Uitspraak · 1 apr 2026 · Tweede Kamer
Humanitaire hulp
Brontekst
Minister Sjoerdsma: Dank. Nog een keer voor de duidelijkheid: in dat eerste blokje doen we het Midden-Oosten, Libanon en het AIV-advies. Met betrekking tot Libanon hebben enkele van uw leden zeer terecht aandacht gevraagd voor de ontzettend zorgwekkende situatie die zich daar aan het ontvouwen is. Een land dat toch al een enorme hoeveelheid Syrische vluchtelingen heeft opgenomen, een land dat zich ontzettend solidair heeft verklaard met de ellende in de regio, ziet zich nu geconfronteerd met bijna een miljoen of misschien al meer dan een miljoen ontheemden in eigen land: Libanezen die vanuit het zuiden naar het noorden moeten vluchten. Daar is geen capaciteit voor. Ik zei net al dat de Nederlandse bijdrage is opgehoogd: via de DRA 3 miljoen en via het ICRC 3 miljoen. Ik noemde ook de omvang van de crisis en zei dat die breder is dan alleen Libanon. Ik wil wel zeggen ik echt onder de indruk ben van het werk dat onze organisaties daar doen, ook van de snelheid waarmee zij dit kunnen oppakken. De heer Ceder vroeg mij in deze context om te kijken naar de wereldwijde economische gevolgen van de oorlog en de energiecrisis en ook extra steun te bieden aan kwetsbare groepen, bijvoorbeeld in vluchtelingenkampen, die afhankelijk zijn van dieselaggregaten. Ik hoop dat evident is dat ik die zorg deel. Het is ontzettend belangrijk dat we daar aandacht voor hebben, want de geweldsescalatie in het Midden-Oosten heeft enorme indirecte effecten op humanitaire hulp en noodhulpoperaties wereldwijd. De stijging van voedsel- en brandstofprijzen is er daar een van, de logistieke uitdaging is twee en dan heb je ook nog, drie, de groeiende beperking op het gebied van toegang. Ik zei het net al, gezien de buitengewone situatie hebben we besloten 6 miljoen extra vrij te maken. Omdat wij zo flexibel financieren — de heer Stoffer prees dat systeem — kunnen ook andere organisaties, die wij nu niet direct wat extra geld geven, wel flexibel inspelen op de noden die door de heer Ceder zijn genoemd. De heer Bamenga vroeg zeer terecht aandacht voor de 50 hulpverleners die zijn omgekomen in Libanon. Laat ik heel helder zijn: ik maak me ontzettend grote zorgen over de aanvallen op deze hulpverleners, op medische faciliteiten in Libanon en uiteraard ook op de VN-missie daar, op UNIFIL. Hulpverleners moeten altijd veilig hun werk kunnen doen, waar ook ter wereld. We zullen een aantal dingen doen. Ik heb mij van de week ook uitgesproken over een van deze aanvallen. Die betrof medewerkers van de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie. Wij zullen uiteraard de Libanese autoriteiten aanmoedigen eigen onderzoek te doen. Dat is cruciaal. Ook zullen wij de stevige verwachting uitspreken dat Israël ofwel medewerking verleent aan zulk onderzoek, ofwel parallel eigen onderzoek gaat verrichten. De Nederlandse ambassade in Beiroet is voortdurend in contact met de autoriteiten en de Nederlandse ambassade in Tel Aviv zal ook bij de Israëlische autoriteiten aandringen op medewerking. Ik zal dat in mijn eigen contacten ook doen. De heer Van Baarle vroeg of ik van oordeel ben dat er sancties moeten volgen naar aanleiding van de misdaden van Israël in Libanon. Twee dingen daarover. Duidelijk is dat militair optreden alleen binnen de kaders van het internationaal recht mag plaatsvinden en dat hier een diplomatieke oplossing noodzakelijk is. Daar spreekt het kabinet Israël ook op aan. Even voor uw beeld: vanochtend nog sprak de minister-president met de Israëlische president Herzog en gisteren was er een ondertekening van Nederlandse zijde van een internationaal statement waarin heel duidelijk is gemaakt hoe Nederland en andere landen aankijken tegen de voorgenomen annexatie zoals uitgesproken door Israëlische ministers. Die is onacceptabel. Dan een vraag van mevrouw Kröger en de heer Bamenga, die hier overigens ook deels op ziet. Eigenlijk is het in essentie dezelfde vraag. Ik zou nog een keer willen onderstrepen dat de opmerkingen over … Legitieme veiligheidszorgen is één ding, maar zodra het gaat over annexatie, bezetting, wil ik benadrukken, zoals ook in het statement is verwoord door de minister van Buitenlandse Zaken, dat respect voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Libanon essentieel en ondeelbaar is voor dit kabinet. Ik zeg het nog een keer: die boodschap is vanochtend ook door de minister-president overgebracht. De heer Ceder vroeg verder naar de Nederlandse inzet om de Libanese regering te ondersteunen bij het ontwapenen van Hezbollah. Het is evident dat de aanvallen van Hezbollah richting Israël per direct moeten stoppen en dat de organisatie haar wapens dient in te leveren. Die boodschap heeft Nederland herhaald in een gezamenlijke verklaring met Frankrijk, Italië en dan vergeet ik er nog één. Ik kijk even naar rechts: het Verenigd Koninkrijk? Ja, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk. Wij hebben natuurlijk ook onze steun uitgesproken aan Libanon en gezegd dat wij hen zullen bijstaan. Wij ondersteunen de Libanese regering en de Libanese strijdkrachten bij dat traject. Wij steunen de versterking van de Lebanese Armed Forces al enkele jaren via de capaciteitsopbouw, bijvoorbeeld op het vlak van civiel-militaire samenwerking.
Versie 5c5bdc22d056d06680a4e013645dad67348e288e012a62a7c200ad81079b1a0c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.