Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 521Nederlandse deelname aan vredesmissiesNr. 503 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 27 oktober 2025 De vaste commissie voor Defensie en de vaste commissie voor Buiten-landse Zaken hebben op 1 oktober 2025 overleg gevoerd met de heerBrekelmans, Minister van Defensie, over:–de brief van de Minister van Defensie d.d. 21 mei 2025 inzakejaarlijkse voortgangsrapportage overige missiebijdragen 2024(Kamerstuk 29 521, nr. 495);–de brief van de Minister van Defensie d.d. 21 mei 2025 inzakevoortgangsrapportage Nederlandse inzet NAVO-oostflank(Kamerstuk 28 676, nr. 505);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 21 mei2025 inzake voortgangsrapportage over de bredere veilig-heidsinzet in Irak (Kamerstuk 27 925, nr. 1009);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 21 mei2025 inzake voortgangsrapportage EUFOR Althea (Kamerstuk29 521, nr. 496).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,KahramanDe voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,KlaverDe griffier van de vaste commissie voor Defensie,De Lange kst-29521-503ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5031 Voorzitter: KahramanGriffier: MantenAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Olger van Dijk, Dobbe,Ellian, Kahraman, Nordkamp en Pool,en de heer Brekelmans, Minister van Defensie.Aanvang 15.32 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Ik open de vergadering van de vaste commissie voorDefensie. Vandaag staan de voortgang en de evaluatie van de missies opde agenda. Ik heet de Minister en zijn staf van harte welkom bij dezevergadering en natuurlijk ook de commissieleden. Ik laat in de eerstetermijn van de commissie vier interrupties toe. U weet het: in dezecommissie tellen interrupties van langer dan 40 seconden voor twee, dusu bepaalt zelf hoeveel interrupties u krijgt. De griffier houdt die 40seconden netjes in de gaten.Ik begin met de eerste spreker. Dat is de heer Pool. Hij spreekt namens dePVV.De heer Pool (PVV):Hartelijk dank, voorzitter. De PVV wil dit debat graag beginnen met eengroot compliment aan al onze mannen en vrouwen van Defensie die zichin deze periode tijdens een missie hebben ingezet voor vrede enveiligheid of zich daar nu nog steeds voor inzetten. Het is zeer bewonde-ringswaardig. Het was dan ook zeer indrukwekkend om afgelopendecember met eigen ogen in Irak te kunnen zien hoe gemotiveerd enprofessioneel onze troepen zich daar aan hun taken wijden.Voorzitter. Zo leverde onze Koninklijke Marine met Zr.Ms. Karel Doormaneen grote bijdrage aan operatie ASPIDES op de Rode Zee om onzehandelsvloot en de koopvaardijschepen van andere landen te helpenbeschermen tegen de aanvallen van de Houthi-rebellen. Zr.Ms. Trompdroeg bij aan de operatie Prosperity Guardian, een missie die comple-mentair aan de operatie ASPIDES een bijdrage leverde aan de vrijedoorvaart in de Rode Zee. Nu valt in de voortgangsrapportage te lezen datrealisme hier echter gepast is, omdat de vrije doorvaart nog niet volledighersteld is. Dat dit het geval is, bewijst ook de aanval van deze week ophet Nederlandse vrachtschip Minervagracht in de Golf van Aden. Graagvraag ik de Minister van Defensie om een reactie op deze situatie. Wat zijnde huidige ontwikkelingen? Neemt het kabinet nieuwe stappen om devloot te beschermen? Hoe reflecteert hij op de effectiviteit van deinternationale missies in deze wateren, die deze aanval dus duidelijk niethebben kunnen voorkomen? Ik hoor het graag.Voorzitter. Alle lof voor onze Nederlandse troepen die zich in deze periodehebben ingezet voor de veiligheid van ons NAVO-bondgenootschap, metname de troepen die aan de oostflank van ons bondgenootschapbijdragen aan de versterking van de afschrikking en de verdedigings-functie jegens Rusland. Het is goed om te zien hoe onze F-35’s vanuitEstland de Russische vliegtuigen onderschepten en begeleidden en hoe zijvanuit Polen ons bondgenootschappelijk grondgebied nu verdedigentegen onder andere de dreiging van drones. Graag vraag ik de Ministervan Defensie hoe hij kijkt naar de Nederlandse inzet aan de oostflank. Metname vraag ik de Minister of hij onze inzet afdoende vindt op dit moment.Voorzitter. Het is geen geheim dat de PVV ook kritisch is op onzedeelname aan een aantal andere internationale missies. Zo heeft dezeMinister mij nog nooit kunnen uitleggen wat de meerwaarde van eengenderadviseur in Zuid-Libanon is als onderdeel van de UNIFIL-missie.Misschien wil hij vandaag nog een poging wagen. Ook zijn wij tegen deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5032 inzet van een infanteriecompagnie in Bosnië als onderdeel van deEUFOR-missie. Waarom moeten onze militairen dáár de orde helpenhandhaven, als onze eigen Nederlandse landsgrenzen wagenwijd openblijven staan voor de asielinvasie? Is de Minister van Defensie het niet metde PVV eens dat we moeten snijden in missies die minder urgent zijn,zodat we meer Nederlandse troepen kunnen vrijmaken voor het bewakenvan onze eigen grenzen? Graag een reactie.Ik dank u hartelijk, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. U heeft een interruptie van de heer Olger van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):In het begin dacht ik dat ik een heel eind mee kon gaan in het betoog vancollega Pool van de PVV, maar aan het eind gaat er wat mij betreft tochwel iets mis als het gaat over de bijdrage in Bosnië en vooral de focus ophet bewaken van de Nederlandse grenzen. Moet ik de heer Pool dan zobegrijpen dat hij eigenlijk geen enkele bijdrage buiten Nederland zouwillen leveren? Ik hoorde hem aan het begin van zijn bijdrage namelijkook iets anders zeggen.De heer Pool (PVV):Nee.De heer Olger van Dijk (NSC):Waarom is de heer Pool dan specifiek tegen die bijdrage in Bosnië? Zouhij bijvoorbeeld wel zijn voor een uitbreiding van de bijdrage in Polen,waar we nu vanuit de lucht een heel nuttige bijdrage leveren aan hetbeschermen van een trainingsmissie daar?De heer Pool (PVV):Dat wil ik best toelichten. Kijk, de PVV vindt het erg belangrijk om de takenwat betreft het beschermen van ons grondgebied en dat van onzebondgenoten echt serieus te nemen. Dat is hoofdtaak 1. Daarom is de PVVook een groot voorstander van de missies aan de oostflank, zoals inEstland met de F-35’s. We doen dat ook met de enhanced ForwardPresence in Litouwen. Daar staan we zonder twijfel zeer positieftegenover. Die missies blijven we ook steunen. Wij willen onze militairenechter wel naar onze eigen landsgrenzen sturen om die te bewaken tegende asielinvasie, maar dat kan niet als overal en nergens nog anderemissies lopen. Op dat vlak verschillen we inderdaad van mening. Datbetekent dat je ergens in zult moeten snijden. Wat ons betreft is eenmissie in Bosnië, waar we eigenlijk een beetje de politietaken van dat landovernemen, iets waar we in kunnen snijden, zodat we die militairen hier inNederland kunnen inzetten om ervoor te zorgen dat onze eigen jongevrouwen weer veilig over straat kunnen gaan.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Ik zie geen interrupties meer. Dan ga ik naar de heer Ellian, die zijninbreng doet namens de VVD.De heer Ellian (VVD):Ik zie dat u de timer aanzet. Ik denk dat u streng bent.Voorzitter, dank u wel. Om te beginnen niets anders dan waardering vooronze mannen en vrouwen die niet alleen Nederland dienen, maar ook deinternationale veiligheid en vrede en nu ook in andere landen op missiezijn. Dat wil ik benadrukken. Ik ben zelf in Litouwen geweest samen metmijn partijleider. Het was erg indrukwekkend om alles daar te zien. Ook alben je daar in een bosrijke omgeving, je voelt dat men zich niet voorbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5033 reidt om... De muggen waren daar overigens ook een probleem, maar datis niet het grootste probleem. Je voelt dat de mannen en vrouwen zichdaar voorbereiden op het echte werk, mogelijk zelfs troops in contact.Niets anders dan waardering dus.Voorzitter. Ik wil de Minister danken voor de brief en de voortgangsrappor-tages. Het is voor mij de eerste keer dat ik dit commissiedebat meemaak.Ik weet wel dat afgesproken is dat hij die documenten stuurt, maar toch: ikvond ze inzichtelijk en helder. Ze geven een goed beeld van waar weaanwezig zijn en wat de opbrengst van de missies is.Voorzitter. Ik heb eerst een centrale opmerking en daarna zal ik watspecifieker ingaan op enkele missies. Mijn opmerking raakt een beetje hetpunt van de PVV, maar op een heel andere manier. We kunnen niet allesdoen, hoe graag we dat ook zouden willen en hoe graag de krijgsmachtzelf dat misschien ook wil. Want zij hebben de mentaliteit: wij kunnen heten wij leveren. Maar het kan gewoon niet allemaal tegelijk. We zetten deLuchtmobiele Brigade, de ondersteuningseenheden voor luchtverdedigingen de mariniers toch vrij veel in. Inmiddels heb ik ook geleerd dat er inzo’n cyclus sprake is van jarenlange planning en voorbereiding. Heleonderdelen zijn daardoor niet inzetbaar voor andere taken. Dat is op zichlogisch, maar we bereiden ons voor op escalatie aan de oostflank. Dat istoch waar wij het hier bijna wekelijks over hebben. Je kunt echter niet vande krijgsmacht vragen om op korte termijn gevechtsgereed te zijn in eengrootschalig conflict en ook nog op de hele wereld... Ik overdrijf eenbeetje, maar we zullen daar wat scherper in moeten zijn. Je hebt ookmensen nodig die instructeur kunnen zijn en die andere dingen kunnendoen. Ik denk dus dat dit voor de toekomst een punt van zorg is; laat ik hetzo zeggen. Ik ben benieuwd of de Minister dat ook ziet.Dat neemt niet weg dat ik niets anders dan waardering heb voor onzemilitairen in Bosnië. Ik ben er geweest met een paar collega’s. Wat veelindruk op mij maakte, was dat een vrouw tegen ons zei: jullie zijn hier nuen wij rekenen erop dat jullie ons deze keer écht beschermen. Dat zie ikiets anders, want ik geloof dat onze militairen 30 jaar geleden echt gedaanhebben wat ze konden. Dat geeft echter wel de gevoeligheid van demissie aan. Maar gelukkig zijn we daar, want de etnische en religieuzespanningen zijn moeilijk te bevatten. Dat is belangrijk voor onzeveiligheid.In Irak was ik er niet bij. Ik heb van de collega’s begrepen dat het eenindrukwekkend werkbezoek was. Ik vind dat zelf ook indrukwekkend.Iedereen weet hoe begaan ik ben met het bestrijden van het Iraanseregime. Irak is natuurlijk een focuspunt van het Iraanse regime, dus ikhoop ook echt dat de internationale missie daar gecontinueerd wordt endat het lukt om de Iraanse invloed te beperken. Iran wil daar namelijk nietsliever dan een sjiitische uitvalbasis. Het was mooi om afgelopen week vangeneraal Schreurs te horen wat we daar allemaal hebben gedaan. Nietsanders dan waardering daarvoor!Over de oostflank heb ik een concrete vraag aan de Minister. Ik hoop datdie vraag niet wordt opgevat als symbolisch of zo. Ik verwonderde mij deafgelopen weken over het feit dat wij vrij weinig stellen tegenover alleschendingen van ons West-Europese luchtruim. Ik ben toch benieuwd hoede Minister van Defensie daarnaar kijkt, want als je geloofwaardig wiltafschrikken, moet je ook iets doen. Dat betekent het woord «geloof-waardig» nou eenmaal. Ik ben heel erg benieuwd hiernaar.Ik sluit me ook aan bij de vragen over de Minervagracht. Ik ben benieuwdhoe deze Minister daartegen aankijkt, want de Houthi’s kunnen nietszonder het Iraanse regime. Moeten we dit nu zien als een escalatie vanuithet Iraanse regime ook richting een land als het onze?Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. U heeft een interruptie van mevrouw Dobbe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5034 Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb eigenlijk een vraag. We waren samen op reis in Bosnië. Dat wasinderdaad heel indrukwekkend. Dan kijk je toch wat anders naar eenmissie zoals EUFOR Althea, omdat je weet: die zitten ook in dat gebied. Ikworstel zelf heel erg met het gegeven dat de missie EUFOR Althea hetmandaat krijgt om te helpen bij de arrestatie van Dodik. Ik zal daar zometeen ook een vraag over stellen aan de Minister. We weten allemaal dathij niet per se een heel frisse leider is. Hij is veroordeeld. Als EUFORAlthea gaat meewerken aan zijn arrestatie, heeft dat dan geen risico’svoor de missie?De heer Ellian (VVD):Dat is een buitengewoon scherpe vraag van collega Dobbe. Ik probeer dieook even scherp af te pellen. Onze militairen zijn er om de stabiliteit in dieregio te waarborgen. Ik vraag me aan de ene kant af of onze infanterie-compagnie die daar zit nou met zo’n taak belast zou moeten worden.Maar goed, aan de andere kant is de man veroordeeld en als er ietsdestabiliserends was, dan was het wel deze man, zijn opvattingen en zijngedrag. Dat is duidelijk. Ik snap de vraag van mevrouw Dobbe wel, maarje kunt je afvragen of wij dat dan zouden moeten doen of dat er anderemanieren zijn. Special forces van andere landen zouden dat bijvoorbeeldkunnen doen. Feit is natuurlijk wel dat niets risicoloos is als je daar bent.Zeker, het zijn van militair is niet zonder risico. Ik heb er dus allevertrouwen in dat de mannen en vrouwen daar weten wat de risico’s zijn.Maar ik zei net al: in dat gebied met al die spanningen van links tot rechtsen van boven tot onder is het onze rol vooral om de stabiliteit te bewaren.Dit is een beetje een enerzijds-anderzijdsantwoord. Ik ben benieuwd hoede Minister hiertegen aankijkt. Bovendien zie ik praktisch niet helemaalhoe onze infanteriecompagnie dat zou moeten doen. Maar goed, ik kanmij voorstellen dat special forces van andere landen dat misschien zoudenkunnen doen.De voorzitter:Dan heeft u ook een interruptie van de heer Pool.De heer Pool (PVV):Dat we inderdaad niet overal alles kunnen doen, waren wijze woorden vande heer Ellian, vooral als we de Nederlandse militairen ook in Nederlandnodig hebben. Is de heer Ellian net als de PVV voorstander van hetbeëindigen van missies waarbij we bijvoorbeeld genderadviseurs dewereld in sturen?De heer Ellian (VVD):Kijk, weet u wat het is? Ik doe nu een aanname, maar ik denk dat dieaanname wel kan. Ik denk dat de missie die de heer Pool nu schetst... Ditstaat nog even los van de vraag of je gelooft dat dat iets gaat veranderenin die landen en wat dat dan precies voor de internationale veiligheidbetekent. Daar kun je best een inhoudelijke discussie met elkaar overvoeren. Mijn vraag ziet meer op het grotere geheel, de mariniers, deLuchtmobiele Brigade en de grondgebonden luchtverdediging. Dat zijn deeenheden die veel ingezet worden. Ik denk niet dat het wel of nietuitvoeren van de door de heer Pool specifiek genoemde missie deopschaling van de krijgsmacht heel erg in de weg zou zitten. Ik geloof ookniet dat het gaat om heel veel personen, zeg ik tegen de heer Pool. Maarinhoudelijk kun je daarover discussiëren. Ja, dit is een legitieme vraag vande heer Pool, maar die ene persoon gaat niet het verschil maken vooronze veiligheid.De heer Pool (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5035 Oké. Maar wat levert zo’n genderadviseur in Zuid-Libanon dan wel op? Ikben erg benieuwd.De heer Ellian (VVD):Nou ja, kijk. Of die iets oplevert? Ik vind dit altijd lastig, want dit gaat overéén persoon. Het zou wat anders zijn als ze met z’n tienen of twintigenwaren. Dan kun je nog in algemene zin daarover praten. Ik vind dit ookeen beetje... Het gaat hier vrij rechtstreeks over een persoon. De heer Poolweet hoe ik naar de regio kijk, denk ik. Je kunt echt legitieme vragenstellen bij nut en noodzaak. Aan de andere kant... Ik ben heel erg van het«enerzijds, anderzijds» vandaag, dus ik ga maar een beetje proberen teverbinden. Dat is ook goed om een keer te doen. Kost dit je nou heel veelinspanning als Westers land? Je laat een bepaalde intentie zien, maar aanhet einde van de dag zou ik zeggen dat er andere prioriteiten dan deze zijnrond de vraagstukken in Libanon, met name nog steeds rondomHezbollah, dat een behoorlijke poffer heeft gehad maar nog niet verslagenis. Is het heel bezwaarlijk om één iemand daarnaartoe te sturen? Heeleerlijk: zo zit ik er nou ook weer niet in. Maar het zijn legitieme vragen dieje kunt stellen. Ik denk overigens dat we, zoals het hoort, zullen horen ofhet iets opgeleverd heeft. Als het niets heeft opgeleverd, ga ik ervan uitdat de Minister zegt: we hebben een goede poging gedaan, maar dit gaanwe niet meer doen. Ik heb hier wat bedenkingen bij, maar ik wil het ookniet nu meteen... Wat is het goede woord? Ik wilde zeggen «afschieten»,maar dat is in deze commissie een heel slecht woord. Ik wil het nietmeteen afvallen.De heer Pool (PVV):Ja, lekker warrig allemaal. Maar oké, als we hier dus niet mee gaanstoppen, waar gaan we dan wel mee stoppen? Ik heb bijvoorbeeld Bosniëgenoemd. Daar zitten inderdaad wat meer mensen dan één adviseur. Datis een compagnie van tussen de 100 en 150 infanteristen. Kijk, dat zetalweer wat meer zoden aan de dijk. Kunnen we dan op de heer Ellianrekenen om deze troepen terug te trekken, zodat die hier onze grenzenkunnen gaan bewaken?De heer Ellian (VVD):We moeten ook niet overdrijven, want ik heb de cijfers gezien. Ik geloofdat er 120.000 controles waren en een honderdtal aanhoudingen. Danmoet je wel heel precies zijn. Als we de komende tien jaar op dezelfdevoet blijven doorgaan, dan denk ik dat dit ingewikkeld is voor dekrijgsmacht, zeker voor de krijgsmachtonderdelen die ik net noemde, endan heb ik bijvoorbeeld de marine niet eens genoemd. Dat is mijn punt. Ikdenk dat de krijgsmacht niet alles meer tegelijk kan doen. Wat doe jeminder, is dan een terechte vraag. Ik zou stoppen met de missie in Bosniëwel ingewikkeld vinden, omdat ik wel degelijk zie dat we daar voorlopignog een rol te vervullen hebben. Maar op termijn... Kijk, de stelling wasniet: het moet nu acuut, morgen, anders. Ik denk dat we voor de komendejaren scherper samen met andere landen moeten bekijken wie wat doet.Recentelijk hebben we militairen naar Polen gestuurd. Dat is een zinvollemissie, maar als eerste dacht ik het volgende. Als je dit naast Litouwen,Bosnië en Irak blijft doen, dan kun je niet van de krijgsmacht vragen omook nog acuut met elkaar te trainen, om gevechtsgereed te zijn en om opte schalen. Dat kan niet allemaal tegelijk. Mijn vraag in algemene zin ismeer: hoe gaan we dit nou bolwerken met elkaar? Ik denk dat je op eengegeven moment misschien ook afspraken moet maken met anderelanden, zo van: nu gaan andere landen het even doen, want wij hebbendeze uitdagingen en jullie hebben andere uitdagingen. Ik vind dat we inBosnië vooralsnog een belangrijke rol hebben, want de Balkanregio moetstabiel blijven. Ik denk wel dat de Minister het gesprek moet aangaan metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5036 zijn collega’s om te zeggen: wij leveren dit, wie gaat dan wanneermisschien iets anders leveren? Het zijn vervelende keuzes. Dat is een feit.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik wou hier toch heel even op doorgaan met collega Ellian. Hij heeft hetterecht over «enerzijds, anderzijds», maar ik vind dat hij hier misschientoch wel iets te veel de PVV-kant op schuurt. In de stukken bij hetaantreden van deze Minister lezen we dat de focus meer op hoofdtaak 1ligt dan in het verleden, waardoor we al minder activiteiten doen buitenhet NAVO-verhaal. Ik vind dat best wel eenzijdig, want daar zittennatuurlijk ook hele goede kanten aan. Je raakt ingespeeld op je strate-gische partners. Het voegt juist ook wat toe aan je eigen gereedheid. Hetdraagt bij aan de interoperabiliteit met andere bondgenoten. Dat mis ikeigenlijk een beetje in de reactie van de heer Ellian op de vraag van dePVV.De heer Ellian (VVD):Het is heel erg een enerzijds-anderzijdsverhaal. Op basis van de bezoekendie ik tot nu toe heb gebracht, wordt mij wel heel duidelijk... Je kunt niet...Het is een heel fundamentele vraag. Daarom zitten we hier met elkaar.Daarom stel ik die vraag ook heel erg op de enerzijds-anderzijdsmanier. Ikzie ook niet precies wat we dan meteen minder zouden moeten doen,gelet op onze rol. De focus ligt op hoofdtaak 1. Als je gevechtsgereed wiltzijn en je ook wilt dat krijgsmachtonderdelen voldoende tijd hebben ommet elkaar te trainen, dat ze voorbereid zijn op het NATO Force Model datde komende jaren op ons afkomt, dan zie ik wel... Ik ben bijvoorbeeld ookbij de KMA langs geweest. Alle collega’s weten dat er ook een enormtekort is aan onderofficieren. Ik vind het bij uitstek passen bij onze rol alsTweede Kamer om met de Minister van gedachten te wisselen over hoewe dit gaan doen in de komende jaren. Ik zie wel dat het op enig momentmisschien gaat... Ik denk dat het nu al een beetje knelt. Zeg ik dat weminder moeten doen? Nee. Zeg ik dat die missies niet nuttig zijn? Nee, datzeg ik allemaal niet. Ik constateer alleen wel dat we heel veel vragen vaneen organisatie die heel snel moet opschalen en die al het nodige teverhapstukken heeft.Dat roept dan wel de vraag op of je op deze manier continu militairen kuntblijven inzetten in andere landen. Dat neemt niet weg dat je je partnersmoet kennen. Je zult bij de oostflank moeten zijn. Ik begrijp dat allemaal.Ik maak me er alleen wel zorgen over of dit allemaal tegelijk kan, nog losvan de grensbewaking die we willen. Ik zou ook nog wel militairen willeninzetten bij de gevangenissen. Daar lossen we ook een probleem mee op.Ik heb zo nog wel een paar ideeën. Je kunt niet alles tegelijk doen. Maargeen misverstand: onze rol in de internationale coalities is super vanbelang. Ik denk alleen wel dat we met elkaar van gedachten moetenwisselen over de vraag hoe we dit op de langere termijn volhouden. Alsdat niet zo is, komt de vraag: waar leg je dan meer de focus op?De voorzitter:Dank. Ik zie geen interrupties... O, excuses, ik zie mevrouw Dobbe nogvoor een nabrander.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, even checken, hoor. Militairen inzetten in gevangenissen was gewooneen voorbeeld en geen uitgewerkt voorstel, toch?De heer Ellian (VVD):Het is absoluut een uitgewerkt voorstel. Het zou mij een lief ding waardzijn, want we sturen nu veroordeelden naar huis. Militairen zouden debuitenringbewaking kunnen doen, waardoor gevangenismedewerkers dienu de buitenringbewaking doen tijd hebben om afdelingen die nuTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5037 gesloten zijn... Geef me vijf minuten, en dan heb ik zo een motie. Alleenkan het niet, terecht, omdat deze Minister dan gaat zeggen: dat gaan weniet doen, want dan heb ik nog twintig andere dingen die de krijgsmachtmoet doen. Maar dit is een hartstikke uitgewerkt plan. In Brussel enAntwerpen patrouilleren militairen over de straten. Je kunt militairen voorvan alles inzetten. We hebben ze bij het Marengoproces ingezet. Ikrespecteer deze Minister en zijn voorganger als ze zeggen: dit is niet debedoeling, want we bereiden ons voor op een heel grote dreiging. Maar jekunt militairen gebruiken om gevangenissen te bewaken. Dat zou mooizijn.Mevrouw Dobbe (SP):De Minister en ik zijn het soms eens en soms oneens, maar we zouden heter heel erg over eens zijn dat dit geen goed idee is, want hiervoor moet jenatuurlijk gewoon investeren in gevangenisbewaarders en niet indefensie; dat is gewoon een beetje raar. Maar goed, als er echt eenserieus voorstel voor komt, dan hebben we het daarover.De heer Ellian (VVD):Kijk, ik word nu... Nee, laat ik het zo zeggen. Het lijkt me evident dat jemoet investeren in gevangenissen. Laten we hopen dat het een keer echtlukt. Maar gelet op de acute noodzaak heb ik vaker met de gedachtegespeeld om het te doen. Maar dan hoor je: het kan gewoon niet. Op zichis veroordeelden naar huis sturen ten opzichte van een beetje hulp van...Ik zeg het met een knipoog die kant op, maar ik zie de mannen al heelboos mijn kant op kijken. Goed, ik zou willen voorkomen dat, zoals inEngeland, 1.400 veroordeelden gewoon op een derde van hun straf naarhuis worden gestuurd.De voorzitter:Dank. Ik zie nu echt geen interrupties meer. Dan gaan we naar de inbrengvan de heer Nordkamp namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Allereerst wil ik namens mijn fractie onze dank uitsprekenaan onze mensen bij de krijgsmacht die zich inzetten voor onze vrede enveiligheid, in Nederland en elders in de wereld. We hebben de afgelopenweken toenemende roekeloosheid vanuit Rusland gezien. Terwijl Ruslandeen verschrikkelijke agressieoorlog in Oekraïne blijft voortzetten, schendthet ook steeds vaker het NAVO-luchtruim. Gezien de toenemendespanningen is het ook goed dat Nederland zich solidair toont en eenonmiskenbare bijdrage levert aan het beschermen van onze bondgenoten,recentelijk door het uitschakelen van drones boven Polen, maar daarvoorook met het onderscheppen en escorteren van 23 Russische vliegtuigenboven Estland. Wel vraag ik de Minister hoe de veiligheid van onzevliegers in dergelijke situaties gewaarborgd wordt en blijft.De strategische doelstellingen van de verschillende Nederlandsebijdragen aan de oostflank zijn afschrikking en de verdediging van hetNAVO-bondgenootschap. Andere doelen zijn het vormen van eenbetrouwbare partner in het bondgenootschap en het werken aan de relatiemet landen aan de oostflank en andere strategische partners. Dat zijn desolidariteit en betrouwbaarheid die volgens GroenLinks-Partij van deArbeid nodig zijn om in deze tijd te werken aan onze veiligheid. Daarnaastzijn andere missies ook gewoon verstandig omdat ze onze interoperabi-liteit verhogen, evenals onze eigen operationele gereedheid. Ik sta er danook iets rooskleuriger in dan de voorgaande sprekers. Kan het kabinettoelichten hoe het de toekomst van de NAVO-missies ziet, bijvoorbeeldaan de oostflank?Ook elders in Europa zetten Nederlandse militairen zich in om de vrede enveiligheid te verdedigen, bijvoorbeeld in Bosnië en Herzegovina enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5038 Kosovo. De Nederlandse bijdrage aan EUFOR, de op vier na grootste,werd geprezen om zijn professionaliteit en uitrusting. Toch blijft er eenkwetsbaarheid bestaan, die vorig jaar ook besproken werd. EUFOR deeltde reserve-eenheden met KFOR. Dit is riskant wanneer er een gelijktijdigeescalatie plaatsvindt in Bosnië en Kosovo. Hoe groot acht het kabinet hetscenario van gelijktijdige escalatie in zowel Bosnië als Kosovo, en wat zijnde gevolgen voor EUFOR als er geen reserve-eenheden beschikbaar zijndoor verplichtingen in Kosovo? Wordt bijvoorbeeld een verhoogdeNederlandse bijdrage overwogen om deze kwetsbaarheid af te dichten?Mijn fractie leest met genoegen dat het tegengaan van Russische invloedin de regio ook wordt genoemd als reden voor Nederlandse deelname.Begrijpelijk, want de strijd tegen Poetins autocratische imperialisme wordtniet enkel militair beslecht, maar ook in de harten en zielen van mensen.Daarvoor is de lokale perceptie van EUFOR van doorslaggevend belang. Ikvraag het kabinet dan ook of toegelicht kan worden hoe groot hetdraagvlak onder de lokale bevolking is voor de aanwezigheid van EUFOR,en wat er concreet wordt gedaan om dit draagvlak te vergroten.Tot zover mijn eerste termijn. Dank u wel.De voorzitter:Ik zie dat Olger van Dijk een interruptie heeft.De heer Olger van Dijk (NSC):Collega Nordkamp zet helder neer dat GroenLinks-Partij van de Arbeid ietspositiever – of wat waren zijn woorden? – staat tegenover deelname aanmissies. Voor Bosnië kan NSC dat echt wel goed meemaken. Tegelijkertijdis er wel een opgave. We moeten kiezen. De heer Nordkamp constateerdezelf ook al dat we hoofdtaak 1 nu wel serieus moeten nemen. We hebbeneerder natuurlijk een brief gevraagd aan het kabinet, om te bekijken hoewe met dat in de hand keuzes kunnen maken. In dit debat zou ik, voor deverkiezingen, wel van GroenLinks-Partij van de Arbeid helder willenkrijgen waar die keuzes gemaakt worden. Wat gaan we dan minder doen?De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik hou er toch een andere zienswijze op na dan voorgaande sprekers. Bijhet aantreden van dit kabinet werd er duidelijk gezegd: we gaan eldersflink afschalen en we prioriteren echt op hoofdtaak 1. Er is door dezeMinister dus al voorgesorteerd op de keuzes waarnaar u zoekt. Ik haddestijds nog wel zorgen over wat dat bijvoorbeeld betekent voor deondersteuning bij binnenlandse zaken waarvoor ze nodig zijn. Daaroverhebben we ook weleens gesproken met elkaar. Ik maakte me er ookzorgen over dat er te veel werd afgeschaald in het buitenland. Het moeteen constante zoektocht zijn naar een balans. Alleen lees ik in alle stukkenen in elk beleidsvoornemen dat de prioriteit van hoofdtaak 1 hoger is danooit tevoren. Daar zit die prioritering en keuze dus al in. Dat vind ik ookverstandig van het kabinet. Daarbij vind ik het ook altijd belangrijk om welover je eigen grenzen heen te kijken. Enerzijds omdat we ook een rolhebben in de preventie van conflict – dat vind ik ook heel belangrijk – enanderzijds omdat het ook gewoon verstandig is voor onze eigen operati-onele gereedheid.De voorzitter:Uw laatste interruptie, de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik ga «m toch verbranden, voorzitter, want dit is een belangrijk punt.Uiteindelijk is die capaciteit toch beperkt. Ik ga niet mee in de hetze vancollega Pool tegen de genderadviseur, maar ergens is het natuurlijk weleen punt in hoeverre een enkele bijdrage efficiënt is. Als je die voort-gangsrapportages leest, zie je dat onze bijdrage enorm versnipperd is. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5039 doen dat op meerdere plekken, en niet alleen met die genderadviseurs; ikzou het graag willen verbreden. Is de heer Nordkamp het dan niet tochook met ons eens dat we er goed naar moeten kijken of we niet meerfocus kunnen aanbrengen in onze deelname en die kleinere bijdragemisschien toch moeten heroverwegen?De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat focus altijd goed is. Volgens mij zijn de Minister en deStaatssecretaris daar ook dagdagelijks mee bezig. Als er van anderepartijen voorstellen komen, vind ik dat daar ook aanleiding voor moet zijn.Wanneer iets effectiever en efficiënter kan, is dat altijd goed. Misschien zieik de noodzaak daarvan nu iets minder dan de andere partijen, ook omdatik juist de meerwaarde zie van onze inzet elders. Wanneer daar voorstellenvoor worden gedaan, er noodzaak voor is en de voorstellen goed zijn, dankijken we daar constructief naar. Maar het belang van onze inzet eldersstaat bij ons gewoon goed op het netvlies.De voorzitter:Dan ga ik naar mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Iets langer dan een jaar geleden hadden we ditdebat ook. Toen sprak ik over Abdullah Rashid Saleh, wiens 9-jarige zoonwerd gedood bij de Nederlandse aanval in Hawija in 2015. Er vielen toen70 dodelijke slachtoffers en er raakten ongeveer 100 mensen ernstiggewond. Abdullah raakte zijn zoon en al zijn bezittingen kwijt. Hij hadhartproblemen opgelopen door de explosie, maar kon de operatie nietbetalen. Van de wederopbouwprojecten merkte hij niets, net als veleanderen, omdat veel slachtoffers vluchtelingen waren die tijdelijk inHawija verbleven.Ik heb een aantal vragen over Hawija. Tijdens het debat over het rapportvan de commissie-Sorgdrager gaf Minister Brekelmans aan naar Hawija tewillen reizen om persoonlijk excuses aan te bieden aan de nabestaandenen de slachtoffers, op voorwaarde dat het veilig is om daarnaartoe tereizen en er duidelijkheid is over een aantal projecten voor de weder-opbouw. Ik ben dus benieuwd naar beide voorwaarden. Wanneer is hetvoor de Minister veilig om naar Hawija te kunnen reizen om persoonlijkexcuses aan te bieden aan de nabestaanden, de slachtoffers en degemeenschap? Over welke projecten is de Minister in gesprek met delokale autoriteiten voor de wederopbouw van Hawija? Wat de SP betreftmoeten de excuses van het kabinet gepaard gaan met ondersteuning voorde stad en voor de slachtoffers en de nabestaanden. Welke plannenworden er gemaakt, wie zijn er betrokken en op welke termijn gaan wijHawija helpen? Ook wil ik nogmaals pleiten voor individuele compensatievan de nabestaanden en de slachtoffers. Ngo’s en betrokkenen in de regiohechten hier veel waarde aan. Daar hoorden wij eerder dit jaar over. Dat isvoor mensen zoals Abdullah Rashid Saleh, die zijn zorgkosten niet konbetalen. Die compensatie is nodig, voordat het voor die mensen te laat is.Is de Minister het daarmee eens?Als ik het goed heb, begint vandaag de nieuwe bijdrage van onzemilitairen aan EUFOR Althea. Klopt dat? Ja. Nou, dan wil ik iedereensucces en een veilig thuiskomen wensen. Onze motie die de regeringverzocht ervoor te zorgen dat de vrouwelijke militairen passendescherfvesten hebben zodra de missie begint, is unaniem aangenomen.Maandag presenteerde Staatssecretaris Tuinman als het goed is degloednieuwe scherfvesten. Dat is goed om te zien. Maar deze vesten zijn,zoals ik begreep, begin volgend jaar beschikbaar voor vrouwelijkemilitairen. Zijn ze er dan nog steeds niet voor de vrouwen die nu meedoenaan de vredesmissie in Bosnië en Herzegovina, of wel? Dat hoor ik zoTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50310 meteen graag. Anders vraag ik mij af welke bescherming vrouwelijkemilitairen nu hebben.Ook lopen er gesprekken in EU-verband over mogelijke inzet van EUFORAlthea bij de arrestatie van president Dodik. De Minister geeft aan datterughoudendheid hierin het vertrouwen in EUFOR Althea onder debevolking zou schaden. Tegelijkertijd zien we dat Dodik een trouwe,nationalistische aanhang heeft. De politie van Republika Srpska heeftingegrepen tijdens het arrest door de Bosnische politie. Als EUFOR Altheameedoet met de arrestatie, wordt het vertrouwen van veel Serviërs in demissie dan niet tegelijkertijd geschaad? Lopen we het risico op eenconflict tussen EUFOR Althea en de politie van Republika Srpska? Hoekijkt de Minister naar deze risico’s? Welke analyse is daarvan gemaakt,ook voor de mannen en vrouwen die daar zo meteen zitten? Welke risico’slopen zij? Kan je daar dan nog een neutrale vredesmissie voeren? Vindt hijook niet dat we terughoudend moeten zijn in de inzet van EUFOR Altheabij de arrestatie van Dodik en dat het ondersteunen van het rechtssysteemen de politiecapaciteit bijvoorbeeld een betere inzet is?Als ik nog tijd heb, dan wil iets zeggen over UNIFIL. We hadden het netover de genderadviseur. Ik vind er ook wat van dat je meer kritischevragen stelt over één genderadviseur dan over de extra tientallenmiljarden die we uitgeven aan de NAVO; maar vooruit, één persoon. Maarik maak me wel zorgen over de UNIFIL-missie en het stoppen daarvan.Wat voor gevolgen heeft dat voor de veiligheid in Libanon?Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Dan ga ik naar de laatste spreker. Dat is de heerOlger van Dijk namens Nieuw Sociaal Contract.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank u wel, voorzitter. «Politiek is bijna net zo spannend als de oorlog, ennet zo gevaarlijk. In de oorlog kun je maar één keer gedood worden, maarin de politiek vele malen.» Zo sprak Winston Churchill. Ik moet bekennendat ik deze woorden wel herken. Maar het is een voorrecht ook vandaaghet Nederlandse volk weer te mogen representeren, al is dit vandaag mijnlaatste commissiedebat als NSC-Kamerlid. Het is mooi om dat dan wel tekunnen doen over zo’n belangrijk onderwerp als onze missies. We pratenover veel in dit huis, maar veel betekenisvoller dan de inzet van onzemannen en vrouwen in het buitenland om vrede en veiligheid dichterbij tebrengen, wordt het niet. Om te beginnen spreek ik dan ook graag mijngrote waardering uit voor de inzet van onze mensen.Voorzitter. Het is belangrijk om ook te leren van de vele missies dieworden uitgevoerd. Denk aan de lessen van Srebrenica en Hawija. Inmaart 2024 is toegezegd dat er uiterlijk medio juni 2024 schriftelijk over deleercyclus van uitgevoerde missies en lopende conflicten aan deze Kamerzou worden gerapporteerd. Het staat nog altijd open. Vandaag vraag ikopnieuw om de toezegging dat dit voor de begrotingsbehandeling vanDefensie 2026 toch zal gebeuren.Voorzitter. Politiek is kiezen; we hadden het er al over. De rapportage overoverige missies roept bij mij de vraag op in hoeverre de Nederlandse inzetniet te versnipperd is. Het gaat soms om de bijdrage van maar éénstafofficier. Kunnen we dan echt impact maken, is mijn vraag aan deMinister van Defensie. Uit de rapportage blijkt dat het ontbreken van eenduidelijke missiestructuur een belemmering voor de effectiviteit van deNederlandse bijdrage vormt. Ik zou graag een reflectie van de Ministerontvangen, ook op de vraag of dit aspect niet een grotere rol moet spelenbij de afweging van de vraag of er wordt deelgenomen.Dan de oostflank, want daar is de situatie zacht gezegd gespannen.Incidenten volgen elkaar in rap tempo op. Op 10 september hebben deNederlandse F-35’s boven Polen Russische drones afgeschoten. KunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50311 beide Ministers iets zeggen over het actuele dreigingsbeeld daar? Inhoeverre is de missie om die trainingsmissie NSATU in Polen vanuit delucht te beschermen nog goed toegerust? Is er misschien een alternatief,al dan niet te ontwikkelen, voor het uit de lucht schieten van goedkopedrones met peperdure F-35-raketten? Dat voelt namelijk toch een beetjeals het bestrijden van een mug met een kalasjnikov. Wordt er ook concreetoverwogen de bijdrage aan die missie te wijzigen? Wat is nu deverhouding met die nieuwe missie Eastern Sentry en natuurlijk met hetinitiatief van Von der Leyen ten aanzien van de dronemuur en deeventuele Nederlandse bijdrage daaraan?Voorzitter. Er wordt al lange tijd gesproken over de eventuele inzet vanNederlandse militairen na een bestand tussen Rusland en Oekraïne. Hetkabinet sluit naast luchtmacht, marine en trainingseenheden nadrukkelijkde landmacht niet uit. NSC heeft zeker over die landmachtsdeelname nogvragen. Hoe verhoudt zich die tot die 300 militairen die nu deel uitmakenvan de multinational battlegroup in Litouwen? Is het kabinet bereid omook naar varianten te kijken waarbij die bijdrage wordt gezien als delandmachtbijdrage, al dan niet uitgebreid? Ik vraag om een bevestiging,heel belangrijk, dat de onlangs aangenomen motie van collega Dobbewordt uitgevoerd. Het verzoek is dus om geen toezeggingen te doen aande coalition of the willing zonder expliciete toestemming van hetNederlandse parlement.Voorzitter, dan tot slot nog Irak. We blijven betrokken bij de anti-ISIS-coalitie. Dat is op zichzelf heel goed en logisch, maar kan de Ministeraangeven wat de invloed is van de huidige instabiele situatie in Syrië?Kan dat Irak destabiliseren? Wat betekent dat voor onze bijdrage in Irak?Zal die dan langer moeten zijn dan nu voorzien, wat tot september 2026is? En wat gebeurt er anders? In de rapportage lezen we dat Nederlandbetrokken is bij activiteiten rond de re-integratie van Irakezen die uit Syriëkomen. Kan de Minister verduidelijken wat dat dan precies inhoudt? Omwelke groepen gaat het? Wat is dan precies het beoogde effect?Voorzitter. Rest mij deze Minister heel veel wijsheid te wensen bij debescherming van de Nederlandse belangen. Ik hoop dat hij dat doetvolgens de lijfspreuk van ons Korps Mariniers, qua patet orbis, oftewel«zo wijd de wereld strekt».Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. U heeft een tweetal interrupties. De eerste is vande heer Pool.De heer Pool (PVV):De heer Van Dijk stelde dat ik een hetze voerde tegen de genderadviseur.Dat is niet zo. Wij vinden de missie niet zo nuttig. Dat is wat anders. Maarde heer Van Dijk vindt het kennelijk wel een nuttige missie. Dus ik zouhem graag willen vragen wat die genderadviseur doet en waarom dat danzo nuttig is.De heer Olger van Dijk (NSC):Dan heeft de heer Pool mij niet helemaal begrepen, denk ik. Ik roep inmijn bijdrage juist op om te kijken naar meer focus en om kritisch te zijn,niet alleen op deze bijdrage, als u me goed beluistert, maar ook op anderebijdragen van een enkele stafofficier. Dat is echt op meer plekken hetgeval, weet ook de heer Pool als hij die rapportage leest. Ik denk dat je erheel kritisch op moet zijn wat het effect en de bijdrage zijn. Wij hebbendus ook vragen bij de concrete bijdrage die heer Pool noemt, maarnogmaals, ook breder dan alleen die enkele adviseur.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50312 Meneer Van Dijk, ik hoor dat u de vraag niet goed heeft begrepen, maar iklaat gewoon aan uzelf hoe u de vraag heeft geïnterpreteerd. De heerNordkamp, uw tweede interruptie.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik heb het graag over belangrijkere zaken, maar ik raad de PVV wel graageen genderadviseur aan. Misschien dat u dan daarvan het belang inziet.De heer Van Dijk interrumpeerde mij met de opmerking dat wij met elkaarkeuzes moeten maken en focus moeten aanbrengen, maar in zijn eigeninbreng heb ik geen enkele focus gehoord. Ik heb in zijn eigen inbrenggeen enkele keuze gehoord waar hij naartoe wil. Dat vind ik vreemd,omdat hij dat wel aan mij vraagt. Dus heb ik dat goed gehoord? Wat isdan uw focus? Welke keuzes gaat u maken? Waar gaat dat uit blijken?De heer Olger van Dijk (NSC):Dank voor de vraag, want die geeft mij de gelegenheid om het nog ietsbreder toe te lichten. Ik heb in mijn inbreng wel degelijk naar vorengebracht dat we nu op tientallen plekken bijdragen aan missies en datNSC echt vragen heeft over die versnipperde inzet. Wij vragen dus heelnadrukkelijk aan deze Minister om heel kritisch te kijken wat demeerwaarde is van een aantal missies waaraan we maar met een enkelestafofficier meedoen. Dat is wel degelijk een invulling van de focus die wezelf hebben bepleit. In tweede instantie zul je, als je meedoet, natuurlijkook moeten kijken hoe je dan meedoet. De oostflank is heel erg belangrijk,maar ook daarover hebben wij naar voren gebracht, ook in het plenairedebat, dat we moeten focussen op de elementen waar Nederland heeleffectief aan kan bijdragen. Je hebt uiteindelijk maar beperkte capaciteiten je zult keuzes moeten maken.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):U stelt een kritische vraag. Dat vind ik wat anders dan keuzes maken,maar goed. U begon uw inbreng volgens mij door te zeggen: ik verwachtrapportages met geleerde lessen en geboekte resultaten. Volgens mijvroeg de heer Van Dijk die bij de begroting. Waar bent u dan concreetbenieuwd naar? Wat zou er volgens u in die rapportages moeten staan omde geboekte resultaten te kunnen meten?De heer Olger van Dijk (NSC):Als er een missie is, is er altijd een doel. Dat doel kun je kwantificeren. Jekunt duidelijk maken wat je wilt bereiken. We zien nu dat als er dingenmisgaan – denk aan Srebrenica; ik heb ook Hawija genoemd – er allerleirapportages komen en we dan uiteindelijk aan die lessen toekomen. BijSrebrenica hebben we het dan natuurlijk over het gebrek aan luchtsteunen bij Hawija over de inlichtingenpositie. Maar het punt waar deze Kamereerder aandacht voor heeft gevraagd en dat ik heb willen herhalen, is datje van elke missie iets zou kunnen leren en daar ook iets uit zou kunnenhalen. Ik denk zelf: als je gaat evalueren, kijk dan ook of de inzet die jehebt geleverd heeft bijgedragen aan wat je hebt beoogd. Daarom wasmijn punt: zou je dan wel moeten bijdragen met misschien maar eenenkele stafofficier, als ook het doel van de missie bijvoorbeeld weinigduidelijk is?De voorzitter:Dit is uw laatste interruptie, meneer Nordkamp.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ja, dat weet ik. Tot slot hierover. Ik volg de heer Van Dijk goed als het gaatover evaluaties en wat er aanzienlijk is misgegaan, maar ik worstel zelfmet het volgende. We gaan op missie en dan willen we resultaten behalenbij onze doelen. Dat vind ik allemaal heel nobel, maar ik vraag me zelfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50313 altijd af: hoe meetbaar is een en ander nou? Wat voor onvoorzieneomstandigheden komen we ter plekke tegen? Hoe maakbaar en stuurbaaris het allemaal? Enerzijds begrijp ik dus best de roep om de resultatenduidelijk te maken, omdat we willen weten waar onze mensen en onzecenten naartoe gaan. Tegelijkertijd is defensie voor mij wel een slag apart,omdat het niet allemaal zo meetbaar is. Daarom vind ik het soms wellastig om daarom te vragen. Het is niet dat ik niet wil dat er een bepaaldemate van verantwoording en rekenschap wordt afgelegd, maar volgensmij is het allemaal niet zo meetbaar. Mijn vraag is hoe de heer Van Dijkdaarnaar kijkt. Heeft hij er wél ideeën over hoe we het meetbaar kunnenmaken et cetera?De heer Olger van Dijk (NSC):Dit is ook een mooie vraag. Ik denk dat de doelstellingen van missies uithet verleden heel erg uit elkaar liepen en dat de ene missie zich ook veelmeer leent voor concrete doelen dan de andere. We weten allemaal nogwel dat het bij de missies in Afghanistan ook heel erg ging over weder-opbouw, scholen, het aantal meisjes dat onderwijs had gekregen en dattype onderzoek. Uiteindelijk is dat in zo’n missie wel degelijk te kwantifi-ceren en duidelijk te maken. Als je het hebt over het beschermen van eenoostgrens of luchtsteun, kun je concreet zien of dat tot actie heeft geleid.Maar er zit dus wel heel veel verschil in. Het gaat mij erom dat je vanuit dedoelen een soort leercyclus hebt en kijkt wat het effect is. Als je diemissies met elkaar vergelijkt, kun je misschien tot meer eensluidendeconclusies komen waar je ook echt van kan leren voor de toekomstigeinzet bij missies.De voorzitter:Dank. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van decommissie. Ik schors tot 16.35 uur voor de beantwoording van deMinister.De vergadering wordt van 16.15 uur tot 16.37 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. In deze termijn sta ik ook weer vier interruptiestoe, nu richting de Minister. Ik geef het woord aan de Minister voor debeantwoording van de vragen.Minister Brekelmans:Dank, voorzitter. Ik zou de beantwoording willen verdelen in de volgendecategorieën. Ik begin met een aantal algemene opmerkingen over keuzesen prioriteiten. Dan ga ik van binnen naar buiten. Ik begin dus bij deNAVO-oostflank. Dan behandel ik alles wat met Oekraïne en de coalitionof the willing te maken heeft, en dan EUFOR Althea en de Balkan. Dan iser nog de categorie Midden-Oosten. Daar zijn ook nog een paar overigevragen aan gekoppeld.Laat ik beginnen door me aan te sluiten bij alle warme woorden die ledenvan de Kamer hebben geuit over de inzet van onze militairen en debijdrage die zij leveren aan vrede en veiligheid in de wereld. Ik vond hetook mooi om te horen hoe verschillende leden spraken over de bezoekendie zij hebben gebracht aan onze troepen. Zelf doe ik dat ook regelmatig.Ik denk dat wij met elkaar delen dat op iedere plek waar je komt de situatieweer net wat anders is. De omstandigheden zijn net wat anders en despecifieke bijdrage die onze militairen leveren is weer net wat anders.Maar er loopt ook wel een hele duidelijke rode draad doorheen, namelijkeen ongelofelijke wil en motivatie om bij te dragen aan internationaleveiligheid en de internationale rechtsorde. Uw leden spraken daar zulkewaardering voor uit en daar kan ik me alleen maar bij aansluiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50314 Wat de heer Ellian zei, klopt inderdaad volledig: we moeten daarin welduidelijke keuzes maken, want ondanks dat we meer investeren indefensie, zijn de middelen natuurlijk nog steeds schaars. Als je kijkt naarde totale krijgsmacht en de manier waarop we die internationaal inzetten,zie je een hele duidelijke verschuiving ten opzichte van vijftien, tien of vijfjaar geleden. Het aandeel missies buiten het NAVO-grondgebied is relatiefgezien veel kleiner dan wat we inzetten om het NAVO-grondgebied tebeschermen. De verschuiving van hoofdtaak 2 naar hoofdtaak 1, zoals zedat noemen, zie je dus heel erg duidelijk terug in de inzet van onzemensen en capaciteiten. Omdat we een grotere bijdrage moeten leverenaan de NAVO en aan onze collectieve verdediging, en overigens ook aande bescherming van het Caribisch deel van het Koninkrijk, moeten wevanuit die schaarste nog gerichter keuzes maken over waar we wel en nietaan kunnen bijdragen. We kijken natuurlijk welke belangen op het spelstaan en welke bijdrage en welke toegevoegde waarde we daaraankunnen leveren. We kijken natuurlijk ook welke kosten het met zichmeebrengt en wat het dus betekent voor de inzetbaarheid van dekrijgsmacht. Het levert vaak ook een positieve ervaring op, zowel voor decapaciteiten als voor de getraindheid van onze militairen, en ook voor deafwisseling in de ervaring die mensen hebben. Dat is dan weer eenpositieve zijde. Een aantal van de leden zijn ook in Litouwen geweest.Over het algemeen is de motivatie daar heel groot, maar mensen die daarmeerdere keren zijn geweest, zeggen: het is voor ons ook nuttig om terafwisseling in Bosnië of ergens in het Midden-Oosten actief te zijn. Ook indat opzicht is het dus belangrijk om op verschillende plekken in de wereldactief te blijven.De heer Van Dijk vroeg of er geen sprake is van te veel versnippering. Alsje in één specifieke missie iets wilt bereiken, bijvoorbeeld in Afghanistanin het verleden of nu in Irak, dan is het natuurlijk van belang dat er sprakeis van een zekere continuïteit. Dat kun je bereiken met een internationalemissie, waardoor die internationale presentie er is en je steeds roteert,maar er zit ook een zekere logica in om met voldoende aantallen aanwezigte zijn om een bepaald effect te bereiken. Met de schaarse capaciteit diewe hebben, willen we proberen om onze invloed in de wereld maximaalte maken, en ook onze informatiepositie en ons informatiebeeld teoptimaliseren. Dat is een heel belangrijk onderdeel. Door maar éénpersoon in te zetten, hebben we wel een stoel aan tafel, waardoor wekunnen meepraten over de vormgeving van zo’n missie, en doen weontzettend veel informatie op over wat er gebeurt in de regio en wat detoegevoegde waarde is van die specifieke missie.Dus ik ben juist een heel groot voorstander van het volgende. Aan de enekant hebben we de grote bijdrage die we moeten leveren aan onzecollectieve verdediging. Daarnaast kies je een aantal missies uit waarbij jewat grootschaliger betrokken bent, zoals nu in Bosnië en Herzegovina,want daar willen we bijdragen aan stabiliteit. Maar daarnaast probeer jeook je informatiepositie en invloed in de wereld zo maximaal mogelijk temaken door heel specifiek trainingen te geven, door één stafofficier neerte zetten of door specifieke individuele functies in te richten. Daarbij zeg iktot slot: één persoon inzetten vraagt de inzet van die ene persoon, maarhet legt in de praktijk vaak geen beslag op hele schaarse capaciteiten.Wanneer je een eenheid stuurt, moet daar ook medische ondersteuningbij en moet daar ook alle logistiek bij. Ja, dat zijn die kritieke enablers,zoals ze dat noemen, waar je dan beslag op legt. Als je één persoon stuurtnaar een bepaald hoofdkwartier, dan gaat diegene op in die missie-structuur. Dat is dan één persoon en daar heb je niet al die kritiekecapaciteiten en die schaarse capaciteiten voor nodig om dat mogelijk temaken.Dan nog een laatste algemene vraag van de heer Van Dijk, over deleercyclus met betrekking tot onze missies en lopende operaties. Zowelvanuit Buitenlandse Zaken als Defensie hebben we de afgelopen jaren ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50315 stappen gezet om die leercyclus vorm te geven. De Kamer weet dat ook.Iedere missie wordt ook geëvalueerd. Als er in een bepaalde periodemeerdere missies zijn, vindt er een overkoepelende evaluatie plaats. Iknoem ook het toetsingskader voor artikel 100-missies, waarbij er eerderook gekeken is naar het risico op burgerslachtoffers. Dat doen we op ditmoment ook. We houden het steeds tegen het licht en kijken of de lessendie we hebben geleerd voldoende terugkomen in nieuwe artikel100-brieven. We hebben ook naar aanleiding van de motie van Van derWerf, Boswijk en Van der Wal een werkgroep Leren van conflicteningericht, die juist dat soort lessons learned en dat soort overkoepelendeuitdagingen die daaruit voortkomen, verder oppakt. Dus ja, het heeft deaandacht van zowel Buitenlandse Zaken als Defensie. We zullen u daarnog nader schriftelijk over informeren voor de begrotingsbehandeling2026, want dat was het verzoek van de heer Van Dijk.Als daar verder geen opmerkingen over zijn, ga ik naar de oostflank,voorzitter.De voorzitter:Ik zie dat u toch een interruptie heeft van de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik wachtte even, omdat er natuurlijk twee vragen van mijn kant waren.Overigens dank aan de Minister voor de toezegging om ook vanuit diewerkgroep Leren van conflicten een schriftelijke terugkoppeling te willengeven voor de begrotingsbehandeling 2026 van Defensie.Toch nog wel even over de versnipperde inzet en de inzet van eenenkeling bij een missie. Ik heb de Minister goed gehoord. Ik denk dat ikzijn argumenten voor een groot deel ook wel kan volgen, namelijk dat heteen strategisch belang kan zijn, als ik het heel goed heb begrepen. Noumoet ik me inhouden om niet het voorbeeld van de heer Pool tegebruiken, maar is dat ook een concrete ... Mijn vraag is eigenlijk heelconcreet: als je daar inderdaad voor kiest, zou een aspect daarvan dan nietmoeten zijn dat je hard kunt maken dat er sprake is van een strategischeinformatiepositie? Zou de Minister kunnen zeggen of dat echt het geval isen kan hij daar anders in ieder geval kritisch op zijn bij toekomstigeenkelingen die deelnemen?Minister Brekelmans:In veel gevallen kiezen we ervoor om bijvoorbeeld met een stafofficier bijte dragen, die dan op het hoofdkwartier zit en specifiek daar een informa-tiepositie heeft. In sommige gevallen komen wij daar als Nederland voorin aanmerking. In andere gevallen ligt dat wat minder voor de hand. Datverschilt per keer, maar ik probeer natuurlijk altijd een afweging te maken:leidt de positie die je hebt aan de ene kant tot veel invloed en aan deandere kant tot veel informatie? Ik zal zo meteen nog terugkomen op dieene specifieke persoon bij UNIFIL, maar zelfs als je daar maar een of tweepersonen neerzet, ook als het een meer uitvoerende functie is, heb jenatuurlijk een directer en beter beeld van hoe die missie zich ontwikkeltdan wanneer je daar helemaal niemand hebt. Neem nu UNIFIL. Er is nogalwat aan de hand in het zuiden van Libanon. Dat werpt voor ons allerleivragen op. Hoe ziet nou in de toekomst die missie eruit? Wat doet die welen niet? Hoe verhoudt zich dat tot wat er in de regio gebeurt? Het feit datwe daar ogen en oren op de grond hebben, betekent natuurlijk voor onsook dat we een betere informatiepositie hebben wanneer we dat internbespreken dan wanneer we daar helemaal niemand hebben zitten en weons moeten baseren op collega’s en op andere landen. Dus het korteantwoord is: ja. Natuurlijk kijk je specifiek op welke plek je de meesteinvloed kunt hebben en de meeste informatie kunt vergaren. Maar ook alshet een meer uitvoerende functie betreft, levert die nog steeds heelwaardevolle informatie op.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50316 Voorzitter. Dan ga ik naar de oostflank. Er zijn vanzelfsprekend verschil-lende leden die aandacht hebben gevraagd voor de actuele ontwikke-lingen. We hebben de drone-incursies in Polen gezien, waar onze F-35’secht fantastisch werk hebben geleverd door meerdere van die drones uitde lucht te halen. Afgelopen maandag was ik er zelf. Als je hoort hoe datdie nacht is gegaan en hoe die F-35’s als een geoliede machine de lucht ingingen, de dreiging hebben waargenomen en een aantal van die droneshebben uitgenomen, als je hoort dat dat de hele nacht is doorgegaan, meteen tankvliegtuig maar ook weer terug naar de grond, opnieuwbewapenen, en weer andere F-35’s de lucht in, dan besef je dat het echteen prestatie van formaat is geweest.Ik dacht dat het de heer Ellian was die, overigens terecht, vroeg of wegenoeg doen. Een aantal maanden geleden had ik met collega’s uitRoemenië en Litouwen een discussie op dit punt. Er waren op datmoment al drone-incursies geweest. Toen werd de vraag gesteld waaromde NAVO niet ingrijpt. Waarom doet de NAVO niks? Het feit dat we nuvoor de eerste keer boven NAVO-grondgebied met de F-35’s zo hebbeningegrepen, op signaal van de NAVO maar vervolgens ook in nauwesamenwerking met de Poolse autoriteiten, is echt een historische stapgeweest. Mensen vergeten het snel, maar het was echt een historischestap dat we het op die manier hebben gedaan. Ik sprak ook met deNederlandse ambassadeur en die bevestigde voor mij nog eens wat datmet Polen doet, iets wat ik de afgelopen tijd ook zelf al heb gehoord.Polen zegt: «Onze geschiedenis laat zich kenmerken door andere,dictatoriale rijken die ons binnenvielen en de meest verschrikkelijkedingen hebben gedaan. Maar nu ervaarden we een dreiging en kwamener buitenlandse machten, niet om ons grondgebied in te nemen maar omons te beschermen.» Dat doet ontzettend veel met Polen en de mensendaar.We moeten dat dus zeker niet bagatelliseren of afvallen, zoals dat gezegdwerd, maar de heel terechte vraag is natuurlijk wel of F-35’s de meestefficiënte manier zijn om drones uit de lucht te halen. Het simpeleantwoord daarop is natuurlijk: nee. We moeten veel meer investeren,zoals Oekraïne dat heeft gedaan, in counterdronecapaciteiten, die in datopzicht veel efficiënter zijn dan wanneer je een F-35 moet inzetten omdrones uit de lucht te halen. Ik zal zo meteen nog nader ingaan op eenaantal vragen daarover, maar als je mij nu vraagt of wij op dit moment demiddelen hebben om de oostflank te kunnen verdedigen, dan zeg ik: ja.Als de vraag is of we daar nog veel meer in moeten investeren, om ervoorte zorgen dat we dat langs de hele oostflank veel efficiënter doen, dan ishet simpele antwoord daarop ook zeker: ja.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Dank voor het heldere antwoord. Ik wil niet te veel vooruitlopen op defeiten. Het gekke is dat als je met elkaar van gedachten wisselt over dezedingen, je ook beseft dat je eigenlijk praat over heel negatieve scenario’swaarvan je hoopt dat ze niet zullen gebeuren. Maar we moeten er welover praten met elkaar. Gelukkig hebben we een krijgsmacht die er zogoed als mogelijk klaar voor is. Ik heb nog wel een vraag. Ik weet dat deMinister die misschien niet helemaal kan beantwoorden, maar ik maak mijwel zorgen. Het gaat nu om drones, maar je ziet dat Rusland steeds verdergaat; we komen zo nog te spreken over het schip. Onze tegenstandersgaan steeds verder. Drones neerhalen is nog niet zo’n punt, maar watdoen we bijvoorbeeld bij vliegtuigen? Op een gegeven moment kunnenwe niet nietsdoen.Minister Brekelmans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50317 Nee, helemaal mee eens. Het ingewikkelde antwoord is als volgt. Wehebben natuurlijk onlangs de drie incursies van Russische vliegtuigen inhet Estse luchtruim meegemaakt. Op dat moment is er een dilemma. Aande ene kant kun je zeggen: haal ze uit de lucht, want ze betreden hetNAVO-luchtruim en schenden daarmee het internationaal recht. Aan deandere kant: als je dat doet, ga je een pad van escalatie op waar je lieverniet op terecht wilt komen. Dus op dat moment is het ter beoordeling vanin dit geval de Italiaanse F-35’s samen met de Estse autoriteiten hoe acuutde dreiging is. Dat maakt wat Rusland doet ook meteen zo roekeloos enrisicovol, want als op dat moment de inschatting wordt gemaakt dat erdaadwerkelijk sprake is van een acute dreiging, kan het ook zomaar zijndat in een heel korte tijd wél de keuze wordt gemaakt om daarop tereageren.Als u vraagt om de analyse – dat is ook ingewikkeld – of Rusland ditbewust doet: het is heel moeilijk om dat aan te tonen. Rusland zet immersniet ergens op Telegram of op andere social media: wij gaan eens evenhet luchtruim van de NAVO betreden. Zij zeggen dan natuurlijk: het wasper ongeluk; het was niet intentioneel; verdwaald. Terwijl ... Tja, er is eencorridor van 13 kilometer en er gaan wel vaker vliegtuigen op en neernaar Kaliningrad. Het is nou niet zo dat dat heel ingewikkeld is. Maargoed, ik kan niet te veel uitweiden over de details, en over wat er allemaalprecies gebeurt en wat ik daarover heb gehoord, maar je kunt er op zijnminst heel grote vraagtekens bij zetten. Wat we in ieder geval moetendoen, is iedere keer weer de situatie beoordelen op basis van hoe die opdat moment is. Want aan de ene kant wil je wel een grens trekken, maaraan de andere kant wil je ook niet onnodig escaleren.Ik vind wel dat wij als bondgenootschap, zowel binnen de NAVO alsbinnen de EU, nog een veel stevigere discussie moeten voeren, niet alleenover het militaire antwoord, dus over welke middelen we daar neerzetten,maar ook over wat onze response options zijn op het moment dat datgebeurt. Ik heb zelf weleens opgemerkt dat je zou kunnen zeggen «geefmeer steun aan Oekraïne iedere keer dat Rusland het luchtruim betreedtmet drones of wat dan ook», want dan kan Oekraïne direct terugslaan. Opzo’n moment verandert misschien ook de calculatie van Poetin, als hij zichrealiseert: iedere keer dat ik dat doen, ervaar ik daar wel direct deconsequenties van. Hetzelfde kun je doen met sancties en anderemiddelen. Maar je wil in ieder geval op de een of andere manier Ruslandlaten voelen dat als zij iedere keer weer de grens overgaan, zij daar ook degevolgen van ondervinden.Om dat met 32 NAVO-bondgenoten of 27 EU-lidstaten te doen, is niet zoheel makkelijk, want het begint natuurlijk met vaststellen en bewijzen water precies achter zat en welke intentie er was. Het is moeilijk om dat vastte stellen. Vervolgens is het ook niet zo eenvoudig om met al die landenop één lijn te komen over hoe erop te reageren. Maar ik vind wel dat wehet moeten doen, want als we het niet doen, schuift het steeds verder open gaat Rusland steeds een stapje verder, met alle risico’s en gevolgenvan dien.De voorzitter:De heer Van Dijk. Dit wordt wel uw derde interruptie, want u was net overde tijd heen.De heer Olger van Dijk (NSC):En toch ga ik het doen, omdat ik dit heel wezenlijk vind. Ik vind echt dat deMinister het goed schetst, met gevoel voor de verantwoordelijkheden envoor hoe je het moet doen. Tegelijkertijd is dit wel een groot punt. Wekennen het precedent van de Turken, die na zeventien seconden hetvliegtuig van Rusland uit de lucht schoten. Dit betrof twaalf minuten. Magik de Minister zo begrijpen dat in ieder geval de optie om het wél te doenen geloofwaardig te doen, nadrukkelijk in beeld moet blijven? En, tenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50318 tweede, is er in dat spectrum nog iets mogelijk om die dreiging op tevoeren als het over een schending van het luchtruim gaat, zoals dat bij demarine wel het geval is met het waarschuwingsschot?Minister Brekelmans:Ik zal niet uitweiden over details, maar wat er in de praktijk gebeurt, is dater allerlei waarschuwingen plaatsvinden wanneer Rusland richting datluchtruim gaat of daar zelfs binnen zit. In het type waarschuwingen zit ookeen escalatie. Op het moment dat zo’n Russisch vliegtuig daar vervolgensniet op reageert, neemt de dreiging die daarvan uitgaat toe. Er is nog weleen verschil, afhankelijk van de kant die zo’n vliegtuig op gaat. Als hetvliegtuig bij wijze van spreken richting een potentieel militair doel gaat ofrichting een stad, is dat anders dan wanneer het over onbewoond gebiedvliegt en wel richting Kaliningrad gaat, bijvoorbeeld. Ik geef even een paardingen aan, omdat de beoordeling van de dreiging die uitgaat van zo’nluchtruimschending helemaal afhangt van de situatie. Maar er zit zekereen escalatie in het waarschuwen van zo’n vliegtuig.Ook zit er een escalatie in het aansporen van zo’n vliegtuig om een anderekant op te gaan. Het is niet zo dat je bij wijze van spreken één keer eensignaal afgeeft en als er niet op gereageerd wordt, je meteen genoodzaaktbent om «m neer te halen. Daar zitten nog heel veel stappen tussen.Internationaal is er ook een soort common language over, zodat Ruslandook weet, heel bewust: als ik niet naar die waarschuwing luister, ben ikweer een stapje verder aan het gaan.Dus de beoordeling van de dreiging die ervan uitgaat, hangt echt af vande situatie. Maar de uiterste optie om zo’n vliegtuig neer te halen wanneerer sprake is van een acute dreiging, is er altijd.Mevrouw Dobbe (SP):Ik ben in die zin dan wel gerustgesteld door het antwoord van de Ministerals hij zegt dat we juist heel terughoudend moeten reageren omdat er eenrisico is van escalatie op het moment dat je net iets te vroeg op het knopjedrukt. Dat zijn moeilijke momenten. We hebben het gisteren ook met deMinister-President erover gehad, dus ik zal dat debat niet herhalen. Maarmijn vraag is als volgt. De Minister heeft het erover dat er ookniet-militaire response options bestaan. Zijn er genoeg niet-militaireresponse options die je op zo’n manier kan doen, of heeft de Minister daarhulp bij nodig? En mijn tweede vraag: zijn er ook response options die temaken hebben met actieve de-escalatie, dus bijvoorbeeld in gesprektreden op het moment dat zo’n overtreding van het luchtruim plaatsvindt?Ik hoor dat er buiten de microfoon om nu een beetje gekscherend overwordt gedaan, maar er zijn natuurlijk ook hotlines en je moet natuurlijkook praten op zo’n moment. Dat zal misschien ook wel de voorkeurhebben van sommige mensen; dat moeten we ook gaan doen.De voorzitter:Deze tel ik voor twee interrupties. Het waren ook twee vragen.Minister Brekelmans:Op het moment dat het gebeurt, is er contact tussen in dit gevalF-35-vliegers en die Russische straaljagers. Dus die waarschuwingssig-nalen en die aansporingen in de trant van «keer een andere kant op; jebevindt je in NAVO-luchtruim» gebeuren op dat moment. Zeker als hetecht heel spannend wordt en je escalatie wil voorkomen, is het belangrijkdat er militaire lijnen zijn, of in ieder geval dat er een mogelijkheid totmilitaire communicatie is. Ik ga niet uitweiden over hoe dat in de praktijkloopt en in hoeverre die lijnen er zijn, maar dit geldt in ieder potentieelconflict. Ook al heb je te maken met een vijand en een tegenstander, het isaltijd goed om nog een communicatielijn open te houden. Dat geldt hierook.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50319 Dan de vraag welke response options er zijn. Het begint met ervoor tezorgen dat we onze verdediging op orde hebben, dus dat Rusland weet: ofhet nou om drones gaat, of om straaljagers of zelfs om een raket, deNAVO staat klaar om erop te reageren en die uit te schakelen. Dat is één.Vandaar ook dat de NAVO Eastern Sentry heeft ingericht en dat we daarmeer in moeten investeren.Het tweede is dat je de onderliggende berekening van Poetin moetveranderen. Nu gaat hij steeds een stapje verder in die grijze zone. Datleidt tot onrust en dat leidt tot discussie, zowel binnen hetNAVO-bondgenootschap als binnen Europa. Poetin ondervindt hier tot nutoe slechts beperkt gevolgen van. Ik vind dat dat moet veranderen.Eigenlijk zou je ertoe willen komen dat het niet leidt tot onrust endiscussie, namelijk dat we met z’n allen vinden: oké, daar moet een reactieop volgen die ook kosten en nadelen met zich meebrengt voor Rusland.Het is moeilijk om dat militair te doen, want we willen niet in die militaireescalatie terechtkomen met elkaar. Daarom zeg ik dat je ook asymmetrischmoet kijken: kun je op andere manieren reageren, op zo’n manier datRusland daar wél nadelen van ondervindt? Dat kan bijvoorbeeld viasancties, dat kan door meer steun aan Oekraïne en er zijn misschien nogandere manieren die je daarvoor kunt inzetten. Maar het ingewikkeldedaarvan is dat Nederland, of Polen of wie dan ook dat niet alleen kandoen. Dat moet je dan weer doen in internationaal verband. Dan moet jehet ook met elkaar erover eens zijn dat dat het juiste antwoord is. Maar ikvind wel dat we dat moeten doen, want de onderliggende calculatie vanRusland moet veranderen en we moeten voorkomen dat ze steeds weereen stapje verder gaan.De voorzitter:De Minister continueert.Minister Brekelmans:Dan vroeg de heer Nordkamp of ik kan toelichten hoe ik de toekomstigeinzet aan de oostflank zie. Ik denk dat het goed is om te benadrukken datwij als Nederland al heel veel doen, maar dat weet de heer Nordkampook. We hebben nu de F-35’s. We hadden al gepland om ook gelaagdeluchtverdediging te gaan leveren ook in die regio in Polen, maar specifiekrondom de logistieke hub die daar is voor steun aan Oekraïne. Dat staatgepland vanaf 1 december, voor een halfjaar. Daarin gaan we zowelPatriots als NASAMS als counterdronesystemen leveren, dus echt diegelaagde luchtverdediging. Dit wordt bijzonder gewaardeerd door Polen.Ook hebben we onze MQ-9’s daar staan, de drones in Roemenië die eenbijdrage leveren. We doen dus al ontzettend veel als Nederland. Dat is ookeen bijdrage die we leveren aan Eastern Sentry.Hoe dat precies eruit gaat zien en wat dat nog extra gaat betekenen, wordtop dit moment nog nader uitgewerkt. Er zijn ook behoorlijk watNAVO-bondgenoten die nog een stuk minder doen aan de oostflank, duswellicht dat het voor hen aanleiding is om meer te doen. Overigens heeftFrankrijk en ik geloof ook Zweden ... In ieder geval hebben een aantalandere landen al gezegd meer straaljagers die kant op te gaan sturen. Datis een doorlopende discussie. Mocht dat tot meer inzet leiden, ook vanuitNederland, zal ik dat uiteraard direct aan de Kamer melden. Maar op ditmoment is wat wij al voornemens zijn, eigenlijk al een meer dan proporti-onele bijdrage die we bereid zijn te leveren.Dan vroeg de heer Nordkamp ook nog: is de veiligheid van onze vliegersgewaarborgd? F-35’s zijn natuurlijk heel mobiel, dus als er een dreigingplaatsvindt, zien we dat natuurlijk van tevoren vanuit Oekraïne alaankomen en dan kun je daarop reageren. Maar voor die specifieke locatiegeldt ook dat daar nog extra luchtverdediging aanwezig is.De heer Van Dijk vroeg nog naar de dronemuur van Von der Leyen. Ikdenk dat het van belang is dat we in NAVO-verband uitwerken hoe we deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50320 verdediging van de oostflank moeten versterken en dat we in staat zijn omgoedkopere en efficiëntere middelen in te zetten tegen die goedkopedrones dan F-35’s. Wat mij betreft ligt het initiatief daarvoor bij de NAVO,want de NAVO gaat over onze collectieve verdediging en de militaireconcepten. Vervolgens is de vraag hoe we ervoor zorgen dat we diecapaciteiten opbouwen. De Europese Unie kan een belangrijke rol spelenals het gaat om het stimuleren van de industrie en het helpen coördinerenvan de activiteiten van diverse landen. Drones en counterdrones zijn eenvan de priority capability areas, zoals dat heet, dus een van de domeinenwaarvan de EU heeft gezegd: daarin moet Europa echt een flinke stapzetten. Nederland heeft ook gezegd dat wij een leidende rol willen spelenbij het verder vormgeven van die prioriteit, net zoals we ervoor hebbengekozen om dat te doen op het terrein van militaire mobiliteit. Ik vind dieverdeling van verantwoordelijkheden wel van belang. We moeten ook eenbeetje oppassen dat we nu niet met alle haast en urgentie die we voelenallerlei initiatieven en projecten lanceren die ook veel capaciteit vergen.We moeten dat goed coördineren. De NAVO gaat over de militaireconcepten. De EU gaat over het doel dat we met onze industrie in staatzijn om dat te stimuleren en dat voor elkaar te krijgen. Die samenwerkingtussen de NAVO en de EU is wat dat betreft ook heel belangrijk.Dat was de oostflank, voorzitter. Er waren nog een aantal vragen die hierook wel aan raken, over de coalition of the willing. Mevrouw Dobbe vroegom de bevestiging dat we geen toezeggingen zullen doen zonder dat hetNederlandse parlement daarbij betrokken is. We hebben natuurlijktoegezegd dat als het daadwerkelijk tot inzet zou gaan komen ... Op ditmoment is daar geen indicatie voor, want helaas gaat het met deonderhandelingen op z’n zachtst gezegd niet heel erg voortvarend. Maarals er eindelijk zicht zou zijn op een staakt-het-vuren of zelfs een vredesak-koord en er zicht zou zijn op de inzet van een coalition of the willing, dankomen we uiteraard bij de Kamer terug. Dan kunnen we daar mogelijkvertrouwelijk of in het openbaar wat meer over delen en dan kan ook deKamer zich uitspreken over de voorgenomen ingezet, zoals we dat bijiedere artikel 100-procedure zouden doen.De heer Van Dijk vraagt hoe een mogelijke inzet via de coalition of thewilling zich verhoudt tot de 300 militairen die we op dit moment inLitouwen hebben. Als wij kijken naar wat we potentieel zouden kunnenbijdragen, kijken we steeds of dat past binnen de verplichtingen die webinnen de NAVO hebben. Dat geldt dus ook hiervoor. Als het tot een inzetvan de coalition of the willing zou komen en wij daar als Nederland eenbijdrage aan zouden leveren, dan moet dat passen binnen de verplich-tingen die we binnen de NAVO hebben. Dat geldt overigens voor het planvan de hele coalition of the willing. Het is geen NAVO-inzet. Het isseparaat. Maar er is wel een nauwe verbinding met de NAVO, want hetmoet niet zo zijn dat we onze NAVO-oostflank verzwakken, omdat wetegelijkertijd in Oekraïne actief zijn. Daarom kijkt de NAVO ook steeds meeom te zien of we ook met de plannen van de coalition of the willing nogsteeds onze verdediging op orde kunnen houden.Dan ga ik naar de Westelijke Balkan, en specifiek naar EUFOR Althea. Ookbij het artikel 100-debat hierover hebben we uitgebreid stilgestaan – datzeg ik ook in reactie op de heer Pool – bij hoe belangrijk het is dat wij dieinzet daar plegen. Ik zal het toch nog maar even kort herhalen. Het is eenregio waar nog steeds veel spanningen zijn, waar de oorlog van inmiddels30 jaar geleden echt nog wordt gevoeld. Als je daar bent, zie je niet alleende kogelgaten nog in het straatbeeld, maar zie je ook dat iedereen despanning voelt dat die etnische spanningen toch weer zouden kunnenopspelen. Het feit dat daar een missie is die al vele jaren bijdraagt aanstabiliteit en die er ook voor zorgt dat de drempel voor het escaleren vandie spanningen veel hoger wordt, is mijns inziens van enorme toege-voegde waarde. Als er nu onrust en instabiliteit op de Westelijke Balkanzou ontstaan, worden de kosten die dit voor ons met zich meebrengt,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50321 ongeacht of het gaat om migratie of om andere vormen van instabiliteit,alleen maar groter. Wat mij betreft is het een goede investering in deveiligheid van Bosnië, in de veiligheid van de Westelijke Balkan en in deveiligheid van Europa, en dus ook die van Nederland.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Pool.De heer Pool (PVV):Tijdens de begrotingsbehandeling van Defensie hadden we het over degrensbewaking. Toen riep de PVV ook al op om onze militairen naar degrens te sturen, maar daarop was het antwoord van deze Minister vanDefensie dat we daar de capaciteit niet voor hebben. Maar ineens was erdus wel capaciteit om in Bosnië een soort van politietaken te vervullenmet onze militairen. Mijn vraag is daarom heel concreet: waarom vindtdeze Minister van Defensie de veiligheid in Bosnië belangrijker dan deveiligheid in Nederland?Minister Brekelmans:Omdat ik liever migratie voorkom daar waar die zou kunnen ontstaan dandat ik hier mensen aan de grens zet wanneer er misschien tienduizendenof zelfs meer Bosniërs voor de deur staan omdat ze moeten vluchtenvanwege het geweld in de eigen regio. We hebben overigens inNederland – ik weet niet of de heer Pool daar contact mee heeft – een vrijgrote Bosnische gemeenschap, waarvan ik altijd als ik met hen contactheb, zeer onder de indruk ben hoe zij zijn geïntegreerd, meedoen in desamenleving en op de hoogte zijn van niet alleen alles wat hier speelt,maar ook daar. Ik kan mij zomaar voorstellen dat als er onrust zouontstaan in de Westelijke Balkan, Nederland een van de landen is waarmen naartoe gaat. Want hier zit de familie, hier zitten kennissen, hier zijnde netwerken. De Nederlandse grens – ik woon zelf in Brabant – laat zichkenmerken door eindeloos veel grensovergangen. Er zijn zelfs dorpen diedeels aan de ene kant van de grens liggen en deels aan de andere kant. Ikvind het goed dat de KMar mobiel grenstoezicht doet en probeert om daarmensensmokkelaars en andere dingen te onderscheppen, maar het is echteen illusie dat wij tienduizenden mensen die vanuit de Westelijke Balkannaar Nederland op de vlucht zijn voor oorlog, zouden kunnen tegen-houden aan de grens. Als je de migratiestromen wil voorkomen, kun jebeter daar zitten om ervoor te zorgen dat daar de lont niet in het kruitvatgaat.De heer Pool (PVV):De onwil om onze militairen naar de grens te sturen om gewoon deasielinvasie te stoppen en te zorgen dat er een einde komt aan wat wegewoon niet kunnen dragen in dit land, spat ervan af bij deze Minister vanDefensie. De PVV kiest wel voor Nederlandse militairen aan onze eigengrens. Dat is weer mooi duidelijk geworden.Minister Brekelmans:En ik denk dat het effectiever is om migratie te voorkomen dan om deillusie te wekken dat je de hele grens van Nederland zou kunnen bewakenmet de honderden grensovergangen die we hebben. Ik zie ook liever datmensen daar blijven dan dat ik ze hier aan de grens zou moeten tegen-houden.Dan was er een vraag van heer Nordkamp over het risico op gelijktijdigeescalatie. Inderdaad zijn er voor KFOR in Kosovo en voor EUFOR in Bosniëtroepen daar actief, maar zijn ook reserve-eenheden als zodanig aange-merkt dat ze snel kunnen worden ingezet. We houden de situatie in beidelanden uiteraard goed in de gaten. Het is niet zo dat nu de verwachting isdat er gelijktijdige escalatie zou gaan plaatsvinden. We leveren ook alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50322 Nederland als het gaat om intelligence analysts een bijdrage aan demissie KFOR. We hebben dan niet alleen het inlichtingenbeeld aan de kantvan Bosnië, maar ook als het gaat om Kosovo. In dat opzicht leveren wijook een bijdrage aan dat beeld. De inschatting is nu dat mocht het totverdere escalatie komen – dat hopen we natuurlijk allemaal niet enverwachten we ook niet per se – de reserve-eenheden voldoende zijngevuld. Het werkt ook in die zin dat omdat de spanningen in Kosovo watwaren toegenomen, bijvoorbeeld de Fransen meer eenheden hebbeningezet. Maar zij hebben vervolgens de reserve-eenheden ook weeraangevuld. In die zin werkt ook het getrapte model, waarbij je zegt: als despanningen toenemen, kan het zo zijn dat je meer eenheden daar inzet enworden ook de reserve-eenheden daarachter weer aangevuld.Dan had mevrouw Dobbe, en ook de heer Nordkamp overigens, nog eenspecifieke vraag, namelijk of de bevolking dit nou waardeert. Ik zal nietspreken over de hele bevolking, maar over het algemeen wordt de inzetvia EUFOR Althea zeer gewaardeerd. Er wordt gezien dat die een bijdragelevert aan het verminderen van spanningen en aan het verhogen van dedrempel voor een eventuele escalatie. Als het gaat om de betrokkenheidvan Nederland, merk ik op dat er een aantal informatiespecialisten zijn diecontact houden met de bevolking en dit type informatie verzamelen overhoe de perceptie van de bevolking is als het gaat om onze inzet. Degevoeligheden die daarbij spelen in verschillende regio’s in Bosniëkunnen daarin worden meegenomen.Dan had mevrouw Dobbe een vraag over de scherfvesten, waar we devorige keer uitgebreid over hebben gesproken. Inderdaad, het heugelijkenieuws is dat ze beschikbaar zijn, op aandringen van mevrouw Dobbe ooknog, voor de start van de inzet door EUFOR Althea. Deze scherfvestenstaan nu ook ter beschikking aan de vrouwen die daar actief gaan worden.Zij gaan dus geëquipeerd met passende scherfvesten op pad. Ik denk datwe er allebei zeer content mee zijn dat dit is gelukt. Ik hoor dat mevrouwDobbe buiten de microfoon «hèhè» zegt. Ik vat dat op als het grootstecompliment dat ik ooit van de SP ga krijgen!Dan was er nog een vraag over een eventueel arrestatiebevel tegen Dodik.De rechtbank in Bosnië en Herzegovina heeft dat arrestatiebevel in juliingetrokken. De vraag of eventueel tot een arrestatiebevel zou wordenovergegaan en of wij via onze inzet via EUFOR Althea daarbij betrokkenzouden zijn, is echt een hypothetisch scenario, want het arrestatiebevel isingetrokken.Voorzitter. Dan ga ik naar het Midden-Oosten. Daar zijn verschillendevragen over gesteld. Om te beginnen de aanval op het vrachtschip dieplaatsvond vanuit waarschijnlijk, of in ieder geval bij Jemen. We hebbennatuurlijk alle aanleiding om te denken dat dat om de Houthi’s zou gaan.Het past helaas binnen de activiteiten die we van de Houthi’s zien dat zijschepen aanvallen en daar een dreiging voor vormen. Ik zou niet zeggendat die dreiging in escalatie is, want we hebben het de afgelopen tijdnatuurlijk vaker gezien, maar de dreiging blijft wel groot.De heer Ellian vroeg naar het Iraanse regime. Een aantal van de proxy’svan het Iraanse regime zijn nogal verzwakt als je kijkt naar met nameHamas natuurlijk, maar zeker ook Hezbollah. De invloed in Syrië is minder.De positie van de Houthi’s en ook van de Iraanse milities in Irak ishetzelfde gebleven. Je zou kunnen zeggen dat dit op het schaakbord vanhet Iraanse regime relatief gezien belangrijkere pionnen zijn. Nu is het welzo dat de Houthi’s ook een eigenstandige positie hebben. Zij voeren dusook activiteiten uit die niet altijd volledig vanuit het Iraanse regime zijngecoördineerd, maar de dreiging die van de Houthi’s uitgaat is inderdaadonverminderd groot. Nu geldt voor dit specifieke schip dat het niet onderde bescherming van ASPIDES viel. Het werkt zo dat schepen wordtaangeraden om de regio te vermijden, omdat die dreiging er is. Wanneerze toch door de Rode Zee willen varen, moeten ze zich aanmelden omdoor ASPIDES begeleid te worden. Voor dat schip gold dit niet. Je kuntTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50323 daarmee niet de conclusie trekken dat ASPIDES hierin heeft gefaald, wantdit schip viel niet onder de bescherming van ASPIDES. Maar de dreigingblijft zeker heel erg groot.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Die heb ik uiteraard bewaard voor dit onderwerp. Helder antwoord, primate volgen. Wel wil ik het volgende benadrukken. We hebben het hier alsKamerleden onderling vaak over gehad. Ik heb het hier ook over gehadmet Caspar Veldkamp. Ik blijf het volgende maar benadrukken. Soms ishet signaal vanuit Nederland wel een beetje van: ja, we zien wel hoe hetmet Iran loopt; het zou fijn zijn als dat regime misschien weggaat. Maarkijk hier wat ze doen. De Houthi’s kunnen dit niet zonder het Iraanseregime; dat weet de Minister van Defensie ook. Ik wil maar van degelegenheid gebruikmaken om het kabinet nogmaals mijn grote zorgenover het Iraanse regime over te brengen, dat er geen naïviteit over kanbestaan dat ook onze belangen hierin geraakt worden. Het is niet alleeneen probleem van het Midden-Oosten, want ze zijn ook bereid om ons aante vallen, direct en indirect.Minister Brekelmans:Dat deel ik en dat deelt het kabinet volledig. Het Iraanse regime wordtweleens «de kop van de octopus» genoemd. In die zin is het een enormedreiging voor het Midden-Oosten, maar ook een dreiging voor Nederland.We kennen de lange arm van Teheran. We weten hoe Iran ook Ruslandsteunt met wapens en daarmee weer een dreiging voor ons vormt. Duslaat er geen enkel misverstand over bestaan: wij delen de dreigings-analyse volledig.De voorzitter:U heeft ook een interruptie van de heer Pool.De heer Pool (PVV):Ik mis een beetje het verhaal over: wat nu dan wel? Er is gewoon eenNederlands handelsschip aangevallen onder Nederlandse vlag. Dat schipstaat volgens mij nog steeds in brand. Wat gaan we daaraan doen en watdoet de Koninklijke Marine daaraan? Is daar enige beweging in?Minister Brekelmans:Het was inderdaad een schip dat vaart onder Nederlandse vlag. Het isgelukkig niet zo dat er Nederlandse bemanning aan boord was. De tweegewonden worden geholpen en zijn naar het ziekenhuis gebracht, maardat gaat niet om Nederlanders. Ook de overige crew is in veiligheidgebracht. Het is echt aan de autoriteiten daar, in de regio, om te bepalenhoe zij omgaan met dat schip. Het is niet zo dat wij als Nederland daar nueen marineschip hebben varen of daarnaartoe sturen omdat dat schip eenNederlandse vlag heeft. Er zijn natuurlijk wel Europese missies in dieregio actief. Die kijken daar dus ongetwijfeld naar, maar omdat de heerPool specifiek vroeg naar onze marine, antwoordde ik dat wij nietvoornemens zijn om daar nu een schip naartoe te sturen.Dan ga ik naar Syrië en Irak. Er was een vraag van de heer Van Dijk, envan nog een aantal anderen, over de re-integratie van Irakezen in Syrië.Het is inderdaad zo dat er ook Irakezen in Syrische detentiecentra zaten endat Syrië daar natuurlijk ontlast in wil en moet worden. Irak heeftinmiddels circa 3.000 gevangenen overgenomen. Zij zullen wordenberecht en in detentie worden genomen in Irak. Nederland draagt daar,even los van het militaire spoor, ook aan bij; dit betreft het civiele spoor.Wij hebben daarvoor bijvoorbeeld 7 miljoen ter beschikking gesteld. DeelsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50324 loopt dat via UNHCR om ervoor te zorgen dat de documentatie op orde isvan degenen die moeten terugkeren van Syrië naar Irak, maar we dragenook via trainingen bij aan de kwaliteit van de berechting daar om ervoor tezorgen dat de rechtsgang in Irak zo goed mogelijk plaatsvindt, ook al zijnde normen in Irak natuurlijk anders dan in Nederland; dat weet de heerVan Dijk ook.Onze bijdrage met betrekking tot de militaire inzet, het militaire spoor, isbeperkt. Wij leveren één stafofficier aan de staf van OHR, de missieOperation Inherent Resolve. Die heeft daarmee ook wel invloed en eengoede informatiepositie, maar beperkt, want het gaat om één persoon.Het is uiteraard zo – dat sluit hierop aan – dat instabiliteit in Syrië ook kanleiden tot instabiliteit in Irak. Toen het Syrische regime van Assad viel, zagje dat ook Irak meteen meer militairen aan de grens zette om ervoor tezorgen dat dat niet oversloeg op Irak. Dat laat in algemene zin zien dat hetvan belang is dat wij als internationale gemeenschap betrokken blijven inIrak; dat zeg ik ook in antwoord op de vraag van de heer Ellian. DeNAVO-missie NMI gaat door. Nederland blijft daarbij ook betrokken. Wijleveren allerlei adviseurs om de veiligheidsinstellingen in Irak te helpenondersteunen. Onze bijdrage is in die zin wat minder, omdat de Fransennu een groot deel van onze taken hebben overgenomen. De NAVO-missieen de bijdrage die we daaraan hebben geleverd, wordt door anderelanden overgenomen. Cas Schreurs heeft dat ook eerder deze weekverteld. Maar we blijven wel met adviseurs bijdragen aan de capaciteits-opbouw van Iraakse instellingen.De voorzitter:De heer Olger van Dijk met zijn laatste interruptie.De heer Olger van Dijk (NSC):Goed om dit te horen. Dank. Ik ben ook blij met de opmerking van deMinister dat we daar blijvend betrokken zullen zijn. We moeten onsnamelijk geen illusies maken: ook volgend jaar is het niet stabiel in Irak ofin de regio. Voor zover ik weet, is voorzien dat onze bijdrage eindigt inseptember «26, dus binnen een jaar vanaf nu. Mag ik de Minister dan ookzo begrijpen dat we wel nadrukkelijk bekijken of we daar, met een beperktaantal mensen, langer betrokken zullen blijven?Minister Brekelmans:Ja, dus we moeten die twee missies uit elkaar halen. Over de missie OIRis überhaupt de discussie hoe die verdergaat. Daarvoor geldt dat onzebetrokkenheid daarbij nu beperkt is, maar dat een deel van die capaci-teiten ook richting Erbil gaat. Daarover is ook allerlei discussie tussen Iraken de Amerikanen, want die OIR wordt geleid door de Amerikanen. Deverkiezingen in Irak spelen ook nogal een rol in hoe die missie wordtgepercipieerd en hoe het publieke debat daarover gaat in Irak. Maar vande NMI, de NAVO-missie, is wel de verwachting dat die langere tijddoorgaat. Wij hebben daar nog geen definitief besluit over genomen,maar wij kijken daar welwillend naar, omdat we al jarenlang metadviseurs een bijdrage leveren. Het gaat daar erg om capaciteitsopbouwen dan is het ook nuttig dat mensen en onze betrokkenheid daar kwestiesvan de langere termijn zijn. Het is namelijk ook een kwestie van de langeadem om daar het Irakese Ministerie van Defensie, maar ook andereveiligheidsinstellingen, naar een hoger niveau te brengen en ook watmeer te laten aansluiten op de NAVO-standaarden, zodat Irak ookstructureel een partner van de NAVO kan zijn.Voorzitter. Dan kom ik bij het punt over Libanon. Als het gaat om UNIFIL,moet er natuurlijk goed worden gekeken naar hoe we ervoor zorgen dater, als die missie zou stoppen, toch een bijdrage wordt geleverd aan destabiliteit in het zuiden van Libanon. Die is namelijk, zacht uitgedrukt,geen vanzelfsprekendheid. Dat zou betekenen dat de Lebanese ArmedTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50325 Forces, dus de Libanese krijgsmacht, moet worden versterkt, zodat diedaar die rol kan spelen om daar te zorgen voor stabiliteit. Daar zal dus ookzeker volgend jaar, in 2026, de nodige discussie over zijn, denk ik. MaarNederland en andere internationale partners moeten dus ook bekijken hoewe die Libanese strijdkrachten kunnen helpen om ervoor te zorgen dat zijde taak die nodig is kunnen vervullen, en dat Hezbollah niet weer sterkerwordt en weer een grotere dreiging vormt voor Israël en iedereen daar inde regio.Dan waren er, net als vorig jaar, vragen over de genderadviseur. Laat ikdaar het volgende over zeggen. De vorige keer heb ik dat ook gezegd. Alshet gaat om de informatiepositie van UNIFIL, wil je natuurlijk dat die zoveel mogelijk informatie van de bevolking krijgt. Hoe zorg je daarvoor?Ook in Zuid-Libanon is de helft van de bevolking vrouw. Om ervoor tezorgen dat de interactie tussen UNIFIL en het vrouwelijke deel van debevolking in Zuid-Libanon goed verloopt, helpt het dan dus heel erg alseen genderadviseur – misschien staat die term de heer Pool niet aan – datwerk verricht. Het inbrengen van die relevante perspectieven daarover iswel degelijk van grote toegevoegde waarde. Anders zou UNIFIL natuurlijkook niet zo’n positie creëren en aan Nederland vragen om daar diebijdrage aan te leveren.De manier waarop Nederland dat traditioneel doet, dus hoe wij interac-teren met het vrouwelijke deel van de bevolking, is beter en effectieverdan in een heleboel andere landen. Wij kunnen laten zien op welke manierwij dat doen, welke trainingen we daarbij hebben en welke aanpak wedaarin hebben. Daar leren andere landen die actief zijn binnen UNIFIL ookweer van. Als we bijdragen aan de positie van vrouwen in, in dit geval, deLibanese samenleving, en als we bijdragen aan een goed verloop van deinteractie tussen UNIFIL en vrouwen daar omdat dat onze eigen informa-tiepositie verbetert en dat ervoor kan zorgen dat andere landen ook lerenvan de Nederlandse aanpak, dan lijkt mij dat dus alleen maar heel ergpositief. Ik hoor de PVV overigens ook heel vaak zeggen grote kritiek tehebben op de islam en specifiek op de rol van vrouwen daarbinnen. Danzetten wij iemand neer die daar in die context specifiek een positievebijdrage aan levert en dan komt de grootste kritiek van de PVV over datwij nou die functie invullen. Ik kan dat niet rijmen met elkaar.De voorzitter:Meneer Pool voor uw laatste interruptie.De heer Pool (PVV):Dank aan de Minister voor het antwoord. De kritiek die we hebben, isnatuurlijk dat UNIFIL met die missie daar eigenlijk compleet gefaald heeft.Anders was het optreden van het Israëlische leger daar ook niet nodiggeweest. Want wat was nou het geval? Terwijl een genderadviseur vanons bezig was met het tellen van het aantal vrouwen dat ze tegenkwam oppatrouille – dat zijn gewoon de werkzaamheden; dat kun je teruglezen opdefensie.nl – zeiden ze helemaal niks over de terreurtunnels die gewoonnaast de compounds van UNIFIL te vinden waren. De crux is dus dat je demeest gevaarlijke terroristen en hun werk gewoon compleet negeert,maar dat je je dan wel bezighoudt met dit soort sociaalpedagogischemissies. Dat valt volgens ons niet met elkaar te rijmen. Ik vraag aan deMinister of hij die kritiek dan wel snapt.Minister Brekelmans:Het staat mij niet aan dat de heer Pool een karikatuur maakt van dewerkzaamheden van deze specifieke persoon. We hadden het er net alover. We hebben sowieso een krijgsmacht van 76.000 mensen. Met demissies die wij doen, gaat het om honderden mensen en als je ze door detijd bij elkaar optelt, om duizenden mensen. Ik vind sowieso iets van dewerkzaamheden van één persoon op deze manier belachelijk maken. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50326 heb haar gesproken in een tijd dat er sprake was van grote raketaanvallenover en weer tussen Hezbollah en Israël. Over de situatie waar zij op datmoment in zat, zou ik zeggen: ga er maar aan staan. Zij heeft mij toen ookverteld over het werk dat zij daar doet. Ik probeerde dat net te beschrijvenaan de heer Pool. Dat afdoen als «vrouwen tellen», doet daar gewoongeen recht aan. Ik vind dat niet getuigen van respect voor het werk dat zijuitvoert. Dat is één.Twee. Natuurlijk kunnen wij een gesprek over de effectiviteit van UNIFILhebben. Ik zeg niet dat de inzet en de effectiviteit van UNIFIL optimaal zijngeweest. Ik vind het dus een hele grote vraag hoe we ervoor zorgen datHezbollah niet weer in staat is om zich te versterken en daar inZuid-Libanon weer de dienst uit te maken. Je wilt dat volgens mij doen opeen manier waarop Libanon en de Libanese strijdkrachten zelf in staat zijnom de rol van Hezbollah te beperken, indien nodig met internationaleondersteuning. Dat is een hele belangrijke vraag, want volgens mij willenwe met elkaar ook niet dat er eens in de zoveel jaar een militair treffentussen Israël en Hezbollah nodig is om Hezbollah onder de duim tehouden. Dus dat vind ik een hele relevante vraag. Daar kunnen we het dekomende tijd ook met elkaar over hebben. Maar laten we niet deindividuele werkzaamheden in moeilijke omstandigheden van welkemilitair dan ook zo belachelijk maken.De voorzitter:Een persoonlijk feit van de heer Pool.De heer Pool (PVV):Ja, voorzitter, dat moet helaas. Ik maak namelijk helemaal niemandbelachelijk. Het laatste wat ik zou doen, is een karikatuur maken van eenvan onze eigen militairen. Dus dat de Minister mij dat aanwrijft, is gewoonecht heel erg laag. Wat ik heb gezegd, is dat deze militair op missie alstaak heeft – dat staat gewoon op defensie.nl en de Commandant derStrijdkrachten kan dat gewoon beamen – dat ze op patrouille het aantalvrouwen dat ze tegenkomt, telt. Dat is gewoon iets wat ze doet. Dat isgewoon feitelijk waar. Dat kun je teruglezen. Als ik dat dan inbreng in eendebat, moet je niet aankomen met dat ik dat verzin of er een karikatuurvan maak. Ik vind het qua missie niet zo nuttig, vooral omdat Hezbollah ...De voorzitter:Meneer Pool ...De heer Pool (PVV):Nee, het is een persoonlijk feit.De voorzitter:Maar u gaat wel heel ver.De heer Pool (PVV):Maar u snapt mijn punt, toch? Wat de Minister hier doet, is gewoonabsurd.De voorzitter:U spreekt ook de Minister aan met «de Minister» en niet met «jij».De heer Pool (PVV):Precies, precies.De voorzitter:Probeer alstublieft tot een afronding te komen.De heer Pool (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50327 Dus dit is mijn persoonlijk feit. Ik maak van niemand een karikatuur. Ikbenoem de werkzaamheden. Ik heb kritiek op de inhoudelijke missie. Datis iets anders dan iemand belachelijk maken.Minister Brekelmans:Ik vind het heel mooi dat de heer Pool dat herstelt. O, ik zie hem gebaren.Oké, dan: dat hij het beeld nuanceert. Het kwam op mij in ieder geval zoover, omdat hij zei: een beetje vrouwen gaan lopen tellen buiten. Zo zei hijhet letterlijk. Ik vond dat dat met een denigrerende ondertoon was. Nou,daar heb ik wat van gezegd, dus ik ben blij dat de heer Pool dat nuanceerten zegt: dat heb ik niet willen doen. Dat is mooi. Ik betwist niet dat datwerkzaamheden zijn die ooit een keer zijn gedaan. Wat deze persoon doet,is namelijk het volgende. Als je contact wilt met de vrouwelijke bevolkingin Zuid-Libanon, zijn er natuurlijk vragen. Waar kun je met vrouwen incontact treden, waar komen ze buitenshuis, waar komen ze wel en niet, enwat zijn dan logische plekken om dat te doen? Dus het zou goed kunnendat dit misschien een onderdeel van de werkzaamheden is geweest. Maarom dat dan, zoals net werd gedaan, af te doen met «het enige wat zij doet,is een beetje buiten vrouwen tellen», stuit mij tegen de borst. Maar ik benblij dat de heer Pool het nuanceert en zegt dat het zo niet bedoeld was.Dan is dat dus wat mij betreft opgehelderd.Dan ga ik door, voorzitter. Ik ga naar een ander serieus punt: Hawija. Wijhebben daar natuurlijk een heel uitgebreid debat over gehad. Er lopennog verschillende onderzoeken. Wanneer die zijn afgerond, zal daar ookweer een uitgebreid debat op volgen. Laat ik het debat over individuelecompensatie, tenzij mevrouw Dobbe dat heel graag wil, niet opnieuwvoeren, want daar hebben we uitgebreid over van gedachten gewisseld. Ikheb uitgebreid aangegeven waarom ik dat niet verstandig vind enwaarom het praktisch ook onmogelijk is om dat uit te voeren. Op ditmoment zijn we bezig, ook in overleg met de lokale bevolking, via deburgemeester bijvoorbeeld, om te kijken hoe we de projecten die wewillen doen om de gemeenschap daar te ondersteunen, het beste kunnenvormgeven. Vorige week is, bij een bezoek aan Hawija, hierovergesproken door de Nederlandse vertegenwoordiger daar. Er is gesprokenmet de burgemeester, die een groep bijeen heeft gebracht om hier met delokale bevolking over te spreken. Er is ook contact met andere Iraakseautoriteiten hierover en er is contact met zowel lokale als internationalengo’s. We zijn aan het bekijken hoe we dat op de beste manier kunnendoen.Ik zeg er meteen bij dat het niet makkelijk is en ik zeg er ook meteen bij dathet niet iedereen tevreden zal stellen. Op eerdere projecten is natuurlijkveel kritiek geweest. De ene wil het een, de ander wil het ander. Het is dusniet zo dat er een soort consensus is onder de lokale bevolking over hoedat er precies uit komt te zien, maar we proberen dat echt op een zo goedmogelijke manier te doen. We willen namelijk allemaal, volgens mij,projecten doen die én van toegevoegde waarde zijn én waarvan de lokalebevolking zegt: daar hebben we iets aan. Maar ik zal nooit de illusiewekken dat we iedereen daarmee tevreden kunnen stellen. Op hetmoment dat we meer duidelijkheid hebben over hoe we dat gaanaanpakken, dan zal ik dat uiteraard aan de Kamer communiceren.Als de situatie veilig genoeg is, dan ga ik daarnaartoe. Ik wil ook dat ermeer duidelijkheid is over die projecten, want aan mij zal daar natuurlijkde vraag worden gesteld: wat gaat u dan doen? Dan wil ik daar ook welantwoorden kunnen geven. We zijn dus aan het bekijken wat de juistetiming daarvoor is. Mevrouw Dobbe vroeg: is het nu veilig genoeg? Deveiligheidssituatie verandert doorlopend. Als we denken dat het een goedmoment is om te gaan, omdat er voldoende duidelijkheid is over deprojecten en ik het gesprek daarover kan aangaan met de bevolking, danzullen we op dat moment beoordelen of het veilig genoeg voor mij is omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50328 daarheen te gaan. Als dat zo is, dan ga ik daar natuurlijk heen, zoals ik hebtoegezegd aan de Kamer.De voorzitter:Ik zie dat er nog een interruptie is van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik begrijp nu dat de Minister het één afhankelijk maakt van het ander, dusdat de Minister zodra de projecten bekend zijn – daar lopen nu noggesprekken over – gaat kijken of het veilig genoeg is om daarnaartoe tegaan en om de excuses te maken die zijn toegezegd. Dan is mijn vraag:begrijp ik dat goed? Wanneer kunnen we dan wat verwachten? U begrijptook dat we op een gegeven moment een beetje ongeduldig worden. Hetis inmiddels ruim tien jaar geleden. Het debat over de commissie-Sorgdrager was in mei. We vragen ons dus af of het genoeg op de radarvan deze Minister staat, met alle taken die hij heeft. Is hij wel echt aan hetkijken wanneer hierin stappen gezet kunnen worden? Wanneer kunnen wijdan wat verwachten?Minister Brekelmans:De reden waarom ik het op die manier zei ... Het zou kunnen dat deanalyse, als we «m nu zouden maken, is: het is veilig genoeg om te gaan.Dat weet ik niet. Maar het kan ook zomaar zijn dat dat dan over een weekweer anders is. Daarom doe ik daar nu geen harde uitspreken over. Mijnintentie om aan het einde van dit jaar te gaan; dat heb ik eerder ookgezegd. Het zou kunnen dat het in de praktijk begin volgend jaar wordt,om die ingewikkeldheden rondom de projecten uit te werken. Kijk, hethoofddoel om daarnaartoe te gaan, is om excuses aan te bieden. Dat hebik hier in de Kamer gedaan, op verschillende manieren, en dat wil ik ookdaar met de lokale gemeenschap doen. Ik heb het digitaal tegen deburgemeester gezegd, maar ik wil het natuurlijk ook daar fysiek doen.Alleen, ik weet ook dat als ik daar het gesprek aanga, er natuurlijk vragenkomen als: oké, u heeft projecten toegezegd, maar wat gaat u dan preciesdoen? Ik wil dan niet op dat moment moeten zeggen: helaas kan ik er nietzo veel over zeggen. Dan wil ik daar in ieder geval meer duidelijkheid overkunnen geven. Maar er zit zeker urgentie achter. Het liefst zou ik nog ditjaar gaan. Het zou kunnen dat het begin volgend jaar wordt, als we dandie duidelijkheid hebben en het veiligheidstechnisch kan. Dus het wordtofwel eind dit jaar ofwel zo vroeg mogelijk begin volgend jaar.De voorzitter:Uw vierde en laatste interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Heel fijn. Krijgen wij dan in ieder geval begin volgend jaar, als u dan nogniet bent geweest – als de Minister wel is geweest, dan krijgen we daarongetwijfeld bericht over, hoop ik – een stand-van-zakenbrief of zoiets,zodat we weten dat het loopt, hoever we zijn en wat we kunnenverwachten? Dit moet wel gewoon hoog op ons prioriteitenlijstje blijvenstaan. Ik zou dat bij iedereen graag heel hoog op het lijstje willen houden.Minister Brekelmans:Laat ik toezeggen dat ik in ieder geval in het eerste kwartaal een stand-van-zakenbrief stuur. We moeten dan even kijken hoe dat samenhangtmet de onderzoeken, want er worden ook nog onderzoeken afgerond.Maar laat ik in ieder geval in het eerste kwartaal een stand van zakengeven. Hopelijk kan ik dan rapporteren over het bezoek dat ik hebgebracht. Mocht dat vanwege wat voor reden dan ook niet zo zijn, of datnou is vanwege de veiligheid of vanwege het feit dat de projecten langerduren, dan zijn mevrouw Dobbe en de rest van de Kamer in ieder geval opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50329 de hoogte van de stand van zaken en dan weten ze wat de overwegingendaarbij zijn.De heer Ellian (VVD):We moeten niet het Hawijadebat overdoen. Daar is dit niet de plek voor.Maar ik wil toch wel even iets scherp hebben vanuit mijn fractie. Hetkabinet heeft excuses aangeboden, maar even met precisie: het heeftexcuses aangeboden voor de gevolgen van het bombardement, dieverschrikkelijk waren. Ik vind het wel belangrijk om dat hier even temarkeren. We gaan toch niet excuses aanbieden voor de handelwijze vande militairen in kwestie? Dan hebben we namelijk opnieuw een debat tevoeren.Minister Brekelmans:Nee, het zijn de excuses met de exacte formulering die ik hier in de Kamerheb gebruikt. Die exacte formulering zal ik daar ook bij de lokale gemeen-schap gebruiken. Ik heb het ook letterlijk digitaal al gedaan richting deburgemeester, maar er is een hele duidelijke wens vanuit de lokalebevolking dat ik of de Minister van Defensie vanuit Nederland dat daarook ter plekke zou komen doen. Dat heb ik toegezegd, maar de inhouddaarvan zal hetzelfde zijn als in het debat.De voorzitter:Dank. Dan zijn we toegekomen aan de tweede termijn van... O excuses, deheer Nordkamp.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik had niet zo snel door dat de Minister klaar was. Ik heb nog een aantalvragen naar aanleiding van zijn beantwoording. In de eerste termijn werdopgeworpen: we moeten op termijn scherpere keuzes gaan makenvanwege onze beperkte capaciteit. Voorziet de Minister dat we op termijnook daadwerkelijk scherpere keuzes moeten maken wanneer het gaat omprioritering vanwege schaarse capaciteit?Minister Brekelmans:Die scherpe keuzes hebben we al gemaakt. We zouden in potentie nogveel meer kunnen bijdragen aan bijvoorbeeld Irak. We zouden nog veelmeer kunnen bijdragen aan EUFOR en KFOR. We zouden meer kunnenbijdragen aan de verschillende EU-missies. We zouden aan VN-missies ...Ik krijg nu ik dit zeg geen aandacht van mevrouw Dobbe; dat had ik welverwacht. We zouden ook aan VN-missies nog meer kunnen bijdragen. Alsje kijkt naar de aantallen en de verhouding tussen wat we doen inNAVO-verband versus in de rest van de wereld, dan hebben we die keuzeal heel erg sterk gemaakt. Dat zei ik net ook tegen de heer Ellian. Ik sluitniet uit dat dat in de toekomst nog wat meer nodig is, maar we doen dusrelatief al heel veel in NAVO-verband en relatief weinig daarbuiten.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Dat zie ik dan toch maar even als een bevestiging van dat in hoofdzaak degrootste keuzes op dat vlak recent zijn gemaakt. Tot slot nog het volgende.We hebben het nu toch over de voortgang van evaluaties van missies.Waarin zien we nou de hand van de Minister in de keuze voor het typemissie en het type inzet? Waar zien we de eigen visie en de eigenopvattingen van de Minister in terug? Daar ben ik benieuwd naar.Minister Brekelmans:Ik kan mezelf een hele grote broek aanmeten, maar het is natuurlijk eenlijn die ook al door het vorige kabinet en de kabinetten daarvoor isingezet. We zagen de afgelopen jaren al een toegenomen focus op onzecollectieve verdediging omdat de Russische dreiging toenam, maar sindsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50330 de grootschalige invasie in Oekraïne is dat heel erg versneld. Wat doet ditkabinet? Het feit dat wij nu die missies met F-35’s hebben, luchtverde-diging aan de oostflank neerzetten en heel actief zijn met maritiememissies in NAVO-verband, laten een hele duidelijke keuze van dit kabinetzien, denk ik, in combinatie met het voortzetten van de onverminderdesteun aan Oekraïne; daar ben ik zelf natuurlijk ook een heel grootvoorstander van. Daarnaast kiezen we voor de Westelijke Balkan, omdatwe direct zien dat er een hele duidelijke link is met de veiligheid daar ende veiligheid in Europa. Ik noem de consequenties met betrekking totmigratie. Dat zijn duidelijke prioriteiten die wij hebben gesteld, maar dieook al deels door een vorig kabinet waren ingezet. Ik denk dat deprioriteiten die we stellen helder zijn. Daar sta ik persoonlijk ook heel ergachter. Maar laat ik niet een al te grote broek aantrekken. Het is ook eenvoortzetting van de lijn die het vorige kabinet heeft ingezet.De voorzitter:Dan ga ik nu wel de tweede termijn van de commissie starten. U heeftanderhalve minuut spreektijd. Ik begin met de heer Pool.De heer Pool (PVV):Hartelijk dank, voorzitter. Laat ik beginnen met de opmerking dat we hetabsurd vinden dat een Nederlandse Minister van Defensie straks afreistnaar Hawija, miljoenen euro’s Nederlands belastinggeld daar over de balkgaat smijten en dan ook nog eens door het stof moet gaan kruipen om zijnexcuses aan te gaan bieden, terwijl wij daar die mensen geholpen hebbenmet de bevrijding van IS. Laat ik dat hier vooral ook gemarkeerd hebben.Dan grensbewaking. De Minister van Defensie zegt: ik geloof er niet in;ons Nederlandse leger kan dat allemaal niet aan en gaat dat nooit goedkunnen bewaken. Ik vind het jammer dat de Minister van Defensie zoweinig vertrouwen in zijn eigen personeel heeft en in het kunnen van onzemannen en vrouwen bij Defensie. De PVV gelooft er wel in. Ja, datbetekent dat we zullen moeten snijden in het aantal internationalemissies. Bosnië is daar een voorbeeld van. Daar zijn we dus ook grootvoorstander van. Die grens moet dicht. De Minister van Defensie zegt: alswe weggaan uit Bosnië komen er misschien tienduizenden vluchtelingendeze kant op. Feit is dat er al duizenden asielzoekers hier per maand degrens overgaan. Onze militairen gaan helpen met de grens op slot gooien.Dank u wel.De voorzitter:Ik heb het nog niet aangegeven, maar ik sta in deze ronde twee korteinterrupties toe.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik heb een korte vraag. Het interesseert de PVV dus niet welke inzet deMinister pleegt om vluchtelingen te voorkomen? U heeft het liefst dat zehier komen. Dan kunt u weer uw spelletje spelen. Dan kunt u weer uwheisa maken. De inzet van het Nederlandse kabinet om vluchtelingen tevoorkomen, interesseert u niks? Dan hebben we dat nu ook evenvastgesteld.De voorzitter:Probeert u wel via de voorzitter te spreken, alstublieft.De heer Pool (PVV):De Minister zegt: als we weggaan uit Bosnië komen er misschienvluchtelingen deze kant op. Dat is speculatie van deze Minister vanDefensie. Feit is dat er nu al duizenden asielzoekers per maand de grensover komen. Het gebeurt nu al. Deze Minister zegt dat hij de capaciteit nietheeft om dat allemaal op te lossen. Dan moeten we die capaciteit gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50331 maken. Het probleem is er namelijk al. We lopen al over. Onze militairenmoeten nú naar de grens.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vroeg mij af of de heer Pool het rapport van de commissie-Sorgdragerheeft gelezen. Vindt hij na het lezen nog steeds dat er vooral dankbaarheidzou moeten zijn? Ik vraag me dan namelijk toch heel erg af hoe de heerPool rapporten van commissies leest.De heer Pool (PVV):Het antwoord is: ja en ja.De voorzitter:Duidelijk en kort. Dan ga ik naar de heer Ellian voor zijn inbreng in detweede termijn.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter. Ik dank de Minister voor de heldere beantwoording. Hetwas voor mij de eerste keer, maar het is prettig dat we op deze manier devoortgang en evaluaties van missies met elkaar kunnen bespreken. Hetgaat wel ergens over. Het gaat over onze mannen en vrouwen die binnenen buiten NAVO-grondgebied in ons aller belang bereid zijn gevaar tetrotseren. Nogmaals dank aan hen. Prettig om te horen dat het kabinetscherp heeft dat er misschien nog wel scherpere keuzes gemaakt moetenworden. Dat is nooit leuk, maar dat is wel ons gezamenlijke werk. Ik zit nuzeven maanden op het Defensiedossier. Ik vind het ontzettend knap dat demariniers as we speak een nieuw inzetconcept implementeren. DeLuchtmobiele Brigade denkt na over de vraag hoe ze slim dingen kunnendoen. Ik vind het ontzettend knap dat de krijgsmacht bezig is met de vraaghoe ze nog beter kunnen worden in wat ze doen, ondanks alles wat wevragen. Ik vind dat buitengewoon knap. Daar heb ik veel waardering voor.Uiteraard sluit ik af met het Iraanse regime. Fijn dat de Minister zoduidelijk is, want het is mij natuurlijk een doorn in het oog dat er somstoch wisselend wordt gedacht over de grootte van het probleem voor hetNederlandse belang. Dat is heel groot. Want ze doen precies dit: ze latende Houthi’s aanvallen of een crimineel in Berlijn of iets dergelijks. HetIraanse regime heeft het niet vreedzaam voor met ons.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Ik zie dat u een interruptie heeft van de heer Pool.De heer Pool (PVV):Ik ben heel erg benieuwd wat de heer Ellian ervan vindt dat zijn Ministervan Defensie straks afreist naar Hawija om daar door het stof te kruipenen zijn excuses aan te bieden.De heer Ellian (VVD):Nou, deze Minister gaat niet door het stof kruipen. Zo ken ik hem niet enzo heb ik hem ook niet beluisterd. Collega Pool en ik hebben samennatuurlijk het Hawijadebat gevoerd. Volgens mij waren wij daar de enigendie ook echt de context hebben geschetst van de missie, van wat we daaraan het doen waren. Overigens was het een echt gevaarlijke missie. Ik hebzelf – dat herinner ik me ook nog heel duidelijk – het hele targetingproces,de rol van red card holder en alles wat er gedaan is, geschetst, zoals dat erook andere bommen, volgens mij Small Diameter Bombs, zijn gebruikt.Dus volgens mij hebben wij beiden heel erg benadrukt dat volgens onshet proces zorgvuldig is gegaan. Alleen, de gevolgen kun je nietwegnemen; die zijn verschrikkelijk voor de mensen daar. Aan de ene kantbeluister ik de Minister ook zo: hij staat voor de krijgsmacht, ook voor dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50332 betreffende piloten, die ik niet benijd, met alles wat er nu ook publiekelijkover hen gezegd wordt. Dat wilde ik ook maar benadrukken. Maar ikbegrijp aan de andere kant ook dat de Minister zegt: ik ga daarnaartoe omme te verontschuldigen voor de gevolgen. Er wordt gekeken naarprojecten om daar de bevolking te helpen. Volgens mij is dat een goedebalans. Volgens mij zijn de heer Pool en ik het eens: er hoeft niemanddoor het stof voor een fout van een militair of iets dergelijks.De heer Pool (PVV):Maar vindt de heer Ellian het dan niet absurd dat deze Minister vanDefensie, terwijl we al miljoenen euro’s compensatie hebben gegeven aandie gemeenschap, ook nog eens een hele grote zak met geld meeneemt –10 miljoen euro was het volgens mij – om daar te gaan lopen uitdelen?Vindt hij niet ook dat dat gewoon compleet niet in verhouding staat tot hetgebeurde als onze militairen wat dat betreft gewoon niks te verwijten valt?De heer Ellian (VVD):Weet u? Er is bijna over deze vraag op zichzelf... Ik ben geen militairdeskundige of heb geen... Je zou hier op zichzelf al met elkaar een debatover kunnen voeren. Als er ergens oorlog is... Dat was hier het geval. Hetwas ook een hele intense en heftige, waarbij heel veel burgers moedwilligdoor IS vermoord werden. Dat komt bijna op een principiële vraag neer,en die vraag is heel actueel nu, met wat er gebeurt in een ander, nietnader te noemen, gebied in de wereld, namelijk Israël en Gaza, maar daarmoeten we het nu niet over hebben. Het is een hele principiële vraag.Volgens mij speelt ook – dat heb ik afgelopen week geleerd, want ik heb erveel op gestudeerd – de commander’s intent een rol: welke afwegingenheb je gemaakt?Het is een lang antwoord, maar lang verhaal kort: ik begrijp best dat dezeMinister, gelet op onze rol in de internationale verhoudingen, staat voorde beslissingen die die piloten hebben genomen, voor het targeting-proces, en zegt dat dat volgens de regelen der kunst is gegaan. Sterkernog, we hebben geprobeerd de schade maximaal te beperken. Ik denk datiedereen het buitengewoon betreurt dat dat dan niet is gelukt. Dat gaat deMinister daar overbrengen. Heel eerlijk: ik begrijp best dat het kabinet 10miljoen voor een verwoest gebied uittrekt als dit daarmee ook vervolgenstot een afronding kan komen, zodat we verder kunnen. Dat willen wijnamelijk allebei, denk ik, zeg ik tegen de heer Pool. Het moet ook een keerklaar zijn met de discussie hierover. Die doet niemand goed, ook dekrijgsmacht en de piloten in kwestie niet. Ik denk dus dat we niet zo heelver uit elkaar liggen.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Ik geef het woord aan de heer Nordkamp.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. We hebben het vaak gehad over de veranderendegeopolitieke omstandigheden, de beperkte capaciteit van Defensie, waarhet gelukkig steeds beter mee gaat, en dat daarin keuzes moeten wordengemaakt. Die keuzes zijn de afgelopen jaren ook gemaakt, met de focus ophoofdtaak 1. Dat was destijds een zorg bij mij en bij mijn fractie: watbetekent dat nou voor onze inspanningen elders, vooral op het gebied vanconflictpreventie? Maar ook gezien de evaluaties van deze missies zijn wijdaar best tevreden over. Het blijft namelijk van belang om ook teinvesteren in het voorkomen van conflicten in plaats van in militariseringvoor het moment dat het zover is. Daar zijn we dus tevreden over.Daarbij lost het ook problemen op, bijvoorbeeld op het gebied van asiel. Ikben ook blij om te vernemen dat de Minister kiest voor echte oplossingen,ervoor kiest om migratie te voorkomen, in plaats van de schijnoplos-singen van de PVV, die migranten het liefst hier aan de grens opwacht enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50333 daar weer theater over maakt. Ik vroeg de Minister ook naar zijnafwegingen, omdat ik niet per se geloof in het achteraf meetbaar makenvan resultaten van missies, vanwege de complexiteit daarvan. Ik geloofzelf meer in kijken wat nou de dilemma’s zijn die ten grondslag liggen aande keuzes die uiteindelijk gemaakt worden. Daarom stelde ik daarovervragen aan het einde van zijn eerste termijn.Mochten we op termijn toch nog weer wat stevigere keuzes moetenmaken op het gebied van die prioritering, dan had ik graag dat er ook watdilemma’s richting de Kamer gestuurd worden, zodat we daar tot op eenbepaalde hoogte wellicht ook bij betrokken zijn of daarover kunnenmeedenken.Tot zover.De voorzitter:Perfect. Dank. Dan ga ik naar mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Waar burgerslachtoffers vallen, moet verantwoordelijkheidworden genomen. Het is dus goed om te horen dat deze Minister dat ookgaat doen, conform alles wat we in het vorige debat hebben besproken. Ikkijk erg uit naar de voortgangsbrief daarover. Misschien, hopelijk, lukt hetde Minister eerder om dat te doen. Mocht nou in de gesprekken die deMinister voert, blijken dat het toch mogelijk is om over te gaan totindividuele compensatie, dan wil ik hem ook echt vragen om daarop doorte vragen en daarover door te praten. Want als het mogelijk is, laten wehet dan niet uitsluiten. Werp het dus vooral op, zou ik zeggen tegen dezeMinister, want misschien is het wél mogelijk. Wij denken namelijk dat hetwél mogelijk is en zullen daar ook naar blijven vragen.Ik ben blij dat vrouwen eindelijk scherfvesten hebben. Daar ben ik blij om.Het werd tijd. Als er nou nog andere uitrusting is voor vrouwen diegewoon niet past, omdat vrouwen er anders uitzien en een ander lichaamhebben dan mannen, of die op een andere manier goed is voor hungezondheid of veiligheid als die wél past, kijk daar dan alstublieft naar. Wijblijven daar ook naar vragen.Dan heb ik toch nog een slotvraag over UNIFIL. Ik ben zelf met decommissie voor Buitenlandse Zaken ook naar Libanon geweest. We zijnook bij UNIFIL langs geweest. Het is indrukwekkend hoe belangrijk diemissie daar is om te zorgen dat de situatie stabiel blijft. UNIFIL heeft ookecht wel een andere rol dan de Lebanese Armed Forces. Dus op hetmoment dat we de Lebanese Armed Forces versterken, heeft dat eenander effect dan een verlenging van bijvoorbeeld een missie als UNIFIL.Wil de Minister daar wat over zeggen? Zouden we er niet toch voormoeten pleiten die missie te verlengen of is dat al een gelopen race?De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Dan ga ik naar de heer Olger van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de zorgvuldige beantwoordingzojuist. Ik ben blij met de toezegging om voor de begroting van Defensievoor 2026 nog eens goed te kijken naar de lessen die geleerd zijn, en daarschriftelijk op terug te komen.Twee punten nog: Irak en de oostflank. Volgens mij heb ik de Ministergoed begrepen. Bij Irak bestaat het natuurlijk uit twee onderdelen, NMI enOperation Inherent Resolve. De inzet is in ieder geval om daar inderdaadlangduriger bij betrokken te zijn dan nu voorzien is, tot september 2026. Ikdenk ook dat dat heel verstandig is, vanwege de capaciteitsopbouw. Dat iseen kwestie van de lange adem.Op het punt van de oostflank heb ik van de Minister begrepen dat ervanwege de actuele dreiging concreet wordt overwogen om meer F-35’sTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50334 die kant uit te sturen. Wij hebben nu eenmaal die F-35’s, die we kunnenleveren. Misschien kan dat nog wat concreter. Ik denk dat het welbelangrijk is om scherp te krijgen of we daar binnenkort iets over kunnenverwachten. Die vraag stel ik dus nog wel aan de Minister.Tot slot de dronemuur. Ik heb de Minister goed begrepen. Ieder heeft zijneigen verantwoordelijkheid: de NAVO natuurlijk voor het initiatief, de EUwat betreft de capaciteitsopbouw. Wij hebben natuurlijk een leidende rolbij counterdrones. Maar vanuit die verantwoordelijkheid... Deze Ministerlevert natuurlijk een bijdrage in beide gremia. Zou hij in ieder geval in diegremia ervoor willen pleiten dat aan te jagen, om die ontwikkeling vormte geven? Wij denken namelijk dat dat wel nodig is.Tot zover, voorzitter. Dank.De voorzitter:Dank. Dan geef ik het woord aan de Minister.Minister Brekelmans:Dank, voorzitter. Ik zal de vragen gewoon even langslopen. De heer Poolvroeg naar de excuses voor Hawija. Daar hebben we een heel debat overgehad. Volgens mij heb ik daar ook heel genuanceerd in aangegeven watik daar wel en niet over zeg. Na alles wat er gebeurd is en met deonderzoeken die nog lopen, denk ik dat het inderdaad goed is om op dezemanier tot een afronding te komen voor iedereen, zoals de heer Ellian zei.Ik vind het heel goed dat we op die manier tot deze conclusie zijngekomen in een kabinet waar de PVV ook deel van uitmaakte, zodat ik ookmede namens de PVV die excuses heb kunnen aanbieden.Er was een vraag over de capaciteit voor grensbewaking. Ik heb nietgezegd dat wij het niet kunnen. Het gaat namelijk niet om de capaciteitvan de krijgsmacht en om de vraag of onze militairen er wel of niet toe instaat zouden zijn. Ik heb het gehad over het aantal grensovergangen – ikheb ze niet persoonlijk geteld – in Nederland. Wij hebben niet een soortvan natuurlijke grens, zoals sommige landen die wel hebben, langs eenrivier of door een berggebied of wat dan ook. Het gaat erom: het helegebied langs de grens van Nederland met Duitsland en België is dichtbe-volkt. Er zijn eindeloos veel weggetjes en paden; noem het allemaal maarop. We hadden een discussie over de meest effectieve manier om grip tekrijgen op migratie en om grote, irreguliere migratiestromen naarNederland te voorkomen. Ik ben ervan overtuigd dat het effectiever is omervoor te helpen zorgen dat er geen grote migratiestromen vanuit deWestelijke Balkan naar de rest van Europa en Nederland ontstaan dan teproberen om die mensen aan de grens tegen te houden, want dat ispraktisch gezien heel ingewikkeld.De voorzitter:Ik sta één interruptie op de Minister toe. De heer Pool heeft een vraag.De heer Pool (PVV):Dat is heel ingewikkeld volgens de Minister van Defensie, maar wehebben toch een NAVO-bondgenoot, namelijk Polen, die dat ook gewoondoet? We zijn met de commissie in Polen geweest en daar heeft eenvertegenwoordiger van het Poolse leger gewoon heel duidelijk uitgelegddat zij militairen aan de grens hebben en dat dat uitstekend werkt. Wat datbetreft komt daar geen asielzoeker meer naar binnen. Dat kan dusgewoon. Dat moet deze Minister toch ook zien?Minister Brekelmans:Als de PVV Belarus gaat vergelijken met België, dan hebben we eeningewikkeld gesprek met elkaar. Als de PVV een groot hek met prikkel-draad wil neerzetten tussen Nederland en België, zoals tussen Polen enBelarus, dan heeft de PVV echt een ander standpunt dan dit kabinet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50335 Dan gaan we naar Iran. De heer Ellian zei terecht dat we de dreiging vanIran niet moeten onderschatten. Ik wilde daar nog één ding aan toevoegenen dat is dat we de aanval op het schip door de Houthi’s ten sterksteveroordelen. Dat heb ik net niet gezegd, dus ik zeg het voor het geval hetnog niet duidelijk genoeg was. We pleiten ervoor om de Houthi’s op deEU-terreurlijst te zetten. Dat is een belangrijk deel van onze inzet tegen deHouthi’s. Dat wilde ik aanvullend zeggen.De heer Nordkamp zei: als er in de toekomst...De voorzitter:Voordat u verdergaat, heeft u een interruptie van de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Helemaal duidelijk. Dank voor deze verheldering van de Minister vanDefensie. Die waardeer ik. Dan ga ik nu natuurlijk zeggen: vergeetalsjeblieft niet om ervoor te pleiten om de Iraanse Revolutionaire Gardeook op die lijst te zetten, want die werkt samen met de Houthi’s. DeMinister weet heel goed hoe dit werkt.Minister Brekelmans:Gelukkig is het wat dat betreft niet exclusief, zo van: ofwel de Houthi’sofwel de Iraanse Revolutionaire Garde. Op de terreurlijst is er plaats vooriedereen, dus we pleiten ook voor het opnemen van de Iraanse Revolutio-naire Garde op die lijst.De heer Nordkamp vroeg om de Kamer goed mee te nemen als er nogmeer keuzes worden gemaakt. Uiteraard zullen we dat doen, want dit zijnbelangrijke keuzes. Ook een volgend kabinet zal die moeten maken. Als ditkabinet nog andere keuzes moet maken, dan zal het de Kamer daaruiteraard in meenemen.Mevrouw Dobbe had het over individuele compensatie. Ik blijf erbij dat ikde wens ken en heel goed begrijp, maar dat het gewoon praktischonuitvoerbaar is, omdat we niet kunnen vaststellen wie precies welkemate van schade had en dat soort zaken, tien jaar geleden. Nou gaan wehet hele debat opnieuw doen. We voeren gesprekken over de projectendie we doen en over hoe we die op een zo goed mogelijke manier kunnendoen. Wij zijn ook volop bezig met de mensen die daar nog wonen en hierschade van ondervonden hebben.Op dit moment is voorzien dat UNIFIL in 2026 zal aflopen, maar ik ben hetwel eens met mevrouw Dobbe dat je heel goed moet bekijken welke takenen activiteiten UNIFIL had. Als die deels breder zijn dan wat de LebaneseArmed Forces, de Libanese strijdkrachten, op zich kunnen nemen, wat isdan een alternatieve manier om daar invulling aan te geven? Ik zeg er ookbij dat de discussie hierover nog niet ten einde is. Hier wordt ook nog inde Veiligheidsraad over gesproken. Volgens mij willen we allemaalstabiliteit in het zuiden van Libanon. Ook willen we dat Libanon zelf instaat is om die stabiliteit zo veel mogelijk te waarborgen, zonder datHezbollah weer aan de macht komt. Stabiliteit in die regio is breder danwat de strijdkrachten alleen zouden doen. We moeten dus ook metinternationale organisaties bekijken hoe je dat vormgeeft. Komend jaarwordt het gesprek hierover belangrijk.Dan de scherfvesten en de uitrusting voor vrouwen, de spullen en dekleding. We hebben die scherfvesten nu, maar het is niet zo dat het hierbijblijft. Hier blijft continue aandacht voor, op allerlei mogelijke manieren.Het is ook mooi dat een van de voorvechters hiervan binnen onsministerie, Elanor Boekholt, weer is genomineerd voor een hele belang-rijke prijs, de Aletta Jacobsprijs. Daar zijn we allemaal zeer trots op. Wejuichen dat ook heel erg toe. De positie van vrouwen binnen de krijgs-macht, de juiste uitrusting voor vrouwen en het feit dat er rekening dientte worden gehouden met wat vrouwen specifiek nodig hebben, heeft onzeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50336 grote aandacht. Degenen die daar hun nek voor uitsteken, hijsen we ophet podium en ondersteunen wij van harte.De voorzitter:Er is een vraag van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dat laatste is natuurlijk goed om te horen. Ik heb nog een vraag overUNIFIL, want ik heb het gewoon zelf niet scherp. Is het nog mogelijk omdie missie te verlengen? Is dat nog een optie die op tafel ligt? Of kunnende heel expliciete taken van zo’n vredesmissie op een andere manierworden ingevuld? Want de beste manier is om zo’n vredesmissie gewoonblijvend te laten lopen via de VN, lijkt mij.Minister Brekelmans:Volgens mij moet over die missie nog definitief gesproken worden in deVeiligheidsraad. Nu begeef ik me een beetje op glad ijs. Zoals ik net zei,zal er gesproken worden over hoe de versterking van de Libanesestrijdkrachten eruitziet. Wat kun je daar in de loop van 2026 nog wel enniet in bereiken? Mevrouw Dobbe zei terecht: als UNIFIL nu ook bredereactiviteiten uitvoert, die niet door de Lebanese Armed Forces kunnenworden uitgevoerd, hoe geef je daar dan vorm aan? Doe je dat via andereVN-organisaties of ngo’s? Of gaat er toch nog een soort aangepaste vormvan een VN-missie door? Daarover vinden sowieso nog gesprekken overplaats. Het is op dit moment niet zo dat er al een compleet eindplaatje ligtover hoe de internationale betrokkenheid er moet uitzien. In de komendeanderhalf jaar wordt dat nog verder ingericht. Ook wordt daarover hetdebat gevoerd met de Minister van Buitenlandse Zaken. Als het ommilitaire diensten gaat, dan volgt er ook een debat met mijzelf.De voorzitter:Krijgt de Kamer nog te horen of de missie gecontinueerd wordt of niet?Minister Brekelmans:Ja, als er relevante ontwikkelingen zijn, dan zullen we de Kamer daaruiteraard van op de hoogte brengen.De voorzitter:U continueert.Minister Brekelmans:Tot slot ga ik naar de heer Van Dijk. Hij stelde een drietal vragen over deNMI. Gaat die nog langer door dan 2026? Dat ligt voor de hand, want wezijn er al langere tijd bij betrokken en we leveren daar goed werk. Wehebben nog niet het definitieve besluit genomen. Dat gaat altijd zo: eerstis er militair advies en vervolgens besluit het kabinet daarover. Laat ikzeggen dat het in de lijn der verwachting ligt dat we daar ook na 2026 meedoorgaan. Dat zal ook aan een nieuw kabinet zijn. Je weet nooit welkekeuzes een nieuw kabinet daarin maakt, maar ik zou het logisch vindendat we daar langer bij betrokken blijven.Dan kom ik op de vraag over de F-35’s. We hebben eerder in Estlandbijgedragen aan air policing. Dat doen we nu in Polen. We zien het, ookvanwege de capaciteit die wij hebben, echt als een belangrijke taak voorNederland om een bijdrage aan te leveren. De inzet nu in Polen doen wesamen met de Noren. Wij hebben het eerste deel gedaan. Straks zullen deNoren dat van ons overnemen, ook omdat wij de F-35’s weer voor anderetaken nodig hebben en voor trainingen die op andere plekken in de wereldplaatsvinden. Zo maken we steeds een planning over de inzet van decapaciteit. We zullen uiteraard een bijdrage blijven leveren op verschil-lende plekken aan de oostflank. Als daar besluiten over zijn genomen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50337 we weten hoe dat past binnen Eastern Sentry dan zullen we de Kamerdaarover informeren. Ik weet dat er op 8 oktober verder wordt gesprokenover wat de geïntensiveerde inzet in Eastern Sentry vraagt, hoe dat pastbinnen de voornemens die verschillende landen al hadden en wat daarmeer voor nodig is. Maar goed, dit is een kerntaak. Nederland kijkt daaraltijd met een open vizier naar.De voorzitter:U heeft een vraag van de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Heel praktisch. Volgens mij hebben we nog een schriftelijk overlegjeergens in oktober. Krijgt de Kamer een update van wat er op 8 oktoberwordt besproken? Wat betekent de Eastern Sentry gezien vanuit delopende initiatieven? Want dit is natuurlijk een nieuw initiatief. Ik denk dathet goed is dat de Kamer daar wel over geïnformeerd wordt in oktober.Minister Brekelmans:Ik heb zelf op 15 oktober een Defence Ministers Meeting met de NAVO.Als daar op dat moment al meer over bekend zou zijn, kan ik daaruiteraard iets over zeggen. We hebben de geannoteerde agenda gestuurd.Daar is dus nog een schriftelijk overleg over. Misschien kunnen we daar inde beantwoording iets over zeggen. Als er daarna meer duidelijkheidkomt, hebben we natuurlijk het verslag van de DMM. Dan kan daarmisschien wat meer over gezegd worden. Maar ik weet gewoon nog niethoe snel dit gaat, want die discussie loopt. Er zijn in ieder geval verschil-lende momenten waarop daar richting de Kamer over gecommuniceerdkan worden.Tot slot vroeg de heer Van Dijk met betrekking tot drone- en counterdrone-capaciteit of wij als Nederland ook bereid zijn om die discussie aan tejagen. Ja. De premier is nu naar de informele Europese Raad. Ik zagzojuist via persberichten binnenkomen dat hij daar ook al het een enander over gezegd heeft, eigenlijk precies langs de lijn die ik zojuistaangaf: laten we ervoor zorgen dat we niet over elkaar heen duikelen metallerlei grote initiatieven en ideeën, maar laten we heel scherp krijgen watwe aan die oostflank militair nodig hebben en hoe we ervoor zorgen datwe die capaciteiten ook kunnen leveren. Daar kan de EU bij helpen. Wijnemen in dat specifieke project, in die priority area, als Nederland eenleidende rol. Maar ook op het punt van de ontwikkeling van dronecapaci-teiten zijn wij als Nederland echt een van de landen die veel kennis en ookcapaciteit hebben. Dus ja, wij zullen ook in die discussie een leidende rolblijven vervullen.De voorzitter:Dank. Dan zijn we aan het einde van de beraadslaging. We hebben eentweetal toezeggingen genoteerd. Die zal ik voorlezen om te kijken of deMinister zich daarin kan vinden.–De Minister zegt toe een schriftelijke terugkoppeling van de werkgroepLeer van conflicten voor de begrotingsbehandeling 2026 aan de Kamerte sturen. Dit is een toezegging aan de heer Olger van Dijk.Minister Brekelmans:Ja.De voorzitter:Dan de tweede toezegging.–De Minister zegt toe in het eerste kwartaal van 2026 een brief met destand van zaken omtrent Hawija aan de Kamer te sturen. Dit is eentoezegging aan mevrouw Dobbe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50338 Minister Brekelmans:Ja.De voorzitter:Dit is ook mijn laatste vergadering met de Minister en de ondersteunendestaf. Ik wil de Minister en zijn staf bedanken voor de prettige samen-werking met de commissie. Ik wil via de commandant al onze mannen envrouwen bij de krijgsmacht bedanken voor hun inzet. Ik ga geen afscheidnemen van de leden, want die zie ik morgen in de procedurevergadering.Dank. Ik sluit hierbij de vergadering.Sluiting 18.08 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 50339
Bron, video en gesprek →0debatten
1.543bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2025-11-03–2026-06-09) · GroenLinks-PvdA (2023-12-06–2025-11-02) · GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2023-12-05) · GL (2015-05-12–2023-10-26) · GL (2010-06-17–2015-05-11) ·