase. Datbetekent een organisatie binnen het Ministerie van Financiën enherkenbare werkplekken binnen de diensten.Wij vinden het belangrijk dat in de inrichtingsfase wordt onderzocht hoekan worden voorkomen dat er overlap ontstaat tussen de taken enbevoegdheden van de uitvoeringsdiensten, de IBTD, de Belangenbehar-tiger en de Nationale ombudsman.De IBTD is een jonge organisatie. Wij vinden het daarom wenselijk dat deIBTD zich toelegt op de kerntaken die er nu al zijn en vinden het nietlogisch om dit takenpakket uit te breiden. Om die reden vinden wijpositionering van de Belangenbehartiger bij de IBTD op dit moment inieder geval niet logisch. Daarnaast heeft de IBTD een toezichthoudenderol als onafhankelijk onderdeel binnen het Ministerie van Financiën. DeIBTD houdt zich bezig met het onderzoeken van structurele risico’s waarburgers en bedrijven mee te maken zouden kunnen krijgen. De IBTD kanwel signalen ontvangen van individuele burgers, maar de IBTD zal dieindividuele zaken niet inhoudelijk behandelen. Daarbij geldt dan ook datTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13967 de IBTD burgers en kleine ondernemingen kan doorsturen naar debelangenbehartiger, als zij zich melden bij de IBTD met een casus.Positionering binnen de IBTD zou, gelet op de onafhankelijke positie vande IBTD, ook kunnen betekenen dat er minder aansluiting kan wordengevonden bij de uitvoeringsdiensten op het niveau van individueleburgers of bedrijven.Te zijner tijd zal de vormgeving en de functionering van de Belangenbe-hartiger worden geëvalueerd; het ligt voor de hand om dan ook te bezienof de positionering nog aandacht behoeft.2VervolgMet het advies van de kwartiermaker is de ontwerpfase afgerond, waarnade inrichtingsfase van start zal gaan. Gedurende de inrichtingsfase zal deorganisatie van de belangenbehartiger nader vormgegeven worden. Hetdoel is dat uiterlijk eind 2024 de Belangenbehartiger formeel start.Hiermee eindigt deopdracht van de kwartiermaker BBT.De Staatssecretaris van Financiën,M.L.A. van RijDe Staatssecretaris van Financiën,A. de Vries2Hierbij is het gebruikelijk om een termijn van tussen de vier en de zeven jaar te hanteren, zoalsvolgt uit de Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13968
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.