Geachte Voorzitter, In deze brief geef ik een reactie op de aangenomen motie van het lid Kisteman c.s.[voetnoot 1] Deze motie verzoekt om, voorafgaande aan de EZK-begrotingsbehandeling, te komen met een voorstel voor het schrappen van de innovatie- en regiostimuleringstaak in de Wet op de Kamer van Koophandel (Wet op de KVK), en de bijbehorende middelen in te zetten voor de Impulsaanpak Winkelgebieden, waarbij de afbouw van de genoemde taken van de KVK ordentelijk moet verlopen. In mijn reactie ga ik nader in op de innovatie- en regiostimuleringstaak en de Actieagenda mkb-dienstverlening. In het mkb-debat heb ik toegezegd om deze toelichting uiterlijk op 1 november 2026 aan uw Kamer te verstrekken. Met deze brief doe ik tevens beide toezeggingen af.[voetnoot 2] Uitvoering van de motie van het lid Kisteman c.s. De Evaluatie KVK 2018-2024[voetnoot 3] laat zien dat de huidige invulling van de innovatie- en regiostimuleringstaak beperkt doeltreffend is. De motie van het lid Kisteman c.s. legt daarom terecht de vraag op tafel of deze taken anders moeten worden ingericht. Ik deel deze conclusie uit de KVK-evaluatie en wil de huidige activiteiten van de KVK op deze taken daarom afbouwen. Mijn voornemen is om vanaf 2027 hiermee te starten. Het is echter niet mogelijk om - zoals motie vraagt - de wettelijke taken per direct te schrappen en de verbonden middelen op korte termijn anders in te zetten voor de Impulsaanpak Winkelgebieden. Daarvoor zijn twee praktische redenen: Uitvoering: omdat de uitvoering van deze taken verbonden is aan personeel, contractuele verplichtingen, systemen en huisvesting. In het tweeminutendebat MKB van 3 september 2026 is aan de orde gekomen dat het qua personeel gaat om het equivalent van circa 135 fte. Een dergelijke omvangrijke afbouw van capaciteit vereist een formele reorganisatie met een doorlooptijd van minimaal 4 jaar. KVK is eigen risicodrager en moet zelf de kosten voor ontslagen dragen. Het schrappen van de innovatie- en regiostimuleringstaak brengt de komende jaren extra kosten met zich mee. Wettelijke belemmeringen: De innovatie- en regiostimuleringstaak zijn verankerd in de Wet op de KVK. Dit brengt als praktisch gevolg met zich mee dat het niet mogelijk is om op korte termijn deze taken te schrappen. Een wetswijziging heeft doorgaans een doorlooptijd van minimaal 1,5 tot 2 jaar. Daarnaast blijft het noodzakelijk om in het brede mkb de toepassing van innovatie te stimuleren. Dit is cruciaal voor de toekomstbestendigheid van het brede mkb en daarmee het verdienvermogen van Nederland. In de overwegingen bij de motie wordt aangegeven dat de ROM’s en RVO soortgelijke taken uitvoeren als KVK. De ROM’s en RVO richten zich echter primair op het stimuleren van de ontwikkeling van innovatie, terwijl de opgave van KVK zich zou moeten richten op de toepassing van innovatie in het brede mkb. Zoals opgemerkt is uit de evaluatie KVK 2018 – 2024 gebleken dat de huidige invulling van deze taak beperkt doeltreffend is. Echter zou het geheel schrappen van de innovatie- en regiostimuleringstaak betekenen dat een van de weinige landelijke instrumenten verdwijnt die het brede mkb ondersteunt om innovatie toe te passen. Mijn acties ten aanzien van de uitvoering van de motie van het lid Kisteman c.s. zijn erop gericht om de ondersteuning van het brede MKB anders en beter te organiseren. Hieronder ga ik hier verder op in. Daarbij staat voorop dat ondernemers beter worden geholpen door vereenvoudiging van het stelsel van mkb-dienstverlening en publieke middelen doelmatig worden ingezet. KVK krijgt hierin een nieuwe- en meer beperkte landelijke rol. Visie op mkb-dienstverlening Onderzoek wijst stelselmatig uit dat het brede mkb het tempo van innovatie niet kan bijbenen. [voetnoot 4] Tegelijkertijd is de dienstverlening om hen daarbij te ondersteunen te complex en versnipperd. De KVK-evaluatie onderstreept dat het wenselijk en noodzakelijk is dat de overheid ondernemers stimuleert innovatie toe te passen. Hierbij is het verschil tussen de ontwikkeling en de toepassing van innovatie relevant. De ontwikkeling van innovatie ligt veeleer op het terrein van grootbedrijven, start- en scale-ups en innovatieve mkb-bedrijven. Het brede mkb richt zich op de toepassing van technologische innovaties en procesinnovatie: cruciaal voor de productiviteit en het verdienvermogen van Nederland. KVK, RVO, ROM’s, provincies, gemeenten, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) zijn ruim twee jaar geleden samen aan de slag gegaan met de verbetering van de mkb-dienstverlening in het kader van de Actieagenda mkb-dienstverlening. Startpunt vormde het advies ‘Dienstbare dienstverlening’ van het Nederlandse Comité voor Ondernemerschap (2022). Dit Comité gaf aan dat verbeteringen nodig zijn in de versnipperde publieke dienstverlening aan ondernemers om noodzakelijke transities te versnellen. Publieke dienstverleners dienen beter aan te sluiten op de vraag van ondernemers en als één stelsel te gaan functioneren met samenhang en logische ordening van het aanbod.[voetnoot 5] De Actieagenda mkb-dienstverlening wil hieraan een forse impuls geven: in 2030 moeten 100.000 mkb’ers hiermee daadwerkelijk aan de slag zijn gegaan. De uitgangspunten van de Actieagenda mkb-dienstverlening om te komen tot vereenvoudiging van de dienstverlening aan het brede mkb zijn: Ondernemers zetten elkaar aan om innovatie toe te passen. Mkb-ondernemers gaan pas investeren in product- en procesinnovatie als ze bij andere bedrijven zien dat het werkt. Ondernemers gaan voor inspiratie en hulp als eerste naar hun regionale netwerken. Ze halen hun kennis en personeel vooral uit de vertrouwde omgeving. Regionale aanbieders spelen in op de vraag van ondernemers en hebben hun aanbod op orde. Hiertoe zijn regionale ecosystemen voor het brede mkb ingericht. In deze ecosystemen werken dienstverleners, branches en kennis- en onderwijsinstellingen samen en worden ondernemers uitgedaagd om met elkaar in gesprek te gaan, hun vragen te expliciteren en samen tot toekomstbestendige oplossingen te komen. De verbinding met het landelijk aanbod van dienstverlening voor het brede mkb verloopt via de KVK, die beschikt over een wettelijke basis, landelijke dekking en op basis van kennis van lokale ondernemersbehoefte een signaleringsfunctie richting overheden kan vervullen. De landelijke dienstverleners ondersteunen de regionale ecosystemen met informatie en data. Daarnaast verwijzen regionale en landelijke dienstverleners naadloos naar elkaar door en naar gespecialiseerde dienstverleners. Momenteel hebben 25 regio’s de eerste stappen gezet in de Actieagenda mkb-dienstverlening en zijn de eerste resultaten zichtbaar. Door de krachten in de regio te bundelen, worden op grotere schaal ondernemers bereikt en geactiveerd om met hun toekomstbestendigheid aan de slag te gaan. Latente ondersteuningsvragen worden eerder expliciet gemaakt en ondernemers kunnen gerichter worden verbonden aan passende dienstverlening. Voorbeelden zijn het bedrijf HR Premium Parts dat het retourproces automatiseerde met ondersteuning van de regio (Stedendriehoek Apeldoorn-Deventer-Zutphen) en BPV Accountants integreerde AI in de bedrijfsprocessen via de regio (Sittard-Geleen). De nieuwe aanpak van de Actieagenda mkb-dienstverlening is in de fase gekomen dat uitbouw en bestendiging noodzakelijk is om tot grootschalige impact te komen. Dit behoeft een financiële impuls vanuit regio’s en het rijk. Uitwerking visie op hoofdlijnen Inzet regio’s De inrichting en uitbouw van de regionale ecosystemen voor het brede mkb vraagt van de regio’s om een programmatische en meerjarige-aanpak. De focus ligt hierbij op dienstverlening gericht op de toepassing van digitalisering, verduurzaming en circulariteit. Daarnaast zetten de regio’s in op de vereenvoudiging van het aanbod van dienstverlening. De inrichting en uitbouw van de regionale ecosystemen zal stapsgewijs verlopen omdat regio’s in een verschillend tempo lopen. Regio’s kunnen pas een beroep doen op de Rijksmiddelen als aangetoond is dat het regionale ecosysteem voor het brede mkb van goede kwaliteit is, middels een onafhankelijke toetsing en beoordeling. Hiertoe wordt een beoordelingskader opgesteld door het Rijk. Uitgangspunt is dat de regio’s twee-derde financieel bijdragen, terwijl de middelen vanuit innovatie- en regiostimuleringstaak ingezet worden als cofinanciering voor de resterende een-derde. De combinatie van regionale en Rijksmiddelen heeft een vliegwieleffect dat het mogelijk maakt om de ambitie van een toekomstbestendig mkb te realiseren. Met ingang van 2031 is de inrichting voltooid en is sprake van een volwassen stelsel van mkb-dienstverlening. Dit behoeft structureel onderhoud en bijstelling; innovatie is immers een permanent proces. KVK: beëindiging huidige activiteiten innovatie- en regiostimulering De huidige activiteiten van de KVK voor innovatie- en regiostimuleringstaak worden afgebouwd. Dit houdt in dat de KVK niet langer zelf actief dienstverlening inzet om de toepassing van innovatie in het brede mkb te stimuleren. Dit verschuift naar de regio. De herziening van de activiteiten van de KVK vindt plaats binnen de huidige wettelijke kaders en kan daarom in begin 2027 van start gaan. In de periode tot en met 2030 wordt de huidige inzet vervolgens stapsgewijs afgebouwd, zodat deze ordentelijk verloopt. Zoals eerder aangegeven zijn middelen niet op korte termijn vrij te spelen, omdat de uitvoering van deze taken verbonden is aan personeel, contractuele verplichtingen, systemen en huisvesting. Rol van de KVK in de nieuwe aanpak Ook in de nieuwe aanpak blijft de KVK vanuit haar landelijke positie een belangrijke, maar andere en meer beperkte rol spelen in de dienstverlening aan het brede mkb: De KVK beoordeelt regionale plannen voor de uitbouw en bestendiging van de regionale ecosystemen voor het brede mkb op kwaliteit, effectiviteit en lerend vermogen, binnen de kaders die voortvloeien uit de beleidsverantwoordelijkheid van EZK. Op basis hiervan keert KVK de betreffende gelden uit, monitort KVK de voortgang en wordt periodiek geëvalueerd. Hiertoe wordt de KVK ondersteund door een externe en onafhankelijke toetsingscommissie. Het versterken van samenhang tussen de regio’s: de KVK benut haar landelijke positie om samenhang aan te brengen, resultaten inzichtelijk te maken en kennis tussen regio's te verspreiden. Op basis hiervan worden succesvolle aanpakken opgeschaald. Hiermee zijn de eerste positieve ervaringen opgedaan. Als vervolgstap richt KVK een landelijk platform in dat de uitwisseling van kennis en ervaring ondersteunt. Het structureel met elkaar verbinden van landelijke en regionale dienstverlening. Hierbij maakt KVK landelijk kennis en data beschikbaar voor regionale ecosystemen. Omgekeerd worden signalen en lessen uit regio’s teruggekoppeld naar landelijk beleid en uitvoering. Om de bedrijfsorganisatorische, juridische en financiële inbedding van deze nieuwe taken goed te onderbouwen en zorgvuldig uit te kunnen voeren, zal de KVK in de eerste helft van 2027 een uitvoeringstoets doen. Financieel beeld Op dit moment kan een eerste indicatief financieel beeld gegeven worden op basis van huidige middelen voor de innovatie- en regiostimuleringstaak. De inzet is om op langere termijn de dienstverlening van zowel Rijk als regio efficiënter in te richten, wat verdere besparingen mogelijk maakt. Denk bij de regio’s aan meer kennisdeling om te voorkomen dat ieder voor zich het wiel opnieuw uitvindt. En aan de inzet van AI-tools. Indicatief worden, na afronding van de transitiefase 2027-2030, met ingang van 2031 de huidige financiële middelen als volgt verdeeld: circa € 16 miljoen is structureel beschikbaar voor de uitbouw en bestendiging van de regionale ecosystemen voor het brede mkb. Daarnaast is structureel een uitvoeringsbudget van circa € 5 miljoen voorzien voor de landelijke rol van de KVK binnen deze aanpak, waaronder het ondersteunen van regio’s en de verbinding tussen landelijke en regionale dienstverlening. Op basis van de uitvoeringstoets kunnen deze bedragen in de eerste helft van 2027 bijgesteld worden. Tot slot De motie van het lid Kisteman c.s. wijst terecht op de huidige niet toereikende invulling van de innovatie- en regiostimuleringstaak. Daarom bouw ik de huidige activiteiten van de KVK af en richt ik de ondersteuning van het brede mkb anders in. De uitvoering komt dichter bij ondernemers in de regio te liggen en de KVK krijgt een meer beperkte landelijke rol. Daarmee geef ik uitvoering aan de motie die vraagt om een andere inzet van de KVK. Het op korte termijn wettelijk schrappen van de taken en het direct beschikbaar maken van de middelen voorandere doeleinden is echter niet uitvoerbaar. Een wetswijziging en de noodzakelijke reorganisatie vragen daarvoor meer tijd. Ik wil niet wachten op die procedures voordat de verandering begint. Daarom start de afbouw in 2027. De uitvoeringstoets moet vervolgens duidelijk maken welke middelen voor de nieuwe werkwijze daadwerkelijk nodig zijn. Ik informeer uw Kamer in het voorjaar van 2027 over de verdere uitwerking. Tot slot: op dit moment zijn we bezig met de uitvoering van de 47 Impulsaanpak Winkelgebieden projecten. Ik sta positief tegenover deze Impulsaanpak en zal richting het voorjaar bezien hoe eventuele verdere invulling eruit kan zien. De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert Pagina 2 van 6 Pagina 1 van 1 Kamerstukken II 2025/26, 32637, nr. 774 TZ202607-004, TZ202607-008. Zie Kamerstukken II 2025/26, 25268, nr. 250. De KVK-evaluatie is een gecombineerde evaluatie van de KVK als zelfstandig bestuursorgaan (zbo) en de evaluatie van de Wet op de KVK. Voor recente onderzoeken: Staat van het mkb 2026 – Klaar voor de toekomst? (September 2026); RaboResearch, Een derde van de kleine ondernemingen is beperkt toekomstbestendig (2025). Advies ‘Dienstbare dienstverlening van het Nederlandse Comité voor Ondernemerschap (2022). Directoraat-generaal Bedrijfsleven & Innovatie Directie Ondernemerschap Ons kenmerk DGBI-O / 108610167 Directoraat-generaal Bedrijfsleven & Innovatie Directie Ondernemerschap Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Ons kenmerk DGBI-O / 108610167 > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG Datum 13 oktober 2026 Betreft Reactie op motie van het lid Kisteman c.s. Herijking KVK innovatie-en regiostimuleringstaak in lijn met de Actieagenda mkb-dienstverlening
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
24886f26-0e40-4d47-8b9b-6a868744c730
18debatten
735bijdragen
3interrupties
86.821woorden in uitspraken
Commissies
Geen huidige commissielidmaatschappen beschikbaar in de Kamerdata.
Contact
Contactgegevens worden alleen getoond voor zittende Kamerleden.
Loopbaan
Geen loopbaangegevens beschikbaar in de Kamerdata.
Opleiding
Geen opleidingsgegevens beschikbaar in de Kamerdata.
Nevenfuncties
Geen nevenfuncties beschikbaar in de Kamerdata.
Geschenken en reizen
Geen geregistreerde geschenken beschikbaar in de Kamerdata.
Geen geregistreerde reizen beschikbaar in de Kamerdata.
Stemgedrag
Bij een hoofdelijke stemming staat de eigen stem. Anders staat de stem van de fractie waarvan dit Kamerlid op de besluitdatum lid was; dat is geen persoonlijke stem.
Geen stemmingen beschikbaar in de Kamerdata.