Voortgang juridische procedures NAM, Shell en ExxonMobil
Brontekst
Versie 783a8428dfc02f18 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 529GaswinningNr. 1369 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKENEN KONINKRIJKSRELATIES EN VAN DE MINISTER VAN KLIMAATEN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 januari 2026Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over een aantal recenteontwikkelingen in de juridische procedures met NAM, Shell en Exxon-Mobil. Op 19 september 2025 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerdover de stand van zaken van de verschillende juridische procedures engeschillen met de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en haaraandeelhouders Shell Nederland B.V. (Shell) en ExxonMobil HoldingCompany Holland LLC (ExxonMobil) of daaraan gelieerde onderne-mingen.1 Voor een volledig overzicht van alle lopende procedures verwijsthet kabinet naar deze brief. Daarnaast heeft het kabinet de Kamer op27 november 2025 geïnformeerd over drie vonnissen inzake voorlopigevoorzieningen in twee van deze juridische procedures.2 Zoals eerderaangegeven vindt het kabinet het van groot belang de Kamer periodiek enzo veel als mogelijk openbaar te informeren over de voortgang van dezeprocedures en geschillen, met inachtneming van de procespositie van deStaat en de vertrouwelijkheid van de procedures.Kort samengevat zijn de recente ontwikkelingen in de verschillendeprocedures als volgt te onderscheiden:•Diverse bezwaar- en beroepszaken bij de rechtbank: In de toelichting indeze brief wordt nader uiteengezet dat NAM, Shell en ExxonMobilbezwaar hebben aangetekend tegen de heffingen over 2024 en dat deRechtbank Noord-Nederland de door dezelfde partijen aangevraagdevoorlopige voorziening tot schorsing van betaalverplichting uit dezeheffingen heeft afgewezen.•Internationale investeringsarbitrages onder het Energiehandvestver-drag (ECT): Er is een tussentijdse uitspraak gedaan in de door hetBelgische ExxonMobil Petroleum & Chemical BV (EMPC) reedsaangespannen ECT-arbitrage, waarin haar verzoek tot voorlopige1Kamerstuk 33 529, nr. 13402Kamerstuk 33 529, nr. 1344 kst-33529-1369ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13691 voorzieningen met betrekking tot de op te leggen heffingen isafgewezen. Daarnaast is het Britse Shell Public Limited Company(Shell plc) op 23 december 2025 een vergelijkbare arbitrage gestart.•Nationale arbitragezaken: Dit betreft de schadearbitrage, versterkings-arbitrage en de arbitrage over het Akkoord op Hoofdlijnen (AoH) bij hetNederlands Arbitrage Instituut (NAI). In de toelichting in deze briefvolgt een update over de schadearbitrage en AoH-arbitrage incl. eentussenvonnis inzake een voorlopige voorziening over de gasopslagen.Toelichting Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 27 november 2025, heeft de Staatop 18 november 2025 tussentijdse heffingsbesluiten van in totaal1,35 miljard euro aan NAM opgelegd voor de kosten die in 2024 zijngemaakt voor de afhandeling van fysieke schade, immateriële schade,waardedalingsschade en de versterkingsoperatie. NAM heeft dezeheffingen op 30 december 2025 tijdig en volledig voldaan. Dezeontvangsten zijn reeds in de BZK-begroting opgenomen en worden bijslotwet 2025 verantwoord.1. Update bezwaarprocedures en beroepsprocedures bij deRechtbank Noord-NederlandUitspraak voorzieningenrechter Rechtbank Noord-Nederland overopschorting heffingenVoorafgaand aan de betaling heeft NAM, evenals Shell en ExxonMobil,tegen de opgelegde heffingsbesluiten van 18 november 2025 bezwaargemaakt. Ook heeft NAM een verzoek tot opschorting van de betalingsver-plichting van de heffingen over 2024 ingediend. Op 25 november 2025heeft de Staat dat verzoek afgewezen. NAM, Shell en ExxonMobil hebbenvervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de rechtbank om deheffingsbesluiten, en daarmee de betalingsverplichting, te schorsen totzes weken nadat de Staatssecretaris op het bezwaar heeft beslist.De voorzieningenrechter heeft op 8 december 2025 het verzoek omvoorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.3 Ten eersteoordeelt de rechtbank dat er geen urgentie is om de heffingen op teschorten, omdat NAM niet betwist in staat te zijn deze te betalen. Tentweede oordeelt de rechtbank dat er geen reden is om aan te nemen datdeze heffingen evident onrechtmatig zijn, omdat ze ook van een uitge-breide motivering zijn voorzien.2. Update internationale arbitragezakenUitspraak voorlopige voorziening inzake opschorting heffingenIn de Kamerbief van 27 november 2025 heeft het kabinet de Kamergeïnformeerd dat EMPC in de internationale ECT (Energy CharterTreaty)-arbitrage een voorlopige maatregel heeft aangevraagd totopschorting van de betaling van de heffingen. EMPC stelt indirectaandeelhouder van NAM te zijn. Op 24 december 2025 heeft het scheids-gerecht alle verzoeken van EMPC afgewezen. Zo is onder meer hetverzoek afgewezen tot opschorting van de betalingsverplichting van deheffingen over 2024 en opeenvolgende jaren gedurende de looptijd vandeze arbitrageprocedure. Verder is ook het subsidiaire verzoek om 30% ofeen ander te bepalen percentage van het bedrag van de totale heffingen3Rb Noord-Nederland, 8 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5008 enECLI:NL:RBNNE:2025:5009 (bijlagen 1a en 1b).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13692 op een derdengeldrekening te plaatsen afgewezen. De uitspraak treft ubijgaand aan in bijlage 2.Aanvraag ECT-arbitrage Shell plcIn navolging van de aangevraagde ECT-arbitrage door EMPC, heeft op23 december 2025 ook Shell plc, als gesteld indirect aandeelhouder vanNAM, een arbitrageaanvraag onder het ECT ingediend bij het InternationalCentre for Settlement of Investment Disputes (ICSID). Shell plc is vanmening dat de Nederlandse Staat het ECT-verdrag heeft geschonden.Shell plc eist volledige compensatie voor de vermeende geleden schade.Als noodzakelijk onderdeel van de investeringsgeschillenbeslechting heeftShell plc eerst een brief gestuurd met een verzoek om consultaties.Hierover is bericht in de Kamerbrief van 20 januari 2025.4 Na tweegesprekken in het afgelopen jaar over de mogelijkheid van een minnelijkeoplossing heeft Shell plc besloten de stap naar een internationalearbitrage te zetten. Het scheidsgerecht voor de behandeling van dezenieuwe arbitragezaak wordt nog gevormd.3. Update nationale arbitragezakenUitstel vonnis schadearbitrageDe drie arbitragezaken die bij het NAI aanhangig zijn gemaakt, betreffen(1) een «arbitrage versterken» over de kosten van de versterkingsoperatiein de periode 1 januari 2020 tot 1 juli 2023, (2) een «arbitrage schade» overde kosten voor de schadeafhandeling in de periode 2018 tot 1 juli 2020 en(3) een «AoH-arbitrage» over het Akkoord op Hoofdlijnen uit 2018 en hetdaarna overeengekomen Interim Akkoord en Norg Akkoord.In juli 2025 gaf het scheidsgerecht in de schadearbitrage aan naarverwachting eind 2025 uitspraak te kunnen doen in de eerste fase. Hetscheidsgerecht heeft in december 2025 laten weten dat de uitspraakvertraagd is naar verwachting tot uiterlijk 1 juli 2026. Deze uitspraak zal tezijner tijd met de Kamer worden gedeeld.Uitstel vonnis versterkingsarbitrageEen uitspraak in de eerste fase van de arbitrage versterken wordtvooralsnog verwacht voor het einde van het eerste kwartaal 2026.Hierover is de Kamer op 27 november 2025 geïnformeerd.5Update Akkoord op Hoofdlijnen-arbitrageDe Kamer is op 13 februari 20246, 9 oktober 20247, 6 maart 20258,19 september 20259 en 27 november 202510 geïnformeerd over de standvan zaken in de AoH-arbitrage. De AoH-arbitrage betreft onder andere deafbouw van de gaswinning uit het Groningenveld en het niet gewonnengas, de inzet van de gasopslagen Norg en Grijpskerk, de afhandeling vanschade en versterken en de financiële afwikkeling daarvan en derobuustheid van NAM.4Kamerstuk 33 529, nr. 12725Kamerstuk 33 529, nr. 13446Kamerstuk 33 529, nr. 12127Kamerstuk 33 529, nr. 12608Kamerstuk 33 529, nr. 12779Kamerstuk 33 529, nr. 134010Kamerstuk 33 529, nr. 1344Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13693 Shell en ExxonMobil hebben hun Memorie van Eis ingediend en de Staatis op dit moment zijn Memorie van Antwoord aan het afronden. Deze zalop korte termijn worden ingediend bij het scheidsgerecht. Omwille van deprocespositie van de Staat en vanwege de vertrouwelijkheid van dezearbitrageprocedure, kan in deze brief niet nader ingegaan worden op deargumenten die in deze procedure worden aangevoerd door partijen. Heteerste vonnis in de hoofdarbitrage wordt niet voor 2028 verwacht.Eerder is de Kamer geïnformeerd over de vonnissen in de verzochtevoorlopige voorzieningen in de AoH-arbitrage, alsmede ten aanzien vande nog lopende voorlopige voorzieningen. Op 8 december 2025 heeft deStaat een verzoek gedaan tot het treffen van een voorlopige voorzieningbinnen de AoH-arbitrage met als inzet toegang te verzekeren totgasopslag UGS Norg dan wel UGS Grijpskerk. Het scheidsgerecht heeftzich per vonnis van 12 januari jl. bevoegd verklaard kennis te nemen vandit verzoek. Met deze procedure bewandelt het kabinet een parallel spoor,naast het overleg met Shell en ExxonMobil, om tijdig onderling totafspraken te komen. Het vonnis treft u bijgaand aan in bijlage 3.Zodra een nieuw vonnis verschijnt in de voorlopige voorzieningen die deStaat op dit moment nog aanhangig heeft gemaakt tegen Shell enExxonMobil, wordt de Kamer hierover geïnformeerd.Tot slotZoals het kabinet ook in eerdere brieven heeft aangegeven, hebben deuitkomsten van de lopende procedures met NAM, Shell en ExxonMobilgeen enkel effect op de inwoners van Groningen. De afhandeling van deschade en het versterken van de gebouwen vinden onafhankelijk van dezeprocedures onverminderd doorgang. Daarnaast zal de Staatssecretaris opgrond van de Tijdelijke wet Groningen heffingen blijven opleggen aanNAM voor de kosten van de schadeafhandeling en versterkingsoperatie.Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de motie van de leden Köse,Bikker en Bushoff van 11 december 2025.11Het kabinet zal de Kamer op de hoogte blijven houden van de planning enhet verloop van de verschillende juridische procedures. Daarbij zijnogmaals herhaalt dat de Staat in deze juridische procedures zich zalblijven verweren met alle (juridische) middelen die hij nodig acht.Indien gewenst kan de Kamer in een vertrouwelijke briefing nadergeïnformeerd worden.De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van MarumDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. Hermans11Kamerstuk 33 529, nr. 1362Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13694
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.