Rapportages Staat van de Infrastructuur Rijkswaterstaat en ProRail 2024
Brontekst
Versie d753b21e53b0057f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2026Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRA-STRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 december 2025Conform de toezegging aan de Tweede Kamer1 ontvangt u hierbij derapportages Staat van de Infrastructuur over het jaar 2024 van Rijkswater-staat en ProRail (peildatum 1 januari 2025).De hoofdbevinding is dat de infrastructurele netwerken het afgelopen jaarveilig en beschikbaar zijn gehouden. Er zijn echter steeds meer beheers-maatregelen nodig om dit te realiseren. We staan voor een groteinstandhoudingsopgave om de prestaties, kosten en risico’s in balans tehouden. Een steeds groter deel van de infrastructuur nadert het einde vande levensduur. De urgentie om meer instandhoudingsmaatregelen uit tevoeren is hoog en blijkt uit beide rapportages.De afgelopen jaren is de productie bij Rijkswaterstaat en ProRailverhoogd. Bij Rijkswaterstaat heeft een verschuiving van financiëlemiddelen en personele capaciteit naar instandhouding plaatsgevonden,het basiskwaliteitsniveau voor alle infrastructurele netwerken is vastge-steld én er wordt meerjarig gestuurd op de opgave. De productiever-hoging bij Rijkswaterstaat is in 2026 – met inachtneming van demaakbaarheid – op stoom en de programmering is ruim gevuld. Derapportages van Rijkswaterstaat, inclusief de Staat van de Infrastructuurworden doorontwikkeld. De Tweede Kamer wordt op korte termijngeïnformeerd over de wijze waarop de materiële productiegroei bijRijkswaterstaat inzichtelijk wordt gemaakt zodat het onderscheid met deprijsstijgingen zichtbaar is. Gelijktijdig wordt de Tweede Kamer geïnfor-meerd over de planning voor het certificeerbaar assetmanagement vanRijkswaterstaat. Hiermee wordt invulling gegeven aan de toezegging om1Kamerstuk 35 570 A, nr. 46 kst-36800-A-9ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 91 de planning van het assetmanagement richting certificeerbaarheid teherijken.2Noodzakelijke keuzesMaar er is meer nodig. Met het huidige financiële kader is het voorRijkswaterstaat niet mogelijk om de productie verder te verhogen. Demaakbaarheid bij Rijkswaterstaat is inmiddels groter dan het financiëlekader (Mobiliteitsfonds en Deltafonds). Een aanzienlijk deel van denoodzakelijke vernieuwing én nieuwe aanleg in het lopende MIRT kandaardoor (nog) niet worden uitgevoerd. Het programmeren van nieuwevernieuwingsprojecten – zoals recent de vernieuwing van Schin-kelbrug 2 – is inmiddels alleen nog mogelijk door de uitvoering vanandere noodzakelijke vernieuwingsprojecten te vertragen of uit te stellen.Er is sprake van verdringing in de programmering. Het gevolg is verderoplopend uitgesteld onderhoud en een toenemende kans op storingen enbeperkingen op de netwerken. Er moet op deze wijze de komende jarensteeds meer worden geïnvesteerd in correctieve en levensduurverlen-gende maatregelen, in plaats van planmatige en preventieve maatregelen.Dit leidt tot meer kosten én zet de beschikbare financiële middelen steedsverder onder druk. Er kan sprake zijn van het ontstaan van een negatievespiraal.Het nieuwe kabinet staat voor een belangrijke keuze om de infrastructuurop basis van de huidige eisen operationeel te houden. De beschikbaarheidvan voldoende structurele middelen is daarvoor een randvoorwaarde. Hetrealiseren van verdere productieverhoging is voor Rijkswaterstaat andersniet mogelijk. Het alternatief is dat de prestaties van de netwerken naarbeneden moeten worden bijgesteld in termen van bereikbaarheid,doorstroming en hinder. Dan zijn vergaande keuzes nodig om deveiligheid en beschikbaarheid van de infrastructurele netwerken te blijvengaranderen.Rapportage Staat van de Infrastructuur Rijkswaterstaat 2024In de rapportage Staat van de Infrastructuur geeft Rijkswaterstaat jaarlijksinzicht in de technische staat van het hoofdwegennet, hoofdvaarwegenneten hoofdwatersysteem. Rijkswaterstaat beoordeelt de staat met denetwerken met de criteria veiligheid, levensduur, beschikbaarheid,betrouwbaarheid en technische conditie. De rapportage bevat geactuali-seerd kaartmateriaal3 dat inzicht geeft in waar sprake is van een verhoogdinspectieregime of beperkingen én waar werkzaamheden hebbenplaatsgevonden of nog plaatsvinden. Hiermee wordt invulling gegevenaan de toezegging aan leden De Hoop, Heutink en De Groot uit hetCommissiedebat Maritiem van 3 oktober 2024.4Ook dit jaar blijkt uit de rapportage dat de infrastructurele netwerken«gemiddeld» tot «goed» presteren. We zien echter ook een zorgelijkeontwikkeling. Uit de beoordeling van de infrastructuur blijkt dat eensteeds grotere inspanning noodzakelijk is om de infrastructuur veilig tekunnen gebruiken. Rijkswaterstaat moet meer beheersmaatregelennemen om de infrastructuur veilig en beschikbaar te houden. Er zijn meerobjecten met een verhoogd inspectieregime vanwege technische risico’sen er is een groeiend aantal objecten met een gewichts- of doorvaartbe-perking. De noodzakelijke beheersmaatregelen leiden tot meer hinder2Kamerstuk 29 385, nr. 1423De kaarten zijn ontwikkeld in lijn met de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer. TweedeKamer, vergaderjaar 2023–2024, Kamerstuk 36 560 XII, nr. 24TZ202410-114Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 92 voor de gebruiker. Bovendien leidt het tot aanzienlijke extra kostenbovenop de geplande uitgaven en drukt het andere geplande maatregelennaar achteren in de programmering. Dit heeft als gevolg dat de infra-structuur verder veroudert.De rapportage maakt het mogelijk om een blik te werpen «onder demotorkap». Hieruit valt af te leiden dat met de huidige maatregelen deveroudering van de infrastructuur doorzet en het risico op storingen,beperkingen, onverwachte hinder en overlast verder toeneemt. Dat geldtvoor alle drie de netwerken. De verwachte levensduur van de infra-structuur is afgenomen ten opzichte van 2023, waardoor de vernieuwings-opgave groeit. De groeiende vernieuwingsopgave leidt ertoe dat er steedsvaker levensduurverlengend onderhoud moet worden uitgevoerd om deinfrastructuur operationeel te houden tot het moment van vernieuwing.Dit zet verder druk op de beschikbare financiële middelen. Om dezenegatieve trend te keren en te voorkomen dat Nederland fysiek eneconomisch vastloopt, is een grotere inspanning op instandhoudingnodig. Een inspanning die bovendien sneller van de grond moet komen.Rijkswaterstaat werkt daaraan: van januari 2024 tot en met juli 2025 heeftRijkswaterstaat 83 objecten aangepakt. Het Meerjarenplan Instandhoudingschetst de meerjarige en programmatische aanpak.5 De inzichten uit deStaat van de Infrastructuur onderbouwen de noodzaak om met prioriteit inte zetten op deze aanpak.LevensduurDe verwachte levensduur neemt over het algemeen af. Op het hoofdwe-gennet heeft 59% van de bruggen minder dan een derde van deverwachte levensduur over. Op het hoofdvaarwegennet geldt dit voor 56%van de bruggen en op het hoofwatersysteem voor 53% van de spuisluizenen 58% van de stuwen. Naarmate de levensduur afneemt, neemt het risicoop storingen en incidenten toe. De verwachte levensduur geeft ook inzichtin de (toenemende) omvang van de vernieuwingsopgave.VeiligheidAlle netwerken scoren op veiligheid «gemiddeld» tot «goed». Tegelij-kertijd ziet Rijkswaterstaat ook meer risico’s. Bij het hoofdwatersysteemvoldeed de Maeslantkering in 2024 niet aan de eisen. Rijkswaterstaat heeftde meest urgente problemen in september 2024 opgelost. Op hetkaartmateriaal is te zien dat bij Gemaal IJmuiden sprake is van uitgesteldewerkzaamheden en een verhoogd inspectieregime, waarbij de prestatiesverder onder druk komen te staan. Bij het hoofdwegennet neemt hetrisicoprofiel toe, onder andere door problemen als gevolg van waterstof-verbrossing en de kwetsbaarheid van tandnokconstructies. Dezeproblemen maken de objecten niet direct onveilig, maar vereisen welverhoogde inspectieregimes en versneld uitvoeren van onderhoud. Zowelbij het hoofdwegennet als het hoofdvaarwegennet moest Rijkswaterstaatin 2024 meer beheersmaatregelen nemen om de veiligheid te borgen. Dithad nadelige gevolgen voor de gebruikers.Rapportage Staat van de Infrastructuur ProRail 2024In de rapportage Staat van de Infrastructuur geeft ProRail jaarlijks inzichtin de technische staat van de Nederlandse spoorinfrastructuur. ProRailconcludeert dat de staat van de spoorweginfrastructuur in 2024, net als in2021, 2022 en 2023, ruim voldoende was. De staat van de spoorinfra-structuur wordt gerapporteerd aan de hand van zes systemen: spoor,5Kamerstuk 29 385, nr. 143Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 93 wissels, bruggen en tunnels, overwegen, energievoorziening, treinbevei-liging. Deze systemen worden beoordeeld aan de hand van drie indica-toren: levensduur, betrouwbaarheid en veiligheid.LevensduurDe indicator levensduur zegt iets over de resterende levensduur van deverschillende systemen. Het algehele oordeel hierover is gemiddeld, maarde levensduur neemt over het algemeen af. Bij de systemen bruggen entunnels, energievoorziening en treinbeveiliging is sprake van een lichteafname van de gemiddelde levensduur. De systemen spoor en overwegenzijn stabiel. Bij wissels is er sprake van een verjonging door inzet opvervanging en sanering. De veroudering past binnen het onderhouds-regime van ProRail, assets worden bij het einde van de levensduurvervangen en steeds meer systemen naderen die fase. De komende jarenzal de vervangingsopgave daarom groot zijn en blijven.BetrouwbaarheidDe betrouwbaarheid van de systemen wordt gemeten aan de hand vanhet aantal technische storingen, omdat deze storingen iets zeggen over destaat van de infrastructuur.6 Net als voorgaande jaren is het aantaltechnische storingen (44%) de grootste oorzaak van storingen aan despoorweginfrastructuur, gevolgd door storingen door derden (41%) (o.a.aanrijdingen met personen of wegverkeer en onbevoegden of dieren ophet spoor). Ten opzichte van 2023 was er in 2024 een lichte stijging vanhet aantal technische storingen, maar de betrouwbaarheid van deinfrastructuur wordt nog steeds als goed beoordeeld. De toename van hetaantal technische storingen zit vooral in de systemen wissels, overwegenen energievoorziening. Voor wissels geldt dat een deel van de storingengerelateerd is aan de vervanging van een groot aantal wissels. Het gaatdan om problemen die optreden in de beginfase na de aanleg. Bijoverwegen en energievoorziening gaat het om storingen met diverseoorzaken.VeiligheidDe indicator veiligheid is wederom stabiel. Bij deze beoordeling wordtgekeken naar veiligheidsindicatoren die gerelateerd zijn aan de staat vande infrastructuur: spoorstaafbreuken, spoorspattingen, ontsporingen meteen technische oorzaak en Onmiddellijke Actiewaarde (OAW) overschrij-dingen. De OAW-overschrijdingen zijn dit jaar niet opgenomen in hetrapport. ProRail werkt aan een verbeterde registratie. Het aantal spoor-staafbreuken is iets toegenomen ten opzichte van 2023 (50 in 2024, 47 in2023), maar dit is voor ProRail geen reden tot zorgen. Het aantal pastbinnen de dalende trend van de afgelopen jaren. Het aantal spoorspat-tingen (het horizontaal knikken of verbuigen van spoorrails) is gedaald ener hebben geen ontsporingen met technische oorzaak plaatsgevonden opcentraal bediend gebied. Tijdelijke Snelheidsbeperkingen (TSB’s) wordenook altijd meegenomen in het rapport, omdat het instellen van een TSBeen belangrijke veiligheidsmaatregel is. In 2024 zijn 32 TSB’s versneldopgeheven als gevolg van het verbeterprogramma Betrouwbaar Beter.6Technische storingen kunnen een grote invloed hebben op de operationele prestaties, maar ditis afhankelijk van de aard en locatie. In deze rapportage wordt alleen gekeken naar de staat vande infrastructuur, niet naar de impact op de operationele prestaties. Meer informatie over deoperationele prestaties is te vinden in de (half)jaarverantwoordingen van ProRail.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 94 Programma’s en uitdagingenDe staat van de spoorweginfrastructuur was in 2024 ruim voldoende,maar dat gaat niet vanzelf. ProRail geeft aan dat er wel degelijk uitda-gingen zijn. De onderhouds- en vervangingsopgave vraagt de komendejaren steeds meer aandacht doordat diverse systemen het einde van delevensduur naderen (door natuurlijke veroudering). Het evenwicht tussenbetrouwbaarheid, kosten en hinder is ingewikkeld te behouden. ProRailstuurt daarom bij om verslechtering van prestaties, toename vanstoringen en maatschappelijke hinder te voorkomen. Ook lopen er eenaantal programma’s gericht op het verbeteren van de staat van deinfrastructuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om de programma’s Baanli-chaam en Aantoonbare Veilige Berijdbaarheid. Ook werd er in 2024gewerkt aan de verbeterprogramma’s Zee-Zevenaar en BetrouwbaarBeter.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 95
Gerelateerde bronnen
- De Kamer wordt voor de behandeling van de begroting volgend jaar geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de instandhoudingsopgave van de maritie
De Kamer wordt voor de behandeling van de begroting volgend jaar geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de instandhoudingsopgave van de maritieme infraprojecten.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.