KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang Nationaal Kennisprogramma Stikstof 2025

8 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 282f8eda71429f69 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 445 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 juni 2026Een effectieve aanpak van de stikstofopgave vraagt om beleid dat nietalleen ambitieus is, maar ook steunt op een stevige wetenschappelijkebasis. Het Nationaal Kennisprogramma Stikstof (NKS) loopt sinds 2021 envormt daarvoor een onmisbare pijler. Het programma versterkt dekennisbasis onder het beleid door stikstofmetingen en -modellen continute verbeteren en onzekerheden daarin inzichtelijk te maken. De inzet vandit kabinet en de ministeriële taskforce landbouw, natuur en stikstof iserop gericht om deze kennis direct te verbinden aan de praktijk: doormaatregelen beter te onderbouwen, gerichter te sturen op emissiereductieen de vergunningverlening weer vlot te trekken. Het NKS levert daarmeeinformatie en inzicht ten behoeve van handelingsperspectief voor eensamenhangende en toekomstbestendige aanpak van de stikstofproble-matiek.Binnen het NKS heeft de samenwerking tussen gerenommeerdekennisinstellingen zoals RIVM, TNO, WUR en KNMI ook in 2025 totconcrete resultaten geleid. Met deze brief en de bijlage geef ik opvolgingaan de motie van het lid Van Campen (VVD) c.s. waarin de regering isverzocht tweejaarlijks te rapporteren over de voortgang van het NKS(Kamerstuk 36 277, nr. 40). Daarnaast wordt met deze brief opvolginggegeven aan de moties van de leden Geurts (CDA) en Harbers (VVD) overmodellenensembles (Kamerstuk 35 600, nr. 30) en van de leden Bromet enThijssen (GL/PVDA) over satellietmetingen (Kamerstuk 35 925 XIV,nr. 141).Bij deze brief vindt u twee bijlagen:1.Voortgangsrapportage Nationaal Kennisprogramma Stikstof 2025;2.Het RIVM-rapport: Modelling reactive nitrogen concentrations anddeposition on a local scale. kst-35334-445ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4451 Tastbare resultaten 2025Het NKS heeft als doel de stikstofmetingen en -berekeningen te verbe-teren. Vanuit vijf inhoudelijke programmalijnen wordt bijgedragen aan ditdoel:1.Verbeteren kwaliteit landelijk meetnet en rekenmodellen2.Onderzoek naar en verbetering van inputdata3.Onderzoek naar vernieuwing landelijk meetnet en rekenmodellen4.Regionale monitoring stikstof5.Bedrijfsspecifiek meten van stallenVerschillende kennisinstellingen werken aan het verbeteren van stikstof-metingen en -modellen onder het NKS. Dat heeft in 2025 tot tastbareresultaten geleid. Enkele in het oog springende resultaten wil ik graaghieronder alvast uitlichten:Meer en beter metenIn 2025 zijn de landelijke stikstofmeetnetten verder uitgebreid. HetMeetnet Ammoniak is gegroeid naar 357 meetlocaties en gaat vanaf 2026verder onder de naam Meetnet Ammoniak Nederland (MAN). Deuitbreiding van de Conditional Time-Averaged Gradient (COTAG)-meetlocaties voor droge depositiemetingen loopt minder voorspoedigdan gehoopt, onder meer omdat het realiseren van nieuwe locaties eentijdsintensief proces is gebleken. Daarnaast is de kwaliteit van metingen inde MAN en COTAG-meetnetten verder geborgd door standaardisering enautomatisering van dataverwerking. Deze metingen dragen ook bij aanverbetering van de stikstofmodellen, onder andere op het gebied vankalibratie en validatie.Inputdata voor stikstofmodellen verbeterdEr is voortgang geboekt in het verbeteren van de invoergegevens voormodellen. Zo zijn berekeningen gedaan voor hoeveel stikstof en fosfaatlandbouwhuisdieren uitscheiden in dierlijke mest, de zogenaamdeexcretieberekeningen, en is gewerkt aan betere emissiefactoren vooronder andere kunstmest en beweiding. Er is meer inzicht verkregen overde emissies bij aanwending van verschillende kunstmestsoorten opverschillende grondsoorten (zand, klei en veen). Ook is meer inzichtverkregen in stikstofemissies uit mestopslag en landbouwgronden. Dezeverbeteringen dragen direct bij aan nauwkeurigere berekeningen vanstikstofemissies en depositie.Combineren van modellen, mogelijkheden satellieten en internationalesamenwerkingIn 2025 zijn stappen gezet in de toepassing van zogenoemde modelen-sembles. Door internationale samenwerking en modelvergelijkingen zienwe dat deelnemende modellen op hoofdlijnen hetzelfde beeld geven.1 Devergelijkingen zorgen voor meer inzicht in onzekerheden en in mogelijk-heden om modellen te verbeteren. Het Operationele Prioritaire Stoffenmodel (OPS), dat de basis vormt voor AERIUS, is gebenchmarkt tegenandere modellen. Het OPS-model berekent stikstofdepositie binnen debandbreedte van de uitkomsten van de modelensembles, zowel voor delandelijke depositieberekeningen als voor de bijdrage van individuelebronnen. Met bovengenoemde studies naar modelvergelijkingen op1https://publications.tno.nl/publication/34645402/68FvGQTS/TNO-2025-R11248.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4452 regionale en lokale schaal is invulling gegeven aan de betreffende motievan de leden Geurts en Harbers.2Uit de studie naar satellietwaarnemingen is gebleken dat satellietwaarne-mingen op een aantal specifieke punten meerwaarde hebben in demonitoring. Zo helpt het combineren van satellietwaarnemingen enmodelensemble om de modelberekeningen van stikstofdepositie teverbeteren.3 De komende jaren zullen deze mogelijkheden verder wordenverkend. De Emissieregistratie vergelijkt bijvoorbeeld de uitkomsten vanhaar berekeningen nu al met satellietwaarnemingen. Hiermee is invullinggegeven aan de betreffende motie van de leden Bromet en Thijssen.4Een betere toolkit voor regionale monitoring van stikstofIn 2025 is het onderzoeksprogramma regionale omgevingsmetingenstikstof gestart. In dit programma worden methodieken ontwikkeld voorregionale monitoring, waaronder het opzetten en versterken vanfijnmazige, gebiedsgerichte meetnetten. Dit gebeurt op de korte termijnmet bewezen methodieken en voor de langere termijn worden innovatiesbenut om verdere verbetering mogelijk te maken. In samenwerking metprovincies, gemeenten en kennisinstellingen ontstaat zo meer inzicht inregio specifieke uitstoot, concentraties en depositie. Deze aanpak maakthet mogelijk om maatregelen gerichter te monitoren en bij te sturen, enondersteunt daarmee de gebiedsgerichte aanpak van de stikstofopgave enhet algemene stikstofbeleid.Bedrijfsspecifiek meten van stallenHet onderzoek naar bedrijfsspecifiek meten van emissies uit stallen isverder voortgezet, deze programmalijn is mede gekoppeld aan hetRegieorgaan Versnellen innovatie emissiereductie duurzame veehouderij.In 2025 is de kennisagenda continue emissiemonitoring veehouderijvastgesteld. Hierin heb ik samen met het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat (IenW), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO),provincies, sectoren, maatschappelijke organisaties besloten welketechnische uitdagingen we prioriteren om zoveel mogelijk stallen enmestopslagen in Nederland meetbaar te maken. Op dit moment zijndichte stallen en open (melkvee) stallen met een enkele nok goedmeetbaar, maar andere typen niet. Ik vind het belangrijk dat zoveelmogelijk typen stallen meetbaar worden, zodat zoveel mogelijkveehouders op de systematiek van continu meten kunnen overstappen.WUR en TNO zijn al begonnen met de eerste onderzoeksprojecten, hierinwordt ook de samenwerking met andere landen nadrukkelijk gezocht.Voor een uitgebreider overzicht van de behaalde resultaten in 2025verwijs ik u naar de bijlage «Voortgang Nationaal KennisprogrammaStikstof 2025». Hierin wordt ook nader ingegaan op de resultaten diebeschreven staan in het RIVM-rapport: Modelling reactive nitrogenconcentrations and deposition on a local scale.Vervolgstappen NKSIn de nu opgeleverde onderzoeksrapporten ziet het kabinet bovenalbevestigd dat we in Nederland beschikken over zeer uitgebreide enkwalitatief hoogwaardige methodiek voor het meten en monitoren van2Kamerstuk 35 600, nr. 30.3KNMI Research - Using Satellite Observations for Assessing the Spatial and Temporal Variationof Nitrogen Emissions and Deposition in the Netherlands4Kamerstuk 35 925 XIV, nr. 141.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4453 stikstof in de lucht en in de natuur. De cijfermatige basis onder hetbestaande stikstofbeleid en ook het nieuwe beleid dat op dit momentgevormd wordt door de Taskforce Landbouw Natuur en Stikstof, kentdaarmee een stevige wetenschappelijke onderbouwing. Tegelijk verdienthet systeem continue aandacht om actueel te blijven en steeds oog tehouden voor nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen. Met de voort-zetting van het NKS wordt de kwaliteit geborgd en waar mogelijkverbeterd.Het kabinet zet in op het verder doorontwikkelen en toepassen vaninnovatieve methodieken voor monitoring, zoals satellietwaarnemingen,sensortechnologie en mobiele meetopstellingen. Deze technieken biedenmogelijkheden om de dekking van metingen te vergroten, zowel geogra-fisch over het land als in de tijd, en sneller inzicht te krijgen in de effectenvan beleid. Tegelijkertijd blijft het kabinet oog houden voor de brederecontext waarin de stikstofopgave zich afspeelt.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4454

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · eaf091b53d9b7d32

14 okt 2026 · b391c0d8f35a0a37

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.

Bijlagen

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Bij dit hoofddocument

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie