Maatregelenpakket Geitenhouderijen en gezondheid omwonenden
Brontekst
Versie 65a44d375c6d1e3f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 973Toekomst veehouderijNr. 304 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT EN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 juli 2026Op 9 januari jl.1 is de Kamer geïnformeerd over de kabinetsreactie op deadviezen van de Gezondheidsraad over gezondheidsrisico’s rondgeitenhouderijen. Zoals toegezegd, informeren wij u, mede namens deStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, met deze brief over de nadereuitwerking van een samenhangend pakket aan maatregelen. De afgelopenmaanden hebben de betrokken ministeries de sporen van het maatrege-lenpakket verder uitgewerkt. Medeoverheden, GGD’en en sectorpartijenzijn hier op regelmatige basis over geïnformeerd. Daarnaast zijn aanvul-lende vragen gesteld aan de VGO-onderzoekers, waarover de Kamer op30 maart jl.2 tussentijds is geïnformeerd, en is een impactanalyseuitgevoerd (zie bijlagen).Meer dan 10 jaar is er onderzoek gedaan naar de relatie tussen degeitenhouderij en gezondheid van omwonenden. De Gezondheidsraadheeft hierover meerdere adviezen uitgebracht. Negen provincies hebbenin deze periode uit voorzorg moratoria ingevoerd. Dit langdurigeonderzoeks- en adviestraject is nodig geweest om de problematiek goedin beeld te brengen, maar heeft er ook toe geleid dat mensen lange tijd inonzekerheid kwamen te zitten. Onzekerheid bij omwonenden over deeffecten op hun gezondheid, onzekerheid bij geitenhouders over detoekomstmogelijkheden voor hun bedrijf, onzekerheid bij lokaleoverheden over welke ruimtelijke ontwikkelingen nu wel en niet in dezegebieden kunnen plaatsvinden en verantwoord zijn. Het kabinet wil hierinnu duidelijkheid geven en stappen zetten. Allereerst om de volksge-zondheid te beschermen, die staat voorop. Maar zeker ook om duide-lijkheid te geven voor de woningbouw en voor de geitenhouderij. Allesafwegende is het kabinet – kort samengevat – tot de volgende aanpak1Kamerstukken II 2025/2026, 28 973, nr. 287.2Kamerstukken II 2025/2026, 28 973, nr. 297. kst-28973-304ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 3041 gekomen. Ten eerste wil het kabinet voorkomen dat nieuwe situatiesontstaan waarin omwonenden van geitenhouderijen een verhoogdgezondheidsrisico lopen. Daartoe is het kabinet voornemens eenafstandsnorm van 500 meter in te voeren tussen geitenhouderijen enwoonkernen en andere gevoelige functies, zoals kinderdagverblijven enouderenzorginstellingen. Hierbij is een afweging gemaakt met het oog opde gezondheid en de impact van een afstandsnorm, met name op dewoningbouw maar ook op de sector. Voor invoering van deze maatregelmoet allereerst een plan-milieueffectrapportage procedure (planmer-procedure) doorlopen worden. Ten tweede is de inzet van het kabinetom te komen tot effectieve bedrijfsmaatregelen met het doel om hetgezondheidsrisico te verminderen. Daartoe wordt meerjarig onderzoekuitgevoerd, dat inmiddels gestart is. Ten derde wil het kabinet gerichtingrijpen op bestaande situaties waar de gezondheidsrisico’s het grootstzijn, de zgn. prioritaire locaties. Zoals aangegeven in de brief van 9 januarijl. zijn maatwerk en proportionaliteit hierbij het uitgangspunt. Over deuitwerking van deze aanpak is het kabinet in nauw overleg metgemeenten en provincies. Ten slotte blijven we het gezondheidsrisicomonitoren.Met deze aanpak komen we tegemoet aan de motie Kostic´ (Kamerstuk29 683, nr. 320) met een verzoek om, waar spanningen zijn tussen dezeverschillende belangen, woningbouw en volksgezondheid te prioriterenboven de intensieve geitenhouderij.ImpactanalyseZoals aangegeven in de kabinetsreactie van 9 januari jl. dient overeen-komstig de Omgevingswet gezocht te worden naar een balans tussen hetbeschermen (veiligheid, gezondheid, milieu) en het benutten (wonen,werken, recreatie) van de fysieke leefomgeving. Dit vraagt om zo goedmogelijk inzicht in de impact van een afstandsnorm tussen geitenhoude-rijen en gevoelige functies, waaronder woningen. Dit is gedaan in deimpactanalyse. Deze bestaat uit een ruimtelijke impactanalyse en eeneconomische impactanalyse.Eerst zijn beschikbare feitelijke gegevens en geografische informatie metbetrekking tot geitenhouderijen, woningen en andere gevoelige functies(gebouwen en locaties, zoals woningen, kinderdagverblijven, scholen(basisonderwijs en voortgezet onderwijs), en zorginstellingen metbedgebied, zoals verpleeg-en verzorgingshuizen en ziekenhuizen, waargevoelige groepen3 verblijven) en ruimtelijke plannen in kaart gebracht. Inalle provincies zijn er geitenhouderijen in de buurt van woonkernen(aansluitend bij definitie van het CBS4) en andere gevoelige functies. Deimpact op potentieel gevoelige functies varieert per provincie. In totaalzijn er volgens de impactanalyse 338 melkgeitenhouderijen in Nederland(met 50 geiten of meer), waarbij ongeveer 13.586 huizen zich binnen eenstraal van 500 meter bevinden, en 79.295 binnen een straal van 1.000meter. Bij 114 bedrijven staan 25 of meer woningen binnen een straal van500 meter; op 1.000 meter zijn dit er 294. De meeste situaties vannabijheid van geitenhouderijen bij woonkernen en andere gevoeligefuncties zijn te vinden in de provincies met de meeste geitenhouderijen,namelijk Noord-Brabant en Gelderland.3In lijn met de Gezondheidsraad (advies deel II, 2025), RIVM (Luchtkwaliteit - hooggevoeligegroepen | RIVM) en het Schone Luchtakkoord betreft dit (jonge) kinderen, 65-plussers enmensen met luchtweg-, hart- en vaataandoeningen).4Woonkern (Gf, Fvw) | CBS: een geïsoleerd rastervierkant of een aaneengesloten gebied vanrastervierkanten van 500 × 500 meter, waarvan ieder vierkant 25 adressen of meer bevat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 3042 In bijna alle provincies zijn er ook woningbouwplannen in ontwikkeling inde buurt van geitenhouderijen. Deze woningbouwplannen wordenverzameld in de Landelijke monitor voortgang woningbouw (LMVW).Hoewel de LMVW niet compleet is, geeft dit voldoende zicht op de impacten daarmee een gedegen basis voor besluitvorming. Zowel binnen eenstraal van 500 meter als binnen een straal van 1.000 meter zijn «harde»(onherroepelijke) woningbouwplannen als «zachte» plannen die nog inontwikkeling zijn. Binnen een straal van 500 meter zijn er ongeveer 509woningen in harde plannen en 1.118 woningen in zachte plannen. Binneneen straal van 1.000 meter van de geitenhouderijen zijn zo’n 3.811woningen in harde plannen en 9.967 woningen in zachte plannen. Dit iseen indicatie van de totale impact. In de impactanalyse is namelijkaangenomen dat een volledig woningbouwproject geen doorgang kanvinden als het plangebied deels wordt geraakt door een potentiëleafstandsnorm. Daarnaast is slechts in een deel van de projecten hetgeplande aantal woningen bekend.De ruimtelijke analyse vormt de basis voor de economische analyses naarde impact van een afstandsnorm. Hiervoor is in de economischeimpactanalyse een vergelijking gemaakt tussen verschillende scenario’s,waarbij een afstandsnorm geldt voor nieuwbouw van geitenhouderijenen/of woonkernen (en andere gevoelige functies) binnen een afstand van500 meter of 1.000 meter, al dan niet met mogelijkheid tot uitbreiding vangeitenhouderijen binnen die afstand. Er is gekeken naar het effect van hetinvoeren van een afstandsnorm, vergeleken met de huidige situatie,waarbij 9 provincies een moratorium hebben. Er is niet gekeken naar eenbaselinescenario van een situatie zonder beperkingen, zoals gold in de tijdvoor de moratoria werden ingevoerd, omdat er sinds die tijd teveelveranderd is om als uitgangspunt voor ontwikkeling in de toekomst tekunnen dienen.Uit de economische analyse blijkt dat een landelijke gerichteafstandsnorm, in vergelijking met de huidige situatie waar in 9 van de 12provincies nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen verbodenis door de moratoria, voor minder waardeverlies voor de sector zorgt. Meteen landelijke afstandsnorm is er namelijk meer ruimte voor vestiging enuitbreiding van geitenhouderijen dan onder de moratoria mogelijk is. Ditverschilt wel per regio, en voor individuele bedrijven kan een dergelijkenorm wel aanzienlijke impact hebben.AfstandsnormMet het oog op het verhoogde gezondheidsrisico voor omwonenden enop basis van alle beschikbare informatie en de resultaten uit beideimpactanalyses, is het kabinet voornemens om een afstandsnorm van 500meter in te voeren, om het huidige gezondheidsrisico niet verder tevergroten.Het verhoogde gezondheidsrisico voor omwonenden van geitenhoude-rijen is aangetoond waarmee op basis van het voorzorgsprincipemaatregelen nodig zijn. Zolang het gezondheidsrisico voor de omgevingniet voldoende kan worden teruggebracht met andere maatregelen geefthet kabinet de voorkeur aan invoering van een afstandsnorm, omdat heteen effectieve maatregel is, die gerichter is dan de huidige moratoria. Eenafstandsnorm grijpt in waar het risico het hoogst is, maar laat ruimte voorontwikkeling in andere gebieden. Een landelijk kader draagt bovendien bijaan meer eenvormigheid en duidelijkheid.In het Gezondheidsraadadvies wordt op basis van de meest recentemeta-analyse van het VGO-onderzoek in vijf provincies geschat dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 3043 risico op longontsteking met 73% toeneemt bij omwonenden binnen 500meter van een geitenhouderij (van 1,9% naar 3,2%) en met 19% toeneemtbinnen een straal van 1.000 meter (van 1,9% naar 2,2%). Blijkens deantwoorden van de VGO-onderzoekers op aanvullende vragen5, is hetrisico op longontsteking binnen de 500–1.000 meter 14%, en is het effectop een afstand van meer dan 500 meter op basis van de meta-analyse nietstatistisch significant verhoogd. Het kabinet is op basis van dezegegevens, gecombineerd met de informatie uit de impactanalysevoornemens maatregelen voor een afstandsnorm van 500 meter uit tewerken. In deze afstandsnorm zijn de gezondheidsrisico’s dusdanig dat deruimtelijke ontwikkeling beperkt dient te worden. De impactanalyse laatzien dat een afstandsnorm van 500 meter impact heeft op de woningbouwen geitenhouderijen. Een afstandsnorm van 1.000 meter heeft een nogveel grotere impact, waardoor veel gebieden ruimtelijk op slot wordengezet. Dat acht het kabinet, gegeven het feit dat het gezondheidsrisicobuiten 500 meter niet statistisch significant verhoogd is, niet proporti-oneel. Dit bevestigt het voornemen van een afstandsnorm van 500 meter.De voorgenomen afstandsnorm betekent dat er binnen een straal van 500meter van gevoelige functies of woonkernen geen nieuwe geitenhoude-rijen gevestigd mogen worden. Dit betekent ook dat er geen woonkernenen andere gevoelige functies binnen 500 meter van een geitenhouderijgebouwd mogen worden. Daarbij wordt als uitgangspunt gehanteerd datregelgeving wordt ingevoerd voor alle nieuwe ontwikkelingen: onherroe-pelijke omgevingsplannen en vergunde projecten kunnen doorgangvinden. Buiten deze afstandsnorm gelden de bevoegdheden conform deOmgevingswet, waarbij het bevoegde gezag op basis van de beschikbareinformatie en de lokale situatie een eigen afweging maakt.Zolang er geen handhaafbare maatregelen zijn die bewezen effectief zijnin het reduceren van emissies van bacteriën, endotoxinen en fijnstof,kunnen bestaande geitenhouderijen die zich binnen de 500 meter vanwoonkernen en andere gevoelige functies bevinden, niet uitbreiden. Het isvolgens de Gezondheidsraad aannemelijk dat het aantal geiten vaninvloed is op de emissie van micro-organismen, fijnstof en endotoxinenuit bedding en mest, maar op basis van de beschikbare informatie uit hetVGO-onderzoek is geen kwantitatieve relatie vast te stellen tussen hetaantal bedrijven of aantal geiten en de hoeveelheid emissie van deverschillende componenten en het daarmee samenhangende risico oplongontsteking bij omwonenden. Onderbouwing van deze tijdelijkebeperking van uitbreiding berust op voorzorg.Voor individuele bedrijven maakt het veel verschil of een bedrijf zichbinnen of buiten de 500 meter van woonkernen en andere gevoeligefuncties bevindt. De impact op bedrijven binnen de 500 meter kan grootzijn, mede doordat bedrijven buiten de 500m afstandsnorm wel kunnenuitbreiden. De afstandsnorm met deze beperking op uitbreiding creëert nude benodigde duidelijkheid, maar als de situatie verandert, kan dezemaatregel herzien worden. Het kabinet is voornemens om, zodra erhandhaafbare maatregelen zijn die bewezen effectief zijn in het reducerenvan emissies van bacteriën, endotoxinen en fijnstof, in dat geval(beperkte) uitbreiding binnen de afstandsnorm mogelijk te maken. Deze(beperkte) uitbreiding is onder voorwaarden van het nemen van dezemaatregelen en is in balans met de te realiseren reductie. Op deze manierwil het kabinet bijdragen aan het perspectief voor bedrijven binnen deafstandsnorm, en wil het kabinet het invoeren van emissiebeperkendemaatregelen ten behoeve van de gezondheid van omwonenden stimu-leren. Het verminderen van het gezondheidsrisico blijft immers het5Kamerstukken II 2025/2026, 28 973, nr. 297.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 3044 uiteindelijke doel. Mede met het oog hierop investeert het kabinet inonderzoek naar effectieve emissiereducerende maatregelen.Het voornemen is dat de afstandsnorm zal worden opgenomen in deregelgeving onder de Omgevingswet, onder verantwoordelijkheid van deStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Het kabinet zal degebruikelijke vervolgstappen nemen om tot een zorgvuldige uitwerkingvan dit voornemen te komen. Op grond van de richtlijn strategischemilieubeoordeling (smb-richtlijn6) is voor deze kaderstellende regelgevingeen plan-mer nodig. Als eerste zal daarom de plan-mer-procedure gestartworden. Hierin wordt het effect van het voorgenomen besluit en dealternatieven op het milieu zorgvuldig beoordeeld. Vervolgens zal hetkabine een definitief besluit nemen op de regelgeving voor deafstandsnorm, binnen het stelsel van de Omgevingswet.Zoals bij elke regelgeving zijn wijzigingen niet permanent. In de toekomstzou de afstandsnorm kunnen worden afgeschaald als er meer gerichtemaatregelen gevonden worden die emissies vanuit de geitenhouderijeneffectief beperken. Bij de verdere uitwerking zal het kabinet gemeenten enprovincies betrekken.BedrijfsmaatregelenDe tweede fase van het onderzoek van Wageningen University & Research(WUR) naar emissiereducerende maatregelen is inmiddels gestart. WURwerkt aan een meetprotocol. Komende jaren zullen kennishiaten wordengevuld (o.a. door periodieke metingen) over de invloed van de «stropot»(de voor geitenhouderijen typerende potstal) en de mestopslag, op deemissies vanuit de stal. Ook zal een vergelijkende meetcampagne wordengedaan, waarbij geitenhouderijen met vernieuwingen/aanpassingenworden vergeleken met bedrijven die dat niet hebben. Het plan is om nogdit jaar in ieder geval de niet-traditionele geitenstallen (zonder stropot),zoals geitenstallen met roostervloeren, te bemeten. Daarnaast zal wordengekeken naar het bemeten van emissiereducerende stalmaatregelen.WUR zal met producenten spreken over de mogelijkheid om bestaandeend-of-pipe luchtreinigingstechnieken door te ontwikkelen zodat zijeffectief bacteriën, endotoxinen en fijnstof uit geitenstallen kunnenverminderen. Voor het onderzoek heeft de sector een adviserende rol,evenals een uitvoerende rol, omdat voor het bemeten medewerking vangeitenhouders nodig is. Ook GGD (Brabant Zuidoost en West Brabant) enOmgevingsdienst (Brabant Noord en Groene Metropool) hebben eenadviserende rol.Verder zal de komende jaren worden ingezet op het onderzoeken van deeffecten van maatregelen met betrekking tot instrooien en uitmesten vanstro/strooisel (maatregelengroep 1 uit het fase 1 WUR-rapport)7,weidegang, nieuwe ionisatietechnieken en end-of-pipe-luchtreiniging.De geitensector erkent in het sectorplan8 de maatschappelijke zorgen overde gezondheid van omwonenden en wil proactief verantwoordelijkheidnemen om bacteriële concentraties en emissies uit stallen te verlagen.Met de sector is gesproken over de toepassing van zogenaamde no-regretmaatregelen: maatregelen die op basis van de eerste resultaten van hetfase 1 WUR-onderzoek7 mogelijk kunnen bijdragen aan emissiereductie,relatief eenvoudig uitvoerbaar zijn, beperkte kosten met zich meebrengen6https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32001L00427WUR Rapport 1612 - Verkenning van maatregelen voor het verminderen van emissies vanbioaerosolen uit melkgeitenbedrijven8Samen-bouwen-aan-vitaal-nabuurschap-Sectorplan-geitenhouderij-DEC-25.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 3045 en op korte termijn kunnen worden ingevoerd. Deze zouden geiten-houders kunnen nemen in afwachting van de uitkomsten van het driejarigonderzoek van WUR naar emissiereducerende maatregelen. In het eerderopgeleverde rapport van het verkennend onderzoek van de WUR wordtaangegeven dat de effectiviteit in de praktijk nog moet worden getest.Vanwege het ontbreken van zekerheid over de effectiviteit ligt de(uiteindelijke) keuze en de verantwoordelijkheid voor de inzet op deno-regret maatregelen bij de sector. In de sector lopen inmiddels diverseinitiatieven van geitenhouders om emissies vanuit de stal te verlagen,bijvoorbeeld door frequent uitmesten van de stal, door ontstoffen enstofarm instrooien van stro, of door stroloze stallen.Prioritaire locatiesZoals in de eerdere brieven is aangegeven, richten we ons naast hetnemen van maatregelen op nieuwvestiging en uitbreiding, ook opbestaande situaties, om het risico voor omwonenden van geitenhoude-rijen te verminderen. De focus hierbij ligt op de prioritaire locaties, waarde risicogroep het grootst of de kwetsbaarheid van de omwonenden hethoogst is.Het gaat hier om locaties waar meerdere geitenhouderijen dichtbijwoningen en andere gevoelige bestemmingen staan, of veel woningen enandere gevoelige functies dichtbij een geitenhouderij staan of geplandzijn, of waar kwetsbare groepen wonen/verblijven die extra vatbaar zijnvoor gezondheidseffecten. Op basis van nadere uitwerking van criteria enverdere gesprekken met medeoverheden zullen we de komende maandentot meer duidelijkheid en een lijst van (mogelijk) prioritaire locatieskomen. Het is belangrijk dat er handelingsperspectief komt voorgemeenten en provincies die iets willen doen aan dit soort situaties entegen deze problematiek aanlopen in hun ruimtelijke planning. Weerkennen dat het belangrijk is om dit perspectief te kunnen bieden, terwijlde procedure voor inregeling van de afstandsnorm gaande is. Na dezomer volgt de verdere invulling van de criteria waarmee de belangrijkstelocaties kunnen worden geselecteerd om een vervolgtraject in te gaan.De aanpak van de prioritaire locaties dient nog verder uitgewerkt teworden, dit doen we nadrukkelijk ook gezamenlijk met medeoverheden,en aan de hand van voorbeeldsituaties. We kijken naar de (on)mogelijk-heden van bepaalde maatregelen zoals vrijwillige uitkoop of verplaatsing,het nemen van in potentie effectieve emissiereducerende maatregelen opgeitenhouderijen, inclusief bovengenoemde no-regret-maatregelen. Zodrahet onderzoekstraject van de WUR maatregelen oplevert die de emissieseffectief omlaag kunnen brengen, kan die kennis op prioritaire locatiesworden ingezet. Daarbij moeten de maatregelen ook handhaafbaar zijn.De ervaring die wordt opgedaan bij de aanpak prioritaire locaties kanworden meegenomen als op termijn het voorschrift op het gebied vanuitbreiding binnen de afstandsnorm wordt herzien, zoals hiervoor isaangegeven.Voor deze maatregelen geldt o.a. dat moet worden uitgezocht wat ermogelijk is binnen bestaande wet- en regelgeving en bestaande (fiscale enfinanciële) regelingen.Bij het overwegen van maatregelen op prioritaire locaties zal ookaandacht worden besteed aan de mogelijkheden voor verplaatsing vaneen geitenhouderij naar verder weg van de bebouwde kom en/of locatiesmet kwetsbare bewoners, zoals gevraagd in de motie Grinwis9 c.s. HetRijk wil medeoverheden (provincie en gemeenten) ondersteunen om op9Kamerstukken 2025–2026, 29 683, nr. 321Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 3046 de prioritaire locaties maatregelen te overwegen door in gesprek te gaanmet betrokkenen en daarbij te inventariseren welke maatregelen lokaaltoepasbaar en proportioneel zijn. De Raad van State (RvS)10 laat zien dathet lastig is om op lokaal niveau maatregelen te nemen bij (bestaande)geitenhouderijen die dicht in de buurt van gevoelige functies zijngevestigd. Maar de Raad gaat in zijn voorlichting ook in op de mogelijk-heden binnen de bestaande regelgeving.MonitoringEr zal een epidemiologische vervolgstudie worden uitgevoerd naar hetvoorkomen van longontstekingen vastgesteld door huisartsen, voor deperiode 2023–2025 (de periode na de corona-pandemie, als vervolg op deeerdere 3-jaarreeks tot 2019). Deze wordt uitgevoerd door Nivel insamenwerking met IRAS-UU (Institute for Risk Assessment Sciences vande Universiteit Utrecht) en zal nog deze maand worden gestart. Deuitkomsten worden dan medio 2027 verwacht. Deze uitkomsten wordengezien als een nulmeting; de monitoringsinspanning zal worden herhaaldeen aantal jaren nadat het maatregelenpakket zijn beslag heeft kunnenkrijgen (voorzien in 2029/2030).Samenwerking medeoverhedenZoals hierboven is aangegeven, is het in een vroeg stadium betrekken vanmedeoverheden (provincies, gemeenten) op de onderdelen van hetmaatregelenpakket is cruciaal, met name bij het uitwerken van deafstandsnorm, en de invulling van de maatwerkaanpak van prioritairelocaties. Medeoverheden hebben aandacht gevraagd voor de aanpak vanbestaande situaties (bijvoorbeeld bestaande geitenhouderijen die zichdicht bij een woonkern en/of andere gevoelige functies zoals zorginstel-lingen bevinden).Het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft dit jaar een standpunt namens de12 provincies opgesteld. Zij hebben eerder aangegeven in principepositief te staan tegenover de kabinetsplannen zoals beschreven in deeerste kabinetsreactie voor wat betreft de aanpak van nieuwe situaties11,en hebben daarbij wel om aandacht gevraagd voor bestaande situaties,en verzocht om snel duidelijkheid te geven voor omwonenden engeitenhouders. Zij vragen om generiek beleid met duidelijke kaders metruimte voor lokaal maatwerk. Ook de Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG) benadrukt het belang van de aanpak van bestaande(prioritaire) situaties. Er is recent informeel bestuurlijk overleg geweestmet IPO en VNG.Een specifiek aandachtspunt waarvoor de VNG namens gemeentenaandacht heeft gevraagd, is de behoefte aan verduidelijking voor hettoepassen van het voorzorgbeginsel bij de afwegingen rond vergunning-verlening in het geval van vestiging of uitbreiding van geitenhouderijenen van nieuwe bouwontwikkelingen. Hierover is het standpunt dat hetkabinet zich aansluit bij het advies van de Gezondheidsraad dat ervoldoende aanleiding is om maatregelen te nemen. Bij besluitvormingrondom bestaande geitenbedrijven zal de gezondheid van omwonendenals een belangrijke factor moeten worden meegewogen, juist ook in deperiode in aanloop naar de implementatie van het maatregelenpakket dathet kabinet nu uitwerkt. Gemeenten kunnen hiervoor onderbouwing10Voorlichting over gezondheidsproblematiek rond geitenhouderijen | Raad van State11Kamerstukken II 2025/2026, 28 973, nr. 287.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 3047 vinden in de beide adviezen van Gezondheidsraad12, het rapport van deRvS13 en reeds bestaande documenten zoals de Handreiking VGO14 enRichtlijn Medische milieukunde15 van de GGD. Op verzoek van medeover-heden zullen we met hen verkennen of hiernaast nog meer handvattenhelpend zijn voor het toepassen van het voorzorgsbeginsel op lokaalniveau, met name in de periode tot invoering van landelijke regelgeving.Daarnaast wordt samen met medeoverheden bepaald of en welkepraktische communicatiemiddelen behulpzaam kunnen zijn.VervolgDit voorgenomen maatregelenpakket zal op diverse onderdelen nog naderworden uitgewerkt. Dit vergt tijd. Regelgeving moet nader wordenuitgewerkt en getoetst. Dit betekent ook dat een afstandsnorm niet vanafmorgen van kracht is. Gemiddeld duurt dit traject, inclusief uitvoering vaneen plan-mer 2,5 tot 3 jaar. We vragen daarom provincies om rekening tehouden met aangekondigde regelgeving, en aan de provincies metbestaande moratoria om deze te handhaven totdat de regelgeving van hetRijk in werking is getreden. Indien provincies het wenselijk achten debestaande moratoria alvast zoveel mogelijk in lijn te brengen met deaangekondigde regelgeving van het Rijk, zijn we uiteraard bereidprovincies hierbij te ondersteunen. Daarnaast vragen we gemeenten omde laatste inzichten mee te nemen bij het vaststellen van ruimtelijkeplannen vooruitlopend op deze regelgeving.Onze inzet is dat het voorgestelde maatregelenpakket de gezondheidsri-sico’s voor omwonenden van geitenhouderijen beperkt. De emissie- engezondheidsrisicomonitoringsresultaten kunnen gebruikt worden om opden duur te beoordelen of genomen maatregelen nog proportioneel zijn.Als er duidelijke en bewezen effectieve alternatieve maatregelen zijn, kande afstandsnorm worden beëindigd, zoals toegezegd (door de toenmaligeMinister van VWS) in het debat met de Kamer op 29 januari j.l. We gaan ervan uit dat uiteindelijk door het inzetten op geborgde emissiereductie(door maatregelen op bedrijfsniveau) de risico’s voor de gezondheid in detoekomst zoveel mogelijk minimaliseren. Tot die tijd is de inzet op deafstandsnorm en – waar nodig – aanvullend beleid bij prioritaire locatiesaangewezen.We zullen de Kamer voor het eind van dit jaar over de stand van zakeninformeren, en gaan begin september graag met u in overleg tijdens hetkomende commissiedebat Zoönosen en dierziekten.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. HermansDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. Erkens12Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel I | Gezondheidsraad en Gezondheidsri-sico’s rond veehouderijen 2025: deel II | Gezondheidsraad13Voorlichting over gezondheidsproblematiek rond geitenhouderijen | Raad van State14Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 | Lokale wet- en regelgeving15GGD-richtlijn medische milieukunde: Veehouderij en gezondheid | RIVMTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 3048
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.