Verslag van een commissiedebat, gehouden op 9 juni 2026, over Eurogroep/Ecofinraad d.d. 11 en 12 juni 2026
Brontekst
Versie f8037e4bcab81894 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2204 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 29 juli 2026 De vaste commissie voor Financiën en de vaste commissie voor EuropeseZaken hebben op 9 juni 2026 overleg gevoerd met de heer Eerenberg,Staatssecretaris van Financiën, en de heer Heinen, Minister van Financiën,over:–de brief van de Minister van Financiën d.d. 4 juni 2026 inzakegeannoteerde agenda Eurogroep en Ecofin-Raad van 11 en12 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2196);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 8 juni 2026 inzakenazending geannoteerde agenda juni 2026 (Kamerstuk21 501-07, nr. 2197);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 4 juni 2026 inzakeverslag Eurogroep en informele Ecofin-Raad van 22 en 23 mei2026 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2195 );–de brief van de Minister van Financiën d.d. 13 mei 2026 inzakeeindfase Herstel- en Veerkrachtplan (Kamerstuk 21 501-07,nr. 2187);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 27 mei 2026 inzakeeerste aanvullende Europese begroting 2026 (Kamerstuk21 501-03, nr. 202).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,Chris JansenDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van MeetelenDe griffier van de vaste commissie voor Financiën,Weeber kst-21501-07-2204ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22041 Voorzitter: BushoffGriffier: Van der SteurAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Bushoff, Tony van Dijck, Ingevan Dijk, Hoogeveen, Van der Maas en Oosterhuis,en de heer Eerenberg, Staatssecretaris van Financiën, en de heer Heinen,Minister van Financiën.Aanvang 16.31 uur.De voorzitter:Goeiemiddag allemaal. Volgens mij is het 16.30 uur en kunnen we dus vanstart gaan. Ik zal trouwens als voorzitter mijn knoopje even dichtdoen,bedenk ik, want ik kreeg er net al opmerkingen over! We zitten hier nogeven. Dat gezegd en gedaan hebbende, heet ik iedereen op de publieketribune en de mensen thuis hartelijk welkom. Ook welkom aan de Ministeren de Staatssecretaris en natuurlijk aan de leden. Ik stel de leden kortvoor: de heer Van der Maas, mevrouw Inge van Dijk, meneer Hoogeveen,meneer Oosterhuis en meneer Van Dijck. Ik geef als eerste het woord aanmeneer Van der Maas van de VVD. Ik zie u een gebaar maken; het isduidelijk.De heer Van der Maas (VVD):Naar goed VVD-gebruik ben ik best bereid om mijn das af te staan, hoor,als u dat wilt.De voorzitter:Eerlijk delen of zo?De heer Van der Maas (VVD):Ik begin met een open deur. Ik ga hem toch nog maar een keer intrappen.Dat is dan vooral vanwege het Italiaanse verzoek om de begrotingsregelste laten vieren en vanwege de reactie van de Commissie op dat verzoek.Voor de VVD staat voorop dat Europa economisch sterk, financieel stabielen concurrerend moet blijven. Dat vraagt niet om steeds hogere schuldenof structureel ruimere begrotingsregels, maar juist om gezondeoverheidsfinanciën, economische hervormingen en versterking van hetverdienvermogen. Daarbij blijven de Europese begrotingsregels en debegrotingsafspraken van de coalitiegenoten wat de VVD betreft leidend.Mijn vraag is of de Minister het Nederlandse standpunt over het oprekkenvan de begrotingsregels nóg een keer kan toelichten en ook of hij kantoelichten wat de gevolgen kunnen zijn voor de Nederlandse rentelastenen de inflatie.Dan ga ik in op het versterken van de energiezekerheid van de EU. Dat iseen zeer belangrijk vraagstuk, ook zeker voor de weerbaarheid van onzeeconomie. De energie-efficiëntie en de connectiviteit van de energie-infrastructuur in de EU moeten dan ook verbeterd worden, zoals al gezegdin de voorbereidingsstukken. Mijn vraag is hoe dit concreet en voort-varend gedaan gaat worden en wat de tijdlijn is.Een ander onderwerp is de huidige Richtlijn tabaksaccijns. Die dateert uit2011 en is verouderd. Nieuwe tabaksgerelateerde artikelen zoals vapesvallen er niet onder, terwijl het ontmoedigingsbeleid en de gezondheids-bescherming beter kunnen, en de illegale handel en ook de prikkel omover de grens te kopen verminderd moeten worden. De Commissie heefteen voorstel ter verbetering gedaan. Mijn vraag is in hoeverre dat voorstelvoldoet aan de verbetering van de ontmoediging en de bescherming enook of daarmee de illegale grenshandel echt wordt tegengegaan. Kortom,eigenlijk is de vraag of het een acceptabel voorstel is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22042 De voorzitter:Voordat u verdergaat: ik zag ineens twee vingers de lucht in gaan. Ik zagvolgens mij het eerst de vinger van de heer Oosterhuis en daarna die vande heer Van Dijck.De heer Oosterhuis (D66):De vraag van de VVD over de tabaksaccijns is volgens mij heel terecht. Wezagen dit weekend ook in de krant dat de tabaksfabrikanten een lobby zijngestart om te proberen via AI die wetgeving te manipuleren, breder danalleen die richtlijn en überhaupt tegen zwaardere tabakswetgeving. Hoekijkt de VVD daarnaar?De heer Van der Maas (VVD):Wat was uw laatste zin?De heer Oosterhuis (D66):Hoe de VVD kijkt naar de tabakslobby die via AI burgers nieuweEU-wetgeving probeert te laten manipuleren.De heer Van der Maas (VVD):Als u de vraag zo stelt: de EU-wetgeving proberen te manipuleren via AI isnatuurlijk geen goeie zaak. Ik denk dat we heel voorzichtig moetenomgaan met die tabaksindustrie en we dat ook vooral moeten ontmoe-digen. Ik denk dat dat geen goeie zaak is.De heer Tony van Dijck (PVV):Ik ken de VVD als een partij die al zolang ik in de Kamer zit tegen Europesebelastingen ageert. Nu wil het gegeven dat de Commissie deze accijns optabak een beetje naar zich toe trekt, want die wil 15% van de minimumac-cijns in heel Europa naar zich toe halen. Dat betekent extra inkomstenvoor de Europese Commissie van 11,2 miljard. Ik kan me bijna nietvoorstellen dat de VVD het daarmee eens is, maar ik stel toch de vraaghoe de VVD daarnaar kijkt.De heer Van der Maas (VVD):Hartelijk dank. Wij vinden dat het recht op belastingheffing primair bij denationale staten ligt en dat dat vooral iets is wat in de nationale parle-menten besproken moet worden. Ik ben wel vooral geïnteresseerd in hoede regering daarin staat, hoe we dat op een goede manier kunnenaanvliegen, met behoud van de nationale insteek en het nationalemandaat op belastingen, en in hoeverre dat in Europees verbandbenaderd moet worden.De voorzitter:Een vervolgvraag nog?De heer Tony van Dijck (PVV):Ik ben nieuwsgierig naar het standpunt van de VVD, want, zoals ik al zei,van het kabinet kan ik het me voorstellen, want dat spreekt met één monden daar zit D66 in, dus ze zullen wel tekenen bij het kruisje. Maar hetstandpunt van de VVD was altijd klip-en-klaar: geen Europese belastingen,net als geen eurobonds, de soevereiniteit van een lidstaat zoals Nederlandbewakend. Daarin trok de PVV altijd samen op met de VVD. Ik vraag me afof dat niet een volgende stap is, nu de Commissie weer een haakje heeftgevonden om 11,2 miljard binnen te harken via tabaksaccijns, wat dus tenkoste gaat van onze inkomsten aan accijns. De volgende stap is natuurlijkdat ze ook een stukje willen van de alcoholaccijns. De volgende stap is datze op allerlei andere belastinggebieden een stukje willen meepikken. Devraag is of de VVD nu van mening is veranderd en vindt dat dit eenEuropese belasting is die we niet moeten willen. Of zegt de VVD «11,2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22043 miljard richting de Europese Commissie op basis van tabaksaccijns moetkunnen»?De heer Van der Maas (VVD):Ik zei net ook al: het primaire mandaat voor belastingheffing ligt bij denationale staten, en daar moet het ook blijven. Voor zover er voorstellenkomen uit Europa wat betreft het uitbreiden van het belastinggebied, zegik: uiteraard zijn dat voorstellen; daar gaan we naar kijken, maar daarstaan wij in principe zeer kritisch en sceptisch tegenover. Ik denk dus datons beleid op dat gebied niet veranderd is.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.De heer Van der Maas (VVD):Heel goed. Dat was de tabaksaccijns. Mijn vraag was in hoeverre hetvoorstel voldoet aan de ontmoediging en de bescherming, en of deillegale grenshandel echt wordt tegengegaan. Ik had geloof ik al gevraagdof het een acceptabel voorstel was.Dan ten aanzien van het einde van het Herstel- en Veerkrachtplan. De VVDheeft zorgen, vooral omdat kortingen dreigen. Het is zeer aan te moedigendat de regering proactief en in samenwerking met beide Kamers deachterstand probeert in te halen met concrete maatregelen en dat ze ervertrouwen in heeft dat de Commissie die positief zal beoordelen. Mijnvraag is wat de regering nog extra nodig heeft om de achterstand in tehalen en waar het vertrouwen op een positieve beoordeling op gebaseerdis. Welk risico is er dat de achterstand niet voldoende wordt ingehaald?Daarbij benadruk ik ten overvloede dat het voor de VVD van zeer grootbelang is dat die kortingen worden voorkomen.Voorzitter. Als laatste punt vindt de VVD de verdieping en de integratievan de Europese kapitaalmarkt een zeer belangrijk thema. Daarom is hetgoed dat de Ministers van Financiën van de E6 de nadruk leggen op dezes belangrijke elementen van vereenvoudiging van grensoverschrijdendedistributie van beleggingsfondsen, de vergroting van de transparantie vande aandelenmarkten, de versterking van de kapitaalmarktinfrastructuur,het verbeteren van de markt voor crypto’s, de facilitering van innovatievefinanciële technologie en de versterking van de bestuursstructuur van deESMA, de European Securities and Markets Authority. Mijn vraag is hoede E6 verder zal gaan met de plannen, welke concrete acties er genomengaan worden en aan welk tijdspad we moeten denken.Hartelijk dank.De voorzitter:Er zijn verder geen interrupties, dus dan geef ik het woord aan mevrouwInge van Dijk van het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Traditiegetrouw ontvangen we in juni hetlentepakket van het Europees semester, met daarin aanbevelingen aanlidstaten om hun sociaaleconomisch beleid verder te versterken. DeEuropese Commissie ziet Nederland als een economisch sterk land. Wathet CDA betreft, is dat een mooie uitgangspositie om verder te verbe-teren. Mijn eerste vraag aan de Minister is of en in welke mate deaanbevelingen van de Europese Commissie invloed hebben op hetgevoerde beleid. Vooropgesteld: de aanbevelingen aan Nederland klinkenbekend. Maar kijkt het kabinet nu naar deze aanbevelingen met de bril van«we herkennen ze, dus we zijn goed bezig», of met de bril van «weherkennen ze, maar misschien moet er een tandje bij»?Als aandachtspunt geven ze de woningmarkt mee, met de betaalbaarheidvan woningen als een van de grootste knelpunten, maar ze doen ook eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22044 oproep tot het verhogen van de arbeidsparticipatie. Bij de hervorming vanhet belastingstelsel moet dit wat het CDA betreft hoge prioriteit krijgen,ook door bijvoorbeeld te kijken naar arbeidskorting per uur, om werkenmeer te laten lonen. Is de Minister, of in dit geval de Staatssecretaris, hetmet ons eens?Ik wil even extra stilstaan bij een aantal oproepen die ze doen metbetrekking tot ondersteuning van ons mkb. We weten dat de financieringvoor start-ups en scale-ups moet worden verbeterd, maar ze doen ook deoproep om mkb-bedrijven meer te ondersteunen bij innovatie endigitalisering. Daarnaast spreken ze de zorg uit dat het mkb disproporti-oneel wordt geraakt door hoge energieprijzen en financieringskosten. Wilde Minister hierop reageren? Hebben we inderdaad te weinig oog voorhet mkb? In het kader van de discussie over het verdienvermogen en hetstimuleren van productiviteitsgroei nemen ze, onbedoeld overigens, teveel voor lief.Voorzitter. Dan over de spaar- en investeringsunie, kapitaalmarktintegratieen het toezichtcentralisatiepakket. Goed dat we met de kopgroepoptrekken om meer snelheid op dit dossier te krijgen. De inzet van dekopgroep kunnen we goed volgen. Maar ik heb toch ook een kritischenoot voor onszelf. Als ik het goed heb, wordt een aantal relevantewetsvoorstellen ter bevordering van de kapitaalmarkt hier in Nederlandniet tijdig geïmplementeerd. Denk aan MiFID II, met als uiterste implemen-tatietermijn 29 september 2025, de Implementatiewet kapitaalvereisten,met als uiterste implementatietermijn 10 januari 2026, en het Europeescentraal toegangspunt, met als uiterste implementatietermijn 10 juli 2025.Hoe kijkt de Minister hiernaar? Welke gevolgen ziet hij voor de geloof-waardigheid van Nederland binnen de Europese kopgroep, die juist pleitvoor versnelling van de kapitaalmarktunie? Hoe weegt hij het risico vaningebrekestelling door de Europese Commissie en verdere vertraging bijde uitrol van de Europese kapitaalmarkt?Dan over ESMA. In het kader van de verdere verdieping van de kapitaal-marktunie speelt ESMA een belangrijke rol. Meer geïntegreerd toezichtkan bijdragen aan een beter functionerende Europese kapitaalmarkt, meerprivate investeringen en een betere financiering van innovatie. Als dat zois, kan het CDA dat alleen maar onderschrijven. We willen hier snelheidop, maar de termijnen moeten wel realistisch zijn. In het E6-statementwordt gesproken over een overgangsperiode die geschikt en zo kortmogelijk moet zijn. Waar denkt de Minister dan concreet aan? Want eerlijkis eerlijk: een grote verandering levert ook vragen op bij partijen dieermee te maken hebben. Dat is logisch. De vragen die leven bij onzevermogensbeheerders zijn onder andere als volgt. Welke inzet kiest hetkabinet in de Europese onderhandelingen om ervoor te zorgen dat de rolvan ESMA bij grensoverschrijdende activiteiten voldoende wordtafgebakend ten opzichte van die van nationale toezichthouders, zodat ergeen dubbele toezichttaak of -kosten ontstaan? Vindt de Minister hetbelangrijk te pleiten voor een concurrentietoets voor ESMA, zoals bij denieuwe EU-financiële regels ook wordt gekeken naar de gevolgen voor deinternationale concurrentiekracht van de Europese markt, zoals ook in hetVK? Kan dit standpunt actief worden ingebracht in de Europese onderhan-delingen?Dan als laatste. Voor een succesvolle hervorming is een bredere coalitienodig dan alleen de huidige kopgroep van zes landen. Hoe werkt hetkabinet aan het vergroten van het draagvlak onder andere lidstaten? Zekerook gezien het aankomende voorzitterschap van Ierland, dat hier kritischop is, is dit wat ons betreft een relevante vraag.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we door naar de heer Hoogeveen van JA21.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22045 De heer Hoogeveen (JA21):Dank u, voorzitter. Europa wordt opnieuw geraakt door een aanbodschok.De onzekerheid rond de Straat van Hormuz houdt aan en dus ook de drukop internationale leveringsketens en energieprijzen. Dat jaagt weer inflatieaan en raakt onze koopkracht en ons concurrentievermogen. Gelukkig lijktde Europese Centrale Bank deze keer niet opnieuw «too little, too late» tewillen zijn, en terecht. Ik was ook al zeer kritisch op het late ingrijpen vande ECB tijdens de vorige inflatiegolf, toen prijsstabiliteit lang onderge-schikt leek aan zorgen over de financierbaarheid van hogeschuldenlandenin delen van de eurozone. Maar monetair beleid kan niet alles repareren.Als lidstaten blijven doorgaan met expansief begrotingsbeleid, oplopendeschulden en protectionistische reflexen, dan gooien zij zelf olie op hetinflatievuur. Wie bij iedere crisis opnieuw nieuwe uitzonderingen opbegrotingsregels maakt, ondergraaft precies de stabiliteit die de ECBprobeert te beschermen.Voorzitter. Dat brengt mij bij het lentepakket. De inkt van de herzienebegrotingsregels uit 2024 is nog niet droog, of de Europese Commissiekomt alweer met nieuwe flexibiliteit voor energiegerelateerde uitgaven.De voorzitter:Ik ga u heel even onderbreken. Volgens mij had u bij het vorige punt nogeen vraag van de heer Tony van Dijck.De heer Hoogeveen (JA21):O, excuus.De heer Tony van Dijck (PVV):De heer Hoogeveen begon over de ECB. Wat vindt hij ervan dat de ECBvan plan is de rente te verhogen? Is dat wel zo slim als de economiekrimpt en de inflatie heel hoog is? U hebt het over olie op het vuur, maarvolgens mij gooi je juist olie op het vuur als je dan de rente verhoogt.De heer Hoogeveen (JA21):Nee, dat denk ik niet. Bij toenemende inflatie is, denk ik, een van deinstrumenten waarmee de ECB moet schermen ten eerste het zo snelmogelijk beteugelen van die inflatie. Een van de sterkste instrumenten diede ECB dan heeft, is juist het verhogen van die rente. En ja, dat gaatgepaard met mogelijk pijnlijke gevolgen, namelijk dat die economie watafremt, maar dat is dus juist ook nodig om die inflatie te beteugelen. Jemoet ervoor zorgen dat je dat instrument tijdig inzet tegen de overver-hitting van de economie, die niet in verhouding staat en waardoor dieinflatie ontstaat. Ik verwees naar de vorige inflatiegolf. Dat was eigenlijkook een aanbodschok. Die kwam door de coronacrisis en later ook doorde oorlog van Rusland in Oekraïne. Toen zagen we dat de EuropeseCentrale Bank dat niet aandurfde uit angst voor de hogeschuldenlandenen de gevolgen die het zou hebben voor de kredietwaardigheid van dielanden, maar ik denk dat dat niet leidend zou moeten zijn. Leidend moetzijn om zo snel mogelijk de inflatie onder het doel van 2% te krijgen, wantdat is uiteindelijk wat ons economisch het meest bedreigt.De voorzitter:Nog een vervolgvraag.De heer Tony van Dijck (PVV):Ik snap de redenering, want de enige knop die de ECB heeft, is dierenteknop. Maar de inflatie is niet hoog vanwege het feit dat die economieoververhit is. De economie ligt op zijn gat. We zitten op 1% economischegroei en dat wordt steeds minder. Die is nu weer met 0,3% naar benedenbijgesteld. Er is dus geen sprake van oververhitting van de economie; wehebben een hoge inflatie vanwege die oorlog in Iran en die hogeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22046 energieprijzen. Als je dan de rente gaat verhogen, verander je niks aan dieenergieprijzen, maar wel iets aan de snelheid van de economie, waardoordie nog harder naar beneden dendert en we richting stagflatie gaan. Datwil de heer Hoogeveen toch ook niet op zijn geweten hebben?De heer Hoogeveen (JA21):Daar ben ik het echt mee oneens. Kijk naar hoe de markten nu opereren,naar hoe oververhit de aandelenmarkten zijn en naar hoe oververhit devastgoedmarkt is. Dat zijn levensgevaarlijke economische bubbels die nuworden opgeblazen, juist door het kunstmatig laag houden van de rente.Uiteindelijk stromen er enorme hoeveelheden kapitaal door de markt. Enja, dat is dus juist een van de drijfveren achter de huidige inflatiebewe-gingen. Precies wat ik zojuist zei en wat u ook bevestigde, is dat dierentestand een van de knoppen is waar de ECB aan kan draaien. Ik denkdat je dan tot een veel betere verhouding komt van de economie tenaanzien van kredietverstrekking en van de vraag waar geld en kapitaalnaartoe vloeien, en dat je uiteindelijk dus vanuit die hoge rente ook weereconomisch andere keuzes moet maken, om vervolgens minder op de pofte leven en meer te hervormen en te bezuinigen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Hoogeveen (JA21):De inkt van de herziene begrotingsregels uit 2024 is nog niet droog, of deEuropese Commissie komt alweer met nieuwe flexibiliteit voor energiege-relateerde uitgaven. Het is de salamitactiek van hogeschuldenlanden,waarvoor de tijdelijke general escape clause en het gratis geld tijdens decovidcrisis naar meer smaakten. Nu moeten er dus sectorale uitzonde-ringen komen: eerst defensie, nu energie en straks industriepolitiekgerela-teerde uitgaven. Steeds gaat er meer begrotingsdiscipline af, totdat hetStabiliteits- en Groeipact alleen nog op papier bestaat.Dit paniekvoetbal moet een halt worden toegeroepen. Als er voor iederecrisis of transitiewens geitenpaadjes worden bewandeld, houdenbegrotingsregels geen betekenis meer over. Zeker nu het IMF waarschuwtvoor de houdbaarheid van de schulden in de eurozone, zou ik graag vande Minister willen horen hoe het kabinet deze waarschuwing weegttegenover de Brusselse drang om de teugels te laten vieren. Ik vraag ookaan de Minister welke middelen Nederland heeft om deze route tegen tehouden in de Raad. Met welke landen trekken wij hierin samen op? Kan deMinister toezeggen dat Nederland zelf geen gebruik zal maken van nieuweuitzonderingen die het Stabiliteits- en Groeipact verder uithollen?Voorzitter. Dan CBAM. CBAM wordt gepresenteerd als bescherming vanhet Europese concurrentievermogen, maar in werkelijkheid is het vooralsymptoombestrijding. We leggen onze eigen bedrijven steeds hogereklimaatkosten op, constateren vervolgens dat ze internationaal minderconcurrerend worden en bouwen daarna een grensheffing op om datprobleem te repareren. JA21 kijkt dan ook kritisch naar de uitbreiding vanCBAM naar downstreamgoederen. Staal- en aluminiumproducten vormende basis van allerlei andere bewerkte producten in de woningbouw,infrastructuur en industrie. Als de import duurder wordt en administratiefingewikkelder, werkt dat uiteindelijk ook door in de kosten voor bedrijvenen consumenten. Vraag aan de Minister: welke doorrekening heeft hetkabinet gemaakt van de prijsimpact, de regeldruk en de uitvoeringslastenvan deze uitbreiding? Is het risico op vergeldingsmaatregelen doorhandelspartners meegewogen in het positieve oordeel van het kabinet?Tot slot het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket. JA21steunt verdere integratie van de Europese kapitaalmarkt. Een beterfunctionerende kapitaalmarkt kan investeringen, innovatie en econo-mische groei bevorderen. Tegelijkertijd is dit dossier eerder vastgelopen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22047 In 2024 strandde een eerdere poging tot centralisatie van toezicht opverzet van een blokkerende minderheid van dertien lidstaten. Daaromvraag ik de Minister hoe het krachtenveld nu ligt. Wat moet ervoor zorgendat het deze keer wel gaat lukken? De AFM behoort tot de meest geres-pecteerde toezichthouders van Europa. Hoe gaat de Minister ervoorzorgen dat de expertise, onafhankelijkheid en werkwijze van de AFMstevig worden verankerd in de verdere ontwikkeling van centraalEuropees toezicht?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Oosterhuis van D66 voor zijn bijdrage.De heer Oosterhuis (D66):Dank, voorzitter. Meestal gaat het in dit debat over de wat grotereeconomische ontwikkelingen. Dat ga ik straks ook doen, maar ik beginmet een heel concreet punt: de herziening van de tabaksaccijnsrichtlijn.D66 steunt een ambitieuze en toekomstbestendige richtlijn, want nieuweverslavende producten, zoals vapes en verhitte tabak, worden eindelijkonder de richtlijn gebracht. Ook hogere minimumaccijnzen zijn nodig omjongeren te beschermen en te zorgen voor een gezonde generatie.Tegelijkertijd zijn in het compromis onderdelen afgezwakt. Dit weekend –ik had het er net al over – bleek dat tabaksfabrikanten actief en groot-schalig via AI burgers inzetten om de EU-wetgeving te manipuleren. Ikword daar echt boos van. Ik vraag de Staatssecretaris daarom ook om ermet de Europese Commissie voor te zorgen dat die AI-inbrengen van detabakslobby niet worden meegenomen in de wetgeving. Kan hij dattoezeggen? Kan de Staatssecretaris aangeven hoe hij zich ervoor inzet datde richtlijn ook op langere termijn effectief blijft, zodat ook producten dienog ontwikkeld moeten worden er straks onder gaan vallen? Welkemogelijkheden ziet hij om buurlanden aan te moedigen ook de tarieven teverhogen, zodat grenseffecten en accijnstoerisme zo veel mogelijkworden beperkt?Voorzitter {De voorzitter:Er is eerst nog een vraag.De heer Tony van Dijck (PVV):Over tabak, want daar heb ik ook een heel stuk over. De collega heeft hetover het beperken van accijnstoerisme. Maar denkt hij nu werkelijk dataccijnstoerisme en illegale handel bestreden worden met deze richtlijnzolang onze accijnzen bijna twee keer zo hoog zijn als die in Duitsland enBelgië? Daar doet deze richtlijn immers niets aan.De heer Oosterhuis (D66):Nee, ik denk dan ook dat dit een vraag is die losstaat van de richtlijn. Wijkunnen natuurlijk wel proberen om onze buurlanden aan te moedigen omhun accijnzen wat te verhogen.De heer Tony van Dijck (PVV):Maar de vraag is wat deze richtlijn voor toegevoegde waarde heeft, buitenhet feit dat hij 11,2 miljard oplevert voor de EU-begroting. Wat heeft derichtlijn voor toegevoegde waarde als het gaat om de vermelde doelstel-lingen: de prikkel om over de grens te gaan kopen en de illegale handeltegengaan en het beter functioneren van de interne markt via harmoni-satie? Alle drie die doelstellingen hebben niks te maken met deze richtlijn.De richtlijn wordt dus gewoon gebruikt om de sigaretten en de tabak nogduurder te maken en de schatkist van de Europese Unie te vullen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22048 De heer Oosterhuis (D66):Als het gaat om minimumtarieven en de harmonisatie van tarieven helpthet natuurlijk wel degelijk om te voorkomen dat mensen makkelijk over degrens kunnen gaan shoppen. Ik denk dat een uitbreiding van de richtlijnhier echt bij kan helpen.De voorzitter:Laatste vervolgvraag.De heer Tony van Dijck (PVV):Ja maar, daarom { Dat is mijn eerste vraag: hoe voorkomt het dat mensenover de grens gaan shoppen? Het zijn minimumtarieven. Duitsland zitboven het minimumtarief en wij zitten heel erg veel boven het minimum-tarief. Dus er wordt nog steeds geshopt in het buitenland. Misschien datze in Bulgarije de sigaretten een dubbeltje duurder moeten maken, maarvoor de rest merken wij er niets van en voegt die hele richtlijn niets toebehalve 11,2 miljard voor de Europese begroting.De heer Oosterhuis (D66):Ik ben het eens met de heer Van Dijck dat puur voor het verschil tussenNederland en Duitsland de richtlijn alleen niet voldoende is. Daarom ookmijn vraag aan de Staatssecretaris om ook in gesprek te gaan met diebuurlanden afzonderlijk, om te kijken of de tarieven dichter bij elkaarkunnen komen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Oosterhuis (D66):Voorzitter. De Europese economie staat onder druk. Groeiverwachtingenverslechteren, energieprijzen blijven hoog en de concurrentiekracht vanEuropa staat onder spanning. Juist daarom moeten we in Europainvesteren in een sterke, duurzame en innovatieve economie. Dat geldtook voor Nederland. De Commissie wijst Nederland opnieuw opstructurele uitdagingen rond innovatie, arbeidsmarkt en onderwijs. Metname de achteruitgang van basisvaardigheden en het tekort aan technischgeschoold personeel raken direct aan het Europese concurrentiever-mogen. Toch zien te veel partijen onderwijs vooral als een kostenpostwaar makkelijk op kan worden bezuinigd. Deelt de Minister echter deanalyse dat goed onderwijs steeds meer een economische randvoor-waarde is geworden en essentieel is voor onze welvaart?Voorzitter. Dan de voorstellen van de Europese Commissie voor devennootschapsbelasting. In de krant lazen we vorige week dat er wordtgewerkt aan een systeem dat innovatie stimuleert én meer ruimte biedtvoor renteaftrek. Dat kan investeringen bevorderen, maar kent ookrisico’s, want meer renteaftrek kan ook weer nieuwe ontwijkingsprikkelscreëren. Het lijkt bovendien ook gepaard te gaan met een budgettaireopgave voor de lidstaten, in ieder geval voor Nederland. Hoe kijkt deStaatssecretaris hiertegen aan?Voorzitter. In het rondetafelgesprek vorige week met AFM en DNB werdopnieuw duidelijk hoe belangrijk een goed functionerende kapitaalmark-tunie is. D66 is een groot voorstander van verdere integratie van Europesekapitaalmarkten en sterk Europees toezicht. De gezamenlijke inzet vanNederland en de andere grote lidstaten voor een grotere rol van ESMA iseen belangrijke stap vooruit, maar kan de Minister toelichten welkeconcrete resultaten hij binnenkort hoopt te bereiken en hoe hij voorkomtdat nationale belangen verdere voortgang blokkeren?Dan nog energie. De Commissie wijst terecht op de risico’s van destijgende energieprijzen en benadrukt dat steunmaatregelen gericht entijdelijk moeten zijn. Maar als de hoge prijzen leiden tot overwinsten, isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22049 het ook fair om deze extra te belasten. De Commissie wil nu geengeharmoniseerde overwinstbelasting, maar wat is het beeld nu? Waarzien we nu overwinsten zichtbaar worden en wat kan daar dan toch aanworden gedaan?Tot slot CBAM. Dat is een cruciaal instrument om ervoor te zorgen datonze bedrijven kunnen concurreren met het buitenland terwijl we hier inEuropa verduurzamen. D66 steunt daarom nadrukkelijk de uitbreidingnaar downstream goederen. Als we alleen basismaterialen beschermen,verschuift import eenvoudig naar halfproducten en eindproducten. Juistook voor de Nederlandse industrie is het dus essentieel dat dit gat wordtgedicht. Ook moeten we voorkomen dat er verschillende Europesedefinities en standaarden naast elkaar gaan bestaan. Kan de Staatssecre-taris bevestigen dat Nederland blijft inzetten op één constante Europesesystematiek tussen CBAM, de «koolstofarm»-definitie en de product-normen uit de Industrial Accelerator Act? Tot slot steunen wij de inzet omuitzonderingsmogelijkheden op CBAM zo veel mogelijk te beperken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog een vraag van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Een beetje terug in het pleidooi van mijn collega van D66 had hij het overhet belang van het onderwijs. Ik denk dat wij inderdaad onderschrijvendat dat belangrijk is: een goed opgeleide bevolking, productiviteit enaansluiting op de arbeidsmarkt. Maar wat hij daarvoor zei, vond ikinteressant. Hij zei dat we moeten streven naar een sterk concurrentiever-mogen, en hij zei nog iets over de energiekosten. Dat vind ik dan niethelemaal te rijmen. Als we kijken naar de energiekosten, dan hoor ikvervolgens in het betoog van de heer Oosterhuis een hele trits aanklimaatmaatregelen, groene maatregelen, lastenverzwaringen, protectio-nisme en zwaardere wet- en regelgeving. Is dat niet ook gewoon een deelvan de oorzaak van het hele probleem van ons concurrentievermogen enhoge energieprijzen waar we nu in zitten, constant maar weer diemaatregelen en dergelijke vanuit Europa die op ons zijn uitgestort?De heer Oosterhuis (D66):Dat is eigenlijk een hele uitgebreide vraag, waar heel veel aspecten inzitten. Heel recent hebben we natuurlijk de energieprijzen { De Straat vanHormuz heeft weinig te maken met Europees beleid. Dat heeft eigenlijkvooral te maken met het feit dat we veel te laat zijn begonnen metverduurzamen en met het onafhankelijk worden van fossiele brandstoffen,waardoor we nu worden geconfronteerd met hoge prijsstijgingen.Tegelijkertijd zitten we midden in een transitie naar een duurzaamsysteem. Ja, dat brengt ook kosten met zich mee. Ik denk ook dat we daarveel eerder mee hadden moeten beginnen om dat wat gematigder tedoen. We hebben natuurlijk ook niet voor niets in het coalitieakkoord gelduitgetrokken om bijvoorbeeld de kosten voor het elektriciteitsnetwerk tedempen en daar te zorgen voor beter concurrentievermogen. Ik denk dathet allebei waar is.De voorzitter:Nog een vervolgvraag.De heer Hoogeveen (JA21):Dat we eerder hadden moeten beginnen en dergelijke { We zien nu dat wetegen de capaciteiten aanlopen van bijvoorbeeld het elektriciteitsnet. Ikweet niet of dat argument opgaat. Is de heer Oosterhuis het wel met mijeens dat ten aanzien van het klimaat, ten aanzien van de energietransitie,er ook een hele rits aan wet- en regelgeving en bureaucratischeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220410 rompslomp vanuit Brussel is gekomen? Dat leidde uiteindelijk ook weertot rapportageverplichtingen en due diligence-eisen en dergelijke; is hijhet ermee eens dat dat ook niet heeft geholpen ten aanzien van onsconcurrentievermogen?De heer Oosterhuis (D66):Ik ben altijd vóór het terugdringen van bureaucratische rompslomp waardat mogelijk is. Ik denk wel dat Europese regelgeving bij het klimaatbeleiden het energiebeleid juist enorm goed heeft gewerkt. Er is denk ik bijnageen groter succes dan het ETS, de koolstofhandel. Dat is echt hét grotesuccesverhaal achter het Europese klimaatbeleid. Ik denk juist datEuropees beleid hierin de weg vooruit is, om te voorkomen dat we elkaarkapotconcurreren.De voorzitter:Tot slot nog een laatste vraag.De heer Hoogeveen (JA21):Een laatste vraag. Ik vind de discussie over ETS altijd interessant. ETS zouten principale kunnen werken als je koolstof als een soort commodity zouverhandelen en dat als enige als klimaatbeleid gebruikt. Dan ga je spelenmet vraag en aanbod. Maar wat de Europese Unie heeft gedaan, is bovenop die ETS nog allerlei andere zaken fietsen die nu weer worden terugge-draaid. Denk bijvoorbeeld aan de Omnibuswetgeving. Hoe kijkt D66 naarde ontwikkeling dat ze in Brussel een weg van deregulering zijningeslagen en dat er toch wordt gezien dat heel veel van die wet- enregelgeving, rapportageverplichtingen en due diligence-eisen, ook tenaanzien van de klimaat- en energietransitie, nu juist worden afgezwakt enteruggedraaid omdat we nu ook erkennen dat dat onze concurrentiepo-sitie heeft geschaad?De heer Oosterhuis (D66):Ik denk dat het ook in Europa belangrijk is om altijd te blijven nadenken ente blijven kijken wat er werkt en wat er verder in de wereld gebeurt. Ikmoet eerlijk zeggen dat ik me daar wel zorgen over maak, ook als ik kijknaar wat er in de Verenigde Staten gebeurt als tegenbeweging opklimaatbeleid. Ook daar moet je je als Europa altijd toe verhouden. Jemoet zorgen dat de concurrentiekracht aanwezig blijft. Dat vind ik juistook de kracht van een instrument als CBAM. Daarmee leggen we onszelfverplichtingen op, waardoor de productie in Europa duurder wordt. Webeschermen onszelf tegen andere markten waar die verplichtingen er nietzijn. Daarmee beschermen we onze Europese thuismarkt om te zorgen datdie productie wel hier blijft.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Van Dijck namens dePVV.De heer Tony van Dijck (PVV):Voorzitter. Dank u wel. De gevolgen van de Iranoorlog worden duidelijkvoelbaar in Europa. De groei is met 0,3% naar beneden bijgesteld en deinflatie stijgt verder. Het duurt dus niet meer lang of we duiken in eenrecessie met hyperinflatie. Supermarkten voorspellen nu al een prijs-stijging van 10%. Dat komt niet omdat de economie is oververhit, maardat komt omdat de prijzen van energie gigantisch zijn gestegen. De ECBwil later deze week de rente verhogen. Ik zei het net al bij interruptie: is ditgeen olie op het vuur? Een hogere rente remt namelijk de economie nogverder en heeft geen invloed op de hoge energieprijzen. Rennen we metdit ECB-beleid niet nog sneller naar een recessie, vraag ik aan de Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220411 Dan Oekraïne. De PVV maakt zich grote zorgen over de expansiedrift vande Europese Commissie. Allemaal corrupte landen als Albanië, Bosnië,Moldavië, Oekraïne, Servië en Noord-Macedonië staan opgelijnd om toete treden tot de Europese Unie. De gevolgen hiervan zijn niet te overzien.We zien een mooi voorbeeld met Bulgarije. Dat is nog geen vijf maandenlid van de euro en nu al staat het land onder toezicht vanwege een tehoog tekort. Met andere woorden, ze hadden daar, om te kunnentoetreden tot de euro, voor de bühne eventjes de financiën opgepoetst,om daarna weer volledig te ontsporen. Hoe kijkt deze Minister daarnaar?In plaats van minder moet Nederland elk jaar meer afdragen aan deEuropese Unie. Je zou denken: er treden meer landen toe, dus de koekwordt ruimer verdeeld en onze bijdrage wordt lager. Maar nee, wijmoeten betalen voor deze zwakke broeders en dus betalen wij elk jaarmeer. In 2030 dragen we 5 miljard meer af aan de Europese Unie dantwee jaar geleden. Elk jaar dus een miljardje erbij. Dan heb ik het nog nieteens over de MFK-plannen die er zijn.De PVV wil daarom een stop op de uitbreiding van de EU en van de euro,per direct. Kan de Minister dit toezeggen? Kan de Minister aangeven wathet kabinetsstandpunt is over de toetreding van al deze landen?Dan over Oekraïne. Daar maken wij ons ook zorgen over, want het wordtwel erg een bodemloze put. We hebben in Nederland bilateraal al 25miljard besteed aan dit land. Als ik de begroting moet geloven, komt daarnog eens 20 miljard bij de komende jaren. Daarnaast ontvangt Oekraïnevanuit Brussel nog eens 150 miljard, vanuit het IMF-programma nog eens8 miljard en als ik het goed lees in de stukken, staat er zelfs in het nieuweMFK weer een niet-militair steunpakket klaar van 100 miljard voorOekraïne. Ik neem aan dat dit een grapje is. Hoeveel heeft Oekraïneinmiddels ontvangen, vraag ik deze Minister; van het IMF, Europa, deVerenigde Staten en de individuele landen? Kunnen we daar een overzichtvan krijgen? Hoeveel daarvan betreft leningen en hoeveel betreft giften?Klopt het dat Nederland van al die lidstaten weer het royaalste jongetjevan de klas is per hoofd van de bevolking?Dan de kapitaalmarktunie. Ik lees dat veelbelovende bedrijven de EUverlaten omdat de kapitaalmarktunie maar niet van de grond komt. Alachttien jaar is hier gesteggel over. Ik wil graag van deze Minister weten:wat is eigenlijk de weerstand tegen die kapitaalmarktunie bij al die landendie niet aanhaken? De Minister gaat nu met een kopgroep van zes landenvoorstellen om de ESMA meer macht te geven. Dus er zijn kennelijk 21landen die daar niet zo veel in zien. Kan de Minister ingaan op hetsentiment bij de andere 21 lidstaten over deze plannen? De AFM zou eendeel van het takenpakket moeten afstaan aan die ESMA. Kan de Ministeraangeven welke taken de AFM dan moet inleveren en welke soevereiniteitwe daarmee afstaan? Wat zijn de gevolgen? Toen de ECB kwam, met debankenunie, moest DNB ook allemaal taken afstaan, maar er is geenDNB’er minder; het zijn er alleen maar meer geworden. Dus ik vraag mijaf: hoe zit het met het takenpakket en hoe zit het met het personeelsbe-stand?Tot slot. Ik weet niet hoe veel tijd ik nog heb...De voorzitter:Vrijwel niet.De heer Tony van Dijck (PVV):We zitten royaal in de tijd.De voorzitter:Daarom was ik ook heel coulant, dus als u een laatste opmerking maakt,dan sta ik dat toe.De heer Tony van Dijck (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220412 Een laatste opmerking over het tabaksbelastingenpakket. Wat Nederlandbetreft, kunnen de accijnzen weer niet hoog genoeg zijn. Het voorstelbevat minimumtarieven voor tabaksaccijns. Waarom moet de EuropeseCommissie minimumtarieven vaststellen, vraagt de PVV zich af. Waarbemoeien ze zich mee, aangezien belastingwetgeving een soevereineaangelegenheid is? Wat hebben minimumtarieven te maken metharmonisatie? Draagt deze richtlijn bij tot het beter functioneren van deinterne markt, het tegengaan van illegale handel en de prikkel om over degrens te gaan kopen, zolang elke lidstaat boven het minimumtarief zijneigen tarief kan bepalen?De voorzitter:Ik ga u onderbreken.De heer Tony van Dijck (PVV):De laatste zin. Zolang de sigaretten in Nederland bijna twee keer zo duurzijn als in Duitsland, blijf je natuurlijk altijd illegale handel houden enaccijnstoerisme. De vraag aan deze Minister is dus: gaat hij zijn vetoinzetten tegen dit onzinnige plan van minimumtarieven, te meer – het isnog steeds de laatste zin – omdat de Europese Commissie van plan is 50%van die minimumtarieven af te romen en toe te voegen aan de Europesebegroting?De voorzitter:Als ik had geweten dat de heer Hoogeveen u extra spreektijd zou gevenmet een interruptie, zou ik nog strenger zijn geweest, uiteraard. Maar ik gastreng zijn wat betreft de lengte van het antwoord. Maar u hebt nog weleen vraag van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Ik wilde toch nog even terugkomen op het eerdere interruptiedebatje datik had met collega Van Dijck over inflatie. De heer Van Dijck zegt: juist derente verhogen is nu olie op het vuur gooien. De economie is natuurlijkniet oververhit an sich, maar je hebt wel een aanbodschok. Is de heer VanDijck het niet met mij eens dat je, als je de rente te laag houdt, juistschulden aanjaagt en overheden blijft prikkelen om schulden aan te gaan?Daarmee wordt meer geld, meer kapitaal in de markt gepompt. Dan creëerje juist een mismatch tussen vraag en aanbod en versterk je dus juist deinflatie.De voorzitter:De vraag was ook redelijk lang, zeg ik erbij, maar we zitten ruim in de tijd,al mag het antwoord best kort en bondig zijn.De heer Tony van Dijck (PVV):Waar het mij om gaat: bij een oververhitte economie moeten we natuurlijkde rente verhogen om de economie af te remmen. Daar heeft de heerHoogeveen helemaal gelijk in. Maar de economie zit nu op 1% à 1,5%, duswe gaan richting de 0%. Steeds meer economen maken zich er zorgenover of we niet richting stagflatie gaan, met een recessie en een hele hogeinflatie. Die hoge inflatie beïnvloed je niet met alleen die renteknop. Ikdenk eerder dat het juist een taak is van de overheden om de economie testimuleren, door bijvoorbeeld de boodschappen betaalbaarder te maken,in plaats van olie op het vuur te gooien en de inflatie verder aan tewakkeren. Rente verhogen is aanwakkeren van de inflatie.De voorzitter:Dank u wel. Ook de heer Oosterhuis heeft een vraag voor u.De heer Oosterhuis (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220413 Het hele betoog van de heer Van Dijck komt neer op: we willen minderbetalen aan de EU. Dat is niet zo heel verrassend vanuit de PVV natuurlijk.De heer Van Dijck is heel kritisch op het inzetten van de tabaksaccijnzenvoor de Europese begroting, terwijl dat er juist toe leidt dat Nederlandnetto minder gaat betalen aan de Europese Unie. Hoe moet ik dat dan metelkaar rijmen? Daar moet de heer Van Dijck toch juist blij mee zijn?De heer Tony van Dijck (PVV):Dat is naïef, want zo gauw je de Europese Commissie een knop geeft omaan te draaien... Nu is het 15%. We hebben dat gezien met de perceptie-kostenvergoeding. Een heel stuk mochten we houden, maar elke keerpakken ze meer, pakken ze meer en pakken ze meer. Zo gauw je ze eenknop geeft waarmee ze een stukje van de tabaksaccijnzen krijgen, staat die15% zo op 25% en dan op 35%. Dan volgen de alcoholaccijnzen, want ja,het is toch eigenlijk wel terecht dat we ook de alcoholaccijnzen een stukjegaan afromen, voor de gezondheid, het accijnstoerisme en de harmoni-satie van de interne markt. Voor je het weet, zitten we alles af te stortennaar de Europese Commissie. We hebben CBAM, we hebben deplastictaks, we hebben ETS1 en ETS2. We moeten stoppen met die eigenmiddelen, want straks krijgen we die blauwe envelop met die gelesterretjes op de mat en dan zegt u: ik ben blij, want we hoeven minder afte dragen. Nou, ik ben niet blij, met geen enkele blauwe envelop.De voorzitter:Tot slot, meneer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):De heer Van Dijck heeft een heel lang verhaal, maar hij draait echt ommijn vraag heen. Door die eigen middelen gaan we als Nederland nettominder betalen aan de EU. Misschien kan de Minister dat zo meteen nogeens bevestigen. Nogmaals, daar moet je als PVV dan toch ook blij meezijn, als daardoor de nettobetalingspositie van Nederland verbetert?De heer Tony van Dijck (PVV):U hebt gelijk: op de korte termijn. Maar ik zei al: die 15% wordt zo 25% of35%. We willen die bevoegdheid nationaal houden. Accijnzen, tabaksac-cijnzen, plastictak, ETS, CBAM; ik vind het allemaal nationale bevoegd-heden. Het zijn allemaal belastinginstrumenten die we nationaal moetenkunnen inzetten. Zo gauw we die belastingknoppen aan de EuropeseCommissie geven, is het hek van de dam en hebben we straks, zoals ik alzei, die blauwe envelop met gele sterretjes.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we volgens mij aan het einde gekomen van deinbreng van de Kamer voor wat betreft de zijde van de tafel tegenover mij,maar ik zal zelf ook nog kort een inbreng leveren, namens GroenLinks-PvdA. Ik geef eerst het voorzitterschap over aan mevrouw Van Dijk.Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:Dank je wel. Ik geef het woord aan de heer Bushoff voor zijn inbreng.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Vanuit mij nog vier punten. Allereerst het lente-pakket dat er traditioneel gezien natuurlijk aan komt; mijn collega Inge vanDijk stipte dat ook al aan. In dat lentepakket zitten ook die zogenoemdelandenspecifieke aanbevelingen. Als ik mij niet vergis, zegt het kabinethier vaak over dat het heel veel waarde hecht aan deze landenspecifiekeaanbevelingen, omdat de Raad hiermee lidstaten ook wijst op belangrijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220414 mogelijkheden om hun financieel-economische beleid te versterken en zohet functioneren en de stabiliteit van de Economische en Monetaire Uniete versterken. In die zin zegt het kabinet vaak dat het hier zeker veelwaarde aan hecht. Toch is een van de aanbevelingen om de belasting-heffing op verschillende soorten inkomsten uit vermogen op één lijn tebrengen, inclusief volgens mij het geleidelijk uitfaseren van de hypotheek-renteaftrek. Het is dan toch een beetje selectief, zou je kunnen zeggen, alswe aan de ene kant heel veel waarde hechten aan deze aanbevelingen,maar daar dan op dit punt toch wat minder waarde aan hechten. Dus hoerijmt deze Minister van Financiën dat, zou ik als eerste willen vragen.Voorzitter. Het tweede punt waar ik bij stil wil staan, is het voorstel van deEuropese Commissie voor zo’n winstbelasting; dat is ook al even aan bodgekomen bij mijn collega’s. Eigenlijk stelt de Europese Commissie voorom bepaalde uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling volledig aftrekbaarte maken van de winstbelasting. Daarnaast stelt de Commissie voor omde renteaftrek te verruimen, dus om bedrijven voortaan ook een groterdeel van hun rentelasten te mogen laten aftrekken, namelijk zo’n 30% vande belastbare winst, met een ondergrens van 5 miljoen. Op zich snap ik depositieve kanten hiervan best wel, want we willen natuurlijk allemaal meerruimte voor investering en innovatie. Het lijkt er bovendien ook nog opdat woningcorporaties op deze manier uitgezonderd zouden worden,zodat zij onbeperkt rente mogen aftrekken. Tegelijkertijd zou dit natuurlijkook kunnen betekenen dat dit wat doet voor onze inkomsten via de vpb. Ikben benieuwd hoe de Minister van Financiën kijkt naar dit spanningsveld.Aan de ene kant willen we natuurlijk ruimte houden voor innovatie en ookvoor broodnodige investeringen en willen we dat stimuleren. Aan deandere kant is de vraag wat dit betekent voor eventuele lagere inkomsten.Ik ben benieuwd hoe de Minister van Financiën hiernaar kijkt en of hij ditwat nader voor ons zou kunnen duiden.Voorzitter. Een derde punt waar ik bij wil stilstaan, is de koplopersgroep.Die bestaat uit de zes grootste economieën van de EU: Duitsland,Frankrijk, Italië, Spanje, Polen en Nederland. De E6 willen dat de EU haastmaakt met het creëren van een waardige concurrent, zou je eigenlijkkunnen zeggen, van de overkant van de oceaan. Op zich is dat volgens mijook heel goed, alleen zoek ik nog wel een beetje naar de vraag of we niethet risico lopen – wellicht kan de Minister van Financiën dat meer duiden– dat er zo meteen een kopgroep ontstaat, maar dat die kopgroep en derest van Europa, die je toch op een gegeven moment ook nodig zalhebben om voorstellen aan een meerderheid dan wel aan een gekwalifi-ceerde meerderheid te helpen, uiteen gaan lopen. Hoe ziet de Minister vanFinanciën dat en kan hij ons ook iets meer meenemen in de vraag hoe hetkabinet daarmee om denkt te gaan, ook met eventuele risico’s op hetontstaan van aan de ene kant een kopgroep en aan de andere kantonvoldoende landen die ons daarin zouden volgen? De vraag is dus hoede Minister van Financiën daartegen aankijkt. Wellicht heeft hij, misschienzonder de héle strategie uit de doeken te doen, toch een antwoord dat hetvertrouwen wekt dat de voorstellen die gedaan worden voor een deel aaneen meerderheid geholpen kunnen worden.Voorzitter. Tot slot nog een laatste punt, in de laatste halve minuutwaarvan ik zie dat die mij nog resteert. Dat gaat over private credit. Ik benook wel benieuwd of deze Minister van Financiën zich zorgen maakt overde recente ontwikkelingen die we aan de overkant van de plas zagen,namelijk dat er door investeerders steeds minder private credit uitbetaaldwordt. Maakt de Minister van Financiën zich zorgen over deze ontwik-keling? We hadden hier recentelijk een rondetafel. Daarbij zeiden de DNBen ook de AFM: wij zien ook wel wat problemen met private credit, wantde kwaliteit van producten laat nog weleens te wensen over of kennen weonvoldoende en bovendien zijn de kwaliteitseisen anders dan bij banken.Tegelijkertijd zeiden zij ook dat als je het toezicht daarop goed wilinregelen en daar eisen aan wil stellen, dat vooral Europees zal moeten. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220415 ben dus ook wel benieuwd hoe de Minister van Financiën daarnaar kijkten wat eventuele voorstellen zouden kunnen zijn om dat toezicht en deregels rondom private credit, en met name de kwaliteit van dezeproducten, te verbeteren.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie geen vragen, dus ik geef het woordweer terug aan u, voorzitter.Voorzitter: BushoffDe voorzitter:Dank u wel. Volgens mij zijn we dan rond wat betreft de zijde van deKamer. Ik kijk eventjes naar de Minister en de Staatssecretaris om te zienhoelang zij nodig denken te hebben voor de voorbereiding van debeantwoording. Tot 17.30 uur, zeggen ze. Volgens mij moet dat zeker tedoen zijn. We schorsen tot 17.30 uur. Daarna gaan we verder met deeerste termijn van het kabinet.De vergadering wordt van 17.16 uur tot 17.36 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug allemaal bij het commissiedebat Eurogroep/Ecofin. Ik kijkook of de leden klaar zijn voor de beantwoording van zowel de Ministerals de Staatssecretaris. Ik vraag als eerste de Minister of hij kan aangevenhoe hij de beantwoording wil gaan doen en wanneer de Staatssecretarisgaat antwoorden. Ik geef het woord aan de Minister van Financiën.Minister Heinen:Ja, dat kan ik doen. Ik zal beginnen met de vragen die zijn gesteld over dekopgroep, om het maar zo te noemen, en de kapitaalmarktunie. Dan ga iknaar het lentepakket en de landspecifieke aanbevelingen. Dan kom ik bijde ontsnappingsclausule, de NEC, de «national escape clause», zoals wedie noemen, en dan heb ik het blokje overig. Bij overig zitten best eenaantal zaken, zoals energieoverwinsten, het Herstel- en Veerkrachtplan enECB-beleid. Daarover ga ik dan zeggen dat het onafhankelijk is. Danhebben we dat vast gehad, haha!Ik zal beginnen met de kopgroep. Het is terecht dat hier veel vragen overzijn gesteld. Wat we daar aan het doen zijn, is best spannend. Mijncollega’s in de Europese Raad en ik zien het allemaal op internationaalgebied op een ongelofelijke manier veranderen. Dat is niet alleen retoriek.De Duitsers zeggen dat voor hen Groenland, dus het moment waarop eenbondgenoot zei dat land in te gaan pikken, echt het moment is geweestom te zeggen: nu is het klaar. Wij zien als Nederlands parlement en alskabinet, in het licht van wat er op internationaal gebied gebeurt, hetbelang van investeringsveiligheid en van onafhankelijker wordennatuurlijk al langer. We zien onze welvaart onder druk staan. Als Ministervan Financiën bekijk ik natuurlijk in de Eurogroep en in Ecofin wat wijeraan kunnen bijdragen. Dan komen we elke keer terug op die kapitaal-marktunie. Dat lijkt toch wel een sleutel tot verder succes te zijn, en eenonderdeel van wat ons allemaal te doen staat.Die is voornamelijk belangrijk om de groei aan te wakkeren. Iedereenerkent namelijk dat er in Europa best veel start-ups zijn die willendoorgroeien, maar op de Nederlandse campussen zijn het buitenlandseinvesteerders die met het grote geld zwaaien. Veelbelovende bedrijvensteken de oceaan over en kunnen in de Verenigde Staten verder groeien,terwijl ze dat in Europa maar in beperkte mate kunnen. Dat kost onswelvaart. Die welvaart hebben we nodig. Dat is dus eeuwig zonde, omdathet gewoon mooi is om welvarender te worden – dan kun je mooiereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220416 dingen doen: je hebt dan beter onderwijs, betere zorg en betere voorzie-ningen – maar ook omdat we zien dat die welvaart onder druk staat. Jekunt de discussie voeren over handelstarieven en hoe slecht het is dat deVerenigde Staten die invoeren, maar we kunnen ook aan de slag met onzeeigen interne markt, en die veel beter integreren. U kent de cijfers ook: hetIMF en later de ECB hebben becijferd wat die interne markt ons eigenlijkkost in termen van handelstarieven. Dan kom je eigenlijk tot veel hogerebedragen. Puur kijkend naar goederen, is dat zo’n 45% als je het bedragom zou rekenen, zeg ik uit mijn hoofd. Voor diensten is het 110%. Wekunnen ons dus heel druk maken over de Amerikanen die invoertarievenvan 10% tot 15% heffen – het is ook gewoon niet goed dat ze dat doen –maar we kunnen veel beter zelf aan de slag gaan en bekijken wat we zelfkunnen doen.Dit zeggen we al heel lang, maar er zit te weinig vaart achter. Dat is ookhet bredere ongenoegen dat ik van de zijde van de Kamer proef. Wijhebben dus gezegd dat wij als zes grootste landen het initiatief zoudenkunnen nemen. Dat initiatief kwam in eerste instantie van mijn Duitse enFranse collega’s. Als wij het eens kunnen worden, zouden we het inEuropa ook eens moeten kunnen worden. Dat zou in de eerste plaats goedzijn omdat er dan massa achter zit; het gaat dan namelijk om de zesgrootste economieën en dan vertegenwoordig je sowieso al zes landen.Maar het zou ook goed zijn omdat bij veel wetgeving en regelgeving rondfinanciële markten met QMV gewerkt wordt, dus met meerderheidsbe-sluitvorming. Je zou dus zeggen dat het, als deze landen een compromiskunnen vormen, een model kan zijn voor andere landen om aan boord testappen en dat we echt stappen kunnen zetten op die kapitaalmarktunie.Ik heb zelf het idee dat er nu in twee jaar meer gebeurt dan in deafgelopen twintig jaar. Ik zeg dat ook tegen de media als ik ze spreek. Eenmooie anekdote die wij vaak aanhalen, is dat mijn voorganger tijdens hetlaatste Nederlandse voorzitterschap, in 2016, ook sprak over de kapitaal-marktunie en het belang ervan. Dat is tien jaar geleden. Er is echt gewoonveel te weinig gebeurd. We hebben dus gezegd dat we een kopgroep gaanvormen en dat we daar het initiatief toe gaan nemen. Tegelijkertijd moet jeervoor oppassen – ik denk dat de heer Bushoff dat terecht zei – dat je niette snel gaat en dat je andere landen de gelegenheid geeft om hunonderhandelingspositie te versterken, dus dat ze dan kunnen zeggen:mooi dat jullie het eens zijn, maar ik had ook nog een paar wensen.Het is dus een delicaat proces. Concreet hebben we afgesproken dat wehet verdeeld hebben: we bellen en spreken collega’s en tasten af hoeverwe kunnen gaan, om het zomaar te zeggen. Ik probeer dus om veel inBenelux-verband met mijn collega’s te spreken. Ik heb met de IerseMinister van Financiën gesproken, want die is traditioneel gezien ook watterughoudender. Zo heeft elke lidstaat die onderdeel is van die kopgroepeen aantal landen die die spreekt om te kijken waar er draagvlak ligt. Hetopvallende is dat veel landen – de premier kan dat bevestigen, want diespreekt op het regeringsleidersniveau – tegen ons zeggen: «Wat goed datdit initiatief er is. Publiekelijk zullen we nog wat mopperen, maar wevinden het heel goed. Zet dit voort, want dit brengt echt zaken inbeweging. Uiteindelijk zullen wij ook wel aan boord komen.» Dat is dushoe wij proberen dat rustig te doen. We hebben tot nu toe geen signalenontvangen dat lidstaten daar heel erg boos over zijn. Ik spreek hier ookmet de Commissie over. Vorige week sprak ik nog met de Eurocommis-saris die over financiële diensten gaat. Zij zei ook: in het begin was ik erwat terughoudender in, want ben je niet mijn ambitie aan het verwateren?Ze zei ook: ik zie nu de enorme waarde hiervan, want je bereidt het padvoor naar meerderheden om dit verder te brengen. We doen dit dus ingoed overleg met de lidstaten en de Commissie. We zeggen daarbij ookelke keer: we beslissen met alle lidstaten, niet in E6-verband, maar weproberen het wel vlot te trekken. Dit was een inleiding over wat we nouprecies doen en hoe we proberen voorzichtig te opereren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220417 Er waren ook een aantal specifieke vragen over dit onderwerp. Overigensvoel ik mij gesteund door eerder in de Kamer ingediende moties, die ertoeopriepen om haast te maken met de kapitaalmarktunie, een kopgroep tevormen et cetera. Met dat mandaat opereer ik. Recentelijk hebben we hetBNC-fiche naar de Kamer gestuurd. Daarin hebben we onze inzetgecommuniceerd. Als dat aanleiding geeft tot verdere vragen, dan hoor ikdie uiteraard graag.Er waren een aantal specifieke vragen, onder anderen van de heer Van derMaas. Volgens mij gaf hij zijn maidenspeech in het commissiedebat. Ja,die hadden we plenair al gehad, maar nu ook in de commissieverband. Hijvroeg mij hoe we de plannen voor de verdieping en de integratie op deEuropese kapitaalmarkten verder gaan brengen en wat de tijdlijnen zijn.Wij hebben nu in Berlijn een compromis gevormd. We hebben aange-boden dat we denken dat het zo kan. De Europese Commissie heeft zelf alvoorstellen gestuurd. Het moet nu samengebracht gaan worden in deRaad. De ambitie is hoog en we willen hier eind dit jaar, geloof ik,resultaat op bieden. Ik zal in het verslag dat we sturen de precieze tijdlijnaangeven, maar we zeggen dat we zo snel mogelijk stappen moetenkunnen zetten. Nadat de Raad het eens is, moet het natuurlijk ook noglangs het Europees parlement. Dan start de triloogfase. Dat kan ook watvertraging opleveren, maar op zich ziet iedereen het belang hiervan in.Mevrouw Van Dijk had een vraag over wetsvoorstellen op het terrein vande financiële markten. Ze constateerde dat die niet tijdig zijn geïmplemen-teerd. Dat klopt ook. Ze vroeg hoe wij hier als kabinet tegen aankijken enwat de gevolgen zijn voor de geloofwaardigheid van de kopgroep. Dat iseen terechte vraag. Op het terrein van de financiële markten heb ik eenteam dat echt op zijn tenen loopt en dag en nacht werkt. Het is best veelwat er allemaal uit Europa komt qua richtlijnen, dus ik heb ook respectvoor de mensen die daar werken. We zien gewoon echt een piek in al dieimplementatietrajecten. Het wetgevingstraject in Nederland is bestintensief. We vragen heel veel adviezen, nog los van de Raad van State.We vragen die ook aan de ATR en er zijn openbare consultaties. Webespreken ook veel hier in het parlement. Dat waardeer ik ook zeer, maarmijn collega’s in Europa zijn soms verbaasd over hoeveel debatten wijhierover voeren. Heel veel collega’s hebben niet eens een geannoteerdeagenda en hebben niet eens verslagen of debatten. Dat vind ik een gemis.Ik doe het graag wel in dit format. Het hele wetgevingstraject in Nederlandis intensiever. Het team werkt zo hard als het kan. We kunnen hierin geenvertraging oplopen, dus we zijn echt een been aan het bijtrekken. Weverwachten niet dat er zich een ingebrekestelling van de EuropeseCommissie gaat materialiseren of dat het gevolgen gaat hebben, maar hetis natuurlijk wel een belangrijk signaal dat we tempo moeten maken. Als uhet op prijs stelt, kan ik ook nog een overzicht sturen van waar we nuprecies overal staan. En zo niet, dan niet.De voorzitter:Dat roept een vraag op van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Het is absoluut geen kritiek of wantrouwen. Het is niet zo dat ik denk datde mensen niet werken. Wij zien namelijk ook dat er gewoon heel veel opons afkomt. Het viel ons gewoon op en wij dachten: goh, kunnen wedaarin met elkaar een been bijtrekken? Het vraagt namelijk misschien ookiets van de Kamer. Ik hoor dat dan heel graag van de Minister.Minister Heinen:Dat waardeer ik. Laten we daar dus op terugkomen. We hebben een heelintensief wetstraject. Op zich is het ook wel weer te prijzen, want we doenhet heel zorgvuldig. Ik weet niet of het gehaaste zoals ik bij de buren ziehet voorbeeld zou moeten zijn. Dank voor het aanbod. We zullen kijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220418 waar we ook zelf kunnen versnellen. We proberen dit in ieder gevalvoortvarend op te pakken.Mevrouw Van Dijk had ook een vraag over de rol van ESMA. Ze vroeg hoedie wordt afgebakend ten opzichte van die van nationale toezichthouders,zodat hier geen dubbele toezichttaken en kosten ontstaan. Dit raakt echtde kern. Dit hebben we in Berlijn met onze collega’s veel naar vorengebracht. Het risico is dat niet iedereen naar volledig geharmoniseerdtoezicht wil en ook wil blijven hangen in nationaal toezicht, en dat je daneen compromis krijgt. Dan ga je een extra laag toevoegen. Ook definanciële sector zei: doe dat ons alsjeblieft niet aan. Zorg dus ervoor dathet óf gecentraliseerd en geharmoniseerd óf nationaal is. Als je een extralaag toevoegt, dan komt er alleen maar meer bureaucratie. Hier zien wijdus op toe. Dat geldt ook voor voorstellen over collegemodellen endubbellaags toezicht. Daar doet Nederland niet aan mee. Dat vinden weecht een slecht idee. Dit is dus precies de inzet die wij daar betrachten. Wehebben de eerste stap gezet. Nu moeten we zorgen dat ESMA ook goedwordt. Nogmaals, geen extra bureaucratie.Er was ook een vraag van mevrouw Van Dijk over een concurrentietoetsvoor ESMA. Ze vroeg of we daarover willen nadenken. We zijn op zichgeen direct voorstander van een concurrentietoets voor ESMA, omdat die,zoals wij zeggen, tot een vertroebeling van de toezichttaken kan leiden. Desituatie in het VK is namelijk anders. Daar heeft de toezichthouder eengrote rol bij het opstellen van beleid. In Nederland heeft de toezichthouderdie niet. Ik zou die ook niet bij ESMA neer willen leggen, want dat zoubetekenen dat ook ESMA een wetgevingsrol krijgt. We zien ESMA echtpuur als toezichthouder die kijkt of wetten goed worden toegepast en zedan teruglegt bij de wetgever om eventueel aanpassingen te doen. Wezijn er in die zin dus geen voorstander van. Het punt zelf, dus dat je nietalleen kijkt naar bescherming, maar ook kijkt naar concurrentie eninnovatie, is wel duidelijk naar voren gekomen in het compromis dat wehebben bereikt. We willen dat belang wel terugzien.De heer Tony van Dijck, en ik geloof ook mevrouw Van Dijk van het CDA,vroeg hoe het kabinet werkt aan het vergroten van het draagvlak voor depositie van de E6 onder andere lidstaten. Volgens mij heb ik net geschetsthoe we dat doen: vooral veel bellen, elkaar veel spreken en luisteren naarelkaar.De voorzitter:Toch nog een vraag.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):We hebben dadelijk het voorzitterschap van Ierland. Dat zit er natuurlijk opeen bepaalde manier in. Daarom had dit onze bijzondere aandacht.Minister Heinen:Ja, ik had hier ook over gesproken met mijn Ierse collega. Ik heb toen ookaangegeven: «Ik snap dat jullie kritischer in dit dossier zitten. Strakshebben jullie het voorzitterschap en moet je het compromis bereiken. Laathet mij weten als er punten zijn die jullie vanuit jullie voorzittersrol nietnaar voren kunnen brengen. Dan neem ik dat mee in het E6-format en inonze inbrengen.» Zo proberen we zo veel mogelijk van dit soort landenaan boord te krijgen en krijg je juist geen verwijdering tussen landen,zoals de heer Bushoff terecht schetst. Iedereen moet wel aan boordblijven om dit verder te brengen.Mevrouw Van Dijk had ook een vraag over de overgangsperiode, die,zoals we al zeiden, zo kort mogelijk moet zijn. Zij vroeg waar we danconcreet aan denken. Dit is een mooie compromistekst, zoals u hadgelezen. Er zijn ook landen die zeggen: laten we zorgen voor een langereovergangstermijn. Wij hebben aangegeven dat we daar geen voorstandervan zijn. Dit moet zo snel mogelijk. «Zo snel mogelijk» betekent geenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220419 concreet jaartal. Dan zou je gaan onderhandelen of het drie, vier, vijf ofzes jaar moet zijn, terwijl het ambitieniveau gewoon hoog moet liggen. Ditmoet zo min mogelijk vertraging opleveren. Ik snap dat mevrouw Van Dijkhiernaar vraagt. Hier zat de mooiheid van het compromis in.De heer Hoogeveen had een vraag over het krachtenveld ten aanzien vande centralisatie van toezicht. Hij vroeg of we dit keer wél stappen zetten.Ja, ik denk wel echt dat dit nu gaat lukken. Er zijn een aantal lidstaten diehier traditioneel geen voorstander van zijn; Luxemburg en Ierland zijn datbijvoorbeeld traditioneel niet. Tegelijkertijd zeggen ze informeel: wesnappen echt wel dat er wat moet gebeuren. Ik ben zelf nog wel positiefgestemd dat we nu wel voortgang kunnen boeken op dit dossier. Dat kanik erover zeggen.De heer Hoogeveen vroeg ook hoe we ervoor zorgen dat de expertise, deonafhankelijkheid en de werkwijze van de AFM stevig worden verankerdin de verdere ontwikkeling van het Europese toezicht. Ik snap deze vraagheel goed, want we hebben eigenlijk een hele goede toezichthouder; daarmogen we best trots op zijn. De sector is ook heel positief over de AFM.Die doet gewoon heel goed werk. Wij proberen dat ook elke keer alsvoorbeeld te stellen voor het Europese toezicht. Tegelijkertijd zien we ookhet grotere belang dat als je het Europees regelt, een buitenlandseinvesteerder niet langs 27 toezichthouders hoeft te gaan en een bedrijf datwil opschalen, ook makkelijker grensoverschrijdend kan werken. We ziendus wel de voordelen, maar we moeten natuurlijk voorkomen dat hettoezicht dat Europees wordt geregeld, minder goed wordt. Over deprecieze vormgeving wordt nu onderhandeld.De heer Hoogeveen (JA21):Ik heb daar nog wel een vraag over. Nogmaals, wij als JA21 hebbenprecies deze filosofie: er moet iets gebeuren en we moeten vooruit. Maarwe zien wel een potentieel risico in het centraliseren van dat toezichtsamen met andere landen. Laat ik een voorbeeld noemen. De Minister gafnet als voorbeeld dat er in het Verenigd Koninkrijk een andere toezichtsfi-losofie is. Ja, in Frankrijk is ook een hele andere toezichtsfilosofie. Die ismeer gericht op marktinterventie, competitiviteit, het promoten van Parijsals financieel centrum. Dat heeft onze toezichthouder niet in zijn cultuur.Mijn vraag was dus meer hoe we het risico mitigeren dat we dan eenESMA krijgen die zichzelf steeds meer opblaast door veel van dat soortinvloeden van andere toezichthouders mee te nemen.Minister Heinen:Dat is een terecht punt. Ik zal dat ook meenemen in onze inbreng.Uiteindelijk hebben we altijd zelf invloed op wat de omvang is en op wathet takenpakket is. We moeten dus ook zorgen dat de benoemingen vanmensen die in het bestuur zitten evenredig zijn, dus dat de goede mensendaar zitten. Zo voorkomen we precies wat de heer Hoogeveen schetst. Ikzeg er wel bij dat binnen de ESMA wel echt een belangrijke rol weggelegdblijft voor de AFM. Zo blijft de AFM ook vertegenwoordigd in de board ofsupervisors en in de verschillende commissies binnen de ESMA. Het isdus niet allemaal gelijk weg.Voorzitter. Daarmee ben ik bij het einde gekomen van alles rondom ditthema. Ik kijk rond om te zien of ik door kan gaan naar het volgendeonderwerp.De voorzitter:Er is nog een vraag van de heer Van Dijck.De heer Tony van Dijck (PVV):Ik heb nog gevraagd wat dit betekent voor de AFM. We kennen allemaalde term «zelfrijzend bakmeel» uit het verleden. AFM is inmiddels heelgroot geworden en heeft zich heel veel taken toegeëigend. Ik vraag me afTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220420 of zo’n ESMA dan betekent dat de AFM kan worden gehalveerd of dat dehelft van de taken weg kan. Hoe ziet de Minister dat?Minister Heinen:Dat laatste niet, denk ik, want vaak leidt dat tot extra werk. Maar eenspecifieke taak waar we nu naar kijken, is het overhevelen van directtoezicht op grote en significante effectenbewaarinstellingen, de centraletegenpartij en het handelsplatform. Dat zijn taken die je op Europeesniveau zou kunnen regelen.De heer Tony van Dijck (PVV):Kunt u een indicatie geven van wat dat betekent voor de AFM? Betekentdat dat mensen ontslagen worden of dat de helft naar huis kan, of 1%?Heeft u daar een gevoel bij?Minister Heinen:Ik heb daar nog geen gevoel bij. Laat ik het als volgt zeggen. We zitten nogin deze onderhandelingen, maar laat ik de gevolgen voor de nationaletoezichthouder wel bij u in beeld brengen en u daarover rapporterenzodra we daar meer inzicht in hebben.Voorzitter. Dan wil ik naar het lentepakket gaan. Daar zijn ook een aantalvragen over gesteld, onder anderen door mevrouw Van Dijk. Zij vroeg inwelke mate landspecifieke aanbevelingen invloed hebben op het huidigegevoerde beleid, dus op het kabinetsbeleid, en of er een tandje bij moet.Het eerste punt, dat over de landspecifieke aanbevelingen, heeftbetrekking op de overheidsfinanciën en het gevoerde begrotingsbeleid.Wij hebben nu een aangepast «fiscal plan», zoals dat heet, naar deCommissie gestuurd. Daarover heeft de Commissie geoordeeld dat het nuvoldoet aan de Europese regels. Dat was in de vorige kabinetsperiode niethet geval, maar nu wel. De Commissie wijst er echter ook op dat het tekortecht hoog is en dat daaraan echt werk te doen is. Dat zit voornamelijk aande uitgavenkant. De Commissie wijst daarop en onderstreept ook hetbelang van de hervormingen die we doen.De heer Bushoff vroeg een beetje plagerig of er niet selectief wordtgeshopt. Ik zou die vraag ook bijna terug kunnen kaatsen, want de oproepin de Kamer is toch wel elke keer: geef meer uit en laat het tekort verderoplopen; de Minister van Financiën is te zuinig. De Commissie wijst opprecies het tegenovergestelde wat betreft de landspecifieke aanbeve-lingen. In het verlengde daarvan wordt er ook gewezen op anderelidstaten, waarvan de Kamer zich afvraagt – dat proef ik – hoe het kan datdie te hoge tekorten hebben en niet voldoen aan de Europese regels diewe met elkaar hebben afgesproken. Dat rijmt niet helemaal met de anderemoties met ongedekte voorstellen en miljardenuitgaven die ik om mijnoren krijg. De toon van «laat het tekort maar oplopen; schuld, ach, watmaakt het uit, na ons de zondvloed» past niet helemaal bij de kritiek opandere landen dat die te hoge tekorten hebben. Ik wijs er overigens op dateen land als Griekenland bijvoorbeeld gewoon een begrotingsoverschotheeft. Nederland zit echt op de 3%. Onze schuld is nog laag – ik zeg «nóg»– maar het tekort is echt te hoog. Als we naar de landspecifieke aanbeve-lingen kijken, zou ik dat dus echt in de volledigheid willen doen en dit punter zeker bij betrekken. Dus als de vraag is of er een tandje bij moet, zou ikzeggen: ja, er moet een tandje bij.De heer Tony van Dijck (PVV):Het irriteert me een beetje, want elk jaar is het tekort bijna 3%. Elk jaarmoeten we zuinig aan doen. Elk jaar hoor ik dit verhaal. Maar elk jaar blijktbij gehaktdag dat het maar 1,6%, zoals vorig jaar, is in plaats van 2,8%.Het jaar daarvoor was het niet 2,7% maar 1,2%. U bent eigenlijk dusgewoon veel te somber met uw begrotingen, met name op de inkom-stenkant. Want waar zitten de grootste meevallers elke keer? Bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220421 inkomsten. De inkomstenbelasting valt altijd mee; de vennootschapsbe-lasting valt de laatste jaren mee. U moet dus ook beter voorspellen en watminder somber doen, want u regeert met de voet op de rem en elke keerblijkt die rem in retroperspectief eigenlijk een beetje overbodig te zijngeweest.Minister Heinen:Ik denk dat de kritiek niet op de voorzitter gericht is, maar op mij alspersoon hier als gast in de Tweede Kamer. Ik ben het er niet mee eens. Decijfers laten ook een ander beeld zien. Het is niet zo dat wij in het verledenhebben gezegd dat het naar 3% ging en het ineens 1,5% was. We hebbenwel twee jaar gehad waarin het tekort fors lager is uitgekomen. Dat hadvoornamelijk te maken met forse onderuitputting door juist een veel teexpansief begrotingsbeleid, waardoor veel middelen zijn doorgeschovennaar latere jaren en het tekort dus verder toenam. We hebben dit debatuitgebreid gevoerd met de Kamer. We hebben naar aanleiding daarvan deexpertgroep ramingen ingesteld. Daar zijn aanbevelingen door gedaan. Aldie aanbevelingen zijn we ook aan het uitvoeren. We hebben vorige weekbij het Verantwoordingsdebat ook uitgebreid stilgestaan bij waar we nustaan wat betreft het uitvoeren van deze aanbevelingen. Daar heeft deheer Tony van Dijck ook gelijk: dat zat onder andere ook bij de inkom-stenkant, voornamelijk bij de vpb-raming. Die hebben we aangepast, dusdaar houden we nu rekening met een grotere opbrengst. Zelfs dan is hettekort 3%. Dat was pre-Iran, zou ik zeggen, dus echt in hoogconjunctuurzitten we op een tekort van 3%. Dat is gewoon niet verstandig. Dat moetecht naar beneden, al is het maar zodat je ruimte hebt om een econo-mische klap op te vangen als die komt en je mensen kan ondersteunenom te voorkomen dat mensen door het ijs zakken.Ik wilde doorgaan naar mevrouw Van Dijk, want die had ook een vraagover de arbeidskorting per gewerkt uur en of dat prioriteit moet krijgen bijde hervorming van het belastingstelsel. Ik kijk even naar mijn buurman,de Staatssecretaris die over het belastingstelsel gaat. Hij kijkt verbaasd,haha. Het kabinet moet hier nog een standpunt over innemen. In hetalgemeen wil het kabinet natuurlijk dat meer werken gaat lonen. Dat is nuniet het geval, onder andere door een hoge marginale druk. Het omzettenvan de huidige arbeidskorting in arbeidskorting per gewerkt uur is eenvan de onorthodoxe maatregelen, zou je kunnen zeggen. Ik kijk ook evenmijn buurman aan omdat ik wil voorkomen dat ik op zijn beleidsterreinkom. U krijgt in ieder geval antwoord van een Eelco.Dan had de heer Oosterhuis ook nog de wat retorische vraag of ik deanalyse deel dat goed onderwijs steeds meer een economische randvoor-waarde is geworden en essentieel is voor onze welvaart. Ik zou nietzeggen «steeds meer». Het is natuurlijk altijd een belangrijke voorwaarde,net als infrastructuur een belangrijke voorwaarde is en veiligheid eenbelangrijke voorwaarde is. Zo kunnen we allemaal randvoorwaardennoemen. Onderwijs is daar zeker een van. Hoe je de onderwijskwaliteitverbetert, is natuurlijk een politiek debat. Dat ga ik graag met u aan, maardan begeven we ons alle twee buiten onze portefeuille, dus misschienmoeten we dat onder het genot van een drankje een keer doen. Ik ken hetstandpunt van de heer Oosterhuis op dit punt. Ik denk dat zijn standpunt isdat hij graag nog meer zou willen zien op dit thema. Ik zal dan altijdvragen hoe hij dat denkt te betalen.Dan wil ik doorgaan naar het derde onderwerp: de nationale ontsnap-pingsclausule, de NEC. Daar zijn ook een aantal vragen over gesteld, in deeerste plaats door de heer Van der Maas, die vroeg naar het Nederlandsestandpunt over het oprekken van de begrotingsregels, wat ook gevolgenkan hebben voor de Nederlandse rentelasten en inflatie, in zijn woorden.Hieraan voorafgaand heb ik een paar punten. Vanuit Italië is inderdaadeen verzoek gedaan of die regels verder opgerekt zouden kunnen worden.Dat heeft mijn Italiaanse collega ook in Berlijn gedaan, in de E6-kopgroep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220422 Dat kon niet op steun rekenen. Ook landen als Spanje en Frankrijk zeiden:dit moeten we niet doen; dit is echt de verkeerde discussie op dit moment.Het verzoek is dus vanuit Italië gedaan aan de Europese Commissie, maardat was best een gekke stijlfiguur, want Italië heeft geen verzoek gedaanom een beroep te doen op de ontsnappingsclausule. Zij zeggen: als wedat zouden willen doen, zouden graag zien dat daar meer ruimte in is. Dehuidige ontsnappingsclausule stelt dat er 1,5% afgeweken mag wordenbinnen een korte periode, maar de schuldhoudbaarheidsopgave blijftstaan, dus als je op de korte termijn door je 3% gaat, wordt de opgave omvervolgens terug te gaan naar het punt waar je naartoe moet alleen maargroter. Dus je moet je voorstellen: je kan een hogere trede op de skipistebeklimmen, maar de hellingshoek wordt daarmee alleen maar steiler endus wordt de opgave groter. In die zin helpt het landen niet. Dat zeg ik ookvaak over de Nederlandse situatie. Misschien biedt het je in het lopendejaar ruimte, maar daarna wordt de opgave groter.De Commissie heeft het volgende gezegd. Stel u doet een verzoek voordie nationale ontsnappingsclausule, een beroep op die uitzonderings-clausule, dan zullen zij dat zo lezen dat ze een ruimte van 0,3 procentpuntbieden binnen die 1,5% die je normaal aan defensie zou moeten besteden.Die 0,3% zou je dan nu kunnen besteden aan energiegerelateerdemaatregelen, maar dat mogen dan alleen maatregelen zijn die uaankondigt vanaf dit moment en die gericht zijn op de langetermijnverbe-tering van je energieonafhankelijkheid. Het is dus niet zo dat Italiëaccijnskortingen kan geven en daarmee over de 3% kan gaan zonder datdat consequenties heeft. De vraag is dus in hoeverre dit een land helpt.Dat is uiteindelijk aan een land zelf om te beoordelen.Samenvattend staat schuldhoudbaarheid dus centraal. Een uitzonderingkan alleen als je dat besteedt aan defensiegerelateerde uitgaven. DeCommissie zegt: wij kunnen oordelen dat er 0,3% aan energiegerelateerdemaatregelen wordt besteed van die 1,5%. De opgave daarna wordt alleenmaar groter. U moet zich dus ook afvragen of het u helpt en of u daarnade hervormingen door het parlement krijgt om dat weer in te lopen.Dat is wat er feitelijk voorligt. Er is dus geen verzoek gedaan. Ik heb welzelf in mijn inbrengen elke keer aangegeven dat ik dit onverstandig vind –dat is specifiek de vraag van de heer Hoogeveen – precies vanwege dereden die ik net omschreef. Als je nu niet kan hervormen, waarom zou jemorgen dan wel kunnen hervormen? Die schuldenlast stijgt. Je krijgt danprecies de situatie die de heer Van der Maas ook omschreef, namelijk datrisicopremies dan ook kunnen overslaan op andere landen. Dat zien we nuniet direct gebeuren, maar dat is natuurlijk altijd het risico als je eengezamenlijke munt hebt. Daardoor dienen andere landen zich ook gewoonte houden aan de begrotingsafspraken.De voorzitter:Ik zag net een vraag van mevrouw Inge van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik vroeg me af of het kopje lentepakket al klaar was. Ja? Oké, want ik hadnog een vraag over het mkb gesteld.Minister Heinen:Ja, mevrouw Van Dijk had specifiek aandacht gevraagd voor het mkb, ookin het licht van het belang voor de concurrentiekracht en het innovatiever-mogen van de Europese economie. Dat is zeer het geval. Wij vragen in alonze inbrengen altijd aandacht voor de SME’s, zoals wij het midden- enkleinbedrijf noemen. Overigens doe ik dat ook bij de Europese Investe-ringsbank. Bij hen geven we ook aan om vooral oog te hebben voor hetmidden- en kleinbedrijf als ze leningen geven, juist vanwege de reden diemevrouw Van Dijk aangaf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220423 Dan ga ik terug naar die uitzonderingsclausule. Om een specifiekantwoord te geven op de heer Hoogeveen: wij zijn daar geen voorstandervan. Ik communiceer dat ook. Ik heb vorige week, toen ik in de krant lasdat de Commissie hierover nadacht, contact opgenomen met deCommissie om nogmaals aan te geven dat Nederland hier geenvoorstander van is. Ik zal dat ook blijven doen. Nogmaals, het gaat omschuldhoudbaarheid. We zitten in die gemeenschappelijke munt. Datbetekent ook dat we ons allemaal moeten houden aan de regels. Ik zegdaar wel bij dat dat ook voor Nederland geldt. Ook in ons fiscal plandienen we ons dus te houden aan het uitgavenpad. Ik vertel de heerHoogeveen op dit punt overigens niks nieuws. Het betekent echt dat wevoor grote hervormingen staan.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag.Minister Heinen:Toch wel, ja.De heer Hoogeveen (JA21):Het is op zich een helder verhaal, hoor. Ik ben het er ook mee eens. Devraag ligt nog wel voor hoe wenselijk het überhaupt is dat we aan hetStabiliteits- en Groeipact gaan morrelen op basis van sectorale belangen.Wat ik in mijn bijdrage al zei: gister was het defensie, vandaag is hetenergie, volgend jaar gaan we het hebben over industriebeleid en er moetgeïnvesteerd worden in et cetera. Hoe speelt die discussie op Europeesniveau ten aanzien van het Stabiliteits- en Groeipact? Hoe voorkomen wedat landen iedere keer weer met hun eigen wensenlijstje komen vooruitzonderingen?Minister Heinen:Dit is precies het punt dat ik ook elke keer in de Europese Raad maak. Iknoem dat dan ook «de modieuze fondsen», want ook aan het Herstel- enVeerkrachtplan, waar we zo over komen te spreken, en het corona-herstelfonds zaten voorwaarden. Dat moest dan besteed worden aanuitgaven die de vergroening dichterbij brengen en aan digitalisering. Opzich had dat een begrijpelijke reden, want dat stond op dat moment opiedereens netvlies. Nu is dat defensie. De heer Hoogeveen zegt terecht: nuis het weer energieonafhankelijkheid. Zo is er elk jaar wel een anderactueel thema. Je moet voorkomen dat er elke keer een reden is om erregels op toe te laten passen ter uitzondering. Dat elastiekje wordt steedsslapper en op een gegeven moment is de spankracht niks meer waard.Daar zijn wij het dus over eens.Ik constateer wel dat er in Europa, ook door mijn collega’s, elke keer wordtgezocht naar uitzonderingen. Uiteindelijk gelden voor elk land deeconomische wetten. Ik blijf het herhalen, maar je kan een euro maar éénkeer uitgeven. Als je dat niet doet, dan moet je lenen. Die schuld stapeltzich op en dat zie je terug in risicopremies. Uiteindelijk is het gewoon nietgoed voor je economie. Je ziet gewoon dat dat voor een land alsNederland, met gezonde overheidsfinanciën en een triple A-status,betekent dat financieringslasten lager zijn. Daar profiteert het bedrijfs-leven ook weer van. Het zijn dus echt kortetermijnmaatregelen die landendan treffen, maar op de lange termijn helpt het je gewoon niet.Voorzitter, dan ga ik door. De heer Hoogeveen vroeg ook aan mij welkelanden ik hier op trek. Tot nu toe is dat nog niet nodig, want Italië staathier echt alleen in. Het vindt geen bijklank. Als een land iets inbrengt ineen Europese Raad, dan wordt dat vaak, zoals we dat internationaalnoemen, geëchood, bevestigd of gesteund in andere landen. Italië staathier echt alleen in. Wij blijven benadrukken dat we dit onverstandigvinden. Een land als Duitsland doet dat bijvoorbeeld ook continu, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220424 ook een land als Frankrijk. Ik hecht eraan om dat te benadrukken, omdathet vaak terugkomt alsof dat land op een andere koers zit, maar zij zienook echt dat dit ons niet gaat helpen.Dan was hierover nog één vraag, voorzitter. Ja, de laatste vraag. Die komtook van de heer Hoogeveen. Hij vroeg of Nederland zelf dan geen gebruikgaat maken van die uitzonderingsclausule. Ik denk dat mijn betoog vannet dat ik dat niet van plan ben genoeg overtuigingskracht had.Dan ga ik naar het laatste blokje. Er zijn verschillende vragen gesteld. Ikloop ze langs. De eerste vraag komt van de heer Van der Maas. Hij vroegnaar energiezekerheid, weerbaarheid en hoe ik ervoor ga zorgen datconnectiviteit en energie-infrastructuur in de EU verbeterd wordt. Als ikuitzoom, zie ik drie grote uitdagingen voor Europa. Dat zit op de veiligheiden defensie, op onze economie en op onze energie en energieonafhanke-lijkheid. Als we dat niet goed onder controle krijgen, dan raakt dat zowel jeveiligheid als je welvaart. Dat is dus cruciaal. Het is wel echt een compe-tentie van collega’s in het kabinet. In de Ecofin en de Eurogroepbenoemen we het wel, maar iedereen herkent ook dat dit zich wel op eenbeleidsterrein van collega’s bevindt. Ik kan daarover zeggen dat we op hetterrein van energie-efficiëntie, wat natuurlijk ook belangrijk is, later dit jaareen voorstel vanuit de Commissie verwachten voor een Europees kadervoor energie-efficiëntie voor de tijd na 2030. Daarmee wordt de inzet voorbesparing verankerd voor de langere termijn. Dat zijn overigens wel heleambitieuze doelen. Dat komt allemaal nog naar de Kamer.Ten aanzien van connectiviteit en infrastructuur werkt de EU op ditmoment aan een Europese energie-infrastructuur met voldoendeinterconnectie. In de Energieraad vinden op dit moment onderhande-lingen plaats tussen Ministers van Klimaat en Energie over het GridsPackage. Dit pakket bevat voorstellen om vergunningverlening teversnellen, de aanleg van grensoverschrijdende energie-infrastructuur tebevorderen en hier ook haast op te maken. Iedereen ziet dat dit moet.Nederland doet hier echt veel. We werken bijvoorbeeld aan interconnectiemet het Verenigd Koninkrijk, maar zo’n kabeltje tussen Frankrijk en Spanjelijkt dan vaak wat lastiger. Ik zeg dan ook altijd: jongens, ik ben het metjullie eens, maar laten we dan aan de bak gaan met z’n allen. Ditonderwerp is dus niet weg. Er wordt op dit moment echt over onder-handeld.Dan had de heer Van der Maas ook een vraag over hoe Nederlandkortingen gaat voorkomen. Dat was in het licht van het Herstel- enVeerkrachtplan. Ik ben daar optimistisch over. Je kan hervormingenaanpassen. De Commissie moet die dan goedkeuren. Dat hebben wijgedaan met dit kabinet, ook omdat we zagen dat er politiek draagvlakontbrak voor een aantal voorstellen. Wij hebben die voorstellen naar deKamer gestuurd. Er liggen nu nog twee wetten, geloof ik, in de EersteKamer: de Wet regie, de Wet flex en de Wet rechtsvermoeden. Het zijn erdus drie. Die moeten de komende weken aangenomen worden in deEerste Kamer, zodat wij de laatste middelen uit het coronaherstelfondskunnen ontvangen. Ik ben er wel optimistisch over dat dit gaat lukken. Hetwerk vanuit de Commissie en het kabinet is allemaal gedaan. Wij, de heerVijlbrief, de heer Aartsen en ikzelf, hebben ook veel met de Commissiegesproken om die middelen allemaal te krijgen. Het is een hele grotekorting als het niet lukt. Dat loopt echt tot 1,2 miljard. Dat kan ik nietmissen. Het ligt nu dus in de Eerste Kamer, waar het democratisch procesnog doorlopen moet worden.Dan had de heer Oosterhuis een vraag over overwinstbelasting en hoe hetmet de aangenomen motie staat. Naar aanleiding van de motie heb iktijdens de Ecofin-Raad van 4 en 5 mei opgeroepen tot een nadere analysevan het ontstaan van eventuele overwinsten bij olie- en gasbedrijven alsgevolg van de huidige hoge prijzen. Daarnaast heeft het kabinetopgeroepen op EU-niveau juridische mogelijkheden te verkennen voor hetinvoeren van een belasting op overwinsten, als er inderdaad sprake isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220425 overwinsten – dat laatste heb ik er altijd bij benoemd. Op zowel deEcofin-Raad van 4 en 5 mei als de informele Energieraad van 12 en 13 meiis dat naar voren gekomen.De motie riep volgens mij ook op om in de kopgroep daaraan te werken.Dat hebben we gedaan, maar daar kwam geen eensgezinde positie uit,ook al omdat andere lidstaten zeiden: zijn die overwinsten er wel; hoebereken je die nou; is het verstandig; kunnen we het juridisch allemaalrondmaken? Dat was dus veel minder eensgezind dan de Kamer bij hetindienen van de motie dacht dat het was. Maar we nemen het serieus enbrengen het dus overal in. De Europese Commissie heeft in deAccelerateEU-mededeling – volgens mij heet het zo – van 22 april ooksteun aangeboden aan lidstaten voor het vormgeven van maatregelentoegespitst op het belasten van overwinsten en olie- en gasbedrijven. Ikwijs er wel op dat oliebedrijven niet meer in Nederland gevestigd zijn,helaas. Het is lastig belasten als zij zich niet bevinden in de Nederlandseentiteit. Wat betreft de raffinaderijen hebben we plenair een uitgebreidediscussie gevoerd over de vraag wat we daar zien gebeuren. Ik zal dat deKamer doen toekomen in het kader van het Iranpakket.Ik kijk even of het {De voorzitter:Ik zag in elk geval een vraag van de heer Tony van Dijck en daarna eenvraag van de heer Oosterhuis. Nee, eerst de heer Oosterhuis en daarna deheer Van Dijck.De heer Oosterhuis (D66):Dank aan de Minister voor dit antwoord. Het is helder. Ik las inderdaad inhet verslag dat er geen voorstel vanuit de Commissie komt voor eengeharmoniseerde overwinstbelasting. Vindt er nog wel een analyse plaatsop EU-niveau of wordt dat ook aan de lidstaten gelaten?Minister Heinen:Naar ons beste weten doen ze dat niet, omdat ze daar geen aanleidingvoor zien.De heer Tony van Dijck (PVV):Ik ga twee blokjes terug. Ik weet niet of het binnen de competentie vandeze Minister past, maar ik vroeg mij af hoe die andere lidstaten omgaanmet kernenergie. Wij zouden in principe namelijk vier kerncentralesbouwen in Nederland. In Duitsland hebben ze ze allemaal gesloten met deEnergiewende, maar volgens mij zijn ze daarvan teruggekomen en willenze toch weer stappen zetten in die richting. Hoe zit dit bij andere lidstaten?Het enige wat ik weet, is dat Frankrijk er 53 heeft en nergens last vanheeft. Maar hoe zit dat bij andere lidstaten? Hebben die ambities in dierichting of zijn die ook allemaal windmolens aan het bouwen?Minister Heinen:De heer Van Dijck overvraagt mij op dit punt. Het komt wel aan de orde inonze Raden. Ik ben persoonlijk zeer overtuigd voorstander van het gebruikvan kernenergie, maar net zoals het in Nederland best een politiek dossieris, is het in elke lidstaat wel een politiek dossier. Ik moet zeggen dat deMinisters van Financiën allemaal de meerwaarde zien, in termen vannetwerkkosten, stabiliteit en energieaanbod. Tegelijkertijd erkennen ze dathet politiek altijd een onderwerp is dat verdeeld ligt in de parlementen.Het is dus lastig. Ik krijg de indruk dat de Duitsers ook wel spijt hebbenvan de keuze die ze hebben gemaakt. Ik sprak vandaag de vorige DuitseMinister van Financiën, die even op bezoek was. Hij gaf aan dat het echteen foute keuze is geweest, maar dat het langer openhouden van decentrales niet op steun kon rekenen van de linkerkant van het parlement.Hij is zelf van SPD-huize. Hij zei dat ze nu wel op de blaren zitten alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220426 gevolg van die keuzes. Iedereen ziet nu ook dat een land als Frankrijk daarbeter toe gewapend is; dat zagen we zowel bij de Russische invasie vanOekraïne en de stijgende energieprijs als nu in Iran. Dat scheelt in deenergierekening maar dat scheelt ook gewoon in de concurrentiekrachtvan het bedrijfsleven. Dat wordt geconfronteerd met een minder hogestijging van energieprijzen.Maar ik erken wel dat het een politieke discussie is. Ik zie dat er in hetNederlandse parlement een meerderheid is om hier vaart op te maken.Dat is positief. Maar ja, nogmaals: het is een moeilijk onderwerp in veellidstaten.Overigens, bij het vorige onderwerp, waar het ging over interconnectie,iets waar de heer Van der Maas ook naar vroeg, kan het natuurlijk helpenals een land als Frankrijk als het een overschot heeft in de energiepro-ductie, dat exporteert naar andere lidstaten. Op die manier kun je erindirect alsnog van profiteren. Maar ik zou zeggen: bouw ze zelf.De heer Van Dijck stelde ook vragen over Bulgarije en de opening van debuitensporigtekortprocedure. Het klopt; zij hebben de euro geïntrodu-ceerd. Overigens, elke lidstaat die toetreedt tot de EU, is verplicht totinvoering van de euro. Zo ook Bulgarije. Dat hebben ze ook gedaan. Zevoldoen nu niet aan de regels, dus conform de regels komen ze in eenbuitensporigtekortprocedure en zullen ze aanvullende maatregelenmoeten nemen om dat tekort onder controle te krijgen.De heer Tony van Dijck (PVV):Heel kort, voorzitter. Ik vraag me namelijk iets af. Volgens mij is het niet deeerste keer; volgens mij was het bij Kroatië ook zo. Ze voldoen dan netaan de regels, vervolgens krijgen ze de euro en vallen ze er de maand ofhet jaar daarna alweer van af. Zou je er niet voor moeten pleiten dat jezegt: als je aan die regels voldoet, dan bekijken we na twee jaar of je nogsteeds aan die regels voldoet en pas dan krijg je de euro? Is dat niet eenidee voor deze Minister om voor te stellen in de Eurogroep?Minister Heinen:Maar dat is de huidige praktijk. Je moet dus bijvoorbeeld onderdeel zijnvan het wisselkoersregime, je moet de inflatiedoelstelling gehaald hebbenen dat moet een aantal jaar stabiel zijn; dan mag je toetreden. De redendat de overheidsfinanciën ontsporen... «Ontsporen» is misschien eengroot woord, maar ze voldoen niet aan de regels als gevolg van bijvoor-beeld hogere lonen in de publieke sector, verhoogde pensioenen enverhoogde sociale uitgaven. Dat zijn precies de onderwerpen waar ditparlement mij toe oproept en waarvan ik elke keer zeg: pas op, want dankom je in een bakje waar je niet in wil zitten, namelijk dat van een te hoogtekort en een buitensporigtekortprocedure. Dan zal je nog harder moeteningrijpen. In die zin zijn de politieke wetten in elk land dus hetzelfde; alleende manier waarop we ermee omgaan verschilt. Dit bastion blijft nog evenstaan op dit punt. De heer Tony van Dijck kijkt mij dreigend aan en zegt«dat zullen we nog weleens zien», maar ik zou dit niet als voorland willenhebben.De heer Tony van Dijck (PVV):Maar het is wel opvallend dat het al na vijf maanden is. Je voldoet aaniets en vervolgens moet je na vijf maanden al onder toezicht gesteldworden.De voorzitter:Ik wijs er nog heel even op, meneer Van Dijck, dat er ook nog watbeantwoording komt over de tabaksaccijnzen en dat u daar misschien ooknog wat vragen over wil stellen. Ik heb geen glazen bol, maar ik kan mijdat zo voorstellen. Houdt u daar dus nog enige ruimte voor. U wiltmisschien ook de Staatssecretaris nog bevragen. Maar goed, wellichtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220427 spendeert u al uw vragen aan de Minister van Financiën en zie ik deStaatssecretaris steeds meer ontspannen kijken.Minister Heinen:Maar, voorzitter, laat ik wel zeggen: ik ben het wel eens met de heer VanDijck. Als je net een munt introduceert en aan strikte voorwaarden moetvoldoen, dan bevreemdt het natuurlijk als je al vrij snel weer in hetverkeerde bakje zit. Ik begrijp dus heel goed dat de heer Van Dijck daarkritische vragen over stelt.De heer Van Dijck had ook kritische vragen over de ECB en renteverho-gingen. Hij vroeg of die het niet verergeren. Ik kondigde in het begin alaan dat de ECB onafhankelijk is. Daag mij niet uit om over monetair beleidte praten, want dat gaat u nog betreuren. Daar kan ik namelijk uitvoerigover spreken. Ik deel wel de kritische noten, die onder anderen de heerVan Dijck en de heer Hoogeveen daarover uiten, dat er in het verleden teexpansief beleid is gevoerd, waar we ook wel gevolgen van hebben. Datzijn reële gevolgen. Het begint bij een onderwerp dat je niet direct ziet,bijvoorbeeld de assetprijzen, maar uiteindelijk zie je gewoon hogehuizenprijzen, inflatie, uitholling van koopkracht. Dat is gewoon niet goed.Het wordt ook wel erkend door de ECB, hoor, dat ze daar eerder haddenkunnen acteren. Ze hebben daarna overigens echt wel een been bijge-trokken. De hele QE is dus ook op een enorm tempo weer afgebouwd. Ikgeloof dat er ook een renteverhoging aan zit te komen, maar het is nietmijn rol om daar nu over te speculeren.De heer Hoogeveen (JA21):Monetaire discussies zijn inderdaad de leukste, maar de Minister heeftgelijk: de ECB is onafhankelijk, dus we moeten ons niet te veel op dat vlakbevinden. Ik had nog wel een vraag over iets dat politieke en begrotings-technische gevolgen heeft. In de vorige crises, de covidcrisis en deRuslandcrisis, kwam vanuit de ECB toch het verhaal: «Het is transitory; hetis tijdelijk. We groeien er uiteindelijk uit.» Met de renteverhogingen warenze dus uiteindelijk te laat. Ze hebben nu een nieuw instrument, hetTransmission Protection Instrument, TPI, ook wel «To Protect Italy», hoorik de heer Van Dijck zeggen. Mijn vraag is wel: is dat iets wat uiteindelijkinvloed heeft op het begrotingsbeleid? Als de rentes stijgen en als gevolgdaarvan de kredietrentes ook stijgen, dan kunnen landen eventueel in deproblemen komen en kan de ECB ingrijpen.Minister Heinen:Het TPI-instrument was geen ongeclausuleerd instrument; daar zaten welstrikte voorwaarden aan, waaronder de voorwaarde dat lidstaten dan ookwel zelf aan de bak moeten. De Europese Centrale Bank, en Lagardevoorop, wijst er elke keer op. Natuurlijk heeft het monetaire beleidsin-strument op te prijzen – daar zal elke monetair econoom het over eens zijn– maar vergeet niet het begrotingsbeleid. Als je naar de hele eurozonekijkt, zie je een wild expansief nationaal begrotingsbeleid. Dat draagt nietbij aan het bestrijden van inflatie. Ook de Nederlandse situatie, met eentekort van 3%, is gewoon te expansief. Ik wijs er elke keer op: dat is eentekort gestoeld op de situatie van hoogconjunctuur. Dat is gewoon nietgoed. In de hoogconjunctuur hoor je juist begrotingsoverschotten tehebben, zodat die kunnen omslaan naar tekorten in een recessie. Dat vangje dan op via die tekorten. Dat is je automatische stabilisatie. Die ruimteontneem je jezelf als je al aan de voorkant op te hoge tekorten stuurt.Daarom ben ik zeer gemotiveerd om die tekorten te reduceren. Dan zullenwe dus in de uitgaven moeten ingrijpen. Dat zeg ik even in algemene zinover dit fenomeen. Het monetair beleid heeft natuurlijk invloed op prijzen,maar laten we het nationale begrotingsbeleid daarin niet uitsluiten. Dat zalveel meer in een tandem moeten gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220428 Dan ben ik bij het einde gekomen. De heer Bushoff had ook nog eenvraag. Vanaf morgen is het PRO, maar nu moet ik het nogGroenLinks-PvdA noemen. Hij vroeg of ik me zorgen maak over privaatkrediet en welke maatregelen er genomen kunnen worden. Ik denk dat hetgoed is dat ik in het verslag dat ik zal sturen over de Eurogroep en Ecofin,onder elkaar zet welke initiatieven genomen worden – er zijn in Europaeen aantal initiatieven – en welke risico’s we zien. Over privaat kredietmaak ik me minder zorgen dan over het feit dat er steeds meer metgeleend geld wordt geïnvesteerd in omgevingen waarvan je een casuskan maken dat er toch wel overwaardering is. Als ik dat zie, dan vind ik datzorgelijker. Op private kredieten hebben we minder zicht, dus dat moet jewel goed in de gaten houden. Dat ziet ook iedereen. Laat me in hetverslag goed onder elkaar zetten wat we hier allemaal van weten en zien,en wat er gebeurt. Dan kunnen we dat betrekken bij het volgende debat.Voorzitter, daarmee ben ik aan het einde gekomen.De voorzitter:Ik kijk nog even naar de commissie om te zien of er nog vragen zijn blijvenliggen. Anders gaan we door naar de Staatssecretaris voor de beant-woording van de resterende vragen.Staatssecretaris Eerenberg:Voorzitter, dank. Ik verheug mij uiteraard op de interrupties op het thematabak. Ik wil beginnen met de vraag van de heer Van der Maas, want diewas heel mooi in zijn algemeenheid: wat vindt het kabinet nou van hetvoorstel dat nu voorligt? Dat is een lastige vraag om te beantwoorden,want er ligt inmiddels geen voorstel meer voor. U heeft in onze brief aanuw Kamer gezien dat die even van de agenda gehaald is. We spreken ervrijdag ook niet over. Dat heeft ermee te maken dat er nog voloponderhandeld wordt om tot het goede compromis te komen. Ik kan er ookniet te veel over zeggen, omdat ik daarmee onze onderhandelingspositieschaad.De inzet van Nederland is glashelder: een ambitieuze Europese richtlijn optabaksaccijns. Die ziet niet alleen op minimumtarieven en de hoogtedaarvan, maar bijvoorbeeld ook op grenseffecten als het gaat over hetaantal sigaretten dat je over de grens heen mag vervoeren. Ook daaroverzitten wat ons betreft ambitieuze afspraken in het te bereiken compromis.Ook op een aantal andere aspecten, zoals de reikwijdte, vinden we hetheel belangrijk dat het aantal producten dat onder deze richtlijn komt tevallen vergroot wordt, maar ook dat die flexibeler is.Dit is meteen een antwoord op de vraag van de heer Oosterhuis. Nu lopenwe eigenlijk een beetje achter de industrie aan. Als die een nieuw productverzint, moeten wij met nieuwe wetgeving komen, en dan zijn we te traag.Een van de elementen die in het voorstel van de Commissie op tafel ligt,is dat je een soort restcategorie krijgt, waardoor je automatisch productenwaar tabak onderdeel van is, onder die nieuwe accijnsrichtlijn laat vallen.Kortom, wat ons betreft gaan we voor een ambitieus pakket. We kunnenons ook voorstellen dat je op verschillende elementen uiteindelijkverschillende compromissen bereikt, maar we zullen zien wat dat dekomende weken of maanden gaat opleveren. Wij zetten ook in opspoedige besluitvorming, omdat dat uiteindelijk het allerbeste is om tedoen, omdat we hier die grote gezondheidsopgave hebben, waar de heerVan der Maas ook al aan refereerde.Voorzitter. Dan even heel specifiek over de grenseffecten. We zien dat debuurlanden al kritisch naar hun accijnzen kijken. In Duitsland ligt er eenplan – dat is er nog niet helemaal door, ook vanwege de politiekediscussies – om de accijnzen met 20% te verhogen. Dat doen ze uitein-delijk overigens ook om voor middelen te zorgen voor het pakket dat deDuitse collega’s gepresenteerd hebben om de Iraneffecten op te vangen.Daarmee heb ik ook de vraag van de heer Oosterhuis over toekomstbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220429 stendigheid beantwoord. Dat zit wat het kabinet betreft echt in dierestcategorie.Dan was er een vraag, ook van de heer Oosterhuis, over de grenseffectenen de minimumtarieven. Daar heb ik al iets over gezegd, maar wat ookbuitengewoon belangrijk is, zijn beperkingen op het aantal sigaretten ofandere tabakbevattende producten. Het is belangrijk dat dat naar benedengaat, zodat het minder aantrekkelijk wordt om met grote hoeveelhedenover de grens te lopen. Ook onze Douane kijkt mee op de uitvoerbaarheidvan dat type regelgeving.Ik denk dat ik daarmee ook de vraag van de heer Van Dijck beantwoordheb. Ik kan me voorstellen dat hij allicht tot een andere conclusie komt.Dan de inbreng die in toenemende mate door artificial intelligence gedaanwordt door de tabakslobby, wel of niet namens Europese inwoners. Datziet niet op deze richtlijn. De Commissie is nog met een andere richtlijnbezig. Dat is de richtlijn die over tabaksproducten gaat, dus over wat jedaar wel en niet in mag stoppen. Wij vinden dit een kwalijke zaak. Hetdoet namelijk ook iets met de waarde van een inbreng van een inwonervan de Europese Unie als je als overheid niet meer zeker weet of dat eeninwoner is die een oprechte zorg op tafel legt of dat je via die inwonernaar een AI-scriptje kijkt. Wij maken ons hier zorgen om. De Minister vanVWS gaat deze zorgen overbrengen aan de Europese Commissie, metdeze waardering, namelijk dat dit een slechte zaak is voor het draagvlaken voor de toekomst van hoe we met elkaar samenwerken en de waardevan burgerinbreng.Dat was het blokje tabak. Kortheidshalve: wij gaan voor een ambitieuspakket en we onderhandelen door op het compromis.Dan ga ik naar CBAM, de koolstofarme definities.De voorzitter:Voordat u daarnaartoe gaat: u had wellicht verwacht dat er toch nog eenvraag zou komen. Jajaja!De heer Tony van Dijck (PVV):Ja, want nogmaals, het is een hoop blabla. Als het gaat om een«ambitieus pakket»: we hebben het over een pakket met minimumta-rieven. We hebben het dus niet over harmonisatie. Ik heb artikel 113 vanhet VWEU er nog eens bij genomen. Daar staat heel duidelijk: «indirectebelastingen, voor zover deze harmonisatie noodzakelijk is om de instellingen de werking van de interne markt te bewerkstelligen en concurrentiever-storingen te voorkomen». Nou, als je minimumtarieven hanteert vooraccijnzen, dan heb je niet de werking van de interne markt bewerkstelligden dan heb je concurrentieverstoringen niet voorkomen. Er zit namelijknog steeds ruimte, die iedereen neemt, om boven op dat minimumtariefte gaan zitten. Als deze Staatssecretaris zegt «nee, wij hanteren vanaf nuhet minimumtarief in het kader van de harmonisatie en de interne markten om eventueel misbruik en accijnstoerisme te voorkomen», dan heefthij een punt, maar dat doet hij niet. Hij pakt dat minimumtarief. Daar doethij verder niks mee. Vervolgens zet hij er nog eens een flink percentagebovenop als Nederland, want die miljarden moeten toch binnenkomen inde schatkist. Vervolgens doet hij verder niks. Hij heeft die minimumta-rieven. Die hebben totaal geen functie, ook niet in het kader van 113VWEU, want die zijn gewoon illegaal als je dit leest. Maar het enige waarhet om te doen is, is die 11,2 miljard in de Europese begroting. Datbetekent dus dat alle rokers in Europa 11,2 miljard aan extra accijnzenmoeten gaan betalen voor sigaretten, en dan heeft de Europese Unie weer11,2 miljard extra te besteden voor al die leuke linkse hobby’s. Daar komthet op neer. Om het even aan te geven: als de Minister mij nu zegt «wijhanteren vanaf nu, als die richtlijn er komt, de minimumtarieven», danheeft hij mij aan zijn zijde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220430 De voorzitter:Qua omvang van de vraag zijn dit er ongeveer twee of drie, maar ik kijknaar de Staatssecretaris voor de beantwoording.Staatssecretaris Eerenberg:Een samengestelde interruptie. Er zitten een paar dingen in uw interruptie.U heeft van mij gehoord dat het ambitieuze doel wat mij betreft niet alleenop de minimumtarieven zit, maar ook op de reikwijdte en op het mecha-nisme dat, als gevolg van de restcategorie, ook toekomstige productenautomatisch hieronder vallen. Extra regelgeving over: wat mag je wel ofniet over de grens meenemen? Dat zijn ook allemaal zaken die bijdragen.De minimumtarieven, afhankelijk van hoe je ze stelt, gaan dan natuurlijkwel degelijk een effect hebben. Maar dat is onderwerp van gesprek, vaneen compromis. Er ligt nu, op dit moment, aanstaande vrijdag geenvoorstel.Een ander punt zijn de eigen middelen van de Europese Unie. Het is eenlosstaande discussie of je vindt dat je die 11,2 miljard moet toevoegen alseigen middelen. Het standpunt van ons kabinet is dat dat te overwegen isen dat daar goede redenen voor zijn, maar dat staat helemaal los van dezewetgeving, dus je kan er ook losse besluiten over nemen. U zegt «het istoch wat dat de rokers zo veel moeten bijdragen aan» en dan geeft u daareen kwalificatie aan. Dan zou ik zeggen: als je je daar als roker zorgen overmaakt, dan is de allermakkelijkste manier gewoon stoppen met roken.De voorzitter:Dat leidt tot een vervolgvraag. Ik wijs er toch nog heel even op – volgensmij was het de Minister van Financiën die ons daar ook al fijntjes op wees– dat het gebruikelijk is dat we via de voorzitter spreken. Voor de hygiënevan het debat benoem ik dat dus nog even in de richting van de heer VanDijck, maar ik hoorde nu ook de Staatssecretaris de heer Van Dijck met«u» aanspreken. Probeer het dus via de voorzitter te doen. Een interruptiemag dit keer echt wel wat korter.De heer Tony van Dijck (PVV):Nogmaals, we hadden vorige week Verantwoordingsdag. Toen heb ik ookgeconcludeerd dat de accijnsinkomsten 2025 met 800 miljoen tegenvielen.Met andere woorden, het is echt niet zo dat opeens een derde van derokers is gestopt. Ze zijn in Duitsland, België, Luxemburg en nog verderhun sigaretten gaan kopen. We zitten dus andermans schatkist te spekken.Deze Staatssecretaris loopt miljarden mis. Nu gaat hij toestaan { Want ikval het meeste over dat eigenmiddelenbesluit. U draait er nu van weg,maar ik hoop dat deze Staatssecretaris tegen mij zegt: dat eigenmiddelen-besluit gaan wij niet meemaken, want de Commissie heeft inmiddelsgenoeg eigen middelen. Als we de Commissie haar gang laten gaan metde eigen middelen, dan kan ik de Staatssecretaris voorspellen dat devolgende accijns die aan de beurt is, alcohol is en dan de benzine. Strakswillen ze nog 10% van onze inkomstenbelasting of van onze geharmoni-seerde vennootschapsbelasting, waar ze ook al mee bezig zijn. Met anderewoorden, de Commissie is alleen maar bezig met: hoe kunnen wij viaeigen middelen onze schatkist, onze begroting, spekken, zodat we nietmeer met de hoed in de hand langs alle lidstaten moeten voor eenbijdrage? Dat is hun hele doel. De Staatssecretaris moet dus niet naïef zijnen moet gewoon tijdens de Ecofin zeggen: dat beetje harmoniseren en datje niet meer over de grens kan met meer dan één slof, is prima. Ik geloofdat allemaal wel. En hij moet zeggen: maar dat eigenmiddelenvoorstelgaat Nederland niet meemaken. We hebben een veto!Staatssecretaris Eerenberg:Dat waren wederom veel verschillende elementen. Laat ik mij beperkentot wat hier de opdracht is, namelijk zorgen dat er meer mensen uitein-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220431 delijk stoppen met roken. Dat is gewoon goed voor de volksgezondheid,dat is goed voor de individuele mens en dat is zelfs uiteindelijk goed voorde productiviteit in Nederland. Daarom ligt dit voorstel nu niet voor, wantwe werken nog aan een compromis. Dat voorstel gaat niet over de eigenmiddelen. Dat is een losse discussie waarbij de verschillende eigenmiddelen bekeken worden. Daarbij is het ook maar de vraag op welkeigen middel er een meerderheid is. In beginsel vindt het kabinet dat extraeigen middelen helpen omdat daarmee de afdracht van de lidstaten naarbeneden zou kunnen, maar die discussie moeten we niet vermengen metde tabaksaccijns en het Europese pakket dat er ligt. Die gaat er echt overhoe we ervoor zorgen dat er met het instrument van de accijnzenuiteindelijk meer mensen stoppen met roken.Dan ga ik naar CBAM, voorzitter.De voorzitter:Eerst heeft u nog een vraag van de heer Hoogeveen. Of nee, sorry, ik zitverkeerd te kijken. De heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Dank aan de Staatssecretaris voor zijn ambitieuze inzet. Ik kom nog eventerug op de AI-lobby. Ook al zit dat op een andere richtlijn, het hangtnatuurlijk wel allemaal met elkaar samen, hoe we tabaksgebruiktegengaan. Dat willen tabaksfabrikanten gewoon niet. Terecht noemt deStaatssecretaris het kwalijk. De Minister van VWS gaat ook de zorgenoverbrengen. Welke consequenties zouden daar volgens het kabinet aanverbonden moeten worden?Staatssecretaris Eerenberg:Dan treed ik in het gesprek dat de Minister van VWS daarover gaathebben met de Europese Commissie. Dat lijkt mij nu ontijdig. Ik heb ugezegd wat het kabinet hiervan vindt. De Minister van VWS vindt dit ook,nogmaals, een kwalijke zaak, omdat dit ook uiteindelijk deflatie is van watde bijdrages van inwoners zijn op wetgevingstrajecten. Mensen mogenimmers zorgen op tafel leggen, maar dat moeten reële zorgen van reëlemensen zijn. Ik kan me voorstellen dat de Minister van VWS op een voorhaar geëigend moment uw Kamer weer informeert over het verloop vandie gesprekken.Dan CBAM – driemaal is scheepsrecht, voorzitter. De heer Oosterhuisdeed een aanmoediging en vroeg: blijft het kabinet daar echt serieus werkvan maken, omdat het zo belangrijk is voor de concurrentiepositie vanNederland en Europa? Het korte antwoord daarop is ja. Dit betekent datwe daar grote ambitie op hebben. Dus: zo min mogelijk uitzonderingen,een zo beperkt mogelijk aantal lijsten van uitzonderingen. U heeft in hetfiche gezien dat wat ons betreft het artikel in het CBAM-compromiswaarmee landen relatief eenvoudig uitzonderingen toe kunnen voegen,echt beperkt mag zijn.Dan de doorrekening van CBAM, waar de heer Hoogeveen naar vroeg. DeCommissie heeft zelf een impactassessment gedaan. Dat is ook openbaar,dus dat kunt u bekijken. Daarin is veel informatie voorhanden die de vraagvan de heer Hoogeveen kan beantwoorden. Wat het kabinet betreft is hetnatuurlijk zo dat je de regeldruk echt terug moet brengen, ook rondomCBAM. Dan helpt het natuurlijk niet als we nog voordat het mechanismein werking is getreden, uitzondering op uitzondering op uitzonderingstapelen. Dat wordt ook onze inbreng aanstaande vrijdag in de discussiedie we daarover voeren met de Europese collega’s. Vanuit daar moetenwe er wel voor zorgen dat alles rondom koolstofreductie op zo’n manierplaatsvindt dat wij onze concurrentiepositie bewaken. Dit wordt hetvinden van het optimum tussen verminderde regeldruk, concurrentiepo-sitie bewaken en er echt voor zorgen dat we gewoon beginnen met CBAMin plaats van de uitzonderingen stapelen voordat we begonnen zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220432 Voorzitter. Ik heb een paar vragen gekregen over een voorstel dat ook nogniet bestaat. Dit is naar aanleiding van een krantenartikel over de fiscaleomnibus die de Europese Commissie op 24 juni, of juno, voor klassiekenonder ons, zal presenteren. Het is voor mij buitengewoon moeilijk om tereageren op een voorstel dat er nog niet is, dus ik ga dat ook niet doen.We weten nog niet precies waar de Europese Commissie mee komt. Zodrahet er is, kunt u natuurlijk van het kabinet een beleidsreactie verwachten,zoals u dat gewend bent.Voorzitter. Tot besluit de landenspecifieke aanbeveling van de arbeids-korting. U heeft hier live gezien hoe dat gaat. Dat is eerst eigenlijk eensoort pakketje van aanbevelingen voor het land dat bij de Minister komtvanuit het pakket. U krijgt dan een appreciatie van het hele pakket. Daarnamag ik ermee aan de slag gaan vanuit de fiscaliteit. U heeft hier gedemon-streerd gezien hoe dat werkt. Het is een hele mooie aanmoediging, zeg ikrichting mevrouw Van Dijk. Wij hebben hierin een grote ambitie. Die isook nodig, want we weten dat de economische groei die we in Nederlandnodig hebben uiteindelijk langs de as van productiviteit en innovatieplaats zal moeten vinden. Meer werken moet daarbij meer lonen. Wehebben daar al heel veel instrumenten voor die we op dit moment in defiscaliteit inzetten. We hebben in het verleden ook al veel zaken onder-zocht. Eigenlijk moeten we gewoon creatiever worden en meer durvenmet elkaar. Ik beschouw dit persoonlijk dus eigenlijk ook als een aanmoe-diging om echt een extra stap te zetten, om dingen te onderzoeken dieeerder nog niet bedacht zijn en om de onorthodoxe maatregelen op tezoeken. Ik weet dat mevrouw Van Dijk daar zelf ook ideeën en opvattingenover heeft. We gaan een poging doen om die creativiteit en dieonorthodoxe maatregelen te presenteren in de hervormingsagenda diewe aan het einde van het jaar aan u gaan presenteren. Als u denkt dat wedaar niet creatief genoeg in zijn geweest, dan zullen er vanuit uw kant ookaanvullende maatregelen worden voorgesteld, weet ik vrijwel zeker.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog vragen zijn. Ik zie dat de heer VanDijck nog een vraag heeft.De heer Tony van Dijck (PVV):Mijn vraag gaat over CBAM. CBAM is ook een eigen middel. Dat is ookweer bedoeld om die EU-begroting te spekken. Ik lees dat 75% van degelden van het CBAM naar de EU-begroting gaan. Mijn vraag is: is dat albeklonken? Wat betekent dat voor Nederland? Ik heb geen idee hoeveelNederland in Rotterdam ophaalt met CBAM, maar kennelijk moeten we75% afstorten in Brussel.Staatssecretaris Eerenberg:Ik kan bij deze vraag eigenlijk hetzelfde antwoord geven als bij detabaksaccijns. De discussie over eigen middelen is een losstaandediscussie. We hebben nog geen akkoord bereikt over CBAM, want dat iswat er aanstaande vrijdag besproken gaat worden. Het doel van CBAM iszeker niet het doel dat de heer Van Dijck noemt. Het doel van CBAM isvooral dat we ervoor zorgen dat we de emissies naar beneden krijgen, datwe dat doen in de hele keten en dat we dat op zo’n manier doen dat onzeeigen industrie daar geen nadelen van ondervindt. Als onze eigenindustrie niet meer de producten kan maken die we hier op het Europesecontinent keihard nodig hebben en die producten allemaal geïmporteerdmoeten worden, of dat dan om halffabricaten of grondstoffen gaat, danverliezen we de wedstrijd aan twee kanten. We hebben de duurzaam-heidsdoelstellingen dan niet bereikt, al kan ik me voorstellen dat de heerVan Dijck daar allicht wat minder energie aan geeft. Dat snap ik ook vanuitzijn politieke ideologie. Maar het zou eeuwig zonde zijn als we dan ook alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220433 die werkgelegenheid verliezen, omdat we de concurrentiepositiekwijtraken in een sector die we uiteindelijk gewoon heel hard nodighebben. CBAM is ervoor om dat bij elkaar te brengen.De voorzitter:Tot slot nog één vraag, meneer Van Dijck.De heer Tony van Dijck (PVV):Ja, want ik word een beetje uitgedaagd. Natuurlijk, dat is het grotere doel,maar ondertussen hark je wel miljarden binnen. Dat is leuk meegenomen.Het grote doel is dat er straks niemand meer rookt, maar we moeten die 4miljard op de begroting wel op de een of andere manier binnenhalen. Ukunt dus wel mensen voor de gek houden door te zeggen dat het debedoeling is dat heel China CO2-vrij gaat produceren – dat zou natuurlijkheel leuk zijn – maar ondertussen moeten we miljarden afstorten in deEuropese begroting. Wij mogen, ocharme, 25% houden, terwijl er 75%naar de Europese Unie gaat. Dan is het toch niet zo raar dat ik alsKamerlid vraag wat dit voor de Nederlandse situatie en voor de burgersbetekent? Als alle prijzen in dit land omhooggaan vanwege CBAM ofvanwege die tabaksaccijnzen, dan hebben de burgers daar last van. Alsiedereen, de hele wereld, CO2-vrij produceert en er niemand meer rookt,dan hebben de burgers er geen last van. Het is naïef om daarvan uit tegaan.Staatssecretaris Eerenberg:Nou, laat ik dan iets verbindends zeggen. De heer Van Dijck en ik delen heteinddoel: een wereld waarin we uiteindelijk onafhankelijker zijn vanenergie, een wereld waarin we gewoon de producten produceren die wenodig hebben – daar moeten we ook niet naïef in zijn – en we dat op zo’nmanier doen dat we de emissie fors naar beneden brengen en concur-rerend zijn. De heer Van Dijck koppelt daar ook nog aan dat we eenrookvrije generatie krijgen. Dat is een wereld waar ik wel zin in heb. Dat isinderdaad een grote opgave. Dat is waar het kabinet op stuurt. Datmoeten we ook doen, gegeven de situatie waar we in zitten, want andersverliezen we het echt van andere continenten en mogendheden. Dit staathelemaal los van de discussie over eigen middelen in Europees verband.Dat is een discussie die langs het meerjarig kader loopt. Daarin wordenverschillende eigen middelen overwogen. Maar dat staat ons niet in deweg om hierin het goede te doen voor de concurrentiepositie van onzeeigen industrie.De voorzitter:Oké, afrondend. Dan ga ik door naar de tweede termijn. U heeft eventueelook nog de mogelijkheid om in een tweeminutendebat een motie in tedienen. Afrondend. U heeft nog één vraag.De heer Tony van Dijck (PVV):Daarom, dan weet ik of ik een tweeminutendebat moet aanvragen. DeStaatssecretaris zegt nu een paar keer dat deze discussie hier niet overgaat. Aanstaande vrijdag gaat het dus niet over eigen middelen, overCBAM en die 75% of over die rookaccijnzen van 15%. Daar gingen mijnmoties over. Die gingen over die eigen middelen. Ik wil niet meer eigenmiddelen vanuit Brussel. Als de Staatssecretaris zegt «daar ben ik hethelemaal mee eens en ik ga vrijdag zeggen dat er wat Nederland betreftgeen nieuwe eigen middelen meer bespreekbaar zijn», dan hoef ik geenmotie in te dienen.De voorzitter:Dit was een mededeling. Wellicht wil de Staatssecretaris daar nog opreageren en anders gaan we zien hoe het verloopt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220434 Staatssecretaris Eerenberg:Alles wat het kabinet zegt over eigen middelen zal niet uit de mond van deStaatssecretaris komen, maar uit de mond van de Minister, want dit gaatover de meerjarige Europese begroting en de Europese spelregels. Daarligt het op tafel. U vraagt mij wat wij te doen hebben. Dat heb ik netgezegd, namelijk zorgen voor een concurrerende industrie die duurzaamen toekomstbestendig is.De voorzitter:Helemaal goed. Volgens mij gaan we dat zo meteen horen in de tweedetermijn. Ik schat in dat de Minister dit daarin kan meenemen. Dat is dezeMinister zeker toevertrouwd. Ik zie geen andere vragen die zijn blijvenliggen.Wellicht heb ik het zelf gemist. Anders kom ik daar zelf in de tweedetermijn nog op terug. Ik denk dat er nog een enkele vraag is blijven liggenover het idee van de Europese Commissie rondom de winstbelasting,maar die zal ik dan zelf in de tweede termijn nog stellen. Ik ga nu eerstkijken naar de zijde van de Kamer om te zien of er behoefte is aan eentweede termijn. De heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Voorzitter. Ik heb niet direct behoefte aan een bijdrage in de tweedetermijn, maar ik heb een vooraankondiging gedaan van een tweeminuten-debat. Ik moet zeggen dat mijn vragen goed beantwoord zijn. We zijn hetniet met alles eens. Zeker wat betreft de laatste punten wil ik graag deheer Van Dijck complimenteren, want ik sta aan zijn zijde. Maar ik heb nietdirect een motie of iets dergelijks. Wat mij betreft hoeft dat tweeminuten-debat dus niet plaats te vinden en kunnen we dat laten.De voorzitter:De heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Ik heb nog een korte vraag aan de Minister. Hij noemde in zijn eerstetermijn een paar keer dat we echt een uitgavenprobleem hebben. Ik vroegme af of dat zijn politieke oordeel is of dat dat zijn oordeel is in lijn methoe het uitgavenpad in de Europese regels is gedefinieerd. De Raad vanState zei: het gaat dan om de netto primaire uitgaven. Maar er wordt ookrekening gehouden met de inkomstenmaatregelen, waardoor eenverhoging van de belastingen mag leiden tot hogere uitgaven. Als deMinister daar nog wat over kan zeggen in de tweede termijn, dan stel ikdat op prijs.De voorzitter:De heer Tony van Dijck.De heer Tony van Dijck (PVV):Dank u wel. Ik heb nog één vraag uit de eerste termijn die onbeantwoordis gebleven. Wij maken ons heel veel zorgen over Oekraïne en debodemloze put die dat dreigt te worden. Mijn vraag aan deze Minister, diehij overigens niet gelijk hoeft te beantwoorden, is om een keer eenoverzicht te presenteren van wat Nederland bilateraal allemaal heeftgedaan en wat Europa en andere lidstaten doen. Ik hoor allemaalgeluiden, bijvoorbeeld dat Spanje 2 miljard geeft en Nederland 25 miljard.Dat staat allemaal niet in verhouding. De vraag is een beetje: kan deMinister daar misschien meer coördinatie op laten plaatsvinden in deEcofin? Kan hij ons met een overzicht verblijden?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220435 Helder. Ik heb zelf nog één laatste vraag. Voor de zuiverheid kan mevrouwInge van Dijk het voorzitterschap wellicht even overnemen.Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:Ik geef het woord aan de heer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik had nog één vraag. Wellicht heb ik het gemist, maar dat gingover het voorstel van de Europese Commissie voor een winstbelasting envoor een verruiming van de aftrekmogelijkheden. Ik zie daar op zich demeerwaarde van, op het moment dat het innovatie aanjaagt en het helptbij de benodigde investeringen die we allemaal willen. Tegelijkertijd zou erin theorie een risico kunnen optreden, dat neerslaat bij bedrijven die dieinvesteringen toch al doen. We zouden dan enkele inkomsten kunnenmislopen. Je moet altijd zoeken naar de balans. Ik ben benieuwd hoe deMinister dat ziet en hoe we kunnen voorkomen dat het ondoelmatigwordt. We willen dat het op zo’n manier wordt ingezet dat het innovatieaanjaagt en niet dat er een gat wordt gecreëerd waardoor geld weglekt.Voorzitter: BushoffDe voorzitter:We zijn hiermee aan het einde gekomen van de tweede termijn van deKamer. Hoewel er een vooraankondiging was, is er geen verzoek gedaanvoor een tweeminutendebat. Dat tweeminutendebat zou anders hebbenplaatsgevonden... Ik hoor nu dat er heel misschien toch behoefte aan is.Eigenlijk zou u dat tweeminutendebat nu moeten aanvragen. Maar goed,we wachten eerst even de beantwoording af en dan gaan we het zien. Ikgeef u alvast in overweging dat als dat tweeminutendebat gehouden dientte worden – dat is natuurlijk aan de Kamer zelf – dat vanavond nog zalplaatsvinden, waarschijnlijk rond kwart voor negen. Dat heeft er alles meete maken dat de plenaire agenda morgen overvol is en de Ministerdonderdagochtend al afreist naar Brussel. We zullen het dus vanavondnog moeten doen.De heer Tony van Dijck (PVV):Heel kort. In de geannoteerde agenda staat niks over eigen middelen,maar we hebben een ander stuk gekregen waarin die 15% en die...De voorzitter:De Minister van Financiën zou nog even in tweede termijn iets daaroverzeggen.De heer Tony van Dijck (PVV):Daarom. Als de Minister mij kan zeggen: vrijdag beslissen we niet over dieeigen middelen en die 15%, dan hoef ik geen motie in te dienen.De voorzitter:Heldere toevoeging.De heer Tony van Dijck (PVV):Anders wil ik dat wel proberen te voorkomen.De voorzitter:We gaan het zo meteen horen. Spannende cliffhanger. Ik kijk even of wegelijk door kunnen met de beantwoording. Volgens mij is dat het geval,dus ik geef de Minister van Financiën het woord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220436 Minister Heinen:Ik zit hier vrij ontspannen, want ik heb aan thuis al doorgegeven: schat,het wordt laat. Dus het is wat u wil, voorzitter.Ik loop de vragen nog even af. Er waren inderdaad nog twee puntenblijven liggen. Ik begin bij de heer Oosterhuis, want die heeft helemaalgelijk. Het uitgavenpad is een netto-uitgavenpad, dus dat kan je ook metlasten vullen. Het gaat uiteindelijk om de schuldhoudbaarheid, dus datkan je zowel aan de uitgaven- als aan de lastenkant invullen. Ik wijs er welop dat de uitdaging van het begrotingstekort vooral komt door stijgendeuitgaven en niet zozeer door achterblijvende belastingen. Dat is ook dereden waarom in het regeerakkoord voornamelijk keuzes zijn gemaakt aande uitgavenkant, met hervormingen aan de kant van de sociale zekerheiden de volksgezondheid. Dat is natuurlijk vanuit het belang om goedepublieke voorzieningen toegankelijk en betaalbaar te houden en tevoorkomen dat tekorten verder oplopen. Maar de heer Oosterhuis heefthelemaal gelijk, en ook zijn voorgangers wezen hier altijd op: het kanzowel aan de uitgaven- als aan de lastenkant. Ook het kabinetsstandpunthierover is helder.De heer Bushoff had nog specifiek gevraagd naar de winstbelasting en derenteaftrekbeperking. Er ligt nu nog geen concreet voorstel voor, dus wijzijn ook nog aan het afwachten waar de Commissie mee komt, maar deanalyse die de heer Bushoff maakt, maken wij ook. Dat is een zeerterechte, maar ik zeg er gelijk bij: het is ook een hele dure. Het gaat echtwel om fors geld wat we allemaal langs zien komen. Maar er ligt nog niksvoor, dus we kunnen uw Kamer hier simpelweg nog niet over informeren.Zodra wij meer informatie hebben, zullen wij die uw Kamer uiteraarddoen toekomen op de gebruikelijke wijze.De heer Van Dijck had een vraag over Oekraïne, die was blijven liggen inmijn eerste termijn. Wat is een beetje de verdeling als het gaat om desteun aan Oekraïne? In de eerste plaats vindt dit kabinet steun aanOekraïne ongelofelijk belangrijk, voornamelijk omdat het in ons eigenveiligheidsbelang is, maar ook omdat het in het Europese veiligheids-belang is. Ik hoorde voorbijkomen dat Oekraïne veel geld ontvangt.Oekraïne ontvangt vooral veel raketten: ballistische raketten, kruisra-ketten, drones. Het ligt dagelijks onder vuur. Ik sprak mijn collega, deMinister van Financiën van Oekraïne, in Washington op eenG7-bijeenkomst. Daar waren we om te kijken hoe we breder financieringkunnen krijgen, zodat niet alleen de gebruikelijke landen aan de lat staan.Hij vertelde dat hij van de week een gesprek met zijn vrouw probeerde tevoeren in Kyiv, maar ze elkaar gewoon niet konden verstaan omdat er 200drones op Kyiv werden afgestuurd. Daar komen ook altijd grote rakettenachteraan. Hij zei: dat was zo’n kabaal; we konden elkaar niet eens meerverstaan. Dus om maar weer even het besef door te laten dringen dat datland dagelijks onder vuur ligt. Ik weet dat de heer Van Dijck dat ook weet,maar ik vind het wel belangrijk om telkens te blijven benadrukken waaromwe het land steunen, zowel militair als non-militair, gegeven de enormeveiligheidsdreigingen die van Rusland uitgaan.Wat de financiële steun betreft, klopt het dat Nederland hierin voorop-loopt. Ik roep ook altijd in mijn inbreng, niet alleen in Europa maar ookinternationaal, dat dat evenwichtiger moet. Vooral als ik naar Europa kijk,vind ik het gewoon niet kunnen dat er veel landen zijn die achterblijven opdit punt. Dit is een veiligheidsbelang dat heel Europa aangaat. Het zijn ookvaak landen die mij oproepen solidair te zijn op andere terreinen. Dan legik ook altijd terug: jongens, solidariteit gaat twee kanten op; dit is hetmoment om ook solidair te zijn met Oekraïne en dus ook steun teverlenen. Ik ben het wat dat betreft dus eens met de heer Van Dijck, maardat ontslaat mij niet van de plicht, vind ik en vindt het kabinet, om welonze onverminderde steun uit te blijven spreken en te blijven leveren.Nederland loopt niet helemaal voorop qua bijdrage. We staan ongeveerop de zesde, zevende plek, zowel in absolute als in relatieve zin. Er zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220437 ook echt wel landen die nog meer doen dan Nederland. Dat is hoe hetspeelveld er nu uitziet. Over twee weken is er ook in Polen weer eenbijeenkomst met de Ministers van Financiën. Ik probeer daar ook heen tegaan. We proberen ook andere landen, van buiten de Europese Unie, uitte nodigen, zoals Canada, de Verenigde Staten maar ook Japan. We zijnook aan het kijken of we meerdere landen die bij kunnen dragen aan dezesteun, erbij kunnen betrekken, zodat Europa, en Nederland in hetbijzonder, er niet helemaal alleen voor staat.Voorzitter, dat waren de vragen die nog waren blijven liggen. O, excuus,de eigen middelen! We waren zo dichtbij.Voorzitter. Ik heb een algemeen punt en een specifiek punt. Specifiek: erligt in deze Raad niks voor. Het staat de Kamer dus uiteraard vrij om eentweeminutendebat te houden en het kabinet met moties op pad te sturen,maar de urgentie is er nu niet, omdat er niks voorligt. Breder vindt er weleen discussie plaats over de eigen middelen, in het licht van de heleonderhandelingen over het MFK. Daarbij zie ik een aantal belangen die webehartigen. In de eerste plaats noem ik de voorstellen vanuit de EuropeseCommissie, waar het Europees parlement nog een schep bovenop heeftgedaan. Zowel de premier als ikzelf hebben aangegeven dat we die nietoké vinden, dat we die echt te omvangrijk vinden en dat de omvang vande begroting echt omlaag moet. Nederland staat hierin niet alleen. Metlanden met een positieve nettobetalingspositie organiseren we diners enbijeenkomsten, om daarin eensgezind op te treden. Elk land zegt: deomvang is te groot.Dan heb je ook nog specifieke belangen. Een van de specifieke belangendie Nederland behartigt, is het correctiemechanisme, of populair gezegd:de korting. In het oorspronkelijke voorstel was die helemaal van tafel. HetCommissievoorstel was: we moeten af van de kortingen. Daaroverhebben het vorige kabinet en dit kabinet gezegd: «Daar zijn we het nietmee eens. We vinden dat correctiemechanisme gerechtvaardigd. Hetmoet terug in de onderhandelingen komen. Het moet dus terug op tafelzijn.» Dat is ook gelukt. We weten nog niet waar we uitkomen, omdat wenog midden in het traject zitten. Maar in het licht van onze afdracht vindenwij die korting belangrijk. Wij vinden dat de voorstellen van de Commissietot een te hoge afdracht leiden voor Nederland.De heer Oosterhuis wees er terecht op. Hij zei: je moet breder naar denettobetalingspositie kijken, dus niet alleen naar wat je afdraagt, maar ooknaar wat je ontvangt. Dan kom je op een aantal andere terreinen, namelijkop die van de fondsen waar je een beroep op kan doen. De Minister vanOnderwijs wijst dan vaak op Horizon Europe. Dat is een mooi programmauit Europa, waaruit we middelen ontvangen. Daarmee heeft ze recent nogeen mooi succes bereikt. Dat leidt ertoe dat onze nettobetalingspositie ookvermindert.Dan kom ik op het punt dat de heer Van Dijck naar voren bracht, namelijkde eigen middelen. In Nederland is er vaak de discussie dat het gaat omeen Europese belasting. Daarbij wil ik graag aangeven dat dat niet hetgeval is. De eigen middelen zijn puur de grondslag waarop je de afdrachtberekent. Daarin hebben wij een pragmatische houding. Wij kijken als ereen eigen middel is { Ik moet eigenlijk zeggen: een grondslag waardoorwij minder afdragen, moet je eigenlijk omarmen als Nederland. Je hebtnamelijk als doel dat de afdrachten omlaag moeten. Wij hebben dusgezegd: laten we kritisch zijn over de omvang van de begroting, laten wekritisch zijn op de korting en laten we ook vooral inzetten op een moderni-sering van de Europese begroting, zodat die meer bijdraagt aan veiligheiden economische groei. Laten we daarnaast gewoon het gesprek aangaanover de eigen middelen en kijken of het kan leiden tot een lagere afdracht.Er zijn een aantal specifieke eigen middelen genoemd waarvan we opvoorhand hebben gezegd: die kunnen niet op steun rekenen en die gaanwe ook gewoon niet doen. Een daarvan was een belasting op bedrijven.Daarvan zei Duitsland ook al vanaf het begin: dat gaan we niet doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220438 Daarvan heeft Nederland ook gezegd: dat vinden we zeer onverstandig. Erzijn een aantal eigen middelen waarvan we op voorhand zeggen: die gaanwe sowieso niet doen. U kunt er dus over nadenken, maar u weet onsantwoord. Er zijn ook een aantal eigen middelen waarvan we zeggen:laten we daar pragmatisch naar kijken als dat leidt tot lagere afdrachten.In dat licht heeft u ook de voorgaande discussie gevoerd. Ik hoop uwvraag daarmee voldoende te hebben beantwoord.De heer Tony van Dijck (PVV):Ik zei het net al. Ik snap de redenatie, maar ik ben er heel huiverig voor omde Europese Commissie een knop te geven. Die knop is 15%, maar wekennen de mannen in Brussel. Die knop staat zo op 25% of 35%. Al dieknoppen zijn in mijn optiek dus levensgevaarlijk. Het is niet zo makkelijkom te draaien aan onze EU-afdracht van inmiddels – wat is het? – 6,2% ofzo, want dan haal je het hele bouwwerk onderuit. Maar het is o zomakkelijk om aan de knop van de perceptiekostenvergoeding te draaien.Ik roep dus op om niet naïef te zijn en niet te makkelijk knoppen weg tegeven.Minister Heinen:Daar ben ik het zeer mee eens. Overigens zijn die knoppen er nu ook,maar het is niet zo dat je daar makkelijk aan kan draaien. Het gaat metunanimiteit. De afspraak die we nu maken in het kader van het MFK,bijvoorbeeld over perceptiekosten, leg je dus vast. Dat ligt vast voor zevenjaar. Dan begint er weer een nieuwe onderhandeling. Dan sta je weeropnieuw op dat punt, waar het Nederlands parlement in de verhoudingendie zich dan hebben vormgegeven weer een nieuwe positie kan innemen.Tot die tijd is er altijd unanimiteit nodig op dit terrein.De voorzitter:Ja, meneer Van Dijck, u mag nog een klein dingetje vragen.De heer Tony van Dijck (PVV):In de geannoteerde agenda staat over die tabaksdingen: «Besluitpro-cedure: Unanimiteit.» Betekent dat dan dat er vrijdag niet met unanimiteitover besloten wordt of wordt er alleen besloten over het pakket en nietover de eigen middelen?Minister Heinen:Het staat niet op de agenda, maar ik kijk ook even de Staatssecretaris aan.Het is een beetje balletje-balletje, maar dat doe ik voor de volledigheid.Staatssecretaris Eerenberg:Dit voorstel staat niet meer op de agenda, omdat we nog aan hetonderhandelen zijn om een compromis te bereiken. Het voorstel gaat secover de vraag welke tabaksproducten onder die accijns vallen en de vraagwat de spelregels van die accijns zijn. Het gaat niet over de eigenmiddelen. Daar gaat het over in het kader van de discussie die de Ministernet met u heeft gedeeld, over het MFK.De voorzitter:Oké. Volgens mij zijn we hiermee aan het einde gekomen van ditcommissiedebat. Voordat we de zaal verlaten, concludeer ik weliswaar dater geen tweeminutendebat is aangevraagd, maar dat er wel drie toezeg-gingen zijn gedaan. Die lees ik even kort voor om te kijken of eenieder zichdaarin kan vinden.–De eerste toezegging is een toezegging aan de heer Van der Maas. DeMinister zegt toe in het verslag van de Eurogroep/Ecofin-Raad van 11en 12 juni de tijdlijn voor de kapitaalmarktintegratie en het toezichtcen-tralisatiepakket te schetsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220439 –Er is ook een toezegging aan de heer Tony van Dijck. De Minister zegttoe in beeld te brengen wat voor de nationale toezichthouder degevolgen zijn van het overhevelen van toezichttaken naar ESMA.Ik kijk nog even naar de beide bewindspersonen. Welke termijn kunnenwe daaraan koppelen?Minister Heinen:Dit kunnen wij gewoon in het volgende verslag meesturen.De voorzitter:Helemaal goed; dan noteren we dat als termijn.–Tot slot is er een toezegging aan mijzelf, in mijn rol als woordvoerdernamens GroenLinks-PvdA. De Minister zegt toe om in het verslag vande Eurogroep/Ecofin-Raad van 11 en 12 juni ook in te gaan op deinitiatieven rondom privatecreditrisico’s en toezichtmogelijkhedendaaromtrent.Volgens mij hebben we dan alle toezeggingen genoteerd. Ik dank alleleden. Ik dank de mensen thuis. Ik dank ook de Minister, de Staatssecre-taris en de ondersteuning voor de beantwoording van alle vragen. Ik sluitde vergadering.Sluiting 19.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220440
Gerelateerde bronnen
- Eurogroep/Ecofinraad d.d. 11 en 12 juni 2026
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 9 juni 2026, over Eurogroep/Ecofinraad d.d. 11 en 12 juni 2026
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.