KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 13 mrt 2025 · Tweede Kamer

Milieuraad op 27 maart

Brontekst

Staatssecretaris Jansen: Dank u wel, voorzitter. Dank aan de commissie voor haar inbreng en discussie in de eerste termijn. Ik heb een hele korte inleiding. Dan heb ik de kopjes Clean Industrial Deal, circulaire economie, bodem en overig. Ik heb de meeste vragen dus gebundeld in vier mapjes. Voorzitter. Met uw welnemen begin ik aan mijn hele korte inleiding. Tijdens de Milieuraad op 27 maart, waar we vandaag over spreken, vindt een gedachtewisseling plaats over de Europese mededeling inzake de Clean Industrial Deal. Deze mededeling schetst eigenlijk in grote lijnen wat de Commissie wil doen om het concurrentievermogen van de Europese industrie te versterken en tegelijkertijd de klimaat- en milieudoelstellingen van de EU te behalen. Voor de aankomende Milieuraad staan ook alleen de milieuaspecten van de CID — laat ik het vanaf nu maar zo noemen; dat is makkelijker — op de agenda, zoals circulaire economie. Daarnaast vindt een gedachtewisseling plaats over mondiaal milieubeleid, zoals het VN-plasticverdrag. Tot slot staan er een aantal diverse punten geagendeerd. Die heeft u ook tot u kunnen nemen via de geannoteerde agenda. Ik kan ook direct een vraag van volgens mij de heer Gabriëls daarover beantwoorden. De agenda kwam vrij laat, maar wij zijn afhankelijk van Brussel. Als die agenda laat beschikbaar komt, kunnen we hem ook pas heel laat met u delen. Voorzitter. Dan ga ik naar de eerste map, over de Clean Industrial Deal, de CID. Ik gaf net in mijn inleiding al aan dat deze deal zich met name zal focussen op energie-intensieve industrieën en het verlagen van de energiekosten. De Commissie zet daarbij vooral in op elektrificatie. De Kamer zal, zoals gebruikelijk, via het BNC-fichetraject op de hoogte worden gesteld van de inzet van het kabinet rondom de verdere onderhandelingen over de CID. Daar wil ik op dit moment nog niet te veel op vooruitlopen, omdat we nog geen positie hebben bepaald. Een aantal punten zal ik natuurlijk wel nader toelichten. Die komen ook zeker aan bod in de beantwoording van de vragen. Maar dat is de huidige status, hoe we daar nu in zitten. Ik kom bij de eerste vraag, van de heer Soepboer van NSC. Hij heeft een vraag over de geannoteerde agenda. Hij zegt: we lezen dat een formeel standpunt vooralsnog ontbreekt; hoe gaan we nou een scherpe discussie voeren als er nog geen formeel standpunt is? Zoals ik net schetste wordt de kabinetsinzet op dit moment opgesteld en met de betrokken ministeries afgestemd. Wij gaan de Kamer hierover informeren via het BNC-fichetraject. De CID bevat ook geen nieuwe wetgeving of nieuw beleid. Het is meer een aankondiging van beleidsvoorstellen langs een zevental thema's: betaalbare energie, lead markets, financiering, circulariteit, duurzame partnerschappen, vaardigheden en implementatie. Dat zijn de zeven thema's waarlangs het plaatsvindt. Maar nogmaals, het kabinet moet nog een beleid afspreken. Dat zullen we via het BNC-fichetraject met de Kamer delen. Dan heb ik een vraag van de heer Buijsse van de VVD. Hij vraagt of ik met onze buurlanden België en Duitsland optrek als het gaat om de landelijke uitwerking. Zie ik aanknopingspunten qua afstemming met collega's uit deze landen, voorbeelden en dat soort zaken? Laat ik het heel duidelijk stellen: natuurlijk trekken wij op met de landen om ons heen, maar in bredere zin trekken we op met gelijkgestemde landen, want dat is natuurlijk het meest effectief, los van het feit waar ze geografisch liggen. Ik zeg wel heel eerlijk tegen de heer Buijsse dat het nog onduidelijk is hoe het krachtenveld eruitziet wat betreft de CID. Er lijkt wel een algemeen besef te zijn dat de Europese industrie versterkt moet worden en dat de concurrentiekracht verbeterd moet worden. Dat zien we natuurlijk in Nederland, maar zeker ook in Europa. Zodra er meer duidelijkheid is over de positie van België en Duitsland, zal het kabinet zich uiteraard inzetten om aanknopingspunten te vinden en samen op te trekken. Dat geldt, zoals ik net zei, ook voor andere gelijkgestemde landen. Nog een vraag van de heer Buijsse: veel organisaties vinden de CID niet concreet genoeg en vrezen dat het bij mooie voornemens blijft; hoe kijkt de staatssecretaris daartegen aan? Ik zei net al: het is een mededeling en geen wetgevend voorstel. Het is dus vooral een aankondiging van toekomstige wetgeving. Als de concrete wetsvoorstellen die voortkomen uit de CID gepubliceerd worden, zullen deze via het reguliere proces uiteindelijk met de Kamer worden gedeeld. Het kabinet zal ook kijken hoe we concrete oplossingen kunnen bieden — we zullen dus ook met voorstellen daarvoor komen — die ten goede komen aan het bedrijfsleven en de inwoners van Nederland. Daarover vond net ook een discussie plaats tussen de Kamerleden. Dat is hoe wij het proberen in te steken. Voorzitter. Nog een vraag van de heer Buijsse: kan de staatssecretaris de Kamer meenemen in de overwegingen op het gebied van staatssteunregels en aanstellingsbeleid om onze ondernemers en inwoners te helpen en de overheid hierbij te positioneren als een soort launching customer. Het viel mij trouwens op dat er erg veel Engelse termen werden genoemd. Maar goed, dat ligt natuurlijk ook aan het stuk dat voorligt. Ik wil niet vooruitlopen op de kabinetsappreciatie van de CID. Daarnaast zeg ik heel eerlijk: staatssteun- en aanbestedingsbeleid is natuurlijk primair het terrein van de minister van Economische Zaken en de minister van Financiën. Als daarover vragen zijn die meer de diepte ingaan, moet ik die echt doorgeleiden naar die collega's. Ik kan daar op dit moment zelf niet al te veel over zeggen. Een vraag van zowel de heer Soepboer van NSC als de heer Boutkan van de PVV: de economie en concurrentiepositie moeten niet alleen goed blijven, maar ook haalbaar, betaalbaar en realiseerbaar zijn voor onze bedrijven en burgers; hoe voorzien de CID en andere initiatieven concreet in het draagvlak en de betaalbaarheid en kunnen wij dat punt als land steeds duidelijk naar voren laten komen? Dat is eigenlijk in algemene strekking wat er gevraagd werd. Het kabinet weegt de diverse belangen natuurlijk af in de beoordeling van de voorstellen van de Europese Commissie. Hierbij kijken we ook naar proportionaliteit, subsidiariteit, uitvoerbaarheid, geopolitieke implicaties en regeldruk. Heel eerlijk: ik zeg zelf ook altijd "haalbaar, betaalbaar en realistisch", bijvoorbeeld met betrekking tot de Lelylijn en de Nedersaksenlijn. Langs die weg vliegen wij dit aan. Het kabinet zal deze voorstellen uiteindelijk ook door die bril bekijken. Voorzitter. Dan heb ik een vraag van de heer Pierik van de BBB: de CID-deal moet de EU concurrerender maken en de CO2 verlagen; ziet de staatssecretaris mogelijkheden om te zorgen dat het mkb meeprofiteert van de CID? Dit sluit eigenlijk prima aan bij wat we via de CID beogen. De doelgroep is namelijk tweeledig: de energie-intensieve sector en de cleantechsector. Met name de cleantechsector omvat heel veel mkb-bedrijven. Voorwaarden voor markttoegang, vraagcreatie en beleid voor start-ups en scale-ups maken expliciet onderdeel uit van deze tak van de CID. Daarnaast behoort ook een aantal energie-intensieve bedrijven tot het mkb. De minister van KGG is actief betrokken bij het beleid van beide sectoren. Op die manier proberen we het mkb dus ook op een goede manier hierin mee te nemen. Voorzitter. De heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid vroeg: we moeten voorkomen dat onze industrie binnen geopolitieke ontwikkelingen wordt weggeconcurreerd; kan de staatssecretaris aangeven hoe we dat gaan meenemen in de Milieuraad? Het is volgens ons inderdaad van belang dat bedrijven in Nederland en de EU de transitie kunnen maken zonder oneerlijk weggeconcurreerd te worden. Die discussie vindt natuurlijk al vaker plaats in deze commissie. Het kabinet heeft dan ook oog voor de concurrentiepositie van zowel de Nederlandse als de Europese industrie binnen de wereldmarkt. Er zijn natuurlijk ontwikkelingen te zien rondom China en Amerika. Wij zetten ons in diverse EU-raden in voor het bevorderen van een gelijk speelveld voor de industrie op zowel de interne markt als de wereldmarkt. Een vraag van de heer Soepboer: ziet de staatssecretaris ook een scenario waarin eventuele geopolitieke overwegingen kunnen schuren met het voornemen tot verdere verduurzaming, bijvoorbeeld bij de CID en de financiering daarvan? Verduurzaming is volgens mij essentieel voor het bestendigen van de Europese industriële basis, maar ook voor het behalen van de klimaatdoelen die we met elkaar hebben afgesproken. Dat is ook vastgelegd in het regeerprogramma. Het is vaker bevestigd dat Nederland gecommitteerd blijft aan die doelen. Dat hebben we afgelopen week ook nog aangegeven in het debat in de Kamer. De CID ziet toe op verduurzaming, concurrentiekracht en strategische autonomie, in expliciete samenhang met elkaar. Daarmee is de CID juist een van de antwoorden op de huidige geopolitieke spanningen. Nogmaals, u wordt natuurlijk op de hoogte gehouden via het BNC-fiche, maar er zit dus samenhang tussen alle verschillende facetten. Geopolitiek krijgt juist binnen de CID een goede plek. Er zijn natuurlijk meer ontwikkelingen. Kijk ook naar de situatie tussen Rusland en Oekraïne en de afhankelijkheid van gas. Dat soort zaken komen hier in principe ook netjes in terecht. De heer Boutkan, PVV, had een vraag die eigenlijk over hetzelfde gaat, namelijk schone industrie en een gelijk speelveld voor de Europese economie, bijvoorbeeld ten opzichte van China en andere delen van de wereld. Nogmaals, het is gericht op het expliciet verbeteren van de concurrentiepositie en het toekomstbestendig maken en verduurzamen van de industriële basis in de EU. Het is, zoals ik al een paar keer heb aangegeven, echt een eerste mededeling. Invulling gaat dus echt nog langs meerdere lijnen volgen. Gaandeweg zullen we ook bepalen hoe ver de te nemen maatregelen moeten gaan. Maatregelen als buitenlandse subsidieverordeningen en Carbon Border Adjustment Mechanisms zien ook expliciet toe op het gelijktrekken van het speelveld met derde landen. Maar nogmaals, de invulling moet gaandeweg plaatsvinden. De heer Soepboer had een vraag over financiering en een structurele jaarlijkse investeringen van 480 miljard. Hij voorziet grote gaten in de financiering en vraagt: kloppen deze bedragen of zijn die wat aan de hoge kant? Nederland is volgens mij van mening dat de transitie van de industrie een publiek-private aangelegenheid zou moeten zijn. De mededeling poneert eerst ideeën over de mobilisatie van privaat kapitaal die, in samenhang met andere aangekondigde maatregelen, geapprecieerd zullen worden in een BNC-fiche. Ik wil op dit moment gewoon nog niet vooruitlopen op de inhoud daarvan. Dat wil je op termijn natuurlijk via dat fiche richting de Kamer gaan communiceren. Maar het is dus publiek-privaat. Dat is eigenlijk de verklaring. Alleen, het is wel een heel groot bedrag. Ik zie dat de heer Soepboer een vraag heeft. Voorzitter, staat u tussendoor interrupties toe? Nee? Oké. Ik ben ook bijna door het blokje heen. Een vraag van de heer Bamenga van D66: kan de staatssecretaris met een kopgroep zorgen dat uitgewerkte voorstellen voor de CID niet alleen nul uitstoot, maar ook nul vervuiling en nul gif als doelen opnemen, en dat daarbij het principe "de vervuiler betaalt" gehanteerd wordt? De eerdere plannen van de commissie, verzameld onder de Green Deal, hadden als uitgangspunt dat emissies en vervuiling niet leiden tot schade aan gezondheid of milieu. Dit uitgangspunt willen we graag vasthouden bij de uitwerking van de CID. Daar zal de inzet ook op zijn gericht. Voorzitter. Een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid: gaat de staatssecretaris zich inzetten voor snellere implementatie van de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit als onderdeel van de CID? Wat het kabinet betreft gaat de CID over verduurzaming in brede zin, waarbij een schone industrie niet alleen gedecarboniseerd is, maar ook circulair en in lijn met de nul-vervuilingsambitie van de EU voor 2050. De WHO-advieswaarden zijn leidend voor de Europese wetgeving voor schone lucht en het beleid in Nederland. In 2030 bereiken we de aangescherpte norm uit de herziene richtlijn luchtkwaliteit, met als tussenstap de ambitieuze WHO-advieswaarden. Daarna gaan we uiteindelijk op weg naar nul vervuiling in 2050. Het is ambitieus maar haalbaar. We proberen natuurlijk wel — dat heb ik al eerder aangegeven in een debat — toe te werken naar de WHO-advieswaarde, maar wij gaan wel uit van de richtlijnen die wij zelf met elkaar hebben afgesproken; het zijn adviezen van de WHO. Dan heb ik nog een vraag van de heer Boutkan, maar ook van de heer Soepboer: de impact en reikwijdte van maatregelen zijn groter op EU-niveau ten opzichte van nationaal niveau, terwijl de nationale samenleving hier de impact van ondervindt; zijn dit dan geen nationale koppen? De heer Soepboer had die vraag iets anders gesteld, maar goed. Ik snap die discussie. De impact op de samenleving van EU-maatregelen moet in alle lidstaten uiteindelijk gelijk zijn. Dan is er namelijk sprake van een level playing field en niet van nationale koppen. Dat is alleen het geval als Nederlandse regelgeving verder gaat dan waartoe een EU-richtlijn verplicht. Wij hebben in het hoofdlijnenakkoord volgens mij heel duidelijk iets gezegd over nationale koppen. We zien echter ook weleens in de discussie dat er in het verleden ook beleid is vastgesteld waarin een kop kan hebben gezeten. Wij gaan kijken naar de toekomstige situatie. Geen nieuwe nationale kop: dat is gewoon heel duidelijk afgesproken. Voorzitter. Dan de laatste vraag, van de heer Pierik van BBB over de transport- en logistieke sector: "Hoe beoordeelt het kabinet het voorstel vanuit dat perspectief? Deelt de staatssecretaris de zorgen die er zijn in de transportsector, die komt te staan voor investeringen op het gebied van essentiële infrastructuur en elektrificatie? Kan de staatssecretaris netcongestie daar ook bij meenemen?" De CID gaat niet specifiek over de transportsector, maar geeft wel randvoorwaarden voor een toekomstbestendige economie. Dit neemt niet weg dat de transportsector natuurlijk wel van groot belang is voor Nederland, zeker omdat wij natuurlijk een handelsland bij uitstek zijn. We zien ook dat verdere investeringen in de hele EU nodig zijn voor de uitrol van laadinfra, met name voor zware bedrijfsvoertuigen. Dit is een van de dingen die we recent, tijdens de top in Genève, besproken hebben. We hebben toen een overeenkomst gesloten met Turkije, juist om dit soort aspecten mee te nemen. Nederland loopt qua laadinfra echt voorop ten opzichte van andere landen, maar die kijken wel naar ons. Er was een discussie over de vraag of je ver of een beetje voorop moet lopen. Op dit terrein zijn we echt het gidsland voor een aantal landen binnen de EU. Dat is prima, want je moet ervoor zorgen dat iedereen op hetzelfde niveau uitkomt, omdat je uiteindelijk te maken hebt met heel veel stromen die van west naar oost, van oost naar west, van noord naar zuid en van zuid naar noord gaan. Dan heb je gewoon laadinfra nodig. Wij kijken dus inderdaad naar de positie van de transportsector en herkennen de zorgen die daar leven. Ik was afgelopen maandag op bezoek bij Veolia. Daar heb ik ook gehoord dat bedrijven met succes via een circulair businessmodel ondernemen. Daar waren ook een aantal andere ondernemers, een uit Haaksbergen en een uit Oldenzaal; waar de ander vandaan was, ben ik even vergeten. Zij gaven aan dat de discussie die wij weleens hebben over plastic en recyclaat, herkend wordt. Zij gaven aan dat zij er nog wel een gezonde boterham mee kunnen verdienen, maar ze zeiden wel: let even op dat dit niet te lang duurt, want je moet uiteindelijk wel een gelijk speelveld creëren. Ik zie ook de berichten dat een kwart van de bedrijven in de plasticreclyclebranche inmiddels is omgevallen. Wij zijn nu samen met de minister van KGG aan het kijken naar een overbruggingsregeling, want uiteindelijk hebben we deze bedrijven op langere termijn wel nodig. Je moet dus bekijken hoe je kunt voorkomen dat ze nu omvallen, terwijl je ze in de toekomst keihard nodig hebt. Dat was het blokje CID.

Versie 38a455a6266527bff141af9a8ea20a58f675ed683aeab314eee7569b4435db1b · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · dbfd181eb5d9ea47

13 okt 2026 · d414929d475ce3f1

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.