KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken moties en toezeggingen jeugd en aanbieding rapporten

30 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9dac76119e5125c1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 839JeugdzorgNr. 1179 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT EN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2026Met deze brief wordt u geïnformeerd over een aantal moties en toezeg-gingen op het terrein van Jeugd. Ook worden enkele rapporten aange-boden, waaronder de voorlopige CBS-cijfers jeugdzorggebruik 2025.Onderstaande moties komen aan de orde:–Motie van de leden Ceder (CU) en Bruyning (NSC) over het verwerkenvan bewezen effectieve voorzieningen in de Hervormingsagenda.–Motie van het lid Mutluer (PRO) over een wetenschappelijk onderzoeknaar de effectiviteit van de aanpak en behandeling van de gevolgenvan georganiseerd en gewelddadig misbruik van minderjarigen.–Motie van het lid Van der Werf (D66) over een onderzoek naar demeerwaarde van een periodieke check-up van minderjarige slachtof-fers van seksueel misbruik.–Motie van het lid Ceder (CU) over met stakeholders in de gezinshuis-zorg en gemeenten in gesprek gaan over aanvullende kwaliteitseisen.–Gewijzigde motie van de leden Bruyning (NSC) en Tielen (VVD) overonderzoek naar fraude met valse ervaringscertificaten binnen hetSKJ-register (t.v.v. Kamerstuk 28 828, nr. 151).–Motie van het lid Moinat (Groep Markuszower) c.s. over in beginseljeugdigen voor jeugdhulp in Nederland plaatsen.–Motie van het lid Van der Plas (BBB) over de fysieke en mentalegezondheid van kinderen meewegen bij noodmaatregelen.–Motie Van den Hil (VVD) c.s. over het samen met gemeente en Valenteverkennen welke knelpunten en oplossingen te formuleren zijn voorkinderen die met hun ouder in een opvanghuis verblijven en waar zichknelpunten voordoen in de financiering van jeugdzorg.–Motie van het lid Lahlah (PRO) c.s. over indien een kosteloze betalings-herinnering niet doorgaat de middelen daarvoor wel inzetten voormensen in financiële kwetsbaarheid.–Motie Stoffer c.s. over een voorstel voor een samenhangende jeugd-en gezinsaanpak. kst-31839-1179ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11791 –Toezegging verkenning vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders.–Toezegging over een kwalitatieve duiding Hervormingsagenda Jeugdmet als doel gemeenten van elkaar te laten leren.Motie van de leden Ceder (CU) en Bruyning (NSC) over het verwerken vanbewezen effectieve voorzieningen in de Hervormingsagenda1De motie van de leden Ceder en Bruyning verzoekt de regering nadruk-kelijk te kijken naar bewezen effectieve voorzieningen zoals opvoedcur-sussen, begeleiding bij complexe echt- dan wel vechtscheidingen,relatietherapie en een doorlopende leerlijn rond opvoedondersteuning endeze aspecten expliciet te betrekken en te verwerken in de continueringvan de Hervormingsagenda Jeugd.Het is belangrijk dat gezinnen tijdig toegang hebben tot laagdrempeligeondersteuning bij opvoed- en scheidingsvraagstukken. Belangrijk is datpassend bij de hulpvraag, gebruik wordt gemaakt van bewezen effectieve(preventieve) interventies. Via de Hervormingsagenda Jeugd wordtingezet op het benutten van bestaande kennis over effectieve interventiesdoor beleidsmakers en professionals. Het Nederlands Jeugdinstituut enhet Nederlands Centrum Jeugdgezondheid beschikken over databankenmet beoordeelde interventies, waaronder interventies gericht opondersteuning bij scheidingsproblematiek.Daarnaast wordt binnen de Hervormingsagenda Jeugd gewerkt aan hetversterken van de pedagogische basis. Zo worden gemeenten in hetvoorgenomen wetsvoorstel Reikwijdte verplicht een visie op de pedago-gische basis op te stellen.Op andere manieren is er ook aandacht voor effectieve interventies,waaronder Kansrijke Start dat inzet op vroegsignalering en passendeondersteuning van gezinnen in de eerste 1.000 dagen. Dit gebeurt ondermeer door de samenwerking tussen het medische, sociale en publiekedomein te versterken en de inzet van erkende opvoedinterventies testimuleren. Ook kunnen ouders met vragen over opvoeden en opgroeienlaagdrempelig terecht bij de Jeugdgezondheidszorg.Samen met gemeenten en betrokken partners en het Ministerie vanJustitie en Veiligheid zal de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sportblijvend inzetten op verdere kennisdeling van werkwijzen en interventiesmet bewezen effectieve elementen bij relatie- en scheidingsproblematiek,zodat datgene wat werkt gedeeld wordt in het land. Dit voorjaar zijnregiobijeenkomsten over scheidingsproblematiek verspreid in het landgeorganiseerd waar professionals van gemeenten en wijkteams kennishebben uitgewisseld.2 Ook gaat een vertegenwoordiging van hetMinisterie van VWS deze zomer in gesprek met de vertegenwoordigersvan de Agenda voor het Hart over het rapport sterke partnerrelaties.3De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport beschouwt de motiehiermee als afgedaan.1Kamerstukken II 2024/2025, 31 839 nr. 1085.2In de regiobijeenkomsten kwam de werkwijze Duurzaam Ouderschap na Scheiding aan bodwelke beproefd en onderzocht is in de regio Haaglanden.3Rapport-Verlangen-5---Sterke-Partnerrelaties.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11792 Motie van het lid Mutluer (PRO) over een wetenschappelijk onderzoeknaar de effectiviteit van de aanpak en behandeling van de gevolgen vangeorganiseerd en gewelddadig misbruik van minderjarigen4Motie van het lid Van der Werf (D66) over een onderzoek naar demeerwaarde van een periodieke check-up van minderjarige slachtoffersvan seksueel misbruik5De motie van het lid Mutluer (PRO) verzoekt de regering een wetenschap-pelijk onderzoek in te stellen naar de effectiviteit van de aanpak enbehandeling van de psychosociale en fysieke gevolgen van georganiseerden gewelddadig misbruik van minderjarigen, en de Kamer daarover teinformeren. De motie van het lid van der Werf (D66) verzoekt de regeringte onderzoeken welke meerwaarde een periodieke check-up van minder-jarige slachtoffers van seksueel misbruik kan hebben voor hun fysieke enmentale gezondheid op de lange termijn, te verkennen hoe die monitoringzou kunnen worden vormgegeven (eventueel in combinatie met longitu-dinaal onderzoek) en de Kamer daarover te informeren.Behandeling van gevolgen van georganiseerd en gewelddadig misbruikvan minderjarenIn de bijlage van deze brief vindt u het onderzoek dat het KenniscentrumKinder- en Jeugdpsychiatrie (KJP) heeft uitgevoerd ter uitvoering van detwee moties. De psychosociale en fysieke gevolgen van georganiseerd engewelddadig (seksueel) misbruik zijn verstrekkend en van diverse aard.Veerkracht en steun zijn helpend bij herstel. Gezien de langdurigenegatieve effecten die ondervonden kunnen worden is behandelingwenselijk. Door de diverse aard van de oorzaken en klachten vraagt hetvan professionals om behandeling af te stemmen op het individu. Hetonderzoek van KJP geeft aan voor welke vormen van behandelingwetenschappelijke aanwijzingen zijn voor effectiviteit en in welke mate.Het is aan de behandelaar rekening te houden met de volgorde vanbehandeling, rekening houdend met de urgentie van klachten, veiligheid,belastbaarheid en voorkeuren van de hulpvrager. De Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport beschouwt de motie hiermee alsafgedaan.De meerwaarde van periodieke check-ups na seksueel misbruikBijgevoegd onderzoek door het KJP geeft aan dat op dit moment nietwetenschappelijk kan worden aangetoond dat periodieke check-ups bijminderjarige slachtoffers van seksueel misbruik van meerwaarde zijn. Inde gesprekken die KJP heeft gehouden in het kader van dit onderzoek isdoor professionals en ervaringsdeskundigen wel aangegeven dat zijverwachten dat periodieke check-ups een meerwaarde kunnen hebben inpreventie, tijdswinst, erkenning, continuïteit en houvast. Het KJP zal deverzamelde kennis uit het onderzoek in het kader van de twee moties ophun website vrij toegankelijk beschikbaar stellen voor hulpverleners,beleidsmakers en andere belanghebbenden in de jeugd-ggz en bredejeugdhulp. De opgedane kennis zal worden geïntegreerd in de reedsbestaande praktijkstandaarden en kennisdossiers van het KJP. Publicatieop hun website wordt verwacht per eind juni 2026. De Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport beschouwt de motie hiermee alsafgedaan.4Kamerstukken II 2023/2024, 34 843 nr. 101.5Kamerstukken II 2022/2023, 36 222 nr. 33.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11793 Motie van het lid Ceder (CU) over met stakeholders in de gezinshuiszorgen gemeenten in gesprek gaan over aanvullende kwaliteitseisen6Met de gezinshuissector spant de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd enSport zich in voor veilige en kwalitatief goede zorg. Daartoe wordenkwaliteitscriteria voor de gezinshuizen momenteel herzien, vanuit hetnetwerk Kwaliteit en Blijvend Leren (KBL). In deze herziening is het doelmede om de criteria in de praktijk beter toepasbaar, concreet ennormerend te maken. Het verzoek vanuit motie Ceder om met stake-holders in de gezinshuiszorg en gemeenten in gesprek te gaan overaanvullende kwaliteitseisen die gemeenten kunnen stellen bij contrac-tering, wordt in dit traject meegenomen. Eerste gesprekken hieroverhebben reeds plaatsgevonden. Daarmee wordt voldaan aan de genoemdemotie. Ook wordt goed de verbinding gelegd met de inzet vanuit deHervormingsagenda Jeugd.In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken dat de (hoog)specialis-tische jeugdzorg wordt gestandaardiseerd, van contract tot en metverantwoording. Het doel is op deze manier administratieve lasten teverminderen en tegelijkertijd het zicht op het zorglandschap te verbeterendoordat ook data beter landelijk kunnen worden vergeleken. Binnen ditprogramma loopt een versnelling op de gezinshuiszorg. Met eenkernteam bestaande uit gezinshuiszorgaanbieders en gemeenten en dewerkorganisatie Kwaliteit en Blijvend Leren, wordt uitgewerkt hoe deregionaal in te kopen gezinshuiszorg kan worden gestandaardiseerd.Gewijzigde motie van de leden Bruyning (NSC) en Tielen (VVD) overonderzoek naar fraude met valse ervaringscertificaten binnen hetSKJ-register (t.v.v. 28828-151)7In deze motie wordt de regering verzocht om grondig onderzoek te (laten)doen naar de oorzaken, aard en omvang van de fraude met valseervaringscertificaten binnen het SKJ-register, om in samenwerking metrelevante instanties maatregelen te treffen die de integriteit van hetSKJ-register versterken en de Kamer te informeren over de bevindingenvan het onderzoek en de getroffen maatregelen.In januari van dit jaar is de EVC-standaard voor hbo vakbekwame jeugd-en gezinsprofessional ingetrokken door standaardeigenaren (branchepar-tijen). Daardoor mogen er geen nieuwe EVC-trajecten worden gestart.Daarnaast is de taskforce EVC bezig met onderzoek naar een aangepasteof alternatieve registratieroute. Hierbij is ook VWS betrokken.De SKJ geeft momenteel nog uitvoering aan haar onderzoek naarregistraties op basis van EVC. In 2025 zijn door de toenmalige Staatssecre-taris Jeugd, Preventie en Sport en Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid hiervoor middelen aan SKJ verstrekt. Voor 2026 zijn demiddelen voor het onderzoek binnen het Kwaliteitsregister, naast de€ 200.000 via het amendement van Synhaeve en Wendel, door deMinister van Langdurige zorg, Jeugd en Sport en de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid opgehoogd tot € 2 miljoen. Daarmee kan SKJ fraudemet valse ervaringscertificaten binnen het register nader onderzoeken.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport beschouwt de motiehiermee als afgedaan.6Kamerstukken II 2025/2026, 36 800 XVI nr. 51.7Kamerstukken II 2024/2025, 28 828, nr. 159.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11794 Motie van het lid Moinat (Groep Markuszower) c.s. over in beginseljeugdigen voor jeugdhulp in Nederland plaatsen8Om uitvoering te geven aan de motie van het lid Moinat is de Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport in overleg met de VNG, IGJ, JeugdzorgNederland, NJI en KBL om afspraken te maken om jeugdigen in beginselin Nederland te plaatsen, tenzij plaatsing in het buitenland in het belang isvan het kind, er geen passend alternatief in Nederland beschikbaar is ende plaatsingsprocedure verloopt via de regels van de Centrale AutoriteitInternationale Kinderaangelegenheden en het Afsprakenkader BuitenlandsZorgaanbod Jeugd. Daarbij wordt verkend of hiertoe regelgevingnoodzakelijk is.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport zal u aan het einde vandit jaar nader over de voortgang informeren.Motie van het lid Van der Plas (BBB) over de fysieke en mentalegezondheid van kinderen meewegen bij noodmaatregelen9De gevolgen van de pandemie op het gebied van mentale gezondheid zijnnog steeds zichtbaar. De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sportonderschrijft dat het belangrijk is om oog te hebben voor de mentalegezondheid van jongeren tijdens de inzet van noodmaatregelen. Hetbelang hiervan laten ook de geleerde lessen uit de Integrale Gezondheids-monitor COVID-1910 van het Netwerk Gezondheidsonderzoek bij Rampen(GOR) zien.Werken aan een mentaal gezondere samenleving begint met oog hebbenvoor je eigen mentale gezondheid én die van anderen. Daarbij is het goedom te weten wat je kunt doen om mentaal gezond te zijn en te blijven,bijvoorbeeld tijdens belangrijke levensgebeurtenissen of overgangen inhet leven. Het is belangrijk dat jongeren de mogelijkheden kunnen vindenom veerkrachtig te kunnen zijn. Daar wordt op ingezet via de acties binnenthema 1 van de Versterkingsagenda mentale gezondheid: versterkenmentale veerkracht.11Met het oog op mogelijke toekomstige crisissen mogen we jongeren nietvergeten. Tijdens pandemieën adviseert het Maatschappelijk Impact Team(MIT), gehuisvest bij het SCP, over de sociaal-maatschappelijke eneconomische gevolgen van de pandemie en de bijbehorende maatre-gelen, waaronder de impact op mentale gezondheid. Het MIT bestaat uitwetenschappers en praktijkdeskundigen zoals economen, sociologen engedragsdeskundigen. Het SCP is gestart met het opbouwen van eenkennisbasis voor maatschappelijke weerbaarheid, onder meer om het MITte kunnen voeden met actuele kennis en inzichten. In deze kennisbasiswordt ook de mentale gezondheid meegenomen. Mede hiermee wordtgeborgd dat lessen uit de coronapandemie niet verloren gaan.Binnen de Rijksbrede weerbaarheidsaanpak is oog voor verschillendedoelgroepen, inclusief jongeren. Als onderdeel daarvan brengt VWS in2026 in kaart of aanvullend op lopende initiatieven additionele inzet nodigis in het kader van zelf- en samenredzaamheid, waaronder die vanjongeren.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport beschouwt de motiehiermee als afgedaan.8Kamerstukken II 2025/2026, 36 800 XVI, nr. 56.9Kamerstukken II 2025/2026, 31 839, nr. 1137.10https://www.rivm.nl/gor-covid-1911Kamerstukken II 2025/2026, 25 424, nr. 774.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11795 Motie Van den Hil (VVD) c.s. over het samen met gemeente en Valenteverkennen welke knelpunten en oplossingen te formuleren zijn voorkinderen die met hun ouder in een opvanghuis verblijven en waar zichknelpunten voordoen in de financiering van jeugdzorg12Deze motie verzoekt de regering om samen met de gemeenten en Valentete verkennen welke knelpunten en oplossingen te formuleren zijn voorkinderen die met hun ouder in een opvanghuis verblijven en waar zichknelpunten voordoen in de financiering van jeugdzorg. Eerder bent ugeïnformeerd dat er met betrokken partijen (waaronder VNG, Valente enJeugdzorg Nederland) een verkenning werd gedaan om de knelpunten enoorzaken scherper in beeld te krijgen.13 Het beeld dat hieruit naar vorenkomt is dat de knelpunten zich voordoen op de intergemeentelijkesamenwerking. Met de VNG is gekeken op welke manier goede werkaf-spraken tussen gemeenten gefaciliteerd kunnen worden om knelpunten inde samenwerking te voorkomen. Hieruit is naar voren gekomen dat goedemandaatafspraken tussen gemeenten een oplossing kunnen bieden. Metde VNG wordt bekeken hoe dit gefaciliteerd kan worden. Daarnaast wordtgekeken naar een escalatieroute als zich toch problemen voordoen.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport informeert de kamerhierover voor het einde van het jaar.Motie van het lid Lahlah (PRO) c.s. over indien een kosteloze betalings-herinnering niet doorgaat de middelen daarvoor wel inzetten voormensen in financiële kwetsbaarheid.14De motie van de leden Lahlah, Flach, Ceder en Van Kent verzoekt deregering om de middelen voor een kosteloze betalingsherinnering doorhet CJIB naar de envelop Groepen in de knel terug te laten vloeien, indiendeze maatregel wegens het ontbreken van structurele financiering nietdoorgaat, zodat deze middelen doelgericht kunnen worden ingezet voormensen in financiële kwetsbaarheid. Inmiddels is besloten dat deresterende middelen die op de begroting van het Ministerie van Justitieen Veiligheid stonden vanuit deze envelop terugvloeien naar de begrotingvan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, om te wordeningezet voor financieel kwetsbare huishoudens.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beschouwt hiermee demotie als afgedaan.Toezegging verkenning vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders.In de Hervormingsagenda Jeugd en Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord(AZWA) is afgesproken dat verkend zou worden of een vergunningplichtvoor jeugdhulpaanbieders ingevoerd zou worden. Gegeven degesprekken hierover met het veld en een eerste verkenning heeft deMinister van Langdurige Zorg, Welzijn en Sport besloten een wetvoorstelvoor te bereiden om een vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders in tevoeren.15 Het doel van deze vergunningplicht is om meer zicht en grip opaanbieders te krijgen, kwaliteit en integriteit van (her)startende jeugdhulp-aanbieders te bevorderen en fraude in de jeugdzorg tegen te gaan. Er isbreed draagvlak bij zowel aanbieders, gemeenten en toezichthouders omtot de invoering van dit instrument over te gaan.12Kamerstukken II 2024/2025 29 325, nr. 185.13Kamerstukken II 2025/2026 31 839, nr. 1145.14Kamerstukken II, 2025–2026, 24 515, nr. 801.15Kamerstukken II 2025/2026 31 839, nr. 1149.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11796 Waar mogelijk en passend wordt aangesloten bij de vergunningplicht dieop grond van de Wet toetreding zorgaanbieders geldt voor instellingendie Wlz- of Zvw-zorg of medisch specialistische zorg verlenen (Wtza-vergunning). Als uitwerking van het AZWA wordt een verdieping enverbreding van de bestaande Wtza-vergunningplicht verkend. Vanwege desamenhang wordt hierin gezamenlijk opgetrokken. In dat kader wordt ookbezien in hoeverre de mogelijkheden voor verdieping en verbreding ookvoor de vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders kan gelden. DeMinister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport streeft ernaar ditwetsvoorstel in 2028 aan te bieden aan de Tweede Kamer.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport beschouwt detoezegging hiermee als afgedaan.Toezegging over een kwalitatieve duiding Hervormingsagenda Jeugd metals doel gemeenten van elkaar te laten leren.Het lid Coenradie (JA21) heeft mij gevraagd om een kwalitatieve duidingte geven aan waar het, gegeven de doelstellingen in de Hervormingsa-genda, goed gaat bij gemeenten en waar niet. Het is lastig om gemeentenaan te wijzen die als algemeen voorbeeld kunnen dienen voor anderegemeenten. Er zijn gemeenten die op onderdelen van de Hervormingsa-genda Jeugd goed bezig zijn en als voorbeeld kunnen dienen, maar die opandere onderdelen nog aandachtspunten hebben. Ook verschilt de lokalecontext van gemeenten, en daarmee de invulling en focus van dehervormingen per gemeente. Wat goede voorbeelden zijn, kan dus pergemeente verschillen.Dat laat onverlet dat het wel belangrijk is om beter inzicht te krijgen in hetstelsel als geheel en dat gemeenten ook het goede gesprek met elkaarvoeren en van elkaar kunnen leren.Om beter inzicht te krijgen in het stelsel als geheel, hebben we in deHervormingsagenda afgesproken een centrale monitor van het jeugd-stelsel in te richten. Deze monitor brengt structureel en integraalinformatie over het functioneren van het jeugdstelsel op de doelenkwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid over de jaren heen in beeld.We willen immers dat kinderen die dat nodig hebben tijdig passende enkwalitatief goede zorg ontvangen en dat de uitgaven aan jeugdzorghoudbaar zijn. In het najaar van dit jaar wordt de eerste monitor door hetCBS gepubliceerd.Waar het gaat over hoe gemeenten het doen op verschillende indicatorenen het leren van elkaar geldt dat er al veel gegevens beschikbaar zijn diede verschillen tussen gemeenten inzichtelijk maken. Op 30 april zijn devoorlopige cijfers jeugdhulpgebruik, jeugdbescherming en jeugdreclas-sering van 2025 gepubliceerd.16 Ook heeft het CBS een DashboardJeugdzorg met cijfers per jeugdregio en gemeente. Hierbij kan gedachtworden aan cijfers over herhaald beroep op jeugdhulp, trajectduur en dein- en uitstroom.17 Tot slot heeft het CBS in 2025 modelschattingenjeugdzorggebruik per gemeente op basis van kenmerken van de inwonersgemaakt. De modelschattingen maken de samenhang tussen achtergrond-kenmerken en inzet van jeugdzorg inzichtelijk, en niet oorzaak en gevolg.18Onderdeel van de modelschattingen is een benchmark met als doel omgemeenten en jeugdzorgregio’s van elkaar te laten leren en het goedegesprek te voeren.16https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/18/minder-jongeren-met-jeugdzorg-in-202517Dashboard Jeugdzorg18Modelschattingen jeugdzorggebruik per gemeente, 2023 | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11797 Al deze publicaties van het CBS geven gemeenten en regio’s handvatenom het gesprek met elkaar te voeren en van elkaar te leren. Dit gesprek isook van belang om het verhaal achter de cijfers scherp te krijgen.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport beschouwt detoezegging hiermee als afgedaan.Tot slotEr ligt een grote opgave om de jeugdzorg te verbeteren en voor de langetermijn houdbaar te maken. We werken aan het voorkomen van instroomin de jeugdzorg zodat de aandacht en tijd besteed kan worden aan hetbieden van passende zorg aan kinderen. Er wordt onder meer via deHervormingsagenda met en door de betrokken partijen hard gewerkt aanverschillende maatregelen om hier stappen op te zetten. In het recentedebat over de jeugdzorg is hier uitgebreid bij stil gestaan. Dit kabinet zalhier volop mee doorgaan en kijken waar de maatregelen verder versterkten versneld kunnen worden. Zodat kinderen uiteindelijk minder jeugdzorgnodig hebben, de kwaliteit van de jeugdzorg beter is en de jeugdzorgpassend en tijdig beschikbaar is voor de kinderen en gezinnen in de meestkwetsbare situaties.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van BruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11798 AANBIEDING RAPPORTENRapportage Jeugdhulp 2025 & Rapportage Jeugdbescherming enJeugdreclassering 2025 (CBS)Bijgevoegd bij deze brief ontvangt u de voorlopige CBS-cijfers jeugdzorg-gebruik 2025.–Na een jarenlange toename in het aantal jongeren met jeugdhulp in deleeftijd van 0 tot 23 jaar lijkt er nu voor het eerst sprake te zijn van eenafname. Volgens de voorlopige cijfers van het CBS ontving 11% van dejongeren tot 23 jaar jeugdhulp in natura in 202519. Dat zijn 465.265jongeren (voorlopige cijfers) t.o.v. 478.655 jongeren (definitieve cijfers)in 2024. In de definitieve cijfers van 2025 wordt door CBS een dalingverwacht van 0,8 procent (ongeveer 3.665 jongeren minder) t.o.v. 2024.Ook het verwachte definitieve aantal jeugdhulptrajecten komt voor2025 bijna 2 procent lager uit dan het definitieve cijfer over 2024.–Net als in voorgaande jaren was jeugdhulp zonder verblijf de meestgebruikte vorm van jeugdzorg; hier maakte 96% van de jongeren metjeugdhulp gebruik van. Verder maakte 3,5% van de jongeren metjeugdhulp gebruik van alléén jeugdhulp met verblijf (ten opzichte van3,6% in 2024), 4,9% van beide vormen (jeugdhulp met én zonderverblijf) ten opzichte van 5,2% in 2024, en 91,6% van alléén jeugdhulpzonder verblijf (ten opzichte van 91,2% in 2024).–De daling van het aantal jongeren in de jeugdbescherming (OTS envoogdij) zet door, van 26.160 op peildatum 31 dec 2024 naar 25.415jongeren op peildatum 31 dec 2025 (voorlopige cijfers)20; een dalingvan 2,8%.–Na een daling van het aantal jongeren met een jeugdreclasserings-maatregel in de periode tot eind 2022, neemt het aantal jongeren sinds2023 weer licht toe. Op de peildatum 31 dec 2025 hadden 5.870jongeren (voorlopige cijfers) een jeugdreclasseringsmaatregel. Op31 dec 2024 waren dat 5.740 jongeren (definitieve cijfers)21. Eenstijging van 2,3%. De stijging is wel afgenomen t.o.v. 2024 (10,4%).–Gebruik van jeugdzorg (zowel jeugdhulp als jeugdbescherming enjeugdreclassering) hangt samen met kenmerken van ouders enhuishouden. In vergelijking met alle kinderen in Nederland woontonder jongeren met jeugdhulp een lager percentage van de ouders ophetzelfde adres, is het aandeel Wmo en/of GGZ in huishoudens hogeren is het aandeel huishoudens met iemand die als verdachte van eenmisdrijf is aangemerkt hoger. Onder alle jongeren in de leeftijd van 0t/m 22 jaar zijn de hoogste percentages jongeren met jeugdhulpgemeten binnen de 20% laagste huishoudinkomens.Meer cijfers over andere ontwikkelingen binnen de jeugdzorg vindt u in debijgevoegde rapporten.19Jeugdhulp in natura. Bij 97% van de jongeren die jeugdhulp hebben ontvangen ging hetom jeugdhulp in natura. Bijna 2 procent had zowel een PGB als zorg in natura. En 1 procentalleen een PGB. Het aantal jongeren dat gebruik maakt van een PGB neemt al jaren af. Degegevens die de SVB levert aan CBS over jeugdhulpontvangers met een PGB bevat alleeninformatie over aantal jongeren met jeugdzorg en niet welke vorm van jeugdzorg het betreft(bijvoorbeeld met of zonder verblijf). Gegevens over jeugdzorg gaan dus over jeugdzorg innatura, tenzij anders vermeld.20Cijfers komen van CBS Statline21Cijfers komen van CBS StatlineBIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11799 Naar een visie op ondersteuning van kwetsbare gezinnen (BureauEMMA)Het kabinet wil dat alle kinderen in Nederland gezond, veilig enveerkrachtig opgroeien. Het gezin is hiervoor een belangrijke basis. Ruim92.000 kinderen groeien echter op in armoede22. Vaak spelen in degezinnen van deze kinderen ook andere problemen, zoals werkloosheid,slechte huisvesting, opvoedproblemen of gezondheidsproblemen. Dezeproblemen hangen met elkaar samen en versterken elkaar. Om te komentot daadwerkelijke oplossingen werken de Ministeries van VWS, SZW,OCW, BZK en JenV aan een brede aanpak voor het versterken van deintegrale en preventieve ondersteuning aan deze gezinnen. De aanpak isonderdeel van de Sociale Agenda Nederland. Om tot de aanpak te komenheeft Bureau EMMA gesprekken gefaciliteerd met gemeenten, experts,maatschappelijk middenveld en ervaringsdeskundigen. In dezegesprekken is gewerkt aan een breed gedragen visie op de ondersteuningvan gezinnen in een kwetsbare positie. Ook zijn knelpunten geïdentifi-ceerd en oplossingsrichtingen geformuleerd die kunnen bijdragen aan hetrealiseren van een samenhangend ondersteuningsaanbod voor gezinnen(zie bijlage). Hieruit blijkt dat er veel kennis is en diverse goedwerkendeinitiatieven bestaan, maar dat leren van elkaar en daadwerkelijk domein-overstijgend denken en werken in de praktijk nog moeizaam van de grondkomt.De betrokken partijen signaleren op allerlei niveaus knelpunten, die vanvariëren van landelijke wetgeving tot deskundigheid van professionals.Een belangrijke factor is dat de nodige samenwerking op lokaal niveauniet voldoende tot stand komt om daadwerkelijk preventief en integraal tewerken vanuit het perspectief van het gezin. Er zijn patronen in organi-saties in de aansturing, cultuur en samenwerking die professionalsbelemmeren om te doen wat nodig is voor deze gezinnen en de inter-venties die in theorie werken ook daadwerkelijk effectief te laten zijn. Dekomende jaren willen de Ministeries van VWS, SZW, OCW, BZK en JenVspecifiek hierop inzetten. Dit wordt gedaan door te starten met eenpraktijklab, waarin zes tot acht gemeenten gezamenlijk leren en lokaal aande slag gaan om belemmerende patronen in de samenwerking en cultuurte doorbreken. Gemeenten worden ondersteund om deze verandering terealiseren. De intentie is dat de lessen uit het praktijklab gebruikt kunnenworden voor toepassing in een groter aantal gemeenten. Hierbij isnadrukkelijk aandacht voor de aansluiting met andere lopende initia-tieven, zoals het de implementatie van het convenant Stevige LokaleTeams, het Toekomstcenario Kind- en Gezinsbescherming en KansrijkeStart. Hiermee geven wij invulling aan de motie Stoffer c.s. over eenvoorstel voor een samenhangende jeugd- en gezinsaanpak.23Eindrapport Behoeften Logeer- en Respijtzorg (Sociaal ontwerp-bureau Snijboon)Het afgelopen half jaar heeft het sociaal ontwerpbureau Snijboon in hetkader van de werkagenda VN-verdrag Handicap onderzoek gedaan naarde behoeften naar en knelpunten in het aanbod logeer- en respijtzorg enmogelijke oplossingsrichtingen. Dit traject heeft, in samenwerking metmantelzorgers, aanbieders van logeerzorg en veldpartijen, een prototypeopgeleverd (zie bijlage), dat de basis kan vormen voor een digitale gidsvoor het opzetten van kleinschalige logeer- of respijtvoorzieningen. Degids leidt potentiële nieuwe aanbieders van logeer- en respijtzorg als eenrouteplanner door alle zaken die moeten worden afgewogen, afgestemd22Cijfers CBS 202423Kamerstukken II 2024/2025, 36 546, nr. 65.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 117910 en georganiseerd om een dergelijke voorziening te realiseren. Hetprototype biedt kansen om nieuw aanbod te stimuleren, maar is in zijnhuidige vorm nog niet geschikt voor brede toepassing. De komende tijdzal de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport dan ook demogelijkheden verkennen om dit prototype door te ontwikkelen en ingesprek gaan met partijen die dit prototype bij mogelijke gebruikers onderde aandacht kunnen brengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 117911

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a0e57b1a046ec5a8

14 okt 2026 · 87c0046304b33f53

12 okt 2026 · 0ff5e8d56a730720

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.