KamerkringInloggen
Kamerbrief

Aanpak uitheemse rivierkreeften

3 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 69842ed29ce7ae0e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 625Waterbeleid26 407BiodiversiteitNr. 744 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026Uitheemse rivierkreeften, zoals de rode Amerikaanse rivierkreeft, vormeneen groeiend probleem voor de biodiversiteit, waterkwaliteit en hetbeheer van sloten, beken en plassen in Nederland. De sterke toename vandeze invasieve soorten over de afgelopen 25 jaar leidt op verschillendeplaatsen tot schade aan oevers, verstoring van ecosystemen en negatieveeffecten op inheemse biodiversiteit. Daarmee brengt de aanwezigheid vanuitheemse rivierkreeften uitdagingen met zich mee voor waterbeheerders,natuurorganisaties en andere betrokken partijen.Met deze brief informeren wij, de Minister en Staatssecretaris van LVVN,mede namens de Minister van IenW, uw Kamer over de huidige stand vanzaken rondom de inzet van het kabinet op uitheemse rivierkreeften.Hiermee geven wij invulling aan de toezegging aan het lid Stoffer (SGP)1tijdens het commissiedebat water van 24 september 2025 om eenoverzicht te geven van de stand van zaken en over de stappen en actiesdie worden voorzien. Daarnaast gaan we kort in op het verzoek uit demotie van lid Kostic´ (PvdD)2 van 16 december 2025 om de Kamer teinformeren over de succesvolle proef van Hoogheemraadschap vanRijnland met natuurvriendelijke oevers.AchtergrondDe rode Amerikaanse rivierkreeft, de meest bekende uitheemse rivier-kreeftensoort, bevindt zich sinds 1985 in Nederlandse wateren. In 2010 isin opdracht van het voormalig Ministerie van LNV een eerste risicoanalyse1TZ202510-0692Kamerstukken II 2025/26, 27 625, nr. 730 kst-27625-744ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7441 van deze uitheemse rivierkreeften opgesteld3, maar deze dieren warentoen al wel wijd verspreid. Effectieve maatregelen om de soort uit teroeien of te beheersen waren op dat moment onbekend4, 5. In 2016 heeftde Europese Commissie vijf uitheemse rivierkreeftensoorten op dezogenaamde Unielijst met zorgwekkende invasieve uitheemse soortengeplaatst. Deze lijst wordt vastgesteld op grond van de Exotenveror-dening6. De Exotenverordening verplicht lidstaten maatregelen te treffenvoor preventie, eliminatie en beheersing van invasieve uitheemse soortendie op de Unielijst zijn geplaatst. Omdat uitheemse rivierkreeften inNederland al wijdverspreid aanwezig waren voordat zij in 2016 op deUnielijst werden geplaatst, zijn de soorten onder het regime van artikel 19(het nemen van beheersingsmaatregelen in plaats van eliminatie) komente vallen. De Exotenverordening biedt lidstaten veel beleidsruimte om tebepalen welke maatregelen passend zijn tegen de wijdverspreide soortenvan de Unielijst in hun land. Lidstaten beslissen over hun in te zettenbeheersmaatregelen op basis van kosten-batenanalyses. De beheermaat-regelen worden vervolgens naar prioriteit gerangschikt.De natuur, waterkwaliteit en de stabiliteit van oevers staan in diversegebieden onder druk. De provincies voelen ook de urgentie vanuit dedoelen voor de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR)-soorten en -habitats en deNatuurherstelverordening (NHV)-doelstellingen. Waterschappen enprovincies wijten een slechte waterkwaliteit met name in polders, naasteen aantal andere substantiële drukfactoren, onder andere aan demassale aanwezigheid van uitheemse rivierkreeften. Dit kan hetdoelbereik voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) belemmeren.Hiermee raakt de impact van uitheemse rivierkreeften aan de beleidsver-antwoordelijkheid en de wetgevende kaders zoals die bij verschillendepartijen zijn belegd:a.De verantwoordelijkheid voor het treffen van beheersmaatregelentegen de uitheemse rivierkreeft op grond van de Exotenverordeningis belegd bij de Minister van LVVN.b.De verantwoordelijkheid voor de Visserijwet en regelgeving voorvisserij op onder andere uitheemse rivierkreeften is belegd bij deStaatssecretaris van LVVN.c.De Minister van LVVN is systeemverantwoordelijk voor de Exotenver-ordening, VHR en de NHV.d.Het behoud of herstel van dier- en plantensoorten en van natuurdoel-typen vanuit de VHR is een taak die is belegd bij provinciebesturen.Het zorg dragen voor het treffen van maatregelen voor Natura2000-gebieden is in beginsel ook belegd bij het provinciebestuur. Hetzorg dragen voor het treffen van maatregelen voor bijzonderenationale natuurgebieden is belegd bij de Minister van LVVN.e.De Minister van IenW is systeemverantwoordelijk voor de KRW.f.De beheerverantwoordelijkheid voor de rijkswateren ligt bij Rijkswa-terstaat (RWS), als uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van3Rapport risicoanalyse uitheemse rivierkreeften, invasieve exoten, NVWA, 2010 https://www.nvwa.nl/documenten/dieren-in-de-natuur/exoten/risicobeoordelingen/rapport-risicoanalyse-uitheemse-rivierkreeften4Rapport risicoanalyse uitheemse rivierkreeften, invasieve exoten, NVWA, 2010 https://www.nvwa.nl/documenten/dieren-in-de-natuur/exoten/risicobeoordelingen/rapport-risicoanalyse-uitheemse-rivierkreeften5L. de Hoop, J. van der Loop, H.H. van Kleef, E. de Hullu en R.S.E.W. Leuven. 2016. Maatregelenvoor het elimineren en beheersen van invasieve exoten van EU-belang in Nederland. VerslagenMilieukunde 5206Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unievan 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreidingvan invasieve uitheemse soorten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7442 IenW. RWS is als waterbeheerder verantwoordelijk voor de waterkwa-liteit in rijkswateren en in Natura 2000-gebieden op eigen areaal.g.De provincies zijn verantwoordelijk voor het maken van KRW-beleidvoor regionale wateren en de waterschappen geven daar uitvoeringaan bij het waterbeheer in de regionale wateren. Voor het regionalewaterbeheer buiten de KRW-oppervlaktewaterlichamen zijn dewaterschappen ook verantwoordelijk. In die wateren geldt alleen eenKRW-verplichting als de toestand in deze wateren invloed kan hebbenop de KRW-wateren.In de praktijk werken de verschillende overheden vaak samen. Betrokkenoverheden nemen al in meer en mindere mate maatregelen die bijdragenaan het verkleinen van de problematiek. Om de afstemming tussen deverschillende overheden en andere stakeholders vorm te geven coördi-neert LVVN sinds 2021 het programma Ontwikkeling BeheersingsaanpakUitheemse Rivierkreeften (OBUR). Recent is in opdracht van LVVN hetafwegingskader uitheemse rivierkreeften7 gepubliceerd. Dit afwegings-kader, opgesteld door de STOWA, schetst handelingsperspectieven voorwaterbeheerders. Hieruit blijkt dat de aanpak van uitheemse rivierkreeftencomplex is, en afhankelijk van verschillende factoren zoals het soortwateroppervlak, de soort rivierkreeft en locatie in Nederland. Er is geeneenvoudige maatregel die effectief is voor alle situaties. De dieren zijnwijdverspreid en kunnen zich snel voortplanten. Wegvangen is daarbij,zeker in open watersystemen, niet altijd een goede oplossing en leidtzonder aanvullende maatregelen binnen korte tijd al snel tot massaleterugkeer van de dieren. In de praktijk zal beheersing afhankelijk van delokale omstandigheden bestaan uit een combinatie van verschillendemogelijke maatregelen. Enkele voorbeelden hiervan zijn ecosysteem-herstel (waaronder natuurvriendelijke oevers), (her)introductie vanpredatoren, verbeteren van waterkwaliteit en wegvangen van uitheemserivierkreeften. De kennis over uitheemse rivierkreeften en mogelijkeaanpak ontwikkelt snel. Daarom verleent LVVN een subsidie aan deSTOWA om de kennisleemtes in het afwegingskader te blijven aanvullen.Natuurvriendelijke oeversDe Minister van LVVN geeft bij de aanpak van alle wijdverspreideinvasieve exoten, dus ook van uitheemse rivierkreeften, prioriteit aanbeheersmaatregelen die bijdragen aan de biodiversiteitsdoelstellingenvan de VHR-doelen en de NHV. Financiering van beheersmaatregelen diebijdragen aan de biodiversiteitsdoelstellingen van de VHR-doelen en NHVvindt plaats via de provincies en provincies geven hierbij prioriteit aanmaatregelen in natuurgebieden. Een deel van deze natuurgelden wordtbijvoorbeeld gebruikt voor het afvlakken van oevers. Verschillendeonderzoeken en een recente pilot door het Hoogheemraadschap vanRijnland laten zien dat zulke natuurvriendelijke oevers een belangrijkemaatregel kunnen zijn in de beheersing van uitheemse rivierkreeften.Natuurvriendelijke oevers hebben niet alleen invloed op het aantaluitheemse rivierkreeften. Ze leveren een bijdrage aan de verbetering vande biodiversiteit en waterkwaliteit. Rijnland moedigt daarom de aanlegvan natuurvriendelijke oevers aan met een subsidieregeling8. In de motievan lid Kostic´ is de regering verzocht om deze uitkomst mee te nemen indeze brief.7Afwegingskader Rivierkreeften; Voor beleidsmatige beslissingen door waterbeheerdersen-beleidsmakers: Achtergronddocument, STOWA, 2026 https://www.stowa.nl/publicaties/afwegingskader-rivierkreeften-voor-beleidsmatige-beslissingen-door-waterbeheerders-en-beleidsmakers8Update: Minder Amerikaanse rivierkreeften door natuurvriendelijke oevers – Hoogheemraad-schap van Rijnland, 2025 https://www.rijnland.net/actueel/nieuwsoverzicht/minder-amerikaanse-rivierkreeften-door-natuurvriendelijke-oevers/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7443 Wegvangen van uitheemse rivierkreeftenIn de afgelopen periode is veel aandacht uitgegaan naar de mogelijk-heden voor het wegvangen van de uitheemse rivierkreeften. Tijdens hetBestuurlijk Overleg Natuur van 27 maart 2025 hebben LVVN, IenW, deUnie van Waterschappen (Unie) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) isvastgesteld dat vangen als enige beheersmaatregel niet kosteneffectief isom uitheemse rivierkreeften tegen te gaan. Het wegvangen vanuitheemse rivierkreeften is een kostbare maatregel. De Unie schat dekosten van alleen vangen in op tientallen tot honderden miljoenen euro’sper jaar. Om de populatie terug te dringen zijn grootschalige enlangdurige wegvangacties nodig. Wanneer het vangen zou wordengestaakt zullen de uitheemse rivierkreeften door hun hoge voortplantings-snelheid echter binnen korte tijd weer tot de oorspronkelijke dichthedentoenemen. Daarnaast heeft Nederland veel waterwegen en verspreidingtussen veel van deze wateren is vaak niet uit te sluiten. Wegvissen isdaarmee geen structurele oplossing, maar kan wel helpen om incombinatie met andere maatregelen het probleem terug te dringen, zekerals dit betrekking heeft op kleinere of minder open watersystemen.Daarbij is het van belang dat waterbeheerders zelf kunnen beslissen watde meest effectieve en efficiënte aanpak is in het kader van het regionaalwaterbeheer. Waterbeheerders nemen al diverse maatregelen voor debeheersing van de uitheemse rivierkreeften. Voor het vangen vanuitheemse rivierkreeften met beroepsvistuigen kunnen waterbeheerderseen ontheffing ontvangen. Deze manier van ontheffing verlening is echtergeen structurele oplossing. Aandachtspunt bij het wegvissen is ook dathiervoor vaak vele honderden vistuigen nodig zijn. Omdat de nu gebruikteberoepsvistuigen zoals fuiken, kubben en korven zonder aanpassingeneen aanzienlijke bijvangst van andere soorten kennen, veroorzaken dezedaarmee bij grootschalige inzet ongewenste nevenschade aan de visstanden natuur.Daarom werkt de Staatssecretaris van LVVN aan regelgeving om hetstructureel mogelijk te maken voor waterschappen om uitheemserivierkreeften te vangen met vistuigen waarvan wetenschappelijk isaangetoond dat deze geschikt zijn om grootschalig rivierkreeft te vangen,zonder dat sprake is van bijvangst van andere soorten en waarvan hetgebruik handhaafbaar is. Naar verwachting zal deze regelgeving medio2027 in werking treden. Vanaf dat moment kunnen waterschappen tweeeerder ontwikkelde en geteste selectieve rivierkreeftvistuigen gebruiken.Waterschappen mogen dan ook andere partijen inhuren om met dezeselectieve rivierkreeftvistuigen uitheemse rivierkreeften weg te vangen,zoals beroepsvissers, muskusratbestrijders of sportvisserijverenigingen.Dit is een eerste stap. Daarnaast loopt op dit moment onderzoek om vastte stellen of fuiken, kubben en korven zodanig kunnen worden aangepastdat deze geen bijvangst kennen. In dat geval zouden ook deze vistuigenvoor eigenstandige toepassing door waterschappen in de regelgevingopgenomen kunnen worden. Een aandachtspunt hierbij is de handhaving.Er moet voorkomen worden dat stroperij waarbij illegaal fuiken wordengebruikt hiermee niet meer goed onderscheidbaar en handhaafbaar is.Waterbeheerders geven aan dat zij ook belemmeringen ervaren metbetrekking tot de toegang en het visrecht op wateren waar zij uitheemserivierkreeften willen wegvissen. Voor het wegvissen van dieren en hetplaatsen van vistuigen is toestemming nodig van de eigenaar van eenwater en daarnaast van de eigenaar van de omliggende oevers om hetwater te betreden. Om de omvang van deze belemmering in beeld tebrengen heeft LVVN in samenwerking met de waterschappen enprovincies een onderzoek laten uitvoeren naar de mate waarin hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7444 verkrijgen van privaatrechtelijke toestemming in de praktijk belemmerendkan uitwerken. De resultaten van dit onderzoek zijn als bijlage bij dezebrief gevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat waterschappen in sommigegebieden zelf al veel water bezitten, al verschilt dit sterk per waterschap(waterschappen bezitten tussen 605 en 5.279km aan wateren, dit isafhankelijk van het waterschap tussen de 9 en 77%; voor de exacte datazie het meegestuurde rapport «Inventarisatie Schaaldiervisrecht inNederland»). Voor de waterschappen waar dit niet het geval is geldt vaakwel dat andere overheden, zoals provincies, gemeenten en terreinbehe-rende organisaties een groot deel van de wateren bezitten, zeker als hetgaat om KRW-waterlichamen en Natura 2000-wateren. Deze overhedenkunnen dan de waterschappen toestemming verlenen om in hun waterenuitheemse rivierkreeften weg te vangen.Omdat de toestemming in de meeste gevallen van een andere overheidmoet komen zal worden ingezet op een bestuurlijk convenant waarinpartijen zich committeren om toestemming te verlenen aan waterbe-heerders wanneer zij in een bepaald gebied uitheemse rivierkreeftenwillen gaan wegvangen. Aan het verkrijgen van schriftelijke toestem-mingen door waterbeheerders die op meerdere plekken rivierkreeftenwillen wegvangen zijn uitvoeringslasten verbonden. Omdat voor eenbestuurlijk convenant geen wijziging van de wet- of regelgeving nodig is,kan hiermee op relatief korte termijn de mate van uitvoeringslast metbetrekking tot het wegvangen worden beperkt. Andere belangrijkegebiedspartners die al visrecht huren, zoals de Sportvisunie, hebben ookaangegeven visrecht beschikbaar te willen stellen wanneer dit nodig isvoor maatregelen tegen uitheemse rivierkreeften en kunnen in ditconvenant betrokken worden. Als blijkt dat dit convenant uiteindelijkonvoldoende oplossing biedt kan op dat moment worden overwogen omalsnog de wet- en regelgeving aan te passen.FinanciënNet als de andere overheden heeft het Rijk beperkte financieringsmid-delen beschikbaar voor het treffen van beheersmaatregelen tegenuitheemse rivierkreeften. Wanneer een waterbeheerder besluit datwegvangen onderdeel van de lokale beheersingsaanpak uitmaakt zal debeheerder de kosten hiervoor zelf dragen.Waterschappen mogen de inkomsten uit de watersysteemheffinggebruiken voor het verbeteren van de waterkwaliteit en de stabiliteit vande oevers. Hier valt het nemen van maatregelen tegen uitheemserivierkreeften ook onder als anders het behalen van KRW-doelen in gevaarzou komen. Additionele middelen vanuit IenW en LVVN zijn hiervoor nietbeschikbaar.Uitzondering bij het niet-halen van KRW-doelenWanneer er problemen zijn met het tijdig behalen van sommigeKRW-doelen als gevolg van uitheemse rivierkreeften is het mogelijk omeen beroep te doen op een uitzondering bij de verantwoording over deKRW aan de Europese Commissie. De problematiek van uitheemserivierkreeften speelt mondiaal en er is internationaal consensus onderexperts en wetenschappers dat het handelingsperspectief tegen dezedieren beperkt is. In regionale KRW-oppervlaktewateren zijn de provinciesverantwoordelijk om een beroep te doen op een uitzonderingsmoge-lijkheid. Dit gebeurt vaak op aangeven van de waterschappen. Het Rijkondersteunt dit onder meer met Handreikingen en standaardmotive-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7445 ringen9. Daarnaast is het Rijk zelf verantwoordelijk voor KRW-oppervlakte-waterlichamen in beheer bij het Rijk. De Minister van IenW moet daarvooreen beroep doen op een uitzonderingsmogelijkheid.Tot slotOnder het programma Ontwikkeling Beheersingsaanpak UitheemseRivierkreeften (OBUR) dat LVVN coördineert zal op basis van de kaders indeze brief in de komende periode, samen met andere overheden enbetrokken partijen, invulling worden gegeven aan de gezamenlijkeverdere ontwikkeling van een beheersingsaanpak. Daarnaast heeft LVVNsamen met de UvW een opdracht geformuleerd voor ABDTOPConsult omte komen tot een onafhankelijk, integraal en strategisch advies overbestuurlijk haalbare en uitvoerbare samenwerking tussen de betrokkenpartijen. Uw Kamer zal worden geïnformeerd over het verdere verloopvan deze trajecten.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. Erkens9KRW-verantwoording standaardmotiveringen, Informatiepunt Leefomgeving https://iplo.nl/thema/water/oppervlaktewater/kaderrichtlijn-water/uitvoering-kaderrichtlijn-water/krw-impulsprogramma/krw-verantwoording/standaarmotiveringen/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7446

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ce0ba495445c2802

14 okt 2026 · 8a509c9922c86538

12 okt 2026 · e216317e26608103

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.