KamerkringInloggen
Heleen Herbert

Officieel Kamerprofiel

Heleen Herbert

17debatten
511bijdragen
3interrupties
77.569woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Herbert: Dank, voorzitter. Het lijkt mij goed om eerst in te gaan op de vragen die aan mij gesteld zijn. Ik begin met de vragen van mevrouw Bühler over de chemiesector. Zij vroeg wat mijn concrete inzet is om mij teweer te stellen tegen alles waar de energiesector onder lijdt. De chemiesector is van groot strategisch belang voor Nederland en Europa. Het kabinet is bekend met de door u geschetste problematiek en maakt zich ook zorgen over een aantal ontwikkelingen in de sector. Daarom zet het kabinet zich op verschillende manieren in om de concurrentiekracht van de chemische industrie te versterken. Het kabinet heeft bijvoorbeeld de IKC vanaf 2025 uitgebreid met 22 subsectoren die door hoge elektriciteitskosten in zwaar weer verkeren, zoals de chemie. Om het gelijke speelveld verder te verbeteren, wordt de nationale CO2-heffing afgeschaft. Verder werkt het kabinet voortdurend aan het verbeteren van de randvoorwaarden voor duurzame productie en zet het in op het stimuleren van de vraag naar toekomstbestendige producten en productiemethoden. Dan de vraag wat de Nederlandse inzet is om vraagcreatie te stimuleren. De vraagcreatie specifiek voor de chemie wordt momenteel uitgewerkt binnen de Europese Critical Chemicals Alliance. Nederland maakt zich hier al langere tijd hard voor in Europees verband. Verschillende initiatieven hebben ertoe geleid om tot een dergelijke alliantie te komen. Nederland is voorzitter van de werkgroep waarin specifiek aan vraagcreatie wordt gewerkt. Ik kan op dit moment niet vooruitlopen op de conclusies die daaruit zullen voortvloeien, maar de adviezen worden nog deze zomer verwacht. De laatste vraag van mevrouw Bühler ging over handelsbescherming. Het kabinet zet zich in Europees verband in voor het bevorderen van een mondiaal gelijk speelveld, waar handelsmaatregelen tegen concurrentievervalsing en marktverstorende praktijken onderdeel van zijn. Dit geldt voor elke sector en dus ook voor de chemiesector. Zo neemt de EU al langer en regelmatig maatregelen tegen marktverstorende praktijken, bijvoorbeeld door inzet van het handelsdefensieve instrumentarium. In Brussel worden momenteel gesprekken gevoerd over de modernisering van dit instrumentarium, waaraan Nederland een actieve bijdrage levert. Voor verdere vragen op dit onderwerp verwijs ik u graag naar mijn collega, de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, maar ik kan toezeggen dat ik mij hard inspan voor snelle en effectieve handelsbeschermende maatregelen binnen de EU.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Herbert: Ik herken dat er eigenlijk een heleboel thema's in de huidige samenleving zijn waar spanning op bestaat en dat het continu een kwestie is van balans vinden tussen zaken. Ik herken dus dat die twee thema's die de heer Schenk noemt in balans gebracht moeten worden. Daarom zetten we, naast de inzet op het klimaatbeleid, waar we heel duidelijk beleid voor gekozen hebben, ook in op een aantal beschermende zaken, zoals ik net in mijn beantwoording heb toegelicht.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Herbert: Ik zal straks bij de beantwoording van de motie van de heer Schenk ingaan op deze materie.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Herbert: Ik stel voor om door te gaan met de vragen die meneer Schoonis van D66 gesteld heeft. Die gaan over de ruimtevaartagenda, iets waar ik ook met enthousiasme naar kijk. Ik deel namelijk de ambitie en de wens om tot een uitvoeringspad te komen. Tegelijkertijd herken ik ook dat er vele projecten en ambities zijn in bijvoorbeeld ons brede industriebeleid die middelen vereisen. Maar ik zeg toe dat ik mij ook in de budgettaire onderhandelingen hard zal maken om ruimte te verwerven voor die ruimtevaartagenda. Er was een specifieke vraag over de inzet van bepaalde investeringsinstrumenten, zoals het launching customership — ik weet eigenlijk niet welk woord je daaraan zou moeten geven, als je dat zelfstandig maakt — en dual-use-innovatie. Eigenlijk zou ik alle passende investeringsinstrumenten willen gebruiken om te stutten wat er op die lange-termijn ruimtevaartagenda nodig is. Ik ben dus ook hierbij bereid elk instrument dat kan dienen in te zetten. Dat zal ik zeker verder bekijken. De laatste vraag was hoe ik als minister van Economische Zaken de sterke positie die Nederland heeft niet alleen ga behouden maar ook uit ga uitbreiden. Allereerst, om daarover expliciet te zijn: ik deel die ambitie. Ik zie dat voor me door de koploperspositie vooral samen met de sector te behouden en verder uit te bouwen. Ik zal de Kamer daar verder over informeren in een voortgangsbrief over de langetermijnagenda. Die brief kunt u verwachten voor de zomer. Overigens zie ik ernaar uit om daarover in gesprek te gaan met u, zoals u zelf ook voorstelde. Dan zou ik door willen gaan naar de moties. Ik start met de motie op stuk nr. 699 van de VVD, de heer Kisteman, met zijn oproep om het mogelijk te maken dat de horeca langer openblijft tijdens het WK voetbal. Ik laat het oordeel over aan de Kamer. Ik denk dat ik namens iedereen spreek, in ieder geval iedereen hier, als ik zeg dat we ontzettend uitkijken naar de start van het WK voetbal. Sport is iets wat mensen samenbrengt. Het zorgt voor trots en verbinding. Ik kijk ook uit naar de gezelligheid op veel plekken waar de wedstrijden gekeken worden. Wat de openingstijden van de horeca betreft: uw Kamer weet natuurlijk dat dit in de eerste plaats een gemeentelijke aangelegenheid is. Ik kan hun niet voorschrijven hoe ze daarmee om moeten gaan. Dat is maar goed ook. Maar de motie roept ertoe op om met gemeenten in gesprek te gaan en hen te stimuleren om ruimhartig om te gaan met openingstijden. Daar ben ik samen met mijn collega van Binnenlandse Zaken zeker toe bereid. Ik kan de motie dus oordeel Kamer geven.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Herbert: Ja, want dan ga ik nu naar de motie op stuk nr. 698. Deze motie is wat ingewikkelder. Deze gaat over de kosten voor het vertonen van wedstrijden van het WK voetbal. Deze motie apprecieer ik namens de minister van OCW, die hier natuurlijk over gaat. De NOS heeft voor Nederland de uitzendrechten voor het WK voetbal. Daaronder vallen ook de rechten voor de zogenaamde public viewing. In de Mediawet staat dat de NOS geen gratis diensten mag leveren aan commerciële partijen als die daar geld mee kunnen verdienen. Dat wordt ook wel het "dienstbaarheidsverbod" genoemd. Daarom moeten cafés een marktconforme vergoeding betalen als ze WK-wedstrijden willen laten zien op grote schermen, bijvoorbeeld op een marktplein. Voor veel kleinere horecazaken die hun scherm binnen hebben staan, geldt dat zij genoeg hebben aan de reguliere doelgroepenlicentie. Zij hebben dus geen extra kosten bij het WK voetbal. Dit geldt ook voor zorginstellingen. Deze motie van meneer Kisteman vraagt om evenementen tot 5.000 bezoekers, bijvoorbeeld op een marktplein, vrij te stellen van een vergoeding. Dan hebben we het over grote evenementen, waar ook veel geld mee verdiend kan worden. Als de NOS zou doen wat meneer Kisteman voorstelt, is het sterk de vraag of dit in overeenstemming is met de Mediawet en de Europese staatssteunregels. Daarom moet ik de motie op stuk nr. 698 ontraden.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Herbert: De oproep van de Kamer is helder. Overigens heb ik ook een warm hart voor ondernemers die ideeën hebben om gezelligheid te entameren rondom het WK voetbal. Hopelijk ziet u ook de complexiteit van de situatie. Ik kan wel toezeggen dat collega-minister Letschert, de minister van OCW, die hier verantwoordelijk voor is, deze motie nog bij de NOS onder de aandacht kan brengen, want zoals de Kamer weet, is het uiteindelijk niet aan het kabinet, maar aan de NOS.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Herbert: Dan gaan we naar de eerste motie van meneer Schenk van Forum voor Democratie. Die gaat over aangescherpte productnormen. Ik ontraad deze motie. Dat is niet omdat ik de zorgen niet begrijp. Die deel ik zelfs. Ik voel ook verantwoordelijkheid voor alle zaken die u benoemt in de motie. Maar allereerst vindt het kabinet, net als veel bedrijven overigens, dat productnormen ook een goed instrument zijn om investeringszekerheid te creëren en zo de toekomstbestendigheid van de industrie in Europa te versterken. Tijdens de Raad waar ik aan deel zal nemen, worden nog geen besluiten genomen over de tekst, omdat deze nog in beweging is. Lidstaten zullen de komende tijd onderhandelen over de vormgeving van de maatregelen in de Industrial Accelerator Act. Hierbij zal het kabinet conform het BNC-fiche inzetten op productnormen en daarbij rekening houden met uitvoerbaarheid, regeldruk en kosten, zoals door meneer Schenk wordt verzocht in de motie. Dan de motie over ETS. Ook deze motie ontraad ik. Het kabinet erkent overigens wel de zware omstandigheden voor de Europese energie-intensieve industrie, vooral in sectoren met een hoog risico op verplaatsing van de productie, zoals de chemie. Daarom kijkt het kabinet naar manieren om deze sectoren beter te beschermen, zoals het versterken van de koolstofheffing aan de grens, de zogenaamde CBAM-maatregelen in de Industrial Accelerator Act. Dat gebeurt ook in de Critical Chemicals Alliance, waar ik al eerder over sprak. Tegelijkertijd blijft verduurzaming van de energie-intensieve industrie belangrijk voor onze strategische autonomie, voor onze weerbaarheid en voor het behalen van klimaatdoelen. Een sterk en stabiel ETS biedt daarbij investeringszekerheid en stimuleert juist investeringen in schone productie. Het kabinet kijkt daarom uit naar de ETS-herziening in juli, die met gerichte aanpassingen ons concurrentievermogen moet versterken en ons tegelijkertijd op koers moet houden om de klimaatdoelen te behalen. Daarmee hoop ik een uitleg te geven bij die gezochte balans waar ik het eerder over had in mijn gesprek met meneer Schenk. Dan de motie over het 28ste regime.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Herbert: Ja, de motie op stuk nr. 702. Dank u wel, voorzitter. Ook deze motie ontraad ik. Het kabinet ondersteunt overigens ook bij deze motie weer volmondig de zorgen die uitgelicht worden. Het kabinet start met de ambitie om opschaling van met name start- en scale-ups in Europa makkelijker te maken. Daar kan nou net dat 28ste regime aan bijdragen. Dat is de upside van het 28ste regime. Daar kiezen we voor. Tegelijkertijd herken ik de zorgen van de indieners, waar we goed rekening mee moeten houden bij het finetunen van het 28ste regime. Dan gaat het bijvoorbeeld om het versterken van de waarborgen om fraude tegen te gaan. Dat is een prioriteit in de onderhandelingen. Voor het succes van het 28ste regime is het noodzakelijk dat fragmentatie tussen de lidstaten wordt tegengegaan, om te voorkomen dat ondernemingen binnen het 28ste regime uitwijken naar lidstaten met de minste waarborgen. Het kabinet zet er daarom op in dat waarborgen zo veel mogelijk op EU-niveau worden geregeld in plaats van verschillend per lidstaat, zoals de motie verzoekt. De onderhandelingen over dit voorstel zijn nog in volle gang. Die voeren wij ook langs de lijn zoals ik net uitlegde. Besluitvorming is op dit moment nog niet aan de orde. Juist daarom ontraad ik ook deze motie. Dan gaan we over naar de motie op stuk nr. 703. Dat is de laatste. Daarin verzoekt de heer Schenk om een nationale effectrapportage voor de industrie op te stellen. Ik zou deze motie als overbodig willen betitelen en appreciëren, want de motie is in lijn met het coalitieakkoord, waarin is aangegeven dat het kabinet voortaan standaard gaat kijken naar de effecten op het gelijke speelveld bij het invoeren van nieuw beleid. De Europese Commissie voorziet maatregelen reeds van impactassessments. Nederland analyseert in de BNC-fiche ook zaken als impact op concurrentievermogen en regeldruk en de financiële impact, zoals door de heer Schenk ook aangegeven. Daarbij maakt het kabinet actief gebruik van de expertise van verschillende organen, zoals het PBL en het CBS, voor de analyse van verschillende beleidsmaatregelen. In de BNC-fiche wordt ook het advies van het Adviescollege toetsing regeldruk opgenomen. Een extra analyse zoals verzocht, zou ik daarom willen kenmerken als iets met beperkte toegevoegde waarde en vooral als onnodige vertraging en extra regeldruk. Dat is juist iets waar ik mij hard voor wil maken: voorkomen dat dat ontstaat.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Herbert: Wat ik heb proberen te zeggen, is dat ik mij hardmaak voor het inzetten van de nu al besproken maatregelen in EU-verband. Ik heb daarbij verwezen naar het handelsdefensieve instrumentarium dat er al is. Daar levert Nederland ook een actieve bijdrage aan. Ik heb gezegd dat ik voor verdere vragen over dit onderwerp — dus meer verdiepend over de precieze werking en dergelijke — moet verwijzen naar mijn collega, de minister van Buitenlandse Handel.

Bron, video en gesprek →