Uitspraak · 23 okt 2024 · Tweede Kamer
DUO en hoger onderwijs
Brontekst
Minister Bruins: Voorzitter, er was nog één korte vraag van de heer Paternotte in dit blokje. Kan de minister toezeggen niet te bezuinigen op het studentenreisproduct? Ik ben niet in de positie om budgettaire toezeggingen te doen, maar ik kan wel zeggen dat in het hoofdlijnenakkoord geen voornemens zijn opgenomen om het studentenreisproduct aan te passen. Ik hoop dat ik daarmee de vraag van de heer Paternotte voldoende heb beantwoord. Dan ben ik bij het blokje toegankelijkheid, selectie, kansengelijkheid en arbeidsmarktrelevantie. Dat zijn allemaal onderwerpen die onder dit kopje passen. Ik begin bij de vraag van de heer Ergin over selectieprocedures. We hebben daarover bij het debat Onderzoek- en wetenschapsbeleid kort met elkaar van gedachten gewisseld, meen ik. Ik zal begin 2025 eigenlijk alle onderwerpen rondom selectie en kansengelijkheid in één brief laten vervatten en daar dan ook met de Kamer over spreken. In de brief zal ik dan ook ingaan op de diverse moties hieromtrent. Zoals toegezegd zal ik me dan ook richten op de mogelijkheden en de voor- en nadelen van corrigerende selectie. Dan gaan we daar uitgebreid over spreken. Mevrouw Van Zanten vroeg naar de herkansingen van vso-leerlingen. Ze zei dat ze daardoor te laat zijn voor toelating tot het hbo en wo. Dat is inderdaad een bekend effect. Onlangs heb ik in de beantwoording van Kamervragen van mevrouw Westerveld aangegeven dat het vanaf volgend jaar mogelijk wordt gemaakt dat vso-leerlingen die willen doorstromen naar een hbo- of wo-opleiding, hun herkansing voor het staatsexamen vóór 1 september kunnen afronden. Hiermee is er vanaf volgend jaar dus een structurele oplossing. Aan vso-scholen zal ik vragen om hun locaties voor 1 september te openen, zodat vso-leerlingen daar eventueel terechtkunnen voor de herkansing. De leerling kan dan in afstemming met de vso-school kijken wat een passende plek is om de herkansing te doen. Daarmee zou het geregeld moeten zijn. De heer Stoffer vroeg wanneer we nou eens gaan werken aan het arbeidsmarktrelevant maken van de universitaire bachelor. Ik vind dat een interessante vraag. Het is een vraag die ik niet had zien aankomen. Het is echter wel een heel boeiende vraag, want hier wordt eigenlijk weinig over gesproken. We hebben inderdaad een bachelor-masterstructuur, maar je ziet in het wetenschappelijk onderwijs eigenlijk iedereen als het ware gedachteloos doorstromen naar de master, terwijl er een onderzoeksrapport ligt dat aantoont dat een substantieel deel van de masterstudenten overgekwalificeerd is voor de baan waarin deze studenten terechtkomen. Waarom dus niet stoppen bij een bachelordiploma? Dat is een interessante vraag. Het valt op dat de wo-bachelor op zichzelf vaak als niet voldoende relevant wordt gezien op de arbeidsmarkt. Kun je dat beter op elkaar afstemmen? Tegelijkertijd zie ik een tegenstrijdigheid in de commissie, want sommigen van u, zoals mevrouw Beckerman, zeggen dat een wetenschappelijke opleiding ook in zichzelf een waarde heeft voor de vorming van mensen. Het gaat dus niet alleen maar om arbeidsmarktrelevantie. Een wetenschappelijke opleiding gaat ook over een bredere vorming. Dat is eigenlijk de oudere gedachte van de homo universalis. Ik neem de suggestie wel graag tot me. Ik wil me hier verder in verdiepen. Ik wil hier ook eens verder over in gesprek gaan. Ik kan dat in een bestuurlijk overleg met UNL ook eens de vraag ter sprake brengen hoe we nou eigenlijk omgaan met de wo-bachelor. Want laten we wel wezen: onze hbo-bachelor kwalificeert iemand prima voor de arbeidsmarkt. We hebben er echter eigenlijk nauwelijks zicht op hoe dat zit met de wo-bachelor. Laten we er dan ook met zijn allen voor zorgen dat de hbo-bachelor gewoon die voortreffelijke toegang tot de arbeidsmarkt blijft en laten we er ook voor zorgen dat er niet allerlei onnodige opwaartse druk ontstaat op onze jonge mensen, terwijl we ze zo hard kunnen gebruiken op de arbeidsmarkt en zeker in de tekortsectoren. Het is dus een interessante vraag. Ik ga hierop studeren. Mevrouw Martens-America had het ook over de koppeling onderwijs en arbeidsmarkt. Er is een motie die vraagt naar de samenwerking tussen EZ en OCW om arbeidsmarkt en onderwijs meer op elkaar te laten aansluiten. Wat is dan mijn rol? Hoe zie ik mijn rol? Ik trek op verschillende manieren op met zowel EZ als Sociale Zaken, ook in het licht van de krapte op de arbeidsmarkt. Bovendien hoop ik op verschillende plekken maatregelen te nemen die letten op de arbeidsmarktrelevantie. Onder andere de Wet internationalisering in balans gaat helpen om te sturen door de uitzondering op tekortsectoren in regio's. De numeri fixi kunnen daarbij helpen en ook bijvoorbeeld de 450 miljoen die net toegekend zijn voor het Project Beethoven, waarbij we heel gericht inzetten op technici, ook op hbo- en mbo-niveau, in de verschillende regio's. We zorgen ervoor dat we toch een aantal maatregelen nemen die meer geprofileerd zijn op de arbeidsmarktkrapte. We zullen meer dan voorheen sturen op plekken waarop talenten moeten terechtkomen op een toekomstbestendige manier. Ook bij de lerarenaanpak en het Actieplan groene en digitale banen sturen we meer dan voorheen. Daarmee creëren we ruimte voor juist het opleiden van talenten voor tekortsectoren. We doen dus allerlei zaken. In de beleidsbrief waar ik begin volgend jaar mee kom, zal ik, naast de vermelding van wat we generiek doen aan financiering, ook een totaaloverzicht geven van de maatregelen die we nu nemen als specifieke stimulering op het vlak van arbeidsmarktkrapte in de sectoren waar we mensen hard nodig hebben. Ik zal mijn aanpak dan verder toelichten. Verschillende leden van de commissie hadden het over een mogelijk gedeeld eerste jaar hbo-wo en een mogelijk proef, in lijn met het ibo, het interdepartementaal beleidsonderzoek. Ik vind de suggestie van een gedeeld eerste jaar voor hbo en wo wel interessant, maar ik heb niet het beleidsvoornemen om daar actief op te gaan inzetten. Ik richt mij juist bewust op een aantal speerpunten, omdat ik het stelsel niet verder wil belasten. Als je de instellingen hier ook weer mee gaat belasten in deze best wel ruige tijd, zowel qua nieuwe maatregelen alsook qua ruige financiële tijd, en je nog meer van ze gaat eisen, dan maak je de opgave nog groter. Mochten de instellingen hier nou zelf op willen inzetten en mochten ze zeggen dat ze dit aankunnen en dat ze hier een proef mee willen doen, dan juich ik dit toe. In alle openheid zeg ik: doe het, maar ik wil het niet opleggen in deze zware tijd. De heer Stultiens had het over de bredere opgave uit het ibo in verband met het verminderen van switch en uitval, ook in relatie tot lang studeren. Ik denk inderdaad dat het aan het begin beter inzetten op switch en uitval een manier is om lang studeren te voorkomen. Tegelijkertijd weet ik dat de instellingen al heel erg veel doen. Ik heb er ook vertrouwen in dat ze dat doen. Ik zie zeker bij middelgrote en kleine opleidingen klikgesprekken met echt maatwerk. Er gebeurt dus al heel veel goeds, maar hoe meer begeleiding, hoe beter. Hoe meer studenten op de plek terechtkomen waar ze hun talenten goed kunnen inzetten, hoe beter en hoe meer we lang studeren kunnen voorkomen. Ik zeg dan ook toe dat ik in mijn beleidsbrief van het eerste kwartaal specifiek hierop nader wil ingaan. Dan weten we ook hoe de langstudeermaatregel eruitziet en kunnen we aanpalende maatregelen over switch en uitval erbij pakken om tot een totaalpakket te komen om ervoor te zorgen dat jonge mensen gewoon snel op hun plek zitten. Ik waardeer het enorm dat de heer Stultiens dit onderwerp juist met deze positieve insteek adresseert in deze commissie. Daar wil ik graag mee aan de slag. Er is gesproken over de uitvoering van de motie-Stultiens/Hertzberger over het in overleg gaan met de regio over nadelige gevolgen voor de leefbaarheid en de arbeidsmarkt in de regio. Ik ben bezig met de uitvoering van deze motie. Ik voer gesprekken met het veld over meer stabiliteit in de bekostiging, met name ook kijkend naar de lange termijn. Het gaat hier natuurlijk om een enorm ingewikkeld vraagstuk. Het gaat hier over demografische krimp. Dat is werkelijk de grootste bezuiniging die op het hoger onderwijs afkomt. Ik maak me met name grote zorgen over het hbo, het hbo in de regio. Ik zal daarom komend voorjaar inderdaad de tweede tranche van de krimpmiddelen toekennen. Dat kan ik hier bevestigen. Ook wordt de vaste voet in de bekostiging per 2025 verhoogd. Dat is een aantal maatregelen die de financiering van het hoger onderwijs toekomstbestendiger zal maken. Ik zal ook hier verder op ingaan in mijn beleidsbrief in het eerste kwartaal van volgend jaar. Dan kom ik op de doorgeschoten nivellering en het predicaat "cum laude". Wat vindt de minister van de afschaffing van excellentiepredicaten zoals "cum laude", met als gevolg dat studenten zich minder goed kunnen onderscheiden? Ik vind het juist belangrijk dat studenten zich kunnen onderscheiden. Een predicaat zoals cum laude of het volgen van een honoursprogramma kan studenten extra uitdagen. Ik vind het predicaat "cum laude" dus waardevol, maar ik vind het ook belangrijk dat het zeldzaam blijft. We moeten niet de helft van de studenten met het predicaat "cum laude" laten afstuderen. Dat is gelukkig ook niet zo. Het moet zeldzaam blijven. Het moet bijzonder blijven. Wat ik niet wil, is dat wij onze jonge studenten het volgende gaan opleggen: weet je wat, als jij nou echt interessant wil worden gevonden door een werkgever, doe dan maar een bestuursjaar, een internationale stage bij een groot én behaal het predicaat "cum laude", want dan heb je uitzicht op een baan en anders ben je maar tweederangs. Dat is niet hoe we met jonge mensen moeten omgaan en dat moet dus ook niet het effect zijn van excellentiepredicaten. Dat het predicaat "cum laude" bestaat, vind ik goed. De onderwijsinstellingen gaan hier ten diepste zelf over. De regels voor het cum laude afstuderen staan in de OER, de Onderwijs- en Examenregeling, van de instelling of de regels zijn richtlijnen van de examencommissie. Mijn ambtsvoorganger heeft naar aanleiding van een motie van mevrouw Martens-America bij de koepels het belang van prestatiegerichte onderscheidingen onder de aandacht gebracht, waaronder ook het predicaat "cum laude". Ik wil graag benadrukken dat excelleren, of je onderscheiden, mag. Dat is goed, maar het hoeft niet altijd via het behalen van hoge cijfers te zijn. Het kan zijn dat je zijwaarts afstroomt, dat je een vakman of vakvrouw wordt en gewoon de aller-allerbeste in je vak wordt. Daar moeten we trots op zijn. De jonge mensen die kiezen voor de zijwaartse kracht en niet voor de opwaartse druk, moeten we erkennen en waarderen, want die mensen hebben we kei- en keihard nodig voor de toekomst van ons land. Dat, beste commissie, was mijn blokje toegankelijkheid. Dan kom ik bij DUO en studiefinanciering. De heer Ergin vroeg naar de uitwonendenbeurs. Wat gebeurt er nu? Wat heb ik gedaan met de excuses van mijn ambtsvoorganger? Wat heb ik sindsdien gedaan? Wat ga ik doen met de aanbevelingen van het vervolgonderzoek? Welnu, de resultaten van het vervolgonderzoek onderstrepen wat we al in de eerdere onderzoeken hebben gezien over het controleproces. De heer Ergin heeft dat zeer eloquent onder woorden gebracht. Dat hoef ik niet te herhalen. Het vervolgonderzoek bevestigt de conclusie uit de Kamerbrief van 1 maart jongstleden. Met andere woorden, het vervolgonderzoek laat zien dat er sprake is geweest van indirecte discriminatie en dat is gewoon fout. Mijn ambtsvoorganger heeft daar dan ook terecht en uitgebreid excuses voor aangeboden. Sindsdien hebben we de studenten die sinds 2019 zijn gecontroleerd, een excuusbrief gestuurd. Zoals toegezegd kom ik zeer binnenkort met een Kamerbrief — de toezegging is "in het najaar", dus dat is zeer nabij — waarin de voortgang op het dossier van de controle op de uitwonendenbeurs wordt besproken. Ik zal daarin alle details op een rij zetten. We hebben niet alleen een persoonlijke excuusbrief gestuurd, we hebben ook op verschillende plekken in het land met studenten gesprekken gevoerd. In de gesprekken over wat er daadwerkelijk gebeurd is, heb ik van de mensen gehoord dat het ook echt indrukwekkend is geweest. Het was zeer waardevol om die gesprekken te voeren en om dat van de studenten te horen, ook om daar als organisatie van te leren om het voortaan anders en beter te doen. Ook hebben wij weer met de controleurs gesproken over "hoe dan wel". Daar zal ik ook op ingaan in de brief die ik u heb toegezegd. Dan is er de vraag: waarom blijft DUO volharden tegen studenten die mogelijk vanwege onrechtmatig bewijs als fraudeur worden gezien? Wat zijn de excuses dan waard? Dat is een prangende vraag van de heer Ergin. Er zijn sinds maart enkele rechtszaken behandeld. De meeste rechtszaken over dit onderwerp zijn aangehouden. DUO heeft tijdens de rechtszaken die wel behandeld zijn telkens de excuses van mijn ambtsvoorganger herhaald en aangegeven dat het selectieproces inderdaad indirect discriminerend was. De meest recente zitting was op 17 oktober. DUO heeft daarbij inhoudelijk antwoord gegeven op vragen van de rechtbank, voor zover dat mogelijk was. Verder heeft DUO tijdens deze rechtszaken gezegd dat er ook nog politieke besluitvorming zal plaatsvinden over de vervolgstappen. Die zal ik dan ook bekendmaken in de brief die zeer binnenkort komen gaat. Zoals gezegd komt die dit najaar.
Versie 2d6073638baa6f0dae2a761e081014ec1a77336b0d5742a69123681f95c2369b · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.