Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 043Toekomst pensioenstelselNr. 653 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ARMOEDEBELEID, PARTICIPATIEEN PENSIOENEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 juni 2024Op 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen (hierna: Wtp) in werkinggetreden. De transitieperiode, die al bij veel partijen in voorbereiding was,is sindsdien formeel gestart. Betrokken partijen zijn aan zet om de transitiezorgvuldig vorm te geven en de uiterste transitiedatum en tussenliggendemijlpalen te behalen. De monitoring Wtp is opgezet om de ontwikkelingenin de pensioensector tijdens deze grote stelseltransitie op een structurelemanier te volgen en om, als dat nodig is, bij te kunnen sturen. Uw Kamerontvangt zoals toegezegd gedurende de transitieperiode ieder halfjaar eenvoortgangsrapportage.Met de invoering van de Wtp is het Nederlandse pensioenstelseltoekomstbestendig gemaakt. De hervorming behoudt de sterke elementenvan collectiviteit en solidariteit in ons pensioenstelsel. Met de transitiekrijgt de deelnemer eerder perspectief op een koopkrachtiger pensioen,wordt het pensioen transparanter en persoonlijker en sluit het beter aanop de ontwikkelingen in de samenleving en op de arbeidsmarkt.Dit is de eerste voortgangsrapportage waarin ik de voortgang van detransitie schets. Ik doe dat op basis van de eerste transitiemonitor (bijlage1), het eerste advies van de regeringscommissaris transitie pensioenen(bijlage 2), informatie van toezichthouders DNB en AFM en de gesprekkendie ik voer met het pensioenveld.1 Op basis van deze informatie blijkt datde sector voortvarend aan de slag is met de transitie naar het nieuwepensioenstelsel, en zich zal moeten blijven inspannen om de mijlpalen tehalen. Daarnaast is het van belang dat voor gesignaleerde knelpuntengezamenlijk naar een oplossing wordt gezocht en de sector snel duide-lijkheid krijgt, van zowel wetgever als toezichthouders, indien dat er nogniet is.1Hierbij dient te worden opgemerkt dat deze voortgangsrapportage en de onderliggendeonderzoeken een momentopname betreffen, omdat de sector volop in beweging is. kst-32043-653ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6531 Deze voortgangsrapportage monitoring Wtp volgt op de brief «Transitiepensioenstelsel en invaren» die ik eind 2023 aan uw Kamer heb gestuurd.2Naarmate de transitie vordert en in een volgende fase terechtkomt, komter steeds meer informatie beschikbaar. Zo kunnen bijvoorbeeld deervaringen van (gewezen) deelnemers en gepensioneerden met detransitie pas gemeten worden wanneer zij transitie-informatie van deuitvoerders van hun pensioenregeling hebben ontvangen. Het zwaar-tepunt van de monitoring zal dan ook geleidelijk van de arbeidsvoorwaar-delijke fase naar de implementatiefase verschuiven.Samen aan de slagMet de Wtp is het wettelijk kader vastgesteld waarbinnen de transitie naarhet nieuwe stelsel dient plaats te vinden. Het is aan de betrokken partijenom binnen dat kader invulling te geven aan de transitie. Zo zijn dewerkgever en de werknemers of de sociale partners verantwoordelijk voorhet maken van de arbeidsvoorwaardelijke afspraken. Ik geef dan ook geenoordeel over de nadere invulling hiervan. Deze voortgangsrapportage iseen feitelijke weergave van de huidige stand van zaken. Wel houd ik devoortgang van de transitie nauwlettend in de gaten. Op die manierkunnen knelpunten tijdig worden geïdentificeerd en kunnen eventueelaanvullende maatregelen worden genomen.3 Ik volg de transitie conformhet plan van aanpak monitoring dat ik heb opgesteld. Uw Kamer isdaarover in de brief van 14 juni 2023 geïnformeerd.4Rol van de regeringscommissarisOm de transitie goed te kunnen volgen, heb ik daarnaast een regerings-commissaris transitie pensioenen benoemd. Haar opdracht is om mijgevraagd en ongevraagd te adviseren over de voortgang van de transitienaar het nieuwe pensioenstelsel, knelpunten te signaleren en goedevoorbeelden te delen. Zij adviseert mij daar in beginsel halfjaarlijks over.De regeringscommissaris heeft op 17 juni jl. haar eerste advies uitge-bracht. In deze rapportage maak ik dankbaar gebruik van het gedegenonderzoek en de goede adviezen van de regeringscommissaris. Zij heeftop een grondige manier kennis vergaard over de voortgang van detransitie en op basis daarvan een afgewogen advies uitgebracht dat ikzeer ter harte neem. In haar advies maakt zij onderscheid tussen deverschillende betrokken partijen en adresseert zij per partij de belang-rijkste aandachtspunten. Dat maakt het tot een zeer leesbaar ennavolgbaar advies.Ik onderschrijf alle door de regeringscommissaris gegeven adviezen. Zijdragen bij aan een nog voortvarender verloop van de transitie. In hetvervolg van deze voortgangsrapportage ga ik expliciet in op verschillendeonderdelen van het advies van de regeringscommissaris en geef ik aan opwelke manier ik deze wil omzetten in concrete acties. Ook de adviezen dieniet specifiek in deze brief worden benoemd, zijn zeer behartigenswaardigvoor de partijen die worden aangesproken. Ik roep dan ook alle door deregeringscommissaris aangesproken partijen (sociale partners, pensioen-fondsen, verzekeraars en premiepensioeninstellingen, pensioenuitvoe-ringsorganisaties, toezichthouders, koepelorganisaties en overigeautoriteiten) op om het advies integraal te bestuderen. Ik ga ook graagmet (vertegenwoordigers van) deze partijen verder in gesprek om gevolgte geven aan de adviezen.2Kamerstukken II, 2023–2024, 36 067, nr. 195.3Artikel XIV van de Wet toekomst pensioenen.4Kamerstukken II, 2022 2023, 36 067, nr. 191.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6532 LeeswijzerIn het eerste hoofdstuk geef ik aan welke conclusies ik verbind aan debevindingen uit de verschillende monitoren, adviezen en gesprekken. Dedrie daaropvolgende hoofdstukken geven achtereenvolgens eenbeschrijving van de resultaten van de transitiemonitor (inclusief deinformatie over de voortgang van de transitie die ik van de toezicht-houders heb ontvangen), de deelnemerservaringen en de stand van zakenvan de doelstellingenmonitor. Hoofdstuk vijf geeft de stand van zakenrondom (voorgenomen) wet- en regelgeving. In bijlage A vindt u de wijzewaarop invulling is of wordt gegeven aan de moties die betrekkinghebben op de monitoring van de transitie naar het nieuwe pensioen-stelsel.1. Beleidsconclusies De pensioensector is voortvarend aan de slag met de transitie ...Uit de transitiemonitor en aanvullende informatie van sociale partnersblijkt dat sociale partners of werkgevers die hun pensioenregeling latenuitvoeren door een pensioenfonds, al bij zeker 31 pensioenfondsen eentransitieplan hebben opgesteld. Deze pensioenfondsen zijn goed voorbijna 13 miljoen pensioenaanspraken (van de totaal circa 19 miljoenpensioenaanspraken bij pensioenfondsen). In ieder geval bij 57% van degeanalyseerde transitieplannen heeft een vereniging van gepensio-neerden en/of vereniging van gewezen deelnemers zich gemeld bij desociale partners die onderhandelen over de pensioenregeling om gebruikte maken van het hoorrecht. In box 1 wordt nader op het hoorrechtingegaan.Uit data van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt daarnaast dat 62% vande pensioenfondsen/kringen in de eerste helft van 2024 een transitieplanvan de werkgever/sociale partners heeft ontvangen.5 37% van depensioenfondsen/kringen verwacht dit in de tweede helft van 2024.6Daarmee zijn deze transitieplannen bij de pensioenuitvoerder ingediendvoordat de mijlpaal van 1-1-25 is bereikt.7 Ook de pensioenfondsen/kringen treffen momenteel veel cruciale voorbereidingen om de mijlpalente kunnen halen. Naar huidig inzicht zullen er in 2025 14 pensioenfondsen/kringen invaren, en wordt de piek verwacht in 2026 met 74 pensioenfond-sen/kringen. In 2027 en 2028 varen respectievelijk 44 en 5 pensioen-fondsen/kringen in. Daarnaast is 25% van de pensioenfondsen/kringenniet van plan in te varen.8 Redenen om niet in te varen zijn bijvoorbeelddat sociale partners van mening zijn dat invaren tot een onevenwichtignadeel zal leiden of omdat zij voor die tijd liquideren.Voor regelingen ondergebracht bij verzekeraars of premiepensioeninstel-lingen (PPI’s) geldt een ander proces. Het startpunt daarbij is hetontwerpen en testen van pensioenproducten die voldoen aan de Wtp.Vervolgens stellen zij voor hun producten een communicatie- enimplementatieplan op. Bij het merendeel van de verzekeraars (83%) enPPI’s (75%) loopt de productontwikkeling conform planning.9 Het isvervolgens aan de werkgevers of sociale partners om hun keuze voor eenpensioenregeling te maken. Een beperkt aantal regelingen ondergebracht5Terugkoppeling Wtp-vragenlijst Q2-2024 (V5) sector- en risicobeelden (dnb.nl)6Eén pensioenfonds/kring heeft aangegeven dit (nog) niet te weten.7Hierbij dient opgemerkt te worden dat 1 fonds/kring nog niet weet wanneer het transitieplanwordt ontvangen.8Terugkoppeling Wtp-vragenlijst Q2-2024 (V5) sector- en risicobeelden (dnb.nl)9EY (17 juni 2024), Wtp transitiemonitor, zomerrapportage 2024, bijlage 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6533 bij verzekeraars en PPI’s, circa 2% tot 4%, is tot nu toe omgezet naar eenregeling die past in het nieuwe pensioenstelsel.10Reactie op het advies van de regeringscommissarisOok de regeringscommissaris trekt in haar advies de conclusie dat detransitie goed onderweg is. Zij raadt aan om het hoorrecht zo vroegtijdigmogelijk in te zetten om breder draagvlak te creëren voor de transitie.Deze oproep heb ik ook eerder gedaan aan de sector. Daarnaast zal ik opkorte termijn met ouderenbonden en sociale partners bezien hoe «bestpractices» gedeeld kunnen worden, om zo aan een optimale uitvoering bijte dragen. De regeringscommissaris adviseert ook te investeren in dekennis bij leden van ondernemingsraden. Op die manier wordenondernemingsraden, waar dat aan de orde is, in staat gesteld eenweloverwogen besluit te nemen over de gewijzigde pensioenregeling.Samen met de centrale sociale partners ben ik van plan om hier via hetplatform werkenaanonspensioen.nl nog meer aandacht aan te bestedenen ondernemingsraden via geëigende media en bijeenkomsten goed teinformeren.Om de transitie adequaat te kunnen monitoren adviseert de regerings-commissaris ten slotte aanvullende monitoring in de implementatiefase.Het zwaartepunt van de voortgangsrapportages zal in de loop van detransitie gaan verschuiven van de arbeidsvoorwaardelijke fase naar deimplementatiefase. Ik onderschrijf het belang dat de regeringscommis-saris hecht aan zorgvuldige monitoring van de transitie en zal in overlegmet haar bezien in hoeverre haar advies nog leidt tot aanpassingen in demonitoring zoals die nu is opgezet.... en zal zich moeten blijven inspannen om de mijlpalen tehalen ...Om de transitie goed en tijdig te kunnen realiseren, is het noodzakelijk datpartijen zich blijven inspannen om de tussentijdse mijlpalen en de uiterstetransitiedatum te halen (figuur 1). Gezien de huidige stand van zaken,waarbij ik ook het advies van de regeringscommissaris heb betrokken, zieik geen aanleiding om op dit moment aanvullende maatregelen te nemenanders dan de aan de Eerste Kamer toegezegde verlenging tot 1 januari2028, en de wet die ik in voorbereiding heb over de andere toezeggingenaan de Eerste Kamer.11 Het wetsvoorstel verlenging pensioentransitiewordt eerdaags naar de Tweede Kamer verzonden. Het wetsvoorsteltoezeggingen pensioenonderwerpen is 1 juni jl. in consultatie gegaan.Het is van belang dat de sector van elkaar leert. Op basis van de huidigeinzichten worden naar verwachting op 1 januari 2025 de eerste10 pensioenregelingen uitgevoerd door een pensioenfonds gewijzigd naar10EY (17 juni 2024), Wtp transitiemonitor, zomerrapportage 2024, bijlage 111Kamerstukken I, 2022–2023, 36 067, T03632.Figuur 1: Transitieperiode – mijlpalenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6534 een pensioenregeling conform de Wtp. Voor deze 10 pensioenregelingenis ervoor gekozen om de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten inte varen in de gewijzigde regeling. De ervaringen van deze eersteregelingen en de uitvoerende pensioenfondsen zijn van groot belang voorde transitie. Het is daarbij belangrijk om goede voorbeelden van deeerste ervaringen op de juiste manier te distilleren en de lerende cultuurin de sector te koesteren en te bevorderen. Hiertoe hebben de pensioen-koepelorganisaties, de toezichthouders en mijn ministerie de afgelopentijd via het informatieplatform werkenaanonspensioen.nl gewerkt aanmiddelen om de sector te ondersteunen bij de transitie. Voorbeelden zijnde formats voor het transitieplan, communicatieplan en implementa-tieplan, uitleganimaties over eerbiedigende werking en hoorrecht eninterviews over het normenkader van verantwoordingsorganen en de rolvan de ondernemingsraad. Ook is er om de sector te ondersteunen samenmet sociale partners en ouderen- en jongerenorganisaties eenhandreiking evenwichtige transitie opgesteld.12Nu de transitie verder vordert, komt er meer behoefte aan (ervarings-)deskundigheid over bijvoorbeeld het invaren, het activeren van kleinewerkgevers met een verzekerde regeling, het indienen van de implemen-tatieplannen en het uitvoeren van de deelnemerscommunicatie. Ik vindhet van belang om ook deze ervaringen breed binnen de sector teverspreiden. Dat kan via het informatieplatform, maar ook via de kanalenvan de toezichthouders en de koepelorganisaties. Zo delen de toezicht-houders onder andere extra informatie in de vorm van beleidsuitingen,goede voorbeelden, leidraden en Q&A’s. De pensioensector, toezicht-houders en wetgever moet samen blijven optrekken, zodat zo veelmogelijk partijen hiermee hun voordeel kunnen doen. Waar nodig zal ikhierover met de bij de implementatie betrokken partijen nadere afsprakenmaken.Reactie op het advies van de regeringscommissarisDe regeringscommissaris ziet op dit moment geen noodzaak om deuiterste transitiedatum verder aan te passen dan de voorgenomenverlenging tot 1 januari 2028. Wel geeft zij aan dat het nodig is omvoortvarend aan de slag te gaan en te blijven. Verschillende adviezen vande regeringscommissaris roepen betrokken partijen op om tijdig actie teondernemen. Zij geeft in haar advies ook diverse goede voorbeelden waarde sector zijn voordeel mee kan doen. Het is van cruciaal belang dat dekwaliteit van het geleverde werk van alle partijen bij elke stap hoog is. Ditgeeft de regeringscommissaris ook aan in haar advies. Haar oproep aande sector deel ik volledig. En ik zal samen met de betrokken partijenbezien hoe het leren van elkaar nog beter georganiseerd kan worden,bijvoorbeeld door het organiseren van rondetafelbijeenkomsten rondverschillende onderwerpen.De regeringscommissaris adviseert ook sectorpartijen om optimaalgebruik te maken van alle kennis die beschikbaar is, door:•Gebruik te maken van de partiële beoordelingen van DNB om zosneller te kunnen leren en de inzichten van DNB mee te nemen.•Mee te doen aan rondetafelbijeenkomsten van de sectorpartijen, DNBen AFM. De Pensioenfederatie heeft ook veel informatie beschikbaarvoor fondsen die breed gedeeld zou kunnen worden onder allepensioenfondsen.•Seminars en webinars te bezoeken waar praktische ervaringen wordengedeeld, zoals het «Werken aan ons pensioen»-congres.12Kamerstukken II, 2022–2023, 32 043, nr. 614.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6535 •Op zoek te gaan naar goede voorbeelden ter inspiratie, bijvoorbeeld ophet informatieplatform werkenaanonspensioen.nl waar de openbaretransitieplannen te vinden zijn.Ook adviseert de regeringscommissaris sociale partners om vroegtijdigtempo te maken om zo andere ketenpartijen ruimte en voldoende tijd tegeven voor de implementatie, en als onderhandelingen vastlopen detransitiecommissie in te schakelen.13 Ik zal de Stichting van de Arbeidvragen om hierover ook het gesprek met hun achterban te blijven voeren.Ten slotte signaleert de regeringscommissaris dat er bij werkgevers dieaangesloten zijn bij verzekerde regelingen sprake lijkt te zijn van uitstel-gedrag. Zij zijn nog niet allemaal voortvarend bezig met de overstap naareen nieuwe regeling. Dit kan aan het einde van de transitieperiode tot eensamenloop van veel overstappers leiden die voor verzekeraars en PPI’slastig te verwerken wordt. Ik deel deze zorg van de regeringscommissaris.Ik roep dan ook werkgeversorganisaties, financieel adviseurs, verzeke-raars en PPI’s op om gezamenlijk voldoende communicatie in te zetten omdeze groep (kleinere) werkgevers te activeren. Met die partijen zal ik ooknadere gezamenlijke inspanningen bespreken, zodat we deze groepwerkgevers effectief kunnen activeren.... voor gesignaleerde knelpunten wordt gezamenlijk eenoplossing gezocht ...Ondanks een zorgvuldig wetgevingsproces blijven er tijdens de imple-mentatie van een dergelijke stelselwijziging altijd nog knelpunten over omop te lossen. Daarom volg ik de ontwikkelingen op de voet. De signalenuit de sector worden opgehaald, en samen met betrokken partijen pak ikde gesignaleerde knelpunten aan. Denk hierbij voornamelijk aan wetsin-terpretaties die voor specifieke uitvoeringssituaties nodig zijn. Ook deregeringscommissaris constateert dat zowel ons ministerie als de externetoezichthouders zich hiervoor inspannen, maar ook dat er nog werk teverzetten is.De gezamenlijke inspanningen met de pensioensector tot nu toe hebbenonder andere geleid tot het ontwerpbesluit waarmee de uitvoeringskadersworden gesteld voor gelijke aanpassingen met spreiden bij de solidairepremieregeling (GASSP), dat een dezer dagen aan de Raad van Statewordt aangeboden. Met dit uitvoeringskader wordt gerealiseerd dat bij desolidaire premieregeling de ingegane pensioenen met procentueel gelijkeaanpassingen kunnen worden verhoogd of verlaagd, in combinatie methet in de tijd spreiden van financiële resultaten. Dit resultaat is behaalddoor intensieve samenwerking met toezichthouders, de Pensioenfederatieen pensioenuitvoerders waarbij gericht gezocht is naar praktischeoplossingen. Tevens monitort DNB de transitie intensief, biedt partiëlebeoordelingen aan en voert onderzoeken uit naar de voorbereidingen vanpensioenfondsen. Daarnaast worden er vanuit ons ministerie gesprekken,werkbezoeken en rondetafelgesprekken georganiseerd. Zo heeft er eind2023 een rondetafelgesprek rondom verzekerde regelingen plaatsge-vonden. Dit heeft onder andere geleid tot een overzicht van veel gesteldevragen en antwoorden voor verzekeraars en PPI’s op werkenaanonspensi-oen.nl.13Sociale partners dan wel werkgever en werknemers vertegenwoordigd door bijvoorbeeldvakbonden of de OR die hun regeling laten uitvoeren door een pensioenfonds kunnen tot 1 juli2024 voor een bindend advies terecht bij de transitiecommissie. Indien de regeling wordtuitgevoerd door een verzekeraar kunnen deze partijen tot 1 januari 2025 terecht bij detransitiecommissie voor bemiddeling en tot 1 januari 2026 voor bindend advies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6536 Reactie op het advies van de regeringscommissarisOm de voortgang te bevorderen, adviseert de regeringscommissaris aande toezichthouders om zeker in het eerste deel van de implementatiefasete bezien of nog meer ondersteuning geboden kan worden aan stelselpar-tijen, zonder af te doen aan de eigen verantwoordelijkheid van dezepartijen voor hun eigen implementatietrajecten. Ik ben op dit punt ingesprek met de toezichthouders en ik zie dat zij deze rol ook nemen, doorversterkt in te zetten op de pensioentransitie. Ik zal deze oproep nogmaalsonder hun aandacht brengen en met hen hierover in gesprek gaan.... en van de wetgever en toezichthouders wordt duidelijkheidverwacht.Om de transitie goed te laten verlopen, is duidelijkheid nodig voor desector. Nu de transitie in volle gang is, wordt ook duidelijk tegen welkejuridische knelpunten wordt aangelopen. Denk hierbij aan wetsinterpre-tatie bij specifieke uitvoeringsvraagstukken. Ik neem de oproep van deregeringscommissaris ter harte om samen met de toezichthouders opvoorhand voor helderheid rondom het wettelijk kader te blijven zorgen.Op werkenaanonspensioen.nl worden informatie en goede voorbeeldengedeeld. Ook de toezichthouders geven duidelijkheid op wetsinterpretatiedoor middel van bijvoorbeeld beleidsuitingen (DNB) of leidraden (AFM).Tot slot heeft de sector behoefte aan rust en voorspelbaarheid. In dewoorden van de regeringscommissaris: voor alle schakels in de keten ishet van belang dat er stabiliteit is in de wet- en regelgeving. Alle capaciteitis nodig om de transitie te kunnen realiseren.Reactie op het advies van de regeringscommissarisDe regeringscommissaris constateert dat het soms nog te lang duurtvoordat vragen naar interpretatie van wet- en regelgeving wordenbeantwoord. Ik herken dit advies en zal mij, samen met de toezicht-houders, nog meer inzetten om snel tot antwoorden te komen waar hetgaat om algemene interpretaties. Ook adviseert de regeringscommissarisom ingrijpende wijzigingen in wetgeving te vermijden omdat deze nietmeer tijdig kunnen worden geïmplementeerd. Ik onderschrijf dit advies.De sector heeft baat bij voorspelbaarheid, rust en zekerheid om detransitie goed te kunnen doorlopen. Toezichthouders en wetgever hebbenhier een grote verantwoordelijkheid in.Daarnaast signaleert de regeringscommissaris dat de beoordelingstermijnvan de implementatieplannen zou kunnen gaan knellen wanneer deze (teveel) tegelijkertijd moeten worden behandeld door de toezichthouders. Detoezichthouders treffen al maatregelen om hiermee om te kunnen gaan;de regeringscommissaris zal de komende tijd volgen of het knelpunthiermee voldoende wordt verlicht. Dit signaal herken ik uit de gesprekkendie ik met de toezichthouders heb. Samen met de toezichthouders zal iktijdig bezien of hier aanvullende maatregelen voor nodig zijn.2. De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel De voortgangsrapportage biedt inzicht in de eerste monitoringsresultatenvan het verloop van de transitie naar het nieuwe stelsel. Daarbij heb ikgebruik gemaakt van de bevindingen zoals weergeven in de door EYAdvisory Netherlands LLP (hierna: EY) in opdracht van SZW uitgevoerdetransitiemonitor, het advies van de regeringscommissaris en degesprekken die ik met de pensioensector voer, onder andere met desociale partners, de pensioenuitvoerders en de -koepels en de toezicht-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6537 houders. Op deze manier houd ik goed zicht op de invoering, uitwerkingen uitvoerbaarheid van de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel,conform de motie van de leden Stoffer (SGP), Maatoug (GroenLinks) enNijboer (PvdA).14 Als gedurende de transitie blijkt dat onderdelen niethaalbaar zijn of er andere accenten in de monitoring gelegd moetenworden, zal ik daarop inspelen en dit met de Kamer bespreken.2.1. Opzet transitiemonitor De transitiemonitor biedt ten eerste inzicht in de voortgang van dearbeidsvoorwaardelijke fase en de voortgang ten aanzien van deonderbrenging en implementatie bij pensioenuitvoerders. Daarbij wordttevens inzichtelijk gemaakt wat in de verschillende fases de ervaringenvan de betrokken partijen zijn met het nieuwe pensioenstelsel en detransitie daar naar toe. Wat zijn de knelpunten (en hoe wordt daarmeeomgegaan) en wat zijn de succesfactoren? Ten tweede biedt de transitie-monitor inzicht in de gemaakte keuzes, bijvoorbeeld ten aanzien van hetpensioencontract, het ouderdomspensioen, het nabestaandenpensioen, ofer een verzoek tot invaren wordt gedaan, of en op welke wijze ercompensatie plaatsvindt en in hoeverre gebruik wordt gemaakt vaneerbiedigende werking. Bijgevoegd bij deze voortgangsrapportage vindt ude transitiemonitor die uitgevoerd is door EY.15EY heeft zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de informatie uit deopenbare transitieplannen (er zijn 28 openbaar beschikbare transitie-plannen geanalyseerd, deze zijn allemaal opgesteld door sociale partnersof werkgevers die de pensioenregeling laten uitvoeren door een pensioen-fonds), de DNB uitvraag Sector en Risicobeelden van het tweede kwartaalvan 2024, gepubliceerde uitingen in media en vakpers en een surveyuitgezet onder belanghebbenden met waar nodig verdiepende interviews.Ook heeft EY eigen waarnemingen uit de sector meegenomen in detransitiemonitor. Deze werkwijze sluit aan bij mijn streven om de sector zomin mogelijk te belasten, zodat partijen zich op de transitie naar hetnieuwe pensioenstelsel kunnen richten. Het zwaartepunt van de eerstemonitor ligt zoals aangegeven in mijn brief van 14 juni 2023 op dearbeidsvoorwaardelijke fase voor de partijen die hun pensioenregelinghebben ondergebracht bij een pensioenfonds.16 Deze informatie is aan heteinde van de arbeidsvoorwaardelijke fase relevant voor de uitvoeringsmo-nitor waarin een overzicht wordt opgenomen van alle toegezegdeverbeteringen en de stand van de uitvoering en signalen van deuitvoerders conform de motie van de leden Maatoug (GroenLinks),Nijboer (PvdA) en Stoffer (SGP).17 Voor regelingen ondergebracht bijverzekeraars of PPI’s geldt een ander proces. Het startpunt daarbij is hetontwerpen en testen van pensioenproducten die voldoen aan de Wtp (hetproductontwikkelingsproces, zogenaamd PARP). Daar zal in deze eerstevoortgangsrapportage ook op worden ingegaan.In het vervolg van dit hoofdstuk sta ik stil bij de moties en de onder-werpen die in de debatten over de voortgang van de transitie aan bod zijngekomen, waarvan ik heb aangegeven dat deze in de voortgangsrap-portage terug zouden komen. Tot slot komt de premieontwikkeling aanbod.14Kamerstukken II, 2022–2023, 36 067, nr. 163.15EY (17 juni 2024), Wtp transitiemonitor, zomerrapportage 2024, bijlage 116Kamerstukken II, 2022–2023, 36 067, nr. 191.17Kamerstukken II, 2022–2023, 36 067, nr. 166.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6538 2.2. Arbeidsvoorwaardelijke fase In de transitieperiode zullen alle pensioenregelingen die gewijzigd moetenworden om te voldoen aan het aangepaste wettelijke kader een transitiedoormaken. Het al dan niet doormaken van een transitie staat daarmeelos van de vraag of opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten wel ofniet worden ingevaren in de gewijzigde pensioenregeling. De sector isvoortvarend aan de slag om de transitie naar het nieuwe pensioenstelselvorm te geven. Werkgevers of sociale partners die hun regeling hebbenondergebracht bij een pensioenfonds bevinden zich in de arbeidsvoor-waardelijke fase of hebben deze inmiddels afgerond.In de arbeidsvoorwaardelijke fase van de transitie komt de vormgevingvan de gewijzigde pensioenovereenkomsten door sociale partners totstand. Hoewel sociale partners hier aan zet zijn, blijkt uit de transitiemo-nitor dat in 92% van de gevallen ook de pensioenuitvoerder een rol heeftgespeeld, bijvoorbeeld in de ondersteunende analyses. Sociale partnersof werkgevers die hun pensioenregelingen laten uitvoeren door eenpensioenfonds moeten uiterlijk per 1 januari 2025 arbeidsvoorwaardelijkeafspraken hebben gemaakt en besloten hebben of er wel of niet eenverzoek tot invaren wordt gedaan. Daarnaast dient er een transitieplan tezijn opgesteld. In het transitieplan worden de afspraken en overwegingendie hebben geleid tot de gewijzigde pensioenregeling en de verant-woording waarom sprake is van een evenwichtige transitie vastgelegd.Uit de transitiemonitor blijkt dat 80% van de sociale partners een besluitheeft genomen. Dit betreft cao-gerelateerde sociale partners. In veelgevallen hebben zij hun pensioenregeling ondergebracht bij eenpensioenfonds.Werkgevers die niet onder een cao vallen, hebben hun regeling veelalondergebracht bij een verzekeraar of PPI. Zowel uit het advies van deregeringscommissaris als uit de transitiemonitor blijkt dat dezewerkgevers meer tijd lijken te nemen voor de besluitvorming in dearbeidsvoorwaardelijke fase. Een reden hiervoor is dat werkgevers diehun pensioenregelingen hebben ondergebracht bij een verzekeraar of PPIde arbeidsvoorwaardelijke fase uiterlijk op 1 oktober 2027 afgeronddienen te hebben (op basis van de voorgenomen eindtermijn van1 januari 2028 voor de transitie). Ik spoor deze werkgevers aan om al zovroeg mogelijk stappen te gaan zetten om de transitie voor te bereiden.Op die manier wordt het ook mogelijk om de overstap van dezewerkgevers met een verzekerde regeling in de tijd te spreiden voor deuitvoeringspartijen.Evenwichtige besluitvormingEr is voor de transitie gezocht naar een goede manier om de belangen van(gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden op een evenwichtigemanier te wegen in het besluitvormingsproces. Hiertoe zijn verschillendeopties afgewogen. Er is gekozen voor een variant waarbij sociale partnersop decentraal niveau besluiten over de nieuwe pensioenregeling, decompensatie en of er een invaarverzoek wordt gedaan. Sociale partnershouden daarbij rekening met de belangen van de werknemers, devoormalig werknemers en de gepensioneerden. Indien men er bij deonderhandelingen over de transitie niet uitkomt, kan men zich wenden totde transitiecommissie. In totaal zijn er nu drie zaken voorgelegd aan detransitiecommissie. Eén daarvan is niet ontvankelijk verklaard, ééndaarvan verzocht om bemiddeling en is inmiddels afgerond en éénverzoek betrof een verzoek tot bindend advies (deze bevindt zichmomenteel in de afrondende fase). Het aantal voorgelegde zaken isdaarmee te beperkt om succesfactoren en/of knelpunten uit te destilleren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6539 Sociale partners moeten, indien partijen zich hebben gemeld, het wettelijkhoorrecht toekennen aan verenigingen van gepensioneerden en vereni-gingen van gewezen deelnemers.18 In de brief van december 2023 heb ikmijn oproep om de verenigingen van gewezen deelnemers en vereni-gingen van gepensioneerden zo vroeg mogelijk in het proces te betrekken,herhaald (Kamerstuk 36 067, nr. 194). In het tweeminutendebat pensioen-onderwerpen is door het lid Inge van Dijk (CDA) een motie ingediend overeen quickscan naar hoorrecht.19 In box 1 wordt hieraan invulling gegeven.Wanneer sociale partners een verzoek tot invaren hebben gedaan,beoordeelt het pensioenfondsbestuur of zij het invaarverzoek kanaccepteren of niet. Daarbij weegt het bestuur de belangen van alle(gewezen) deelnemers en gepensioneerden.Box 1: HoorrechtHet hoorrecht voor verenigingen van gepensioneerden en voorverenigingen van gewezen deelnemers (hierna: verenigingen) is éénvan de met de Wtp geïntroduceerde collectieve waarborgen rondomde evenwichtige belangenafweging bij invaren. Met het hoorrechtworden verenigingen in de gelegenheid gesteld om een oordeel uitte spreken over het concept transitieplan. Uw Kamer heeft mijverzocht om een quickscan uit te voeren naar de manier waarop hethoorrecht nu wordt uitgevoerd. In dit onderdeel van deze brief geefik daar invulling aan.Voordat het hoorrecht uitgeoefend kan worden, zijn de verenigingenaan zet. Zij moeten richting de sociale partners of de werkgeveraangeven van dit hoorrecht gebruik te willen maken en dat zijvoldoen aan de in het besluit gestelde eisen aan de verenigingengestelde eisen. Het is vervolgens aan de sociale partners om hethoorrecht vorm te geven en de verenigingen te informeren over hettijdspad. Nadat het hoorrecht heeft plaatsgevonden, dienen socialepartners aan te geven hoe zij de inbreng van de verenigingenhebben gewogen en of dat heeft geleid tot wijzigingen van dearbeidsvoorwaardelijke afspraken.Ik zie dat het hoorrecht in veel gevallen op een adequate manierwordt uitgevoerd. Daarbij zie ik dat het belangrijk is dat verenigingentijdig betrokken worden. Op basis van de geanalyseerde transitie-plannen blijkt dat in ieder geval in 60% van de gevallen verenigingenzich hebben gemeld in het kader van het hoorrecht. Ook wanneerdeze verenigingen niet voldeden aan de in de wet gestelde eisen vanomvang, hebben sociale partners hen in veel gevallen demogelijkheid geboden om het hoorrecht uit te oefenen. In 20% vande gevallen heeft het hoorrecht geleid tot aanpassingen in hetconcept-transitieplan door de sociale partners. Indien het hoorrechtniet tot aanpassingen heeft geleid, betekent dit niet dat de inbrengvan deze verenigingen niet is meegewogen. Sociale partners kunnenimmers inhoudelijk verschillende inzichten hebben en daarbijverschillende afwegingen maken. In een aantal gevallen hebben debetrokken partijen de vormgeving van het hoorrecht als ontoe-reikend ervaren. Het is niet aan mij om hier een oordeel over te18Het hoorrecht van verenigingen van gewezen deelnemers en verenigingen van gepensio-neerden bij uitvoering door pensioenfondsen geldt gedurende de transitieperiode (PW, artikel150g). Voor verenigingen van pensioengerechtigden bij uitvoering door een verzekeraar is ereen structureel hoorrecht indien er sprake is van een voorgenomen besluit van de werkgeveren van invloed is op de hoogte van pensioenrechten van gepensioneerden (PW, artikel 22).19Kamerstukken II, 2023–2024, 32 043, nr. 650.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65310 geven, maar ik roep partijen wel op om met elkaar in gesprek teblijven en elkaars standpunten te respecteren.Om de sociale partners die nog geen transitieplan hebben vastge-steld te ondersteunen bij de vormgeving van het hoorrecht zal ik,zoals in hoofdstuk 1 van deze brief is benoemd, op korte termijn ingesprek gaan met ouderenbonden en sociale partners. Informatieover hoe het hoorrecht ingevuld kan worden, is ook al te vinden opwerkenaanonspensioen.nl.Contractkeuze & doelenUit de gepubliceerde transitieplannen blijkt dat sociale partners bij 26 vande 28 fondsen kiezen voor de solidaire premieregeling.20 Uit de geanaly-seerde transitieplannen blijkt daarnaast dat de sociale partners in allegevallen een solidariteitsreserve of een risicodelingsreserve overeen zijngekomen.21 De hoogte van deze reserves varieert tussen de 3% en 15%.De vulling van de reserve is in 67% van de pensioenregelingen afhankelijkvan de dekkingsgraad op het moment van transitie. Bij de overigepensioenregelingen is de omvang van de reserve onafhankelijk van dedekkingsgraad op het moment van transitie.Tevens maken sociale partners afspraken over de doelstelling(en) van depensioenregeling. De meeste pensioenregelingen bevatten daarbijmeerdere doelen. Het voorkomen van fluctuaties in pensioen en hetrealiseren van een bepaald ambitieniveau zijn de meest voorkomendedoelen. Gevolgd door het beperken van complexiteit, vergroten solida-riteit en vanuit de verzorgingsgedachte.Eerbiedigende werkingVoor de huidige premieregelingen met een stijgende premie, is er in dewet overgangsrecht opgenomen. Voor eerbiedigende werking kan door desociale partners of de werkgever met een dergelijke premieregelingworden gekozen. In dat geval wordt de stijgende premie gehandhaafdvoor werknemers die in dienst zijn op het moment van overstap naar hetnieuwe pensioenstelsel. Voor nieuwe werknemers geldt een vlakkepremieregeling. Voor de nieuwe werknemers wordt een nieuwe pensioen-regeling overeengekomen. Deze regeling kent een vlakke premie. Demeeste werkgevers met een pensioenregeling bij een verzekeraar of PPIzitten nog niet in de besluitvormingsfase.Bij 112 premieregelingen met een stijgende premie is gekozen vooreerbiedigende werking. Als reden hiervoor wordt aangegeven dat het decompensatieproblematiek vereenvoudigt en daarmee de transitieeenvoudiger maakt. Daarbij is het de verwachting van de financieeladviseurs dat veel werkgevers voor eerbiedigende werking gaan kiezen.Overigens geven sociale partners en financieel adviseurs ook aan dat demeeste werkgevers met een pensioenregeling bij een verzekeraar of PPInog niet in de besluitvormingsfase zitten, omdat er nog voldoende tijd isom het proces te doorlopen.20EY (17 juni 2024), Wtp transitiemonitor, zomerrapportage 2024, bijlage 121Voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen is het verplicht om een reserve op tenemen in de regeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65311 CompensatieIn alle door EY geanalyseerde transitieplannen is een compensatiere-geling afgesproken. Compensatie is bedoeld voor bestaande deelnemersdie als gevolg van de overstap op premieregelingen met een leeftijdsonaf-hankelijke, vlakke premie geconfronteerd worden met een negatief effectop het te bereiken pensioen. Met de monitoring van dit onderdeel wordtde motie van de leden Smals (VVD) en Stoffer (SGP) uitgevoerd, dieoproept tot het monitoren van de compensatieafspraken en obstakels diesociale partners ondervinden om compensatieafspraken te realiseren.22Niet alle actieve deelnemers worden gecompenseerd. 29% van defondsen kiest voor gerichte compensatie. Zij richten de compensatie opmedewerkers van 25 jaar of ouder (4%), 35 jaar of ouder (14%) of 40 jaarof ouder (11%). In nagenoeg alle gevallen vindt compensatie binnen depensioenregeling plaats. De duur van de compensatieregeling is in demeeste gevallen 10 jaar. De afgesproken compensatie moet voor 2037 zijnafgerond.Financiering van de compensatie gebeurt bij 96% van de fondsen bijvoorkeur uit het fondsvermogen. In 11% van de gevallen gebeurt ditalleen als de dekkingsgraad hoog genoeg is. In een kwart van detransitieplannen staat dat de voorkeur uitgaat naar compensatie uit hetvermogen, maar als het niet anders kan, dat compensatie uit de premiegefinancierd wordt. In 4% van de gevallen wordt er altijd uit de premiegecompenseerd.NabestaandenpensioenIn de transitiemonitor en de analyse van de transitieplannen is te zien dater door sociale partners afspraken zijn gemaakt over het nabestaanden-pensioen. Met het monitoren van het nabestaandenpensioen wordt demotie van de leden Ceder (CU) en Stoffer (SGP), die oproept tot het zosnel mogelijk evalueren en nauwgezet monitoren van de nieuwevormgeving van het nabestaandenpensioen, uitgevoerd.23 In nagenoegalle gevallen is er zowel in de oude als in de gewijzigde pensioenregelingsprake van een nabestaandenpensioen. De hoogte van het nabestaanden-pensioen varieert tussen de regelingen. Naast de salarisafhankelijkedekking van nabestaandenpensioen op risicobasis (dekking bij overlijdenvóór pensioendatum) is voor 39% van de geanalyseerde regelingen ookeen salarisonafhankelijk tijdelijk nabestaandenpensioen overeengekomen.Bij een tijdelijk nabestaandenpensioen ontvangt de nabestaande tijdelijkeen aanvullende uitkering van een vast bedrag per jaar. Dit is vooral hetgeval bij pensioenregelingen waarbij de salarisafhankelijke component isgebaseerd op een laag percentage van het salaris.2.3. Implementatiefase pensioenfondsen Niet alleen aan de arbeidsvoorwaardelijke onderhandelingstafel is menaan de slag om de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel vorm tegeven, ook de pensioenfondsen treffen de nodige voorberbereidingen omde geplande transitiedatum te realiseren. Uit figuur 2 blijkt dat de eerstetien pensioenfondsen/kringen voornemens zijn om per 1 januari 2025 overte stappen naar het nieuwe stelsel. 7 pensioenfondsen/kringen hebbenhun implementatieplan reeds bij DNB ingediend. Per 1 juli 2025 zijn dedaarop volgende 4 pensioenfondsen/kringen voornemens in te varen. In2026 varen 74 pensioenfondsen/kringen naar verwachting in. In 2027 en2028 zijn dat respectievelijk 44 en 5 pensioenfonsen/kringen. Daarnaast22Kamerstukken II, 2022–2023, 36 067, nr. 177.23Kamerstukken II, 2022–2023, 36 067, nr. 158.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65312 blijkt uit de tweede kwartaaluitvraag van 2024 van DNB dat 35 pen-sioenfondsen/kringen verwachten in de komende 5 jaar te stoppen.24 20pensioenfondsen/kringen overwegen nog of zij gaan liquideren.De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel dient zorgvuldig enbeheerst te gebeuren. Dat brengt veel werk voor de pensioenfondsen enhun stakeholders met zich mee. Pensioenfondsen en pensioenuitvoerings-organisaties krijgen steeds beter zicht op alle werkzaamheden die zijmoeten uitvoeren. Dat leidt in een behoorlijk aantal gevallen tot eenaangepaste planning waarin de de beoogde invaardatum van deinvarende pensioenfonsen/kringen naar achteren schuift, maar nog steedsgerealiseerd wordt voor de uiterste transitiedatum van 1 januari 2028.Figuur 2 geeft de beoogde invaardatum weer. Gezien de beoogdeinvaardata ziet DNB het als risico dat er een piekbelasting kan ontstaanmet mogelijke capactiteitsproblemen bij PUO’s, adviseurs, actuarissen,accountants, IT-auditors, juristen of bij de toezichthouders. Het is dan ookbelangrijk dat pensioenfondsen/kringen in kaart brengen hoeveel tijd enexpertise zij nodig hebben van deze externe partijen. Dit draagt eraan bijde druk en piekbelasting ook bij deze partijen in de tijd te spreiden.Pensioenuitvoeringsorganisaties bieden steeds vaker fondsen demogelijkheid om halverwege het jaar te kunnen invaren (zie figuur 2) endragen daarmee bij aan een goede spreiding. Ik waardeer deze flexibiliteiten het zoeken naar oplossingen.1 Terugkoppeling Wtp-vragenlijst Q2-2024 (V5) sector- en risicobeelden(dnb.nl)Datakwaliteit en IT-transitieUit de analyse van DNB van Q2 2024 blijkt daarnaast dat inmiddelsnagenoeg alle pensioenfondsen/kringen gebruik maken van de goodpractice van DNB inzake de borging van datakwaliteit. Momenteel heeft87% van de pensioenfondsen/kringen afspraken gemaakt met de externeaccount of IT-auditor over datakwaliteit (in het eerste kwartaal van 2023lag dit percentage op 28%). Ik onderschrijf de oproep van DNB aan depensioenfondsen om, voor zover dat nog niet is gebeurd, tijdigafstemming te zoeken met de accountant.24Terugkoppeling Wtp-vragenlijst Q2-2024 (V5) sector- en risicobeelden (dnb.nl)Figuur 2: Invaardata PensioenfondsenBron; DNB uitvraag Q2 20241Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65313 PensioenuitvoeringsorganisatiesDaarnaast blijkt uit deze uitvraag dat het merendeel van depensioenfondsen/kringen tevreden is met de informatievoorziening vanuitde eigen organisatie (ZAF) of vanuit de pensioenuitvoeringsorgansiatie(PUO) over de voortgang van de implementatie van de Wtp. Uit debeelden van DNB blijkt dat 93% van de pensioenfondsen voldoendevertrouwen heeft (neutraal of positief) in het vermogen van de PUO ofuitvoeringsorganisatie om de transitie vanuit IT-perspectief tijdig enbeheerst te laten verlopen.Zoals in hoofdstuk 1 geschreven, bezie ik in overleg met de regeringscom-missaris of er aanvullende monitoring nodig is in de implementatiefase.Dit zal voornamelijk toezien op datakwaliteit en de IT-transitie.Kosten uitvoeringEen grote stelselwijziging gaat gepaard met tijdelijk hogere kosten. Dat is,zoals in de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel toekomstpensioenen aangegeven, ook het geval voor de transitie naar het nieuwepensioenstelsel. Uit de transitiemonitor blijkt dat er additionele operati-onele en IT-kosten zijn voor het omzetten van contracten. Dit betreft onderandere kosten voor productontwikkeling, advies, projectmanagement,communicatie en de inhuur van extra capaciteit. De kosten verschillendaarnaast per pensioenuitvoerder, en hangen af van de complexiteit vanhet fonds, de complexiteit van de bestaande en gewijzigde regelingen, ende wijze waarop de transitie wordt ingevuld.Niet alleen pensioenuitvoerders hebben ten tijde van de transitie te makenmet hogere uitvoeringskosten, dit geldt ook voor de toezichthouders. Destructurele kosten van toezichthouders hangen samen met de inschattingvan de werkzaamheden van toezichthouders na de transitie. Over demaximale kosten van toezichthouders worden eens per vier jaar afsprakengemaakt en vastgelegd in het kostenkader. Recent is uw Kamer geïnfor-meerd over de nieuwe kostenkaders 2025–2028.25, 26Pensioenfondsen moeten, ook tijdens de transitie, verantwoording(blijven) afleggen over de gemaakte uitvoeringskosten, dit kritischevalueren en waar mogelijk verbeteren. Dit is in het kader van dedoelstelling om een transparanter pensioen te realiseren voor deelnemerseen cruciale stap.Transitie-ftkHet transitie-ftk biedt pensioenfondsen de mogelijkheid om keuzes in deovergangsfase over het verhogen en/of verlagen van pensioenaansprakenen -rechten te bezien vanuit het perspectief van het nieuwe pensioen-stelsel. Het transitie-ftk bevat twee belangrijke versoepelingen: 1) tenaanzien van de eisen rondom het minimaal vereist eigen vermogen(MVEV) en het vereist eigen vermogen (VEV) en 2) een verlaagdeindexatiedrempel waarbij de eis van toekomstbestendige indexatietijdelijk niet geldt. Om hier gebruik van te kunnen maken, moet eenoverbruggingsplan bij DNB worden ingediend.Pensioenfondsen die de intentie hebben tot invaren, kunnen gebruikmaken van het transitie-ftk. Het transitie-ftk wordt vooralsnog beperktgebruikt. 10% van de fondsen zal in 2024 een overbruggingsplan indienen,25Kamerstukken II, 2023–2024, 32 545, nr. 205.26Kamerstukken II, 2023–2024, 32 545, nr. 206.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65314 5% van de fondsen is daar nog niet zeker over, en 85% van de fondsenmaakt geen gebruik van het transitie-ftk.27 Een verklaring is dat doorfondsen in 2022 en 2023 gebruik gemaakt van de versoepelde indexatie-regels uit de indexatie-AMvB. Deze versoepelde regels stelden pensioen-fondsen in staat om een pensioenverhoging te verlenen vanaf eenbeleidsdekkingsgraad van 105%. Uit voorlopige cijfers van 2024 blijkt datcirca tweederde van de (gewezen) deelnemers en gepensioneerden eenverhoging van het aanvullend pensioen krijgt. Dit betreft 65% van defondsen, waaronder ABP, PFZW, PME en PMT.Carve-outDe pensioenfondsen zijn druk bezig om de transitie naar het nieuwepensioenstelsel te realiseren. De Wtp bepaalt dat alle tot het moment vande transitie opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten bij elkaarblijven, of in het nieuwe stelsel door invaren of in het oude stelselwanneer niet wordt ingevaren. Wanneer sociale partners een verzoek totinvaren hebben gedaan, beoordeelt het pensioenfondsbestuur of zij hetinvaarverzoek binnen de wettelijke grenzen kan accepteren of niet. Daarbijweegt het bestuur de belangen van alle (gewezen) deelnemers engepensioneerden. De motie van het lid Smals (VVD) heeft de regeringopgeroepen om te monitoren of er pensioenfondsen zijn die aangeveneen carve-out nodig te hebben om tot een evenwichtige transitie tekomen.28 Bij een carve-out zoals bedoeld in de motie Smals gaan depensioenrechten van gepensioneerden bijvoorbeeld over van eenpensioenfonds naar een andere pensioenuitvoerder (bijvoorbeeld eenverzekeraar). De overige verplichtingen, in dit geval die van actieven enslapers, blijven bij het pensioenfonds en zouden dan kunnen wordeningevaren in de nieuwe pensioenregeling. Op dit moment heb ik geensignalen uit de sector ontvangen dat er pensioenfondsen zijn die hebbenaangegeven een carve-out nodig te hebben om aan hun taak vanevenwichtige belangenafweging (bij het invaarbesluit) te kunnen voldoen.Uiteraard blijf ik monitoren of er behoefte is aan een carve-out.Implementatiefase verzekeraars en premiepensioeninstellingenBij het merendeel van de verzekeraars (83%) en de PPI’s (75%) loopt deproductontwikkeling op schema.29 88% van de verzekeraars en PPI’sgeven aan voldoende zicht te hebben op de voortgang en implementatievan de transitie. Het is vervolgens aan de werkgevers of sociale partnersom hun keuze voor wat betreft pensioenregeling te maken. Een beperktaantal regelingen ondergebracht bij verzekeraars en PPI’s, circa 2% tot 4%,is tot nu toe omgezet naar een regeling die past in het nieuwe pensioen-stelsel.PremieontwikkelingDe premie-ontwikkeling wordt de komende jaren bepaald door deafspraken die worden gemaakt in het kader van de transitie naar hetnieuwe pensioenstelsel. Op basis van de door EY geanalyseerdetransitieplannen blijkt dat het merendeel van de pensioenregelingen eenpensioenpremie tussen de 25% en 30% van de pensioengrondslag isovereengekomen.30 In nagenoeg alle gevallen is de premie in degewijzigde pensioenregeling ongeveer gelijk gebleven aan de premie inde huidige pensioenregeling.27Terugkoppeling Wtp-vragenlijst Q2-2024 (V5) sector- en risicobeelden (dnb.nl)28Kamerstukken II, 2022–2023, 36 067, nr. 118.29EY (17 juni 2024), Wtp transitiemonitor, zomerrapportage 2024, bijlage 130EY (17 juni 2024), Wtp transitiemonitor, zomerrapportage 2024, bijlage 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65315 Ontwikkeling pensioenpremies 2020 tot en met 2024Daarnaast informeer ik u in deze paragraaf over de ontwikkeling van depensioenpremies in de periode van 2020 tot en met 2024. Hiermee kom ikook tegemoet aan de toezegging aan de Eerste Kamer.31Figuur 3 geeft de feitelijke premies en de (gedempte) kostendekkendepremies in miljarden euro’s voor de jaren 2020 tot en met 2024 weer vande door DNB in een onderzoek betrokken pensioenfondsen.32, 33Uit het jaarlijkse onderzoek van Het Financieele Dagblad en PensioenPronaar de ontwikkeling van de pensioenpremies bij bedrijfstakpensioen-fondsen volgt dat in 2024 het premiepercentage bij ruim de helft van debedrijfstakpensioenfondsen grotendeels gelijk blijft aan het jaar ervoor.34Reden hiervoor kan de aanloop naar de overgang op het nieuwepensioenstelsel zijn, waarbij de regels voor pensioenfondsen versoepeldzijn om stabiliteit in de pensioenpremies te bieden. Voor deze pensioen-fondsen gaat in 2024 de pensioenopbouw zelfs omhoog. Reden daarvooris dat de inkoop van pensioenen goedkoper is geworden dankzij degestegen rente. Bij een oplopende rente hoeven pensioenfondsen mindergeld in kas te houden, waardoor werkgevers en werknemers minderpensioenpremie hoeven te betalen voor dezelfde pensioenopbouw. Ditbiedt ruimte om de pensioenpremie grotendeels gelijk te laten en (indienmogelijk) de pensioenopbouw te verhogen.De in het onderzoek genoemde premies betreffen een percentage van depensioengrondslag.35 Ondanks dat deze premies nagenoeg gelijk zijngebleven in 2024, laat de grafiek zien dat de premies uitgedrukt in euro’s31Bij de behandeling van het wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet verlagingmaximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomenen het Belastingplan 2014 (novelle Witteveen, 33 847) is toegezegd de Eerste Kamer jaarlijks teinformeren over de ontwikkeling van de pensioenpremies op basis van de jaarlijkserapportage van De Nederlandsche Bank.32Exclusief VPL-premie.33Het betreft hier de door De Nederlandsche Bank verzamelde data van 26 pensioenfondsen diede zogenoemde Enquête Premie & Indexatie invullen op basis van de staten en premierappor-tages.34https://fd.nl/financiele-markten/1504059/nederlanders-bouwen-dit-jaar-meer-pensioen-op-voor-hetzelfde-geld35De pensioengrondslag betreft het pensioengevend loon, verminderd met de AOW-franchise.Over deze grondslag wordt aanvullend pensioen opgebouwd.Figuur 3: De ontwikkeling van de pensioenpremies voor de jaren 2020 tot en met202411 De pensioenpremies tot en met 2022 zijn ontleend aan daadwerkelijk gerealiseerde data(ex post). De pensioenpremies over 2023 en 2024 zijn ontleend aan geprognotiseerde data (exante), vandaar dat deze premies een lichtere kleur zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65316 wel in 2024 zijn gestegen ten opzichte van 2023. Reden hiervoor is desterke stijging van de lonen in het afgelopen jaar. Hierdoor is de pensioen-grondslag ook gestegen, wat resulteert in een stijging van de absolutepremie. Verder laat de grafiek een stijgend verloop zien van het deel vande premie dat de werkgevers betalen en het deel van de premie dat dewerknemers betalen, waarbij geldt dat de werkgevers het grootste deelvan de premiesom (blijven) opbrengen. De verdeling van de premietussen werknemers en werkgevers berust op arbeidsvoorwaardelijkeafspraken.3. Deelnemerservaringen Eén van de doelen van het nieuwe pensioenstelsel is, zoals eerderbeschreven, dat deelnemers het pensioen als persoonlijker en transpa-ranter ervaren. Van pensioenuitvoerders wordt verwacht dat zij hundeelnemers hierin op een goede manier meenemen. De deelnemer wordtop verschillende momenten en op verschillende manieren geïnformeerdover deze transitie. Mede op verzoek van uw Kamer wordt de ervaring vande deelnemer tijdens de transitie gemonitord. Zoals geschetst in mijnbrief van 14 juni 2023 wordt daartoe gebruik gemaakt van (repeterende)onderzoeken.36 Het betreft de volgende vijf onderdelen: 1) de publieksmo-nitor pensioenen, 2) het meten van ervaringen onder (gewezen)deelnemers en pensioengerechtigden, 3) Nationale Enquête Arbeidsom-standigheden (NEA), 4) zaken voorgelegd aan de Geschilleninstanties en5) het aantal pensioenzaken in het kader van de Wtp bij de Raad voor deRechtspraak. Dit hoofdstuk gaat achtereenvolgens op deze onderwerpenin.3.1. Publieksmonitor Sinds februari 2022 wordt ieder kwartaal een meting in het kader van depublieksmonitor pensioenen uitgevoerd.37 De publieksmonitor pensi-oenen heeft als doel om doorlopend het vertrouwen van de Nederlandsebevolking in het pensioenstelsel inzichtelijk te maken. Primair ligt hierbijde nadruk op het meten van vertrouwen in het stelsel en de partijendaarachter. Secundair ligt de nadruk op het meten van basiskennis overen het gedrag ten aanzien van pensioenen. De publieksmonitor pensi-oenen geeft aanknopingspunten om de communicatie rondom destelselwijziging richting alle burgers te verbeteren.De publieksmonitor pensioenen (bijlage 3), laat wederom een stabielbeeld zien van het vertrouwen ten aanzien van het pensioenstelsel. Descore in mei 2024 is met 5,9 neutraal te noemen.38 Dit is een toename tenopzichte van een kwartaal eerder (5,7) en de hoogste score sinds de startvan de metingen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat het kennisniveau vanbasiskenmerken van het pensioenstelsel en de mate waarin men met zijneigen pensioen bezig is, stabiel zijn over tijd. Ook blijkt dat inmiddels 6 opde 10 Nederlanders gehoord heeft over de nieuwe regels omtrentpensioenen. Trendmatig is er meer vertrouwen onder gepensioneerden enhoger financieel geletterden in het pensioenstelsel.36Kamerstukken II, 2022/2023, 36 067, nr. 191.37Publieksmonitor pensioenen | Rapport | Rijksoverheid.nl38De vertrouwensscore wordt gemeten op een schaal 1–10, daarbij is: <4 = weinig vertrouwen;4–7 = neutraal; >7 = veel vertrouwen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65317 3.2. Plan van aanpak deelnemersmonitor Bij de publieksmonitor ligt de focus op het vertrouwen in het pensioen-stelsel in het algemeen. De deelnemersmonitor, uitgevoerd door Netspar,gaat specifieker in op de deelnemerservaringen van (gewezen)deelnemers en pensioengerechtigden tijdens de transitie. Het onderzoeksluit aan bij de tijdlijnen van de transitie, en de ervaringen wordenregelmatig gemonitord. Daarmee wordt verdiepend inzicht verkregen inde ervaringen van (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden metde transitie.Netspar werkt voor deze monitor nauw samen met de pensioenuit-voerders, die via hun reguliere onderzoek de ervaringen van deelnemersal uitvragen. Op deze manier wordt het mogelijk om te monitoren in welkemate de informatievoorziening vanuit de pensioenuitvoerders dedeelnemer bereikt en hoe deze informatie is ervaren. De meting vindtdaarbij idealiter vlak na communicatie met de deelnemer plaats, bijvoor-beeld op het moment dat de deelnemer wordt geïnformeerd over detransitieplannen, maatmensberekeningen of individuele berekeningen.Netspar heeft aangegeven dat pensioenuitvoerders bereid zijn om mee tedenken over de vormgeving van dit onderzoek, van elkaar te leren en aanhet onderzoek mee te werken. Een samenwerking tussen de wetenschap(Netspar) en de praktijk (de uitvoerders) komt de kwaliteit van onderzoekten goede en voorkomt onnodige belasting van de sector. Er wordt meteen gestandaardiseerde vragenlijst zoveel mogelijk aangesloten bij devoorgenomen en/of lopende onderzoeken bij de pensioenuitvoerders.In het onderzoek zal worden gemeten hoe (gewezen) deelnemers enpensioengerechtigden de pensioenuitvoerder en diens informatievoor-ziening beoordelen, hoe bekend ze zijn met de nieuwe pensioenregels, enhoe ze de transitie ervaren. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de vraag ofzij zich goed geïnformeerd en geholpen voelen, of de informatie begrij-pelijk en persoonlijk is, en naar hun gedrag en handelingsperspectief. Devragenlijst zal zowel voor als na de transitie, en met name na belangrijkecommunicatiemomenten, worden afgenomen. Daarnaast zal op basis vande opgehaalde informatie een benchmark worden gecreëerd. Aan de handvan deze benchmark kan een pensioenuitvoerder zichzelf vergelijken metde collega’s in de sector. Tot slot zal er ook een korte vragenlijst wordenuitgezet bij de deelnemende uitvoerders om informatie te verzamelenover de aard van de gecommuniceerde informatie.Naar verwachting zal de eerste meting in het najaar worden uitgevoerd,gekoppeld aan de belangrijke communicatiemomenten van de betrokkenpensioenuitvoerders. De eerste bevindingen zullen begin 2025beschikbaar komen. Dit betreft een nulmeting. U wordt daarover in devoortgangsrapportage zomer 2025 voor het eerst en vervolgens tenminstejaarlijks geïnformeerd.3.3. NEA 2023 De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) heeft de resultatenover 2023 gepubliceerd.39 De tevredenheid over de pensioenregeling is inverschillende sectoren gemeten. Het algemene beeld is dat 83,3% (zeer)tevreden is over de pensioenregeling. Onder vrouwen is dit percentagehoger dan onder mannen. 96,6% van de respondenten geeft aan dat hetbelangrijk is dat er een pensioenregeling is. Ook als het aankomt opvertegenwoordiging van belangen door personeelsverenigingen (OR/MR),39Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2023 – Onderzoeksbeschrijving | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65318 is de uitkomst van het onderzoek positief: 63,8% is tevreden en 16,8% zeertevreden over de vertegenwoordiging. 19,4% is ontevreden.3.4. Geschilleninstanties Betrokken partijen zetten zich in om de transitie naar het nieuwepensioenstelsel zorgvuldig vorm te geven en goed te laten verlopen. Datneemt niet weg dat een deelnemer (actief, gepensioneerd of slaper) eenklacht kan hebben. Een deelnemer kan met de klacht terecht bij zijnpensioenuitvoerder. Met de Wtp is geregeld dat iedere pensioenuit-voerder een interne klachtenprocedure volgens wettelijke normen heeft.Als dat niet tot een oplossing leidt, kan een deelnemer terecht bij eenexterne geschilleninstantie of naar de rechter. De externe geschillenin-stantie biedt voor de deelnemer een laagdrempelige, relatief snelle engoedkope procedure van geschilbeslechting en zal daarmee ook eenzeeffunctie hebben ten aanzien van de druk op de rechtspraak.Deelnemers waarvan hun pensioenregeling is ondergebracht bij eenpensioenfonds kunnen zich wenden tot de Geschilleninstantie Pensioen-fondsen (GIP) en deelnemers waarvan de regeling is ondergebracht bijeen verzekeraar of PPI kunnen zich wenden tot het KlachteninstituutFinanciële Dienstverlening (Kifid). Het instellen van de interne klachten-procedure en de externe geschilleninstanties zal er gezamenlijk voorzorgen dat de extra belasting van het civiele rechtspraaksysteem zoveelmogelijk wordt voorkomen (zie paragraaf 3.5).3.5. Raad voor de Rechtspraak Om de druk op de rechtspraak zoveel mogelijk te voorkomen, zijn zoals inde vorige paragraaf beschreven onder andere twee externe geschillenin-stanties ingesteld. Dat neemt niet weg dat een deelnemer die een geschilheeft met zijn pensioenuitvoerder er ook voor kan kiezen om naar derechter te stappen. Tijdens de transitie naar het nieuwe pensioenstelselwordt zoals eerder aangeven het aantal rechtszaken gerelateerd aan detransitie naar het nieuwe pensioenstelsel gemonitord. Op deze manierwordt bezien hoe het staat met de (eventuele druk op de) rechtspraak. Perkwartaal wordt gemeten hoeveel gewone zaken (bodemprocedure) enhoeveel voorlopige voorzieningen (kort geding) er zijn. Uit de eerstecijfers blijkt dat zowel het aantal gewone zaken als het aantal voorlopigevoorzieningen de afgelopen vier kwartaalmetingen in alle gevallen kleinerdan 10 zaken is.4. Monitoring doelstellingen Wet toekomst pensioenen De derde hoofdstroom van de monitoring Wtp is de doelstellingenmo-nitor. Deze monitor beantwoordt de vraag van de Kamer om onderzoek tedoen in hoeverre de drie doelstellingen die ten grondslag liggen aan deWtp worden behaald. De doelstellingen zijn: 1) Eerder perspectief op eenkoopkrachtig pensioen; 2) Een transparanter en meer persoonlijkpensioenstelsel; en 3) Betere aansluiting bij ontwikkelingen in desamenleving en op de arbeidsmarkt. Bij het doelstellingenonderzoekwordt ook de motie Palland/Ceder betrokken, waarin is verzocht omTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65319 tevens de randvoorwaarden vanuit het pensioenakkoord mee te nemen inde monitoring.40Gedurende de transitieperiode wordt gemonitord in welke mate de doelenen randvoorwaarden worden bereikt. De eerste stap is inmiddels afgerondmet de publicatie van het onderzoek uitgevoerd door Netspar.41 Met debrief «Verzamelbrief pensioenonderwerpen voorjaar 2024» is uw Kamerhierover geïnformeerd en heeft u het rapport ontvangen.42 De volgendestap in de uitvoering van dit onderzoek is om te bezien op welke wijze enop welk moment het al dan niet behalen van de doelstellingen het bestegeanalyseerd zou kunnen worden. In het najaar van 2024 zal eenaanbestedingsprocedure worden gestart om een onderzoeksbureau deopdracht hiertoe te geven. De doelstellingenmonitor zal meerdere jarenlopen, omdat een aantal randvoorwaarden slechts in de tijd meetbaar zijn.Daarnaast is het cruciaal om eerst te weten hoe de gewijzigde pensioen-regelingen eruit komen te zien. De eerste doelstellingenmonitor zal in2025 van start gaan, omdat dan de eerste fondsen zijn ingevaren naar hetnieuwe stelsel.Deze monitor biedt daarmee inzicht in de mate waarin de doelstellingenvan de Wtp worden bereikt. Tot slot vormt het meten van de doelstel-lingen een belangrijke bron voor de daaropvolgende evaluatie.435. Wet- en regelgeving Deze voortgangrapportage en het advies van de regeringscommissarisgeven op dit moment geen aanleiding tot aanvullende maatregelen om deWtp aan te passen. In de vervolgwetgeving waar ik op dit moment aanwerk wordt om die reden alleen invulling gegeven aan de toezeggingenaan de Eerste Kamer, waaronder de eerder toegezegde aanpassing van deuiterste transitiedatum van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028.Het wetsvoorstel verlenging pensioentransitie wordt eerdaags aange-boden aan de Tweede Kamer. Deze wet regelt dat de transitiedata uit deWtp worden overgeheveld naar een AMvB. Dit wordt weer geregeld viahet besluit transitietermijnen, deze bevat de pensioentransitiedata. Ditbesluit wordt de komende periode opengesteld voor consultatie endoorloopt vervolgens het reguliere proces van een AMvB met voorhang-procedure. Hierdoor wordt het in de toekomst eenvoudiger om detransitiedata, indien dat voor de uitvoering nodig is, te verlengen. Op ditmoment bereid ik een AMvB voor waarmee wordt geregeld dat deeinddatum van de pensioentransitie één jaar opschuift. Hiermee kunnende werkzaamheden die gepaard gaan met de pensioentransitie beterworden gespreid in de tijd, wat ten goede komt van de uitvoering.40Kamerstukken II, 2022–2023, 36 067, nr. 148.Dit onderzoek vloeit daarmee daarnaast voort uit een motie van de Tweede Kamer (Kamerstuk36 067, nr. 148). Het betreft de volgende randvoorwaarden: a) De ouderdomspensioenenblijven levenslang; b) De herziening is geen versobering; c) Er blijft voldoende ruimte om dehuidige doelstelling voor het te verwachten pensioen te realiseren; d) De premies en depensioenuitkeringen moeten zo stabiel mogelijk zijn; e) De overstap moet voor alle belangheb-benden en generaties evenwichtig uitpakken; f) Eventuele nadelen van de transitie wordenadequaat gecompenseerd; g) Bestaande pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen wordenzo veel mogelijk meegenomen naar het nieuwgekozen pensioencontract; h) Pensioenuit-voerders moeten voldoende ruimte houden om beleggingsrendementen te boeken; en i) Deovergang moet uitvoerbaar zijn en financieel haalbaar.41Netspar Analyse monitoring Wet toekomst pensioenen | Tweede Kamer der Staten-Generaal42Kamerstukken II, 2023–2024, 32 043, nr. 637.43Wet toekomst pensioenen, artikel XIV Monitoring en evaluatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65320 De toezeggingenwet geeft uitvoering aan de toezeggingen aan de EersteKamer. Er is toegezegd dat de vrijwillige voortzetting van het wezenpen-sioen mogelijk te maken en het kindbegrip te uniformeren. Hetwetsvoorstel bevat daarnaast een verruiming van het overgangsrechtvoor premievrije voortzetting van pensioen bij arbeidsongeschiktheid, bijgesloten pensioenfondsen en verzekeraars. Dit wetsvoorstel is sinds 1 junivoor openbare internetconsultatie opengesteld.Ook wordt het ontwerpbesluit waarmee de kaders worden vastgesteldvoor gelijke aanpassingen met spreiden bij de solidaire premieregeling(GASSP) een dezer dagen aangeboden aan de Raad van State.Tot slot wordt binnenkort het besluit gegevensverstrekking voor keuzebe-geleiding vastgesteld. In dit besluit is ook de grondslag geregeld voornadere voorwaarden waarmee kan worden afgeweken van de jaarlijksehaalbaarheidstoets. De ministeriële regeling die deze voorwaarden bevatwordt voor 1 juli vastgesteld.Afsluitend: er is nog werk aan de winkelOp basis van de beschikbare informatie en gesterkt in mijn oordeel doorhet advies van de regeringscommissaris, concludeer ik dat alle betrokkenpartijen hard aan het werk zijn om de transitie met elkaar tot een goedeinde te brengen. De regeringscommissaris benoemt in haar adviesexpliciet de constructieve houding van alle partijen en het feit dat desector openstaat om van en met elkaar te leren. Dat is ook een houdingdie ik van de pensioensector herken, dus ik heb er veel vertrouwen in datde komende tijd de juiste stappen gezet zullen worden.Tegelijkertijd is er ook nog veel werk aan de winkel. Ik neem de oproepvan de regeringscommissaris ter harte om alles op alles te zetten ombinnen de bestaande wetgeving zoveel mogelijk duidelijkheid voor deuitvoeringspraktijk te scheppen voor alle partijen en om grote wijzigingenin de wetgeving te voorkomen die tot nieuwe vertraging en onzekerheidleiden. Alleen op deze manier is het mogelijk om de voordelen van hetnieuwe pensioenstelsel voor alle deelnemers binnen bereik te brengen.De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,C.J. SchoutenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65321 OVERZICHT MOTIES EN TOEZEGGINGEN DIE BETREKKINGHEBBEN OP MONITORINGMotieNaamStand van zaken36 067-118Motie van het lid Smals over gedurende de transitie-periode monitoren of pensioenfondsen een carve-outnodig hebben in verband met een evenwichtigebelangenafweging.In uitvoering36 067-127Motie van de leden Van Beukering-Huijbregts en DenHaan over deelnemers onafhankelijk informeren overhet invaren van hun pensioen en over de plaats waarzij terechtkunnen met klachtenUitgevoerd36 067-148Motie van de leden Palland en Ceder over bij demonitoring de randvoorwaarden meenemen die zijnopgenomen in het pensioenakkoord.In uitvoering36 067-158Motie van de leden Ceder en Stoffer over de nieuwevormgeving van het nabestaandenpensioen zo snelmogelijk evalueren en monitoren.In uitvoering36 067-163Motie van het lid Stoffer c.s. over het regelmatiguitvoeren van invoeringstoetsen na inwerkingtredingvan de WtpIn uitvoering36 067-166Motie Maatoug c.s. over een uitvoeringsmonitor overde arbeidsvoorwaardelijke afspraken en in 2026 bezienof het invaren op tijd en verantwoord kan wordeningevoerd.In uitvoering36 067-177Motie van de leden Smals en Stoffer over hetmonitoren van afspraken over compensatie en deobstakels die sociale partners ondervinden om deze terealiseren.In uitvoering32 043-639Motie Joseph en Vermeer over onafhankelijk latenonderzoeken of het hoorrecht in de praktijk voldoetaan de wensen van de deelnemers en juridischvoldoetIn voorbereiding32 043-650Motie Inge van Dijk over een quickscan naar hoe hethoorrecht tot nu toe wordt ingevuld bij verschillendefondsenIn uitvoeringToezeggingNaamT03630Kamer periodiek informeren over voortgang transitieIn uitvoering BIJLAGE A:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 65322
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Carola Schouten
73debatten
6.905bijdragen
24interrupties
597.632woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: ChristenUnie (2021-03-31–2022-01-09) · ChristenUnie (2011-05-18–2017-10-25) ·