KamerkringInloggen
Kamerbrief

Bestuurlijk akkoord Netcongestie en OV

31 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b5e73b4cd769c09f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 023Voorzienings- en leveringszekerheid energie23 645Openbaar vervoerNr. 560 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT EN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENEGROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 31 maart 2025Het Nederlands elektriciteitsnet staat onder druk. De elektrificatie vanbedrijven en huishoudens gaat steeds sneller en dat is goed nieuws voorde verduurzaming van ons land. De uitbreiding van de elektriciteitsnettenkan dit tempo van de energietransitie echter niet bijhouden. In veelgebieden komen bedrijven en instellingen die als grootverbruiker eennieuwe of zwaardere aansluiting willen, op een wachtlijst. Zo lijktnetcongestie een knelpunt te worden voor de klimaatdoelen voor 2030.1Dit stelt de samenleving voor een grote opgave. Daarom wordt hetelektriciteitsnet zo snel mogelijk uitgebreid. Tegelijkertijd vraagt detoenemende elektrificatie dat we slimmer en flexibeler met de beschikbarenetcapaciteit omgaan. Daar zijn al op korte termijn veel mogelijkhedenvoor.Iedere sector kent zijn eigen specifieke uitdagingen om flexibel stroomge-bruik te realiseren. Daarom zet het kabinet in op maatwerkafspraken persector. Het kabinet heeft als eerste afspraken gemaakt met waterschappenen netbeheerders.2 Met trots melden we u dat de Ministeries vanInfrastructuur en Waterstaat (IenW) en Klimaat en Groene Groei (KGG)een tweede sectorovereenkomst hebben gesloten, nu met de OV-sector ennetbeheerders.Impact van netcongestie op het openbaar vervoerIn het najaar van 2023 heeft het kabinet u geïnformeerd dat netcongestiein toenemende mate ook voor mobiliteit – en openbaar vervoer (OV) in1Planbureau voor de Leefomgeving, 2024. Klimaat- en energieverkenning 2024.2Kamerstuk 29 023, nr. 526. kst-29023-560ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5601 het bijzonder – een knelpunt wordt.3 Tegelijkertijd liggen er ook kansendoordat het OV ook een bijdrage kan leveren aan flexibilisering van hetstroomgebruik en het verlichten van de netcongestie door slimme eninnovatieve oplossingen in het OV. Het kabinet is daarom met de sector ingesprek gegaan over de uitdagingen en kansen die er zijn.De Ministeries van KGG en IenW hebben gezamenlijk opdracht gegeventot twee onderzoeken om de interactie tussen netcongestie en hetopenbaar vervoer in kaart te brengen (zie bijlagen). Dit was ook onderdeelvan de Landelijke Actieagenda Netcongestie (LAN). In het eersteonderzoek zijn de lopende innovatieve pilots rondom netcongestie in hetOV in kaart gebracht. Daarna is er een brede probleemanalyse gemaaktwaarbij ook oplossingen in kaart zijn gebracht (zie bijgevoegd tweederapport). Grofweg zijn daarbij drie sporen te onderscheiden:−Het stedelijke vervoer: hier lijken de problemen tot 2030 beperkt en dekansen om netcongestie te verlichten het grootst.−Het regionale busvervoer: hier zit een spanning tussen de agenda omhet busvervoer te elektrificeren en de beschikbaarheid van voldoendelaadcapaciteit. Alternatieve contracten lijken een goede oplossing tebieden.−Het landelijk spoorvervoer: hier kunnen voor 2030 al op een aantalplekken problemen ontstaan die gevolgen kunnen hebben voorcontinuïteit en groeiambitie van het landelijk spoorvervoer. Tegelijklijken ook hier oplossingen mogelijk die zowel het spoor als netbeheer-ders helpen, zoals het plaatsen van batterijen en het toevoegen vanlokale opwek.Een gezamenlijke ambitie en ambitieus opschalingsplanZowel de energiesector als de OV-sector staan dus samen gesteld vooreen gedeelde opgave. Op initiatief van beide ministeries hebben partijenin het openbaar vervoer en de netbeheerders daarom de handen ineengeslagen en een bestuurlijk akkoord Netcongestie en OV gesloten.Doel van het bestuurlijk akkoord Netcongestie en OV is de continuïteit ende duurzame groei van het openbaar vervoer mogelijk te maken en bij tedragen aan de landelijke energietransitie door het beperken van denetcongestie. Om dit doel te bereiken, willen partijen de kansen die erliggen in slimme en innovatieve oplossingen benutten en versnellen.Hiervoor blijkt allereerst goed inzicht in de netcongestieproblematieknodig. Dit vraagt specifiek om een data-analyse naar de interactie tussende verschillende energienetten van netbeheerders onderling en met dievan OV-partijen. De gedane onderzoeken leveren al waardevolle infor-matie op; afgesproken is verder te gaan met deze analyse waar dit nodigis. Ten tweede moeten de reeds bestaande succesvolle technische encontractuele oplossingen maximaal worden benut en opgeschaald. Doornauw samen te werken in de gehele energie- en OV-keten, verbinden departijen bij het akkoord de beschikbare inzicht, kennis, kunde en oplos-singen. Ten derde moeten belemmeringen op het gebied van regelgeving,besluitvorming, financiën en beleid waar mogelijk worden weggenomen.Ook daarover hebben de partijen bij het akkoord afspraken gemaakt.Concrete afspraken – de werkagendaHet bestuurlijk akkoord Netcongestie en OV is nader uitgewerkt in eenwerkagenda met een concrete, gefaseerde aanpak, een overlegstructuurop werk- en bestuursniveau en middelen voor het ontwikkelen en3Kamerstuk 29 023, nr. 451.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5602 verspreiden van benodigde kennis. Het Rijk financiert dit en pakt eenbelangrijke regierol.De werkagenda bevat ook een aantal concrete afspraken:1.In het stedelijk vervoer worden de mogelijkheden om de overcapaciteitop tractienetten van stedelijke vervoerders te gebruiken opgeschaald.Een speciaal benoemde ambassadeur en ervaringsdeskundige gaataan de slag met het opschalen van succesvolle initiatieven in hetstedelijk vervoer zoals de energiebank in Rotterdam en de mogelijkhe-den om laadcapaciteit van bussen en auto’s te faciliteren zoals datgebeurt in Den Haag.2.Het afsluiten van alternatieve transportcontracten voor elektriciteits-aansluitingen met busvervoerders: de afspraak om in 2025 al hetnieuwe busvervoer elektrisch te rijden vergt voldoende laad-infrastructuur. Het afsluiten van «gewone» contracten met netbeheer-ders is vaak niet mogelijk in congestiegebieden. Het voordeel vanbussen is dat deze ’s nachts geladen kunnen worden, waarbij nietconstant maar wel voldoende lang elektriciteit nodig is. Tijdsblokge-bonden contracten met netbeheerders kunnen dit mogelijk maken. Decontracten mogen al worden afgesloten van de ACM, maar dezemogelijkheid wordt nog nauwelijks benut. Partijen hebben afgespro-ken dit nu wel te gaan doen.3.Het ontwikkelen van batterijen op de grond van ProRail: ProRailoverschrijdt op enkele punten in het spoornet de maximaal afgespro-ken belasting van het net. ProRail en de netbeheerders zien kansen omdit op te lossen door een batterij en eventueel ook opwek te plaatsenop gronden van ProRail. Ook worden de mogelijkheden om derdepartijen te helpen met laadoplossingen en opslagcapaciteit naderverkend.4.Tenslotte geeft het kabinet TKI Urban Energy opdracht om eenkennisplatform en expertnetwerk in te richten, een data- en ana-lyseteam te leiden, de verbinding met marktpartijen en kennisinstellin-gen te organiseren en maatschappelijke business cases te ontwikkelen.De partijen bij het akkoord gaan de komende vier jaar met deze agendaaan de slag. Na afloop van deze termijn wordt opnieuw bepaald welkeactie nodig is en welke organisatievorm daar het beste bij past.TenslotteDe opgave rondom netcongestie in het OV is groot, maar de kansen ook.Bovendien is het veld volop in beweging. Dat vergt flexibiliteit, eenadaptieve aanpak, doorzettingsvermogen en constructief partnerschap. Departijen bij het bestuurlijk akkoord Netcongestie en OV gaan dit partner-schap graag aan om gezamenlijk de uitdaging aan te pakken en de kansente verzilveren. De overeengekomen werkagenda, de organisatiestructuuren de goede samenwerking in het afgelopen jaar bieden het vertrouwendat de gezamenlijke inspanning ertoe leidt dat het OV kan blijven groeien,netcongestie kan worden verlicht en duurzaamheidsdoelstellingen in hetOV worden gehaald.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,C.A. JansenDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5603

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7b90474e031f811f

14 okt 2026 · 3d3366753d84a01d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.