Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 826IndustriebeleidNr. 312 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 1 juli 2026 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 16 april 2026overleg gevoerd met de heer De Bat, Staatssecretaris van Klimaat enGroene Groei, en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister vanKlimaat en Groene Groei, over:–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.3 september 2025 inzake steun aan het bedrijf Avantium(Kamerstuk 29 826, nr. 263);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.31 oktober 2025 inzake duurzame chemie (Kamerstuk 32 813,nr. 1540);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.16 oktober 2025 inzake reactie op verzoek commissie over debrief van Natuur & Milieu over behoud en versterking van hetNederlandse klimaatbeleid, in het bijzonder de nationaleCO2-heffing industrie (Kamerstuk 32 813, nr. 1538);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.3 december 2025 inzake rapport «Kantelpunt voor klimaat enindustrie» van de Overlegtafel CO2-heffing (Kamerstuk 32 813,nr. 1544);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.18 december 2025 inzake ondertekening maatwerkafsprakenCoöperatie Koninklijke Cosun U.A. (Kamerstuk 29 826,nr. 278);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.11 maart 2026 inzake joint letter of intent Alco EnergyRotterdam (Kamerstuk 29 826, nr. 280);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.10 april 2026 inzake verduurzaming industrie (Kamerstuk29 826, nr. 307). kst-29826-312ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3121 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,ZwinkelsDe griffier van de commissie,NavaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3122 Voorzitter: ZwinkelsGriffier: NavaAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Flach, Grinwis,Jumelet, Klos, Kostic´, Müller, Van Oosterhout, Russcher, Vermeer enZwinkels,en de heer De Bat, Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, enmevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat en GroeneGroei.Aanvang 10.03 uur.De voorzitter:Een goedemorgen allemaal. Welkom bij dit commissiedebat, waarin wehet gaan hebben over de verduurzaming van de industrie. Welkom aanonze bewindspersonen: de Minister en de Staatssecretaris. Welkom aanalle mensen op de tribune, de pers en ook iedereen die kijkt. Uiteraardwelkom aan alle commissieleden, Kamerleden die hier vandaag aanwezigzijn. Er zijn verder geen mededelingen, dus ik wil eigenlijk gewoon lekkermet elkaar gaan beginnen. Mijn voorstel zou zijn om, net als gisteren, intotaal zes interrupties toe te staan, namelijk drie keer twee. U kunt dan duseen korte vervolgvraag stellen. Wanneer we merken dat we uit de tijdbeginnen te lopen, kan ik het misschien iets terugschroeven, maar ik hoopdat u ook zelf wat spaarzaam omgaat met al uw vragen. Dan wil ikbeginnen bij lid Kostic´. Aan u het woord.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank, voorzitter. Wat dit kabinet nog niet helemaal doorheeft, is dat wemaar één planeet hebben. Toch produceert en consumeert Nederlandalsof we drie aardbollen hebben. Dat leidt tot natuurverlies en snelleopwarming van de aarde. Het brengt onze veiligheid in gevaar. De fossieleenergiecrisis heeft bovendien laten zien hoe kwetsbaar Nederland is doorde afhankelijkheid van olie en gas. Had de politiek maar naar de Partijvoor de Dieren geluisterd en de keuze gemaakt voor een echt groeneeconomie. Die vraagt niet alleen om hernieuwbare energie, maar ook omeen forse energiebesparing, zeker door grote bedrijven. Wat je nietgebruikt, hoef je namelijk niet op te wekken. Eerder vroegen we via eenmotie om een integrale visie voor de industrie, maar het kabinet draait omde hete brij heen. De spanning tussen maatschappelijke doelen en beperktbeschikbare ruimte en middelen wordt niet besproken.Is de Minister bereid om voor de zomer met een wetenschappelijkonderbouwde analyse te komen van wat haar industrievisie betekent voorklimaat, natuur, beschikbare ruimte, gezondheid en al die andere in demotie genoemde aspecten, inclusief de spanningen daartussen? Hoe zijnde plannen überhaupt getoetst aan klimaat- en natuurdoelen, vraag ik deMinister. Volgens de PBL is er minder dan 5% kans dat de industrie hetklimaatdoel voor 2030 gaat halen. Wat gaat de Minister doen om dat doelvoor 2030 alsnog te halen?Voorzitter. De Bonaire-uitspraak is keihard: het kabinet brengt mensen ingevaar door falend klimaatbeleid. In plaats van dat te herstellen, verspiltde Minister belastinggeld aan een hoger beroep. Schaamt de Minister zichniet dat een rechter moet concluderen dat het rijke Nederland mensen-rechten schendt en geen eerlijke bijdrage levert aan het tegengaan van deklimaatcrisis? Gelukkig moet de Minister nu al handelen in lijn met deuitspraak. De Minister zegt dat het kabinetsbeleid voldoende is, terwijlcijfers laten zien dat zelfs de huidige zwakke doelen niet worden gehaald.Erkent de Minister dat er snel meer moet gebeuren? Is zij bereid om rondde zomer met een brief te komen waarin zij aangeeft welke maatregelenzij gaat nemen die er wel voor zorgen dat Nederland niet alleen aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3123 huidige doelen voldoet, maar ook zijn eerlijke bijdrage levert aan het 1,5gradendoel?Voorzitter. Een strategische afbouw van een deel van de fossiele basisin-dustrie is geen probleem, maar een kans. Het maakt ruimte vrij voor echtgroene bedrijven en het maakt Nederland gezonder en veiliger. Als hetkabinet geen keuzes maakt over wat we niet meer willen, blijven we vancrisis naar crisis gaan en betalen burgers de prijs. Erken dus dat er voorde huidige vee-industrie in dienst van de export geen plek is in Nederland.Bijna de helft van ons land wordt ervoor gebruikt. Ook de luchtvaart moetkrimpen. Sectoren als olieraffinage en kunstmest hebben hun langste tijdgehad. Maar het kabinet doet het tegenovergestelde. Het verspiltbelastinggeld aan fossiele vervuilers en schaft de COi-heffing af. Het laatburgers miljarden betalen voor het feit dat de fossiele industrie, ondanksmiljarden winsten, gefaald heeft zich aan te passen. Dat is niet alleen nieteerlijk, maar het houdt ons ook afhankelijk en het brengt ons in gevaar.Dan Tata Steel. Het kabinet wil 2 miljard belastinggeld geven aan dezeonbetrouwbare vervuiler om over te stappen naar aardgas, zonder hardegaranties voor verduurzaming. Dát is al niet uit te leggen aan de gewoneburger. Dit weekend bleek bovendien dat Tata Steel weer een dwangsomkreeg, omdat het niet meewerkt aan een controle. Tata overtreedt dus ookandere regels. De Minister zei zelf dat naleving van regels, compliance,een voorwaarde is voor de afspraken met Tata. Kan zij bevestigen dat ergeen maatwerkafspraak met Tata komt als Tata zich niet houdt aan deregelgeving en overtredingen rondom bijvoorbeeld de Kooks- enGasfabrieken niet eerst worden opgelost? Kan zij toezeggen om in meieen juridische analyse naar de Kamer te sturen, mede op basis van artikel15 van de joint letter over de overtredingen, de beoordeling vancompliance van Tata en de gevolgen voor eventuele steun?Voorzitter. Dan het emissiehandelssysteem ETS, bedoeld om schadelijkeuitstoot te beprijzen en af te bouwen. Het is volgens wetenschappelijkeadviezen belangrijk dat het ETS op geen enkele manier wordt afgezwakt.De Minister wil aanpassingen binnen het ETS en het CBAM, zo lezen wij,terwijl eerder beloofd is dat ze niet meewerkt aan de afzwakkingen. Is ersprake van een koerswijziging, vraag ik haar.Tot slot. De zogenaamde positieve keuzes van dit kabinet zijn geen keuzes.Het blijft en-enbeleid. Het is de rupsje-nooit-genoegmentaliteit die ons indeze problemen heeft gebracht. Zonder noodzakelijke keuzes voor eengroene toekomst blijft Nederland hangen in fossiele afhankelijkheid enlopen onze burgers gevaar. In de woorden van de WetenschappelijkeKlimaatraad: het is kiezen of verliezen. Ga dus snoeien om te bloeien.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat dat een vraag oplevert van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Ik hoor het lid Kostic´ hier spreken over rupsje-nooit-genoeg, maar dat isprecies hetgeen wat ik ook altijd hoor bij de Partij voor de Dieren. We zijnal jaren bezig met verduurzaming. We hebben al heel veel stappengemaakt, ofwel op gezondheid, ofwel op het gebied van klimaat. Dan valthet mij altijd op dat de Partij voor de Dieren in dit geval ook rupsje-nooit-genoeg is: nooit is het goed genoeg. Mijn vraag is dan ook: wanneer is hetlid Kostic´ dan wél tevreden over de manier waarop wij het doen met hetklimaatbeleid?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Prachtige vraag. De Partij voor de Dieren is tevreden als we zoveel doendat we de aarde toekomstbestendig houden en veilig houden voor onzekinderen. Hoe weten we wat genoeg is? Dat weten we volgens weten-schappelijk advies. Volgens die wetenschappelijke adviezen zijn doelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3124 vastgesteld om onder die 1,5 graad opwarming te blijven. Daar voldoenwe bij lange na niet aan. We voldoen dus niet eens aan onze eigenafgezwakte doelen; we voldoen niet eens aan de rechterlijke uitspraken.De Partij voor de Dieren vraagt dus niet iets geks. Ze vraagt op z’n minstons te houden aan al eerder gemaakte afspraken, waar het kabinet en deregering gewoon echt notoir slecht in zijn. Dat veroorzaakt juist onrust bijde burger. Dat vindt de Partij voor de Dieren ontzettend jammer.De voorzitter:Meneer Van den Berg, een korte vervolgvraag.De heer Van den Berg (JA21):Ik zou niet willen zeggen dat het kabinet notoir slecht is; dat zal ik het danmaar vast meegeven. Dit is precies wel het ding. Het lid Kostic´ zegt dat weiets heel normaals doen, of dat jullie iets heel normaals willen, maar die1,5 gradendoelstelling zou voor Nederland betekenen dat wij zo’n beetjevanaf nu onze hele economie stil zouden moeten leggen om zo veel tekunnen reduceren dat we dan in 2030 op dat doel uitkomen. Dat leidtsimpelweg tot armoede. Dat leidt tot totale destructie van onzemaatschappij. Waarom is dat nou niet gek gevraagd volgens het lidKostic´? Dat is bizar.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Wat tot armoede en tot grote economische kosten, eigenlijk niet op teschrijven kosten, leidt en zal leiden, is dat er straks klimaatrampen komenen dat er straks oogstfalen zal zijn omdat het klimaat zo slecht is dat weeigenlijk geen goede landbouw meer kunnen bedrijven. Dat zijn de echtgrote gevaren. Je moet alles doen om dat te voorkomen. Het beeld datJA21 schetst, klopt gewoon niet. We hebben ons als Nederland te houdenaan de basisafspraken om ons best te doen om die grote gevaren af tewenden. Daar voldoet Nederland niet aan. Dat heeft de rechter meermaalsbevestigd. Ik snap niet waarom JA21 weigert zich aan rechterlijkeuitspraken en aan eerder gemaakte afspraken te houden. Waarom roeptJA21 niet samen met ons: lief kabinet, houd je aan eerder gemaakteafspraken, zorg ervoor dat we keuzes maken, zorg ervoor dat we echtruimte maken voor echt groene bedrijvigheid en dat we afscheid nemenvan die fossiele industrie, van die fossiele bedrijven en van die achter-haalde vee-industrie die de helft van ons land bijna in bezit houdt?De voorzitter:De bel die nu luidt heeft me een beetje geholpen om tot een afronding tekomen van uw antwoord. De heer Van den Berg gaat straks ook nog zijneigen inbreng geven, dus wellicht kan hij hier dan later op ingaan, omdatu wat wedervragen stelt. We gaan door naar de inbreng van de heerRusscher. U mag even wachten tot de bel voorbij is. We wachten éénmoment.Aan u het woord.De heer Russcher (FVD):Dank, voorzitter. De Minister schrijft in haar brief van 10 april dat deenergie-intensieve industrie te maken heeft met een perfect storm: hogeenergieprijzen, oneerlijke concurrentie uit derde landen en koolstofbe-prijzing. Die verzwakken de internationale concurrentiepositie, metsluitingen en verplaatsingen van productie tot gevolg. Dat is correct, maarvervolgens trekt de Minister precies de verkeerde conclusie. Dit kabinetwil de verduurzaming namelijk versnellen.Voorzitter. Dit is vuur bestrijden met benzine. Uit het rapport vanadviesbureau Roland Berger van december 2025, opgesteld door debrancheorganisatie voor de chemische industrie, Cefic, blijkt dat deproductiecapaciteit van de Nederlandse chemiesector sinds 2022 met zo’nTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3125 20% is afgenomen. Nederland is daarmee na Duitsland het zwaarstgetroffen land van Europa. Ons land vertegenwoordigt 20% van alleaangekondigde capaciteitssluitingen in Europa, terwijl wij dus slechts 9%van de Europese chemieomzet uitmaken. De kaalslag is dus dubbel zogroot als ons economisch gewicht rechtvaardigt. Zo’n 9.000 banen zijnhiermee bedreigd.Het zijn geen kleine namen die vertrekken. LyondellBasell, de grootsteproducent van basiskunststoffen ter wereld, vertrekt vanuit Rotterdamnaar Saudi-Arabië. Indorama sloot in 2024 zijn vestiging in Rotterdam enverhuisde naar Oman. Westlake sloot haar deuren en zette zijn activiteitenvoort vanuit het hoofdkantoor in Texas. Verder zegt het hart van deNederlandse maakindustrie, Tata Steel, last te hebben van de hogeenergiekosten. Geen wonder dat een van de grootste vakbonden vanNederland, CNV, de hoge productiekosten in ons land koppelt aan hogeenergiekosten en een vol stroomnet.Bedrijven vertrekken naar landen waar geen taboe heerst op fossieleenergie en waar de productiekosten een fractie zijn van wat wij hierbetalen. Andere landen in Europa hebben inmiddels ingezien dat dit paddoodloopt. De Duitse Minister van Economische Zaken, Katherina Reiche,verklaarde dat gas nog steeds nodig is en dat Duitsland langetermijncon-tracten afsluit met de Verenigde Staten, Canada, Angola en Mexico.Bondskanselier Merz kondigde aan de import van vloeibaar gas uit Qatarop te schalen. Italië komt terug op zijn plan om in 2026 alle kolencentraleste sluiten en stelt de deadline uit tot 2038.Wereldwijd is het kolengebruik sinds het Parijsakkoord in 2015 alleenmaar toegenomen. China en India verbranden massaal kolen,overvloedig, goedkoop, veilig en betrouwbaar, terwijl wij hier onzekolencentrales op de Maasvlakte sluiten of al gesloten hebben. Dat is wathier gebeurt. Uniper, beheerder van een van die kolencentrales, is deproductie op de Maasvlakte al aan het afbouwen, omdat het met desluiting in 2030 in aantocht niet rendabel is om noodzakelijk onderhoud tebetalen. De Minister heeft aangegeven te willen onderzoeken of kolencen-trales langer kunnen openblijven, maar dat is te vrijblijvend en onzeker.Daarom heb ik de volgende vragen aan de Minister. Ten eerste. Is deMinister bereid het verbod op elektriciteitsproductie met kolen per 2030 teschrappen of ten minste naar Italiaans voorbeeld uit te stellen totminimaal 2038, zodat onze kolencentrales de zekerheid krijgen om teblijven investeren in onderhoud en productie? Ten tweede. Erkent deMinister dat het Nederlandse verduurzamingsbeleid bijdraagt aan het feitdat Nederland 20% van alle Europese capaciteitssluitingen in de chemievoor zijn rekening neemt, terwijl wij slechts 9% van de omzet vertegen-woordigen? Ten derde. Is de Minister bereid om de gaswinning in hetGroninger gasveld te hervatten, zodat we onze eigen energievoorzieningveiligstellen en de energieprijzen voor de industrie verlagen?Voorzitter, ik sluit af. De Minister ziet dat de patiënt stervende is en besluitde medicatie te verhogen die hem juist in die toestand heeft gebracht. DeNederlandse industrie heeft geen behoefte meer aan verduurzaming. Zijheeft behoefte aan betaalbare, betrouwbare energie, net als gewoneburgers. Heel Nederland heeft behoefte aan een overheid die niet langerhaar eigen economie ondermijnt ten behoeve van de waanzinnigeklimaatideologie.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Dat levert nog een vraag op van het lid Kostic´. Aanu het woord.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Vindt mijn collega dat er belastinggeld van burgers naar bedrijven inNederland moet gaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3126 De heer Russcher (FVD):Dat is een vrij brede vraag. Wij zien nu dat er belastinggeld van Neder-landse burgers naar subsidies voor windmolens en andere duurzaam-heidsgekkigheid gaat. Daar is Forum voor Democratie geen voorstandervan.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Vindt mijn collega dat er überhaupt belastinggeld naar bedrijven inNederland moet gaan, bijvoorbeeld naar Tata Steel of andere fossielebedrijven?De heer Russcher (FVD):We zien nu dat dat noodzakelijk is, omdat ze te maken krijgen met allerleiduurzaamheidsverplichtingen. Ten eerste verslechteren die de concurren-tiepositie van Nederland en ten tweede brengen die de bedrijfsvoeringvan die bedrijven in gevaar. Door die verduurzaming zijn ze niet meerwinstgevend, dus moeten ze gecompenseerd worden. Dat zou zonderduurzaamheidsbeleid niet nodig zijn.De voorzitter:Wilt u nog een vraag stellen? Ja? Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mijn collega vindt dus dat burgers die al nauwelijks kunnen rondkomen,moeten betalen voor achterstallig onderhoud van bedrijven die jarenlangde winsten hebben opgestreken maar hebben verzaakt te investeren intoekomstbestendigheid. Dat vind ik echt shocking.De heer Russcher (FVD):Zij zijn in die situatie gebracht door het verduurzamings- en klimaatbeleid,waardoor zij op een gegeven moment subsidie nodig hebben. Maar datwas niet nodig geweest als we geen klimaatbeleid hadden gevoerd.De voorzitter:Ik heb zo de indruk dat u het niet met elkaar eens bent. Daar kunnen wenog heel veel vragen aan wijden, maar ik stel voor dat we doorgaan metde volgende inbreng. Die is van mevrouw Van Oosterhout. Aan u hetwoord.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. De huidige fossiele crisis benadrukt nog maar eensopnieuw dat de industrie in Nederland veel sneller moet verduurzamen.Als onze energie van onze Noordzee komt en de koolstof uit ons afval, zijnwe weerbaar tegen schokken, houden we onze banen hier en komt onsklimaatdoel dichterbij.Dat geweldige perspectief vraagt om industriepolitiek. We moetenhandels-, vraag-, investerings- en grondstoffenbeleid samenbrengen omeen nieuwe industrie te bouwen. En ja, ook lagere elektriciteits- ennetkosten zijn onderdeel van de oplossing. Daarom is mijn fractie blij meteen CPPA-garantiefonds, CFD’s en Flex-e. Ik lees dat de Minister nu bijna200 miljoen euro raamt. Maar welk geld gaat ze hiervoor gebruiken? Hoekomt ze op dit bedrag? Want de vraag naar de markt voor flex is veelgroter dan dat. De CO2-tafel van de industrie kwam op 125 miljoen perjaar. Hoe kan er zo’n groot gat zijn?Op ongerichte energiecompensatie zijn we echter zeer kritisch. Als deMinister dat dan toch doet, doe het dan op een manier waarop hetnetcongestie niet verergert, maar verhelpt en onze fossiele afhankelijkheidniet vergroot, maar verkleint en doe het niet generiek, maar gericht opbedrijven die hier investeren. Kortom, maak werk met werk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3127 Europa stelt gelukkig harde eisen aan staatssteun. De Duitsers vullen hunstroomprijs in met een herinvesteringsplicht, marktprikkels en eenflexibiliteitsbonus. We kunnen de steun ook koppelen aan de energiebe-sparingsplicht. Ik hoor graag van de Minister hoe ze naar dit soortvoorwaarden kijkt.Misschien nog belangrijker: compensatie is geen plan voor de industrievan de toekomst, terwijl Nederland bol staat van de groene koplopers metbaanbrekende ideeën. Denk aan bedrijven die ons afval kunnen omzettenin bouwstenen voor de chemie, zodat die sector van fossiel af kan, aansynthetische kerosine, zodat onze straaljagers niet meer afhankelijk zijnvan Hormuz of aan perovskietzonnecellen, waarmee we de concurrentiemet China weer aankunnen. Vanochtend stond in Het Financieele Dagbladeen mooi artikel met nog meer voorbeelden. Dit zijn de strategischefabrieken en waardeketens van de toekomst. Die zouden we moetenhelpen met opschalen. Nu moeten ze hopen dat EZK nog met een paarmiljoen kan schuiven. Zo verliezen zowel ons klimaat als onze veiligheiden onze economie.Daarom heb ik nog enkele vragen aan de Minister hierover. De kern vanons huidige industriebeleid zet in op de bestaande industrie. Is de Ministerbereid te onderzoeken hoe ze een maatwerkachtige aanpak kan ontwik-kelen voor het opschalen van nieuwe industrie? Gisteren omarmde deMinister ook al onze oproep voor een ketenaanpak voor wind op zee. Kanze dat ook doen voor dit soort nieuwe industriële ketens? Kan de Minister,net als voor elektrificatie, kijken hoe het huidige instrumentarium beterkan worden gericht op opschaling? De NIKI-regeling is nu eigenlijk deenige subsidie die beschikbaar is voor first-of-a-kindprojecten, maar heeftabsoluut niet de schaal die nodig is en bovendien loopt die na 2030 af. Zowinnen we het inderdaad niet van China.Verder lees ik in de brief dat de Minister in Europa wil inzetten opvraagbeleid. Daar is mijn fractie het zeer mee eens. Maar is de Ministerook bereid om te onderzoeken hoe we de Nederlandse groene koplopersop korte termijn al in eigen land kunnen helpen met marktvraag? Zo zouDefensie een belangrijke afnemer kunnen zijn van zonnecellen of e-fuels.Tot slot nog een specifieke vraag over de subsidies uit hetEU-Innovatiefonds. Ik heb vernomen dat er geld beschikbaar was voorVioneo in Antwerpen, dat recent naar China is vertrokken. Ook Rotterdamkent een ngo-initiatief. Kan de Minister toezeggen in gesprek te gaan metde Europese Commissie om de subsidie naar Rotterdam te halen?Afsluitend. Door elektrisch rijden stoppen we met benzine en doorrecycling neemt de vraag naar nieuw plastic af, en biologische landbouwgebruikt geen kunstmest. Kortom, de industrie gaat veranderen. Welkegroene waardeketens bouwen we daarvoor in de plaats? Welke zijn vanstrategisch belang en hoe gaat de overheid hierbij helpen? Want zonderregisseur komt dit alles niet van de grond. Daarom doe ik aan het kabinetde dringende oproep om een industriestrategie te maken. Voor mijn partnoemen we het deltaplan groene industrie, want we moeten ons niet latengijzelen door de vrees van verlies, maar laten drijven door een plan voorde toekomst, of om met de WKR te spreken: ik hoop dat we snel gaankiezen in plaats van verliezen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Ik heb wel met interesse zitten luisteren naar het betoog van mevrouwVan Oosterhout. Volgens mij hoor ik hier een draai die ten goede is. Ikhoorde mevrouw Van Oosterhout namelijk zeggen dat we ons afvalmoeten omzetten met technieken die gebruikt kunnen worden voor decirculaire economie. Volgens mij doet Shell dat met bijvoorbeeld eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3128 pyrolysetechniek. Ik hoor mevrouw Van Oosterhout altijd spreken over degrote fossiele bedrijven die onze belangen niet behartigen, maar zegtmevrouw Van Oosterhout nou eigenlijk dat Shell dat in dit geval wél doetvoor die groene industrie?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat we goed onderscheid moeten maken tussen wat die grotevervuilers doen voor de industrie. Ik wil Shell helemaal niet in hetverdomhoekje zetten; die doen ongetwijfeld ook goede dingen. Ik wil erwel voor waken dat het geld dat we hebben, naar de juiste partijen gaat.Daarvoor breek ik hier een lans.De heer Van den Berg (JA21):Het is in ieder geval fijn dat Shell niet in het verdomhoekje wordt gedrukt.Ik zie een positieve kentering in dit debat. Zou mevrouw Van Oosterhouter dan ook voor openstaan dat bijvoorbeeld Shell wel subsidiegelden kankrijgen om inderdaad, los van het geld dat ze zelf investeren – dat zijnmiljarden per jaar – het verder te kunnen aanjagen om Nederland verderte helpen?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):We hebben ook gezien dat fossiele bedrijven zoals Shell in deze tijd 30miljoen dollar per uur aan overwinst maken in deze fossiele crisis. Mijnfractie vraagt zich dan ook sterk af of dit de partijen waaraan we onskostbare overheidsgeld moeten besteden, want dat kunnen we maar éénkeer uitgeven.De heer Vermeer (BBB):Ik word toch even getriggerd door wat mevrouw Van Oosterhout zegt.Hoe is het voor haar mogelijk dat ze in één zin praat over grootvervuilersen daar direct achteraan zegt: «maar ik wil bedrijven niet in een verdom-hoekje plaatsen»? Hoe rijmt ze dat met elkaar? Is zij zich bewust van haareigen woorden?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):We zijn ontzettend blij met alle bedrijven die innovatieve projectenopzetten die helpen aan de verduurzaming van de industrie en die helpenaan het bouwen van de economie van de toekomst. De vraag is echter:moeten we dit soort partijen, die miljardenwinsten maken en nog eensextra overwinsten maken ten gevolge van deze fossiele crisis, extra gaansteunen met ons overheidsgeld? Daar zijn wij dan kritisch op, want wijdenken dat dat overheidsgeld beter besteed kan worden aan anderepartijen.De heer Vermeer (BBB):Dat is het inhoudelijke antwoord, met een verhaal dat ze al verteld heeft,maar ik vroeg concreet of ze zich bewust is van haar eigen woorden. Aande ene kant zegt ze bedrijven niet in een verdomhoekje te willen plaatsenen in dezelfde zin noemt ze grootvervuilers. Zou mevrouw Van Oosterhoutdaar even op willen reflecteren?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is het feitelijk correct dat je een grootvervuiler bent als je 3%van de wereldwijde uitstoot veroorzaakt. Ik breek hier een lans voor hetvolgende. Alle partijen die een bijdrage willen leveren aan de economievan de toekomst zijn van harte welkom. Alleen, ik denk dat we ervoormoeten waken dat we niet alle partijen gaan financieren met ons kostbareoverheidsgeld, want dat kunnen we maar één keer uitgeven.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 3129 Ik voel een beetje een herhaling van antwoorden. Dat is geen probleem;mevrouw Van Oosterhout gaat over haar eigen antwoorden. We gaan dusdoor naar een volgende interruptie.De heer Flach (SGP):Ik wil even vragen of ik dit goed beluisterd heb. Noemde u «vervuilen» en«uitstoot» nu in één zin? Het gaat toch om CO2? Wij stoten ook CO2 uit.Dat is niet hetzelfde als vervuilen. Of heb ik het verkeerd begrepen?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):CO2-uitstoot is wel degelijk een vorm van vervuiling, dus ik begrijp niet zogoed waar de vraag vandaan komt.De heer Flach (SGP):Dit is precies het frame dat heel vaak gebruikt wordt, ook in de media,maar dat is volgens mij zeer onterecht. CO2 is an sich niet vervuilend. Hetis een broeikasgas. Maar dat is iets anders dan zware metalen of giftigegassen uitstoten. Onze kinderen worden inmiddels opgevoed met het ideedat CO2 een soort gif is. Dus ik denk dat woorden er ook wel toe doen.Laten we dan heel zorgvuldig zijn, ook in de woorden die we hier kiezen.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):CO2-uitstoot is absoluut een vergif en zorgt ook voor enorme gezond-heidsschade. Het zorgt voor enorme schade aan het klimaat. Fossielebrandstoffen zijn verantwoordelijk voor 80% van de wereldwijde uitstoot.Dus ik vind het wel degelijk terecht dat we CO2-uitstoot ook classificerenals zeer schadelijke uitstoot.De voorzitter:Volgens mij hebben we deze definitiekwestie opgelost met elkaar, of inieder geval opgehelderd – laat ik het zo formuleren. Ook hier zijnverschillende gedachtes bij, merk ik. Ik wil een beetje uit deze definitie-kwestie, zeg ik ook tegen de heer Grinwis. Overigens staat er nog eenverkeerd naambordje bij u, dus misschien kunnen we dat nog evenaanpassen. We gaan door naar de heer Jumelet.De heer Van den Berg (JA21):Voorzitter, mag ik even een punt van orde maken? Dit is toch juistonderdeel van het politieke debat? Ik weet niet of de heer Grinwis nogwilde interrumperen, maar dit zijn wel de wezenlijke discussies diehieronder liggen.De voorzitter:Zeker, dat ben ik met u eens. Het gaat over de verduurzaming van deindustrie, dus het is helemaal on topic. Daar heeft u helemaal gelijk in, dusdaar zal ik op letten. Maar ik had toch het vermoeden dat we een beetjegingen verzanden in een definitiekwestie. Maar goed, corrigeer mewanneer ik dat verkeerd heb ingeschat. De heer Jumelet, aan u het woord.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. «Hoe concreter, hoe beter», is het gezegde. Daaromheb ik maar meteen een aantal korte vragen voor de Minister. Het CDAheeft vorig jaar gevraagd om een strategie en een actieplan om groenebedrijven naar Nederland te trekken en groene investeringen in Nederlandfors aan te jagen. Ik zag enige overeenkomst met de bijdrage van mijncollega Van Oosterhout als het gaat om nieuwe industriële groene ketens.De vraag is: welke concrete plannen heeft de Minister om naast verduur-zaming van de bestaande industrie ook nog veel meer in te zetten op hetbinnenhalen en opbouwen van nieuwe groene industrie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31210 Voorzitter. In het coalitieakkoord en in de brief over de verduurzaming vande industrie staat dat de nationale CO2-heffing wordt afgeschaft. Wanneerprecies is nog niet duidelijk. Kan de Minister daar duidelijkheid overgeven? Kan hij ook aangeven in hoeverre de kans bestaat dat bedrijvennog wel CO2-heffing moeten betalen totdat deze definitief is afgeschaft?Gewoon heel concreet, dus.Dan over de zogeheten envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs.De voorzitter:Eén moment. Voordat u verdergaat, is er een interruptie van mevrouw VanOosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de collega van het CDA hier pleiten voor het volledig afschaffenvan de CO2-heffing. Uw fractie heeft altijd gezegd dat daarvoor ook iets inde plaats moet komen. We gaan nu wel echt van 0 tot 100. Ik vraag me afwat er volgens het CDA in de plaats ervan moet komen. Bijvoorbeeld eenbezemwagenheffing?De heer Jumelet (CDA):Ik denk dat het goed is dat we de nationale kop ten aanzien van deCO2-heffing eraf halen. De bedoeling van het coalitieakkoord is ook omdat met elkaar te organiseren en te regelen. Dat is nu wat het is. Wehebben natuurlijk ETS. We hebben allerlei andere maatregelen, maar wezijn er in ieder geval van overtuigd dat we de CO2-heffing moetenafschaffen om een level playing field te hebben voor onze industrie. Ikdenk dat het goed is om daar duidelijkheid over te verschaffen. Dat wasmijn vraag.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoor het CDA altijd pleiten voor dat gelijke speelveld. Dan is het watmijn fractie betreft ook logisch om te kijken naar onze bedrijven dieachterblijven op de Europese concurrenten. Dan is het heel verstandig ombijvoorbeeld te kijken naar een bezemwagenheffing. Als we het hebbenover een gelijk speelveld, is het juist belangrijk om te kijken naar dit soortinstrumenten. Hoe kijkt het CDA daarnaar?De heer Jumelet (CDA):Ik denk dat het goed is om in deze tijd, waarin we zo veel verhalen horenover industrie die het moeilijk heeft, zeker als het gaat om verduurzaming,te kijken hoe we een gelijk speelveld kunnen creëren. Dus ik vind dat nujuist belangrijk. Laten we met elkaar constateren dat we heel voorzichtigmoeten zijn met allerlei nieuwe regels. Dus wat ons betreft wordt denationale CO2-heffing zo snel mogelijk afgeschaft en maken we aan deindustrie ook duidelijk wanneer dat gebeurt, zodat daarop kan wordengeacteerd. Uiteindelijk is dat wat we nu nodig hebben met elkaar.De voorzitter:Prima. U kunt door met uw inbreng.De heer Jumelet (CDA):Dan de zogeheten envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs, demiddelen die zijn gereserveerd om de concurrentiepositie van energie-intensieve bedrijven te verbeteren. Die envelop is vanaf 2028 beschikbaar.Is het mogelijk om de envelop eerder beschikbaar te stellen, dus naarvoren te halen, gezien de huidige geopolitieke situatie en de gevolgendaarvan voor de industrie?Dan nog een vraag over de IKC, de indirecte kostencompensatie. In deVoorjaarsnota lezen we dat de uitbetaling om uitvoeringstechnischeredenen wordt uitgesteld. Welke mogelijkheden zijn er om ervoor teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31211 zorgen dat het IKC-geld alsnog in 2026 wordt uitgekeerd? Ik lees dat hetkabinet ook kijkt naar andere mogelijkheden om de IKC ETS aan tepassen. Kan er al een inkijkje worden gegeven in welke dat zijn en watdaar de afwegingen bij zijn?Dan toch maar wat algemener, namelijk maatwerk bij clusters ofgebieden. Nieuwe maatwerkafspraken voor verduurzaming van deindustrie zullen zijn gericht op clusters of gebieden. We zijn benieuwd hoehet kabinet daar invulling aan gaat geven. Kunnen de Minister en deStaatssecretaris aangeven met welke clusters of gebieden er algesprekken zijn? Welke prioriteiten worden gesteld bij de selectie vanclusters of gebieden? Op welke termijn moet dat leiden tot concretemaatwerkafspraken?Ik zie ook een spanning, waar ik graag een reactie op krijg: voor declustergerichte maatwerkaanpak zijn er uitsluitend middelen uit degenerieke regelingen beschikbaar, terwijl de Adviescommissie Maatwerk-afspraken Verduurzaming Industrie juist aangeeft dat specifieke finan-ciering noodzakelijk is voor een succesvolle aanpak. Welke consequentiesheeft deze spanning voor de haalbaarheid van de aanpak?De voorzitter:Eén moment, u krijgt twee interrupties. Allereerst van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Mijn interruptie grijpt precies aan op het laatste punt. In de woorden vancollega Jumelet beluister ik dat hij eigenlijk pleit voor publiek-privateinvesteringsafspraken, à la Beethoven. Klopt dat? En als dat zo is, waarmoet het geld dan vandaan komen? Daar heeft de coalitie dus geenafspraken over gemaakt. Dan red je het niet met generieke potjes.Betekent dat dan dat bepaalde percelen in het Klimaatfonds wordengeplunderd? Hoe moet ik dat zien?De heer Jumelet (CDA):Ik reflecteer vooral op een passage uit de brief over de verduurzaming vande industrie. Aan de ene kant zegt de AMVI – als ik even de afkorting maggebruiken – dat er louter middelen uit generieke regelingen beschikbaarzijn. De AMVI constateert ook dat er specifieke financiering vereist is vooreen succesvolle aanpak. Die spanning zie ik. Ik wil graag van de Ministerof de Staatssecretaris horen hoe zij daarnaar kijken. Dus ik ga niet direct inop uw vraag, maar leg eerst die spanning op tafel: hoe gaan wij daarmeeom?De voorzitter:Heeft u nog een andere vraag, meneer Grinwis? Nee, niet voor nu? Dangaan we snel door.De heer Klos (D66):Ik hoor de heer Jumelet spreken over de elektriciteitsenvelop. Hij vraagt ofdie naar voren gehaald kan worden. Dat lijkt mij helemaal niet zo’nonverstandig idee. Ik vraag me af of het CDA met D66 vindt dat devoorwaarden voor die envelop er wel toe moeten leiden dat we daadwer-kelijk verduurzaming realiseren, want verduurzaming is voor de industrieniet het probleem, maar de oplossing. Dat hoor ik de heer Jumelet ookbetogen.De heer Jumelet (CDA):Concreet, hè, dat was de bedoeling vandaag: eens!De voorzitter:Nou, zo kan het ook. Hartstikke goed. De heer Van den Berg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31212 De heer Van den Berg (JA21):Ik hoorde de heer Jumelet spreken over het naar voren halen van deenvelop voor het verlagen van de elektriciteitsprijs. Ik denk dat wij daar alsJA21 natuurlijk heel erg voor zijn. Maar wat mij eerder al verbaasde – datwas al bij de bekendmaking van het coalitieakkoord – is dat die verlagingüberhaupt pas staat opgenomen in 2028. Toen vroeg ik ook al waarom decoalitie denkt dat dat dan pas nodig is. De crisis met Hormuz komt ernatuurlijk nog eens bovenop, maar feit is wel dat de industrie ook vóór decrisis al zeer onder druk stond. Kortom, waarom stond dit niet voor 2026dan wel 2027 ingeboekt?De heer Jumelet (CDA):Als ik erbij was geweest ... Nee, dat is natuurlijk een beetje flauw. Ik denkdat de situatie er nu om vraagt om het naar voren te halen. Ik constateermet u en met deze commissie – ik denk met het hele parlement – dat denood hoog is. Ik vraag of het mogelijk is om het naar voren te halen. Ikdenk dat dat nu allereerst de vraag is. Maar het signaal is denk ik duidelijk:we vinden het belangrijk om zo snel mogelijk te acteren. Daarover zijn wehet met elkaar eens.De voorzitter:Heeft u nog een korte vervolgvraag?De heer Van den Berg (JA21):Jazeker. Is het CDA dan niet van mening dat die industrie al lang in deproblemen zit en dat het water al aan de lippen stond van de industrie,ook voor het sluiten van het coalitieakkoord en ook voor het sluiten van deStraat van Hormuz? Hadden we niet al veel eerder moeten beginnen methet helpen en ondersteunen van die industrie? Waarom wordt het CDA nupas wakker?De heer Jumelet (CDA):Misschien is het geruststellend dat we al een tijd wakker zijn. Ik denk dathet goed is om te constateren dat de nood hoog is. Dat delen we metelkaar. Er moeten maatregelen komen. Het kabinet gaat die op kortetermijn ook bekend maken, denk ik. Onze vraag is vandaag, bij dit debat,of het naar voren kan worden gehaald. We willen graag horen of diemogelijkheid erin zit.De voorzitter:Mooi, ik zie dat dit tot instemmend geknik leidt. Ik wil de heer Van denBerg ook even informeren over het feit dat hij hier al vijf interrupties heeftgepleegd, van de zes. Hij geeft aan dat hij dat weet. Helemaal goed.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij om te horen dat het CDA voorwaarden wil verbinden aandie envelop. Daar pleitte ik net ook voor in mijn bijdrage. Dat kanbijvoorbeeld zoals ze dat in Duitsland doen, met een herinvesteringsplicht.Je zou het ook kunnen koppelen aan de energiebesparingsplicht. Ik benheel erg benieuwd aan welke concrete voorwaarden voor de envelop hetCDA dan denkt.De heer Jumelet (CDA):Het is mooi dat als je een kort antwoord geeft richting collega Klos en wehet met elkaar eens zijn over die verduurzaming, u vervolgens vraagt naarwelke maatregelen en voorwaarden daaraan dan gekoppeld moetenworden. Ik denk dat het van belang is dat als we daar met elkaar geld insteken, de verduurzaming vooropstaat, maar laten we nou even openlatenwelke voorwaarden daar nou aan gekoppeld worden en of daar überhauptvoorwaarden aan gekoppeld moeten worden. Ik laat het ook echt aan hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31213 kabinet over om daar op die manier mee om te gaan. Wij zeggen in iedergeval dat het van belang is om, als die envelop er is – stel je voor dat dienaar voren kan worden gehaald – daarmee concreet te investeren inverduurzaming met de toekomst voor ogen. In die zin denk ik dat dat ditvoor nu vooral een algemene opmerking kan zijn, maar ik ben net zobenieuwd als u.De voorzitter:Ik stel voor dat de heer Jumelet doorgaat met zijn inbreng. Wellicht leidtdat nog tot verdere vragen.De heer Jumelet (CDA):Dan de cluster 6-bedrijven. Die zijn belangrijk vanwege de grote regionalebetekenis. Die verdienen wat het CDA betreft nu ook extra aandacht. Het isechter geen uniforme groep. De bedrijven verschillen sterk van elkaar ende uitdagingen zijn anders dan in de andere vijf clusters. Hoe gaat deMinister hier concreet op inspelen? Hoe wordt, naast een aanpak gerichtop het cluster als geheel, met regie vanuit het Rijk meer ruimte gemaaktvoor gerichte ondersteuning van specifieke bedrijven en situaties?In de brief over verduurzaming van de industrie wordt terecht opgemerktdat we zo creatief mogelijk om moeten gaan met maakbaarheidsuitda-gingen, zoals netcongestie. In de praktijk werkt het alleen nog niet altijdzo. Om dat wat concreter te maken, geef ik een specifieke casus. Eenbedrijf in cluster 6 wacht al jaren op verzwaring van zijn netaansluiting,die nu pas tussen 2031 en 2034 is ingepland. Een nieuwe aanvraag van 22MVA staat achteraan in de wachtrij en er wordt gevraagd om eenaanbetaling. De netbeheerder wil een volledig nieuwe kabel en installatieaanleggen, terwijl hergebruik van bestaande, goedwerkende bekabelingmogelijk een veel goedkopere oplossing is. Het bedrijf ervaart dus zachtgezegd weinig ruimte voor de praktische en kostenbesparende alterna-tieven die het voorstelt. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar deze situatie enwat gaat hij doen om meer maatwerk en meedenken door netbeheerderste stimuleren? Dit is namelijk een voorbeeld uit de praktijk.De voorzitter:Dank u wel, en een momentje, want u krijgt een vraag van de heer Flach.De heer Flach (SGP):Goed dat de heer Jumelet aandacht vraagt voor de cluster 6-bedrijven.Dat hoop ik straks ook te doen in mijn bijdrage. Inmiddels ligt, als ik hetgoed begrepen heb, twee derde van de verduurzamingsprojecten stil bijdie cluster 6-bedrijven. Heeft de heer Jumelet, net als de SGP, het gevoeldat die in de aanpak echt achteraan dreigen te komen, terwijl de winstdaar toch potentieel wel groot is?De heer Jumelet (CDA):De constatering van de heer Flach is ook onze constatering, denk ik. Hetbelang van de cluster 6-bedrijven is groot. Het zijn regionale bedrijven,over het hele land verspreid, die soms ook echt geworteld zijn in eenomgeving. Die zijn niet alleen van groot belang voor de werkgelegenheid,maar ook zeker voor een aantal heel belangrijke sectoren. Ik probeerde hetnet met een voorbeeld duidelijk te maken; zo zijn er veel verhalen. Devraag is om hier nu echt werk van te maken. Of cluster 6-bedrijvenachteraan hangen? Ik weet niet echt of ik zo moet duiden, maar ze mogenbest wel wat meer aandacht krijgen, zeker als het gaat om het belang,maar ook als het gaat om de toekomst van dit soort bedrijven.De voorzitter:U kunt verder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31214 De heer Jumelet (CDA):Voorzitter. Dan nog iets over de verduurzaming van de industrie en hetNPE. Dat is het laatste wat ik u nog wil zeggen. Het verduurzamen van deindustrie vraagt om een continu sturen en bijsturen, een lange adem ensteeds keuzes maken en prioriteren. Het is daarbij belangrijk dat steedsduidelijk is waar, door wie en op basis waarvan die keuzes wordengemaakt. Als er bijvoorbeeld in het Nationaal Plan Energiesysteem, hetNPE, sterk in wordt gezet op elektrificatie, dan is het belangrijk om ookduidelijk te hebben dat die keuzes sterk afhankelijk zijn van onder andereaannames over technologische ontwikkelingen en ook bijvoorbeeld hetaandeel van import van halffabricaten. Ook spelen knelpunten, zoalsnetcongestie, kosten en internationale afhankelijkheid, een grote rol. Daarkun je een heel aantal vragen over stellen, maar om het kort te houdenstel ik er twee. Welke aannames over technologische ontwikkelingen,import van energie en grondstoffen en systeemkosten liggen tengrondslag aan de actualisatie van het NPE? Tot slot, is de Minister bereideen openbare consultatie te starten voor de herijking van het NPE?Voorzitter, tot zover. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat dat nog één vraag oplevert van lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):We weten dat we de klimaatdoelen op deze manier niet gaan halen.Concreet gaat de industrie haar doel voor 2030 niet halen. Is het CDA hetdan met ons eens dat we ons als Nederland op z’n minst moeten houdenaan onze afspraken, dat de industrie die doelen moet halen en dat we hetkabinet moeten oproepen om extra maatregelen te nemen om die doelenvoor 2030 ook echt te halen?De heer Jumelet (CDA):Ik probeerde juist vandaag, met de doelen voor ogen, ook wat concreter teworden. Ik heb het dan over een heel aantal vragen en een heel aantalacties die van belang zijn om die doelen te halen. Ik denk dat we somsalleen maar bezig zijn met het doel en niet de weg ernaartoe heel helderhebben, maar vooral proberen aan te jagen. De inzet van het CDA is er inieder geval op gericht juist met een realistische inzet te zorgen dat we diedoelen halen. Maar het is denk ik wel van belang dat we daarvoor echt derandvoorwaarden en de instrumenten goed op orde hebben. Ik denk datals we doelen hebben afgesproken, die doelen uiteindelijk moeten wordengehaald, maar daar moet je ook wel de randvoorwaarden voor hebbengeorganiseerd. Ik ben het ermee eens dat we de doelen moeten halen,zeker. Als je lucht uit de fietsband laat lopen, ga je namelijk sowiesolangzamer. Maar je zult wel met elkaar moeten kijken naar de randvoor-waarden. Namens het CDA heb ik daar een aantal vragen over gesteld. Ikben benieuwd naar de antwoorden.De voorzitter:Oké. Er is nog een korte interruptie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het probleem is dat er maatregelen genomen zijn die aantoonbaar nietwerken. Ik hoorde het CDA vooral iets zeggen over verdere ondersteuningvan de industrie, maar ook het PBL zegt dat die onvoldoende is. Ik hebdaarom een concrete vraag. Is het CDA het juist als het gaat om concretemaatregelen met ons eens dat het kabinet moet komen met een plan, metconcrete maatregelen, die aantoonbaar, wetenschappelijk getoetst, ervoorgaan zorgen dat we die doelen gaan halen?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31215 Dit was ook uw vijfde interruptie. De heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Volgens mij heeft het kabinet met het coalitieakkoord een duidelijkerichting aangegeven. Ik denk dat het goed is om te constateren dat er hardaan wordt gewerkt. De geopolitieke situatie maakt het wel een stuklastiger op dit moment, maar ik denk dat de instrumenten die er zijn juistnu moeten worden ingezet. Ik heb daar een aantal dingen voor benoemd.We hebben het onder meer al even gehad over de envelop. Daar kun jeverschillend over denken, maar ik denk dat het goed is om die verlagingvan de energieprijzen – ik doel dan op de kosten – ook te gebruiken juistom te verduurzamen, om maar een voorbeeld te noemen.De voorzitter:Daar zult u het mee moeten doen, zeg ik tegen lid Kostic´. Dan gaan wesnel door naar mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel, voorzitter. De industrie is de motor van onze economie en deruggengraat van onze strategische autonomie. In de Kamerbrief vanafgelopen vrijdag schrijft het kabinet dat het kiest voor een nieuwe balans.Concurrentievermogen, verduurzaming en weerbaarheid moeten hand inhand gaan. Dat is voor de VVD essentieel. Economie, klimaat en veiligheidzijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Afhankelijkheid van buiten-landse energie vormt een direct risico voor onze stabiliteit. Dat geldt nietalleen voor energie, maar voor allerlei producten van onze industrie. Ikdenk dan aan medicijnen, hoogwaardig staal, halfgeleiders en ook, zolangwe nog afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, geraffineerde brand-stoffen. Voor de VVD is het belangrijk dat Nederland zich niet volledigafhankelijk maakt van productie buiten Europa. Gelukkig deelt deEuropese Commissie dat ook. Zij stelt: «Zonder een sterke industriëlebasis is er geen Europees sociaal model, geen klimaattransitie en geenstrategische autonomie.» Het is dan ook goed dat de Europese Commissiemet een aantal voorstellen komt ter versterking van de Europeseindustrie. Ik spoor het kabinet ook aan om hier in Brussel een positievevoortrekkersrol in te spelen. De inzet om soepeler om te gaan metstikstofemissies voor industriële verduurzamingsprojecten, bijvoorbeeld,kan ik alleen maar onderschrijven.Voorzitter. De nationale CO2-heffing gaat van tafel. Dat is goed nieuwsvoor het gelijke speelveld met onze buurlanden. Ik sluit me aan bij dewoorden van de heer Jumelet: wanneer wordt deze stap officieelgenomen en kan de Minister bevestigen dat zij actief het gesprek voert inBrussel om de weg hiervoor vrij te maken? Ik sluit me ook aan bij dewoorden en vragen over de envelop.Daarnaast de elektriciteitskosten. Het kabinet reserveert een forsehoeveelheid geld voor de indirecte kostencompensatie, oplopend naareen miljard per jaar. Dat steunen wij van harte, maar door de uitvoerings-lasten wordt de uitbetaling maanden vertraagd, terwijl onze bedrijven diecompensatie nu nodig hebben. De vraag is dus wat er nodig is om dit tochtijdig voor elkaar te krijgen en of er praktische oplossingen te bedenkenzijn om de RVO op korte termijn in de uitvoering te ondersteunen. Klopthet daarnaast dat Nederland ervoor heeft gekozen om een bedrijf nietvoor de IKC in aanmerking te laten komen als bij het productieprocesmeer dan de helft van de geproduceerde energiedragers een fossieleoorsprong heeft? Klopt het dat alleen Nederland deze extra nationale kopop de EU-richtlijn van de IKC-ETS heeft gezet? Ik hoor graag van deMinister wat haar motivatie is om meer voorwaarden te stellen voorNederlandse bedrijven in vergelijking met Duitsland en België.Dan een opvallende afwezigheid in de brief: de opslag van CO2 via CCS. Inhet coalitieakkoord staat dat we via staatsdeelneming gaan investeren inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31216 CCS en CCU. Het project Aramis is hierbij van groot belang. Daarmeemoet uiteindelijk maar liefst 22 miljoen ton CO2 per jaar wordenopgeslagen. Het PBL is in zijn ramingen helder: zonder grootschalige CCSvia projecten als Aramis zijn de klimaatdoelen voor de industriesimpelweg onhaalbaar. Toch horen we dat projecten hun SDE-beschikkingteruggeven en dat het investeringsbesluit voor Aramis in 2027 onder drukstaat. Welke knelpunten gaan de Minister en de Staatssecretariswegnemen om dit vlot te trekken? Hoe gaan we de SDE++ repareren,zodat deze wél aansluit bij de investeringen die nodig zijn om dit projecttot een succes te maken? Ik hoop dat de Minister en de Staatssecretaris inieder geval mijn conclusie delen dat we het ons niet kunnen veroorlovendat Aramis strandt in goede bedoelingen.Voorzitter. Tot slot de bedrijven in de regio.De voorzitter:Voordat u daarheen gaat: er is een vraag van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik begrijp de zorgen rondom Aramis heel goed, want het project moet weltot stand worden gebracht. Er is echter ook nog wel een vervelendespin-off als Aramis tot stand komt, namelijk dat alle CO2 onder de grondgaat; dat geldt ook voor Porthos. Zoals we allemaal weten, misschienbehoudens enkele partijen, is CO2 heel goed voor planten en bomen envoor de groei. Glastuinders hebben die CO2 heel erg hard nodig. Straksdreigt het met een SDE++-subsidie allemaal onder de grond teverdwijnen. Hoe houden we CO2 beschikbaar om bijvoorbeeld planten engewassen, paprika’s et cetera, te laten groeien in onze kassen?Mevrouw Müller (VVD):Ik denk dat je het beide moet doen. Volgens mij is het kabinet ook bezigom te kijken hoe het die glastuinbouwsector hierin beter kan onder-steunen. Tegelijkertijd: als we niet ook grootschalig CO2 gaan opslaan, ishet simpelweg onmogelijk om de klimaatdoelen te halen. Je moet hetvolgens mij dus beide doen.De voorzitter:U kunt verder met uw inbreng. U was bij een afsluiting, dacht ik.Mevrouw Müller (VVD):Ja. De bedrijven in de regio – mijn collega de heer Jumelet refereerdedaar ook al aan – hebben geen eigen haven of directie die dagelijks in DenHaag lobbyt, maar zij voelen de nettarieven en de administratieve lastenminstens zo hard. We hebben het Actieplan 2.0 Cluster 6, maar we willengraag resultaten zien. Hoeveel bedrijven zijn er nu daadwerkelijk met ditplan geholpen of blijft het bij papier? Graag een reflectie van de Staatsse-cretaris hierop.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. We gaan snel door naar de heer Flach voor zijn inbreng.De heer Flach (SGP):Dank u wel, voorzitter. Vorige week hebben we een stevig debat over TataSteel gehad. Het is mooi dat we nu met elkaar de schouders kunnenzetten onder de héle industrie. De SGP zet, zoals bekend, liever in opbehoud en vergroening van productiecapaciteit hier in Nederland dan opmeer import van staal, brandstoffen en andere producten uit China enandere delen van de wereld. Voorspelbaar, consistent en volhoudbaarbeleid gaat ons meer opleveren dan hoge ambities met een grote kans opjojomaatregelen. Bedrijven hebben immers zekerheid nodig om teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31217 investeren. Daar hoort ook zicht op langetermijnondersteuning van deoverheid bij. Een horizon van enkele jaren voor een subsidieregeling, ofde horizon van 2035 voor de IKC, lijkt voor de overheid misschien verweg, maar dat is het niet voor bedrijven. Alleen al het jaarlijks fluctuerenvan budgetten voor subsidieregelingen, zoals bij de regeling Demon-stratie Energie- en Klimaatinnovatie, geeft onzekerheid. Gaat het kabinetbekijken hoe er meer langjarige zekerheid kan worden gegeven?Het is goed dat het nieuwe kabinet geld uittrekt voor verlaging vanelektriciteitskosten en voor de IKC. Cruciaal is verder dat nettarievenbetaalbaar blijven en dat bedrijven aansluitingen op het net krijgen om tekunnen elektrificeren.In de Voorjaarsnota stelt het kabinet voor om het budget voor de IKC voor2026 door te schuiven naar 2027. Dat zou te maken hebben met capaci-teitsproblemen bij de RVO, waar maar liefst 6.100 mensen werken. Dit lijktdus eerder een kwestie van prioriteit dan van capaciteit. Onze industriestaat al op achterstand ten opzichte van omliggende landen. Wij moetendie afstand niet onnodig groter maken. Mijn oproep is: zorg ervoor dat deIKC al dit jaar kan worden uitgekeerd.Voorzitter. Wanneer komt er een wetsvoorstel om de CO2-heffing definitiefte schrappen? Ik vraag de bewindslieden om daar vaart mee te maken. Alsde ETS-prijs door Europese versoepelingen gaat zakken, dreigen bedrijvenalsnog een nationale heffing aan de broek te krijgen. De SGP wil dat graagvoorkomen. Ik vraag de Minister: wordt het tarief naar beneden bijgesteldtotdat de heffingen definitief worden geschrapt?Net als de grote industriecomplexen zitten cluster 6-bedrijven in zwaarweer. Daarbij komt dat twee derde van de verduurzamingsprojecten stilligtomdat de netaansluitingen en infrastructuur nog niet gerealiseerd kunnenworden. De recente Kamerbrief noemt de cluster 6-bedrijven weliswaar,maar ze lijken letterlijk en figuurlijk achteraan te staan. Waar willen debewindslieden uitkomen? Worden samenwerkingsverbanden van cluster6-bedrijven meegenomen in de maatwerkafspraken? Wordt er gekekenhoe ook cluster 6-bedrijven kunnen profiteren van de middelen voorverlaging van elektriciteitskosten en voor de IKC? Wordt er aangestuurdop een snelle aanleg van regionale waterstofnetten voor blauwewaterstof?Voorzitter. De SGP pleit voor versterking van de Flex-e-regeling. Dieschept ruimte op het net voor elektrificatie. Wordt er ingezet opverbreding, zodat meer flexibiliteitsopties in aanmerking komen? Enwordt er gericht geïnvesteerd in het aanboren van onbenut potentieel watbetreft flexibiliteit bij grote aansluitingen, in combinatie met afsprakenmet de netbeheerder en een korting op het nettarief?Afvalcentrales hebben het voor de kiezen gekregen: meer afvalstoffenbe-lasting, meer CO2-heffing en minder terugsluis. Dat zet investeringen inbijvoorbeeld CO2-opslag onder grote druk, maar het is ook een aderlatingvoor recycling en de afzet van recyclaat. Omdat reststromen alsnoggestort en verbrand moeten worden, gaat die prijs ook omhoog. DeKamer heeft per motie gevraagd om een alternatieve invulling. Hoe wordtdit opgepakt?Dan kom ik bij een favoriet onderwerp van mij. Tijdens het laatstecommissiedebat over waterstof hebben we gesproken over de jaarver-plichting wat betreft groene waterstof voor ammoniakproductie. DeKamer heeft per motie gevraagd om een volledige vrijstelling. Die levertnamelijk geen CO2-winst en geen extra elektrolyse op, maar jaagt debetrokken bedrijven wel op extra kosten. Tijdens het debat heb ik gewezenop de kritiek van de Raad van State op de onderbouwing van de60%-vrijstelling: je moet het ofwel niet doen ofwel voor een volledigevrijstelling kiezen. Na het debat heb ik de Minister laten informeren overhet voorbeeld van België, waar specifieke installaties volledig zijnuitgezonderd van die verplichting. Daar heb ik nog geen reactie opontvangen, dus wellicht kan die in deze beantwoording terugkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31218 Wat is de inzet van het kabinet als het gaat om meer vraagcreatie? Alleende Europese Industrial Accelerator Act is niet voldoende. Die focust vooralop schone productie, made in Europe en economische veiligheid. Er ismeer nodig om de vraag naar onder meer groene chemie en groen staalte verhogen. Denk bijvoorbeeld aan bijmengverplichtingen. Hoe gaan debewindslieden er een schepje bovenop doen? Zetten zij in op verbredingnaar private vraagcreatie, naast groene aanbestedingen?Tot slot. Al die verduurzamingsprojecten en energie-infraprojecten zoudeneen lintje van de Europese Commissie moeten krijgen voor hun bijdrageaan de verlaging van de stikstofdeken. Waar blijven dan de noodzakelijkestikstofvrijstellingen? Dan bedoel ik niet op papier, maar in de praktijk.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Klos. Aan u het woord.De heer Klos (D66):Dank, voorzitter. Verduurzaming van de industrie was nog nooit zo urgent.De meest recente prijsschok stelt de industrie zwaar op de proef en isopnieuw het gevolg van onze fossiele afhankelijkheid. Mario Draghi lieteerder al zien dat hoge energieprijzen groei en investeringen onder-mijnen. Maar in dezelfde beweging ligt ook de oplossing klaar. Doorversneld te verduurzamen kan Europa energie goedkoper maken, nieuweindustrie opbouwen en minder afhankelijk worden van de rest van dewereld. De vraag is dus niet óf we de industrie moeten helpen maar hóé.Daarvoor hebben we drie instrumenten die samenwerken, de drie b’s:beprijzen, beschermen en, zoals ik het voor de gelegenheid maar noem,behoeftecreatie. Daar wil ik het vandaag over hebben.De industrie staat voor serieuze uitdagingen. De Minister schetst in haarbrief aan de Kamer terecht een aantal zorgen en D66 heeft daar oog voor,maar in de analyse van de brief wordt koolstofbeprijzing, het ETS dus, ookneergezet als onderdeel van het probleem. Daarmee wordt het paard weleen beetje achter de wagen gespannen: verduurzaming is niet hetprobleem, maar de oplossing. Kan de Minister toelichten wat zij bedoeltmet de aanpassingen binnen het ETS die zij voorstelt? Kan de Ministerhier bevestigen dat het pad naar nul emissierechten na 2024 overeindstaat?Beprijzen werkt alleen als we onze industrie beschermen tegen oneerlijkeconcurrentie van buiten. Met de Europese oplossing, CBAM, kan dat nogveel effectiever gedaan worden. De huidige opzet dekt nog niet allesectoren en biedt onvoldoende bescherming tegen indirecte emissie-kosten. Wat is nou de Nederlandse inzet op de versterking van CBAM,waar ik in de brief over lees, en hoe zorgen we ervoor dat onze groenechemie door CBAM wordt beschermd? De chemie raakt namelijk 96% vanalle in Nederland gefabriceerde producten, zo ongeveer alles van medicijntot trein. De WKR, de Wetenschappelijke Klimaatraad, noemt groenechemie expliciet als sector met een kansrijk toekomstperspectief. Wie dechemie verliest, verliest de basis onder vrijwel elke andere sector. Groenechemie wordt door het kabinet zelf benoemd als prioritaire groenmarkt enD66 is daar groot voorstander van. Juist in de chemie ligt de sleutel toteen circulaire economie, maar een visie alleen is niet genoeg. Die visiesliggen er wel, maar hoe worden die dan ook tot actie vertaald? Is deMinister bereid om de visie op duurzame chemie, zoals beschreven enbijgevoegd bij de brief, te verankeren in de eerstvolgende update van hetNationaal Programma Verduurzaming Industrie?De voorzitter:U krijgt daarover een vraag van de heer Flach.De heer Flach (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31219 Een perspectief van een groene industrie is, denk ik, prima; alleen, datvolgt op het blokje beprijzing. Mijn vraag aan de heer Klos is hoe we nuzorgen dat dat perspectief, dat nog vrij ver in de tijd ligt, niet helemaal uitbeeld raakt doordat je nu wel beprijzing toepast, maar er eigenlijkonvoldoende alternatieven zijn voor bedrijven om überhaupt tot eentransitie te komen, waardoor je ze eerder kwijtraakt dan dat je ze behoudten vergroent.De heer Klos (D66):Dit is een zeer terechte vraag en dit is volgens mij de kern van hetdilemma dat onder anderen Draghi, maar ook Wennink, in hun rapportenschetsen. We gaan naar verduurzaming, omdat dat op de lange termijnbeter is voor de industrie en omdat er wat dat betreft ook geen alternatiefis, maar dan moet je op de korte termijn wel een hobbel nemen die heelerg duur is. Dat moeten we volgens mij ook niet gaan ontkennen. Alssamenleving moeten we daar dus in investeren. Daar is D66, denk ik,helder over. Als je de industrie wil helpen naar een groen perspectiefmoet je daarin investeren, bijvoorbeeld via de maatwerkafspraken die wehebben, maar moet je ook de vraag naar de producten gaan creëren,omdat er anders geen toekomstig verdienmodel is. In de gouden driehoekvan dat beprijzen, dat beschermen door een muur op de Europese grenste zetten, en dat daadwerkelijk creëren van vraag naar die producten, kande groene industrie ook daadwerkelijk overleven in Nederland en inEuropa.De voorzitter:Bent u overtuigd, meneer Flach?De heer Flach (SGP):Ik hoor in ieder geval balans in het antwoord en daar ben ik blij mee. Ikbeluister dit ook als een oproep om terughoudend te zijn in het beprijzenwaar het eigenlijk geen doel heeft en om het echt in te zetten juist om deindustrie verder te helpen.De heer Klos (D66):Dit is volgens mij heel belangrijk, want als we gaan beprijzen met alsresultaat dat bedrijven rode cijfers schrijven en vervolgens niet kúnnenverduurzamen, heeft de beprijzing zijn effect niet behaald. Maar decombinatie van beprijzing, bescherming en steun, en dus ook vraag-creatie, zou moeten leiden tot een duurzaam verdienmodel.De voorzitter:Helemaal goed. De heer Flach heeft zojuist ook zijn vijfde interruptiegeplaatst. Ik stel voor dat u nog niet doorgaat met uw inbreng, meneerKlos. Ik heb eerst lid Kostic´ en daarna de heer Grinwis voor u op de lijn.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik blijf me toch verbazen over de oproepen om maar die oude fossieleindustrie te steunen, die jarenlang verzaakt heeft om zelf voldoende teinvesteren in de eigen toekomst, maar een wat mij betreft belangrijkevraag voor D66 is het volgende. We weten uit al die onderzoeken enadviezen, recent nog van PBL et cetera, dat je ook keuzes moet makenover wat je niet wil, want niet alles kan meer in Nederland. Dat is waar hetkabinet ook van wegblijft. Het kabinet zegt daar niks over. Eigenlijk bestaatdie rupsje-nooit-genoegmentaliteit nog steeds. We zeggen nog steeds:alles moet nog steeds kunnen in Nederland, misschien hier en daar watgroener. Maar er worden geen fundamentele keuzes gemaakt over «watdan niet meer». Er is gewoon onvoldoende ruimte. Mijn vraag aan D66 isdus of D66 bereid is om van die rupsje-nooit-genoegmentaliteit af teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31220 stappen en, zo ja, wat D66 dan kiest en welke industrie we dan inNederland niet meer willen.De heer Klos (D66):Ik denk inderdaad dat de Partij voor de Dieren en D66 in die zin verschillenin de opvatting over groene industrie dat wij zeggen dat je een groenetoekomst wil creëren mét de industrie. Dat is, denk ik, ook alleen maarurgenter geworden door wat we nu in de wereld zien gebeuren. We willenzelf onze spullen maken. We willen zelf strategisch autonoom zijn. Wewillen zelf strategisch relevant zijn. Dat betekent dat je je industrie nietmoet verjagen maar moet verduurzamen. Ik vind dat je daarvoor derandvoorwaarden moet creëren. Ik ben het wel met de Partij voor deDieren eens dat er vervolgens waarschijnlijk niet voor alle industrie plekzal zijn. Niet iedereen zal het binnen die randvoorwaarden, die heel goedzijn en waar wij als Nederland voor gaan zorgen, voor elkaar krijgen om teverduurzamen. Ik zou, met de Partij voor de Dieren, het kabinet willenvragen om eens vanuit die brede welvaart na te denken over de vraagwelke industrie voor Nederland het allerbelangrijkst is om op in te zetten;de Wetenschappelijke Klimaatraad roept daar ook toe op. Wat mij betreftmaken we vooral positieve keuzes; vandaar dat ik vandaag zo lang stilstabij de groene chemie die voor Nederland fantastisch belangrijk is.De voorzitter:We gaan nog even door naar twee collega’s. Allereerst is dat de heerGrinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Collega Klos sprak zijn – hoe zal ik het zeggen? – bezorgdheid uit over deaanpassingen, waar het kabinet in dreigt mee te gaan, met betrekking tothet ETS-systeem, de hoeksteen van het Europese klimaatbeleid. Je zagdat de nationale CO2-heffing hier werd afgeschaft; dat sloeg een gat in debusinesscase van een aantal bedrijven waar maatwerkafspraken meeworden gemaakt, maar dat is natuurlijk in veel extremere mate aan deorde als ETS inderdaad op de helling gaat of in ieder geval deels wordtvertraagd en er meer ruimte komt voor uitstoot en de beprijzing dusminder wordt.De voorzitter:Uw vraag?De heer Grinwis (ChristenUnie):Van welke wijzigingen in CBAM en vooral het ETS-systeem vindt deD66-fractie het wél acceptabel als het kabinet daarmee de boer op zougaan en van welke wijzigingen niet? Wat is daarin exact de ondergrensvoor D66? Dit is namelijk wel een belangrijke zorg, juist ook voor deverduurzaming van onze industrie.De heer Klos (D66):Ik denk dat ik hier heel simpel over kan zijn. Als er wijzigingen in ETSplaatsvinden, dan zouden ze erop moeten zien dat die verduurzaming welplaatsvindt, dat die voorspelbaar plaatsvindt en dat die plaatsvindt op demanier waarop we het in 2005, toen we die wet hebben gemaakt, metelkaar hebben afgesproken. Dat is het meest succesvolle marktinstrumentvoor de verduurzaming van de industrie ter wereld. Daarmee is deindustriële uitstoot in de afgelopen twintig jaar gehalveerd. Hetuitgangspunt voor mij is dat áls er aanpassingen – ik betwijfel of die nodigzijn – komen, die aanpassingen de verduurzaming in de hand moetenwerken, omdat die niet het probleem zijn voor de industrie, maar deoplossing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31221 De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank. Dat is in abstracto, maar elke aanpassing die leidt tot meer ruimtevoor rechten in het systeem heeft waarschijnlijk, al is het maar vanuitpsychologisch oogpunt, een drukkend effect op de prijs van CO2-rechten,van ETS-rechten, op de Europese markt. Zo’n aanpassing slaat dus eenpotentieel gat in de businesscases om te verduurzamen. Wat zegt de heerKlos dus nou precies? Het mag niet leiden tot een andere prijsvorming? Ikprobeer een beetje grip te krijgen op wat die abstractie in het antwoord inconcreetheid betekent.De voorzitter:De vraag is of u nog iets concreter kunt worden.De heer Klos (D66):Ik pleit dus niet voor dit soort aanpassingen. Misschien begrijp ik de vraagvan de heer Grinwis verkeerd, maar ik pleit niet voor een aanpassing diede prijs zo verandert dat die een gat slaat in de businesscase vanNederlandse bedrijven die de vergroening realiseren. Sterker nog, ik maakme er zorgen over.De voorzitter:Volgens mij heeft u dan nog een laatste interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):De heer Klos zegt dus dat we bij de groene industrie moeten bepalenwelke industrie het allerbelangrijkste is. Dat is nog net niet helemaal decommunistische planeconomie die de Partij voor de Dieren voorstelt,maar het begint wel in de buurt te komen.De voorzitter:Meneer Vermeer, wilt u andere partijen een klein beetje buiten schot latenbij het stellen van uw vraag aan de heer Klos?De heer Vermeer (BBB):O? Dat had te maken met een interruptie die die twee partijen hadden, dusik vind dat heel relevant. Daar mag ik gewoon een kwalificatie aan geven,ook al bent u daar misschien niet blij mee.De voorzitter:Ik zou dan een beetje op letten wélke kwalificatie u daaraan geeft, maarhet is prima om terug te grijpen op eerdere discussies.De heer Vermeer (BBB):Oké. Het was niet persoonlijk. Ik heb geprobeerd dat strikt ideologisch tedoen.De voorzitter:Helemaal goed.De heer Vermeer (BBB):De heer Klos stelt de vraag welke industrie dan het allerbelangrijkste is.Maar welke criteria hanteert D66 dan om te bepalen wat voor Nederlandbelangrijk is?De heer Klos (D66):Dat is een terechte vraag. Ik denk dat de Wetenschappelijke Klimaatraaddaar een best wel goede aanzet voor heeft gegeven. Voor zowelNederland als Europa moet je niet alleen werkgelegenheid wegen – dat iserg belangrijk – en ook niet alleen vergroeningspotentieel en of het in detoekomst een businesscase heeft. Je moet ook wegen of het bijdraagt aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31222 de strategische relevantie van ons land en of we er als maatschappijprofijt van hebben op het gebied van de verbetering van de gezondheid.Dat element is met name in het debat over Tata Steel naar vorengekomen. We hebben samen besloten dat we het belangrijk vinden omvoort te gaan met zo’n maatwerkafspraak, juist in het kader van de bredewelvaart van Nederland en Europa.De voorzitter:Een vervolgvraag.De heer Vermeer (BBB):Goed dat de heer Klus aangeeft dat het een bredere afweging moet zijn endat niet alleen klimaat hier een rol moet spelen. Wil de heer Klus dan ookde CO2-footprint van de Nederlandse consument meenemen? Een bedrijfhier laten verdwijnen en naar het buitenland verplaatsen, werkt namelijkvaak averechts op de CO2-footprint van de Nederlandse consument. Hoekijkt D66 daarnaar?De voorzitter:Het is overigens «de heer Klos», geef ik u nog een keer mee. Kangebeuren.De heer Klos (D66):Het is voor D66 een belangrijk uitgangspunt – dus dank voor deze vraag –dat Nederland ook internationaal verantwoordelijkheid neemt. We zijn eenrijk land, dat vooroploopt met allerlei innovatieve technologieën. Wehebben de wil om te vergroenen. We hebben ambitieus klimaatbeleid.Laten we dan ook in ons land verantwoordelijkheid nemen voor devergroening van een aantal van de processen die nu nog vervuilend zijn.We moeten niet alleen maar zeggen, als een soort wensdroom: als we aldie fabrieken maar gewoon het land uit doen, is het goed. Dan hebben wehet in Nederland goed geregeld, maar zijn we wel afhankelijk van deAmerikanen en de Chinezen. Daar hebben we ook niks aan.De voorzitter:Ik stel voor dat we nog een laatste interruptie doen op dit moment. Dankunt u daarna weer verder met uw inbreng, meneer Klos. Ik zag namelijkook een vinger van mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoor D66 een heel pleidooi houden over de industrie van de toekomst.Het is een heel positief verhaal. Tegelijkertijd zien we ook dat een helehoop subsidies aflopen en dat de investeringsbank marktconform moetgaan investeren. Ik vroeg me dus eigenlijk af wanneer D66 Eelco Heineneens aan zijn jasje ging trekken om er ook de juiste financieringsmiddelenvoor beschikbaar te stellen.De heer Klos (D66):Ik kijk even naar rechts, naar mijn collega van de VVD, om te zien of datgoed is! Ik wil hem iedere dag aan zijn jasje trekken, natuurlijk. Waaromniet?De voorzitter:Dat antwoord zag u misschien niet aankomen, mevrouw Van Oosterhoutmaar het is wel het antwoord dat de heer Klos u geeft. U kunt verder metuw inbreng, meneer Klos.De heer Klos (D66):Dank, voorzitter. Beprijzen en beschermen werkt, maar bedrijven hebbenhulp nodig om de transitie door te komen. Het positieve voorbeeld is Yara.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31223 30 miljoen euro publieke steun maakte een investering van bijna 200miljoen euro los. Dat is goed voor 0,8 megaton CO2-reductie per jaar. Diehefboom werkt.Maar het is in vier jaar de enige uitbetaalde maatwerksubsidie. Hoe gaatde Minister zorgen voor een versnelling van de maatwerkafspraken? Is zijbereid om duidelijke tijdslijnen vast te leggen? Wanneer verwacht deMinister de eerste clustermaatwerkafspraak te kunnen sluiten? Volgens debrief zijn die misschien ook wel ingewikkeld.Het kabinet reserveert tot een miljard per jaar voor compensatie vanelektriciteitskosten. Dat steunen wij. Maar het CPB en het PBLwaarschuwen dat onvoorwaardelijke compensatie de uitstoot juist kanvergroten. Kan de Minister dus toezeggen dat deze middelen wordengekoppeld aan concrete verduurzamingsstappen? Zo wordt de envelopeen investering in de transitie en niet het omgekeerde.De voorzitter:U krijgt daar een vraag over van mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Ik begrijp uw oproep goed, meneer Klos. Tegelijkertijd hebben we deenvelop natuurlijk wel ingesteld omdat we ervoor willen waken dat ergeen level playing field is tussen de verschillende landen om ons heen,waarbij de elektriciteitsprijzen in Duitsland en België gewoon van een heleandere orde zijn. De envelop is dus echt bedoeld om ervoor te zorgen datNederlandse bedrijven hier kunnen blijven en dat er een level playing fieldis binnen Europa. Dat draagt er natuurlijk aan bij dat deze bedrijven deverduurzaming kunnen meemaken en dat ze kunnen overstappen opelektriciteit.De voorzitter:Uw vraag.Mevrouw Müller (VVD):Ik snap uw oproep dus. Tegelijkertijd zou ik ook willen uitdrukken dat menvoorzichtig moet zijn met het stellen van te strikte voorwaarden. Dat doeik ook richting het kabinet. Het is namelijk juist de bedoeling om een levelplaying field te organiseren.De heer Klos (D66):De analyse van dit betoog kan ik goed volgen. Zodra je de elektriciteits-kosten naar beneden brengt, ontstaat er ook ruimte en lucht voorbedrijven om te investeren in de verduurzaming. Tegelijkertijd doe ik hierook helemaal niet zo’n revolutionair voorstel. Binnen de IKC hebben wenamelijk al geregeld dat de helft geïnvesteerd moet worden in verduur-zaming. Daarmee ga ik terug naar de kern van mijn betoog: verduur-zaming is de oplossing, niet het probleem. Voor bedrijven in Nederland enEuropa kan het in feite niet snel genoeg gaan dat we onafhankelijkworden van de prijsschokken als gevolg van geopolitieke omwentelingendie we nu steeds zien. Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn met hetbieden van generieke steun die de uitstoot verhoogt, maar ook vangenerieke steun die geen verandering afdwingt. Anders komen we overeen paar jaar namelijk weer in hetzelfde parket.De voorzitter:De antwoorden mogen ietsjes korter. U heeft namelijk nog twee vragengekregen. Allereerst die van mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):De interruptie van de VVD triggerde mij een beetje. Wat betreft een gelijkspeelveld zien we dat Duitsland juist voorwaarden stelt aan zo’n envelop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31224 Daarover gaat mijn vraag richting D66. Hoe kijkt de heer Klos naar dezeDuitse voorwaarden? Hoe kijkt de heer Klos naar mijn voorstel ombijvoorbeeld de energiebesparingsplicht hieraan te koppelen?De heer Klos (D66):Ik weet niet precies wat ze in Duitsland doen, maar dat vind ik welverstandig. Ik hoorde eerder in het debat dat mevrouw Van Oosterhouthet wil koppelen aan de energiebesparingsplicht. Dat vond ik eigenlijk welslim. De beste manier om onafhankelijk te worden van energie die weanders moeten importeren en die door de Straat van Hormuz moet, is omer minder van te gebruiken. Ik vind dat dus eigenlijk best een slimmesuggestie.De voorzitter:Mooi. U heeft zojuist uw vijfde interruptie ingezet, mevrouw VanOosterhout, dus we gaan naar de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Ik moet zeggen: mijn klomp breekt wel aardig als ik dit verhaal zo hoor. Ikhoor de heer Klos zeggen dat verduurzaming moet en heel belangrijk is.Maar het gaat hier om de envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs. Hetbetreft dus bedrijven die, zeker in de visie van de heer Klos van D66, al zijnovergestapt op elektriciteit. Dat is dus goed. Het probleem is simpelwegdat we soms dubbele kosten hebben ten opzichte van het buitenland,bijvoorbeeld Duitsland en België. Daar krijgen de bedrijven dan eentegemoetkoming voor, zodat ze hun duurzame activiteiten hier inNederland kunnen voortzetten. Nou hoor ik allerlei zaken over deenergiebesparingsplicht, maar volgens mij missen we het hele punt alswe het zo bespreken. Het gaat juist om duurzame bedrijven. Die moetenwe tegemoetkomen.De heer Klos (D66):Het goeie is dat een groot deel van de elektriciteit in Nederland zelfs groenis. Het aanjagen van meer elektriciteitsgebruik lijkt me dus heelverstandig. Tegelijkertijd denk ik, over een brekende klomp gesproken, datwe niet afhankelijk moeten blijven van gas en olie, van fossiel. Uiteindelijkmoeten we namelijk naar een verduurzaamde wereld waarin de industriegroen is. Anders zal die gewoon simpelweg niet kunnen bestaan. Als weJA21 zo ver kunnen krijgen om dat te ondersteunen, kan ik ook best eendeel meegaan in uw betoog, meneer Van den Berg.De voorzitter:Daar zullen we op een later moment achter komen. De heer Van den Bergis op dit moment door zijn interrupties heen. Ik stel voor dat u richting eenafronding van uw betoog gaat, meneer Klos.De heer Klos (D66):Dat is goed, voorzitter. Je kunt beprijzen, beschermen en ondersteunen,maar zonder vraag naar groene producten is er geen verdienmodel. Daarhadden we het eerder al over. De Industrial Accelerator Act biedt hier eenkans. Het kabinet geeft zelf aan dat het voorstel niet ver genoeg gaat: dechemie ontbreekt, labels moeten verplicht worden en de reikwijdte moetbreder. Dat steun ik van harte. Maar welke concrete vraagcreatiemaatre-gelen voor de chemiesector heeft Nederland binnen de IndustrialAccelerator Act voor ogen? Wat kunnen we nationaal nou nog extra doenom de vraag naar groene producten te stimuleren?Beprijzen, beschermen en behoeftecreatie: de drie b’s. Als die drie op ordezijn, heeft de Nederlandse industrie een toekomst – niet ondanks deverduurzaming, maar dankzij.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31225 De voorzitter:Mooi, dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis voor zijn inbreng.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Wie weleens in het havengebied van Rotterdam isgeweest, kan niet anders dan onder de indruk zijn van alle bedrijvigheiden industriële activiteit die daar plaatsvindt. «40 kilometer aan industrieelgenot» noemde ik het vorige week in het commissiedebat. Dat wasgeïnspireerd door oud-Minister Eric Wiebes. Industrie is voor Nederlandecht heel belangrijk, voor banen, voor onze economie en voor strate-gische autonomie.Maar, zo weten we allemaal, het industriegebied staat onder grote druk.De chemiesector heeft het zwaar. Dat was al lang voordat de crisis in deStraat van Hormuz en daaromheen uitbrak zo. Er zijn noodkreten alom. Enmede daarom deed ik de oproep tot een – met dank aan collega Flachvoor de naam – Gerard Cox-deal: een gezamenlijke, publiek-privateinvesteringsdeal in het belang van de hele regio. Misschien weet u hetnog, meneer Flach, u interrumpeerde mij toen ik over Lee Towers begon.Dat was natuurlijk geïnspireerd op de Beethoven-deal met AML en deregio Eindhoven. Daarvoor pleit ik omdat we moeten voorkomen dat weblijven haken in een soort refrein van «toen was industrie nog heelgewoon». Laten we het er alsjeblieft niet bij laten dat het toen heelgewoon was. Het moet ook in de toekomst heel gewoon zijn. Inderdaad, ikval collega Flach bij: liever groen hier dan grijs elders.Hoe staat het eigenlijk met de gesprekken over deze publiek-privateinvesteringsdeal, vraag ik de Minister. De voorganger heeft toegezegd omin het kader van die hele NOVEX-samenwerking daarover in gesprek tegaan, maar de voorganger van deze Minister was nog niet zover dat erecht een publiek-private investeringsdeal zou komen. Ik hoop dat ditkabinet daar een stapje verder in wil gaan. Ik lees in het coalitieakkoorddat er ook voor dit cluster een nationale ruimtelijke economische strategiewordt opgesteld, maar wat wordt hier nou precies mee bedoeld? Extrageld wordt er niet voor uitgetrokken. Is het niet gewoon nodig dat het Rijksamen met de gemeenten, de regio en private partijen de portemonneetrekt voor een mooie clusterdeal met oplossingen voor bijvoorbeeldhuisvesting, netcongestie, vervoer et cetera?Voorzitter. Wat voor Rotterdam geldt, geldt ook breder voor Nederland.Onze industrie is geen gegeven en verduurzaming verloopt zeermoeizaam. Randvoorwaarden voor verduurzaming zijn niet op orde. Debasis is een Europese aanpak. Vorige week vroeg ik al naar de conse-quenties van aanpassingen aan ETS. Aanpassingen kunnen flinkeconsequenties hebben voor de businesscase van verduurzaming in deindustrie. Ik bevroeg collega Klos er al over. De aanleiding daarvoor is eenwat cryptische zin in de brief van het kabinet van 10 april over aanpas-singen in CBAM, de beschermingswal rondom Europa die er wel staal inheeft, maar de auto niet. Daaraan valt nog wel wat te verbeteren. Als hetkabinet dat bedoelt, val ik het daarin bij. Maar aanpassingen in ETS: hoezoeigenlijk en welke dan en welke niet? Ik ben heel benieuwd. Ik hoor daargraag een duidelijke reactie op. Vorige week in het debat over Tata ginghet allemaal wat kort en snel, nu kan het misschien wat grondiger en kanhet kabinet de zorgen van collega Klos en mij misschien wegnemen.Voorzitter, over de maatwerkafspraken. De adviescommissie geeftwaardevolle adviezen. Ik lees er in de Kamerbrief wat over, maar geenregelrechte omarming van deze adviezen. Waarom niet? Is dat omdat ergeen financiële ruimte is in het coalitieakkoord? Kan de Minister preciezeraangeven hoe ze opvolging geeft aan deze adviezen?Vraagcreatie kan ambitieuzer – een aantal collega’s begonnen daar al over– met de uitbreiding naar meer industriële sectoren en ook meer inzet opprivate vraagcreatie, naast enkel de publieke route. Op welke manier is dekabinetsinzet hierop gericht? Er liggen een aantal mooie moties. WordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31226 aanbestedingen bij Defensie ook zo ingericht? Collega Oosterhout vroegdaar ook al naar.De voorzitter:Voordat u verdergaat geef ik het woord aan de heer Vermeer, die eenvraag aan u heeft.De heer Vermeer (BBB):Ook de heer Klos begon al over behoeftecreatie. Hij bedoelde natuurlijkvraagcreatie, maar het moest met een b beginnen. Ook de heer Grinwisheeft het hierover. Hoe ziet hij dat voor zich in onze wereldeconomie?De voorzitter:Dat is een gevaarlijke vraag, hoe ziet u dat voor zich? Graag een beknoptantwoord, zou ik richting de heer Grinwis willen zeggen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dit is inderdaad een vraag die een bredere beschouwing verdient, maar ikzal het kort houden. Ik ben er heel erg van overtuigd dat duwen tegen eentouwtje niet zinvol is. Dat hebben we bij de biologische landbouw heellang gedaan door omschakelsubsidies en zo te geven. Maar als er geenvraag tot stand komt, heb je niks aan duwen tegen een touwtje. Je hebt erniks aan om allerlei investeringssubsidies aan industrieën te geven dieuiteindelijk met hun businesscase zitten die niet uit kan omdat hunproducten niet worden verkocht. Dat is inderdaad ingewikkeld teorganiseren in een open economie, een wereldeconomie. Tegelijkertijdzijn er wel kansen, ten eerste in Europa. Die beschermingswal van CBAMmoet dan wel goed gaan werken en dus niet alleen zien op basismate-rialen. Je kunt ook eisen stellen, bijvoorbeeld: een auto die in Europawordt verkocht, moet zoveel procent van dit soort staal bevatten. Dat iseven een concreet voorbeeld, maar het gaat erom dat je Europees op eenslimme manier een beetje normerend optreedt met elkaar. Anders heefthet geen zin om hier te verduurzamen.Ten tweede.De voorzitter:Heel mooi.De heer Grinwis (ChristenUnie):De overheid kan als launching customer... Daarom mijn vraag of Defensiehierin ook een belangrijke rol speelt. We geven als overheid jaarlijksimmers tot wel 100 miljard uit aan allerlei investeringen en aankopen endaar kun je ook mee sturen. Hier laat ik het even bij, voorzitter.De voorzitter:U had een nuttige toevoeging. Die is uiteraard toegestaan. U heeft eenhele dappere poging gedaan om het kort te houden; wat mij betreft eengeslaagde poging.De heer Vermeer (BBB):Bedankt voor in ieder geval het begin van een antwoord. Morgenmiddaghoop ik mensen uit de defensie-industrie te spreken over waarom diebedrijven toch niet naar Nederland komen, ook al is er wel vraag en is ergeld. Welke andere redenen zijn er dan? Ik ben ook wel getriggerd doorwat de heer Grinwis zegt over CBAM, namelijk dat het niet volledig is.Maar moeten wij niet gewoon de basisregel hanteren dat we verbiedenom te importeren wat we hier niet mogen produceren? Dan is allediscussie weg. Dat kunnen we doen voor alle producten: rond gewas-bescherming, rond voedsel. We doen het al bij textiel: we willen geentextiel waarbij kinderarbeid is betrokken. Laten we dit breed doortrekken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31227 Dat is volgens mij de enige manier om een level playing field te creëren. Isde heer Grinwis dat met mij eens?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat ben ik zeer met collega Vermeer eens. Dat is een heel helder principeen ook een principe dat ik kan bijvallen. Alleen, het is niet zo eenvoudig teorganiseren. Daarom zijn wij net als de BBB ook altijd kritisch geweest ophet aspect van landbouw in het Mercosur-verdrag. Het kan niet zo zijn datje hier allerlei soorten vlees kunt importeren terwijl de productiestan-daarden daar lager zijn qua milieueisen en dierenwelzijnseisen dan hier inEuropa. Dus ja, dat zou een heel goed leitmotiv zijn als ons kabinet naarBrussel gaat om daar beleid af te spreken. Tegelijkertijd is het nieteenvoudig, dat weet de heer Vermeer ook. Voor je het weet bestellenburgers immers toch rechtstreeks een product op een of andere Chinesewebsite dat je hier liever niet zou willen hebben. Organiseer dat maareens. Daarom hebben we natuurlijk ook een beetje belasting op pakketjesgekregen in Europa. Hoe dan ook, hier is veel meer over te zeggen, maarhet principe val ik bij.De voorzitter:Dank u wel voor dat antwoord. De heer Vermeer heeft zojuist zijn vijfdeinterruptie gehad. U heeft er daarmee nog een over, meneer Vermeer.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nou meneer Vermeer, u mag nog een vraag stellen, wees welkom.Ik was bij de chemiesector. De Europese Commissie neemt terechtmaatregelen om de staalsector te beschermen. Dumping vanuit Azië isvoor chemie echter net zo’n groot probleem, naast bijvoorbeeld de hogeenergieprijzen. Waarom heeft de Europese Commissie niet net zulkestevige maatregelen getroffen wat chemie betreft? Waarom de IKC eenjaar naar achteren? Dat is in dit kader ook een vervelende stap.Over Flex-e XL, waarbij bedrijven subsidie ontvangen voor het bieden vanflexibiliteit. In de kabinetsbrief lees ik dat er bijna 200 miljoen nodig isvoor 2027 tot en met 2030 en dat hiervoor geld is gereserveerd in hetKlimaat- en energiefonds, maar waarop is die inschatting gebaseerd? Inhet rapport Kantelpunt voor klimaat en industrie wordt een bedrag vanjaarlijks 125 miljoen euro genoemd. Om tempo te maken zou het goed zijnom dat geld zo vroeg mogelijk in te zetten en niet evenredig te verdelenover de jaren. Kan de Minister dat toezeggen?De voorzitter:Dank voor deze vraag. U bent door de spreektijd heen, dus zou ik u willenvragen om tot een afronding te komen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, voorzitter. Ik wilde nog waarschuwen tegen stranded assets en vragenof de reactie op Kiezen of verliezen wel scherp genoeg is. Ook wilde ikvragen om een reactie op de zorgen die er zijn over cluster 6 en hetregionaal beleg daarvan, maar volgens mij heeft collega Jumelet daar ookal wat over gezegd. Die zorgen val ik bij.Tot zover, dank u wel.De voorzitter:Helemaal goed, dank u wel. Dan gaan we door naar de inbreng van deheer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Dank u wel, voorzitter. Vorige week ging het over Tata en vandaag gaat hetover de vraag wat erachter ligt: over de vraag of Nederland nog wel zelfwil maken, zelf wil verdienen en zelf wil verduurzamen. Want laten weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31228 eerlijk zijn, dit debat gaat allang niet meer alleen over die tonnen CO2. Ditdebat gaat over banen, over leveringszekerheid, over strategischeautonomie en over de vraag of wij nog serieus industriebeleid voeren ofalleen nog achteruitkijken als fabrieken stilvallen. Juist voor cluster 6 isdat geen theoretisch verhaal. Het gaat om ongeveer 450 bedrijven, goedvoor 210.000 banen in de regio en ongeveer 125 miljard euro omzet perjaar. Dat is niet een of andere marge van de economie, dat is eenwezenlijk deel van onze industriële ruggengraat.Voorzitter. Tegelijkertijd moeten we de feiten onder ogen zien. Verduur-zaming an sich is natuurlijk goed om te doen. Dat deelt ieder mens metverstand. Het gaat om houdbaarheid, om lange termijn, maar natuurlijkwel zonder jezelf economisch op te hangen, zoals een zekere partij hiernet al suggereerde. Maar wat zien we nu? Een kabinet dat zelf spreektover een perfect storm van hoge energieprijzen, oneerlijke concurrentieen uitblijvende investeringen. Een kabinet dat zegt dat concurrentiever-mogen, verduurzaming en weerbaarheid hand in hand moeten gaan.Maar woorden zijn nog geen vergunning, woorden betekenen niet eenaansluiting op het netwerk en woorden zijn al helemaal geen betaalbarestroom. Neem de IKC-regeling voor ETS. Het kabinet zegt dat het deelektriciteitskosten wil verlagen en trekt daar ook geld voor uit. Het breidtde regeling uit naar 22 extra subsectoren, maar tegelijkertijd schrijft hetkabinet zelf dat de uitbetaling van de komende twee openstellingsrondesenkele maanden – ik hoor zelfs: een jaar – later komt door uitvoeringspro-blemen bij de RVO. En juist sectoren zoals de chemie, die al jaren onderdruk staan, moeten dan maar wachten. Dit is echt onacceptabel, echtonacceptabel. Wat zijn de concrete gevolgen van dit uitstel voor deliquiditeit, investeringen en concurrentiekracht van bedrijven die nu al ophun tenen lopen? Hoe kijkt de regering naar de regionale dan wellandelijke coördinatie van cluster 6-bedrijven? Is de huidige landelijkeopzet de juiste, of zijn er andere denkrichtingen?Voorzitter, dan cluster 6. Het kabinet schrijft dat voor veel cluster6-bedrijven elektrificatie logisch is, en waar dat niet kan waterstof ofbiogas. We gaan het zien. Hetzelfde kabinet schrijft er echter meteenachteraan dat juist deze bedrijven vaak tegen hoge investeringskostenvoor netverzwaring aan lopen, omdat ze relatief ver van een onderstationzitten. Met andere woorden, de route op papier is bekend, maar in depraktijk loopt het vast op infrastructuur en kosten.Dan kom ik maar meteen op een punt dat in dit debat te makkelijk wordtweggewuifd maar voor de regionale industrie keiharde realiteit is,namelijk leveringszekerheid. Niet uit nostalgie, niet uit terugverlangennaar vroeger of als oliemannetje, maar uit nuchterheid de vraag hoe jevoorkomt dat bedrijven die niet van vandaag op morgen kunnenelektrificeren of op andere elektrische energiedragers kunnen inzetten, inde tussentijd worden vermorzeld door geopolitiek, door prijsschokken endoor aanvoerproblemen. De Gasunie was daar kortgeleden heel helderover: Nederland is bij een maandenlange verstoring van de gasaanvoerkwetsbaar. Daarom adviseert GTS om de bestaande gasopslagenoperationeel te houden, een strategische noodvoorraad aan te leggen ente onderzoeken welk deel van het kussengas daarvoor kan wordeningezet. Ze noemen grote getallen die we bij de opslag kunnenaanhouden met als doel voor de komende winter een noodvoorraad tehebben.Voorzitter. Dat is precies de lijn die hier ontbreekt. Voor cluster 6 heb jegeen ideologische energiepolitiek nodig maar een volgorde: eerstweerbaarheid waar dat moet en daarna vervanging waar dat kan. Mijnvraag aan het kabinet is dan ook: is het kabinet bereid om in cluster 6expliciet te betrekken welke bedrijven en ketens voorlopig nog gasafhan-kelijk zijn, zodat leveringszekerheid en vorming van een strategischereserve onderdeel worden van serieus industriebeleid? Ook zegt hetkabinet in te willen zetten op het verlagen van de elektriciteitskosten. HoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31229 is het kabinet dit concreet van plan? Hoe voorkomen we dat hogereaansluitkosten weer leiden tot extra kosten voor de bedrijven?Dan ga ik even wat skippen. Ik ga naar mijn punt over kernenergie. Destructurele uitweg uit deze kwetsbaarheid is niet dat we cluster 6 nogdecennialang aan onzeker en duur gas laten hangen. De structureleuitweg is stabiele, CO2-arme basislast en daar komt kernenergie in beeld.Die tackelt heel precies wat nodig is voor precies hetzelfde probleem:gebrek aan voorspelbare energie, gebrek aan leveringszekerheid engebrek aan industriële ruggengraat. De Kamer heeft niet voor niets eenmotie van mij en collega Flach over een versnellingsagenda met mijlpalenaangenomen voor SMR’s. Er was ook een motie over first-of-a-kind-SMR-technologieën en een over synergie en vlootverband. Die zijn in maartaangenomen. Concreet: wanneer gaat het kabinet die lijn nu eindelijkbehandelen als serieus industriebeleid?De voorzitter:Meneer Van den Berg... Excuus.De heer Van den Berg (JA21):Mag ik de zin afmaken?De voorzitter:Ja, dat wilde ik aan u vragen.De heer Van den Berg (JA21):Ik ga afronden, ja. Ik weet dat er een herijking komt van de SMR-strategie,maar ik zou het kabinet toch om een beetje meer actie willen vragen,oftewel: aan de slag!Ik dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Vermeer, aan u het laatste woord.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. We kunnen de verzorgingsstaat niet onderhoudenmet alleen de belastinginkomsten van accountants, politici enboswachters. De industrie is een onmisbare schakel in het verdienver-mogen van Nederland. Dat moeten we koesteren, versterken en niet kapotreguleren, wat de BBB betreft. Onze industrie zit in zwaar weer en hetkabinet spreekt in een brief aan de Kamer van afgelopen vrijdag zelfs overeen «perfect storm». U weet hoe dat afloopt. Hoge energieprijzen, eenongelijk speelveld met concurrerende landen en COi-heffingen raken deindustrie zo hard dat investeringen uitblijven en bedrijven vertrekken uitNederland. Daar mogen we ons absoluut niet bij neerleggen, wat BBBbetreft. Moeilijke tijden vragen om duidelijke keuzes en stabiele randvoor-waarden. De heer Flach noemde de uitgestelde betaling van deIKC-gelden al. Er zijn uitvoeringsproblemen, maar daar hoef ik ook nietmee aan te komen als ik een blauwe envelop van de Belastingdienst krijgof een paarse van het CJIB.Netcongestie. De randvoorwaarden voor een sterke industrie zijnmomenteel niet op orde. Daarover zijn alle partijen het eens. Meer dan14.000 bedrijven staan nog in de wachtrij voor een stroomaansluiting. Danis het logisch dat bedrijven achter hun oren krabben en twijfelen of ze welin Nederland moeten investeren. We hebben daar volgende week eendebat over. Dan zullen we er nader op terugkomen.Een aantal maanden geleden sprak deze commissie over de nationaleSMR-strategie. BBB had graag meer urgentie gezien bij het kabinet, maarhet is een grote stap vooruit dat er nu een gedragen visie ligt. In detussentijd zijn er een aantal rapporten verschenen waarin wordt onder-bouwd dat SMR’s met name kansen bieden voor de energie-intensieveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31230 industrie. Hoe ziet de Staatssecretaris deze kansen? Deelt hij de meningvan BBB dat het wenselijk is deze mogelijkheden verder te onderzoekenop concrete toepassingen? Kan dat ook meegenomen worden in demaatwerkafspraken met bedrijven?De nationale koppen op Europees beleid. BBB is altijd van meninggeweest dat Nederland geen nationale koppen moet stapelen opEuropese wetgeving. De COi-heffing was daar al een pijnlijk duidelijkvoorbeeld van. Een industrie die extra wordt belast, ook met netwerk-kosten, terwijl concurrenten over de grens dat niet worden, vermindertgeen uitstoot, maar verplaatst banen. Hoe borgt het kabinet dat deNederlandse industrie niet structureel op achterstand wordt gezet tenopzichte van de Europese concurrentie? Een aantal mensen vertelden mijdat ze signalen hadden gekregen dat het ministerie overweegt om testoppen met de cluster 6-aanpak in de regio’s en dit voortaan over te latenaan de provincies. Dat zou betekenen dat de regionale industrie voortaanniet meer aan tafel zit bij het bepalen van nationaal beleid. Dat is wat BBBbetreft onacceptabel. Daarom vraag ik de Staatssecretaris of de regionaleindustrie op de kaart blijft en of het kabinet doorgaat met de cluster6-aanpak van de afgelopen jaren. Kan zij de geruchten ontzenuwen?Voorzitter. In elke inbreng die ik namens BBB over klimaat doe, benoem ikde drie belangrijkste pijlers van beleid. Dat zijn geen drie b’s, maar ze zijnwel belangrijk: haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Maar wemoeten toch constateren dat die drie pijlers momenteel ontbreken in hethuidige industriebeleid. Voor BBB is de prioriteit helder: het verdienver-mogen van Nederland behouden, betekent de industrie versterken. Wijwillen een sterke industrie in Nederland faciliteren, niet door alles bij hetoude te laten, maar door verstandige prioriteiten te stellen. We moeteneerst zorgen voor de randvoorwaarden, voordat we weer met nieuweeisen komen. Dat is geen vertraging, maar realisme.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze eerstetermijn. Dank aan alle leden voor hun inbreng. We gaan straks over tot debeantwoording door Onze Minister en Staatssecretaris. Ik check het evenbij de Minister, maar ik heb al een vermoeden. Ik zou het voorstel willendoen om om 12.00 uur weer verder te gaan. Mijn vraag is uiteraard: gaat udat redden? Kunnen we dat op die manier afspreken?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Voorzitter, heel veel dank. Dat zou ook fijn zijn omdat we dan even samenaf kunnen stemmen wie wat doet. Dan stel ik voor dat we straks aan hetbegin ook even helder maken voor u wie welke vraag zal beantwoorden,zodat het ook voor uw Kamer helder is.De voorzitter:Dat is heel prettig. Dan schors ik de vergadering hierbij tot 12.00 uur. Danku wel.De vergadering wordt van 11.33 uur tot 12.04 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag en welkom terug bij dit commissiedebat. We gaanbeginnen met de beantwoording vanuit het kabinet, vanuit de Minister ende Staatssecretaris. Ik geef graag het woord aan de Minister.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dank u wel, voorzitter. Dank aan uw Kamer voor alle vragen. Ik zal debeantwoording in een aantal blokjes doen. Na een algemene inleiding hebik het mapje vestigingsklimaat, waarin ik inga op de IKC, de enveloppenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31231 en de CO2-heffing. In het tweede blokje zal ik ingaan op de Europesecontext. Dit heeft natuurlijk veel te maken met het vestigingsklimaat, maardan kijken we naar de Europese context. Met name over ETS zijn eenaantal vragen gesteld. Daarna zeg ik iets over de nieuwe industrie. Mijnvierde en laatste blokje is: overig. Daar zitten ook vragen in over hetenergiesysteem en over klimaat. Dat is dus het blokje overig. De Staatsse-cretaris gaat in op twee hoofdonderwerpen. Hij heeft een blokje over demaatwerkafspraken en de clusteraanpak, waar velen van u vragen overhebben gesteld, en een over de randvoorwaarden in het algemeen.Voorzitter, als we het zo kunnen doen, ga ik beginnen. Ik hoor graag of ude interrupties aan het einde van elk blokje wil of anderszins. Ik ben in uwhanden, uiteraard.De voorzitter:Helemaal goed. Er zijn inderdaad flink wat blokjes en we hebben tweebewindspersonen. Ik zou dus willen voorstellen om telkens het blokje af tewachten voordat we met vragen komen. Ik wil ieder lid vier interruptiesaanbieden om vragen te stellen.Ik heb tot slot een korte mededeling. Ik moet zelf helaas om 13.30 uurweg. Wellicht zijn we dan al klaar; dat zou mooi zijn. Het debat staat inprincipe gepland tot 14.00 uur, dus ik wil een van de leden vragen om hetvoorzitterschap het laatste halfuurtje van mij over te nemen. Misschienzou het lid Kostic´ dat willen doen. Ik kijk even naar degenen die al watlanger in de Kamer zitten. Het mag bijvoorbeeld ook de heer Vermeer zijn.Ik zie de heer Vermeer knikken.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik had het graag gedaan, maar ik moet om 14.00 uur stipt bij een anderdebat zijn en ik weet niet hoe dit loopt.De voorzitter:Laten we het dan aan de heer Vermeer vragen. Ik zag dat hij dat op zichwil nemen, waardoor dank.Dan houd ik u niet langer op en geef ik het woord aan de Minister.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de leden. Ik hoor u door uw inbrengheen eigenlijk zeggen, zoals het kabinet ook zegt, dat het gaat om hetverbinden van de economie van vandaag met de economie van morgen.Er zit ook een soort inherente spanning in. Volgens mij hebben we het danover de vraag: hoe hard kun je trekken, hoe hard kun je duwen? Duwentegen een touwtje heeft niet zo veel zin, zei de heer Grinwis. Maar je hebtwel een touwtje en balans nodig. Over die balans hebben we het hiervolgens mij. De transitie is niet een knop die je indrukt, aanzet of uitzet;die is er of die is er niet. Het is een knop die je opendraait. Hoe doen wedat? In de juiste maatvoering. Moeten we grote stappen zetten? Ja. Kanalles ineens? Nee. Lopen we op dit moment achter ten opzichte van watwe allemaal graag zouden willen? Dat zien we ook weer in de huidigecontext van onze kwetsbaarheid. Op die vraag zeggen we ja. Maar makenwe veel voortgang ondanks de grote complexiteit? Ik denk dat we daarook ja op mogen zeggen. Er gebeurt veel. Ik ben ook heel trots op allerleiprachtige voorbeelden van bedrijven in dit land die de transitie aangaan.Daar komen we samen nog over te spreken. Dus inderdaad: groot moetgroener, groen moet groter. Volgens mij is dat al best een lange lijn, diehet kabinet en de Kamer delen. Ik denk dat de context van vandaag de dagecht laat zien dat dit geen luxe is, maar een noodzaak. Het maakt onsnamelijk weerbaarder als we dat doen.Er werd gevraagd om een integrale brief. Daar zal ik straks op ingaan.Maar ik wilde ook zeggen dat we terwijl we die brieven schrijven, hard aande slag zijn. We maken dus ook veel voortgang. Als ik u zeg dat er ietsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31232 aankomt of dat we het nog eens integraal voor u gaan opschrijven, wil datniet zeggen dat we wachten met handelen totdat we het met uw Kamerhebben gedeeld. We zijn gewoon volop aan de slag in de samenwerkingen in de contacten met heel veel bedrijven.Voorzitter. Dan wat meer naar de inhoud. De industrie is van groot belangvoor ons land. Ik hoor dat bij u allemaal en ik zeg het ook van deze kant.De industrie maakt onze dagelijkse producten – 97% zei de heer Klos,geloof ik – zorgt voor banen en welvaart, en maakt ons minder afhankelijkvan het buitenland. Ook als Europa moeten we ons heel goed realiserendat de industrie van strategisch belang is voor Europa, ook in dezegeopolitieke context. Willen we op de lange termijn concurrerend blijven,dan moeten we de industrie helpen met verduurzamen. Die driehoek vanverduurzaming, concurrentievermogen en weerbaarheid is waar het omgaat; het gaat hand in hand. Er zit soms ook een inherente spanning ophoe hard we die knop opendraaien, en daar hebben we het dan met elkaarover. We zien ook dat de concurrentiepositie van de industrie in Europaonder druk staat. Met name de chemie is terecht genoemd als een sectorwaar dit kritisch is. Dat zien wij ook aan deze kant van de tafel. Dat geef ikalvast als inleiding mee.Ik kijk even of ik wat sneller door de tekst heen kan gaan, met het oog opwat we nog allemaal moeten bespreken. Gelukkig zien heel veel bedrijvendie verduurzaming als onderdeel van hun eigen strategie. We hebben dusalle reden om de handen ineen te slaan met de industrie. We spreken diedan ook heel regelmatig. Ook vanochtend hadden we via VNO-NCW weereen overleg met de belangrijkste sectoren. Dat was natuurlijk in decontext van de huidige situatie, maar er zitten ook een aantal rode dradenin wat zij aan ons meegeven. Ook in het Nationaal Programma Verduur-zaming Industrie wordt de industrie betrokken bij belangrijke beleidsont-wikkelingen en beslissingen. Op die manier zorgen we ervoor dat we metelkaar die stappen gaan nemen. Want papier is geduldig, maar deeconomie niet, en de concurrentiekracht ook niet. We zullen dus ookmoeten zorgen dat het uitgevoerd kan worden. Een gelijk Europeesspeelveld is dus heel erg van belang. Realisatie van randvoorwaarden enhet oplossen van knelpunten is essentieel. Dat is wat de Staatssecretarisen ik, samen met al die partijen, doen voor het vinden van de juistebalans. Dat doen wij ook samen met u, want ik zie ook veel ondersteuningdaarvoor in de vragen die u stelt.Voorzitter. Dan heel specifiek over drie hele belangrijke knoppen waar weaan kunnen draaien, en waar het kabinet ook aan wil draaien, om deconcurrentiepositie van de industrie in Nederland te versterken. De IKC,de energie-envelop en de CO2-heffing hebben allemaal te maken met dekosten die de industrie in Nederland heeft, die ze in andere landenmisschien niet hebben. De vraag is dus hoe we ervoor zorgen dat we eenambitieus level playing field hebben om te kunnen concurreren, ook in dievergroening.Voorzitter. Er zijn een aantal vragen gesteld over de indirecte kostencom-pensatie. VVD, CDA, SGP, en volgens mij ook D66, vroegen daarnaar.Misschien vergeet ik zelfs nog iemand die daaraan heeft gerefereerd, wanthet was een breed gedeeld gevoel: waarom pas volgend jaar? De heerVan den Berg heeft er ook aan gerefereerd, want hij zei iets in de trantvan: ik hoorde iets van maanden en nu lijkt het jaren. De vraag is eigenlijkof het over de jaargrens heen gaat, dus of de uitkering komt voordat wede kerstboom opzetten of net nadat we hem aftuigen. Dat is misschieneen beetje strak, maar dat is waar we het over hebben. Het gaat over dejaargrens, niet over een heel jaar later. Dat heeft te maken met deuitvoering. Wij kunnen dit loket pas openstellen nadat uw Kamer dat heeftgoedgekeurd. Dat betekent dat we daarop moeten wachten voordat weecht aan de gang kunnen. Doordat er een uitbreiding van de sectoren is,moet je ook zorgen dat de openingstijd van zo’n loket ruim genoeg is. Jemoet zorgen dat niet alleen de sectoren die al weten hoe ze moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31233 werken met de IKC, maar ook de sectoren voor wie dat voor het eerstmogelijk is, de tijd hebben om de indiening op een goede manier te doen,zodat ze er gebruik van kunnen maken. RVO heeft gezegd dat het dan tekrap wordt om het voor de jaargrens voor elkaar te krijgen. Ik hoor vanuituw Kamer heel duidelijk de vraag om nog eens te stress-testen of het niettoch wat sneller kan. Laten we met elkaar afspreken dat ik het nog eenkeer ga stresstesten. Ik zal de resultaten met uw Kamer delen. Stel dat erbijvoorbeeld een optie is van heel kort openstellen, maar dan met hetrisico dat alleen de sectoren die al weten hoe ze moeten indienen ergebruik van maken en de andere niet, versus een normale openstel-lingstijd, waarbij we dat risico niet hebben en we dus net na het aftuigenvan de kerstboom tot uitbetaling komen. Dan zal ik dat ook met uw Kamerdelen en aangeven wat mijn voorkeur heeft. Dan besluiten we dat op diemanier. Ik snap de wens om dit zo snel mogelijk te doen namelijk heelgoed. Daar is dat geld ook voor, dus dat wil ik ook. Maar uitvoering isonderdeel van de realiteit en daar neem ik u graag in mee.De voorzitter:Bent u van plan om daar een termijn aan te koppelen, zodat we ’m kunnennoteren als toezegging?Minister Van Veldhoven-van der Meer:In mei krijgt u de brief. U moet zelf ook nog over de Voorjaarsnotastemmen en pas daarna kan het loket überhaupt open, dus dan weten weook waar we vervolgens met elkaar op koersen.De voorzitter:Heel fijn, dank u wel. Dat levert toch nog een vervolgvraag op van tweeleden. Allereerst mevrouw Müller.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik ben nog niet aan het einde van het blokje.De voorzitter:Daar heeft u een punt. Ik ga me inderdaad even aan mijn eigen afspraakhouden. Ik was het alweer vergeten; mijn excuus. We laten de Ministereerst het blokje vestigingsklimaat afronden.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Er zijn misschien ook vragen over de samenhang tussen de drieenveloppen. Er is namelijk ook de elektriciteitsenvelop. CDA, D66, PRO,JA21 en VVD hadden allemaal de vraag of het eerder zou kunnen. Ookdeze middelen, in aanvulling op die IKC-envelop, zijn bedoeld om hetspeelveld van de energie-intensieve bedrijven te verbeteren door deelektriciteitskosten te verlagen. We hebben een internationale vergelijkinggemaakt en gekeken welke instrumenten andere landen inzetten, hoegroot die ongeveer zijn en hoe we daar als Nederland zo goed mogelijk bijin de buurt komen. Die twee horen dus wel bij elkaar. We willen dat zosnel mogelijk doen. We willen alleen wel voorkomen dat als we het op eenbepaalde manier doen, het geld niet bij de juiste partij terechtkomt of ereen risico ontstaat met ander geld dat we nog uit Europa krijgen. In diebalans willen we niet penny wise, pound foolish zijn. Daarom kijken wedaar nog even goed naar. De wens is om dat zo snel mogelijk te doen enwe onderzoeken ook echt of het voor 2027 mogelijk is. We zitten exact indezelfde groef. Ik probeer er alleen voor te zorgen dat we het inrichten opeen manier waarbij het geld zo goed en zo snel mogelijk bij de juiste partijterechtkomt en we niet aan de andere kant een financieel risico lopen,waardoor we een deel van de effecten weer moeten opvangen. Dat is hoewe daarmee aan de slag zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31234 Dan het afschaffen van de nationale CO2-heffing. Ik deel met u dat debottomline is dat hier geen kosten meer uit voort moeten komen. CDA,VVD en SGP, en volgens mij ook weer een aantal anderen, vroegenhiernaar. Ook dit is een belangrijke maatregel voor het level playing field.Wij gaan daarom alle gesprekken voeren die we daarover moeten voerenom zo goed mogelijk te sturen op geen extra kosten meer. Dat kan doorde nationale CO2-heffing gelijk af te schaffen of door aan andere knoppente draaien. Volgens mij is dat in ieder geval de bottomline waarom we inhet regeerakkoord met elkaar hebben afgesproken dat de nationaleCO2-heffing eraf gaat. Dat gaan we ook doen, maar ook dat afschaffenmoeten we zorgvuldig doen om geen budgettaire risico’s te lopen.Dan was er nog de vraag of we bereid zijn om voor de zomer met eenintegraal beeld te komen van wat we nou doen voor de industrie. Devraag is hoe dat samenhangt met een deel van de andere maatregelen enregelingen die we hebben, die ook gewoon doorlopen, en hoe we daarintegraal op sturen. De een noemt een deltaplan en de ander vraagt omeen wetenschappelijke analyse. Er is eind vorig jaar een brief gestuurdaan de Kamer met studies en analyses die worden benut voor eenintegraal toekomstperspectief. De SER heeft aangekondigd met eenupdate te komen van zijn advies over de industrie. Ik ga kijken of ik daar alinzage in kan krijgen, zodat wij net na de zomer op basis daarvan met eenupdate voor u kunnen komen. Daarin kunnen we dan namelijk ook demaatregelen van dit coalitieakkoord meenemen, die in de brief vanafgelopen december door mijn voorgangers nog niet konden wordenmeegenomen. Dan kunnen we integraal schetsen wat de SER zegt, wathet perspectief is, wat de maatregelen van dit kabinet zijn, wat onzeplannen zijn en hoe we de industrie in Nederland gaan versterken envergroenen. Daarmee geef ik graag invulling aan de motie die daarover isingediend en dan kunnen we ook de laatste inzichten meenemen.De heer Klos van D66 vroeg of we duurzame chemie daar ook in kunnenmeenemen. Dit punt komt ook aan de orde in de stuurgroep NPVI. Het isgoed om die dingen integraal met elkaar te schetsen. We weten allemaaldat er specifiek voor de chemie een concurrentievraagstuk is, ook inrelatie tot CBAM. Daar kom ik in het volgende blokje, EU, op terug. Maardat staat duidelijk op het netvlies. Tegen de heer Van den Berg zeg ik hetvolgende. Het doel is om te voorkomen dat je op de lange termijn iets wil,maar dat er vandaag een bedrijf vermorzeld wordt dat je graag morgenduurzaam zou willen hebben. In die integrale benadering gaat het om hetverbinden van vandaag en morgen. Je wil niet de partijen al verlorenhebben, terwijl je nog aan het werken bent aan de toekomst.Voorzitter. Dat was mijn integrale blokje over wat we nationaal doen aanhet vestigingsklimaat.De voorzitter:Geweldig, dank u wel. Welkom terug aan de heer Flach. Iedereen heeftvier interrupties. We zijn nu bij het tweede blokje. Ik zag al een aantalhanden omhooggaan, waaronder die van mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Fijn dat de Minister al een aantal geruststellende woorden tot ons richtover de drie belangrijke knoppen waaraan gedraaid kan worden. De IKC isde mooiste, denk ik. U wil die nog stress-testen om te kijken of het tochnog lukt «voor de kerstboom», zoals u het zo mooi zei. U gaf in eenbijzinnetje daarbij aan dat het ook te maken heeft met het tijdig de Kamerdaarover informeren en iets voorleggen. Als wij daarvoor iets moetendoen, zou u dan in de brief ook kunnen opnemen of wij dat sneller kunnenbehandelen of iets dergelijks? Zo weten wij als Kamer wat wij kunnendoen om daarin te ondersteunen. Ik had specifiek over de IKC-ETSgevraagd of het klopt dat wij als Nederland extra voorwaarden leggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31235 boven op wat er in Duitsland en België gebeurt. Daarop zou ik nog graageen antwoord krijgen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:De Kamer moet stemmen over de Voorjaarsnota, want we mogen hetüberhaupt pas daarna openstellen. Volgens mij is dat het enige wat deKamer hoeft te doen. Daarop moeten we wel wachten. Dat was gewooneven het praktische.Voor het andere punt kijk ik inderdaad even door de antwoorden heen,want ik denk dat er wel ergens in het mapje een antwoord zit. Ik probeereen beetje snel te zijn.De voorzitter:U mag dit eventueel ook bij het blokje overig meenemen, wat mij betreft.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ja, laten we dat doen. Dan kijk ik nog even waar het in het mapje staat.De heer Van den Berg (JA21):Ik heb naar de beantwoording van de Minister zitten luisteren en ik snapeigenlijk niet zo goed wat de Minister nu precies stelt. Volgens mij erkentde Minister dat het inderdaad belangrijk is om de IKC-ETS zo snelmogelijk toe te kennen. Ik denk bij mezelf: er werken 6.000 medewerkersbij de RVO; waarom kunnen we dit in hemelsnaam niet voor elkaarkrijgen? Maar los daarvan zegt de Minister ook dat zij wacht op de Kamervoordat het kabinet het kan uitvoeren. Ik vind dat een beetje eenomgekeerde redenering. Als het kabinet iets nodig heeft van deze Kamerom iets te regelen met de IKC, stuur dan gewoon een briefje. Moeten wijdan een motie indienen? Maar ik wil vooral gewoon dat de Minister aande slag gaat. Als daarin stappen zijn overgeslagen, kom dan naar deKamer.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Het gaat echt alleen om het budgetrecht van de Kamer. Meer is er nietnodig. Ik kan pas formeel geld openstellen als ik daarvoor ook budget heb.Dat is dus een hygiënestap. Daarom zeg ik dat het enige wat de Kamerhoeft te doen, is stemmen over de Voorjaarsnota. Dan is dat budget er enkan dat gaan gebeuren. De 6.000 medewerkers voeren een heleboelandere regelingen uit, waaraan uw Kamer ook sterk hecht. Dat geef ik dusook nog maar even mee. We gaan het nog een keer stress-testen, kijkenwat er kan. Het kan dus wel zijn dat daar dan een trade-off op komt tezitten, bijvoorbeeld op de openstellingstermijn. Met elkaar kiezen we danwat we het meest belangrijk vinden. Maar dat was dus de toezegging dieik al had gedaan. We komen snel met een briefje.De voorzitter:Dank voor de toelichting. Een vraag van de heer ... O, excuus, heeft u eenvervolgvraag? Gaat u eerst.De heer Van den Berg (JA21):Dank voor de beantwoording. Ik denk wel dat we hier een punt raken datprecies de kern is van dit debat. Er zijn procedures, er zijn budgettenenzovoort, maar feit is dat de industrie al jarenlang zit te wachten op deondersteuning. Als het echt kritiek begint te worden met iets wat ons nuoverkomt, zoals Hormuz, dan moet er gewoon actie ondernomen worden.Kunnen we niet bij de RVO kijken wat prioriteit heeft? Wat mij betreft staatdit bovenaan. Ik kijk ook naar de rest van de Kamer. Ik constateer dat wenu niet alles doen om de industrie te helpen. Ik zou de Minister toch opwillen roepen om nu gewoon aan de slag te gaan met de ambtenaren enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31236 met budgetrecht. Vraag iets aan de Kamer, maar het moet vooral nu. Kanzij daarop reflecteren?De voorzitter:Minister, kunt u nog iets anders doen?Minister Van Veldhoven-van der Meer:We doen echt alles wat we kunnen. Ik zie het als een warme oproep, wantik voel de urgentie ook, net als de heer Van den Berg. Ik heb intern ookgevraagd of het niet sneller kan. We gaan nog een keer kijken of we umisschien opties kunnen voorleggen. U zegt eigenlijk: is het nog een optieom dan misschien iets anders te vertragen? Ik kan kijken of dat ... Wehebben ook te maken met mensen die allemaal al hele volle pakkettenhebben. Dan kan het inderdaad een kwestie zijn van wat je wel en nietdoet, maar daaraan zijn ook altijd kosten verbonden, zeg ik dan maareven.De voorzitter:Ja.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dat is de realiteit. Daarom zeg ik dat we nog een keer gaan stress-testen.We gaan echt kijken wat we eruit kunnen halen, maar ik vraag ook begripvoor de vraag hoever we moeten gaan om het verschil tussen voor en nade kerstboom goed te maken. Het gaat namelijk niet over een jaar. Het valtnet in een ander jaar, maar dat is geen jaar vertraging. De vraag is dus wateen maand of twee maanden versnelling mag kosten. Dat is ook eenvraag die we daarbij moeten afwegen. Hoeveel scheelt dat dan in realiteitvoor de bedrijven en hoeveel kost het ons als we een van de andereopties kiezen die suboptimaal is? Daarom leg ik de dilemma’s dangewoon aan u voor. Ik geef u natuurlijk mijn voorkeur, maar dan kunnenwe daarin ook in alle oprechtheid wegen wat we willen doen. De urgentieis superduidelijk. Uw Kamer moet dus goedkeuring geven. Dan moet hetdoor de Europese Commissie worden goedgekeurd en dan moet ervoldoende tijd zijn voor de openstelling. Er komen dus 22 nieuwe sectorenbij. Die moeten ook een eerlijke kans krijgen om in te dienen. Dat zijn dekaders waarmee we te maken hebben.De voorzitter:Ik ga naar de heer Flach. Heeft u nog steeds een vraag?De heer Flach (SGP):Jazeker, voorzitter. Ik sluit mij overigens helemaal aan bij de vragen vande heer Van den Berg. Ik heb ook iets gezegd over die 6.000 medewerkers.Niets ten nadele van hen, want die zijn allemaal met nuttige regelingenbezig. De oproep is vooral: zorg voor prioriteit in plaats van capaciteit,omdat het voor de liquiditeit van bedrijven wel degelijk kan uitmaken ofdie het geld drie maanden later ontvangen. Dat geldt zeker voor bedrijvendie het al moeilijk hebben. Mijn vraag gaat over de COi-heffing. Ik hebgemist wanneer het wetsvoorstel komt, maar ik ving net, toen ikbinnenkwam, wel op dat we de afschaffing zorgvuldig moeten doen,omdat het mogelijk ook budgettaire consequenties heeft. Ik zou daarbijwillen opmerken – daar koppel ik dan ook een vraag aan – om goed tekijken of het ook echt budgettaire consequenties heeft. We hebbennamelijk bedrijven uit de Rotterdamse haven zien vertrekken. Die betalengeen vennootschapsbelasting en geen loonbelasting meer. Daarmee loopje dus heel veel inkomsten mis. Laten we dus niet sec kijken naar demisgelopen inkomsten van de COi-heffing, maar ook naar de misgelopeninkomsten door bedrijven die vertrekken. Mijn oproep is: kijk alsjeblieftbreder naar budgettaire consequenties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31237 Minister Van Veldhoven-van der Meer:Daarin kan ik de heer Flach volledig geruststellen. Het ging meer om eenbudgettair risico, gerelateerd aan bepaalde Europese kaders. Het ging nietom budgettaire consequenties. Ik ben het helemaal met hem eens: dezegaan we afschaffen, zo snel mogelijk. We doen het wel zorgvuldig, zodatwe niet penny wise, pound foolish zijn, maar ik ben het helemaal eensmet wat de heer Flach zegt. Daar hangt het dus niet op. Dit zeg ik even omhem gerust te stellen.De voorzitter:Ik zag eerst nog de hand van mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik miste in de beantwoording van de Minister over de envelop nog eenreactie op het verbinden van voorwaarden aan de envelop, zoalsbijvoorbeeld ook in Duitsland wordt gedaan. Daar wordt de envelop dusecht ingezet als slimme investering in plaats van slechts een compensatie.Het gaat dus bijvoorbeeld om het koppelen van de besparingsplicht aanherinvestering.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dan kom ik eigenlijk meteen op de twee vragen, zowel die van mevrouwMüller over de voorwaarden als die van mevrouw Van Oosterhout over devoorwaarden op de andere zaken. Aan de ene kant verplicht de EU bij deIKC namelijk dat je ten minste aan een van de vier voorwaarden moetvoldoen. Nederland kiest er al vele jaren voor om meerdere voorwaardente stellen. Dat is dus al een hele tijd zo. In die zin klopt het dus, mevrouwMüller, maar dat is al jaren het geval. Voorwaarden stellen aan deenveloppen kan dan weer een risico zijn voor de snelheid. Daar zit dus eenspanning in. Ik denk dat we er in de totaliteit van het pakketje voor moetenzorgen dat we de juiste balans houden tussen zorgen dat het snel gaat enzorgen dat het de juiste prikkels geeft. Wat dat betreft krijgt u uiterlijk opPrinsjesdag in de brief een integraal beeld van zowel de elektriciteitsenve-loppen als de IKC. Wat wel of niet kan en wat wel of niet wenselijk is aanvoorwaarden, zullen we daarin integraal voor u meenemen.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp dat snelheid een afweging is, maar ik zou de Minister ook welheel graag willen meegeven dat een ongerichte compensatie het doel ookniet ten goede komt. We kunnen deze compensatie juist als vliegwielgebruiken door de herinvestering te benadrukken, en door de flexibiliteits-bonus te gebruiken zoals ze die in Duitsland ook gebruiken. Als we het indeze Kamer met elkaar hebben over gelijk speelveld, vind ik het belangrijkdat we dat ook omgekeerd doen. In Duitsland verbinden ze wel dit soortvoorwaarden aan de compensatie. Ik zou de Minister willen meegeven dathet belangrijk is om dit ook in de Nederlandse context mee te nemen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Tegen mevrouw Van Oosterhout zeg ik: ja, en. Want om vandaag teverbinden met morgen, moeten we er ook voor zorgen dat de concurren-tiepositie van vandaag goed genoeg is om de prikkels te kunnen gevenom naar de verduurzaming te gaan. Daarbij is er sprake van een soortinherente spanning. We bepalen continu met elkaar: wat is de juiste knopen hoever draai je die open? Hierbij is er ook nog een ander vraagstuk:hoe gaan we de envelop benutten? Als we die bijvoorbeeld inrichten alseen subsidie aan TenneT, wat een van de opties is om de kosten teverlagen, dan kun je die dus niet koppelen aan voorwaarden voor deindustriële bedrijven die daar dan gebruik van maken om bepaalde dingente doen. Daarom hecht ik aan het volgende. We hebben een pakketje omde concurrentiepositie van het bedrijfsleven te verbeteren. Dat bestaat uitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31238 drie componenten: de IKC, de envelop elektriciteitskosten en hetafschaffen van de CO2-heffing. We halen dat al naar voren vanwege deurgentie en we zorgen ervoor dat dat pakketje in zijn totaliteit zo effectiefen efficiënt mogelijk werkt. Bepaalde ontwerpkeuzes bepalen of je wel ofgeen voorwaarden kunt stellen. We zullen u over die opties informeren ineen brief.De voorzitter:Goed. Ik zie nog twee handen. Ik begin bij mevrouw Müller. Daarna komtde heer Vermeer aan bod.Mevrouw Müller (VVD):De Minister stelt mij gerust met de woorden die zij spreekt over devoorwaarden van de envelop. Ik begrijp dat Nederland ervoor heeftgekozen om ten opzichte van andere landen meer voorwaarden vast testellen als het gaat om de IKC. De Europese Commissie vraagt om eenvan de vier en Nederland om alle vier. Ik begrijp dat dat wij dat al jarendoen. Tegelijkertijd voegen we nu ook 22 extra sectoren toe. Wilt u dustoch nog eens goed bekijken of het wel verstandig is om dat te doen invergelijking met de andere landen? Wilt u, als u ons hierover informeert inde brief, ook aangeven waarom die afweging precies gemaakt is? Wantdan kunnen wij dat ook afwegen als Kamer.Tot slot.De voorzitter:U heeft nu echt duidelijk een vraag gesteld, dus ik wil eigenlijk naar debeantwoording van de Minister gaan. Het waren eigenlijk twee vragen,maar ze hadden met elkaar te maken.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik zal dat ook toelichten in dat integrale pakketje. We proberen daarmeenatuurlijk een stap naar voren te maken. We zullen ook schetsen wat hetbelang is van die incentives, die voorwaarden, zodat u dat in integraliteitkunt wegen.De voorzitter:U mag nog een vraag stellen, mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Ik denk dat dit niet aan bod komt in het kopje Europa. De heer Jumeletvroeg naar het eventueel openstellen van een consultatie voor het NPE. Ikben benieuwd naar het antwoord daarop, want ik vond dat wel een mooievraag. Ik wil namelijk ook heel graag dat de industrie in ieder geval goedkijkt naar wat we eigenlijk aan het doen zijn met de herziening van hetNPE.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Voorzitter, ik suggereer om dit niet als interruptie te tellen, want hetantwoord op deze vraag komt in blokje vier. Een sneak preview is dat wijhet ook heel belangrijk vinden dat de industrie betrokken wordt, maardaar kom ik zo meteen nog wat uitgebreider op terug.De voorzitter:Helemaal goed. Die heeft u nog tegoed bij het blokje over nieuweindustrie.De heer Vermeer (BBB):Als de Minister met die regelingen komt, wil zij in de toelichting danvermelden wat de overeenkomsten en verschillen zijn met Duitsland enBelgië? Duitsland heeft nog steeds een volumecorrectieregeling. Ik vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31239 dit zodat we echt goed inzicht krijgen in het verschil qua voorwaarden entegemoetkomingen. Dan hoeven we dat niet weer allemaal op te zoeken.Minister Van Veldhoven-van der Meer:We richten deze instrumenten natuurlijk ook in de context van despeelveldtoets in. Het gaat inderdaad om de vergelijking met debuurlanden. Ik zeg de heer Vermeer graag toe dat we dit opnemen in debrief. Als je vergelijkt wat Nederland doet in relatie tot onze buurlanden,dan zul je zien dat het pakketje in elk land net ietsjes anders is. Daarom ishet belangrijk om de pakketten te vergelijken. Dat zullen we dus ook doen.De voorzitter:Dank u wel. U kunt verder met de beantwoording.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dan ga ik naar de maatregelen die in de Europese context relevant zijnvoor Nederland. Ik heb net ook al even onderstreept dat het een feit is datde basischemie het zwaarst onder druk staat door de mondiale concur-rentie. Ja, dat is zo; dat herken ik. In Europa en in Nederland staat dat ophet netvlies. Daar maken wij ons zorgen over.Er is gevraagd door D66, ChristenUnie, Partij voor de Dieren en een paarandere naar wat het ETS doet. Dat ging eigenlijk over de vraag wat errecent in Brussel besproken en afgesproken is, want «soms staat daar ietsover in de krant». Toen ik bij de Raad was, werd mij heel duidelijk dat eenstevige meerderheid zegt dat het ETS echt de hoeksteen van het beleid isen dat dat zo moet blijven, omdat het voorspelbaarheid geeft over waarwe op koersen. Verder zegt men: benut wel de knoppen voor flexibiliteitdie in het ETS zijn ingebouwd, want die knoppen zitten er niet voor nietsin. Je kunt hiervoor nooit een precieze blauwdruk opstellen. Dat is ook watde Europese Commissie heeft toegezegd.Aan die knoppen draaien betekent dan natuurlijk wel dat je de inspan-ningen gedurende de looptijd van het ETS verplaatst. Maar die knoppenzitten erin vanwege de flexibiliteit, die soms nodig kan zijn. Dat zijn ook deknoppen waar de Europese Commissie mee werkt binnen dat sterke ETS.Vanuit de industrie is er in de aanloop naar die Raad ook veel steungekomen om het ontwerp zo te houden, gebruik te maken van deflexibiliteit die in het systeem zit en het systeem dus niet op de schop tenemen. Daar heeft Nederland zich ook stevig voor uitgesproken, want dielangetermijnduidelijkheid is voor iedereen ongelooflijk belangrijk.Het kabinet is voorstander van een sterk ETS en van Europese koolstofbe-prijzing. Rondom de herziening en het aanzetten van die knoppen zettenwe in op verbetering voor industrieën die concurrentiedruk ervaren,zonder af te doen aan de integriteit van het ETS. Die verbeteringen,waaronder het door een aantal leden genoemde CBAM, moeten zichnatuurlijk inderdaad vooral richten op het versterken van maatregelentegen kostenlekkage. Als je dat niet doet, wordt het misschien ergensanders geproduceerd, terwijl wij het hier nog steeds gebruiken. En daarschiet echt helemaal niemand wat mee op!De herverdeling van gratis ETS-rechten middels ETS-benchmarks is eenoptie, onder andere voor de chemie, om te voorkomen dat de productievan al die producten die we gebruiken naar het buitenland wordtverplaatst. Daarnaast zet het kabinet ook in op verbetering van derandvoorwaarden, bijvoorbeeld via Grids Package en de IndustrialAccelerator Act. Dat alles samen zorgt ervoor dat we een robuust pakkethebben, waarbij de industrie, die strategisch van belang is voor Europa, inEuropa de kans krijgt om te vergroenen, zonder dat ze in de tussentijdweggeconcurreerd wordt vanuit andere landen waar niet dezelfde stappenworden gezet.Vraagcreatie is een belangrijk element in dat hele pakket. Als we eenmarkt kunnen creëren, geeft dat namelijk meer ruggensteun aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31240 investeringen die we bedrijven vragen te doen. Bovendien levert hetalleen maar effect op als er uiteindelijk ook vraag naar die schoneproducten ontstaat, want voor wie produceer je het anders?SGP, D66, PvdA-GroenLinks, ChristenUnie, velen van u dus, vroegen naarde Industrial Accelerator Act. Het CDA deed dat uiteraard ook. DeIndustrial Accelerator Act is gericht op staal, cement, beton, aluminium,auto-onderdelen en schone technologie. De act schrijft nu alleen nogmaar beperkte productnormen en oorsprongscriteria voor. Nederland zietgraag meer ambitie en we gaan daar ook concrete ideeën vooraandragen, zodat het ook gewoon concrete kansen biedt voor onsbedrijfsleven. Heel concreet willen we vraagcreatie voor de chemiesector,juist omdat daar de spanning zo groot is. Nederland trekt daarom dewerkgroep Lead Markets in de onlangs opgerichte Critical ChemicalsAlliance om dit Europees vorm te geven en in de IAA te laten landen. Daarzijn we dus nadrukkelijk een voortrekkersrol aan het spelen.We kijken ook nadrukkelijk naar uitbreiding richting private markten. Methet oog hierop zullen we in lijn met het vorig jaar gepubliceerdenon-paper over vraagcreatie opnieuw pleiten voor algemene normeringvan relevante producten die op de Europese markt komen. Ten slottekijken we ook naar de mogelijkheden voor vraagcreatie richting groenekunstmest en bioraffinage. Op nationaal niveau zijn er daarnaast al enkeleinitiatieven genomen om de vraag naar duurzaam geproduceerdegoederen te stimuleren. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de grond-, weg- enwaterbouw. Ook gaat mijn ministerie in gesprek met mijn collega vanDefensie om te kijken hoe ook deze sector een bijdrage kan leveren aan devraag naar duurzame Nederlandse en Europese producten. Ik kan namensde collega van Defensie zeggen dat hij ernaar uitkijkt om daar samen naarte gaan kijken.De heer Grinwis vroeg of er maatregelen komen, zoals die voor debescherming van de staalsector. We kijken dus in de context van deCritical Chemicals Alliance hoe we het kunnen versterken.Afgelopen december heeft de Commissie een voorstel gedaan om CBAMte herzien. Het wordt uitgebreid naar eindproducten. Er komen betereanti-ontwijkingsmaatregelen en de regels voor elektriciteit wordenverbeterd. We hebben u op 6 maart geïnformeerd over onze beoordelingvan dit voorstel. We zijn over het overgrote deel positief en we dragen hetook echt actief uit in Europa. Volgens mij had ik u in ons eerste debat algezegd dat ik van plan was om echt actief te zijn in Europa en dat doen wedus ook. Ik ga binnenkort, begin mei, ook weer een dag naar Brussel omdaar met veel Commissarissen te spreken. Dat staat los van de Raad endat doe ik om echt de tijd te hebben om een aantal dossiers nadrukkelijkbij een aantal mensen onder de aandacht te brengen. We werken ook echtnadrukkelijk samen met andere landen wanneer we dit soort dingen doen,zodat we zo veel mogelijk gewicht krijgen achter wat we proberen teveranderen.De chemische sector is wel technisch en administratief complex als je hethebt over de reikwijdte van CBAM. Hier geldt wel een beetje: als hetsimpel was, dan zat het er al wel onder. Maar ik heb net dus al aange-geven hoe we via die Critical Chemical Alliance proberen om voortgang temaken, omdat het voor die sector zo kritisch en zo belangrijk is.Er was een vraag van mevrouw Van Oosterhout over Defensie enzonnepanelen. Daar gaan we inderdaad naar kijken. Publieke aanbe-steding is namelijk een ongelooflijk belangrijk instrument. Ik raakte laatstop een dag over circulaire economie in gesprek met een Nederlandseondernemer uit het zuiden van het land die circulaire zonnepanelenmaakt. Als er een kogel doorheen wordt geschoten, blijven die gewoonwerken, in tegenstelling tot sommige andere zonnepanelen! Deweerbaarheid van sommige nieuwe innovaties, ook op het gebied vanzonnepanelen, is echt heel mooi. Ik heb de Staatssecretaris van Defensieoverigens ook even gewezen op deze innovatie. Maar ook hier: we kijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31241 dus naar de Critical Chemical Alliance om te zien op welke manier wekunnen helpen. Ik ga verder dus ook graag in gesprek met mijn collegavan Defensie.Voorzitter, dat waren de antwoorden in dit blokje.De voorzitter:Dank u wel en dank voor het hoge tempo. U kunt even op adem komen,want er zijn een aantal vragen voor u. Ik begin met de heer Flach endaarna ga ik naar de heren Jumelet en Klos.De heer Flach (SGP):Ik werd wat getriggerd door een term die bijna en passant voorbijkwam:«groene kunstmest». Dat bestaat al duizenden jaren en dat heet gewoondierlijke mest! Misschien moeten we daar dan toch maar weer eens naarkijken, want blijkbaar is dat zo gek nog niet.De voorzitter:Is dat uw vraag?De heer Flach (SGP):Nee, voorzitter.De voorzitter:Wilt u dan alstublieft uw vraag stellen.De heer Flach (SGP):Dat klopt, maar ik had er even deze inleiding voor nodig. Die kunstmest isinderdaad precies de reden dat ik bijna aan het drammen ben op dievrijstelling voor ammoniakproductie. De Kamer heeft daarom ook eenmotie daarover aangenomen. De Minister komt daar wellicht in haarbeantwoording nog op, maar als we die stap gaan zetten, is dit wel echtcruciaal. Door het voor het oog verlagen van een ambitie kun je zomisschien wel juist een hele goede stap maken.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Het zat inderdaad verderop in de beantwoording, maar laat ik er nu hetvolgende over zeggen. Ik kom binnenkort met een voorstel voor RFNBOnaar de Kamer. Daar zit dit ook in. Ik wil me na deze aansporing van deheer Flach nog een keer goed laten informeren hoe het precies zit en ofhet inderdaad een hele goede aansporing zou kunnen zijn en, zoals hijzegt, zelfs een verhoging van de ambitie. Voor zover ik het op dit momentkan overzien zijn er namelijk ook goede redenen om het niet te doen.Maar naar aanleiding van deze aansporing van de heer Flach zal ik hetnog een keertje goed bekijken. Als ik het wetsvoorstel naar de Kamerstuur, komen we er zeker nog over te spreken en dan kan ik het dus in decontext van dat wetsvoorstel wat beter duiden. Ik hoop dat dat goedgenoeg is voor de heer Flach.De heer Flach (SGP):Helder. Dan koppel ik daar nog aan dat ik het ministerie voorbeelden uitBelgië heb doen toekomen. Het is goed om ook daarnaar te kijken en omter harte te nemen wat de Minister zelf ook zei: er zitten knoppen in dierichtlijn en die zitten er niet voor niks in.Minister Van Veldhoven-van der Meer:We gaan er bij het wetsvoorstel over spreken. Ik kom zo meteen overigensnog met een tijdslijn en een planning voor dat wetsvoorstel, maar danhebben we dit in ieder geval al gewisseld.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31242 Deze aanmoediging is ter harte genomen.De heer Jumelet (CDA):De Minister sprak uitgebreid over vraagcreatie. Dank daarvoor en voor hetinzicht in wat er allemaal nog staat te gebeuren. Maar nog even watpreciezer, want het is natuurlijk toch wel beperkt als het gaat om desectoren waar dan op gedoeld wordt. Er wordt wel gekeken naar meermogelijkheden. Gisteren spraken we hier ook over hernieuwbare energieen dan zie je dat het heel erg belangrijk is dat vraag en aanbod bij elkaarworden gebracht. Is het wellicht ook een idee om daarover in nationaal enEuropees verband afspraken te maken? Vraagcreatie is namelijk de basisom uiteindelijk groen te kunnen produceren.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Inderdaad, gisteren hebben we dit gewisseld, maar het is heel goed datdit hier nog terugkomt. Voor de verduurzaming van de industrie is hetcruciaal dat we het aanbod en de vraag bij elkaar brengen. Dat is in decontext van de hele keten, dus vanaf de energieproductie tot en met decreatie van de groene producten. Daar zal de Staatssecretaris zo meteenook nog even op terugkomen in de context van maatwerkafspraken, eenbeetje zoals we dat gisteren bespraken. Je kunt een fysiek cluster hebbenof een ketencluster; hoe gaan we daarmee om? Ik kijk even of we in detweede termijn nog iets meer kunnen zeggen over wat er nu specifiekvanuit Brussel onder de verschillende initiatieven die ik noemde, concreetaan zit te komen voor vraagcreatie, want het staat in Brussel echt op deagenda, ook in de Europese Raad. Al mijn collega’s vragen ernaar. De wilis er dus zeker, maar de vraag is even: kan ik nog iets preciezer zijn inwaar we dan mogelijkheden zien? Want net als de heer Jumelet en veleanderen in de Kamer vind ik dat die dingen bij elkaar moeten komen. Watis daar nog aan te verbeteren? Daar kom ik in tweede termijn misschiennog even op terug, als we nog meer details hebben, en anders zie ik hetals een warme aansporing.De voorzitter:Ik stel voor dat eventuele vervolgvragen dan ook in tweede termijngesteld kunnen worden.De heer Klos (D66):Dank voor de beantwoording over het Europees emissiehandelssysteem.Dat antwoord stelde mij in zekere zin gerust. In de brief ging het ernamelijk nog over dat het kabinet het ETS zou willen aanpassen, maar nuheeft de Minister het erover dat ze bestaande flexibiliteiten zou willengebruiken. Kan de Minister nog iets preciezer uitleggen welke bestaandeflexibiliteiten ze dan zou willen gebruiken en welke gevolgen dat zouhebben voor de CO2-prijs, en dus ook voor de businesscase van devergroening van een aantal bedrijven in Nederland?De voorzitter:Ik ben benieuwd of dat een wat beknopte uitleg kan zijn, want we lopennu een klein beetje uit. We hadden de vaart er goed in, maar we lopen nuiets uit. Het is allemaal heel interessant, dus ik geef er alle ruimte voor,maar ik let ook, met u, op de tijd.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Het gaat inderdaad om aanpassingen binnen het systeem. Laat dat helderzijn. Vandaar inderdaad de knoppen. Waar denken we bijvoorbeeld aan?Je kunt bijvoorbeeld denken aan: wie krijgt welke mate van vrije rechten?Dat is zo’n knop die in het systeem zit en waar je aan kunt draaien, waar jeiets mee kunt in de context van die flexibiliteit. Ik hoop dat dat een mooivoorbeeld is. We komen vast nog over allerlei andere voorbeelden teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31243 spreken wanneer het concreter wordt, want dan kunnen we aangeven watde Commissie van plan is om te doen en wat onze appreciatie is. Danbrengen we dat bij elkaar.De heer Klos (D66):Heeft het gebruik van deze flexibiliteiten dan een drukkend effect op deCO2-prijs? Kan de Minister daar nog iets over zeggen?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dat hangt echt af van de inrichting, denk ik. Als je bijvoorbeeld hele grotehoeveelheden vanuit de toekomst naar voren zou halen, zou dat nu eendrukkend effect op de prijs kunnen hebben, maar zou dat in de toekomstkunnen leiden tot een extra versterking van de prijs. Het hangt dus echt afvan de maatvoering, en natuurlijk ook van wat er verder in de marktgebeurt en hoeveel vraag naar die rechten er is. We kunnen daar intheoretische zin iets over zeggen, maar of daar zo’n effect van teverwachten is, hangt af van het pakket en van hoe en in welkemaatvoering de Commissie het precies zal willen doen. Misschien hou ikhet daar maar even bij op dit moment.De heer Klos (D66):Dat snap ik, maar Nederland is natuurlijk geen bystander. We staan nietals observant te kijken naar wat de Commissie doet. Mag ik het dan zobegrijpen dat de Nederlandse positie is dat ons land niet wil dat deflexibiliteiten zo worden gebruikt en zo’n drukkend effect op de prijshebben, dat het een negatief effect heeft op de businesscase voor devergroening van de industrie?Minister Van Veldhoven-van der Meer:We willen natuurlijk dat die vergroening doorgaat en daar zijn veel dingenvoor nodig, dus dit zullen we ook meenemen in onze appreciatie van devoorstellen van de Commissie.De voorzitter:Helemaal goed. Ik zie dat er nog een aantal vragen is. Ik begin bij het lidKostic´. Nee, zij wacht liever nog heel even af. Dan ga ik eerst naarmevrouw Oosterhout en daarna naar de heer Grinwis. Dan kom ik daarnaterug bij het lid Kostic´.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Over het aannemen van een actieve houding tegen afzwakking van hetETS is een motie aangenomen in de Kamer. De Minister zou zich daarvoorinspannen. Ik heb toch het idee dat de heer Klos misschien onterecht eenbeetje gerust wordt gesteld door de Minister, want het is nogal wat om deMarket Stability Reserve aan te passen en die benchmarks aan te passen.Dat gaat wel degelijk een effect hebben op de prijs. De vraag is dusnogmaals: gaat de Minister hiertegen in en verzet zij zich hier stevig tegenin Brussel?Minister Van Veldhoven-van der Meer:We gaan echt voor een activerend ETS. Ik snap dat er een context iswaarin we moeten zorgen dat die industrie niet verdwijnt. Dat heeft u ookeigenlijk allemaal gezegd. Wij zijn tegen afzwakking van het ETS. Ik hebletterlijk in Brussel gezegd: don’t mess with the ETS. Het gaat echt omknoppen die, niet voor niks, in het systeem zitten; die willen we op eengoede manier benutten. Daar hebben we het over, juist zodat de langeter-mijnstabiliteit bewaakt blijft. Dat is een hele belangrijke randvoorwaardevoor de voortdurende vergroening. Dan kijk ik verder nog even naar waarde Commissie specifiek mee komt, maar ik hoor ook van u in de breedte:zorg dat het activerend blijft. Daar ben ik het helemaal mee eens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31244 De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor deze antwoorden. Dat blijf ik nauwlettend volgen.Ik had een andere vraag over wat de Minister zei in reactie op de zorgendie onder andere de ChristenUnie heeft geuit over de chemie. Voor staalzijn er allerlei inspanningen, maar hoe zit het met de chemie? Dan zegt deMinister: we hebben de Critical Chemicals Alliance in Europa en die heefthier aandacht voor. Maar hoe voorkomen we dat dat een praatcircuswordt en dat hier in de tussentijd allerlei chemische bedrijven failliet gaandoordat er gedumpt wordt door concurrenten? Hoe gaan we voorkomendat het te lang gaat duren en hoe zorgen we dat een beetje spoed wordtgezet achter maatregelen ten behoeve van onze chemiesector?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Wij nemen juist een actieve en trekkende rol in de Critical ChemicalsAlliance. Ik zeg dus niet: er is zoiets als een Critical Chemicals Alliance endie doet wel een keer wat. Nederland neemt daarin een actieve rol. Hetdoel is om binnen zes maanden met concrete voorstellen voor aanpas-singen te komen.De voorzitter:Buiten de microfoon zei u dat we daarover worden geïnformeerd. Wilt udaar een termijn aan hangen?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Als die voorstellen binnen zes maanden komen, komt die brief natuurlijkover zo rond de zes maanden, op zijn laatst. Ik informeer u zodra we deuitkomsten daarvan hebben; als we die uitkomsten over twee maandenhebben, ga ik die brief natuurlijk niet laten liggen tot vier maandendaarna. We werken er hard aan. Het gaat om concrete suggesties voorverbeteringen, want daar heeft de industrie wat aan. Zodra we dat beeldhelder hebben, informeer ik u daarover.De voorzitter:Dat lijkt me een prima voorstel. Ik zie dat de commissie dat ook voldoendevindt. Dan gaan we door naar het volgende blokje, wat mij betreft.Excuus, het woord is nog aan het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb veel te veel vragen, maar ik houd het nog even op een vervolg-vraag op de vraag van mijn collega van GroenLinks-PvdA of PRO. DeMinister zegt: don’t mess with the ETS. Maar zij zegt ook: we gaan aanknoppen draaien. Dan wordt het toch een beetje spannend voor ons, wantwe weten dat het ETS nu al niet in lijn is met wat er volgens de weten-schap moet gebeuren met de snelheid van de reductie. Maar goed, danwillen we op z’n minst gerustgesteld worden dat het reductiepad nogsteeds hetzelfde is. Hopelijk zegt de Minister zelfs dat het eigenlijk nogambitieuzer moet. Kan de Minister ons dat verzekeren?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Voor wat er met het ETS gebeurt, ben ik natuurlijk ook afhankelijk vannaar welke kant de balans in heel Brussel doorslaat. Het ETS – daarom isdat ook zo belangrijk – verzekert ons van het langetermijnperspectief enlegt vast hoe de reductie zal plaatsvinden. Ik herhaal nogmaals: dieknoppen zitten er niet voor niets in. Dat is omdat je van het pad dat weooit met elkaar bedacht hebben, niet kunt zeggen: «dat is een blauwdruk»of «dat is de enige manier waarop je tot die reductie kunt komen».Daarom zitten die knoppen erin. Ik heb net al duidelijk gezegd: ik ga vooreen activerend ETS, ook wanneer er aan knoppen wordt gedraaid. Erwordt nu gevraagd: kunt u garanderen dat we helemaal niets doen? Nee,dat kan ik u niet garanderen. Kan ik u zeggen dat mijn inzet is om er, zekerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31245 namens Nederland, voor te zorgen dat het een ambitieus en activerendETS is, waarbij niet alles maar naar het einde wordt geschoven, watrisico’s oplevert voor de haalbaarheid? Dat kan ik wel zeggen; dat zal ikzeker doen.De voorzitter:Oké. Daarmee komen we bij het volgende blokje van de Minister.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ja, dat is de inzet voor de opbouw van nieuwe industrie. We zien in devergroening niet alleen kansen om de bestaande bedrijven groener temaken, maar ook kansen om nieuwe groene bedrijven te laten ontstaan.We hebben echt aandacht voor de opbouw van die nieuwe industrie. Deversterkte aanpak nieuwe industrie is erop gericht om groene investe-ringen in ketens en technieken op te schalen, zodat we voortvarend eengroene economie creëren. Hierbij zet het kabinet actief in, via de motie-Bontenbal, zeg ik erbij, op individuele begeleiding van groene innovatievebedrijven, opschaling en groene investeringen. Er zijn een aantal mooievoorbeelden, die ik daarstraks al aanhaalde, van bedrijven die echt mooiestappen aan het maken zijn: Neste, RESU, Avantium en CIRCTEC. Daarwordt veel mee gesproken.De aanpak bestaat uit verschillende lijnen. Ten eerste, marktcreatie,vraagcreatie dus eigenlijk. Ten tweede, het stimuleren van groeneeindmarkten in Nederland en Europa. Ook daar speelt de CriticalChemicals Alliance een belangrijke rol in. Ten derde, financiering. Metinstrumenten als Invest-NL, NFIA en de ROM’s werk ik aan een effectieffinancieel instrumentarium gericht op het commercialiseren van groeneproducten. We werken aan het oplossen van beleidsmatige knelpunten,ook in de fysieke ruimte, voor het vestigen van nieuwe groene industrie,via mijn ruimtelijke economische strategie voor energie-intensieveclusters. De Staatssecretaris zal daar vast ook nog op ingaan zo meteen.Via het Nationaal Groeifonds wordt voor 2,2 miljard aan publiekemiddelen geïnvesteerd in nieuwe schone technologieën en processen. Datbudget wordt bovendien met private cofinanciering verdubbeld. Het isdus een investering van 4,4 miljard in die schone nieuwe bedrijvigheid.Met de Sectortafel Chemie & Materialen geeft het kabinet met een diversegroep van CEO’s mede invulling aan de Ministeriële Taskforce Toekom-stige Welvaart en Vestigingsklimaat. Die sectortafel agendeert concreetfirst-of-a-kindprojecten, dus echt nieuwe, grote investeringsprojecten voornieuwe processen of bedrijven.Mevrouw Van Oosterhout had vragen over het instrumentarium. Kan datmeer ingezet worden voor elektrificatie? Kunnen we dat inzetten voorgroene industrie? Hebben we wel genoeg oog voor bedrijven die geenfabriek hebben, en dus ook geen uitstoot? De maatregelen gericht opelektrificatie zijn zowel voor de verduurzaming van bestaande industrie alsvoor de opbouw van nieuwe ketens. Je krijgt dus niet alleen onder-steuning als je een installatie hebt die vuil is en die je schoner wil maken;er is ook echt steun voor de opbouw van nieuwe ketens. Regelingen zoalsde DEI+, de NIKI en de VEKI zijn cruciale instrumenten en zijn dus ookbeschikbaar voor nieuwe bedrijven. Het pakketje waar we het net overhadden, dus de verlaging van de elektriciteitskosten en de verbetering vanhet level playing field, is ook heel erg belangrijk, ook zodat nieuwebedrijven van de grond kunnen komen.Zowel de heer Jumelet als mevrouw Van Oosterhout hadden een vraagover de ketenaanpak. Nogmaals, de Staatssecretaris zal daar zo meteenmeer over vertellen. Er zijn drie sporen. Het Nationaal ProgrammaVerduurzaming Industrie, de versterkte aanpak nieuwe industrie en hetgenerieke subsidie-instrumentarium zetten we daar dus voor in.De Staatssecretaris gaat straks verder in op maatwerk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31246 Dan was er nog een vraag van mevrouw Van Oosterhout over geld datgereserveerd zou zijn bij de Europese Commissie. Dat geld was nog nietgereserveerd voor een bedrijf dat uiteindelijk niet is doorgegaan. Wehebben het over een voorbereiding op de mogelijke ondersteuning, om tevoorkomen dat het bedrijf naar China zou vertrekken. Dat is dus wel eenvoorbeeld van hoe kritisch het soms is en de stappen die soms gezetworden in het bedrijfsleven. Dat betrof helaas een unieke, eenmaligemogelijkheid. Het bedrijf heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Wij kunnenals Nederland dus geen aanspraak maken op deze Europese middelen. InRotterdam wordt wel gewerkt aan die circulaire chemie, onder anderedoor Blue Circle Olefins, dat onder andere TSE- en Kansen voorWest-subsidies ontvangt. Dat past natuurlijk bij onze inzet op groenegroei. Waar wij zelf mogelijkheden zien om via Europese middelen ditsoort bedrijven te ondersteunen, zullen we dat zeker doen. Maar er staathelaas geen potje klaar in België waar wij nu als Nederland gebruik vankunnen maken.Voorzitter, dat waren mijn antwoorden gerelateerd aan nieuwe industrie.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog één blokje, namelijk overig.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Nog één blokje, ja.De voorzitter:Dat is altijd een gevaarlijk blokje, want daar kan zomaar nog uw vraag inzitten. Dat gaan we dus nog even na met elkaar. Ik kijk rond. Zijn erinterrupties bij dit blokje? Nee. Hartstikke mooi. Dan gaan we gewoondoor naar het blokje overig.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ja. Mevrouw Kostic´ had een vraag over de klimaatdoelen van 2030. Zoalsin het coalitieakkoord aangekondigd gaan we met volle kracht aan de slagom de klimaatdoelen te halen. Wij weten ook dat het halen van het doel2030 lastig wordt. Dat bevestigt het PBL ook. Daarbij wil ik wel aantekenendat dat niet betekent dat er niks gebeurt. Het PBL zegt dat de kans nietgroot is – ik geloof dat die 5% is – dat we exact het doel halen, maar datwil niet zeggen dat de kans dat we daar wel heel aardig bij in de buurtkomen, niet heel groot is. Die twee dingen moeten we continu met elkaarverbinden. Als je het doel niet haalt, wil dat niet zeggen dat er niksgebeurt. Dat lijkt me een belangrijke nuancering in het spreken hierover.Het kabinet wil de doelen halen door te verduurzamen in Nederland enniet door afschaling of door verplaatsing van de productie naar elders.Daarom zetten we in op een stevige Europese aanpak gericht op delangere termijn en op daadwerkelijke verduurzaming. Diezelfde inzetspeelt ook bij de uitvoering van het Bonairevonnis. Samen met mijncollega-bewindspersonen werk ik aan een aanpassing van de Klimaatwetvoor het opnemen van een tussendoel in de aanloop naar 2050. Westellen een hoger beroep in vanwege juridische redenen. Dat heb iktoegelicht. Denk met name aan de implicaties van het vonnis voor delucht- en scheepvaart. We zijn dus volop aan de slag. In de Klimaat- enEnergienota, die op Prinsjesdag gepubliceerd wordt, gaan we in op deKlimaat- en Energieverkenning 2026. In lijn met het coalitieakkoord nemenwe in het voorjaar van 2027 indien nodig aanvullende nationale maatre-gelen ter bevordering van de verduurzaming en de vermindering van deafhankelijkheid van fossiele brandstoffen.Het CDA heeft een vraag gesteld over de aannames voor technologischeontwikkeling, de import van energie en grondstoffen, en de systeem-kosten die ten grondslag liggen aan de actualisatie van het NPE. Zijn webereid om een openbare consultatie te starten over de herijking?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31247 Allereerst dank voor deze belangrijke aandachtspunten. Dit soortaannames zijn inderdaad belangrijk bij het maken van het plan. We zullendat zeker meenemen in de actualisatie die na de zomer naar de Kamerwordt gestuurd. Die actualisatie is gebaseerd op de optelsom vanverwachtingen over onder meer ontwikkelingen in de technologie, debeschikbaarheid en de kosten van energie en grondstoffen, en de grenzenaan de uitvoerbaarheid en de ruimte. Het moet immers allemaal passen.Daarom is die actualisering elke vier jaar zo belangrijk. We kunnen dansteeds de laatste stand van de technologie meenemen en we weten danook hoe het werkt met het ruimtebeslag, zodat we weer nieuwe inzichtenkunnen ontwikkelen.Er is heel veel ruimte voor consultatie in dat proces om te komen tot eenactualisatie. Zo vinden er momenteel dialoogsessies plaats met stake-holders uit de elektriciteits-, de waterstof- en de koolstofketen, en metonder andere de NPVI-stuurgroep, het platform verduurzaming industrieen het Nationaal Water Programma. We hebben niet gekozen voor eenpublieke consultatie, omdat de bijstelling grotendeels gaat over deindustriebeelden, waterstof en wind op zee. Er vindt dus wel eenconsultatie plaats, maar dan per belangrijke sector die cruciaal is voordeze actualisatie. We zijn zelf regelmatig met allerlei partijen in gesprek.Afgelopen woensdag had ik nog alle energieproducenten van Nederlandop bezoek, zowel van gas als van elektriciteit. We spreken dus heel directmet deze sectoren. Ik kan tegen de heer Jumelet zeggen dat ook devraagcreatie daar regelmatig voorbijkomt. Ook dat punt staat dus op deagenda.Dan was er nog de vraag over de ammoniakuitzondering. Daarover komteen nader rapport. De Raad van State heeft hierover geadviseerd. Met datnader rapport kom ik binnenkort naar de Kamer. We starten dan ook deinternetconsultatie voor de lagere regelgeving. Over dat pakketje komenwe nog te spreken. Wat betreft het Belgische voorbeeld: de eersteinschatting is dat het niet een-op-een van toepassing is op de Neder-landse situatie, maar ik heb net tegen de heer Flach gezegd dat we daarbij het wetsvoorstel nog een keer goed naar gaan kijken. We zullen dangoed kijken of het voorbeeld wel of niet van toepassing zou kunnen zijnop de Nederlandse situatie.De heer Flach had ook nog een vraag over AVI’s. De Kamer heeftgevraagd om een alternatieve invulling. Hoe wordt dit opgepakt? Dat isniet simpel. Ik ben daar toevallig laatst, tussen alle andere dossiers, ingedoken. De definitieve weging van de genoemde en mogelijke alterna-tieve dekkingen voor de technische dekking van de polymerenheffing diein december zijn aangedragen door de Werkgroep Afvalsector vindt inaugustus plaats. In augustus moeten we die weging hebben afgerond ominvulling te geven aan de motie van het lid Stultiens. Er is dan nog tijd omde wijzigingen mee te nemen in het Belastingplan 2027. We horen datbedrijven twijfelen over de relatie met investeringen in CCS of recyclingals de kosten van afvalverbranding onzeker zijn. Dat nemen we heelserieus. Aramis, waar de heer Flach aan refereerde, heeft natuurlijk ookeen link met dit dossier. Daarom spreek ik met de afval- en recyclingbe-drijven. Samen met de Staatssecretaris van Financiën, die ook eenbelangrijke partner is in dit geheel, is er een bestuurlijk overleg met desector in mei. Dit staat dus op de agenda.Dan was er een vraag van mevrouw Kostic´ over Tata, de maatwerkaf-spraak en de compliance. Bedrijven in Nederland moeten zich aan de wethouden. Zoals ik vorige week in het debat over de joint letter of intent metTata heb aangegeven, vinden wij het van groot belang dat Tata eencultuurverandering en een verbetering van control en compliance laatzien. In de JLoI, de joint letter of intent, is daarom ook opgenomen datTata Steel een plan moet presenteren voor hoe het de cultuur en decompliance gaat verbeteren. Dit is voor het kabinet een heel belangrijkdeel van de maatwerkafspraken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31248 Dan had de heer Russcher nog een vraag gesteld over kolen. De contextvan de vraag die hij stelde, is dat zon en wind alleen niet genoeg zijn omNederland van elektriciteit te voorzien. Dat ben ik met hem eens. Het isbelangrijk dat er op alle momenten van het jaar voldoende elektriciteit is.Daarom zetten we in op een capaciteitsmechanisme, waarbij we eenvergoeding bieden voor de productie, opslag en vraagrespons, want datzijn allemaal communicerende vaten die een rol kunnen spelen en kunnenhelpen bij het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Rond de zomerstuur ik uw Kamer hier een brief over, zoals al eerder gewisseld, ik denkgisteren of vorige week.Er was ook een vraag over het Groninger gasveld. Daarover hebben weook al regelmatig met elkaar gewisseld. Het kabinet heeft in het coalitieak-koord afgesproken om dat niet te heropenen. Dat heeft overigens geeneffect op de prijs. De heer Russcher koppelde het aan de prijs, maar hetzou geen effect hebben op de prijs, zeg ik er voor hem nog even bij, terachtergrond.Dank.De voorzitter:Dank u wel. U bent aan het einde gekomen van dit laatste blokje. Ik gakijken of dat nog tot vragen leidt. Ik zie lid Kostic´. Het is trouwens «lid»Kostic´, Minister. U heeft daarnet een verspreking gemaakt.Minister Van Veldhoven-van der Meer:O, excuus!Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb drie vragen over klimaat gemist en twee over Tata. Ik zou deMinister echt op willen roepen om recht te doen aan de moeite die dePartij voor de Dieren en ik denk ook andere collega’s steken in hetvoorbereiden van de concrete vragen en dus ook concreet in te gaan opde gestelde vragen. De vragen over klimaat ga ik heel snel herhalen. DeMinister...De voorzitter:Excuus. Is het een idee om ze eventueel even toe te sturen, zodat we in detweede termijn daarop...Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb ze al toegestuurd.De voorzitter:O, dat heeft u al gedaan. U was me voor. Dan stel ik voor dat u ze kortherhaalt, zodat de Minister daarop kan reageren, want ik wil natuurlijk ookruimte geven voor interrupties op de beantwoording die al gedaan is.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Laat ik het dan houden op twee vragen over klimaat. Is de Minister bereidom voor de zomer met een brief te komen waarin zij aangeeft welkemaatregelen ze gaat nemen die er wél voor zorgen dat Nederland het doelhaalt? Ze zegt wel «we doen echt wel wat», maar we weten vanuit dewetenschap dat we niet voldoende doen, dus ik wil weten wat we danextra gaan doen. Ik had ook de vraag: schaamt de Minister zich ervoor datde rechter in de Bonairezaak heeft moeten concluderen dat Nederland alsrijk land mensenrechten schendt en geen eerlijke bijdrage levert aan deklimaatcrisis?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik zag het laatste meer als een beschouwing dan als een concrete vraag,maar laat ik het volgende zeggen. Ook ik vind dat wij als Nederland allesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31249 op alles moeten zetten om de klimaatdoelen te halen. Dan is het natuurlijkecht niet mooi als je er door de rechter op moet worden gewezen dat je zeniet haalt. De mensen van Bonaire vragen ook terecht om bescherming,zoals dat voor ieder ander in Nederland geldt. Dat neem ik ook heelserieus. Laat mij dat daarover zeggen.Op de vraag over de brief en of ik daar voor de zomer mee kom, heb ik indie zin wel geantwoord dat ik heb aangegeven dat het kabinet begin 2027waar nodig met aanvullende maatregelen komt. Dat staat ookafgesproken in het Klimaatakkoord. Ik hoop dus dat ik hierop al tijdigantwoord had gegeven in de beantwoording zoals ik die net al deed.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik maak me hier zorgen over, want dit hoorden we ook van de voorgaandekabinetten. Er wordt zo lang mogelijk gewacht, terwijl we heel goed wetendat we de klimaatdoelen ook met de voorgestelde maatregelen uit hetcoalitieakkoord niet gaan halen. Pas in 2027 eventueel met extra maatre-gelen komen terwijl we weten dat we het met alle nu in het coalitieak-koord staande maatregelen niet gaan halen, lijkt voor de Partij voor deDieren op uitstelgedrag. Ik stel dus nogmaals de vraag aan de Minister:wil ze niet wachten tot 2027, maar alvast kijken, misschien in de brief diena de zomer richting de Kamer komt, welke maatregelen we eventueelextra zouden kunnen nemen, zodat de Kamer daar op z’n minst naar kankijken, in lijn met de wetenschap?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Zoals ik net ook in de inleiding van dit blokje toelichtte: het feit dat we eenbepaald doel niet halen, wil niet zeggen dat we ondertussen niks doen omer heel dichtbij te komen. Volgens mij hebben wij gisteren met elkaar eenheel debat gehad over hernieuwbare energie en energiebesparing.Vandaag hebben een heel debat over de vergroening van de industrie. Ikvind het heel mooi om te zien dat we in allebei die debatten breed in deKamer op zoek zijn naar een manier om te versnellen en naar wat er nogmeer kan. Velen van u in de Kamer dragen suggesties aan. Volgens mijhoort u mij steeds als ik denk dat ik er iets mee kan zeggen: «Hier kom ikop terug. Dit ga ik uitzoeken. We gaan doen wat we kunnen.» Dat ik er inhet voorjaar, conform het coalitieakkoord, op terugkom, wil niet zeggendat ik in de tussentijd op mijn handen ga zitten. Ik ga uw Kamerwaarschijnlijk vaak zien. We gaan veel met elkaar spreken over hoe we datstap voor stap verder brengen. Daarin zijn alle concrete suggestieswelkom. Ik zal steeds kijken of het kan en of we er iets mee kunnen doen,dus op die vraag van het lid Kostic´ zeg ik: de brief naar aanleiding vanonze evaluatie komt in het voorjaar, maar in de tussentijd blijven we heelhard aan de slag.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dan wil ik toch naar het onderwerp Tata Steel. De Minister blijft hetzelfdeverhaal afdraaien, namelijk dat ze compliance belangrijk vindt, maar mijnvragen daarover waren heel specifiek. Ik heb de joint letter of intent ookgelezen. Specifiek in artikel 15, lid 3, staat dat als Tata zich niet aanregelgeving houdt, het aan het kabinet is om te beoordelen of dat eenreden is om zich terug te trekken uit de afspraak. Mijn vraag is dus: kan deMinister bevestigen dat er geen maatwerkafspraken komen met Tata alsTata zich niet houdt aan de regelgeving en de overtredingen rondombijvoorbeeld de Kooks- en Gasfabrieken niet eerst worden opgelost? Daarwil ik gewoon een heel concreet antwoord op.Ik had daarbij ook een vraag gemist. Dan rond ik het helemaal af. Kan deMinister toezeggen dat er in mei een juridische analyse naar de Kamerkomt op basis van artikel 15, lid 3, van de joint letter of intent over deovertredingen, de beoordeling van de compliance van Tata en degevolgen van eventuele steun? Ik zeg dit omdat het heel belangrijk is voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31250 de Kamer om transparantie te hebben over hoe het kabinet dat artikeltoepast.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Volgens mij, zoals ik het lid Kostic´ net hoorde zeggen, stond er in de JLoI,die, zeg maar, de aanloopperiode betreft, dat het aan het kabinet is om tebeoordelen of dat een grond is. Dat in zichzelf is allemaal geen garantiedat het altijd per definitie een automatisme is, dus als-dan. Volgens mijheb ik twee weken geleden in de Kamer helder toegezegd dat wij het vangroot belang vinden dat er een cultuurverandering plaatsvindt, dat er zo’nplan moet komen en dat we dat een belangrijk deel van de maatwerkaf-spraken vinden. We vinden het ook van belang dat we zorgen dat deuiteindelijke maatwerkafspraak juridisch en financieel kloppend is. In deJLoI zat dus geen automatisme, van: als er iets is, dan is het automatischzo. Maar het is wel zo dat er een grond kan zijn om iets te beoordelen.De juridische toets waar u naar vraagt, wordt gedaan. Die is niet in meiafgerond, maar die gaat wel mee met het pakket dat bij de maatwerkaf-spraak aan uw Kamer wordt gestuurd. Dat kan ik dus niet in meitoezeggen.De voorzitter:Dan is natuurlijk de vraag wanneer dat wél zou kunnen, want dan kunnenwe dat noteren.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Die toets komt bij het pakket van de maatwerkafspraken. Ik kan hem nietsturen voordat we die maatwerkafspraken hebben.De voorzitter:Oké, dan doen we dat zo. Ik begrijp ook dat...Minister Van Veldhoven-van der Meer:De heer Jumelet heeft nog een vraag, zie ik.De voorzitter:Ja, dat heeft u goed gezien.De heer Jumelet (CDA):Even over de openbare consultatie voor de actualisatie van het NPE. Ikheb gehoord wat de Minister daarover heeft gezegd. Ik ben natuurlijk blijdat al die gesprekken plaatsvinden met al die partijen, die daar dan ook opbevraagd worden; daar is geen enkel misverstand over. Maar het is, denkik, ook wel belangrijk om partijen te kunnen laten reageren op onderandere de aannames die de basis zijn voor het NPE. Ik doe toch nog desuggestie om juist wel een openbare consultatie te doen, want danhebben we het totaalbeeld helder. Volgens mij zei de Minister aan hetbegin iets over integraliteit. Ik kan me ook heel goed voorstellen dat juistzo’n openbare consultatie ons een heel goed beeld geeft van datgene datwe hier met elkaar van belang moeten vinden.Minister Van Veldhoven-van der Meer:De heer Jumelet heeft helemaal gelijk dat die aannames heel belangrijkzijn. Ik denk dat het dus ook van belang is dat we die aannames specifiekbespreken in de gesprekken die we met de sectoren hebben. Ik begreepdat er net weer een nieuw scenario is gepubliceerd, wat ook weeraanleiding geeft om een aantal gesprekken over dat scenario te voeren.Maar ik zal ervoor zorgen dat we de aannames die onderliggend zijn aanverschillende scenario’s, elke keer expliciet onderdeel maken van degesprekken, want de aannames die je doet, bepalen natuurlijk ook waar jeuitkomt. Ik snap dus heel goed waarom de heer Jumelet hiernaar vraagt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31251 De voorzitter:Oké. Dan gaan we door naar de Staatssecretaris. Die heeft ook tweeblokjes voor ons. Ik wil hem graag het woord geven.Staatssecretaris De Bat:Dank, voorzitter. Een deel is meegeslopen in de eerdere beantwoording,dus ik zal af en toe toch nog wat schrappen uit de blokjes.Allereerst sluit ik me graag aan bij de woorden over het belang en debetekenis van de industrie voor Nederland. De heer Grinwis hield eenlofzang op Rotterdam en ik zou zelf over een ander cluster een soortlofzang kunnen houden, maar er zijn heel veel meer clusters die diezelfdelofzang verdienen, weliswaar altijd met de waarschuwing erbij: het kangoed gaan, maar het moet ook goed blijven gaan. Die opdracht ligt bij onsallemaal. We hebben bijna alle clusters al bezocht. We hebben verschil-lende bedrijven uit de clusters bezocht en we hebben gesprekken enafspraken gehad met verschillende bedrijven, maar het zijn er ook welheel veel. Dat maakt ook, zeker als je spreekt over de maatwerkaanpak,dat we het een heel goed idee vinden om tot een clusteraanpak voormaatwerk te komen. We zijn echter nog wel een beetje aan het puzzelenhoe we die dan concreet maken. Maatwerk per bedrijf is in die zin relatiefeenvoudig qua opzet, namelijk: je spreekt met één bedrijf en probeert metéén bedrijf een aantal zaken te regelen en daar ook financiële kaders bij tegeven om uiteindelijk tot een afspraak te komen. Met een clusteraanpakheb je het dan over het hele cluster.Alle clusters hebben een Cluster Energiestrategie gemaakt. Daarin staatbeschreven hoe ze zich naar de toekomst toe zelf kunnen verduurzamenen wat daar voor het hele cluster voor nodig is. Het cluster van Chemelotin Limburg heeft al een plan gemaakt voor hoe dat dan weer doorvertaaldkan worden. Eigenlijk wil je van elke cluster zo’n plan hebben om diedoorvertaling te maken, maar daarna wordt het toch wel even spannend,want die clusteraanpak zal misschien ook financiële middelen vragen. Diezijn nog niet geregeld, behalve dan de generieke middelen die we hebben.We kunnen ons natuurlijk wel richten op alles wat op randvoorwaardenziet. Daar kom ik straks nog even op terug: mijn tweede blokje gaat overrandvoorwaarden. Maar dat is hoe we naar de clusteraanpak kijken,namelijk: van de Cluster Energiestrategie, waarin duidelijk de hoofdlijnenbeschreven staan voor hoe men naar de toekomst toe denkt te verduur-zamen, toewerken naar een concrete aanpak en die soms toch ook weerdoorvertalen naar wat er voor een individueel bedrijf nodig is. De dingenmoeten wel samengaan.We zijn nu acht weken bezig met dit denken. Dat vraagt nog enige tijd,maar we zullen u er zeker over informeren op de momenten dat we eeneerste afspraak hebben of met een cluster een stap verder zijn. Zo kunnenwe u goed meenemen in wat dat dan betekent en hoe we al die clustersuiteindelijk ook echt kunnen verduurzamen, met uiteindelijk als doel omniet alleen die verduurzaming te realiseren, maar ook de weerbaarheid ende concurrentiepositie van de bedrijven en daarmee het verdienvermogenvan Nederland overeind te houden. Dat is wat we gaan doen. Dat is ookgewoon leuk om te doen. Sterker nog, er zit ook heel veel goede wil bij aldie bedrijven en clusters om dit allemaal op te pakken, dus tot op heden iser heel veel enthousiasme.Ik kom zo nog even op Cox. Ik moest er best even over nadenken wat ikdan eigenlijk vind van Gerard Cox en dan met name zijn liedjes, maargoed.Dan cluster 6. Dat is dan weer een apart cluster. Daar worstelen we ookwel een beetje mee, want aan de ene kant is het heel belangrijk. De heerVermeer vroeg zelfs: wil je daar wel mee door? Ja, natuurlijk moeten wedaarmee door, want de cluster 6-aanpak betekent dat je, nadat je degrotere bedrijven hebt gehad, probeert bij de grotere groep bedrijveninzichtelijk te krijgen wat daar nodig is, waar ze mee bezig zijn en waar zeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31252 tegen aanlopen, maar het zijn ook wel heel verschillende bedrijven. Diebedrijven zitten ook nog eens op heel veel verschillende plekken in hetland. Proberen algemene lijnen uit de clusteraanpak te halen is dus prima,maar vervolgens zul je in de aanpak ook echt de regio’s nodig hebben omverder te komen. Dat is misschien de verfijning die we moeten gaanmaken: hoe kun je van een algemene cluster 6-aanpak toewerken naarindividuele bedrijven die iets doen of regio’s die helpen om met eengroepje bedrijven verder te komen? Ook dat werken we verder uit.Er ligt een actieplan, dat al geholpen heeft om bij een aantal bedrijvendaadwerkelijk resultaat te boeken, zoals bij Saint-Gobain, bij GoudaRefractories en bij Vreugdenhil Dairy Foods; ik leer allemaal nieuwebedrijven kennen. Dat zijn allemaal bedrijven waar al stappen zijn gezet,maar er zijn ook nog steeds bedrijven die wachten op die aanpak. Daarproberen we ook een aantal aan te koppelen: we willen met 50 regio’swaar meerdere bedrijven zitten, weer een stap verder zetten. Het is duseen hele gefaseerde aanpak om vanuit de algemene lijnen die voort-komen uit cluster 6, toe te werken naar regionale aanpakken, zodat je ookdaadwerkelijk iets kunt bereiken. Ook daarvoor geldt: de generiekemiddelen zijn beschikbaar. Denk aan SDE++, VEKI en ISDE. Meer specifiekgeld is in het coalitieakkoord niet geregeld, dus willen we daar meer voordoen, dan zullen we ook daar weer op een later moment zaken moetenvoorleggen. Die middelen hebben we nu nog niet, maar ik denk wel datwe met het goed neerzetten van de randvoorwaarden en deze generiekemiddelen al een hele grote eerste stap kunnen zetten. Dat blijkt ook uit hetfeit dat we de eerste bedrijven hebben kunnen helpen.De heer Jumelet vroeg nog naar een hele specifieke casus. Het gevaar isdat je misschien wel 300 specifieke casussen zou kunnen benoemen, wanter zijn al heel veel vragen. Leg ze vooral ook even neer in de regio’s. Alszo’n bedrijf in de regio actief is – vaak speelt daar dan ook de proble-matiek, denk aan netcongestie of andere zaken die dan belangrijk zijn – legdie casus daar dan eerst terug. Lukt dat niet, geef ze door en dan kunnenwe altijd kijken wat we daar vanuit Den Haag nog aan kunnen doen. In debasis zitten de oplossingen vaak ook weer heel regionaal. Maar als ercasussen zijn, geef ze zeker aan ons door. Wij willen daar graag naarkijken.Dan nog even wat opgetild de maatwerkafspraken en hoe je die kuntversnellen. Die vraag heeft een aantal van u ook gesteld. Onder anderende heer Klos was daar helder in: kun je nou niet nog versnellen? We willenaltijd versnellen. Volgens mij is het een hele goede eigenschap om dat tewillen. Tegelijkertijd geldt wel dat je ook van een aantal andere zakenafhankelijk bent. Wanneer kan een bedrijf überhaupt een investeringsbe-slissing nemen? Heel eerlijk: in deze tijd, waarin bedrijven best heel veelzorgen hebben, is dat niet per se iets waar je op moet gaan drukken.Bedrijven moeten de tijd hebben om met hun eigen organisaties, somsook met hoofdkantoren elders, het goede gesprek te kunnen voeren overhet kunnen nemen van een investeringsbeslissing. Als het aan de kant vanhet Rijk zit, aan de kant van de randvoorwaarden, dan kunnen we ernatuurlijk wel zelf naar kijken. Dat doen we eigenlijk voortdurend, dus datis ook niet iets waar we mee wachten totdat we daadwerkelijk bij demaatwerkafspraak zijn. We zijn voortdurend bezig met dat versnellen. Degesprekken met de bedrijven die we nog individueel behandelen,verlopen hartstikke constructief. Met de clusteraanpak zitten we nu nog inde fase van eerst de planvorming en dan de versnelling.Dan de vraag van de ChristenUnie over Gerard Cox en Rotterdam.De voorzitter:Bent u daarmee bijna aan het einde van dit blokje? Ja? Oké, hartstikke fijn.Gaat u verder.Staatssecretaris De Bat:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31253 Ja. Rondom Rotterdam lopen al best veel trajecten. Sterker nog, hetaantal partijen dat ons uitnodigt om over Rotterdam te komen spreken, isbest groot. Dat zijn ook vaak weer allemaal apart georganiseerde gremia.In die zin zou een overkoepelende aanpak daarvoor creëren bestinteressant kunnen zijn. Dat moet je dan ook met al die verschillendegroeperingen bespreken, zodat je gezamenlijk tot een aanpak komt. Wewillen daar zeker naar kijken. Er spelen in Rotterdam ook nog vraag-stukken rondom de ruimtelijk-economische strategie, dus dat zit dan meeraan de NOVEX-kant. Aanstaande maandag zitten we alweer bij een deelvan die partijen aan tafel. We gaan zeker bedenken hoe we ook daarverder kunnen komen. De belofte van een «Gerard Cox à la Beethoven»-aanpak is er echter ook een waar heel veel financiële kracht achter zit. Diekunnen we momenteel niet leveren. Daar moeten we ook eerlijk in zijn.Laten we nu dus vooral even zoeken hoe we met de verschillende gremia– het Havenbedrijf, Deltalinqs, het cluster – verder kunnen komen op deindividuele vraagstukken die er zijn. Iedere groep heeft dan zo ongeveerzijn eigen vraagstuk: het Havenbedrijf en het cluster zitten wat meer op dedrie randvoorwaarden waar de Minister het over had, Deltalinqs zit watmeer op de totale energie-infrastructuur. Al die zaken pakken we apart op.We zijn ook echt met al die verschillende vragen verder aan het komen,bijvoorbeeld het versnellen van energie-infrastructuur. Dat lukt gewoonals we daar met de juiste partijen om tafel zitten en de goede gesprekkenvoeren.Voorzitter. Dan ben ik inderdaad door het eerste blokje heen.De voorzitter:Dank u wel, Staatssecretaris. Ik heb een aantal handen gezien. Ik begin bijde heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Ik kom even terug op de vraag over cluster 6-bedrijven en de verzwaringvan de netaansluiting. Ik snap het antwoord van de Staatssecretaris heelgoed. Hij zegt dat er ook nog zo veel andere bedrijven zijn, maar ik wildehet vandaag juist wat concreter maken, zonder direct een naam tenoemen, zodat we in de situatie komen waarin we, zoals u ook in de briefschrijft, tot een casusaanpak komen en maximale creativiteit aanwendenom stappen te zetten. Mijn vraag is dus toch: is de Staatssecretaris ookvan mening dat er met bijvoorbeeld netbeheerders niet alleen gekekenmoet worden naar wat gebruikelijk is, maar dat er misschien ook échtcreatief gekeken moet worden naar wat mogelijk is? Dat geeft ditvoorbeeld namelijk ook direct aan. Ik vraag u om toch nog te probereneven in te zoomen, iets concreter dus.Staatssecretaris De Bat:Zeker. Netcongestie is misschien wel een van de meest prominenterandvoorwaarden die goed ingevuld moeten worden. Daar hebben wevolgende week ook nog een commissiedebat over. Juist als je samen metde netbeheerders gaat inzoomen, blijken er best nog oplossingenmogelijk. Dat is nu ook met het hele vraagstuk van Flevoland, Gelderlanden Utrecht aan de hand. Doordat we daar concreter op inzoomen, doordatwe naar de aannames van de netbeheerders durven te kijken, doordat werisico’s durven te delen, door risico’s niet eenzijdig op het bord vaniemand te leggen, maar ze verdelen over de verschillende partijen, komenwe een stap verder. Zo willen we zeker ook naar dit soort individuelecasussen kijken. Het antwoord is dus ja.De heer Vermeer (BBB):Bedankt, Staatssecretaris, voor het begin van een antwoord over cluster 6.Ik had namelijk nog wel iets concreters gevraagd. Ik hintte erop dat ergeruchten gingen dat de cluster 6-aanpak niet meer centraal aangepaktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31254 zou worden en dat cluster 6 daarmee niet meer aan tafel zit bij hetbepalen van nationaal beleid. Ik vroeg in mijn bijdrage ook of dieongerustheid weggenomen kan worden, maar die is eigenlijk helemaalniet weggehaald bij mij. Kan de Staatssecretaris daar nog op antwoorden?Staatssecretaris De Bat:Zeker. Volgens mij was ik wel heel duidelijk, namelijk dat we de cluster6-aanpak doorzetten. De samenwerking die er is, hebben we nodig om dekeuzes die we nationaal maken, af te stemmen. In de verfijning en deuitvoering hebben we soms juist de regio’s heel erg nodig. We zullen daarin de uitvoering met provincies, clusters of groepen in een bepaalde regioaparte afspraken moeten maken. Het gaat dus om gezamenlijk de totalestrategie bepalen en in de aanpak zorgen dat je op het juiste niveau kuntschakelen.De voorzitter:Een korte vervolgvraag.De heer Vermeer (BBB):Mag ik dat dan vergelijken met de aanpak van het Project Beethoven?Daarbij ging het over één afspraak en werden de onderliggende onder-delen lokaal afgestemd.Staatssecretaris De Bat:Dat project ken ik niet helemaal, maar het klinkt hetzelfde. Zo willen wijhet ook doen, ja. De clusterregisseur zit gewoon aan tafel. Die blijft ookgewoon aan tafel zitten.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank aan de Staatssecretaris voor zijn heldere en eerlijke beantwoordingover wat er op dit moment wel en niet beschikbaar is. Fijn dat hij ziet dater heel veel versnippering is in het Rotterdamse, terwijl het hele gebiedals zodanig onder druk staat en enorm moet veranderen. Er zijn groteproblemen, deels generiek, zoals stikstof en netcongestie, maar ookspecifieke uitdagingen, gelet op de industriële clusters daar. Denk ook aantoekomstige ontwikkelingen, zoals de eventuele derde Maasvlakte en debuitengaatse ontwikkeling van het hele gebied. Op welke manier wil deStaatssecretaris ons meenemen in de gesprekken die hij gaat voeren? Kandat bij elkaar gebracht worden? Kan er een soort propositie op tafelkomen? Vers twee is dan of daar nationaal geld bij moet. Zo is het bijASML en Beethoven ook gegaan. Daarvoor was op voorhand geendekking.Staatssecretaris De Bat:Ik denk dat wat ik schetste over het vertalen van de Cluster Energiestra-tegie, die er ook voor Rotterdam is, naar een clusteraanpak, hétinstrument kan zijn waarin je de verschillende wensen, ideeën enrichtingen kunt bundelen. Die clusteraanpak moet gemaakt worden. Daarzijn we nu mee aan het stoeien, eerst in Limburg en Zeeland, envervolgens in Rotterdam. Dat is in ieder geval de bedoeling. Daar zullenwe ook sturing aan geven. Dat clusterplan moet dan houvast bieden ommisschien uiteindelijk ook naar een financiële claim te gaan. Heel eerlijk:dan hebben we antwoord te geven op heel veel andere financiële vragendie er ook nog liggen. Daar kunnen we nu dus gewoon nog niet naarkijken. We kunnen wel in de clusteraanpak al de andere randvoorwaardenschetsen. Die kunnen we natuurlijk wel met elkaar aanpakken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31255 Een korte vervolgvraag. We beginnen nu een beetje uit de tijd te lopen.We hebben ook eventueel nog een tweede termijn. Dat wil ik u evenmeegeven.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik zal een korte vraag stellen. Wanneer verwacht de Staatssecretaris ons tekunnen informeren over die clusteraanpak in het Rotterdamse en over deandere clusters?Staatssecretaris De Bat:De volgorde van de plannen is ook afhankelijk van hoe snel een clusterzelf aan de slag kan, wil en gaat. Ik zal maandag nog een keer vragen hoezij de tijdlijn zien. Ik denk dat we u sowieso in de loop van dit jaar weereen keer over die hele clusteraanpak zullen informeren. We gaan zien ofdat eind van dit jaar of begin volgend jaar is. We zullen u dan eenoverzicht geven in een brief. De clusters zijn voor een deel echter ook welzelf aan zet.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Klos heeft een interruptie.De heer Klos (D66):Ik laat het even, met het oog op de tijd.De voorzitter:Helemaal goed. Dank u wel. Mevrouw Van Oosterhout heeft wél eeninterruptie.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik miste in de beantwoording van de Staatssecretaris nog het antwoordop mijn specifieke vraag over de maatwerkaanpak. Die is nu heel erggericht op de huidige industrie. Mijn vraag was of de Staatssecretaris ookmogelijkheden ziet om met name de waardeketens van de toekomst hierinmee te nemen. Kan er ook een maatwerkaanpak gericht op de nieuweindustrie vormgegeven worden?Staatssecretaris De Bat:De oorspronkelijke maatwerkaanpak was natuurlijk gericht op bedrijven.Die aanpak was altijd gericht op het vernieuwen van bestaande bedrijvenen nieuwe bedrijven. In een heleboel industriële clusters zag je ook datbedrijven gingen samenwerken met nieuwe spelers. Dat ging dus alautomatisch. In de clusteraanpak kun je nog nadrukkelijker nieuwevernieuwende bedrijven toevoegen. Je kunt dit schetsen in declusteraanpak. Bepaalde productstromen die nodig zijn om te verduur-zamen, kunnen juist aangebracht worden door nieuwe bedrijven. Die kunje dan ook verankeren in de clusteraanpak. De ketenaanpak die door deMinister is geschetst, kun je in de clusteraanpak... Het wordt nu wel heelingewikkeld met die twee termen, «ketenaanpak» en «clusteraanpak». Bijhet bij elkaar brengen van bedrijven om gezamenlijk naar een nieuwetoekomst te gaan, kun je nieuwe bedrijven absoluut gebruiken. Zo kun jenamelijk tot verduurzaming komen.De voorzitter:Dank u wel. Ik weet dat u door wil gaan met het tweede blokje. Dat gaanwe ook doen. Maar ik wil eventjes het volgende aan de leden voorleggen.Het is inmiddels 13.30 uur. Dat betekent dat ik het voorzitterschap gaoverdragen aan de heer Vermeer; dat had ik al aangekondigd. Ik wil u bijdezen ook meegeven dat we vandaag een harde eindtijd hebben van14.00 uur. Ik stel voor dat u het komende halfuur vooral doet wat lukt.Daar moeten we het voor vandaag dan helaas ook bij laten. Er is in iederTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31256 geval ruimte voor de beantwoording van de vragen door de Staatssecre-taris. Hopelijk komt u allemaal nog aan het woord in de tweede termijn. Ikwens u een goede voortzetting verder. Dan kan de Staatssecretaris verdermet zijn beantwoording.Voorzitter: VermeerStaatssecretaris De Bat:Voorzitter. Ik ga proberen de laatste zes vragen heel kort te beantwoorden.De eerste vraag was van de heer Vermeer en ging over de randvoor-waarden bij netcongestie. Hij vroeg: hoe kunnen we waarborgen datnetcongestie niet de industrie laat wankelen? Ik heb al verwezen naar hetdebat van volgende week. Netcongestie is nu eenmaal wel aan de ordevan de dag. Het aantal bedrijven op de wachtlijst neemt toe. Hoe meer weverduurzamen, hoe meer de wachtlijst ook oploopt. We moeten dus hardwerken om de wachtlijst ook te laten aflopen. In de brief die we volgendeweek bespreken, staan hele concrete aanpakken daarvoor beschreven. Ikdenk dat dus dit een onderwerp is voor volgende week.Verschillende partijen hadden gevraagd naar Flex-e. Dat is een belangrijkinstrument om andere bedrijven te verduurzamen. We doen dat in driestappen. Allereerst is Flex-e aangepast, nadat we ’m geëvalueerd hadden.Daarna wordt Flex-e ook verbreed. Dat was een nadrukkelijke vraag vande heer Flach: kun je ook andere bedrijven laten meedoen aan deFlex-e-regeling? Uiteindelijk – dat is natuurlijk de volgende stap – gaat hetook om de juiste toedeling van Flex-e naar al die bedrijven. Hoe zijn diebedragen dan tot stand gekomen? Daar zijn verschillende berekeningsme-thodes voor. Wij weten ook nog niet precies waar die verschillen nu zijndoor ontstaan. Wat we nu beschikbaar hebben, de bedragen diebeschikbaar zijn vanuit het kabinet, zijn de bedragen die beschikbaar zijn.Dat er andere bedragen in de markt berekend zijn, is nu even eengegeven. Wij gaan kijken hoe die verschillen zijn ontstaan. We vermoedendat er gewoon andere aannames zijn gedaan, maar meer dan dat wetenwe daar nu nog niet van. We zijn bezig met die analyse. Het gaat dus omaanpassen, verbreden en goed naar de bedragen kijken, om ervoor tezorgen dat we een zo breed mogelijk bereik hebben. Dat was Flex-e.Dan de stikstofvrijstelling. Zoals u weet, is door de Europese Commissieeen vrijstelling voor het Grids Package aangekondigd of voorgesteld. Diemoet nog wel verwerkt worden. Alles is in gereedheid om dit zo snelmogelijk door te voeren. Daarnaast zijn de gesprekken gaande om ’m ooknog te verbreden naar andere energietransitievraagstukken. Denk aan hetbouwen van bepaalde maatregelen in de industrie of bepaalde maatre-gelen rondom waterstof via een vrijstelling. Zover is het echter nog niet.We hebben op alle niveaus, zowel bij de Europese Commissie als breder,gesproken over een verbreding van de vrijstelling, maar we hebben daarnog geen concrete reactie op. We zijn in ieder geval blij dat er nu eenvrijstelling komt voor het Grids Package. Dat zou de boel wel echtversnellen.De SGP vroeg ook naar de aanleg van waterstofnetten en blauwewaterstof. Feitelijk is het natuurlijk zo dat we alles wat met het waterstof-netwerk te maken heeft, aanleggen voor welke kleur dan ook. In principemaakt het niet uit welke kleur waterstof erdoorheen gaat; het is overigensaltijd dezelfde kleur, maar wij noemen het anders. We leggen het gewoonaan. Zowel de backbone als de mogelijke regionale aansluitingen, deaftakkingen, voor zover die zijn aangevraagd en toegekend, als de opslagworden georganiseerd. Over de opslag zijn echt nog wel vragen. Ook daarzit weer een hele financiële component aan. Ook daar wordt naar gekeken.We zoeken naar oplossingen om de opslag, gekoppeld aan de backbone,echt te organiseren.Mevrouw Müller van de VVD had ook een aantal vragen over CCS en deberichtgeving over Aramis. Als het goed is gaan de betrokken partijen inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31257 2027 een FID nemen. Dan zou er dus daadwerkelijk een besluit genomengaan worden. Het vorige kabinet heeft middelen gereserveerd voordeelname van EBN middels een kapitaalstorting. De SDE++ wordt ook elkjaar verbeterd om het beter aan te laten sluiten op CCS. Tegelijkertijd ishet zo dat Gasunie en EBN ook nog met allerlei partijen praten omvoldoende klanten aan te trekken, want ook dat moet gebeuren. Je zultuiteindelijk ook gewoon de totale businesscase rond moeten krijgen. Wehopen dat een aantal van die partijen voor de komende ronde van deSDE++ hun subsidieaanvraag doen, waardoor het geheel van klanten ooktoeneemt. We zijn ook voortdurend in gesprek met Aramis over alleresterende knelpunten, want die zijn er nog steeds. Het is gewoononontgonnen gebied en we moeten nog heel veel leren. Maar het lijkt ertoch echt wel op dat de FID dit jaar genomen gaat worden.Dan kom ik bij de laatste vraag, die van de heer Van den Berg. Ik wist dathij nog iets over een SMR zou vragen, want ik heb het vermoeden dat erbij elk debat wel een reden is om iets over een SMR te vragen. Weet datwe de versnellingsaanpak echt gaan leveren. Voor de zomer willen wemet een routekaart komen voor hoe we uiteindelijk tot aan 7 gigawattnucleaire opwek gaan komen. Daar is de SMR een belangrijk onderdeelvan. Ondertussen hebben we zo veel verschillen tussen SMR’s dat we ookzullen gaan duiden welke soort we bedoelen en hoe dat past. We zijn ookbezig om alle consultaties die nodig zijn om ze in Nederland te kunnenplaatsen goed te doen, zodat we uiteindelijk met elkaar die versnellingkunnen bereiken. Ook zijn we voortdurend in gesprek met de markt, wantde bewegingen zijn groot, dus laten we vooral kijken waar we dat kunnenfaciliteren en helpen. Afgelopen week was de premier in Engeland en ishet er ook over gegaan. Dat zijn heel mooie bewegingen, want op diemanier brengen we het echt verder.De voorzitter:Ik dank de Staatssecretaris voor zijn beantwoording. Ik zie dat mevrouwMüller nog een interruptie heeft.Mevrouw Müller (VVD):Ik heb twee vragen over twee verschillende onderwerpen. Laat ikbeginnen bij de stikstofvrijstelling van de Europese Commissie. Heel fijndat Nederland hier zo’n vooruitstrevende rol bij inneemt. Tegelijkertijd zijnwe echt een heel eind verder voordat de triloog over het Grids Packagevoorbij is en wij het ook in onze eigen Nederlandse wetgeving hebbengeïmplementeerd. Ik zou eigenlijk willen vragen of u met de EuropeseCommissie het gesprek aan kunt gaan over de vraag of we vooruitlopendop de wetgevingstrajecten al gebruik zouden kunnen maken van devrijstelling. En dan over Aramis ...De voorzitter:Zullen we het eerst even bij deze vraag houden?Mevrouw Müller (VVD):Dat is goed.Staatssecretaris De Bat:Als je het hebt over verschillende beelden van snelheden, dan heb je eenmooi voorbeeld als je kijkt naar hoe Europa snelheid ziet en hoe wijsnelheid zien. In Europa vinden ze dat dit al heel snel gaat. Ik vermoed datde vraag of dit nog sneller kan en of we daarop vooruit mogen lopen heelsnel zal stranden. We moeten dit zelf oppakken. We moeten ervoor zorgendat we alles geregeld hebben om het direct te kunnen invoeren zodra hetmag. Dat kunnen we zelf voorbereiden. Ook zullen we soms per projectmoeten kijken welke stap we al durven te zetten vooruitlopend op wat erkomt. Heel vaak zie je dat een project dat vrijstelling vraagt, ook nog welTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31258 wat tijd nodig heeft om te gaan beginnen. Die lijnen kunnen dus weleensbij elkaar komen. Wij zullen in ieder geval voortdurend de puzzel leggenvan hoe we toch alvast dingen kunnen doen, zodat we eigenlijk directalles kunnen regelen op het moment dat er een besluit valt.De voorzitter:Dank u wel. U had nog een vraag?Mevrouw Müller (VVD):Ja. Wat de Staatssecretaris zegt, klinkt goed. Ik roep hem ook niet op omhet wetgevingstraject te versnellen. Ik weet dat dat heel erg lastig is inEuropa. Tegelijkertijd denk ik dat er met de Europese Commissie best tespreken is over bijvoorbeeld het niet handhaven, zodat je vooruitlopendop de definitieve situatie gebruik kunt maken van de vrijstelling. Maar ikhoor dat de Staatssecretaris daar heel goed zijn best voor doet.Over Aramis hoorde ik ook wel enigszins geruststellende geluiden, maarvanuit de sector hoor ik die niet. Daar hoor ik juist best wel zorgelijkegeluiden hierover. Ik zou dus een aansporing willen geven om ervoor tezorgen dat in de SDE++ de juiste randvoorwaarden gecreëerd zijn. Dat isdus meer een oproep.De voorzitter:Kan de Staatssecretaris bevestigen dat hij die aansporing binnengekregenheeft?Staatssecretaris De Bat:Die is gehoord, voorzitter. We zijn echt bezig. Ik had u nog niet verteld datwe ook voor het afdekken van het vollooprisico middelen gereserveerdhebben. Ook dat hebben we al gedaan, dus volgens mij is er vankabinetszijde echt alles aan gedaan om Aramis van de grond te krijgen.Laten we dus zorgen dat het echt gaat lopen.De voorzitter:Goed, dank u wel. Ik zie nog één vinger van de heer Van den Berg. Kloptdat?De heer Van den Berg (JA21):Ja, klopt. Ik zal het niet over SMR’s en kernenergie hebben. Veel succesdaarbij. We houden dat natuurlijk scherp in de gaten, dus dank daarvoor.Ik wilde toch even iets checken met betrekking tot de vraag wat het uitstelvan de IKC-ETS-regeling voor concrete impact heeft op het bedrijfsleven,en dan vooral op de bedrijven die nu in de knel zitten. Ik denk dat dievraag eigenlijk voor de Minister is, maar ik dacht: ik doe even eenveegrondje, want dat antwoord heb ik nog niet gehoord.Staatssecretaris De Bat:Volgens mij had die bij de Minister thuisgehoord. U gebruikt het woord«uitstel». Het is meer dat er een datum was en dat we proberen hem juistnaar voren te trekken. We zijn voortdurend in gesprek over wat daarvande consequenties zijn en wat de verschillen tussen die twee momentenzijn. We hebben echt wel scherp waarom het nodig is om zo veel mogelijknaar voren te gaan.De voorzitter:Prima. Ik had zelf volgens mij nog één vraag openstaan over de SMR’s,omdat ik ook nog vroeg of het kabinet die mogelijkheden kan meenemenbij het maken van maatwerkafspraken met bedrijven, dus echt eenconcrete koppeling aan maatwerk.Staatssecretaris De Bat:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31259 Dat zou kunnen, in de zin dat je bijvoorbeeld prognosticeert hoeveelelektriciteit opgewekt zou moeten worden voor een bepaald bedrijf of eenbepaald cluster. Dan zou je natuurlijk een SMR kunnen projecteren. Delooptijd van maatwerkafspraken is feitelijk natuurlijk iets korter dan de tijdwaarin je een SMR zou kunnen bouwen, maar in de basis kunnen zeonderdeel zijn van het gesprek, absoluut.De voorzitter:Prima. Dan is dit het einde van de eerste termijn van het kabinet. We gaannog een korte tweede termijn van de Kamer doen. U heeft, geloof ik, eenminuut, ietsje meer, maar voel u vrij om eerder te stoppen dan ik begin tegillen. Ik geef graag het woord aan het lid Kostic´ van de Partij voor deDieren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik vraag graag een tweeminutendebat aan.Voorzitter. Er liggen zo veel kansen als we de klimaat- en natuurcrisis nuecht gaan aanpakken om afscheid te nemen van onder andere fossielechemie, kunstmestbedrijven die 20% van ons aardgas opslurpen enolieraffinaderijen, om zo juist ruimte te creëren voor echt groenebedrijven, die nu te maken hebben met oneerlijke concurrentie vanfossiele bedrijven, die ondersteund worden door het kabinet. Maar ikschrik ervan dat dit kabinet terugvalt in het pamperen van vervuilendebedrijven met fossiele subsidies en geen bewezen plan heeft om zicheindelijk aan de wet te houden.De Minister zei dat ze nog terugkomt met een update van de integraleindustrievisie. Onze vraag net was om dan ook concreet aan te gevenwelke keuzes worden gemaakt in het licht van beschikbare ruimte,klimaat, natuur en andere maatschappelijke opgaven die wij in onze motienoemen en om ook de spanning daartussen aan te geven, en aan deKamer een wetenschappelijk onderbouwde terugkoppeling daarover testuren. Zei de Minister net toe om daarmee na de zomer te komen? Wasdat net een concrete toezegging? Graag een bevestiging. Worden deindustrieplannen van de Minister ook getoetst aan de klimaat- ennatuurdoelen?Ten slotte nog over Tata Steel. Juist omdat het kabinet heeft bedacht datzij zelf gaan over wanneer Tata nou voldoende voldoet aan de regelsvoordat ze afspraken mogen maken met Tata, is het belangrijk dat wedaarover transparant zijn naar de Kamer toe, op tijd, dus voordat demaatwerkafspraken daadwerkelijk worden gemaakt. Is de Minister bereidom de Kamer op z’n minst een brief te sturen met een nadere toelichtingop hoe die afwegingen precies worden gemaakt, gezien de verschillendeincidenten? En dan dus wel in mei, want tegen de tijd dat de maatwerkaf-spraak er is, is het te laat; dan is alles beklonken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Oosterhoutvan GroenLinks-PvdA.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel. Nederland staat bol van de groene koplopers met baanbre-kende ideeën. Daarom nog een aantal oproepen om juist hen te onder-steunen. Ten eerste: kom met investeringen. Ik hoorde de Minister zeggendat ze met bestaand geld een eind zal komen, maar groene koplopersdenken hier toch echt anders over, en ik ook. De Minister noemt in haarbeantwoording allemaal zaken die al worden gedaan. Het Klimaatfondswordt besteed aan kernenergie, cruciale subsidies zoals de DEI+, VEKI enNIKI lopen af richting 2030 en de nationale investeringsinstelling moetmarktconform investeren. First-of-a-kindprojecten opschalen in de chemieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31260 gaat niet over 10 miljoen, maar over 100 miljoen of 1 miljard. Daar is nugeen aanpak voor. Daarom herhaal ik de vraag hoe de Minister dit gatgaat dichten. Ook herhaal ik de vraag die ik eerder aan D66 stelde: gaat deMinister of de Staatssecretaris de Minister van Financiën hierover aan zijnjasje trekken?Ten tweede: kom met een aanpak. De kern van ons industriebeleid zet nusteeds in op de bestaande industrie, maar wat ons betreft moet deMinister een aanpak ontwikkelen voor het opschalen van die nieuweindustrie. Ik moedig de Minister en de Staatssecretaris dan ook aan om ditexpliciet mee te nemen in de maatwerkaanpak.Ten derde: kom met vraagbeleid. We moeten in Nederland op kortetermijn die groene koplopers gaan ondersteunen.En tot slot: dit moet allemaal onderdeel zijn van het plan. Wat mijn fractiebetreft is het tijd voor een deltaplan voor groene industrie.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Jumelet van het CDA.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Hartelijk dank aan de bewindspersonen voor deantwoorden. Ik heb nog wel de volgende vraag. Ik heb mezelf weer opdeze gedachte gebracht. In de passage over de verduurzaming van deindustrie staat dat voor deze nieuwe maatwerkaanpak louter middelen uitgenerieke regelingen beschikbaar zijn. Er staat vervolgens in: de AMVIconstateert ook dat specifieke financiering vereist is voor een succesvolleaanpak. Misschien kan de Minister of de Staatssecretaris daar nog eensop reflecteren. Ik overweeg een motie over die openbare consultatie,waarbij het me vooral gaat over de aannames.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Müller van de VVD.Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank aan beide bewindspersonen. Ik heb verdergeen vragen, want ik vind dat zij de vragen heel helder hebben beant-woord. Ik zie aan hen dat zij met gezwinde spoed voortgaan met eenaantal belangrijke zaken, die hier in de Kamer op een best wel grotemeerderheid kunnen rekenen, zoals het IKC, de envelop en een heleboelandere zaken. Ik had nog een hele mooie afsluiter, maar die ben ikvergeten.De voorzitter:Die kunt u altijd schriftelijk nasturen. Ik geef het woord aan de heer Klosvan D66.De heer Klos (D66):Voorzitter, ik had zelf geen goede afsluiter bedacht, dus ik begin maar metiets wat de Minister zelf heeft gezegd en wat bij mij is blijven plakken indit debat: groot moet groener en groen moet groter. Wat mij betreft is datheel treffend, en ook een goede samenvatting van waar de groene-industriepolitiek naartoe moet. Een andere uitspraak die bij mij is blijvenplakken is: don’t mess with the ETS. Ik denk dat die twee een beetje metelkaar samenhangen. Als groot groener moet worden, hebben we datnodig, niet alleen de ETS, maar ook de rest van die gouden driehoek, dusook CBAM en vraagcreatie. Ik zie dat het kabinet er vol op inzet om datenthousiast en goed te doen. De toekomst van onze industrie hangt ervanaf, maar zeker ook de toekomst van ons klimaat. Ik wens het kabinet daardus veel succes bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31261 De voorzitter:Tot zover de publiekssamenvatting vanuit de D66-bril. Ik geef nu graag hetwoord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Dank aan beide bewindspersonen voor deduidelijke beantwoording. Ik heb best sympathie voor de doelen en wathet kabinet van plan is. Mijn zorg zit meer bij het volgende. Het komt aanop lef, doorpakken, ragfijne coördinatie, goud dat we soms in handenhebben en bedrijven die hun nek uitsteken. Dat moeten we niet latenontsporen voordat we bij de finish zijn. We hebben allemaal DowChemical op het netvlies, denk ik. Dat had nooit zo mogen gaan. Mijnoproep aan het kabinet is om hier lering uit te trekken en te voorkomendat investeringen die hier zijn ontwikkeld elders plaatsvinden en dat erbedrijven weggaan die hier zouden kunnen vergroenen, want liever groenhier dan grijs elders. Ik ga het nauwlettend in de gaten houden.Tot zover mijn publiekssamenvatting.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van den Berg van JA21.De heer Van den Berg (JA21):Dank, voorzitter. Het is eigenlijk wel leuk: ik kwam net niet aan het laatsteblaadje toe, maar dat blijkt een perfecte samenvatting te zijn van dit debat.Voorzitter. Mijn conclusie is: ja, verduurzamen kan, maar alleen als derandvoorwaarden kloppen. Het kan alleen als de energie betaalbaar is, alsde infrastructuur op tijd komt en als de overheid niet eerst mooiewoorden spreekt en daarna te laat betaalt – de IKC-ETS is te laat vergund –en te laat kiest. Daar ligt voor mij echt wel de kern. Voor JA21 is het heelduidelijk: ik denk dat we niet moeten kiezen voor doorgeslagen groenewenspolitiek, die eindigt in de-industrialisatie. We moeten ook nietachteroverleunen en hopen dat het vanzelf wel goedkomt. We moetenkiezen voor industriebehoud, betaalbare en zekere energie, tijdelijkegaszekerheid waar dat nodig is, en – ik zei het net al – structurele opbouwvan nieuwe energiezekerheid, bijvoorbeeld via kernenergie en SMR’s;maar dat laatste zit wel goed bij de Staatssecretaris. Ik wens dat hetkabinet dit ter harte neemt. Ik zal ze daarbij blijven aanmoedigen. Wezullen in het tweeminutendebat nog met een aantal voorstellen komen omdat verder kracht bij te zetten.Ik dank u wel.De voorzitter:Dank u wel.Ik zal zelf ook nog even als deelnemer aan dit debat mijn tweede termijndoen. Ik wil in ieder geval de Staatssecretaris, de Minister en hun teamsbedanken voor de antwoorden. Ik wil nogmaals benadrukken dat BBBgewoon een sterke industrie in Nederland wil. We moeten verstandigeprioriteiten stellen, waarbij er ook voldoende aandacht is voor de regio ende kleinere industrieën, en niet alleen voor de grote, bekende namen diezelf heel goed de media weten te vinden. We moeten ervoor zorgen dat detotale clusters sterk blijven. Het is net als bij mikado: als je er één stokjetussenuit trekt, levert dat problemen op. We moeten ook eerst zorgen voorde juiste randvoorwaarden voordat... Sommige mensen hier willen nogweer met nieuwe eisen komen, maar eerst moeten de randvoorwaardenop orde zijn.Daar wou ik het graag bij laten.Kunnen de Minister en de Staatssecretaris per ommegaande reageren?Dat lijkt te kunnen, fijn. Het woord is aan de Minister.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31262 Dank u wel, voorzitter. We zullen zeker ons best doen.Het lid Kostic´ gaf aan dat er spanningen zijn. Zij vroeg om aan te gevenwelke keuzes we willen maken. Ze gaf aan dat er soms spanning tussenzit. Met betrekking tot dat industriebeleid komen we na de zomer met eenintegraal plan. Daarbij zullen we inderdaad ook ingaan op ruimte. Daarliggen heel veel rapporten aan ten grondslag. Die zullen we daar allemaalbij benutten. In die zin zitten we dus redelijk op een lijn.Het lid Kostic´ vroeg of ik in mei een nadere toelichting wil geven op deincidenten. We werken toe naar de maatwerkaanpak. In de tussentijdreageren op elke aparte situatie die zich zou mogen voordoen – ik hoopgeen meer, overigens – lijkt me niet zo zinvol. De vragen die ik het lidKostic´ hoor stellen gaan eigenlijk – dat heb ik ook gehoord in het debat –over: hoe borg je nou dat er ook, niet alleen zoals we in de JLoI hadden,een soort opzeggrond is, maar ook dat je borgt dat je in die maatwerkaf-spraak voldoende grondige borging hebt om het bedrijf aan de afsprakente kunnen houden. Ik zie het lid Kostic´ nee schudden. Dan zal ik niet verderhet antwoord geven met nadere details daarover. Dat is zoals ik het voormezelf invul.Voorzitter, dan ga ik naar mevrouw Van Oosterhout.De voorzitter:Minister, misschien is het goed als het lid Kostic´ eerst even reageert. Dankunnen we de vragen per stuk afhandelen. In totaal hebben we namelijkmaar drie of vier vragen, dacht ik.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De kernvraag is natuurlijk: is het bedrijf compliant en betrouwbaar genoegom überhaupt een maatwerkafspraak mee te kunnen sluiten? Daar gaathet om. Het gaat niet om één of enkele incidenten. Het gaat om hetstructureel niet naleven van regelgeving de afgelopen tijd. Daar hebbenwe tot op dit moment nog geen integrale reflectie van het kabinet opgezien. Dat is wel relevant voor artikel 15, lid 3 van de joint letter of intent.Nogmaals, ik wil heel graag in mei – want ik snap dat de Minister dat numisschien niet kan doen – een reflectie daarop. Dat is het enige wat ikvraag. Gun de Kamer dat op z’n minst qua transparantie.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Die integrale reflectie komt er, maar die komt dan bij de maatwerkaf-spraken, dus niet in mei. Die integrale reflectie zullen we geven – daarvraagt u om – en die komt bij de maatwerkafspraken.De voorzitter:Het lid Kostic´ heeft niet het antwoord gekregen dat ze graag wenst, maarwel een antwoord, en daar zal het het voor nu mee moeten doen. Ik vraagde Minister om verder te gaan.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Mevrouw Van Oosterhout vroeg: hoe gaan we het gat dichten? Er isinderdaad nog een heel gat te dichten. We werken elke dag aanvoortgang, zo snel mogelijk. Dat draagt uiteindelijk allemaal bij aan hetdichten van het gat, want uiteindelijk zijn het de acties die in de praktijkhet gat dichten, en niet alleen welke ambities je daarvoor opschrijft. Wegaan daar elke dag hard mee aan de slag. Zoals ik al heb aangegeven,komen we begin 2027, zoals staat in het regeerakkoord, met een analyseover of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Dat geeft ook nader inzichtin wat we denken dat we kunnen doen om het gat te dichten.Dan ga ik naar de vraag over bestaande industrie en nieuwe industrie. Inhet integrale plan, waarvan ik heb aangegeven dat we daar na de zomerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31263 mee komen, ook op aansporing van uw Kamer, gaat het uiteraard overzowel bestaande als nieuwe industrie. Dat nemen we daar dus allemaal inmee.De heer Jumelet had nog ...De voorzitter:Een moment alstublieft. We ronden eerst deze af. Mevrouw VanOosterhout heeft nog een vraag.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag over het dichten van het gat ging specifiek over de finan-ciering. Er is allerlei aflopende financiering. Mijn vraag was eigenlijk: gaatu de Minister van Financiën aan zijn jasje trekken over de financiering?De voorzitter:Feitelijk is dat dezelfde vraag die de heer Jumelet daarna stelde, maar danmet een iets andere bewoording.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik sluit me aan bij wat de Staatssecretaris daarover heeft gezegd. Wijhebben grote ambities. We hebben grote uitdagingen. We hebben nietaltijd op voorhand meteen alle middelen op de plank liggen om datallemaal te doen. Dat is wat de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen. Datbetekent dus dat we heel creatief moeten zijn. Naast middelen heeft deoverheid ook nog andere mogelijkheden om uiteindelijk tot de realisatievan die ambities te komen. Daar kijken de Staatssecretaris en ik met u enmet allerlei partijen in het veld met maximale creativiteit naar. Ik sluit nietuit dat er aan het einde toch nog een stukje wens overblijft, ook nadat demiddelen opgelost zijn. Dan zullen we met elkaar moeten bekijken hoe wedat wegen. Dat is natuurlijk ook breed in de Kamer op alle portefeuillessteeds een uitdaging.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dat was het van uw kant? Heeft de Staatssecretaris nog iets toe tevoegen? O, u heeft nog één vraag om te beantwoorden, Minister?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik had nog een vraag van de heer Jumelet over de consultatie en deaannames. Ik heb hem toegezegd dat we die aannames in de consultatieszullen meenemen. Verder wil ik de andere leden danken voor hun inbrengin de tweede termijn. Daarin zie ik gewoon in grote lijnen een bredeondersteuning van de aanpak. Ik hoor ook bij alle leden dat u ons daarscherp op zult houden. Dat is ook nodig, want soms zit je op een balans:hoever draai je een knop open? Dan is het gewoon belangrijk om metelkaar te wisselen wat de voor- en nadelen zijn van hoever je die knopopendraait, zodat we in de dilemma’s die er zijn samen de keuzes makendie nodig zijn.Dank u wel, voorzitter. Ik geef het woord graag door aan de Staatssecre-taris.De voorzitter:Gaat u verder, Staatssecretaris.Staatssecretaris De Bat:Dank, voorzitter. Volgens mij heb ik nog één vraag te beantwoorden: hoekunnen we met maatwerk verder, gekoppeld aan de middelen? Allereerstligt er heel veel op tafel. De Cluster Energiestrategie is er. Die kan omgezetworden in een plan. Dat hoeft niet de meeste tijd te kosten. We moetendat ook snel doen. Daar is ragfijne coördinatie voor nodig, zoals de heerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31264 Grinwis ook zei. Ook is er duidelijkheid nodig. Het moet niet alleen ragfijnzijn, maar ook heel duidelijk. Anders blijf je namelijk hangen en draaien.Dat gaan we niet doen. We zetten daar twee dingen voor in: het echt goedafstemmen van de randvoorwaarden, waar we heel veel mee kunnenbereiken, en de generieke mogelijkheden die er zijn. De volgende stap zoukunnen zijn dat we echt gaan herprioriteren in de middelen. Ook daarzullen we zeker naar kijken indien nodig, gericht op het versnellen van hetresultaat. Komend voorjaar moeten we dan in het kader van de discussieover het bereiken van de doelen bespreken of er nog een derde stap nodigis. Ik denk dat die drie stappen nodig zijn. Daar gaan we heel graag meeaan de slag. Ook ik dank u voor de bijdrages.De voorzitter:Dank u wel. Dan kunnen we in ieder geval constateren dat het lid Kostic´een tweeminutendebat heeft aangevraagd. Dat zal worden ingepland methet lid Kostic´ als eerste spreker. Ik heb hier een tweetal toezeggingenstaan.–De eerste toezegging is dat de Kamer in mei 2026 een brief van deMinister ontvangt over een mogelijke versnelling van de openstellingvan de IKC, met alle afwegingen die daarbij horen en die de Kamer dankan kiezen.–De tweede toezegging is dat direct na de zomer de Kamer eenintegraal plan met maatregelen ontvangt ter verbetering van hetconcurrentievermogen van de industrie, inclusief de chemie en eenvergelijking met buurlanden.Zo hebben wij het in ieder geval aan deze kant van de tafel begrepen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dat is bijna helemaal correct, voorzitter. We schrijven onze integraleaanpak voor de industrie. Zoals u het verwoordde, lijkt het net alsof erweer allemaal nieuwe maatregelen komen. Dat is niet zo, maar weschetsen wel hoe het al bestaande instrumentarium en het instrumen-tarium naar aanleiding van dit regeerakkoord worden ingezet en hoe datin vergelijking met de buurlanden leidt tot een sterk industriebeleid.Daarin nemen we ook de chemie mee. Die vormt een apartaandachtspunt.De voorzitter:Dank u wel. Ik had het woord «nieuw» niet genoemd in de toezegging.Wat mij betreft blijft die dus redelijk overeind, maar als we er «deintegrale aanpak» van kunnen maken, dan is dat ook goed. Ja?Lid Kostic´, toch nog één oprisping?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, omdat een van die toezeggingen gaat over waar ik expliciet naarvroeg. Volgens mij hoorde ik de Minister ook zeggen dat ze dat gaatmeenemen, maar ik wil toch nog even een bevestiging. Het gaat om deexpliciete toezegging om die verschillende maatschappelijke doelenrondom klimaat, natuur en water mee te nemen in de reflectie op deindustrie en dat ook wetenschappelijk te analyseren/toetsen, zodat we metelkaar weten hoever we zijn, hoe het samenhangt, waar de spanningenliggen en welke keuzes we daarin hebben gemaakt.De voorzitter:In de toezegging zit sowieso het woord «integraal», maar het lid Kostic´ wilook nog een wetenschappelijke onderbouwing.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31265 Ik heb aan het lid Kostic´ toegezegd dat we daarbij allerlei rapporten zullenbenutten. Dat zijn natuurlijk wetenschappelijke rapporten. In die zin komtdat goed.De voorzitter:Dan wachten we op de voetnoten die daarbij horen.Ik wil iedereen bedanken, zowel de bewindspersonen van de zijde van hetkabinet als de leden en de staf die hier actief is. Dank u wel. Ik sluit devergadering.Sluiting 13.58 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 31266
Bron, video en gesprek →58debatten
1.858bijdragen
1.497interrupties
99.204woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: CDA (2025-11-12–heden) ·