Voortgang waterstofbeleid
Brontekst
Versie c3bde394c57f62b8 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1395 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR KLIMAAT EN ENERGIE EN VANECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 mei 2024Met deze brief informeren wij, de Minister voor Klimaat en Energie en deMinister van Economische Zaken en Klimaat (EZK), uw Kamer over devoortgang van het waterstofbeleid. Waterstof is een essentiële bouwsteenvoor de energietransitie. Het kabinet heeft zich de afgelopen jaren ingezetom deze markt te ontwikkelen. De inzet van het kabinet is gericht op detijdige realisatie van wettelijke en fysieke randvoorwaarden, en deopschaling van hernieuwbare waterstof door steun voor productie, importen gebruik. Het kabinet ziet daarnaast een belangrijke rol voor koolsto-farme waterstof in de transitiefase naar een volwassen hernieuwbarewaterstofmarkt en voor het realiseren van kosteneffectieve CO2-reductie.Daarom bestaat hier ook ondersteuning voor (bijvoorbeeld de SDE++ voortoepassing van CO2-afvang) en werkt Nederland nauw samen met anderelanden om voldoende aanbod van koolstofarme waterstof te realiseren.Deze brief gaat in op de voortgang van: i) het instrumentarium voorhernieuwbare waterstof, ii) de regulering, iii) de waterstofkwaliteit, iv) dewaterstofopslag en v) de regionale infrastructuur en -initiatieven. Metdeze brief komen wij tevens tegemoet aan een aantal toezeggingen enmoties.1 Verder informeren wij uw Kamer nog voor de zomer over deordening van waterstoftransport op zee, de Delta Rhine Corridor en deuitrol van het landelijke transportnetwerk.1Toezegging over de rol van netwerkbedrijven in waterstofterminals (WetgevingsoverlegEnergiewet 15 april jl.), toezegging Maximacentrale commissiedebat Gasmarkt en Leveringsze-kerheid 3 april jl. (TZ202404-005), motie Bontenbal en Grinwis (Kamerstuk 32 813, nr. 1030) enmotie Grinwis (Kamerstuk 29 826, nr. 193). kst-32813-1395ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13951 I. Instrumentarium voor hernieuwbare waterstof De overheid heeft een belangrijke rol om voldoende productie en importvan hernieuwbare waterstof te realiseren, vooral voor gebruik in deindustrie vanwege de groeiende uitdagingen daar.2 We herkennen designalen uit rapporten en de markt dat het vooral gaat om het dekken vande onrendabele top en het oplossen van coördinatieproblemen tussenaanbieders en afnemers. Door gestegen kosten (rente, energie, grond-stoffen en nettarieven) is de onrendabele top van projecten de afgelopenjaren toegenomen. Als deze trends doorzetten, kan dat een rem zetten opde opschaling van hernieuwbare waterstof. Het is aan een volgendkabinet om te bepalen of aanvullende overheidsinterventies en -middelennodig zijn.De inzet van het reeds beoogde instrumentarium is no regret; dit isminimaal nodig om de waterstofdoelen in 20303 te halen. Het kabinetontwikkelt zowel subsidies als verplichtingen om de juiste balans tussenflexibiliteit en zekerheid te creëren. Deze instrumenten (hieronder nadertoegelicht) moeten een oplossing bieden voor zowel de toegenomenonrendabele top als coördinatieproblemen. We verkennen daarbij of voorde benodigde import aanvullende overheidsinterventies nodig zijn,gericht op importinfrastructuur en het omzetten van waterstofdragersnaar waterstofgas. Ook zoeken we naar oplossingen om de netkosten inde industrie te verlagen.4 Tot slot zetten we ons samen met andereEU-lidstaten in om zo snel mogelijk de laatste details van het REDIII-waterstofdoel voor de industrie5 vast te laten leggen, zodat er duide-lijkheid komt voor de markt. Dit is ook nodig om te beoordelen of hetbeoogde instrumentarium en het budget toereikend zijn.De afgelopen maanden heeft het kabinet belangrijke stappen gezet dierealisatie van de eerste grote elektrolyseprojecten mogelijk maken:−We hebben aan 7 aanvragers uit de OWE-regeling6 € 245 miljoensubsidie verleend, goed voor 101 megawatt aan capaciteit uiterlijk in2028. De tender was met € 600 miljoen aan aanvragen zwaarovertekend.−Voorbereidingen voor een tweede ronde van de OWE-regeling zijnbijna afgerond. De openstelling staat direct na de zomer gepland meteen budget van bijna € 1 miljard; de uitkomsten staan gepland voorvoorjaar 2025.−We hebben met de Minister en de Staatssecretaris van Infrastructuuren Waterstaat overeenstemming bereikt over de vormgeving van deraffinageroute, als onderdeel van de systematiek energie voor vervoer,waarmee een afzetmarkt voor hernieuwbare waterstof wordt gecre-ëerd, goed voor ten minste een halve gigawatt elektrolyse.7 Hiermeekomen we tegemoet aan de eerder gemaakte afspraken en de motieBontenbal en Grinwis.8 In de brief over de voortgang van de imple-mentatie van RED-III vervoer is beschreven hoe de raffinageroute2Eindrapport Keuzewijzer Klimaat en Energie, Kamerstuk 32 813, nr. 1317, CE-Delft RapportToetsing beleidsontwikkelingen waterstof (zie bijlage brief), TNO Rapport Renewable HydrogenCost Element Evaluation tool Project (zie bijlage).3Het nationale doel van 4 gigawatt elektrolysecapaciteit en de bindende Europese doelen van42% en 1% gebruik van hernieuwbare waterstofdragers in de industrie respectievelijk demobiliteit.4Kamerstuk 32 813, nr. 1372.5Het gaat hierbij om onderliggende definities en uitzonderingsgronden; de waterstofdoelen zelfzijn reeds vastgelegd in de tekst van de EU-richtlijn voor hernieuwbare energie (RED III).6Eind 2023 konden aanvragen worden ingediend voor subsidie voor elektrolyseprojecten tot50 MW via de OWE. Zie meer op: Subsidieregeling Opschaling volledig hernieuwbarewaterstofproductie via elektrolyse (OWE) (rvo.nl).7Kamerstuk 32 813, nr. 1374.8Kamerstuk 32 813, nr. 1042 en Kamerstuk 32 813, nr. 1030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13952 bijdraagt aan het behalen van de RFNBO-subverplichtingen in demobiliteit en de opschaling van de elektrolysecapaciteit.9 U ontvangtuiterlijk na de zomer meer informatie van de Staatssecretaris vanInfrastructuur en Waterstaat over de verdere vormgeving van deraffinageroute.De komende periode zal het kabinet ook de laatste onderdelen van hetbeoogde instrumentarium uitwerken, zoals toegezegd in de brief van30 oktober 2023.10 Het betreft onderstaande instrumenten die bedrijvenhelpen om de investeringen te doen in de benodigde productie- enimportcapaciteit voor de waterstofdoelen. De definitieve vormgeving vande instrumenten is aan een volgend kabinet.−Het kabinet stelt in het Meerjarenprogramma 2025 van het Klimaat-fonds onder voorwaarden middelen beschikbaar voor de verdereopschaling van hernieuwbare waterstof.11 We beogen een derde rondevan de OWE-regeling in het voorjaar van 2025 te publiceren. Deopenstelling stemmen we qua timing af op de procedures voor dewindparken op zee die in de tweede helft van 2025 zullen plaatsvinden.−Uw Kamer ontvangt deze zomer nog een brief over de twee demon-stratieprojecten voor waterstofproductie op zee, waar het kabinet ookmiddelen uit het Klimaatfonds voor beschikbaar heeft gesteld.12 Tervoorbereiding is recent een publieke interessepeiling georganiseerd.13De uitkomsten van de interessepeiling zullen in de aanstaandeKamerbrief over de voortgang van de demonstratieprojecten wordentoegelicht.−Samen met Duitsland heeft het kabinet inmiddels een voorstel vooreen gezamenlijke tender onder H2-Global uitgewerkt ter ondersteuningvan import.14 Duitsland en Nederland hebben voor deze tender elk€ 300 miljoen beschikbaar gesteld (in totaal dus € 600 miljoen). Ditvoorstel ligt nu ter goedkeuring bij de Europese Commissie alsonderdeel van de staatssteunprocedure.−Tot slot bereiden we momenteel de internetconsultatie van devoorstellen voor de eerder aangekondigde vraagsubsidies en debeoogde jaarverplichting RFNBO’s15 in de industrie voor (voorheen:RFNBO afnameverplichting). Met deze consultatie willen wij marktpar-tijen (in het bijzonder de bedrijven die onder de jaarverplichtingzouden gaan vallen) de ruimte geven om duidelijk te maken wat deimpact van deze voorstellen is en wat in hun ogen nodig is voor eensuccesvolle ontwikkeling van de waterstofmarkt. De voorbereidingenom de consultatie te starten zijn eind juni gereed, waarna het aan eennieuw kabinet is om deze te starten. Na de consultatie zal het volgendekabinet een besluit moeten nemen over de definitieve vormgeving vanhet instrumentarium.Invoering van deze vraagsubsidies en van de jaarverplichting RFNBO’s inde industrie moet hand in hand gaan: een verplichting zonder subsidieslijkt met beperkt aanbod van hernieuwbare waterstof onvoldoendeeffectief en lijkt alleen mogelijk met een laag ingroeipad (zie het rapport9Kamerstuk 32 813, nr. 1383.10Kamerstuk 32 813, nr. 1314.11Kenmerk 2024D15110 en Kamerstuk 36 550, nr. 1.12Idem.13https://www.rvo.nl/onderwerpen/waterstof/interessepeiling-waterstofproductie-op-zee.14Uit het Klimaatfonds is € 300 miljoen beschikbaar gesteld om via het H2-Global mechanismehet aanbod van hernieuwbare waterstof geproduceerd in andere EU-landen en landen buitende EU voor Nederlandse eindafnemers te vergroten en Nederland te positioneren alsimporthub voor waterstofgebruik in Noordwest-Europa.15«Renewable fuels of non-biological origin»: hernieuwbare brandstoffen van niet-biogeneoorsprong, waaronder waterstof.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13953 van CE Delft in de bijlage16). CE Delft concludeert dat de zekerheid in deeerste periode (tot minimaal 2030) nog niet van de beoogde jaarver-plichting komt, maar vooral van het flankerend beleid in de vorm vanvraagsubsidies. Het kabinet vindt verplichtingen wel wenselijk, omdat zemeer zekerheid geven over de vraag naar waterstof. Bij de vormgevingvan deze instrumenten houden we het speelveld tussen binnenlandseproductie en import én het beleid in buurlanden scherp in de gaten.II. Regulering Private partijen bereiden momenteel investeringen voor waterstofter-minals voor. Onder het Europese waterstof- en gasdecarbonisatiepakket(hierna: decarbonisatiepakket) moet dit type infrastructuur voldoen aanhet principe van onderhandelde derdentoegang. Dit principe is van belangvoor: i) de diversificatie van herkomstlanden van waterstof, ii) de borgingvan strategische autonomie en iii) het ontstaan van een gelijk speelveldtussen marktpartijen die als leverancier actief willen worden op deEuropese markt voor gasvormige waterstof en afhankelijk zijn van dezetoegang.Vooruitlopend op de nationale implementatie van het decarbonisatie-pakket, is het van belang duiding te geven aan wat het principe vanonderhandelde derdentoegang tot waterstofterminals inhoudt. Hetuitgangspunt bij onderhandelde derdentoegang is dat de onderhande-lende partijen zelf een grote mate van vrijheid hebben om het proces vande onderhandelingen te bepalen. Het betreft onder meer de onderwerpenwaarover afspraken gemaakt moeten worden en met name de toegangs-voorwaarden, zoals de tarieven die noodzakelijk zijn om de investeringterug te verdienen. Er dient bij het verlenen van toegang zowel op inhoudals op proces sprake te zijn van objectiviteit, transparantie ennon-discriminatie. Objectiviteit en non-discriminatie betekenen datgelijksoortige toegangsverzoeken, bijvoorbeeld in de vorm van capaciteiten contractduur, gelijk behandeld moeten worden. Transparantie betekentdat iedere partij die actief wil zijn op de markt voor gasvormige waterstofin de gelegenheid moet worden gesteld om bekend te zijn met detoegangsvoorwaarden en allocatieregels die uitbaters van terminals zullenhanteren. Onderhandelde derdentoegang betekent niet dat tarievengereguleerd zijn en er worden ook geen beperkingen gesteld aan de duurvan contracten. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) zal na de zomereen verdere toelichting publiceren over uitgangspunten bij derden-toegang.Naar aanleiding van mijn toezegging tijdens het wetgevingsoverleg overde Energiewet van 15 april jl. ga ik hierbij in op de rol van netwerkbe-drijven in waterstofterminals17. Waar concurrentie tussen private partijenin de ontwikkeling van waterstofterminals kan plaatsvinden, wil ik dieruimte ook bieden. Indien de markt initiatieven voor waterstofterminalsechter onvoldoende oppakt, kan sturing via een staatsdeelnemingmogelijk zijn. Daarom is een voorstel in de Energiewet opgenomen omGasunie de mogelijkheid te geven om deel te kunnen nemen aaninitiatieven voor de ontwikkeling en exploitatie van waterstofterminals. Erzal echter geen verplichting zijn voor private initiatiefnemers vanwaterstofterminals om Gasunie te betrekken bij de bouw en exploitatie.Het wetsvoorstel beoogt nadrukkelijk niet om Gasunie een rol te geven opeen andere markt dan de markt voor gasvormige waterstof.16CE-Delft (februari 2024) Rapport Toetsing beleidsontwikkelingen waterstof, zie bijlage.17Toezegging over de rol van netwerkbedrijven in waterstofterminals (WetgevingsoverlegEnergiewet 15 april jl., TZ202404-005).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13954 III. Waterstofkwaliteit Op 9 oktober 2023 ontving uw Kamer een onderzoeksrapport over dewaterstofkwaliteit.18 Uit contacten met onze omringende landen blijkt dater in toenemende mate steun is voor harmonisatie van een minimalezuiverheidseis van 99,5%. De Europese Commissie verwacht dit jaar, nainwerkingtreding van het decarbonisatiepakket, een normalisatieverzoekbij CEN-CENELEC (Europees Comité voor Elektrotechnische Standaardi-satie) neer te leggen voor een Europese norm over de specificaties vanwaterstof. Een dergelijk traject duurt circa drie jaar. In Nederland, Belgiëen Duitsland komen waterstofstromen in het netwerk echter eerder opgang. Daarom is een aantal transportbedrijven, waaronder Gasunie,gestart met het uitwerken van een gezamenlijke specificatie op basis vaneen zuiverheid van 99,5%. Zo’n specificatie kan worden gebruikt incontracten, interconnectie-overeenkomsten en kan als input dienen voorhet Europese normalisatieproces. Wij zullen de resultaten van dezegezamenlijke kwaliteitsspecificatie afwachten voordat we een besluitnemen over de waterstofspecificaties van het Nederlandse waterstoftrans-portnetwerk.IV. Waterstofopslag Waterstof moet kunnen worden opgeslagen voor gebruik in de periodesdat er onvoldoende wind- of zonne-energie is of wanneer er een discre-pantie is tussen vraag en aanbod. De opslag van waterstof vormt hiermeeeen essentiële schakel in de energietransitie en het realiseren van eenfossielvrij energiesysteem. De ontwikkeling van de eerste vier zoutca-vernes voor waterstofopslag is voorzien bij Zuidwending (projectHystock). Er worden middelen uit het Klimaatsfonds ingezet om dierealisatie mogelijk te maken. Daarnaast is in de voorjaarsnota aangegevendat extra middelen uit het Klimaatsfonds zijn gereserveerd voor derealisatie van verdere waterstofopslag na project Hystock. De ontwikkelingvan opslaglocaties op land vergt een zorgvuldig participatieproces enbetrokkenheid vanuit de omgeving. Er is daarom een gezant onder-grondse energieopslag aangesteld. De gezant is bezig met het voeren vaneerste verkennende gesprekken met stakeholders in de regio. In lijn metde routekaart energieopslag19 wordt ook een visie ontwikkeld op hetalgehele belang van duurzame energieopslag in Nederland, de benodigdehoeveelheid waterstofopslag en hoe dit ruimtelijk en sociaal-maatschappelijk inpasbaar is.V. Regionale waterstofinfrastructuur en -initiatieven Rapport naar mogelijke uitrol van regionale waterstofinfrastructuur –HyRegionsHynetwork Services (hierna: HNS) werkt momenteel aan de realisatie vande eerste delen van het landelijke transportnetwerk. Het landelijketransportnet bereikt echter niet alle bedrijven (waaronder cluster-6bedrijven) die hun processen met waterstof willen of moeten verduur-zamen en evenmin alle bedrijven die waterstof willen produceren. Het isbelangrijk dat er duidelijkheid ontstaat over de toekomstige aansluitmoge-lijkheden van deze bedrijven. Zoals in eerdere brieven aangekondigd,heeft EZK daarom samen met het interprovinciaal overleg (IPO),Netbeheer Nederland en Gasunie een extern onderzoek laten uitvoerennaar de mogelijke uitrol van een regionale waterstofinfrastructuur en18Kamerstuk 32 813, nr. 1304.19Kamerstuk 29 023, nr. 430Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13955 bijbehorende ordeningsaspecten. Eind april is het HyRegions rapportafgerond, welke als bijlage is toegevoegd aan deze Kamerbrief.20Het rapport beschrijft allereerst dat het onzeker is in welke mate en opwelke termijn voldoende waterstof tegen een concurrerende prijsbeschikbaar zal zijn. Deze schaarste en de bijbehorende hoge prijs kunnenvolgens de onderzoekers een dempend effect hebben op de waterstof-vraag in de regio. Verwacht wordt wel dat op de middellange termijn, tenopzichte van het huidige uitrolplan van het landelijke transportnet,uitbreiding van de waterstofinfrastructuur noodzakelijk wordt. Deze veelalnieuwe aanleg zal ook met (financiële) risico’s omgeven zijn, waaronderhet risico op onderbenutting (vollooprisico’s). Het rapport concludeert datsteun van de overheid gerechtvaardigd kan zijn voor het faciliteren van deopstartfase. Om realisatie mogelijk te maken, is commitment vannetgebruikers en een netbeheerder nodig. Tot slot benadrukt het rapportdat het van groot belang is dat de overheid tijdig duidelijkheid verschaftover het toekomstige wetgevingskader en marktordeningsmodel en geeftdaarbij een aantal aanbevelingen en mogelijke tijdlijnen.Het HyRegions onderzoek is de eerste stap in de verkenning naar de uitrolvan regionale waterstofinfrastructuur en de bijbehorende marktordenings-aspecten. Er moet een marktordeningsmodel ontworpen worden waarbijnetbeheerders de transportdiensten leveren tegen de juiste voorwaardenvoor de netgebruikers. Het rapport geeft een aantal opties voor eenmarktordeningsmodel. EZK zal de komende maanden deze opties verderuitwerken en bij de markt toetsen. Verder geeft het rapport een eerstebeeld van de regionale gebieden waar zich geconcentreerde waterstof-vraag kan ontwikkelen. De gebieden die volgen uit het rapport zijngebaseerd op modelmatig onderzoek. Daarom is het noodzakelijk omverdiepend onderzoek te doen naar de vanuit de markt verwachtewaterstofvraag. In dat kader wordt momenteel gewerkt aan de provincialeCluster Energie Strategieën (pCES’en)21, die rond de zomer wordenopgeleverd. EZK wil op basis van het HyRegions rapport en de pCES’enna de zomer samen met netbeheerders, provincies en vertegenwoordi-gende organisaties van netgebruikers (producenten, importeurs enafnemers) mogelijk kansrijke gebieden en de bijbehorende aansluitoptiesverder uitwerken. Dit proces zal worden afgestemd met de provinciaalMeerjarenprogramma’s Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK’s)22 diein februari 2025 worden opgeleverd. De Kamer zal naar verwachting begin2025 verder geïnformeerd worden. Met de gemaakte analyse in hetHyRegions rapport en de aangekondigde stappen met betrekking totonderzoek naar aansluitbeleid geven we gedeeltelijk invulling aan demotie van het lid Grinwis c.s.23. Het resterende deel van deze motie zalworden afgedaan in de Kamerbrief over de Delta Rhine Corridor die na dezomer naar de Kamer zal worden verstuurd.In het verlengde hiervan is, naar aanleiding van een toezegging aanKamerleden Postma en Vermeer, uw Kamer op 28 maart jl. geïnformeerdover lokale waterstofinitiatieven24. Momenteel verkennen we de mogelijk-20Trinomics en Blueterra rapport HyRegions – Onderzoek naar de aanpak voor de mogelijkeuitrol van regionale waterstof netwerk infrastructuur21Vanuit het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI) wordt momenteel deverwachte energievraag van Cluster 6-bedrijven in kaart gebracht door middel vanzogenaamde provinciale Cluster Energiestrategieën (pCES’en).22De pMIEK’s geven een overzicht van de energie-infrastructuur projecten van groot maatschap-pelijk belang op regionaal schaalniveau. Hiermee kan prioriteit worden gegeven aan projectenbinnen de investeringsplannen van netbedrijven of kan er eerder worden begonnen aanprojecten die voorbij de termijn van de investeringsplannen liggen.23Kamerstuk 29 826, nr. 193.24Kamerstuk 32 813, nr. 1370.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13956 heden voor waterstofhubs in de regio (buiten de vijf industriële clusters).Daarbij kijken we ook naar de mogelijke rol die dergelijke waterstofhubskunnen spelen in het flexibiliseren van ons energiesysteem (bijv. hetontlasten van het net) en het toekomstbestendig houden van de regio.Ook verkennen we hoe waterstofhubs in de regio kunnen bijdragen aanonze nationale en Europese doelen en het opschalen van de waterstof-markt met inbegrip van de opschaling van de Nederlandse waterstof-maakindustrie. Hiervoor hebben we actief contact met lopende initiatievenop diverse plekken in het land om ervaringen op te halen25.MaximacentraleHet vraagstuk over de mogelijke uitbreiding van de geplande waterstofin-frastructuur, waar in het HyRegions rapport onderzoek naar is gedaan, isal actueel in de provincie Flevoland. In het Commissiedebat Gasmarkt enLeveringszekerheid van 3 april jl. heb ik, de Minister voor Klimaat enEnergie, aan het lid Flach toegezegd om in deze brief op de Maximacen-trale in te gaan. Engie, de eigenaar van deze centrale, wil waterstofbijmengen in de centrale. Het uitrolplan van het landelijke transportnetvoor waterstof voorziet echter niet in de realisatie van een transportnet inFlevoland en hier is momenteel ook geen financiële dekking voor. Deafgelopen periode hebben gesprekken plaatsgevonden tussen deverschillende stakeholders, waaronder HNS, over eventuele aansluitingvan de Maximacentrale aan het landelijke transportnet. Een individueleaansluiting van de Maximacentrale bedraagt naar inschatting van HNScirca € 112 miljoen. Aansluitkosten dienen door de aangeslotene betaaldte worden. Naast een individuele aansluiting bestaat de optie dat HNS hettransportnet uitbreidt met een verbinding naar Flevoland, indienmeerdere partijen gebruik willen maken van het transportnet en bereidzijn de transportcapaciteit te contracteren. De kosten van uitbreiding vanhet transportnet worden zo onderdeel van de totale kosten van hettransportnet en worden in de toekomst betrokken bij het vaststellen vande transporttarieven. Om uitbreiding van het transportnet mogelijk temaken moet onderzocht worden of er andere bedrijven zijn in de regio diegebruik willen maken van het transportnet en bereid zijn de capaciteit tecontracteren.De provincie Flevoland heeft aangegeven de waterstofvraag en koppel-kansen te gaan inventariseren. Ik waardeer het zeer dat de provincie hierinhet voortouw neemt. Deze inventarisatie past binnen de (verdere)ontwikkeling van de energievisie van de provincie Flevoland. Daarnaastbestaat het FLHY (Flevoland Hydrogen Valley) initiatief waar veelbedrijven bij zijn aangesloten en waar tevens een inventarisatie naarwaterstofvraag wordt gedaan. Deze trajecten kunnen een betereinschatting geven van de waterstofvraag en het concrete commitment datbedrijven willen geven op gebruik van het transportnet. Op basis van dezeinschatting kan ik samen met HNS en andere stakeholders, zoalsrepresentatieve organisaties van bedrijven die het net gaan gebruiken,bezien of uitbreiding van het transportnetwerk mogelijk is.De Minister voor Klimaat en Energie,R.A.A. JettenDe Minister van Economische Zaken en Klimaat,M.A.M. Adriaansens25Initiatiefnemers kunnen zich zelf ook melden bij het RVO-waterstofloket via [email protected] Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13957
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.