KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad van 30 maart 2026, voortgang omtrent GMO-verordening en definitieve GLB-tarieven

18 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6b460676e9b1a594 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1766 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 maart 2026Op 30 maart a.s. vindt de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad) plaatsin Brussel. Met deze brief informeren wij de Kamer over de agenda en deNederlandse inbreng. Daarnaast informeert de Staatssecretaris de Kamerover de voortgang rondom de Gemeenschappelijke Marktordening(GMO)-verordening ter versterking van de positie van de boer in de ketenen de vangstonderhandelingen rondom makreel. Ook publiceert deMinister de definitieve GLB-tarieven voor 2025.I. Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 30 maart2026 Energietransitie in de visserij- en aquacultuursectorenTijdens de Raad vindt een gedachtewisseling plaats over de energietran-sitie van de visserij- en aquacultuursectoren. Op het moment vanschrijven is nog geen achtergronddocument beschikbaar. Naarverwachting zal de Raad gevraagd worden richting te geven ten aanzienvan de Routekaart voor de energietransitie in de visserij- en aquacultuur-sectoren die de Europese Commissie (hierna: Commissie) voornemens isop te stellen. Tijdens de Raad van 24 maart 2025 heeft de ambtsvoor-ganger van de Staatssecretaris een diversenpunt geagendeerd waarinaandacht is gevraagd voor de uitdagingen voor de visserij- en aquacul-tuursectoren. De Kamer is hierover geïnformeerd via de geannoteerdeagenda van 12 maart 2025 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1701). Onderdeel vandeze uitdagingen is de noodzaak van ondersteuningsmogelijkheden voorvisserijbedrijven die een stap willen zetten in de energietransitie. Zo is hetop dit moment niet mogelijk om ondersteuning te bieden voornieuwbouw, of motorvervanging bij vaartuigen langer dan 24 meter. Hetkabinet heeft al vaker gewezen op regelgeving die de uitvoering van deenergietransitie belemmert. De Commissie heeft tot op heden geenconcrete voorstellen gedaan voor vereenvoudiging van de visserijregel-geving. De Staatssecretaris vindt het belangrijk dat de Commissie in de kst-21501-32-1766ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17661 Routekaart een concreet tijdspad benoemt voor de te nemen stappen inde energietransitie waarin ook het wegnemen van de belemmerenderegelgeving is opgenomen.De energietransitie voor de visserij- en aquacultuursectoren is zowel uitduurzaamheids- als bedrijfseconomische overwegingen van groot belang.De Staatssecretaris zal tijdens de Raad de specifieke aandachtspunten dievoor de Nederlandse sector van belang zijn uitlichten en zich ervoorinzetten dat deze worden meegenomen in de plannen van de Commissie.De Nederlandse boomkorvisserij verbruikt namelijk veel brandstof, heeftdaardoor een relatief hoge uitstoot en is daarom kwetsbaar voorstijgingen van de brandstofprijzen. De huidige hoge brandstofprijzen tengevolge van de crisis in het Midden-Oosten benadrukken deze kwets-baarheid. Innovatie is noodzakelijk om de uitstoot te verminderen in devisserij. Dit zal echter tijd vergen. De Staatssecretaris zal in de Raadbenadrukken dat het van belang is dat integraal wordt gekeken naar zowelhet schip, de brandstof, vangsttechniek en de faciliteiten in de haven.Parallel moeten lidstaten en de Commissie nadenken over de manierwaarop nieuwe innovaties die effectief blijken, worden uitgerold omdaadwerkelijk tot een transitie te komen. De Nederlandse boomkorvisserijbestaat voornamelijk uit familiebedrijven. Ook voor hen moet voldoendefinanciering beschikbaar zijn om de overstap te maken. Om financieringaan te trekken is een stabiel toekomstperspectief voor vissers van belang.Daarnaast zal de Staatssecretaris toelichten welke stappen Nederland deafgelopen jaren al heeft gezet om de energietransitie in de visserij teondersteunen, zoals bijvoorbeeld de openstelling van de subsidiemodulevoor de verbetering van de energie-efficiëntie van vissersvaartuigen(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1559).Visie voor Landbouw en VoedselTijdens de Raad vindt er een gedachtewisseling over de Visie voorLandbouw en Voedsel (hierna: de Visie) plaats. De Visie werd op19 februari 2025 door de Commissie gepubliceerd. De Commissie zal naarverwachting terugblikken op de stappen die er het afgelopen jaar zijngezet op de verschillende onderwerpen uit de Visie. In de Visie is onderandere aandacht voor het versterken van de positie van de boer in deketen, voedselzekerheid en generatievernieuwing. Het kabinet ziet datsinds de publicatie van de Visie significante stappen zijn gezet door deCommissie, zoals de publicatie van de bio-economie strategie, destrategie voor generatievernieuwing en de voedsel- en diervoederom-nibus. Het is van belang dat de komende tijd verdere concrete stappenworden gezet op het gebied van vereenvoudiging door vermindering vande administratieve lasten en de aangekondigde Visie op de toekomst vande veehouderij. Ook ziet het kabinet graag dat er stappen worden gezet ophet verbeteren van het klimaat voor agrarisch ondernemerschap. Hetkabinet hecht veel belang aan marktgerichtheid en innovatie – tweefactoren die cruciaal zijn voor een wereldwijd concurrerende sector.Handelsgerelateerde landbouwvraagstukkenDit agendapunt staat met enige regelmaat op de agenda van de Raad,meest recentelijk op 17 november 2025 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1735).Op het moment van schrijven is nog geen achtergronddocumentbeschikbaar.De Commissie zal onder dit agendapunt naar verwachting de Raadinformeren over de stand van zaken van de werkzaamheden op het gebiedvan de internationale handel in landbouwgoederen en lopende multila-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17662 terale onderhandelingen (o.a. in het kader van de Wereldhandelsorgani-satie (WTO)). Daarnaast zal de Commissie een update geven over destand van zaken van lopende en afgeronde bilaterale onderhandelingenover handelsakkoorden. De Kamer wordt hierover geïnformeerd via dereguliere Voortgangsrapportage Handelsakkoorden, die als bijlage wordtverzonden bij de geannoteerde agenda van de (informele) Raad Buiten-landse Zaken Handel, meest recentelijk in januari jl. (Kamerstuk 21 501-02,nr. 3342, bijlage 1).De verwachting is dat de Commissie zal ingaan op de lopende onderhan-delingen met Thailand en Australië, de stand van zaken met betrekking tothet EU-Mercosur-akkoord en voorlopige toepassing daarvan, alsmede ophet op 27 januari jl. bereikte onderhandelaarsakkoord met India.In het onderhandelaarsakkoord tussen de EU en India worden wederzijdsde invoerheffingen voor 90 procent geheel of grotendeels opgeheven. Ditbetreft voor Nederland exportgoederen zoals (landbouw)machines,chemische producten en medische apparatuur. Ook gaan voorniet-sensitieve landbouwproducten als gedistilleerde dranken, bier enbewerkt voedsel de importtarieven in India fors naar beneden. De meestsensitieve goederen zijn zowel door de EU als door India uitgesloten vanliberalisering. Voor de EU gaat het daarbij bijvoorbeeld om rundvlees,pluimveevlees, suiker en ethanol. Het akkoord laat deEU-voedselveiligheidseisen onverlet; geïmporteerde producten moetenhieraan altijd voldoen. De uitonderhandelde teksten worden nu juridischgecontroleerd en vertaald alvorens het akkoord ter goedkeuring aan delidstaten wordt voorgelegd. De Kamer zal zoals gebruikelijk een kabinet-sappreciatie ontvangen voorafgaand aan besluitvorming binnen de Raad.Tijdens deze Raad zal Nederland, conform de kabinetsappreciatie en dewens van de Kamer (moties Van der Burg, Kamerstuk 21 501-02, nr. 3309en motie Erkens c.s., Kamerstuk 21 501-20, nr. 2374), spoedige voorlopigetoepassing van het EU-Mercosur-akkoord bepleiten. Daarnaast zalNederland zorgen uitspreken over de door China ingestelde heffingen opEuropese zuivel- en varkensproducten. Hoewel de definitieve heffingenlager uitvallen dan de voorlopige heffingen, raken deze heffingenNederlandse bedrijven disproportioneel.II. Vangstmogelijkheden makreel Mogelijk komt tijdens de Raad de situatie rondom makreel aan de orde.Het betreft de zorg over een ontbrekend akkoord tussen de Kuststaten(EU, Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Faeröer, IJsland, en Groenland)over de totale vangstmogelijkheden voor dit jaar en over de verdeelsleuteltussen de Kuststaten. Wat betreft de totale vangstmogelijkheden (TotalAllowable Catch, TAC) is het kabinet van mening dat er een gelijkspeelveld dient te zijn op het niveau van de Kuststaten en wat betreft deverdeelsleutel dat de EU haar historisch deel poogt te behouden. DeStaatssecretaris vindt het in dit kader ook belangrijk zijn zorg uit tespreken over de omvangrijke vangsthoeveelheid die de RussischeFederatie naar verwachting zal nemen.III. Gemeenschappelijke Marktordening – positie boer in de ketenen vleesbenamingen Op 5 maart jl. is een voorlopig politiek akkoord bereikt tijdens detriloogbespreking over de wijzigingsvoorstellen van de GMO-verordeningter versterking van de positie van de boer in de keten (Kamerstuk 22 112,nr. 3996). De belangrijkste onderwerpen in de eindfase van de onderhan-delingen waren het al dan niet verplichten van schriftelijke contracten inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17663 de landbouwsectoren en regels over de bescherming van vleesbena-mingen.Het oorspronkelijke Commissievoorstel van 10 december 2024 betrof deverplichting tot het sluiten van een schriftelijk contract bij elke leveringvan landbouwproducten door een boer of (unie van) producentenorgani-satie(s) aan een afnemer (verwerker, verzamelaar, distributeur of retailer).Daarbij golden ook regels ten aanzien van de prijsbepaling in het contracten het recht van de boer tot het inroepen van een herzieningsclausule. Dehoofdregel met een verplichting tot schriftelijke contracten is tijdens deonderhandelingen voor een deel losgelaten. Lidstaten krijgen nu demogelijkheid om op verzoek van brancheorganisaties in een bepaaldesector (behalve de zuivelsector) nationaal uitzonderingen te maken opdeze verplichting tot schriftelijke contracten in die sectoren.Voor de zuivelsector zijn specifieke regels afgesproken, waarbij eenschriftelijk contract in de regel wel verplicht wordt. Lidstaten kunnendesondanks op verzoek van nationale brancheorganisaties een uitzon-dering maken voor de regels over prijsbepaling en herziening als devoorspelbaarheid en transparantie van de prijs op een andere wijze kanworden gerealiseerd. Daarnaast is een uitzondering opgenomen voorproducentenorganisaties of coöperaties op voorwaarde dat de statuten (ofdaarop gebaseerde regels) vergelijkbare democratisch vastgesteldebepalingen omvatten over de voorspelbaarheid en transparantie van deprijs.Omtrent vleesbenamingen omvatte het oorspronkelijke Commissie-voorstel uit december 2024 geen bepalingen en was hierover ook geenRaadsmandaat vastgesteld. Wel heeft de Commissie op 16 juli 2025 alsonderdeel van het pakket over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) bij de(nieuwe) herziening van de GMO-verordening een voorstel gedaan om deaanduiding «vlees» wettelijk te beschermen en uitsluitend voor eetbaredelen van een dier toe te staan (Kamerstuk 22 112, nr. 4145). Daartoe waseen lijst van negenentwintig namen opgenomen die voorbehoudenworden aan producten die uitsluitend van vlees zijn afgeleid. HetEuropees Parlement heeft hierop amendementen voorgesteld die ookgangbare termen als bijvoorbeeld «worst», «burger» en «steak» zoudenverbieden voor plantaardige producten. In het voorlopig politiek akkoordvan 5 maart jl. zijn veel van deze benamingen niet overgenomen, maarwel «steak» en «lever», naast de termen uit de door de Commissievoorgestelde lijst. Daarnaast is in het triloogakkoord specifiek toegevoegddat (toekomstige) producten van kweekvlees niet de benaming «vlees»mogen dragen.Nederland heeft zich, in lijn met de motie Podt c.s. (Kamerstuk 21 501-32,nr. 1742), de afgelopen maanden uitgesproken tegen de bescherming vanvleesbenamingen, mede omdat dit de toepassing van hybride producten(bijvoorbeeld half dierlijke, half plantaardige ingrediënten) kan onder-mijnen. Ook ontmoedigt de beperking in het gebruik van de benaming«vlees» kweekvleesinnovatie en private investeringen in een toekomstbe-stendig voedselsysteem. Bovendien zorgen al deze bepalingen, naar hetoordeel van het kabinet, voor onnodige regeldruk en beperken zij deruimte voor ondernemerschap. Dit druist in tegen de inzet hierop vanuithet coalitieakkoord en is ook niet in lijn met het adviesrapport Wenninkom het toekomstig verdienvermogen van Nederland en de EU teversterken. De consument is goed in staat zelf te beslissen welkeproducten uit het aanbod in de winkel te kopen. Op grond van dezeoverwegingen en in afwachting van de definitieve teksten is de Staatsse-cretaris, ondanks de goede elementen op het terrein van de contracten inhet voorstel voor de GMO-verordening, voornemens om tegen het politiekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17664 akkoord stemmen. Hiermee beschouwt de Staatssecretaris de motie-Podtc.s. als afgedaan.IV. Publicatie definitieve GLB-tarieven 2025 Op 10 maart jl. zijn de definitieve tarieven voor het GemeenschappelijkLandbouwbeleid in 2025 gepubliceerd. Op 6 februari jl. is de Kamergeïnformeerd (Kamerstuk 28 625, nr. 380) dat de tarieven voor deeco-regeling zijn gehandhaafd op € 60 per hectare voor brons, € 100 voorzilver en € 200 voor goud. Dat is goed nieuws, want daarmee doen werecht aan de inspanningen die landbouwers hebben geleverd voor deverduurzaming van hun bedrijfsvoering. Het definitieve tarief voor debasispremie komt uit op € 174 per hectare. Dat is € 10 (of 5,4%) perhectare lager dan gepland in het Nationaal Strategisch Plan (NSP),doordat budget dat was voorzien voor basisinkomenssteun is ingezet omde eco-tarieven op peil te houden. Over de eerste 40 hectares ontvangtelke landbouwer bovendien € 50,35 per hectare aanvullende herverde-lende inkomenssteun, zoals voorzien in het NSP.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. ErkensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17665

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c0d56912a339832c

14 okt 2026 · 21bd3ccfdeac109a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.