KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 2 jul 2025 · Tweede Kamer

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)

Brontekst

Staatssecretaris Aartsen: Dank, voorzitter. Ik zal de punten ten aanzien van de programmabeheersing, de ramingen en de afspraken met gemeenten beantwoorden. Allereerst dank aan mevrouw Veltman voor het rapporteur zijn. Ik heb een tijdje aan uw kant mogen zitten. Inderdaad, het rapporteurschap wordt vaak onderschat, zowel qua tijdsbesteding als qua belang volgens mij. Dus uw laatste woorden, zeg ik tegen mevrouw Veltman, kan ik alleen maar namens de hele regering onderschrijven bij dezen. Voorzitter. De rapporteur heeft mij een aantal vragen gesteld die gaan over het realistisch ramen. Ik denk dat we allemaal de wenselijkheid van dat realistisch ramen kunnen onderschrijven. Het is van belang, juist in een situatie waarin er beperkt geld is, dat we heel strak op de beheersing zitten, zodat we realistisch kunnen plannen en goede ramingen hebben in het programma. Ons departement is natuurlijk vaak ook afhankelijk van externe partijen: gemeenten, Rijkswaterstaat, ProRail. Vandaar dat we werken met een standaardsystematiek voor kostenramingen, zodat we er uniform op kunnen sturen dat al die ramingen, ook die waarbij we afhankelijk zijn van externen, daar goed bij aansluiten en we daar goed zicht op hebben. Het is misschien nog wel belangrijk om te zeggen — de rapporteur sprak ook over onderuitputting — dat de onderuitputting gewoon binnen het Mobiliteitsfonds blijft. Dat geld blijft dus beschikbaar in deze systematiek binnen het fonds. Dat geldt ook voor de WoMo-middelen, dat die daarvoor beschikbaar blijven. De kunst is dan om zo snel als mogelijk te kijken hoe je die middelen goed kan inzetten. Dat was eigenlijk de tweede vraag: kunnen de bewindspersonen vertragingen en tegenvallers in een zo vroeg mogelijk stadium melden? Ja, vanzelfsprekend. Dat proberen wij te doen in het najaar door middel van de voortgangsrapportage MIRT, maar dat proberen we ook tijdig tussendoor te doen, bijvoorbeeld bij de voorjaarsnota of in het aparte Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteit, zodat we op het moment dat het duidelijk is dat er mogelijk ergens vertraging optreedt snel kunnen schakelen en kunnen kijken hoe we dat geld nuttig in kunnen zetten bij projecten die wel maakbaar zijn op de korte termijn. Dat is ook waar wij actief op sturen. Dan is er nog een vraag gesteld over de afspraken met de gemeenten over de concrete hogere aantallen woningen. Wij maken bindende afspraken met gemeenten over de realisatie van die woningbouwaantallen en ook van de infrastructuur die daarbij hoort. Dat is juist bedoeld om ervoor te zorgen dat de gelden die we uittrekken voor WoMo daadwerkelijk gaan leiden tot hogere aantallen woningen, want dat is uiteindelijk het doel van dit programma en het doel waarvoor er in eerste instantie 7,5 miljard en nu 2,5 miljard erbij wordt uitgetrokken: dat infrastructuur ook leidt tot meer woningen. Want dat is natuurlijk een belangrijk maatschappelijk probleem. Tot slot vroeg de rapporteur mij nog hoe ermee wordt omgegaan als bij nieuwe coalitieafspraken na de gemeenteraadsverkiezingen blijkt dat die aantallen toch niet zo vaststaan als we denken. Ik zei al dat we bindende afspraken maken. Het concept van afspraken is natuurlijk wel dat ze bestand zijn tegen veranderende omstandigheden. Dat is wel het hele idee van afspraken maken. We gaan er dus wel van uit dat ook de lokale overheden zich gebonden weten aan de afspraken die met elkaar worden gemaakt over die ambities. Want uiteindelijk is het doel van deze middelen ervoor zorgen dat doordat we investeren in infrastructuur hogere aantallen woningen worden gerealiseerd en dat we dat ook versnellen met elkaar. Overigens krijgen we geen signalen van gemeentes dat zij minder willen bouwen. Volgens mij is het een breed gedragen ambitie in de samenleving om ervoor te zorgen dat we meer woningen bijbouwen. Tot zover, voorzitter.

Versie ae76a2a6eac5bf3464b8a924b0729721b6dd15a2d821079ef9f170fad045b35c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 4a1ed1d55e79e97e

13 okt 2026 · 8ad043d98289158a

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.