Evaluatie experiment met een nieuw stembiljet tijdens de Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober 2025
Brontekst
Versie 8bcf656fd0d3d59a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 165VerkiezingenNr. 106 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 februari 2026Tijdens de Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober 2025 (TK25) is in vijfgemeenten voor de tweede keer een experiment met een nieuw stembiljetgehouden. In de gemeenten Alphen aan den Rijn, Boekel, Borne,Midden-Delfland en Tynaarlo is, in navolging op het experiment tijdens deEuropees Parlementsverkiezing op 6 juni 20241 (EP24), opnieuw met hetnieuwe stembiljet gestemd. Ik heb veel waardering voor de inzet van dezegemeenten om het experiment soepel te laten verlopen.Naar aanleiding van het eerste experiment zijn een aantal wijzigingendoorgevoerd. Deze zijn omschreven in de opzet van het experimenttijdens de TK252. De wijzigingen zijn erop gericht het stemproces nogverder te verduidelijken en het percentage ongeldige stemmen naarbeneden te brengen. Het experiment vindt zijn grondslag in de Tijdelijkeexperimentenwet nieuwe stembiljetten. Een uitgebreide evaluatie van hetexperiment, uitgevoerd door een extern bureau, is meegezonden alsbijlage bij deze brief.3Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)experimenteert met een nieuw stembiljet, omdat het huidige stembiljet(te) groot en daardoor lastig te hanteren is. Het formaat van het papierheeft zijn maximum bereikt, en ook de lettergrootte en witruimte op het1Kamerstukken II, 2024–2025, 35 455, nr. 21.2Kamerstukken II, 2025–2026, 35 165, nr. 93.3De aspecten die worden geëvalueerd zijn vastgelegd in artikel 18 van het Tijdelijke experimen-tenbesluit nieuwe stembiljetten. De hoofdlijnen worden in deze brief weergegeven. Op basisvan de experimenten tijdens de EP24 is besloten om enkele aspecten niet opnieuw teevalueren. kst-35165-106ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1061 stembiljet kunnen niet verder aangepast worden. Het huidige stembiljet isbovendien voor meerdere groepen kiezers niet toegankelijk.41. Algemene indruk experiment5 Uit de ervaringen die door gemeenten zijn gedeeld blijkt dat de experi-menten goed en zonder incidenten zijn verlopen. En ook uit resultaten vande evaluatie die is gehouden onder kiezers, stembureauleden engemeenten blijkt het enthousiasme voor het nieuwe stembiljet wederomgroot.Geldigheid stemmenIn totaal zijn in de experimenteergemeenten op 29 oktober 131.478stembiljetten ingevuld. Uit analyse van de stemmen blijkt dat de meestekiezers het nieuwe stembiljet goed begrijpen. Het percentage ongeldiguitgebrachte stemmen is aanzienlijk gedaald ten opzichte van hetexperiment tijdens de EP24, van 0,74% naar 0,48%.6 Op landelijk niveau,onder gemeenten waar werd gestemd werd met het huidige stembiljet,lag dit percentage op 0,26%.Nederland heeft in vergelijking met andere Europese landen een van delaagste percentages ongeldige stemmen bij verkiezingen. Bij de intro-ductie van een nieuw stembiljet mag op korte termijn een toename vanhet aantal ongeldige stemmen worden verwacht.7 Desondanks vind ikiedere (onbewust) ongeldige stem onwenselijk en span ik mij in om ditzoveel mogelijk te voorkomen. Onder meer door bij te houden op welkewijzen ongeldig gestemd wordt en die uitkomsten mee te nemen in devoorlichting bij de volgende verkiezingen.In de experimenten zijn de vijf experimenteergemeenten vergeleken metvijf zogenaamde «referentiegemeenten». In deze referentiegemeenten isgestemd met het huidige stembiljet. De gemeenten zijn vergelijkbaar metde experimenteergemeenten qua inwoneraantal, samenstelling van debevolking en stemgedrag en dienen om de resultaten van het experimentmet het nieuwe stembiljet goed en eerlijk te kunnen vergelijken.In de experimenteergemeenten werd op 130.844 (99,52%) van de 131.478stembiljetten een geldige keuze uitgebracht, en op 634 (0,48%) eenongeldige keuze. In de referentiegemeenten werd een vergelijkbaar aantalstemmen uitgebracht (134.278 biljetten). Het percentage ongeldigestemmen was daar 0,19%.Redenen van ongeldigheidVan de 633 ongeldige stembiljetten in de experimenteergemeenten ginghet bij ruim een derde (218 stembiljetten) om een reden van ongeldigheiddie ook bij het huidige stembiljet kan voorkomen, zoals een stembiljet datniet met rood is ingevuld. Bij de overige ongeldige stemmen (415stembiljetten) was er een directe relatie met het nieuwe stembiljet. Op hettotaal aantal uitgebrachte stemmen gaat dat om 0,32% ongeldigheid. InTabel 1 zijn van deze laatste groep de redenen weergegeven.4Zie ook de opmerkingen van de commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven over hetstembiljet in het verslag inzake het verloop van de Tweede Kamerverkiezing: Kamerstukken II,2025–2026, 36 852, nr. 15In deze paragraaf worden de volgende bepalingen uit het Tijdelijke experimentenbesluitnieuwe stembiljetten geëvalueerd: Artikel 18, bepalingen 2a, 2b en 3a.6Op basis van de definitieve evaluatie is dit percentage bijgesteld van 0,47% naar 0,48%.7Kamerstukken II, 2024–2025, 35 455.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1062 Bij het experiment tijdens de EP24 was een stem op een kandidaat-nummer dat niet op de lijst van de partij voorkomt («niet bestaandkandidaatnummer») de belangrijkste reden van ongeldigheid. Daarom isin de voorlichting aan kiezers tijdens de TK25 hier extra aandacht aanbesteed. De maatregelen lijken effect te hebben gehad: er zijn minderkiezers die een stem uitbrachten op een te hoog kandidaatnummer.Tegelijkertijd waren de lijsten van de meeste partijen bij de TK25 langerdan bij de EP24, waardoor de vergelijking minder goed te maken is. Watverhoudingsgewijs niet is afgenomen is het aantal kiezers dat alleen eenvakje bij een kandidaatnummer heeft ingekleurd. De uitleg aan kiezers inhet stemlokaal over het nieuwe stembiljet wordt hiervoor aangescherpt bijhet vervolg van het experiment tijdens de gemeenteraadsverkiezingen op18 maart 2026 (GR26).Tabel 1: Redenen van ongeldigheid van uitgebrachte stemmen met een directe relatiemet het nieuwe stembiljet tijdens de experimenten bij de EP24 en de TK25.Reden van ongeldigheidTK25EP24Totaal415(0,32% van totaal uitge-brachte stemmen)470(0,59% van totaal uitgebrachtestemmen)Meer dan 1 partij116 (0,09%)56 (0,07%)Alleen kandidaatnummer260 (0,20%)155 (0,19%)Niet bestaand kandidaatnum-mer39 (0,03%)259 (0,32%) Aannemelijk is dat een deel van de daling van het aantal ongeldigestemmen komt door het leereffect onder kiezers. Een deel van de kiezersin de experimenteergemeenten stemde voor de tweede keer met hetnieuwe stembiljet. Daarbij is het belangrijk om te benoemen dat deopkomst bij de Tweede Kamerverkiezing (78,3%) aanmerkelijk hoger isdan bij de Europees Parlementsverkiezing (46,2%), waardoor wederomveel kiezers voor de eerste keer met het nieuwe stembiljet gestemdhebben.VoorkeursstemmenKiezers in de experimenteergemeenten (36,6%) hebben vaker eenvoorkeursstem uitgebracht dan kiezers in de referentiegemeenten (30,9%).Dit verschil was ook zichtbaar bij het eerste experiment tijdens de EP24waar het aantal voorkeursstemmen respectievelijk 48,2% bij de experi-menteergemeenten en 44,4% bij de referentiegemeenten was.Mogelijk is het nieuwe stembiljet ten opzichte van het huidige stembiljetmeer uitnodigend voor de kiezer om een voorkeursstem uit te brengen. Inaanloop naar de verkiezing is er in de gemeenten meer aandacht geweestvoor de verkiezing, omdat de kiezers werden voorbereid op een anderstembiljet. Die extra aandacht kan ertoe hebben geleid dat kiezersbewuster bezig zijn geweest met het kiezen van een kandidaat.Tijdens de EP24 viel op dat kiezers relatief vaak een kandidaat methetzelfde nummer als de partij kozen (bijvoorbeeld partij 6, kandidaat 6).Dat effect is niet gevonden bij de TK25. Na afloop van de GR26 zal ik diteffect opnieuw onderzoeken, voordat ik hier verder conclusies aanverbind.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1063 2. Ervaringen van de kiezers8 Gebruiksgemak nieuwe stembiljetNa het stemmen gaven kiezers in een enquête hun mening over hetnieuwe stembiljet.9 Zij beoordeelden onder andere het invulgemak,formaat, leesbaarheid en het gebruik van logo’s. Op alle onderdelenscoort het nieuwe stembiljet een 4,4 of hoger (maximale score is 5) enwordt het beter gewaardeerd dan het huidige stembiljet (zie tabel 13 in deeerste bijlage). Vooral het formaat valt op: het huidige stembiljet krijgt een1.9, tegenover een 4.8 voor het nieuwe stembiljet. Onder de 66-plussersscoort het huidige stembiljet nog lager: een 1.6.Keuze van de kandidaatIn de experimenteergemeenten ligt in ieder stemhokje een boekje met delijsten met kandidaten. Uit het onderzoek blijkt dat 91% van de kiezers alvóór het stemhokje een keuze voor een kandidaat maakt (tegenover 89%in de referentiegemeenten). Van hen zoekt 52% het kandidaatsnummerthuis op, 27% in het stemhokje, en de rest stemt op de lijsttrekker of vindthet nummer op een andere manier.51% van de bevraagde kiezers bekijkt het boekje met de kandidatenlijsten.Van hen vindt 82% de informatie heel makkelijk en 12% makkelijk tevinden. Van de kiezers die het boekje niet bekijken, geeft 90% aan dat zijhet niet nodig hebben omdat zij al weten op wie zij willen stemmen.Uitleg en oefenmateriaalIn aanloop naar de verkiezing informeren alle experimenteergemeentenkiesgerechtigden over het nieuwe stembiljet. Kiesgerechtigden ontvangenbij hun stempas een flyer en krijgen informatie via de thuisgestuurdekandidatenlijst. 75% van de kiezers ziet deze flyer. Daarnaast communi-ceren gemeenten via huis-aan-huisbladen, sociale media, uitlegvideo’s enposters. Alle informatie staat op nieuwstembiljet.nl. Ook is er lokaal,regionaal en landelijk veel media-aandacht voor het experiment.Driekwart van de kiezers vindt dat zij vooraf voldoende informatieontvangen.Anders dan bij het eerste experiment krijgt iedere kiezer, ook als zijaangeven dat niet nodig te hebben, in het stemlokaal uitleg over hetgebruik van het nieuwe stembiljet van een extra stembureaulid, dathiervoor speciaal is geïnstrueerd. Toch geeft 9% aan geen uitleg te krijgen.De waardering voor de uitleg is hoog: 83% vindt deze heel duidelijk engeeft gemiddeld een 4,7 (maximale score is 5).3. Ervaringen van stembureauleden10, 11 TellingVier van de vijf gemeenten kozen voor een centrale telling (Centralestemopneming), waarbij op verkiezingsavond alleen de stemmen per lijsttellen en de volgende dag per kandidaat. Eén gemeente telde decentraal.Uit het evaluatieonderzoek blijkt het centraal tellen van het nieuwe8Tijdelijke experimentenbesluit nieuwe stembiljetten. Artikel 18, bepalingen 2c, 2d, 2e, en 2k.9In een één-op-één enquête is kiezers direct na het stemmen gevraagd naar de stemervaring.10Tijdelijke experimentenbesluit nieuwe stembiljetten. Artikel 18, bepalingen 2g, 2h, 2j en 2l.11In de dagen na de stemming is een online enquête uitgezet onder stembureauleden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1064 stembiljet ongeveer 60% sneller verloopt dan met het huidige stembiljet,bij decentraal tellen gaat het tellen bijna twee keer zo snel.Gemeenten ervaren het telproces als efficiënter en rustiger. Zij winnenvooral tijd doordat het stembiljet snel is uit te vouwen en in éénoogopslag te beoordelen is. Ook is er minder ruimte nodig, wat zorgt voormeer overzicht. Van de tellers vindt 81% dat het nieuwe stembiljetmakkelijker telt (18% heeft nooit met het vorige stembiljet gestemd en 1%vond het moeilijker noch makkelijker). Tot slot zijn er drie gemeenten dienaar aanleiding van het experiment hun telproces hebben aangepast.Daarin valt mogelijk nog verder te leren en te optimaliseren.Instructiematerialen voor stembureauledenAlle stembureauleden in de experimenteergemeenten ontvangeninstructie over het nieuwe stembiljet en hun nieuwe taken. Het Ministerievan BZK stelt hiervoor onder andere video’s, e-learning, presentaties enhandleidingen beschikbaar. 98% van de stembureauleden volgt een vormvan instructie. Vrijwel iedereen vindt de informatie duidelijk. Ook geeft97% aan de nieuwe taken, zoals het uitleggeven en beantwoorden vanvragen van kiezers over het nieuwe stembiljet, goed of heel goed tekunnen uitvoeren.Nieuw stembiljet bij verkeerd invullenIn de experimenteergemeenten mogen kiezers bij een fout twee keer eennieuw stembiljet aanvragen, tegenover één keer bij het huidige stembiljet.Gemeenten zien dat hier tijdens de verkiezing weinig gebruik van wordtgemaakt. Ook bij het huidige stembiljet wordt door kiezers nauwelijksgebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Door meer informatie over dezemogelijkheid te verstrekken kunnen mogelijk ongeldige stemmen wordenvoorkomen.4. Organisatie van het experiment12 Kosten van het experimentHet Ministerie van BZK en de deelnemende gemeenten maken kostenvoor het experiment. Gemeenten brengen alleen de meerkosten tenopzichte van het reguliere stembiljet in rekening, die volledig wordenvergoed door het Ministerie van BZK. Omdat de voorbereidingen van deTK25 en de GR26 door elkaar heen lopen is het op dit moment lastig omde exacte kosten per verkiezing vast te stellen. Na de GR26 volgt eennadere kosteninschatting.Werkdruk gemeentelijke organisatieGemeenten gaven aan dat het werken met het nieuwe stembiljet in heteerste experiment meer tijd kost. Vier gemeenten vonden het organiserenvan de verkiezing dit keer minder werk dan de eerste keer. Daarnaastgeven de gemeenten aan dat de werkdruk wel hoog was, maar dat ditvooral te maken had met het feit dat de TK25 een onverwachte verkiezingwas, dicht op de GR26.12Tijdelijke experimentenbesluit nieuwe stembiljetten. Artikel 18, bepalingen 3b en 3c.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1065 LogistiekDe projectleiders in de gemeenten geven aan dat de distributie vanstembiljetten en kandidatenlijsten goed verloopt. Ook het ophalen envervoeren na de telling verloopt soepel. Gemeenten waarderen hetkleinere stembiljet, omdat dit minder opslagruimte vraagt en eenvoudigerte vervoeren is. Zo kan het transport bijvoorbeeld deels met personen-auto’s plaatsvinden in plaats van met busjes.DrukwerkGemeenten zijn positief over de verbeterde informatie over het verkie-zingsdrukwerk. De richtlijnen voor stembiljetten, kandidatenlijsten enbevestigingsmaterialen zijn grotendeels duidelijk. De gemeenten haddende informatie over het te bestellen drukwerk graag eerder ontvangen. Welhadden ze begrip voor het feit dat deze vervroegde verkiezing nietgepland was, en de oplevering van alle drukwerkbestanden dusaanzienlijk moest worden versneld.CommunicatieHet Ministerie van BZK heeft alle communicatie- en voorlichtingsmiddelenvernieuwd in de aanloop naar de TK25. Gemeenten gebruiken deze viaeen toolkit, waar de middelen zijn geordend in een overzichtelijke«Kiezersreis». Zij zijn positief over de nieuwe middelen, vooral over debanners en uitlegvideo’s. De materialen besteden extra aandacht aan hetcorrect uitbrengen van een stem.Tot slotDe uitkomst van de evaluatie en de wijze waarop kiezers, stembu-reauleden en de medewerkers bij de gemeenten het experiment ervarenhebben stemt mij zeer positief. Ik ben verheugd over de daling in hetaantal ongeldige stemmen dat is geteld ten opzichte van de experimententijdens de EP24. De volgende experimenten met het nieuwe stembiljetworden gehouden tijdens de GR26. Tijdens deze verkiezingen wordt hetaantal experimenten opgeschaald van 5 naar 11 gemeenten.De experimenten zullen plaatsvinden in de gemeenten Alphen aan denRijn, Boekel, Gouda, Leiden, Meierijstad, Midden-Delfland, Nijmegen,Noordoostpolder, ’s-Hertogenbosch, Soest en Tynaarlo.Ik kijk met vertrouwen uit naar deze experimenten en ben voornemens omna een positieve evaluatie de eerste stappen te gaan zetten richtinginvoering van het nieuwe stembiljet.Een afschrift van deze brief is aan de Eerste Kamer verzonden.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,F. RijkaartTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1066
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.