Jaarverslag Rechtspraak 2024
Brontekst
Versie ea42cc201b49405d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 982 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juli 2025Hierbij bied ik u, op grond van artikel 104 van de Wet op de rechterlijkeorganisatie, het jaarverslag van de Rechtspraak over het jaar 2024 aan.Op 22 mei jl. ontving ik een verzoek van de vaste commissie voor Justitieen Veiligheid (kenmerk 2025Z10081/2025D23473) om voor de zomer eenkabinetsreactie te geven op de gesignaleerde knelpunten in hetjaarverslag van de Rechtspraak en een update ten aanzien van hetoplossen van eerder gesignaleerde knelpunten. Deze aanbiedingsbriefbevat de gevraagde kabinetsreactie.Dit jaarverslag geeft inzicht in de resultaten die de Rechtspraak in 2024heeft behaald en de daarvoor ingezette financiële middelen. Ik wil mijnwaardering uitspreken voor het inzichtelijke jaarverslag en voor het werkdat in 2024 is verricht door alle rechters en rechtspraakmedewerkers.De Raad voor de rechtspraak (hierna: de Raad) staat in het jaarverslag stilbij de rol van de rechter in de democratische rechtsstaat. Hierbij noemt deRaad belangrijke elementen zoals macht en tegenmacht, toegang tot hetrecht en de rechter en de integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheidvan de rechtspraak. Ik vind het waardevol en belangrijk dat de rechtspraakdit thema naar voren brengt.De Raad benoemt in het jaarverslag trends in wets- en beleidsvoorstellen.De Raad is verheugd met de wet- en regelgeving die het afgelopen jaar ophet gebied van (digitale) toegankelijkheid tot stand is gebracht, zowelnationaal als vanuit de Europese Unie. Deze maatregelen dragen bij aanhet verbeteren van de toegang tot de rechter. Een opvallende trend isvolgens de Raad het aanzienlijke aantal wetsvoorstellen met soms zeerforse werklastgevolgen voor de Rechtspraak. Wanneer er sprake is vaneen stapeling van wetsvoorstellen met forse werklastgevolgen kunnenook de doorlooptijden (verder) oplopen. Verder constateert de Raad in eenaantal wetsvoorstellen een trend om procedures te willen versnellen door kst-29279-982ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9821 het hoger beroep over te slaan. De Raad waarschuwt daarbij voor eenuitholling van de rechtspraak. Tot slot constateert de Raad dat het in hetafgelopen jaar tweemaal ongevraagd advies heeft uitgebracht. Het ispositief en van belang dat de Raad deze trends en aandachtspuntenbenoemt, aangezien dit kan bijdragen aan het verbeteren van dewetgevingskwaliteit.In lijn met de jaarverslagen van voorgaande jaren gaat de Raad ook in hetjaarverslag over het jaar 2024 in op diverse knelpunten in wet- enregelgeving die door de rechtspraak zijn gesignaleerd. De rechtspraakheeft er dit jaar voor gekozen om bij meerdere knelpunten ook oplos-singen aan te dragen.Ik hecht er grote waarde aan dat de Raad het kabinet langs deze weg blijftadviseren op onderwerpen waar wet- en regelgeving in de praktijk alsknellend wordt ervaren. Ook waardeer ik het initiatief om bij een aantalknelpunten ideeën aan te dragen die kunnen bijdragen aan het oplossenvan deze knelpunten.In deze brief ga ik namens het kabinet in op de wijze waarop met degenoemde knelpunten wordt omgegaan en geef ik de stand van zakenmet betrekking tot in eerdere jaarverslagen gesignaleerde knelpunten.Daarbij houd ik de volgorde en de titels van de paragrafen van hetjaarverslag aan.Knelpunten in wetgeving en uitvoeringAlgemeen bestuursrecht en belastingrechtMaatwerkvoorziening opvang (weigering noodopvang) Wmo 2015In het jaarverslag wordt gemeld dat rechters in meerdere uitspraken overhet toekennen van een maatwerkvoorziening vanuit de Wet maatschappe-lijke opvang (Wmo) de overheid oproepen een oplossing te vinden voordakloosheid die voortkomt uit het tekort aan betaalbare woonruimte.Het kabinet stelt dat de Wmo 2015 is gericht op het ondersteunen vanmensen die zich door psychische, sociale of lichamelijke beperkingen nietop eigen kracht kunnen handhaven in de samenleving. Het bieden vanopvang aan mensen die enkel dakloos zijn vanwege woningnood – zonderbijkomende kwetsbaarheid – past daarmee niet binnen het wettelijkekader van de Wmo. Dat neemt uiteraard niet weg dat de maatschappelijkeimpact schrijnend kan zijn. Het kabinet herkent dat er sprake is van eenwoningcrisis en zet zich op verschillende fronten in om deze aan tepakken.Zo wordt volop ingezet op de bouw van meer woningen. Het Regeerpro-gramma bracht afspraken om meer passende en betaalbare woningen tebouwen. Om het tekort aan woningen te verkleinen en op alle plekken inNederland extra woonruimte toe te voegen voor die mensen die een huiszoeken, moeten bestaande gebouwen en de bijbehorende omgeving beterworden benut. Hier wordt door middel van diverse initiatieven invullingaan gegeven.Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid «Eerst een thuis» (2023–2030)1 isvastgesteld dat de oplossing voor dakloosheid niet gevonden wordt doorhet realiseren van extra maatschappelijke opvang, maar door in te zettenop betaalbaar wonen en het versterken van financiële bestaanszekerheid.1Kamerstukken II 2022/23, 29 325, nr. 139.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9822 Tot slot is in dit kader het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvestingrelevant dat ervoor zorgt dat overheden kunnen sturen op hoeveel, waaren voor wie er gebouwd wordt. Na inwerkingtreding van dit wetsvoorstelmoeten gemeenten, provincies en het Rijk volkshuisvestingsprogramma’sopstellen, waarin is aangeven wat de woonbehoefte is van inwoners.2 Alsonderdeel daarvan moet de opgave voor (dreigend) dakloze mensenmeegenomen. Bovendien regelt het wetsvoorstel dat in alle gemeentendakloze mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang op grondvan de Wmo 2015 verplicht met voorrang moeten worden gehuisvest.Gemeenten kunnen er aanvullend voor kiezen ook een bredere groepmensen die dak- of thuisloos zijn, of om andere sociale redenen dringendbehoefte hebben aan woonruimte, op te nemen in de urgentieregeling alswoningzoekenden die met prioriteit in aanmerking komen voor eenwoning.Vaststelling van WOZ-waarde blijft «freerider-gedrag»3 uitlokkenDe Raad wijst op de waarderingsdiscussies die de Wet waarderingonroerende zaken (WOZ) en de Wet op de belasting van personenauto’sen motorrijwielen 1992 (bpm) veroorzaken. Hierdoor zijn rechters enrechtspraakmedewerkers te vaak bezig met zaken die gaan over kleinefinanciële verschillen. De Raad doet de suggestie om waardering binneneen bandbreedte op te nemen in de WOZ. De discussies ontstaan volgensde Raad omdat de waardering in deze zaken nu leidt tot een vast bedrag.Tevens meldt de Raad in het jaarverslag dat er een forse stijging vanWOZ-zaken is en een daling van het aantal bpm-zaken.Het kabinet is zich bewust van de waarderingsdiscussies en spant zich inom te voorkomen dat deze discussies kunnen leiden tot verdringing vanzaken waarmee een groter maatschappelijk belang is gemoeid.Voor de bpm geldt dat het kabinet de daling in het aantal bpm-zaken bijrechtbanken met tevredenheid verwelkomt. Tegelijk wordt er onver-minderd nagedacht over manieren om de bpm robuuster vorm te gevenen de instroom van nieuwe zaken te beperken. Zo wordt gewerkt aan dedigitalisering van de bpm-aangifte, in nauwe samenwerking met deRijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Ook is recent een voorstelaangeboden via internetconsultatie waarin onder andere wordt voorge-steld om de eisen aan taxatierapporten aan te scherpen ten eindekunstmatig lage bpm-waarderingen te voorkomen.4 Voor de langeretermijn zal, ook in het kader van de in het Regeerprogramma aangekon-digde hervorming van de autobelastingen, worden bezien op welke wijzejuridische discussies over deze belastingen in de toekomst zoveelmogelijk kunnen worden beperkt.Voor de WOZ geldt dat een stijging is waargenomen van het aantalberoepszaken, terwijl het aantal hoger beroepszaken is gedaald. Naarverwachting is de stijging van beroepszaken de nasleep van de bezwa-rengolf uit 2023. Om de effecten van de Wet herwaardering proceskosten-vergoedingen WOZ en bpm in kaart te brengen zullen deze aantallen dekomende jaren worden gemonitord. Ondertussen blijft in de WOZ-ketengewerkt worden aan de verbetering van het WOZ-proces. Op dit momentwordt regelgeving voorbereid om de elementen van het taxatieverslagvoor woningen te uniformeren (maatregel gemoderniseerd taxatieverslag2Zie Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting 36 512.3Dit is de mogelijkheid dat actoren zich economische baten weten toe te eigenen zonder dat zein de kosten meedelen, of dat ze gegeven een bepaalde bate hun inspanningen of anderekosten proberen te minimaliseren.4Zie https://www.internetconsultatie.nl/bpm/b1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9823 woningen) en om de relevante objectkenmerken bij de woningeigenaar tecontroleren (maatregel verplicht informeel traject). De verwachting is datdeze maatregelen bijdragen aan de kwaliteit van de WOZ-waardering endaarmee kunnen bijdragen aan een vermindering van het aantaljuridische procedures.De door de Raad voorgestelde wijziging van het WOZ-waarderings-systeem van een vaste waarde in een systeem van waardenklassen zoueen fundamentele wijziging zijn. De WOZ-waarde wordt inmiddels doorbestuursorganen voor uiteenlopende toepassingen gebruikt, en is nietmeer voorbehouden aan het heffen van belastingen. Dit bredere gebruikbrengt mee dat de WOZ-waarde op één vaste waarde wordt vastgesteld,en een systeem van waardenklassen niet passend is.Familie- en jeugdrechtGebrek aan goede diagnostiek (en behandeling) om te beoordelen wattussen ouders speeltDe Raad geeft aan dat er gebrek is aan goede diagnostiek (en behan-deling) om te kunnen beoordelen wat tussen ouders onderling en/of hunkinderen speelt of heeft gespeeld. Het kabinet herkent dat de rechter betermoet worden geïnformeerd om in complexe familie- en jeugdzaken tekunnen beoordelen wat tussen ouders onderling en/of hun kinderenspeelt. Dit heeft mijn aandacht. Zeker omdat hier het risico bestaat datsignalen van huiselijk geweld onvoldoende worden meegewogen inbeslissingen omtrent zorgregelingen, gezag en omgang. Recent is hetonderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar hoe huiselijk geweld alsfactor wordt meegewogen in beslissingen over gezag en omgang, onderde titel «Waar geweld uit beeld raakt» gepubliceerd.5 In de voortgangs-brief over de aanpak femicide volgt hier nog voor de zomer een reactieop.Daarnaast wordt aan dit knelpunt ook aandacht besteed in het traject datziet op het kindvriendelijker inrichten van de scheidingsprocedure. Samenmet partners als de Rechtspraak, advocatuur, Raad voor de Kinderbe-scherming en Villa Pinedo, wordt gewerkt aan een advies hierover,waarbij kindvriendelijkheid centraal staat. Hierin heeft de informatiepositievan de rechter ook de aandacht. Dit advies verwacht het kabinet voor heteind van 2025 met de Tweede Kamer te delen.Inschrijving verklaring voor recht in het gezagsregisterDe Raad geeft aan dat een verklaring voor recht, dat iemand met hetgezag is belast op basis van het buitenlands recht, niet kan wordenopgenomen in het gezagsregister. Het gezag kan in deze gevallen enkelworden aangetoond door de beschikking waarin de verklaring isafgegeven te tonen. De Raad vraagt aandacht voor deze situaties en wijsterop dat aanpassing van artikel 2 van het Besluit gezagsregisters eenoplossing zou zijn.Het kabinet deelt de mening van de Raad dat de inschrijving van eenverklaring voor recht in dergelijke gevallen wenselijk kan zijn. Het kabinetzal daarom een wijziging van artikel 2 van het Besluit gezagsregistervoorbereiden. Over deze aanpassing vindt inmiddels met de rechtspraakoverleg plaats.5https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/waar-geweld-uit-beeld-raakt/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9824 Openbaar Ministerie als verzoeker in procedure aanvulling register van deburgerlijke standDe Raad vraagt aandacht voor ervaren knelpunten rondom de zogehetenciviele taak van het Openbaar Ministerie (OM). Het kabinet constateert dater op 16 mei jl. een uitspraak is gedaan in de procedure van cassatie in hetbelang der wet.6 De uitkomst van deze procedure wordt door het kabinetmeegenomen in de afweging van eventuele vervolgstappen.Samenloop Wet zorg en dwang en Wet verplichte geestelijke gezond-heidszorg, Zorgmijdende betrokkenen en Wilsbekwaamheid in de Wetverplichte geestelijke gezondheidszorgDe Raad benoemt in het jaarverslag enkele knelpunten die raken aan deWet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg endwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd).Zo leidt het verschil in de procedures binnen de Wzd en Wvggz bij eenverzoek voor een rechterlijke machtiging tot problemen. Ook ervaart deRaad een knelpunt wanneer een lopende zorgmachtiging vervalt als derechtbank te laat beslist in zaken die een zorgmijdende patiënt betreffen.Tot slot kan de beoordeling van wilsbekwaamheid van de betrokkenen bijde afgifte van een zorgmachtiging volgens de Raad tot extra werk endiscussies leiden.Tijdens de voorbereiding van het wetsvoorstel Evaluatiewet Wvggz enWzd is met de landelijke expertgroep Verplichte Zorg van de Raadgesproken waarbij enkele knelpunten naar voren zijn gebracht. In hetwetsvoorstel Evaluatiewet Wvggz en Wzd zijn zoveel mogelijk relevanteknelpunten geadresseerd. De (internet)consultatie voor dit wetsvoorstel isop 26 mei van dit jaar afgerond.7De Raad is hierbij gevraagd om advies en heeft op 28 mei jl. gereageerdop het wetsvoorstel. Deze reactie wordt betrokken bij de verderevoorbereiding van het wetsvoorstel.Kanton en civielDe cumulatieregeling voor incassokosten bij de Wet kwaliteit incasso-dienstverleningDe Raad ervaart in de praktijk problemen met de cumulatieregeling diereeds met het Ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: JenV) zijngedeeld. Hierover is tussen april en november 2024 contact geweesttussen de Raad en het Ministerie van JenV. Dit zal een vervolg krijgen,mede in het licht van signalen uit de incassobranche.In de recente Kamerbrief over de Wet kwaliteit incassodienstverlening(Wki) «Invoeringstoets Wet kwaliteit incassodienstverlening» van28 maart jl.8 is opgenomen dat de nieuwe cumulatiebepaling (artikel 6:96lid 8 BW) een onderdeel is van de Wki dat later in werking is getreden.9Hierdoor is het nog te vroeg om de eerste effecten van de nieuwecumulatiebepaling mee te nemen in de invoeringstoets Wki die op ditmoment loopt. De cumulatiebepaling zal dan ook op een later momentworden geëvalueerd.6ECLI:NL:PHR:2025:247.7Zie https://www.internetconsultatie.nl/evaluatiewetwvggzwzd/b1.8Kamerstukken II 2024/25, 35 733, nr. 18.9Artikel 21 Wki.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9825 Onderscheid in Successiewet tussen binnen en buiten een huwelijkgeboren kinderenZoals is aangekondigd in de Fiscale beleids- en uitvoeringsagenda 2025die op 25 april jl. door de Staatssecretaris van Financiën naar de TweedeKamer is verzonden10, wordt de Successiewet 1956 aangepast naaraanleiding van het arrest van 6 september 2024 van de Hoge Raad (HR)over biologisch kind.11 De HR heeft geoordeeld dat het verschil inbehandeling voor de schenk- en erfbelasting tussen kinderen die geborenzijn binnen het huwelijk en buitenhuwelijkse kinderen die niet in familie-rechtelijke betrekking stonden tot hun biologische ouder maar wel eenzodanig nauwe relatie met hem hadden dat sprake is van «family life», instrijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 van het EuropeesVerdrag voor de Rechten van de Mens. Ter reparatie hiervan wordt dezewetsaanpassing opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2026 met1 januari 2026 als beoogde datum inwerkingtreding.12Twee jaar ziekte en geen recht op loondoorbetaling dan wel eenZiektewetuitkeringWanneer werknemers langdurig ziek zijn, hebben zij gedurende twee jaar(104 weken) recht op loondoorbetaling door de werkgever. Als iemand naafloop van die periode nog steeds zijn/haar eigen arbeid niet (volledig)kan uitvoeren door ziekte of gebrek, dan kan de langdurig ziekewerknemer een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naararbeidsvermogen (WIA) aanvragen. Dat geldt ook wanneer iemandpassende arbeid verricht. Ook kan worden gekozen voor een vrijwilligeverlenging van de periode van loondoorbetaling. De Raad benoemt eenknelpunt dat ontstaat wanneer werknemers na twee jaar ziekte passendwerk bij hun werkgever blijven verrichten. Zij zouden geen recht hebbenop loondoorbetaling én niet in aanmerking komen voor een ziektewetuit-kering. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal met deRaad in contact treden om nadere informatie over dit knelpunt op tevragen om daarna eventuele oplossingen te kunnen verkennen.Behoefte aan mogelijkheid van meervoudige afdoening van kantonzakenDe Raad benoemt de behoefte aan de mogelijkheid van meervoudigekantonrechtspraak. Op 22 november 2024 heeft de Hoge Raad geoordeelddat de enkelvoudige rechtsprekende kantonrechter een zaak niet kanverwijzen naar de meervoudige kamer van drie kantonrechters.13 In zijnarrest onderkende de Hoge Raad dat de rechtspraktijk behoefte heeft aande mogelijkheid van meervoudige kantonrechtspraak. De Hoge Raad geeftin zijn arrest aan dat het aan de wetgever is om te beoordelen of dewetgeving op dit punt aanpassing behoeft. Het kabinet erkent de behoeftein de rechtspraktijk om de mogelijkheid te krijgen om kantonzakenmeervoudig af te doen. Dit zou uitsluitend gaan om civiele zaken en zou indat geval een wijzigingen vergen van art. 46 Wet RO en art. 98 WetboekBurgerlijke Rechtsvordering. Het kabinet zal zich oriënteren op dehaalbaarheid hiervan.Huurrecht – ontruiming en belangen kinderenDe Raad besteed in het jaarverslag aandacht aan de invulling van artikel 3van het Verdrag inzake de rechten van het kind (VRK) bij ontruimingszaken10Kamerstukken II 2024/25, 32 140, nr. 251.11HR 6 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1130.12Kamerstukken II 2024/25, 32 140, nr. 251 bijlage 1.13HR 22 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1724.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9826 en/of in zaken waarbij sprake is van afsluiting van drinkwater. Concreetgaat het erom dat gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP) nodigzijn om te bepalen of er minderjarige kinderen op het adres staaningeschreven. De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) gaat over deautorisatiebesluiten.Momenteel lopen er gesprekken tussen RvIG en de Stichting NetwerkGerechtsdeurwaarders (SNG) over het aanpassen van de autorisatie voorgerechtsdeurwaarders. De urgentie en het belang worden erkend. Erwordt onderzocht of de gewenste en beoogde bevraging van de BRP alonder de reikwijdte van de bestaande autorisatie van SNG valt of dat ereen wettelijke grondslag is om de gerechtsdeurwaarders te autoriserenvoor deze bevraging.(Capaciteits)tekorten met impact op bestuursrechtzakenBeroepen niet-tijdigIn eerdere jaarverslagen is aandacht besteed aan de grote gevolgen vande hoge instroom van beroepen niet tijdig beslissen (BNTB). De Raadconstateert dat de instroom BNTB’s ook in 2024 verder is gestegen. Dehoge instroom wordt namelijk veroorzaakt doordat uitvoeringsorgani-saties zoals de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) er steeds minderin slagen om binnen geldende termijnen besluiten te nemen.INDHelaas lukt het bij vreemdelingenzaken de IND vaak niet om binnen dewettelijke termijn te beslissen op een aanvraag of op een bezwaarschrift.Om meer grip op de migratie te krijgen, zet het kabinet in op een breedpakket aan maatregelen. Zowel om de instroom te verminderen als om deasielketen per direct en duurzaam te ontlasten. Tegelijkertijd doet de INDwat ze kan om de hoge asielinstroom op te vangen. Zo werkt de IND aanverhoging van de productiviteit, vooral door slimmer en efficiënter tewerken en het werk, waar dat kan, eenvoudiger te maken.Door een aanhoudend hoog aantal asielaanvragen, ook bij nareis, is dewachttijd voor aanvragers verder opgelopen. Hoewel er diverse maatre-gelen zijn genomen om aanvragen versneld af te handelen en de voorraadzaken minder snel te laten oplopen, blijft de druk groot. Onlangs is debeslistermijn voor nareis verlengd naar negen maanden. Deze verlengingversnelt echter niet de afhandeling van (nareis)asielaanvragen en beperktde voorraadgroei nauwelijks. Wel heeft het invloed op de voorraad dieover de beslistermijn heen gaat.Ondanks de voorgenomen maatregelen om de productiviteit te verhogen,zal de werkvoorraad van de IND naar verwachting de komende tijd, ook in2025, nog toenemen. Dit komt doordat de productiecapaciteit bij de IND,ondanks uitbreiding, onvoldoende is om de asielinstroom bij te houden.De oplopende doorlooptijden hebben in het afgelopen jaar geleid tot eenstijging van het aantal bestuurlijke en rechterlijke dwangsommen.Onlangs is de bestuurlijke dwangsom afgeschaft; de rechterlijke variantblijft voorlopig bestaan. Het is daarom van belang om naast de inzet ophet afschaffen van de dwangsommen, te blijven inzetten op het herstellenvan het vermogen van de IND om tijdig te beslissen. Tegelijkertijd zet hetkabinet met een pakket aan maatregelen in op het beperken van deinstroom. Omdat de beschikbare productiecapaciteit bij de IND op ditmoment onvoldoende is om de instroom bij te houden en de voorraadweg te werken, zal het nog enige tijd duren voordat op alle asielaanvragenbinnen de wettelijke termijn beslist kan worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9827 Zie tevens de Staat van Migratie die op 4 juli jl. aan de Tweede Kamer isverzonden met relevante cijfermatige en beleidsmatige ontwikkelingen ophet terrein van migratie in 2024.14Uitvoeringsorganisatie Herstel ToeslagenBij enkele onderdelen van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen(UHT) lukt het vaak niet om binnen de wettelijke termijn te besluiten. Datbetreft aanvragen voor compensatie voor gedupeerden in de toeslagenaf-faire (integrale beoordeling of aanvraag aanvullende compensatiewerkelijke schade) of bezwaarschriften tegen beschikkingen op diecompensatieregelingen.Het kabinet heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over diverse maatre-gelen om de uitvoering te versnellen15. Momenteel begint voor de laatstegroepen ouders hun integrale beoordeling en naar verwachting wordteind 2025 de laatste integrale beoordeling afgerond. Bij de afhandelingvan bezwaren zet het kabinet onder meer in op een responsieve afhan-deling van het bezwaar, waarbij niet alleen wordt gekeken naar dejuridische juistheid van een besluit, maar ook naar de belangen en debeleving van de burger. Met betrekking tot aanvragen voor aanvullendecompensatie van werkelijke schade zet het kabinet in op een uniformschadekader en twee schaderoutes om te komen tot een vaststellingsover-eenkomst. Ondanks deze inzet leiden de maatregelen er bij de afhandelingvan aanvragen van aanvullende compensatie van werkelijke schade enbezwaren helaas nog niet toe dat op korte termijn de wettelijke beslister-mijnen worden gehaald.Het kabinet heeft in 2024 onderzocht of een aanpassing van de wettelijkebeslistermijnen zou kunnen bijdragen aan het voorkomen van beroepen-niet-tijdig-beslissen en van verstoring van de behandelvolgorde. DeTweede Kamer is geïnformeerd dat onder andere naar aanleiding van hetadvies van de Afdeling advisering van de Raad van State is afgezien vanaanpassing van de wettelijke beslistermijnen.16 In reactie op de adviezenvan de commissie Van Dam heeft het kabinet diverse aanvullendemaatregelen aangekondigd om de afhandeling van aanvragen vooraanvullende compensatie voor werkelijke schade en voor bezwaren teversnellen en te verbeteren.17 De Afdeling bestuursrechtspraak van deRaad van State heeft daarnaast in een zaak uitspraak gedaan over determijn waarbinnen de Dienst Toeslagen bij een gegrond beroep tegen hetniet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit bekend moetmaken.18 Hieruit volgt een verlengde beslistermijn tot 60 weken na hetverlopen van de oorspronkelijke beslistermijn van 12 tot 16 weken.De Tweede en Eerste Kamer zijn op 4 juli jl. in de Voortgangsrapportagehersteloperatie toeslagen over de periode januari–april 2025 door deStaatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen geïnformeerd overde uitwerking van de aangekondigde maatregelen, de consequenties vande uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Stateen de (on)mogelijkheden rondom het beslissen binnen de beslister-mijnen.1914De Staat van Migratie 2025 | Rapport | Rijksoverheid.nl.15Kamerstukken II 2024/25, 36 708, nr. 1.16Kamerstukken II, 2023/24, 36 577, nr. 7.17Kamerstukken II, 2024/25, 36 708, nr. 1.18ECLI:NL:RVS:2025:1301.19https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/07/04/aanbiedingsbrief-voortgangsrapportage-hersteloperatie-toeslagen-januari-april-2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9828 (Capaciteits)tekorten met impact op kantonzakenImpact tekort aan verzekeringsartsen op arbeidszakenVolgens de Raad wordt bij kanton in arbeidszaken als knelpunt ervaren dathet UWV er niet of niet tijdig in slaagt een deskundigenoordeel af tegeven. Dit wordt veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen.Dit kan ook gevolgen hebben voor herstel en re-integratie. Daarnaastheeft deze mismatch tussen vraag en capaciteit gevolgen voor bijvoor-beeld het afgeven van deskundigenoordelen door UWV. Op dit momentwordt door het UWV prioriteit gegeven aan het uitvoeren van dezeWIA-beoordelingen en de Wajong-beoordelingen. Hiermee hoopt hetUWV de wachttijden te verkorten en mensen eerder duidelijkheid te gevenover hun recht op een WIA of Wajong-uitkering. Dit heeft onder andere totgevolg dat er veel minder deskundigenoordelen kunnen worden verricht.Het genoemde knelpunt wordt dan ook door het kabinet herkend.Uiteraard wordt er samen met het UWV doorlopend gezocht naarmogelijke oplossingen voor de eerdergenoemde mismatch. Op kortetermijn is er echter geen voor de hand liggende oplossing. De komendejaren zullen er achterstanden blijven. Dit betekent dat ook het probleemten aanzien van de af te geven deskundigenoordelen niet op korte termijnzal worden opgelost. Dit is betreurenswaardig, zeker omdat het alternatiefvoor een deskundigenoordeel van het UWV hogere kosten met zichmeebrengt.Het uitvoeren van WIA-beoordelingen blijft de hoogste prioriteitverdienen. Het is van groot belang dat mensen sneller duidelijkheidkrijgen over hun recht op een uitkering. Dat dit resulteert in een knelpuntmet financiële gevolgen is daarbij helaas onvermijdbaar.Met de brief «Voortgang sociaal-medisch beoordelen en uitkomstvoorjaarsbesluitvorming» heeft de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid op 11 juni jl. de Tweede Kamer geïnformeerd over devooruitzichten voor de komende jaren.20 In deze brief worden ook demaatregelen genoemd om de achterstanden niet veel verder te latenoplopen.(Capaciteits)tekorten met impact op civiele jeugdzaken, hetfamilierecht en het jeugdstrafrechtBeschikbaarheid jeugdhulpverleningDe Raad geeft aan dat kwaliteit en de kwantiteit van de jeugdhulpver-lening al jaren onder de maat is. De overheid (Rijk en gemeente) isverantwoordelijk voor de jeugdhulpverlening en de rechter moet zichhierop verlaten. Rechterlijke uitspraken kunnen hierdoor soms nietworden uitgevoerd. Ook komt het voor dat geen machtiging aan derechter wordt gevraagd omdat er geen plek voor een jeugdige is in eeninstelling. Dit wordt alleen maar problematischer. Het systeem dreigt vastte lopen. Dit speelt zowel in het civiel jeugdrecht, het familierecht als hetjeugdstrafrecht. De problemen in de (tijdige) beschikbaarheid vanjeugdhulp die door de rechter is opgelegd spelen helaas al langere tijd. Deoplossing van deze problematiek is complex, mede als gevolg van eensplitsing van verantwoordelijkheden op grond van het decentrale stelsel.De urgentie van deze problematiek wordt door het kabinet onderkend.Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028 wordt dan ook met veel20Kamerstukken II, 2024/25, 26 448, nr. 846.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9829 inzet gezamenlijk met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)gewerkt aan concrete verbetering.21 In deze Hervormingsagenda zijnmaatregelen opgenomen om de toegankelijkheid, kwaliteit en betaal-baarheid van het jeugdstelsel te verbeteren. Deze zijn onder anderegericht op de reikwijdte van de jeugdhulpplicht, versterking van lokaleteams en standaardisatie van de specialistische jeugdzorg. Daarnaastheeft het kabinet de ambitie om zoveel mogelijk te voorkomen datkinderen en gezinnen jeugdzorg nodig hebben en wil het kabinet ervoorzorgen dat, als hulp nodig is, zij zo snel mogelijk de juiste hulp enondersteuning krijgen.Specifiek met betrekking tot de beschikbaarheid van jeugdzorg, is hetwetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg aanhangig waaringemeenten door verplicht regionaal samen te werken beter in staatworden gesteld te voorzien in een toereikend aanbod van specialistischejeugdzorg.22 Dit wetsvoorstel is op 15 april jl. aangenomen door deTweede Kamer.23Door middel van de Verzamelbrief Justitiële Jeugd24 van 20 mei 2025heeft het kabinet de Tweede Kamer uitgebreid geïnformeerd over devoortgang op de diverse initiatieven: op het gebied van wetgeving, deuitbreiding van landelijke inkoop en het beter regelen van regionaleinkoop van Jeugdhulp in Strafrechtelijk kader, onderzoek om verdiependinzicht te krijgen en vervolgacties in de verschillende regio’s waarbijgemeenten met zorgaanbieders werken aan verbetering van de beschik-baarheid. Door al deze gezamenlijke inspanningen is de hoop dat dekomende tijd resultaten zichtbaar worden.Steunfiguren bij familierechtelijke en jeugdbeschermingsproceduresHet kabinet deelt de mening van de Raad dat steunfiguren bij familierech-telijke en jeugdbeschermingsprocedures van grote betekenis zijn. Omdeze reden heeft het kabinet in maart 2025 de opdracht gegeven om eenonderzoek te doen naar steunfiguren bij familierechtelijke en jeugdbe-schermingsprocedures.Bijzondere curatoren vervullen bijvoorbeeld een belangrijke rol bij deondersteuning van een kind in een procedure. Zij worden door de rechterbenoemd. Bijzondere curatoren kunnen zowel een juridische als eenniet-juridische achtergrond hebben. De Raad geeft aan dat het aantalbijzondere curatoren met een gedragswetenschappelijke achtergrond nogsteeds beperkt is, terwijl daar veel behoefte aan is. De Raad geeft aan datdit mogelijk samenhangt met de vergoeding vanuit de overheid. Op3 maart jl. heeft de commissie-Van der Meer II haar adviesrapportgepresenteerd met daarin verschillende aanbevelingen om de vergoe-dingen binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand te verbe-teren.25 Ten aanzien van de vergoeding voor bijzonder curatoren heeft decommissie geadviseerd om de zaakcode P091 (bijzondere curator) tesplitsen in twee aparte zaakcodes. Volgens de commissie moet het forfaitin zaken ex artikel 1:212 BW vast worden gesteld op 10 punten en hetforfait in zaken ex artikel 1:250 BW op 13 punten.21https://open.overheid.nl/documenten/addec5d5-279c-40de-b607-7b64e8441602/file.22Zie wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg 36 546.23https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/04/15/tweede-kamer-stemt-in-met-wet-voor-betere-beschikbaarheid-jeugdzorg.24Kamerstukken II 2024/25, 28 741, nr. 126.25Bijlage bij Kamerstukken II 2024/25, 31 753, nr. 293.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 98210 Op 26 juni jl. is de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de toekomstvan de sociale advocatuur en de voortgang van de stelselvernieuwingrechtsbijstand.26 In deze brief wordt onder andere de opvolging van deaanbevelingen van de commissie-Van der Meer II toegelicht. Het kabinet isverheugd te melden dat de vergoedingen voor sociaal advocaten al in2026 op onderdelen structureel worden verbeterd, conform de aanbeve-lingen van de commissie.In dit kader informeert het kabinet graag over de opvolging van het in2023 geadresseerde knelpunt ten aanzien van de bescherming van hetvermogen van minderjarigen met een ouder wiens vermogen onderbewind is gesteld. Het wetsvoorstel, waarin voor dit knelpunt een regelingwordt getroffen, is van 10 maart tot 10 juni jl. in (internet)consultatiegegeven.27 Voorgesteld wordt dat wanneer het vermogen van een ouderof voogd onder bewind wordt gesteld, steeds door de kantonrechterwordt beoordeeld of ook met betrekking tot het vermogen van hetminderjarige kind een voorziening moet worden getroffen. Dit kanbetekenen dat als een ouder of voogd gezamenlijk met een andere ouderof voogd het bewind uitoefent, de uitoefening van het bewind door deonderbewindgestelde ouder of voogd geheel of gedeeltelijk wordtbeëindigd en het bewind door de andere ouder of voogd geheel ofgedeeltelijk alleen wordt gevoerd. Als er geen andere ouder of voogd isdie verder het bewind kan voeren, kan dit betekenen dat het bewindgeheel of voor het beëindigde deel door een benoemde bewindvoerderwordt gevoerd. Bij zijn beslissing neemt de kantonrechter het belang vande minderjarige als uitgangspunt.(Capaciteits)tekorten met impact op de strafrechtketenCapaciteitstekort in de geestelijke gezondheidszorgIn het jaarverslag 2023 heeft de Raad al aandacht gevraagd voor decapaciteitstekorten in de geestelijke gezondheidszorg en de effecten in hetstrafrecht. Deze zorgen zijn volgens de Raad nog steeds aanwezig. Hetkabinet wil met een brede aanpak voor personen met verward/onbegrepen gedrag proberen te bewerkstelligen dat mensen tijdigpassende zorg en ondersteuning krijgen, zodat zij niet onnodig inaanraking komen met politie en justitie.De Werkagenda aansluiting reguliere zorg en forensische zorg isonderdeel van deze brede aanpak en richt zich specifiek op het deel vande doelgroep met een hoog veiligheidsrisico.28 Het doel van deWerkagenda is specifiek de aansluiting tussen forensische zorg enreguliere zorg te verbeteren voor dat deel van de doelgroep met verwardgedrag én een hoog veiligheidsrisico. Hiermee wordt voorkomen datmensen tussen wal en schip raken met alle mogelijke gevolgen van dien.De Ministeries van JenV en VWS hebben samen met veldpartijen in hetkader van de Werkagenda 11 maatregelen geïdentificeerd om dit doel tebehalen. Hierover hebben de Staatssecretaris van JenV en de Staatssecre-taris van VWS de Tweede Kamer op 25 november 2024 bij brief geïnfor-meerd.29 Na de zomer ontvangt de Tweede Kamer een brief over devoortgang van de Werkagenda.Specifiek meldt de Raad dat bij de toepassing van artikel 2.3 Wetforensische zorg (Wfz) ook regelmatig blijkt dat aan de machtiging geen26Kamerstukken II 2024/25, 31 753, nr. 312.27https://www.internetconsultatie.nl/beschermingvermogenfamilierecht/b1.28Kamerstukken II 2024/25, 33 628, nr. 106.29Kamerstukken II 2024/25, 33 628, nr. 106.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 98211 gevolg kan worden gegeven omdat er geen geschikte plek (metvoldoende zorg én beveiliging) beschikbaar is. Dit knelpunt is ingebed invoornoemde Werkagenda aansluiting forensische en reguliere zorg.Daarnaast wordt in het wetsvoorstel Evaluatiewet Wvggz en Wzdvoorgesteld dat in de Wfz expliciet wordt opgenomen dat de voorberei-dingsprocedures van de Wvggz en Wzd gevolgd dienen te worden. Hetdoel is om de afstemming met zorgaanbieders vooraf beter te latenverlopen waardoor tijdig een passende zorgplaats kan worden gevonden.De capaciteitstekorten in de geestelijke gezondheidszorg hebben volgensde Raad ook gevolgen voor de plaatsing van terbeschikkinggestelden intbs-klinieken. De lange wachttijden voor plaatsing in een tbs-kliniekondermijnen de effectiviteit en geloofwaardigheid van het tbs-systeem.Het kabinet zet zich daarom in om de capaciteitsdruk binnen de tbs aan tepakken, onder andere door het uitbreiden van de capaciteit. Het kabinetheeft de Tweede Kamer hierover op 30 juni jl. geïnformeerd met devoortgangsbrief Forensische Zorg.30Capaciteitsproblemen in het gevangeniswezenDe Raad uit in het jaarverslag verder haar zorgen over en maakt bezwarentegen de (nood)maatregelen van het Ministerie van JenV en de DienstJustitiële Inrichtingen (DJI) om de capaciteitsproblemen in het gevange-niswezen aan te pakken.In het jaarverslag worden knelpunten gesignaleerd naar aanleiding van de(capaciteits-)tekorten in het gevangeniswezen, met impact op destrafrechtketen. Het kabinet onderschrijft het belang van de tenuitvoer-legging van opgelegde vrijheidsstraffen. Tegelijkertijd dwingt de huidigecapaciteitskrapte het kabinet om maatregelen te treffen. Daarbij is het deinzet om tijdelijke maatregelen, zoals het eerder heenzenden vangedetineerden, alleen toe te passen indien dit strikt noodzakelijk is. Dezenoodmaatregel wordt juridisch mogelijk gemaakt in de Regeling tijdelijkverlaten inrichting (Rtvi). In de voortgangsbrief Forensische Zorg die op30 juni jl. aan de Tweede Kamer is verzonden, wordt hier verder opingegaan.31 De capaciteitsproblemen bij DJI zijn niet op korte termijnopgelost. Structurele oplossingen om de capaciteitsdruk in het gevange-niswezen te verlichten zijn daarom noodzakelijk. Een onderdeel van hetverlichten van de capaciteitsdruk binnen het gevangeniswezen is het zospoedig mogelijk kunnen doorstromen van tbs-passanten naar eenForensisch Psychiatrisch Centrum (FPC). Zie ook de aanpak van capaci-teitstekort in de forensische zorg zoals hiervoor omschreven.De Raad geeft aan dat er ook bij de jeugdzorg en justitiële jeugdinrich-tingen (JJI’s) capaciteitsproblemen zijn. De JJI’s kampen inderdaad allangere tijd met hoge capaciteitsdruk als gevolg van een gebrek aancapaciteit van personeel en gebouwen en een toenemende instroom.Daarom wordt hard gewerkt aan het uitbreiden van de JJI-capaciteit.32 Zois in het najaar van 2024 een afdeling met 10 plaatsen in Rijks JJI DenHey-Acker33 opnieuw in gebruik genomen en zijn in januari van dit jaar inJJI De Haven twee leefgroepen met in totaal 18 plaatsen geopend. Ookstaan dit jaar verdere uitbreidingen van JJI’s De Haven en Teylingereindgepland. Daarnaast verkent DJI de haalbaarheid tot herbestemming vande locatie Harreveld tot een JJI.34 Verder geeft de Raad aan dat er veel30Kamerstukken II 2024/25, 33 628, nr. 110.31Kamerstukken II 2024/25, 33 628, nr. 110.32Kamerstukken II 2024/25, 24 587, nr. 1047.33Deze afdeling was eerder buiten gebruik gesteld vanwege personeelstekort.34Kamerstukken II 2024/25, 24 587, nr. 1050.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 98212 meer behoefte is aan plaatsingen binnen instellingen van Catamaran, eenkliniek voor forensische jeugdpsychiatrie en Kleinschalige VoorzieningenJustitiële Jeugd (KVJJ’s) dan er werkelijk plaatsen zijn. Het kabinet heeftuw Kamer op 20 mei jl. geïnformeerd over de kosten en baten van deKVJJ’s.35 In 2024 was de gemiddelde maandelijkse bezetting van degecombineerde KVJJ’s 20 van de 40 plekken (waarbij er veel verschil istussen de vijf KVJJ’s). Hier is dus eerder sprake van een overschot daneen tekort aan plekken. Tevens is de verwachting dat de bezetting nietverder zal toenemen. Onderdeel van de voornoemde verkenningHerbestemming Harreveld is naast de herbestemming tot JJI, hetrealiseren van een locatie voor forensische jeugdpsychiatrie.Ten slotte zijn er volgens de Raad lange wachttijden bij allerlei instantiesdie informatie kunnen geven die relevant is voor de beoordeling van eenzaak. Zo is het vaak lang wachten op een persoonlijkheidsonderzoekvanwege het tekort aan (jeugd)psychiaters. Het Nederlands Instituut voorForensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) kampt al geruime tijd metproblemen om te voldoen aan de vraag naar pro Justitia-rapportages36 endeze op tijd op te leveren. Afgelopen jaren zijn de zwaarte van deproblematiek van de doelgroep en de complexiteit van de behandeldezaken toegenomen. Hierdoor staan de huidige declareerbare uren nietlanger in verhouding tot de daadwerkelijk bestede uren.Momenteel wordt bekeken of en hoe binnen de bestaande budgettairekaders, in aanvulling op de bestaande maatregelen, de tarieven voor proJustitia-rapporteurs en het aantal declareerbare uren per rapportagekunnen worden verhoogd. Daarna zal samen met de betrokken partijenworden bezien op welk tijdstip een dergelijke verhoging in werking kantreden.Tot slot stelt de Raad in dit kader dat het tekort aan forensisch deskun-digen met het aandachtsgebied minderjarigen bij het NederlandsForensisch Instituut (NFI) schrijnend is. Het NFI heeft inmiddels decapaciteit voor forensisch onderzoek bij minderjarigen kunnen uitbreidenen deze capaciteit zal in de loop van dit jaar nog verder worden uitge-breid. Door de eerdere tekorten aan forensisch artsen bij het NFI was dedoorlooptijd opgelopen. Om deze achterstand in te lopen, is een deel vande zaakstroom voor minderjarigen sinds maart 2024 naar het LandelijkOnderzoeks- en Expertisebureau voor Forensische Medische Onderzoekenbij minderjarigen (LOEF) gegaan. De doorlooptijd is inmiddels terugge-bracht naar gemiddeld vier maanden. Er is nauw overleg tussen het OMen het NFI over prioritering en voortgang. In een klein aantal zaken,waarbij complex schedel hersenletsel met dodelijke afloop aan de orde is,duurt het onderzoek langer vanwege neuropathologisch onderzoek datveel tijd vergt en extern moet worden uitgevoerd.Eerder gesignaleerde knelpuntenEen aantal van de in eerdere jaren gesignaleerde knelpunten is volgens deRaad nog steeds actueel, zoals de tweewoningen maatregel in de AOW,de behoefte aan de uitbreiding van de wettelijke mogelijkheid in hetbestuursrecht en het belastingrecht om gemachtigden te kunnenweigeren, en de als hoog ervaren griffierechten in civiele zaken en dehoge proceskostenvergoeding voor lage vorderingen in kantonzaken waarverstekvonnissen op volgen. Ook de eerder gesignaleerde knelpunten inhet strafrecht zijn volgens de Raad allemaal nog actueel. Dit zijn onder35Kamerstukken II 2024/25, 28 741, nr. 126.36Dit zijn onderzoeken door een psychiater of psycholoog naar een persoon die betrokken is inde rechtszaak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 98213 andere het taakstrafverbod, de ongewenstverklaring van terbeschikking-gestelden, de jaarlijkse verhoging van verkeersboetes en de onduidelijk-heden rondom de GBM (gedragsbeïnvloedende maatregel). Hierna wordtde voortgang met betrekking tot deze knelpunten gedeeld, voor zover vantoepassing. Andere eerder geïdentificeerde knelpunten blijven eveneensonder de aandacht van het kabinet. Hierop is vanwege uiteenlopenderedenen op dit moment geen voortgang op te melden.De tweewoningen maatregel in de AOWNet als in het jaarverslag 2023 noemt de Raad de tweewoningenregel inde AOW als knelpunt. De tweewoningenregel is geïntroduceerd om eenknelpunt op te lossen voor AOW’ers met een zogenoemde latrelatie(«living apart together»), waarbij belanghebbenden er bewust voor kiezengeen gezamenlijke huishouding te (willen) voeren, maar apart te blijvenwonen. De Raad geeft aan de feitelijke situatie van gehuwden enregistreerde partners, op wie de regeling niet van toepassing is, gelijk kanzijn aan die van ongehuwd samenwonenden, die wel vallen onder dezeregeling.Ook de Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft in brede zin naar vorengebracht dat er knelpunten zijn omtrent de leefvormdefinities en-beoordeling om de uitkeringshoogte van een AOW-gerechtigde vast testellen. Dit signaal is bekend bij het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid. SZW verkent samen met de SVB hoe de AOW op ditonderwerp kan worden vereenvoudigd. Het kabinet is echter nietvoornemens de tweewoningenregel ook in te voeren voor gehuwden/geregistreerd partners.De behoefte aan de uitbreiding van de wettelijke mogelijkheid in hetbestuursrecht en het belastingrecht om gemachtigden te kunnenweigerenDe Raad heeft opnieuw aandacht gevraagd voor het ontbreken van eenwettelijke bevoegdheid binnen het belastingrecht en het bestuursrecht omgemachtigden, die de belangen van hun cliënten in een rechtszaak nietgoed behartigen, voor een bepaalde periode te kunnen weigeren. Ditspeelt met name in de beroepsfase omdat het weigeren van een gemach-tigde in de beroepsfase alleen per zaak mogelijk is. Dit wordt door deRaad gezien als een knelpunt. De komende periode zal samen met deRaad worden besproken op welke termijn kan worden onderzocht of toteen oplossing voor dit knelpunt kan worden gekomen.Griffierechten in civiele zakenHet kabinet is bekend met het door de Raad benoemde knelpunt vangriffierechten in civiele zaken. In de Verzamelwet Justitie en Veiligheid enAsiel en Migratie 2025 wordt een aantal verbeteringen van de griffierech-tensystematiek doorgevoerd, namelijk verlaging van de griffierechten inhet kader van de Wet homologatie onderhands akkoord (Whoa) envrijstelling van griffierechten bij betalingsonmacht in het bestuursrecht.Dit wetsvoorstel is door beide Kamers aangenomen en is op 1 juli 2025 inwerking getreden.37 Voor verdere verlaging van de griffierechten is ermomenteel geen financiële dekking.37Staatsblad 2025, 124: Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 98214 De hoge proceskostenvergoeding voor lage vorderingen in kantonzakenwaar verstekvonnissen op volgenIn het Jaarverslag 2023 heeft de rechtspraak aangegeven dat de veroor-deling van een natuurlijk persoon in de proceskosten van eenniet-natuurlijk persoon als knellend wordt ervaren. Het kabinet onderkentde problematiek van hoge proceskostenveroordelingen voor burgers inciviele procedures tegen rechtspersonen. Omdat de draagkracht van degemiddelde onderneming hoger is dan van de gemiddelde burger, zijn degriffierechten voor ondernemingen hoger dan griffierechten voor burgers.Dit draagkrachtbeginsel heeft als keerzijde dat burgers te maken kunnenkrijgen met een hogere proceskostenveroordeling zodra zij in eenprocedure tegen een rechtspersoon door de rechter in het ongelijkworden gesteld.Het door de Raad gesignaleerde knelpunt is ook aan de orde gekomen inhet Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) Problematischeschulden.38 In dat kader wordt bezien hoe hiermee wordt omgegaan. Hetkabinet hecht eraan op voorhand mee te geven dat hier complexevraagstukken achter zitten waar in de bijlage van het IBO-rapport ook naarwordt verwezen. Vanuit het IBO Problematische schulden wordenallereerst de maatregelen rondom het collectief afbetalingsplan en dezorgplicht gerechtsdeurwaarders uitgewerkt, daarna wordt naar dit puntgekeken. De Tweede Kamer wordt over de uitkomsten geïnformeerd.Daarnaast is op 1 maart 2025 het experiment met de regelrechter inwerking getreden. Het experiment creëert een laagdrempelige toegang totde kantonrechter voor geschillen over geldvorderingen tot € 5.000 envorderingen van een werknemer uit hoofde van een arbeidsovereen-komst. Doel van het experiment is onder andere de procedure eenvou-diger, sneller en effectiever te maken. De werkwijze in het experiment metde regelrechter zorgt voor lagere proceskosten. Ook heeft de regelrechterde bevoegdheid om de proceskosten geheel of gedeeltelijk te compen-seren, ook als de vordering van eiser volledig wordt toegewezen. Hetexperiment heeft een looptijd van drie jaar en zal worden geëvalueerd.Aan de hand van de uitkomsten van dit experiment zal worden bekeken ofhet wenselijk is (elementen uit) deze procedure om te zetten in eenstructurele regeling.39Ten slotte bestudeert het kabinet het advies van de Adviescommissie voorburgerlijk procesrecht over het vereenvoudigen van het burgerlijkprocesrecht en het opheffen van het onderscheid tussen de dagvaardings-en verzoekschriftprocedure.40 Momenteel wordt bezien of en op welkewijze het advies van de Adviescommissie kan worden gebruikt. Artikel 237Rv, waarin de proceskostenveroordeling wordt geregeld, maakt hieronderdeel van uit.Het taakstrafverbodDe Raad benoemt het taakstrafverbod als een al eerder gesignaleerd ennog steeds actueel knelpunt. Bij de behandeling van het eerderewetsvoorstel uitbreiding taakstrafverbod, dat uiteindelijk niet is aange-38Kamerstukken II, 2023/24, 24 515, nr. 766: IBO Problematische schulden, Bijlage 11 Beleids-opties IBO Problematische schulden, I8 Alle kosten van civiele invordering herijken.39Staatsblad 2025, 13: Besluit van 20 januari 2025, houdende tijdelijke regels ten behoeve vaneen experiment met een procedure bij de regelrechter (Tijdelijk besluit experimentregelrechter).40https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brieven/2024/12/23/advies-opheffing-onderscheid-dagvaardings-en-verzoekschriftprocedure.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 98215 nomen, bleek dat er meerdere fundamentele kritiekpunten bestaan bij hettaakstrafverbod en de uitbreiding daarvan.41 Zoals omschreven in hetRegeerprogramma en in lijn met aangenomen Kamermoties, wordtmomenteel een wetsvoorstel aanpassing taakstrafverbod vormgegeven.42Daarbij wordt rekening gehouden met de eerder geuite kritiek op hettaakstrafverbod en de uitbreiding daarvan. Binnen het nieuwewetsvoorstel wordt de balans gezocht tussen enerzijds het vergroten vande ruimte om maatwerk toe te passen door het OM en de rechter tenaanzien van het huidige taakstrafverbod. Anderzijds wordt gekeken naarhet uitbreiden van het taakstrafverbod bij delicten waarbij enkel eentaakstraf niet passend wordt gevonden, namelijk mishandeling van (eenafgebakende groep) werknemers met een publieke taak. Het streven is hetwetsvoorstel voor de zomer in consultatie te brengen.De jaarlijkse verhoging van verkeersboetesDe Raad verwijst naar het vorig jaar gesignaleerde knelpunt over debeperkte ruimte die de Mulderrechter heeft om iets te doen aan schrij-nende zaken van mensen met schulden, van wie de problemen alleenmaar groter worden bij oplopende verschuldigde bedragen. Het CentraalJustitieel Incassobureau (CJIB), dat verantwoordelijk is voor de inning vande verkeersboetes, heeft de afgelopen jaren grote stappen gezet richtingeen meer persoonsgerichte inning. Er zijn steeds meer mogelijkheden tothet leveren van maatwerk ontwikkeld, zoals het treffen van betalingsrege-lingen of een verwijzing naar schuldhulpverlening. Het CJIB zal zich ookde komende tijd blijven inzetten voor een persoonsgerichte inning. Zo ishet sinds 1 juni jl. mogelijk voor het CJIB de ophogingen bij boetesconform de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoor-schriften (Wahv) kwijt te schelden indien sprake is van overmacht ofonevenredig hardvochtige effecten.43 Op die manier wordt voorkomen datmensen (verder) in de problemen komen als gevolg van de ophogingen.Op 4 april jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitwerking van deverschillende scenario’s voor een verlaging van de ophogingspercentagesbij Wahv-boetes.44 Bij het regeerprogramma zijn evenwel geen financiëlemiddelen beschikbaar gesteld voor een verlaging.Het OM heeft naar aanleiding van de hoge indexering van de verkeers-boetes voor het jaar 2023 in een brief van 23 juni 2022 aangegeven dat ereen disbalans tussen de verschillende sanctiestelsels is ontstaan. Ook deRaad heeft hier vorig jaar aandacht voor gevraagd. De voormalig Ministervan JenV heeft aan het OM gevraagd advies te geven over de aard enomvang van deze disbalans, de oorzaken hiervan en de scenario’s voormogelijke oplossingen. Eind mei 2023 is het rapport «Boetestelsels inbalans» door het OM opgeleverd. In het rapport wordt geconcludeerd dater op verschillende punten een problematische disbalans tussen deboetestelsels is ontstaan, met name door de in het verleden doorgevoerdebeleidsmatige verhogingen van de verkeersboetes bovenop de reguliereindexering.In de op 6 juni jl. naar de Tweede Kamer verstuurde kabinetsreactie op hetrapport «Boetestelsels in balans» is toegelicht dat er geen opvolging kanworden geven aan het advies van het OM om de boetes binnen hetfeitgecodeerde stelsel met 30% te verlagen.45 Binnen het kabinet zijn er41Zie wetsvoorstel uitbreiding taakstrafverbod nr. 35 528.42Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VI, nr. 55; Kamerstukken II 2022/23, 29 282, nr. 505; Kamer-stukken II 2023/24, 29 628, nr. 1207.43Kamerstukken II 2024/25, 29 279, nr. 931.44Kamerstukken II 2024/25, 29 279, nr. 931.45Kamerstukken II 2024/25, 29 398, nr. 1176.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 98216 andere grote financiële uitdagingen, wat maakt dat er ook niet bredergekeken kan worden naar dekking voor dit voorstel. Daarnaast geldt ookdat een dergelijke verlaging van de verkeersboetes, zeker wanneer deze inéén keer doorgevoerd zou worden, mogelijk een verkeerd signaal afgeeft.De afgelopen periode is daarom bekeken op welke wijze er op een budgetneutrale manier (deels) opvolging gegeven zou kunnen worden aan hetrapport. Gekeken is daarbij naar intensivering van de geautomatiseerdehandhaving om met de meeropbrengsten daarvan een boeteverlagingcompenseren. Dit is onmogelijk gebleken vanwege de extra druk die ditvoor de strafrechtketen op zou leveren. Ook is gekeken naar demogelijkheid de hoogste verkeersboetes te verlagen en de kosten hiervante compenseren met het verhogen van de boetes voor de lichtsteovertredingen. Omdat hiermee de systematiek van het tarievenhuisbinnen de Wahv zou worden verstoord en er bij de verhoging van delaagste verkeersboetes geen sprake zou zijn van een maatschappelijkeherwaardering van de ernst van deze overtredingen, is deze optie ookonwenselijk gebleken. Daarom is besloten beide opties niet door tevoeren. Hierdoor wordt de bestaande disbalans in stand gehouden. Inreactie op de overige aanbevelingen worden wel een aantal kleineremaatregelen genomen zoals het vervroegen van het indexeringsproces enhet inventariseren van welke wettelijke grensbedragen aangepast zoudenmoeten worden. Een ander maatregel is het doen van nader onderzoeknaar de verhouding tussen de hoogte van de verkeersboetes en de hoogtevan de boetes die door rechters worden opgelegd voor andere communedelicten. Verder zullen de komende jaren verschillende ontwikkelingen diemogelijk kunnen leiden tot een vermindering van de druk op de strafrecht-keten worden gemonitord. Dit biedt op den duur wellicht ruimte dehandhaving te intensiveren en met de opbrengsten daarvan de feitgeco-deerde boetes te verlagen. Ook andere ontwikkelingen die ertoe kunnenleiden dat de proportionaliteit kan worden verbeterd en de verschillendesanctiestelsels op den duur meer met elkaar in balans kunnen wordengebracht, zullen worden gemonitord en waar nodig nader wordenonderzocht. De Minister van JenV is voornemens de tarieven op grondvan de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenmet ingang van 1 januari 2026 opnieuw te indexeren. Voor naderetoelichting wordt verwezen naar de voornoemde kabinetsreactie op hetrapport «Boetestelsels in balans».Wetgeving gedragsbeïnvloedende maatregelDe complexiteit van de wetgeving met betrekking tot de tenuitvoerleggingvan de gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) werd in het jaarverslagvan 2023 al genoemd als knelpunt. Bij de totstandkoming van de Tweedevaststellingswet van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is de inbrengvan de Raad over de tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentiebij de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige meegenomen.De Tweede vaststellingswet van het nieuwe Wetboek van Strafvorderingis op 1 april 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en is aanhangig bijde Eerste Kamer.4646https://www.eerstekamer.nl/korteaantekening/20250408_j_v?dossier=vmhymkpfguxl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 98217 SlotwoordIk ben de Rechtspraak wederom erkentelijk voor de signalering van deknelpunten die zij in de praktijk tegenkomt, op het gebied van zowel beleidals wetgeving. Dit stelt zowel de wetgevende als de uitvoerende macht instaat om belangrijke maatschappelijke problemen effectief aan te pakken.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 98218
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.
Bijlagen
Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.
Bij dit hoofddocument
Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie