KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde Agenda Milieuraad 12 oktober 2026

24 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2becaf94afd11a72 · officiële bron

21501-08 Milieuraad Nr. 1059 Brief van de staatssecretaris Infrastructuur en Waterstaat en van de ministers van Klimaat en Groene Groei en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 24 september 2026 Hierbij sturen wij u de geannoteerde agenda van de Milieuraad van 12 oktober 2026 in Luxemburg. Het kabinet is voornemens deel te nemen aan deze Milieuraad. De inhoud van deze geannoteerde agenda op hoofdlijnen geeft de meest recente stand van zaken weer. Daarnaast wordt u via de bijlage van deze geannoteerde agenda geïnformeerd over de beantwoording van de gerichte vragenlijst over de stresstest van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), die door het kabinet op 6 juli 2026 is toegezonden aan de Europese Commissie. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.W.H. Bertram De minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen Geannoteerde Agenda Het Ierse Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie (hierna: voorzitterschap) heeft op 2 juli 2026 een conceptagenda voor de Milieuraad van 12 oktober 2026 in Luxemburg gedeeld. De achtergrondstukken zijn op het moment van schrijven van de geannoteerde agenda nog niet gedeeld door het Voorzitterschap. Op de agenda van de Milieuraad staan vooralsnog drie agendapunten. Het voorzitterschap heeft een gedachtewisseling over de herziening van het emissiehandelssysteem (ETS) op de agenda staan. Verder beoogt het voorzitterschap een akkoord te bereiken op de raadsconclusies voor 1) de VN-conferentie inzake biodiversiteit en 2) de voorbereidingen voor de 31e Conferentie van de Partijen (COP 31) bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties over klimaatverandering (UNFCCC). Over de inzet van het Kabinet bij de Raadsconclusies ter voorbereiding op COP31 wordt de Kamer via een aparte brief geïnformeerd door de minister van Klimaat en Groene Groei. Tot slot wordt de Kamer in de bijlage van deze geannoteerde agenda geïnformeerd over de beantwoording van de gerichte vragenlijst over de stresstest van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), die door het kabinet op 6 juli is toegezonden aan de Europese Commissie. Dit is conform de vraag van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie in het Schriftelijk Overleg over de informele bijeenkomst Milieuministers 23-24 juli, om deze inbreng zo volledig mogelijk met de Kamer te delen (Kamerstuk 21501-08, nr. 1042). Gedachtenwisseling Herziening van het emissiehandelssysteem (ETS) Inleiding Het voorzitterschap agendeert vooralsnog een beleidsdebat over de gerichte herziening van het EU-emissiehandelssysteem (ETS), die de Europese Commissie op 17 juli 2026 heeft gepresenteerd. Met het voorstel wordt beoogd het ETS in lijn te brengen met het klimaatdoel voor 2040, waarbij tegelijkertijd investeringen, innovatie en het Europese concurrentievermogen worden versterkt. Het voorstel volgt op de evaluatie van het ETS en de Market Stability Reserve (MSR) en op de oproep van de Europese Raad om bij de verdere ontwikkeling van het ETS aandacht te houden voor het concurrentievermogen van de Europese industrie, zonder afbreuk te doen aan de centrale rol van het ETS in de klimaat- en energietransitie. Inzet Nederland De kabinetspositie ten aanzien van de herziening van het ETS-voorstel staat weergegeven in het BNC-fiche dat op 18 september 2026 met de Kamer is gedeeld[voetnoot 1]. Het kabinet spant zich samen met een groep gelijkgezinde lidstaten in voor een ambitieus Europees klimaatbeleid, waarmee het 2040-doel van netto 90% reductie van broeikasgasemissies ten opzichte van 1990 wordt gehaald. Het EU ETS vormt de hoeksteen van het Europese klimaatbeleid en draagt als belangrijkste beprijzingsinstrument substantieel bij aan het behalen van de nationale klimaatdoelen. Het EU ETS biedt investeringszekerheid in de transitie naar schone productie. Hierbij is het van belang dat het ETS een voorspelbaar CO₂-prijspad kent, waarop bedrijven hun investeringsbeslissingen kunnen baseren. Nederland zal tijdens de bespreking aandacht vragen voor een goede combinatie van klimaatambitie, weerbaarheid en concurrentievermogen. Het kabinet is positief over de ruimte die het voorstel biedt aan de opschaling van permanente koolstofverwijdering en de specifieke aandacht voor koolstoflekkagegevoelige sectoren via een aantal concrete voorstellen. Daarbij zal Nederland zich ervoor inzetten dat de herziening het Europese koolstofprijssignaal stevig in stand houdt, omdat investeringszekerheid voor bedrijven van groot belang is. Ten aanzien van de ETS-fondsen vindt Nederland het van belang dat deze gericht zijn op de opschaling van innovatie, schone technologieën en toekomstbestendige industrie van strategische waarde, waarbij projecten worden geselecteerd op basis van impact en excellentie. Krachtenveld De lidstaten zijn verdeeld over het voorstel. Een groep van circa tien lidstaten is kritisch op het ETS en ziet graag een lager ambitieniveau en meer veilinginkomsten richting landen met een relatief laag BBP. Een andere groep lidstaten, waaronder Nederland, is uitgesproken voorstander van het ETS en ziet het ETS als het meest kosteneffectieve instrument voor het behalen van het 2040-doel van netto 90% emissiereductie. De onderhandelingen zullen naar verwachting met name gaan over de vormgeving en voorwaarden van kosteloze toewijzing van emmissierechten, de benchmarks[voetnoot 2], de mate waarin aanvullende maatregelen voor industriële concurrentiekracht binnen het ETS worden opgenomen, de inclusie van lucht- en zeevaart, en de verdeling van de opbrengsten van de veilingen van emissierechten. Raadsconclusies voor de VN-conferenties over biodiversiteit Inleiding Tijdens de Milieuraad liggen de Raadsconclusies ter goedkeuring voor voor de inzet van de EU tijdens de 17e Conferentie van Partijen van het VN-Biodiversiteitsverdrag (COP17). COP17 vindt van 19 tot en met 30 oktober a.s. plaats in Jerevan, Armenië. De conferentie staat in het teken van de verdere implementatie van het in 2022 vastgestelde Global Biodiversity Framework (GBF). Een belangrijk onderdeel hiervan is de eerste Global Review van de voortgang op de doelen uit het GBF voor 2030. Uit de beschikbare rapportages blijkt dat de wereld onvoldoende op koers ligt om deze doelen te behalen. Tijdens de COP 17 vinden ook de COP-MOP 12 over het Cartagena-protocol over bioveiligheid en de COP-MOP 6 over het Nagoya-protocol inzake de eerlijke verdeling van voordelen uit genetische bronnen, plaats. De Raadsconclusies beschrijven de brede Europese inzet om de implementatie van het GBF te versterken, concrete en werkbare verbeteringen van procedures en informatievoorziening onder het Nagoya-protocol en de Europese inzet voor een doeltreffend en goed functionerend Cartagena protocol. Inzet Nederland Nederland ziet COP17 als een belangrijk moment om de internationale en nationale implementatie van het GBF aan te jagen. Nederland zet zich in voor een uitkomst van de Global Review, die leidt tot versterkte uitvoering van bestaande biodiversiteitsafspraken, in het bijzonder op terreinen waar de voortang richting de 2030-doelen achterblijft, waaronder het integreren van biodiversiteit in beleid en economische sectoren en het versterken van beleidscoherentie. Daarbij is onder meer het integreren van biodiversiteit in alle economische sectoren van belang. Daarnaast zet Nederland in op voldoende financiering voor biodiversiteit door het mobiliseren van meer financiering voor biodiversiteit in en vanuit zo veel mogelijk landen en bronnen, alsook door het adresseren van investeringen en prikkels die schadelijk zijn voor biodiversiteit. Tijdens COP17 zal ook worden gesproken over verbreding van de donorbasis onder het verdrag. Nederland is voorstander hiervan, op een manier die in lijn is met de veranderde geopolitieke en economische verhoudingen, het financieringsgat voor biodiversiteit verkleint en de EU niet vervreemdt van haar niet-Europese partners. Nederland zal zich verder onder meer inzetten voor het verder operationaliseren van het Cali Fund voor het delen van baten die voortvloeien uit het gebruik van digitale sequentie-informatie (DSI) van genetische bronnen. Ook benadrukt Nederland het belang van een geïntegreerde aanpak op verschillende beleidsterreinen, waarbij biodiversiteit wordt verbonden met klimaat, water, voedselzekerheid en andere maatschappelijke opgaven. Nederland wil de samenhang tussen de drie Rio-verdragen (het Klimaatverdrag, het Biodiversiteitsverdrag en het Verwoestijningsverdrag) versterken. Tot slot hecht Nederland aan actieve betrokkenheid van bedrijven, financiële instellingen, maatschappelijke organisaties, inheemse volkeren en lokale gemeenschappen, vrouwen en jongeren bij de uitvoering van het GBF. Het Cartagena Protocol regelt de veilige grensoverschrijdende beweging en toepassing van levende gemodificeerde organismen (LMO’s). Nederland zet zich, in lijn met de Raadsconclusies, in voor een doeltreffend en goed functionerend protocol, gebaseerd op onafhankelijke wetenschappelijke risicoanalyses. Nederland pleit voor transparante en efficiënte procedures, kennisuitwisseling en harmonisatie van risicobeoordelingen, met aandacht voor nieuwe ontwikkelingen. Het Nagoya Protocol regelt de toegang tot genetische bronnen en eerlijke verdeling van voordelen (ABS) uit het gebruik ervan. Uitvoering vindt plaats via nationale regels en bilaterale afspraken tussen aanbieders en gebruikers. De Nederlandse inzet is in lijn met de raadsconclusies sterk gericht op concrete en werkbare verbeteringen van ABS-procedures en informatievoorziening. Nederland is hierin een voortrekker binnen de EU. Krachtenveld EU-lidstaten onderschrijven in algemene zin dat versterkte en versnelde implementatie nodig is om de GBF-doelen te realiseren. EU-lidstaten delen in het algemeen de wens om de donorbasis onder het verdrag te verbreden, maar hebben vooralsnog uiteenlopende visies over de snelheid hiervan en wijze waarop. Met betrekking tot het Nagoya Protocol is brede steun voor betere uitvoering, maar is er verschil van inzicht over de mate van internationale sturing en ruimte voor nationale omstandigheden. Met betrekking tot het Cartagena Protocol is er ook brede steun voor betere uitvoering, maar is er verschil van inzicht over de mate van internationale harmonisatie en de balans tussen veilige toepassing en ruimte voor innovatie. In het algemeen is de verwachting dat er in de Milieuraad brede steun voor de onderhandelingsinzet voor COP17 zal zijn, mede omdat deze grotendeels is gestoeld op eerdere posities en Raadsconclusies. Kamerstuk 22112, nr. 4443; 2026Z19293. De Benchmarkwaarde is de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij het productieproces van een vaste hoeveelheid van een specifiek product in de efficiëntste installatie in de EU. Deze waarde wordt gebruikt om vast te stellen hoeveel gratis rechten worden toegekend.

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bc46003d6fa4e2f5

14 okt 2026 · a590cc6898f9a775

12 okt 2026 · 135c8d4c101547a3

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.