Verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 23 februari 2026
Brontekst
Versie aad0666aa38d8f85 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1765 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 maart 2026Op 23 februari jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad) plaatsin Brussel. Met deze brief informeren wij de Kamer over de uitkomstenvan de Raad.I. Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 23 februari 2026 Gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027 – specifieke nationaleaanbevelingenDe Raad wisselde wederom van gedachten over het GemeenschappelijkLandbouwbeleid (GLB) na 2027, deze keer over de GLB-specifiekenationale aanbevelingen (hierna: de aanbevelingen). De EuropeseCommissie (hierna: Commissie) lichtte toe dat deze aanbevelingen delidstaten zullen helpen met het vormgeven van hun GLB binnen hetNationaal en Regionaal Partnerschappen Plan (NRPP) in lijn met despecifieke doelstellingen van de GLB-verordening.Nederland bracht in dat het de hervorming van het Meerjarig FinancieelKader (MFK) en de nieuwe NRPP-structuur, inclusief de landenspecifiekeaanbevelingen uit het Europees Semester op EU-niveau, steunt. Daarbijgaf Nederland aan dat er echter zorgen zijn over de proportionaliteit vandeze GLB-specifieke nationale aanbevelingen uit de GLB-verordening diebovenop de aanbevelingen uit het Europees Semester komen. Nederlanddeed een aantal voorstellen om de proportionaliteit en transparantie vanhet proces te versterken. Een grote meerderheid in de Raad, waaronderook Nederland, onderstreepte dat de aanbevelingen vooral strategischmoeten zijn, gericht op de specifieke doelstellingen van het GLB en nietbindend. Daarbij benadrukten de meeste lidstaten dat flexibiliteit voorlidstaten nodig is om de aanbevelingen uit te werken, inclusief meerruimte voor de keuze en inzet van interventies, en dat er rekeninggehouden moet worden met de verschillende specifieke kenmerken vanlidstaten. Veel lidstaten zagen ook de toegevoegde waarde van de kst-21501-32-1765ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17651 aanbevelingen om het gelijke speelveld te versterken. Als laatste waren delidstaten het met elkaar eens dat het belangrijk is dat de aanbevelingentransparant tot stand komen, gebaseerd zijn op juridisch gestoeldegedeelde criteria, wetenschappelijk bewijs, en dat de lidstaten genoeg tijdhebben om deze op een verantwoorde manier in te vullen.Onder dit agendapunt riep Frankrijk, met steun van het grootste gedeeltevan de lidstaten, in een diversenpunt op om een aantal artikelen uit hetNRP-voorstel over te hevelen naar de sectorale verordeningen. Daarbijwerd onder andere benoemd dat de autonomie van het GLB gewaarborgdmoet worden om de doeltreffendheid ervan te garanderen. Het voorzitter-schap reageerde dat in januari al een compromis was bereikt over hetoverhevelen van enkele artikelen uit het NRP-voorstel naar de sectoralewetgeving.Evaluatie van de Richtlijn Oneerlijke HandelspraktijkenDe Commissie presenteerde de evaluatie van de richtlijn oneerlijkehandelspraktijken (OHP) en gaf aan dat uit de evaluatie blijkt dat de OHPeen belangrijk instrument is om de positie van de boer en kleine leveran-ciers in de keten te versterken door hen te beschermen tegen grotebelangrijke spelers in de waardeketen. Ook gaf de Commissie aan noggrote verschillen te zien tussen de lidstaten in implementatie, handhavingen gebruik van de OHP. De Commissie ziet verbetering, maar benoemdeook dat oneerlijke handelspraktijken nog niet zijn verdwenen. Daarom zalde Commissie in het vierde kwartaal van 2026 een herziening van de OHPpresenteren. De Commissie overweegt onder andere om in dezeherziening nieuwe oneerlijke handelspraktijken toe te voegen en om hetbeginsel dat landbouwers niet mogen worden gedwongen hun productensystematisch onder de productiekosten te verkopen, te incorporeren in deOHP.Veel lidstaten gaven aan dat boeren en kleine leveranciers recht hebbenop een billijke vergoeding voor hun werkzaamheden, betere financiëlevoorspelbaarheid en kortere betalingstermijnen. Daarvoor moetenoneerlijke handelspraktijken bestreden worden en de grensoverschrij-dende samenwerking worden verbeterd. Een aantal lidstaten, waaronderNederland, gaf aan dat het aantal meldingen van oneerlijke handelsprak-tijken in het algemeen beperkt is, omdat boeren en kleine leveranciers nietgoed bekend zijn met de regels en er daarnaast angst is voor represailles.Nederland bracht in, op basis van een nationale evaluatie, dat deanonimiteit van melders van oneerlijke handelspraktijken beterbeschermd moet worden. De Raad was verdeeld over het verbieden vande verkoop onder kostprijs. Ondanks dat de Commissie in haar Visie voorLandbouw en Voedsel (Kamerstuk 22 112-4016) heeft aangegeven extrainitiatieven voor te stellen om werk te maken van het beginsel datlandbouwers niet mogen worden gedwongen hun producten systema-tisch onder de productiekosten te verkopen, erkende de Commissie datdat niet eenvoudig zal zijn. Nederland riep op dat als de Commissie metvoorstellen komt, deze gebaseerd moet zijn op een gedegen impactas-sessment.Verder benadrukten enkele lidstaten dat de herziening niet mag indruisentegen praktijken van lidstaten die besloten hebben om verder te gaan dande richtlijn voorschrijft en dat lidstaten enige flexibiliteit moetenbehouden bij het uitvoeren van de richtlijn. Daarnaast waren een paarlidstaten van mening dat de herziening te snel komt en er meer tijd nodigis om de effectiviteit van de huidige richtlijn in de praktijk te zien, daarbijriepen zij op tot meer consequente implementatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17652 Diversenpunt Letland over het controleraamwerk voor de GLB-nationaalstrategische plannenLetland, met steun van een groot deel van de Raad, was kritisch over degedetailleerde eisen die de Commissie stelt aan het huidige controle-raamwerk voor de GLB-Nationaal Strategische Plannen. Volgens dezelidstaten is door de gedetailleerde eisen het kader onnodig complexgeworden en daarom riepen ze de Commissie op goed te kijken naarhervormingen, zeker voor wat betreft audits en controles. Enkele lidstatenwezen in dit kader ook op de toename van de bewijslast, en daarmee deadministratieve lasten. Daarbij riepen lidstaten op dat een evenwichtigebenadering nodig is en het controlesysteem niet verzwakt mag worden.Meerdere lidstaten gaven aan dat het controlesysteem fouten moet zienen herstellen, maar dat het niet de bedoeling kan zijn dat dit direct leidt tothoge financiële correcties. Nederland heeft bij dit agendapunt nietgeïntervenieerd.De Commissie reageerde dat het belangrijk is dat de audit- en controlesys-temen goed werken en dat lidstaten flexibiliteit hebben om het systeemvorm te geven. Daarbij gaf de Commissie aan in maart een high-levelbijeenkomst te organiseren met vertegenwoordigers van beheersautori-teiten, betaalorganen en certificerende instanties om samen te kijken naarde scope, timing en evenredigheid van het controleraamwerk. Dezebijeenkomst zou moeten resulteren in voorstellen voor concrete maatre-gelen. Daarnaast stelde de Commissie voor dat lidstaten die gebruikwillen maken van de bestaande flexibiliteit in de huidige wetgeving, dit dekomende weken bilateraal bespreken met de audit- en controledienstenvan de Commissie.Diversenpunt Portugal over een EU-herverzekeringsmechanismePortugal riep de Commissie op om complementair aan nationaleverzekeringssystemen, een Europees herverzekeringsmechanisme teontwikkelen voor zeldzame en ernstige natuurrampen in de landbouw. Deoproep kreeg in de Raad veel steun, waarbij werd onderstreept dat debestaande instrumenten niet voldoende zijn. Lidstaten gaven aan datboeren voldoende gecompenseerd moeten worden bij natuurrampen enbenoemden de risico’s voor de leefbaarheid van het landelijk gebied.Ondanks deze oproep erkenden de meeste lidstaten, waaronderNederland, ook de noodzaak voor preventie in de landbouw tegenextreme weersomstandigheden om gewassen en inkomsten tebeschermen. De Commissie reageerde dat de EU steeds meer te makenkrijgt met extreme weersomstandigheden, de dekking door verzekerings-maatschappijen voor boeren op dit moment beperkt blijft en sommigeboeren helemaal geen toegang hebben tot verzekeringen. Volgens deCommissie zijn daarom ambitieuze acties nodig, waarvan herverzekeringop Europees niveau een mogelijkheid is. Op dit moment vindt hiertoe eenstudie plaats, waarvan na de zomer het resultaat wordt verwacht.Diversenpunt Roemenië over de situatie in de varkenssectorRoemenië verzocht de Commissie om de mogelijkheden te onderzoekenom de varkenssector te ondersteunen via uitzonderlijke maatregelen ommarktverstoringen als gevolg van onder meer de Chinese heffingen op deimport van varkensvlees uit de EU en exportrestricties vanwegeAfrikaanse Varkenspest in de EU tegen te gaan. De Commissie gaf aan datuitzonderlijke maatregelen nu niet aan de orde zijn, maar de situatie in degaten te houden. Nederland heeft bij dit punt niet geïntervenieerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17653 Diversenpunt Estland over beschikbaarheid gewasbeschermingsmiddelen+ Diversenpunt Polen over het opnemen van behandelde zaden in dedefinitie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelenEstland gaf aan dat er steeds minder gewasbeschermingsmiddelenbeschikbaar zijn en dat landbouwers middelen nodig hebben die werken,betaalbaar en toepasbaar zijn om zo de voedselproductie te garanderenen de concurrentiepositie van boeren te beschermen. Estland riep daaromop om in het Omnibuspakket veiligheid van voedsel en diervoer, rekeningte houden met de sociaaleconomische gevolgen bij de verlenging enherbeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen. In verband met demogelijke gevolgen voor de leefbaarheid in het landelijk gebied riepEstland de Commissie op om zorgvuldig te werk te gaan als alternatievegewasbeschermingsmiddelen niet beschikbaar zijn.Polen, met steun van een aantal lidstaten, uitte in een separaat diver-senpunt zorgen over het opnemen van behandelde zaden in de definitievan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Meerdere lidstatengaven aan zorgen te hebben over de toenemende administratieve lastenen benoemden geen directe risico’s te zien voor het milieu. Er waren ooklidstaten, waaronder Nederland, die aangaven dat bescherming vanmens, dier en milieu altijd de uitgangspositie moet zijn.De Commissie reageerde dat met de voorgestelde maatregelen in hetOmnibuspakket veiligheid van voedsel en diervoeder tegemoet wordtgekomen aan de zorgen die lidstaten hebben over de beschikbaarheid vanbeschikbare stoffen en dat nauwkeurig moet worden gekeken welkestoffen verboden worden. Voor wat betreft het diversenpunt van Polen gafde Commissie aan dat het contact met behandelde zaden schadelijk kanzijn voor de menselijke gezondheid, bodem en water en te streven naarmeer zaden van hoogwaardige kwaliteit. Verder zag de Commissie geenrisico’s voor aanvullende administratieve lasten.Diversenpunt Ierland over de makreelonderhandelingen met kuststatenIerland bracht tijdens de Raad opnieuw de zorgen van verschillendelidstaten over de geïsoleerde positie van de EU in de onderhandelingenover de vangsthoogte en verdeelsleutel voor Atlantische makreel onderde aandacht. Waar de EU het wetenschappelijk hoofdadvies wil volgen(-70%) en bij het uitblijven van een akkoord in december een tijdelijkevangsthoogte (TAC) op dit niveau heeft vastgesteld, kozen vier anderekuststaten (Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, IJsland, en de Faeröereilanden) daags na de Raad van december voor het tweede scenario uithet wetenschappelijk advies (-48%). Deze kuststaten sloten hierover eenonderlinge overeenkomst waarbij de overeengekomen verdeelsleutelonvoldoende ruimte laat voor de historische quotumaandelen van de EUen Groenland. Verschillende lidstaten met belangen in de makreelvisserijonderschreven het diversenpunt van Ierland. De zorg van de lidstaten zitenerzijds op het duurzaam beheer van het makreelbestand en anderzijdsop het gelijke speelveld van de EU-vissers. Genoemde kuststaten zoudenrelatief veel meer makreel kunnen gaan vangen dan de EU. De Commissiewerd daarom opgeroepen om urgent actie te ondernemen in het belangvan duurzaam beheer, de historische vangstrechten van de EU en hetgelijke speelveld voor Europese vissers. Ook werd opgeroepen om delidstaten beter te informeren over de oplossingsmogelijkheden vooraf-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17654 gaand aan de volgende onderhandelingsronde op 5 en 6 maart 2026 inKopenhagen. Nederland heeft zich tijdens de Raad mondeling aange-sloten bij de geuite zorgen en de oproep aan de Commissie.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. ErkensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17655
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.