KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang PFAS-onderzoeksprogramma en enkele actualiteiten

1 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c7c2d5b8ee5ab5e4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 421 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT, DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR EN DE STAATSSECRETARISVAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 december 2025Jaarlijks wordt de Kamer door de Ministeries van IenW, VWS en LVVNgeïnformeerd over de voortgang van het PFAS-onderzoeksprogrammavan het RIVM.1 Daarnaast worden tussentijdse resultaten uit hetprogramma gedeeld als deze van belang zijn. Zo bent u op 21 juli jl.geïnformeerd over de uitkomsten van het landelijke biomonitoringson-derzoek.2Inmiddels is er weer een aantal belangrijke PFAS-ontwikkelingen, diezowel voortkomen uit het onderzoeksprogramma als uit andere beleids-trajecten, waar we u over willen informeren.InleidingHet kabinet werkt via drie hoofdsporen aan de aanpak van PFAS. Wezetten ten eerste in op een zo breed mogelijk Europees verbod op PFAS.Nederland heeft hier samen met enkele Europese landen een voorstel toeingediend. Tegelijkertijd kijkt het Ministerie van IenW momenteel ooknationaal naar de mogelijkheden voor een lozingsverbod op PFAS.3Met het tweede spoor richt het kabinet zich op het terugdringen van deverspreiding van PFAS in het milieu, onder andere door het minimaliserenvan de huidige emissies.Ten derde zet het kabinet in op het verminderen van de blootstelling aanPFAS. Dit doen we met name door onderzoeken te laten uit voeren die onshelpen om gerichte maatregelen te nemen ter bescherming van onzevolksgezondheid. Het PFAS-onderzoeksprogramma vormt een belangrijkfundament hier voor.1Kamerstukken 35 334, nr. 2582Kamerstukken 35 334, nr. 4073Kamerstukken 35 334, nr. 407 kst-35334-421ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4211 Met deze brief informeren wij u over enkele ontwikkelingen vanuit hetderde spoor «het verminderen van de blootstelling».1. Bronnen van PFAS anders dan voedsel en drinkwater Het RIVM onderzoekt in het onderzoeksprogramma op welke manierenmensen in contact komen met PFAS. Dat is essentieel om te bepalen hoede blootstelling in Nederland kan worden teruggedrongen. De bloot-stelling via voedsel en drinkwater is al eerder onderzocht.4 Over anderevormen van blootstelling was nog weinig bekend. Daarom heeft het RIVMnu gekeken naar PFAS in consumentenproducten zoals kleding, verzor-gingsmiddelen en de stoffering van meubels. Ook zijn de mogelijkebronnen van blootstelling via de leefomgeving in kaart gebracht,waaronder binnenlucht en huisstof. Blootstelling op de werkplek enindustriële uitstoot naar het milieu vielen buiten dit onderzoek.Op basis van een kwalitatieve beoordeling zijn de belangrijkstePFAS-bronnen geïdentificeerd. Daarbij is gekeken naar het type PFAS, deconcentraties in verschillende bronnen, de blootstellingsroutes en hoevaak en intensief producten worden gebruikt. Het is daarbij goed om tevermelden dat het nog niet precies bekend is hoeveel PFAS mensen viadeze bronnen binnenkrijgen. Het RIVM onderzoekt dit verder, ook om deblootstelling te kunnen vergelijken met die via voedsel en drinkwater.ResultatenUit het onderzoek van het RIVM blijkt dat de volgende bronnen, andersdan voedsel en drinkwater, voor de meeste blootstelling te zorgen:•Waterafstotende kleding, zoals regen- en skikleding. De textielsec-tor gebruikt veel PFAS. Vooral bij jonge kinderen is dit relevant, omdatzij soms op kleding sabbelen of bijten.•Impregneer- en smeermiddelensprays, bijvoorbeeld voorschoenen, kleding of meubels. Bij gebruik in afgesloten ruimtes enzonder bescherming kunnen mensen PFAS inademen.•Een klein deel van de verzorgingsproducten, met name make-upen huidcrèmes. Hoewel deze producten enkel kleine hoeveelhedenPFAS bevatten, kunnen ze bij langdurig en frequent gebruik eenrelevante blootstellingsbron zijn.•Huisstof en binnenlucht, waarin PFAS terechtkomt via meubels entapijten. Kinderen lopen extra risico doordat ze vaker op de grondspelen en voorwerpen in hun mond stoppen.VervolgHet RIVM doet verder onderzoek naar deze bronnen. Zo worden eraanvullende gegevens verzameld over onder andere de concentraties enblootstellingsduur. Op basis van deze gegevens kunnen kwantitatieveschattingen gemaakt worden. Uiteindelijk werkt het RIVM toe naar eengeïntegreerde blootstellingsbeoordeling, waarmee een totaalbeeldontstaat van de PFAS-blootstelling in Nederland. Dit omvat ook eeninschatting van de relatieve bijdrage per bron voor verschillendeleeftijdsgroepen. Zo wordt duidelijk waar maatregelen om de blootstellingte verminderen het meeste effect kunnen hebben. Op de websitehttps://www.rivm.nl/pfas/onderzoeksprogramma wordt per thema eenoverzicht gegeven van alle lopende en geplande onderzoeken uit hetonderzoeksprogramma.4Kamerstukken 35 334, nr. 303Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4212 Het is belangrijk bewust te zijn van de verschillende manieren waaropmen aan PFAS kan worden blootgesteld. Op de website www.waarzitwatin.nl kunnen consumenten nagaan welke producten PFAS bevatten,waarom deze stoffen erin zitten en hoe de producten veilig te gebruikenzijn.5Het kabinet wil ervoor zorgen dat PFAS zo min mogelijk in consumenten-producten aanwezig zijn. Nederland werkt daarom al enige tijd samen metandere Europese landen aan het PFAS-restrictievoorstel om het gebruikvan PFAS in een breed scala aan producten op Europees niveau teverbieden.Op dit moment zien we dat het PFAS-restrictievoorstel ver gevorderd is.Het Europese agentschap voor chemische stoffen, ECHA, heeft aange-kondigd de wetenschappelijke opinies volgend jaar vast te stellen. Hiernazal de Europese Commissie een voorstel ter discussie en stemmingopstellen en voorleggen aan de lidstaten. Met de Europese Commissiedenken we na over hoe de restrictie straks zo snel mogelijk vantoepassing kan worden.Vooruitlopend op het restrictievoorstel wil het kabinet een extra stapzetten. De komende tijd zal er met de betrokken sectoren worden gekekennaar de mogelijkheden voor een convenant waar partijen op vrijwilligebasis PFAS-houdende producten uit hun ketens bannen, of labels opproducten plaatsen die weliswaar PFAS-houdend zijn, maar niet risicovolvoor de consument.2. PFAS-mengselrisicobeoordelingsmethodiek Sinds 2021 hanteert het RIVM bij de beoordeling van gezondheidsrisico’svan PFAS de tolereerbare wekelijkse inname (TWI) zoals vastgesteld doorde Europese Voedselveiligheidsautoriteit (European Food SafetyAuthority; EFSA). Deze TWI wordt gecombineerd met de door het RIVMontwikkelde relatieve potentie factor (RPF)-methode voor PFAS. Dezemethode maakt het mogelijk om niet alleen de vier PFAS zoals gebruiktdoor EFSA te beoordelen, maar ook andere PFAS gezamenlijk mee tenemen in de risicobeoordeling. Daarmee wordt rekening gehouden metverschillen in schadelijkheid. De RPF-methode is een voorbeeld van eenmengselrisicobeoordeling voor PFAS.Het RIVM heeft in opdracht van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)overzichten opgesteld van beschikbare methoden voor risicobeoordelingvan PFAS.6 De Kamer is eerder over dit traject geïnformeerd.7 Het RIVMorganiseerde daaropvolgend een internationale expertworkshop om destaat van wetenschappelijke kennis en de voor- en nadelen van dezeverschillende methoden, waaronder de RPF-methode, te bediscussiëren.De inzichten en feedback uit het internationale kennisveld zijn door hetRIVM verwerkt en gepubliceerd in een wetenschappelijk artikel.8 Deresultaten zijn verwerkt in een advies aan de WHO, dat wordt meege-nomen bij het vaststellen van internationale gezondheidskundigegrenswaarden voor PFAS.5https://waarzitwatin.nl/stoffen/pfas6https://www.rivm.nl/nieuws/rivm-publiceert-overzicht-van-methoden-om-risicos-van-pfas-mengsels-in-voeding-en-drinkwater7Kamerstukken 35 334, nr. 3038https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0273230025001370Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4213 3. Vervolgonderzoek naar eieren van particulieren Begin dit jaar heeft het RIVM in opdracht van het Ministerie van VWSberekend hoeveel PFAS mensen kunnen binnenkrijgen via het eten vaneieren van particuliere kippenhouders9. Uit dit onderzoek volgde hetadvies om voorlopig dit soort eieren niet meer te eten, omdat deze(te)veel PFAS kunnen bevatten. Het is echter nog onduidelijk hoe PFAS indeze eieren terechtkomen. Het RIVM doet daar momenteel onderzoeknaar.Dit vervolgonderzoek zou oorspronkelijk eind 2025 gereed zijn, maarhelaas is dit vertraagd. De rapportage van het vervolgonderzoek is nugepland voor begin 2026. Op het moment dat dit onderzoek gereed iswordt de Kamer over de uitkomsten geïnformeerd.4. Stand van zaken moedermelkonderzoek Het RIVM heeft op 21 juli de uitkomsten van de landelijke biomonitoringgepubliceerd.10 Deze resultaten worden aangevuld met een analyse oprecent afgenomen bloedmonsters van Sanquin.11 Ook volgt een analyseop reeds verzamelde moedermelk en bloedmonsters van de moeder-melkbank van het Amsterdamse Universitair Medisch Centrum.Er is inmiddels goedkeuring van de Medisch Ethische Commissie (METC)voor het analyseren van de moedermelk- en bloedmonsters. Dedeelnemers is daarna om aanvullende toestemming gevraagd, watinmiddels is gebeurd. De analyses zijn gestart. In de loop van 2026 zalmeer worden gedeeld over dit onderzoek.5. Richtwaarden voor PFAS in bloed van runderen Levensmiddelen, zoals vlees, zuivel en eieren, die op de markt verhandeldworden moeten voldoen aan Europees gestelde maximum limieten voorPFAS. PFAS kan in vlees terecht komen wanneer dieren verontreinigdwater drinken, besmet voedsel eten of grazen op met PFAS vervuildegrond. Om de hoeveelheid PFAS in een dier te bepalen kan onder anderebloedonderzoek worden verricht. Met de uitslag van dit bloedonderzoekkan worden voorspeld hoeveel PFAS uiteindelijk in het vlees van het dierterechtkomt.De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) werkt samen metWageningen Food Safety Research (WFSR) en het RIVM aan het ontwik-kelen van richtwaarden voor PFAS-gehaltes (PFOS in het specifiek) in hetbloed van herkauwers. Hiermee kunnen veehouders met dieren die in(mogelijk) besmette gebieden gegraasd hebben, beoordelen of zij hundieren naar het slachthuis mogen brengen.Zo kan worden voorkomen dat veehouders vlees moeten laten vernie-tigen, omdat het niet aan de wettelijke eisen voldoet. Voor runderen geldtde voorlopige richtwaarde van 2,5 microgram PFOS per liter bloedplasma.Dit is van toepassing in zowel Nederland als België. Bij deze concentratiewordt geen overschrijding van PFOS in het vlees verwacht. Voor schapenwordt nog gewerkt aan een dergelijke richtwaarde.9https://www.rivm.nl/nieuws/rivm-adviseert-geen-particuliere-eieren-meer-te-eten10Kamerstukken 35 334, nr. 40711https://www.sanquin.nl/donors/actueel/sanquin-ondersteunt-rivm-onderzoek-naar-pfasTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4214 Uiteraard kan wetenschappelijk inzicht ertoe leiden dat de richtwaardenvoor PFOS in bloed later worden aangepast. Op het moment dat meerdata en resultaten beschikbaar zijn, zal ook in breder EU-verband wordengekeken hoe we deze richtwaarden in aanvulling op de bestaandemaximum limieten kunnen gebruiken.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenDe Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.Z.C.M. TielenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4215

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · cb135ab809cea00b

14 okt 2026 · 6b013345e04d1e88

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.