Contourenbrief elektronisch factureren en rapporteren
Brontekst
Versie 9ccba85a997902b5 · officiële bronGeachte Voorzitter, In de Kamerbrief van 26 juni 2025 bent u mede namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) geïnformeerd over het onderdeel elektronisch factureren en digitale rapportage uit de Richtlijn btw in het digitale tijdperk (ViDA[voetnoot 1]). In deze brief werd onder meer een onderzoek naar beleidskeuzes en afwegingen aangekondigd. De resultaten van dit onderzoek zijn bij brief van 10 maart[voetnoot 2] met uw Kamer gedeeld. Daarbij is aangegeven dat het kabinet deze zomer meer duidelijkheid wil verschaffen over de besluitvorming rondom elektronisch factureren en digitale rapportage. Met deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van EZK en de Staatssecretaris van BZK, over de gemaakte keuzes. Het kabinet kiest, gelet op versterking van de digitale economie, vermindering van administratieve lasten en verbetering van handhaving door de Belastingdienst, ervoor om ook een e-facturatie- (vanaf 1 juli 2030) en digitale rapportageverplichting (vanaf 1 juli 2031) op te leggen voor binnenlandse transacties met andere ondernemers (business-to-business: B2B).[voetnoot 3] Het kabinet acht dit noodzakelijk met het oog op effectieve fraudebestrijding in de btw en denkt dat dit een logische stap is in het verder brengen van de digitale economie. Het kabinet onderkent tegelijkertijd dat de invoering van digitale rapportage ertoe leidt dat de Belastingdienst bedrijfsgevoelige informatie van ondernemers zal opslaan en verwerken. Daarom zijn zorgvuldig databeheer, een goede bescherming van de gegevens en transparantie over het gebruik van deze gegevens vanaf het begin randvoorwaarden bij de uitwerking van het stelsel en de implementatie van het voorstel. De overheid zal daarom passende maatregelen treffen en voorwaarden stellen aan de gegevensverwerking om eventuele nadelige gevolgen voor de dataveiligheid en de privacy zoveel mogelijk te voorkomen. Het ambitieniveau daarbij is hoog. Zoals uiteengezet in de Kamerbrief van 11 juni 2026 ‘Digitale autonomie bij de Belastingdienst’[voetnoot 4] is het streven om de Belastingdienst tot een voorloper op het gebied van digitale autonomie te maken. Daarmee wordt beoogd dat de Belastingdienst ook in de toekomst een organisatie is die zijn digitale omgeving zoveel mogelijk zelfstandig kan vormgeven en minder afhankelijk is van een beperkt aantal, veelal niet-Europese, technologieleveranciers. In deze brief wordt eerst een korte introductie gegeven over het onderwerp elektronisch factureren en digitale rapportage en de ViDA-richtlijn. Vervolgens wordt toegelicht wat op hoofdlijnen geadviseerd is in het door EY uitgevoerde onderzoek naar beleidskeuzes. Daarna worden de kabinetskeuzes schematisch weergegeven, deze zijn uitgebreider toegelicht in de bijlage. Vervolgens gaat het kabinet in op de impact van deze besluitvorming voor ondernemers, de Belastingdienst en op de waarborgen die zullen worden getroffen ten aanzien van gegevensverwerking en privacy. Afgesloten wordt met een voorgenomen tijdpad. Introductie ViDA en belangrijkste wijzigingen Wat is het onderdeel elektronische facturatie en digitale rapportage uit de ViDA-richtlijn? De huidige rapportageverplichting[voetnoot 5] van grensoverschrijdende handel in de EU is niet actueel, dit beperkt de effectiviteit voor de fraudebestrijding. Daarnaast bestaan er tussen lidstaten verschillen in de nationale digitale rapportageverplichtingen die gelden voor de btw. Deze fragmentatie belemmert een soepele werking van de interne markt en leidt tot extra administratieve lasten voor belastingplichtigen die grensoverschrijdend handelen. Een ondernemer die in alle 27 Europese lidstaten opereert is niet gebaat bij 27 verschillende facturatie/rapportagesystemen maar heeft juist behoefte aan Europese uniformering. Door de ViDA-richtlijn zullen ondernemers vanaf 1 juli 2030 verplicht zijn hun grensoverschrijdende handel met andere ondernemers (B2B) binnen de EU per transactie digitaal te rapporteren aan de Belastingdienst.[voetnoot 6] Om dit mogelijk te maken worden zij verplicht elektronische facturen te gaan gebruiken die aan een uniforme EU-norm moeten voldoen. De belangrijkste wijzigingen voor ondernemers die grensoverschrijdend handelen met ondernemers in andere EU-landen zijn als volgt samen te vatten: Ondernemers moeten elektronische facturen gebruiken. De termijn voor het uitreiken van deze facturen wordt verkort naar 10 dagen na het verrichten van de goederenlevering of dienst (prestatie). Factuurgegevens moeten op het tijdstip dat de factuur wordt uitgereikt (near to realtime) digitaal worden gerapporteerd aan de Belastingdienst. In tegenstelling tot de huidige situatie, waarin het totaal van de transacties per maand of per kwartaal wordt gerapporteerd, zal de rapportage per factuur plaatsvinden. De inzet van e-facturatie en digitale rapportage stelt lidstaten in staat om sneller en accurater toegang te krijgen tot transactiegegevens. Door deze directe aansluiting op het transactieniveau wordt het mogelijk om de btw efficiënter te innen en effectiever te handhaven en kunnen belastingdiensten beter dan nu zicht krijgen op de btw-afdracht. Dit is essentieel voor het tijdig signaleren en corrigeren van fouten en het bestrijden van btw-fraude. Daarnaast is e-facturatie een kans voor ondernemers om administratieve processen te vereenvoudigen en de digitale economie te versterken. Het uitgangspunt van de ViDA-richtlijn is dat lidstaten kiezen om deze verplichtingen ook toe te passen op nationale transacties. EY heeft in opdracht van het ministerie van Financiën, ministerie van EZK en ministerie van BZK onderzoek gedaan naar de wenselijkheid hiervan en de meest geschikte infrastructuur voor e-facturatie en digitale rapportage. Het advies was een brede e-facturatie en digitale rapportage in Nederland in te voeren onder een aantal randvoorwaarden die verder moesten worden uitgewerkt. Het kabinet heeft de afgelopen periode de uitwerking van deze randvoorwaarden opgepakt, onder meer door waarborgen voor privacy en gegevensverwerking nader vorm te geven. Resultaten van de besluitvorming inclusief besluitvormingstabel Binnenlandse facturatie en digitale rapportage Het kabinet hanteert bij het ontwerp van de implementatiewetgeving de volgende uitgangspunten: naast de verplichtingen die reeds voortvloeien uit de ViDA-richtlijn voor intracommunautaire[voetnoot 7] handel, moeten alle ondernemers per 1 juli 2030 elektronische facturen versturen (B2B) en per 1 juli 2031 ten aanzien van binnenlandse e-facturen die zij versturen een selectie van gegevensvelden uit die facturen aan de Belastingdienst rapporteren.[voetnoot 8] Handhaving en gelijker speelveld De Belastingdienst zal deze gegevens inzetten voor handhaving waardoor malafide ondernemers uit de markt verdwijnen wat een gelijker speelveld realiseert waardoor bonafide ondernemers de voordelen van het aanleveren van de gegevens ervaren. Tegelijkertijd zal de Belastingdienst de gegevens benutten om ook de dienstverlening te verbeteren. Schematisch weergegeven zal het kabinet de volgende uitgangspunten hanteren: Vraag Antwoord Wordt elektronische facturatie ook verplicht voor nationale B2B-transacties? Ja. Geldt de digitale rapportageverplichting eveneens voor nationale B2B-transacties? Ja. Geldt een digitale rapportageverplichting voor intracommunautaire verwervingen? Ja. Het moment waarop nationale verplichtingen worden ingevoerd. Binnenlandse e-facturatie en digitale rapportage intracommunautaire verwervingen per 1 juli 2030. Binnenlandse digitale rapportage per 1 juli 2031. Is een aanvullende drempel voor micro-ondernemers noodzakelijk naast de al bestaande drempel voor kleine ondernemers? Geen aparte drempel voor micro-ondernemers is noodzakelijk naast de bestaande drempel voor kleine ondernemers.[voetnoot 9] Worden uitzonderingen opgenomen voor bepaalde belastingplichtigen? Bestaande uitzonderingen t.a.v. factureren worden voor zover en indien mogelijk gehandhaafd. Worden naast de EU-norm[voetnoot 10] ook andere normen gehanteerd voor binnenlandse transacties? Nee. Hoofdlijnen besluitvorming en impact voor ondernemers Het kabinet acht binnenlandse elektronische facturatie en digitale rapportage (inclusief intracommunautaire verwervingen) noodzakelijk om de doelstellingen van ViDA te realiseren, waaronder fraudebestrijding, verbetering van toezicht en dienstverlening door de Belastingdienst en (op termijn) vermindering van administratieve lasten voor ondernemers. Bij het opleggen van nieuwe verplichtingen aan ondernemers staat het beperken van regeldruk centraal. Het kabinet heeft nadrukkelijk oog voor de effecten op (kleinere) ondernemers. Zo is in de besluitvorming gekozen voor een nationaal systeem dat nauw aansluit bij het Europese systeem wat betreft standaarden, normen en termijnen. Hiermee wordt beoogd ondernemers zoveel mogelijk te laten werken met één interoperabele standaard. Daarnaast is ervoor gekozen zo min mogelijk aanvullende uitzonderingen op te nemen en waar mogelijk bestaande uitzonderingen te handhaven, zodat ondernemers naast de ViDA-regelgeving niet worden geconfronteerd met allerlei nieuwe aanvullende regels. Kansen e-facturatie E-facturatie biedt kansen voor ondernemers om hun bedrijfsvoering efficiënter te maken door processen te vereenvoudigen, administratieve vereenvoudiging, fraudepreventie en interoperabiliteit in de digitale economie. Het kabinet verwacht dat de voordelen van elektronische facturering opwegen tegen de invoeringskosten voor het bedrijfsleven, onder meer door efficiëntere bedrijfsprocessen, minder administratieve fouten en hogere en gemakkelijkere naleving van fiscale verplichtingen. Hoewel het kabinet nog verder onderzoek doet naar administratieve lasten en de kosten en baten voor het bedrijfsleven (zie hieronder) wordt bijvoorbeeld in het EY onderzoek al opgemerkt dat onafhankelijke analyses tonen dat 55–70% kostenbesparing per factuur mogelijk is vergeleken met papieren processen doordat elektronische factuurverwerking efficiënter is. Uit internationale benchmarks blijkt een gemiddelde besparing van zo’n € 5 à € 6 per verzonden factuur en zelfs € 8 per ontvangen factuur door over te stappen op volledig digitaal.[voetnoot 11] Kansen digitale rapportage Het kabinet merkt op dat ondernemers de baten van digitale rapportage minder direct zullen ervaren. Deze baten zijn echter wel degelijk aanwezig en wegen in de ogen van het kabinet op tegen de lasten voor ondernemers. Door de informatie die via digitale rapportages aan de Belastingdienst wordt aangeleverd, kan de Belastingdienst een gelijker speelveld voor ondernemers creëren doordat fraude effectiever kan worden bestreden. Binnenlandse digitale rapportage (inclusief intracommunautaire verwervingen) wordt noodzakelijk geacht om internationale fraudeketens voldoende in kaart te brengen. In landen als Italië en Hongarije, die al nationale e-facturatie en rapportage hebben ingevoerd, is gemeld dat hun btw-gat (“VAT gap”) aanzienlijk is gedaald (Italië noemt een reductie tot wel 25% in de jaren 2017-2019).[voetnoot 12] Hoewel deze landen qua situatie mogelijk niet representatief zijn voor Nederland, lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de invoering van dergelijke regels in ieder geval een positief effect heeft op de belastinginkomsten. Ook speelt mee dat omliggende landen, voor zover al bekend is welke implementatiekeuzes zij maken, ook kiezen voor dergelijke rapportageverplichtingen (o.a. Frankrijk, België, Duitsland, Polen, Italië). Door te kiezen voor binnenlandse rapportage wordt het reële risico op een waterbedeffect voorkomen, waarbij btw-fraude zich zou kunnen verplaatsen naar Nederland. Grensoverschrijdende btw-fraude materialiseert namelijk in binnenlandse schakels ná een intracommunautaire transactie (de zogenaamde carrouselfraude).[voetnoot 13] Zonder een nationale digitale rapportage blijft dit deel van de keten onvoldoende zichtbaar wat het risico verhoogt dat de fraudeketen zich verplaatst naar juist de landen die geen nationale rapportageverplichting kennen. Tegelijkertijd bieden de gegevens uit digitale rapportage de mogelijkheid om toezicht en dienstverlening gerichter en efficiënter in te richten, waardoor ondernemers op termijn minder toezichtslasten ervaren en kunnen profiteren van een betere dienstverlening. Aanvullend onderzoek impact op ondernemers en de Belastingdienst Bovenstaande uitgangspunten zullen door het kabinet nog worden getoetst in een separaat onderzoek naar administratieve lasten dat nu wordt uitgevoerd door Sira Consulting waarbij de kosten en baten van elektronische facturatie en digitale rapportage voor verschillende ondernemersgroepen in kaart zullen worden gebracht. Daarnaast volgt nog een MKB-toets en bedrijfseffectentoets. De impact voor de Belastingdienst wordt in kaart gebracht aan de hand van de zogenoemde uitvoeringstoets. Bij de implementatie van de wetgeving worden door de Belastingdienst vanzelfsprekend de eerder genoemde uitgangspunten meegenomen op het gebied van privacy en digitale autonomie. Waarborgen verantwoord gebruik van gegevens en privacy Het kabinet onderkent dat het gebruik van factuurgegevens risico’s met zich mee kan brengen, maar acht deze proportioneel in verhouding tot de beoogde doelen, mede vanwege de getroffen waarborgen die hieronder worden uitgewerkt. Het voorstelwetsvoorstel wordt daarnaast ter advisering voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens.[voetnoot 14] Concreet betekent dit dat de AP toetst of de conceptwetgeving voldoet aan de eisen van geschiktheid, subsidiariteit, proportionaliteit, rechtszekerheid en inhoudelijke en procedurele waarborgen. Het kabinet zal de wettekst en toelichting uiteraard aanpassen, mocht het concept op punten niet aan dit toetsingskader voldoen. Doelstelling verwerking van de gegevens De verwerking van de gegevens door de Belastingdienst heeft meerdere doelstellingen. Allereerst ondersteunt deze verwerking de dienstverlening aan ondernemers, bijvoorbeeld door op basis van de e-rapportage voorafgaand aan het indienen van de btw-aangifte fouten te signaleren, zoals toepassing van een onjuist btw-tarief. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat in de toekomst gegevens die reeds zijn gerapporteerd getoond worden als een ondersteunend gegevens bij het invullen van aangiften. De data kan voorts worden gebruikt voor toezicht, waarbij wordt gecontroleerd op de juistheid en volledigheid van aangiften. Ook speelt de verwerking een rol bij opsporing, met name bij de bestrijding van fraude en witwassen in brede zin. Risico’s en compenserende maatregelen in wetgeving en door de Belastingdienst Om privacyrisico’s te beperken, worden verschillende maatregelen genomen.[voetnoot 15] Toegang tot en gebruik van gegevens wordt gelogd, waarbij wordt vastgelegd wie, wanneer en met welk doel gegevens raadpleegt of verwerkt. Daarnaast vindt actieve monitoring plaats op ongeautoriseerde of afwijkende toegang en gebruik, waaronder het signaleren van misbruik of oneigenlijk gebruik van gegevens. Medewerkers krijgen uitsluitend toegang tot gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taak, volgens het principe van autorisatie en rolgebaseerde toegang (need to know). Verder is het kabinet voornemens dat nationaal een beperkte bewaartermijn zal komen te gelden van tien jaar (conform Europese standaard[voetnoot 16]). Ook worden risicomodellen vooraf getest om bijvoorbeeld bias te voorkomen. Voor digitale rapportage aan de Belastingdienst is gekozen voor een beperkte dataset. Deze dataset sluit aan bij de subset die op Europees niveau wordt gehanteerd en is goedgekeurd door de Europese privacytoezichthouder. Vervolgonderzoek digitale infrastructuur uitwisselen digitale elektronische facturen De overheid kan door een zogenoemde digitale infrastructuur (t.b.v. uitwisselen van de digitale elektronische factuur) voor te schrijven of te stimuleren zorgdragen voor interoperabiliteit en harmonisatie op het juiste veiligheidsniveau.[voetnoot 17] Vanuit het bedrijfsleven wordt gevraagd om zekerheid en duidelijkheid. Dit vraagt een actieve handeling vanuit de overheid. Tegelijkertijd grijpt de overheid hiermee in op de markt en vraagt dit het nodige van marktpartijen. Vervolgens is de vraag hoe deze infrastructuur eruit moet komen te zien. Door EY is wat betreft de infrastructuur geadviseerd om tussen bedrijven het Peppol netwerk voor te schrijven, dat reeds in Nederland verplicht gebruikt wordt voor (met name) facturatie van bedrijven naar de rijksoverheid. Peppol is een internationaal netwerk voor e-procurement, waaronder e-facturatie, wat onder andere een infrastructuur bevat. Ondertussen is de European Business Wallet in ontwikkeling. Voor de toekomstbestendigheid van de digitale infrastructuur voor elektronische facturen is het van belang deze ontwikkeling mee te nemen in de besluitvorming over deze digitale infrastructuur. Vervolgonderzoek Dit onderwerp is nog niet klaar voor besluitvorming. De komende periode tot oktober 2026 wordt dit onderwerp verder onderzocht waarbij de volgende kernprincipes dienen te worden uitgewerkt: o Interoperabiliteit o Relatie tussen e-facturatie en digitale rapportage o Veilige en betrouwbare data-uitwisseling o Mededinging o Borging van toezicht en handhaving Slot, tijdpad en proces Het streven is om de parlementaire behandeling af te ronden voor 1 juli 2028, twee jaar vóór de inwerkingtreding. Dit is, zo wordt ook aangegeven door stakeholders, van belang voor een zorgvuldige voorbereiding, inclusief testfase, voor ondernemers en de Belastingdienst. Beoogd is om dit najaar de internetconsultatie te starten en voor het zomerreces van 2027 het wetsvoorstel bij uw Kamer in te dienen. Hoogachtend, de Staatssecretaris van Financiën, Eelco Eerenberg Intern gebruik Intern gebruik De Raad Economische en Financiële Zaken van de Europese Unie (hierna: Ecofin) heeft het pakket btw-regels voor het digitale tijdperk (Vat In the Digital Age, hierna: ViDA-pakket) tijdens de Ecofin van 11 maart 2025 officieel aanvaard. Op 25 maart 2025 is dit pakket aan regels gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Kamerstukken II 2025/26, 22112, nr. 4290. De e-facturatieverplichting geldt volgens het voorstel van het kabinet vanaf 1 juli 2030 voor binnenlandse en intracommunautaire transacties. Per 1 juli 2030 geldt ook de verplichting om intracommunautaire transacties inclusief verwervingen te rapporteren aan de Belastingdienst. Per 1 juli 2031 geldt een verplichting om binnenlandse transacties te rapporteren aan de Belastingdienst. Kamerstukken II 2025/26, 31066, nr. 1543. Op grond van de huidige Btw-richtlijn en de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968) zijn ondernemers verplicht periodieke rapportages in te dienen over bepaalde grensoverschrijdende transacties. Deze verplichting omvat het indienen van een opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP) voor (kortheidshalve): met nultarief belaste intracommunautaire leveringen, intracommunautaire verwervingen (optioneel; in Nederland niet het geval), en intracommunautaire dienstverrichtingen waarbij de btw wordt verlegd naar de afnemer. In principe moeten deze lijsten maandelijks worden ingediend, en binnen één kalendermaand na afloop van de betreffende maand. De rapportages bevatten geaggregeerde gegevens, wat betekent dat de ondernemer niet rapporteert op transactieniveau, maar op een meer geabstraheerd niveau. De lidstaten hebben op grond van de ViDA-richtlijn de mogelijkheid om af te zien van de digitale rapportageverplichting voor de intracommunautaire verwervingen en afgenomen diensten verricht door ondernemers uit andere EU-lidstaten aan ondernemers in Nederland (ICV). Handel binnen de Unie. Het kabinet wil dezelfde dataminimalisatie toepassen op de gegevensvelden als de dataminimalisatie die door de Europese Commissie voor intracommunautaire transacties is vastgesteld (vanwege interoperabiliteit). Voor KOR-ondernemers bestaat geen binnenlandse e-facturatie verplichting, onverlet eventuele digitale rapportage verplichtingen in het kader van intracommunautaire verwervingen. Dit is de norm die is vastgelegd in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1870 van de Commissie, ook wel aangeduid als het EN16931 format. Dat komt omdat het ontvangen van facturen voorheen veel werk was (inboeken, controleren) en dat wordt dan grotendeels geautomatiseerd. Naast pure kosten is er ook een tijdsvoordeel: digitale facturen worden gemiddeld sneller verwerkt en betaald, wat de cashflow bij bedrijven verbetert. Uit evaluaties blijkt bijvoorbeeld dat e-facturatie betaaltermijnen verkort en het aantal betwiste facturen reduceert, wat weer scheelt in incasso- en correctiewerkzaamheden. OECD (2022), Tax Administration 3.0 and Electronic Invoicing Initial Findings, OECD Forum on Tax Administration, OECD, Paris. Het verdient opmerking dat het moeilijk is de effecten van een binnenlandse rapportageverplichting te isoleren van andere gelijktijdig optredende factoren. De digitale-rapportage helpt bij het doorbreken van deze structuren. Het gebruik van actuele transactiedata maakt het mogelijk fraudeurs vroegtijdig te identificeren, btw-nummers in te trekken en verdere schade te beperken. Door koppeling van leveranciers- en afnemersdata kunnen fraudeketens sneller als samenhangend netwerk worden herkend, nationaal en in EU-verband (bijv. via Eurofisc). Dit is van belang voor de snelheid van de opsporing en de onderbouwing van (strafrechtelijk) bewijs. Daarnaast zal op dit beleid in ieder geval een Data Protection Impact Assessment (DPIA) worden uitgevoerd. Een DPIA is een instrument om vooraf de privacyrisico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen. Zodat de organisatie maatregelen kan nemen om deze risico’s te verkleinen. In de richtlijn is geen uitzondering opgenomen voor ‘gevoelige goederen of belastingplichtigen’ (bijvoorbeeld aankomen en verkopen rondom defensie en veiligheid). Dit kan de vraag oproepen of het wenselijk is dat ook de informatie over dit soort goederen of leveranciers wordt gerapporteerd. Alle lidstaten worden op dit moment met dit vraagstuk geconfronteerd zodat het bespreken van dit vraagstuk op Europees niveau het meest effectief en nuttig zou zijn (een nationale oplossing werkt niet of minder goed als het gaat om internationale aankopen). Het kabinet vraagt hier daarom op Europees niveau aandacht voor. Daar komt bij dat het garanderen van een hoge mate van dataveiligheid zeker gelet op het bovenstaande prioriteit heeft. In de richtlijn is afgesproken dat gegevens in het Europese Central VIES-systeem tien jaar worden bewaard. Deze bewaartermijn wordt noodzakelijk geacht voor het effectief kunnen uitvoeren van langdurige fraudeonderzoeken, historische analyses en het leveren van bewijs in (strafrechtelijke) procedures. Hoewel de Nederlandse naheffingstermijn vijf jaar bedraagt, hanteren andere lidstaten vaak langere termijnen (in geval van fraude), waardoor op Europees niveau is gekozen voor tien jaar. De nationale bewaartermijn voor de omzetbelasting is 12 jaar. Een bewaartermijn van 10 jaar is dus een relatief beperkte bewaartermijn ten opzichte van de huidige situatie. Wanneer de overheid geen infrastructuur voor uitwisseling van e-facturen voorschrijft, bestaat het risico dat e-facturen niet interoperabel zijn. Een bedrijf met boekhoudsysteem A kan zijn e-factuur niet direct versturen naar een bedrijf met boekhoudsysteem B. De overheid heeft in dit geval minder grip op veiligheid. Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken Directie Verbruiksbelastingen, Douane en Internationale aang. Btw en Overdrachtsbelasting Datum Onze referentie 2026-0000288216 Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken Directie Verbruiksbelastingen, Douane en Internationale aang. Btw en Overdrachtsbelasting Datum Onze referentie 2026-0000288216 Pagina 1 van 1 Pagina 1 van 1 > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum 11 september 2026 Betreft Contourenbrief elektronisch factureren en rapporteren Datum 11 september 2026 Betreft Contourenbrief elektronisch factureren en rapporteren Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken Directie Verbruiksbelastingen, Douane en Internationale aang. Btw en Overdrachtsbelasting Postadres Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag Onze referentie 2026-0000288216 Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken Directie Verbruiksbelastingen, Douane en Internationale aang. Btw en Overdrachtsbelasting Postadres Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag Onze referentie 2026-0000288216 Pagina 1 van 1 Pagina 1 van 1
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.