Funderend onderwijs
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
414501ae-4f6f-4f73-bb8e-495b43605589
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Staatssecretaris Becking: Dank u.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: O, eerst de blokjes. Het eerste blokje gaat over burgerschap, inclusief Nieuwsuur. Het tweede blokje gaat over leraren. Dan komt er een blokje over kwaliteit en digitalisering. Het vierde blokje is het blokje overig.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dank, voorzitter. Allereerst wil ik u en uw commissieleden graag bedanken voor uw bijdragen in de eerste termijn en in de afgelopen kabinetsperiode. Onderwijs loopt als een rode draad door het leven van mijzelf en van mijn familie. Mijn vader werkte 40 jaar als directeur in het basisonderwijs. Mijn schoonouders stonden allebei voor de klas. Thuis zie ik mijn kinderen hun weg zoeken in de school en de studiebanken. Die ervaringen zijn ook mijn drijfveer als staatssecretaris. Iedereen verdient een eerlijke kans en een goede toekomst. Je moet als leerling goed leren rekenen, goed leren schrijven en goed kunnen lezen. Samen met iedereen in het onderwijs heb ik mij dan ook de afgelopen weken ingezet om de kinderen en jongeren een stevige basis mee te geven in een veilige omgeving. Die is cruciaal, zowel op school als daarbuiten. Ik zet me daar hard voor in. Veel van u hebben gewezen op de uitzending van Nieuwsuur van gisterenavond, die ik uiteraard zelf ook gezien heb. Ik vind het goed om hier maar meteen aan te geven dat de veiligheid van iedere leerling vooropstaat. Ook bij een spanning tussen waarden en rechten, staat de veiligheid van de leerling bij mij voorop. Je moet kunnen zijn wie je wilt zijn. Je moet kunnen worden wie je wilt zijn. Je moet kunnen houden van wie je wilt. Alle scholen zijn alweer bijna een maand geleden begonnen. Ik wens alle leerlingen en al het schoolpersoneel een mooi en succesvol jaar toe. Het kabinet is dan wel demissionair, maar de scholen natuurlijk niet. Iedere dag gaan bijna 2,3 miljoen leerlingen naar school. Net als u vind ik het absoluut noodzakelijk dat we op alle scholen goed onderwijs geven, want dat draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen en daarmee aan de toekomst van Nederland. Om dat alles mogelijk te maken, hebben we de afgelopen tijd belangrijke stappen gezet. Het is geweldig dat we hier met alle betrokkenen uit het onderwijsveld stevig de schouders onder zetten. Samen met het onderwijs heb ik gewerkt aan het verbeteren van de basisvaardigheden van leerlingen en aan meer goede leraren en schoolleiders. Leraren, ondersteunend personeel, schoolleiders en schoolbestuurders werken dagelijks met hart en ziel om de uitdagingen het hoofd te bieden en hun leerlingen de best mogelijke basis te geven voor het leven en de samenleving. Dat zeg ik ook in de richting van de heer Ergin. Ondanks al dat harde werk staat het onderwijs voor grote uitdagingen. De tekorten bestaan nog steeds en te veel leerlingen kunnen niet goed lezen, schrijven en rekenen. Dat is alle reden om met elkaar stevig door te pakken. Ik kijk er dan ook naar uit om met u van gedachten te wisselen op een aantal belangrijke onderwerpen. Denk daarbij aan de curriculumherziening in november en het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs. Voorzitter. Dan kom ik nu bij het eerste blokje.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Mevrouw Haage van GroenLinks-PvdA vroeg of de inspectie wel goed genoeg zicht heeft op casussen die Nieuwsuur noemt. Zij vroeg ook wat ik ga doen. Met de aanscherping van de burgerschapsopdracht in 2021 heeft de inspectie meer mogelijkheden gekregen om in te grijpen op scholen waar dit niet goed gaat. Dat doet de inspectie ook. Verreweg de meeste herstelopdrachten worden gegeven op de nieuwe standaard basisvaardigheden, en daarbinnen voor burgerschap. Vanaf dit schooljaar telt deze standaard ook mee in het eindoordeel van scholen. Dat is, denk ik, belangrijk. Het toezicht is wat dat betreft dus aangescherpt. Daarnaast hebben scholen de wettelijke taak om te zorgen voor een veilige leeromgeving. Om zicht te hebben op onveilige situaties en te kunnen helpen, heeft de inspectie ook vertrouwensinspecteurs. Uit een recente brief aan uw Kamer blijkt dat er steeds meer meldingen bij de vertrouwensinspecteurs binnenkomen. Dat is niet goed, maar daaraan is wel goed te zien dat de vertrouwensinspecteurs van de inspectie worden gevonden. Daarnaast ligt het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs momenteel in uw Kamer. Dit stelt extra eisen aan scholen om goed zicht te hebben op de veiligheid van leerlingen en hierover te rapporteren aan de inspectie. Daarnaast ontvangt uw Kamer dit najaar de uitvoeringstoets op de motie-Rooderkerk, die vraagt om meer schoolbezoeken van de inspectie. Dat kan leiden tot nog beter zicht op wat er op scholen gebeurt. Voor de goede orde: de inspectie neemt de signalen, zoals in Nieuwsuur van gisterenavond, zeer serieus en bekijkt welke actie daarvoor nodig is. Daarnaast hoor ik ook heel goed wat uw Kamer heeft gezegd in de eerste termijn. Daar zal ik ook bij de inspectie op aandringen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Daar ben ik het volstrekt mee eens. Ik denk dus dat het en-en is. Het is aan de school en de schoolleiding om daar goed op toe te zien en actief aan te werken. De meldplicht is als volgt bedoeld. Je wilt zicht hebben op de meldingen. Als het ernstige gevallen zijn, dan wil je daar ook als inspectie iets mee kunnen doen. Ik begrijp het punt van de administratieve last goed, maar het is ook wel voor het goede doel zou ik zeggen. Je wil ook zicht hebben op ernstige gevallen. Wellicht zorgt het dan voor een beetje extra last. Ik hoor uw zorg wel. Die heb ik in algemene zin ook, maar in dit geval denk ik dat het toch echt wel noodzakelijk is.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Rond burgerschap en grondrechten vroeg de heer Ceder naar de capaciteit van de inspectie. Hij wilde een reactie op de vraag of de inspectie de capaciteit en de middelen heeft om het allemaal voor elkaar te krijgen. Ook vroeg hij of ik de inspectie daarnaar gevraagd heb. Ik heb er vertrouwen in dat de inspectie hier voldoende toezicht op kan uitoefenen. Dat hebben ze mij ook toegezegd. De inspectie doet dat signaalgestuurd, via bestuursonderzoeken, en op stelselniveau, zoals u weet. Maar ik zal hier bij de inspectie op blijven aandringen. Mevrouw Rooderkerk van D66 had een vraag over de handhaving van de burgerschapsopdracht. Zij vroeg of ik strenger ga handhaven op de burgerschapsopdracht. De inspectie hecht in al haar toezicht veel waarde aan burgerschap. Ik zei daar in de inleiding ook al iets over. Dat dit toezicht zo nodig al streng is, blijkt uit het grote aantal herstelopdrachten. Dat toezicht zet de inspectie ook door. Voor 2026 heeft de inspectie daarnaast een themaonderzoek geprogrammeerd naar de wijze waarop scholen omgaan met risico's en uitingen die in strijd zijn met basiswaarden. Daar heeft u in uw eerste termijn ook al uitgebreid over gesproken. Er komt dus een themaonderzoek naar precies dit punt. De heer Ceder van de ChristenUnie had een vraag over burgerschap. Hij vroeg: kan het meldpunt van de inspectie om ongewenste situaties te melden toegankelijker worden gemaakt? De inspectie heeft ouders en leerlingen opgeroepen zich te melden bij ongewenste situaties. Dat is al zeer toegankelijk. Er staat een formulier op de website en de inspectie is iedere werkdag telefonisch te bereiken. Meldingen kunnen ook anoniem worden gedaan. Ik denk dat dat ook heel belangrijk is. Daarnaast zijn er dus — ik zei het al — de vertrouwensinspecteurs, specifiek voor zorgen of klachten over onder andere discriminatie. Ook zij zijn iedere werkdag telefonisch bereikbaar. Dan kom ik bij de grenzen van de vrijheid van onderwijs. Mevrouw Rooderkerk stelde daar een vraag over. Ze vroeg of ik het principe dat de vrijheid van onderwijs stopt bij de democratische rechtsstaat leidend ga maken. De democratische rechtsstaat en de basiswaarden die daaruit voortvloeien, zoals vrijheid en gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, zijn voor het onderwijs en alle scholen leidend. Ik denk dat daar in uw Kamer ook echt geen misverstand over kan bestaan. De basiswaarden van de democratische rechtsstaat zijn leidend in alles wat de scholen doen en wat wij met het beleid voorstaan. Dat is eigenlijk de kern van de wettelijk verplichte burgerschapsopdracht. Daarmee begrenst de democratische rechtsstaat inderdaad de vrijheid van onderwijs. Dat principe was, is en blijft wat mij betreft ook leidend. Dan kom ik specifieker bij de berichtgeving van Nieuwsuur. Mevrouw Rooderkerk vroeg of ik de voorbeelden van Nieuwsuur een voor een veroordeel. Wanneer er sprake is van onderwijs dat indruist tegen de basiswaarden van de democratische rechtsstaat veroordeel ik dat. Ik heb dat volgens mij ook al verklapt. Het is echter niet aan mij, maar uiteindelijk aan de inspectie om te beoordelen wanneer dit in concrete gevallen het geval is. De inspectie zal de signalen vanuit Nieuwsuur ook wegen, en waar nodig onderzoek doen en vervolgstappen zetten. Dan kom ik bij een keurmerk voor de burgerschapsopdracht. Ik kreeg de vraag of het aankomende kwaliteitskeurmerk voor leermiddelen ook gaat bevatten dat het leermiddel moet voldoen aan de burgerschapsopdracht. Daarop is mijn antwoord dat ik structureel meer aandacht wil geven aan de ontwikkeling van een kwaliteitskader en de kwaliteitsalliantie van leermiddelen. Daarover zijn wij in gesprek met de onderwijsorganisaties. Vandaag was het eerste gesprek. Het is nog niet te zeggen of het keurmerk daar de beste oplossing voor is. Ik informeer wel graag uw Kamer voor de begrotingsbehandeling over de stand van zaken op dit punt. Het voldoen aan de burgerschapsopdracht is een opdracht aan alle scholen. Ze dienen daar leermiddelen bij te gebruiken die daar invulling aan geven. Dat kan natuurlijk wel een methode zijn die past bij hun eigen onderwijskundige visie. Voorzitter. Daarmee kom ik aan het einde van mijn eerste blokje.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik weet niet of je een nieuwsprogramma nodig hebt om dit type voorbeelden naar voren te halen. Het is in ieder geval wel via Nieuwsuur gebeurd. Ik denk dat het op zich goed is dat we het daar nu over hebben en dat we daar ook op kunnen reageren, zoals ik in ieder geval gedaan heb. Als een leraar wordt ontslagen op basis van het feit dat hij homoseksueel is, dan is dat denk ik geen ontslaggrond die standhoudt bij de rechter. Dat is namelijk een vorm van discriminatie. Ontslag gaat altijd over de kwaliteit van je functioneren, maar niet over je seksuele voorkeur. Dat is in Nederland namelijk niet toegestaan.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Het uitgangspunt zijn de waarden van de democratische rechtsstaat: gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Je mag natuurlijk op basis van je religieuze overtuigingen er allerlei opvattingen op nahouden, maar die worden wel begrensd door de kernwaarden van gelijkwaardigheid en vrijheid om te zijn wie je bent en te worden wie je wilt worden. Daar moeten scholen ook op toezien en naar handelen. Daar is het onderwijs ook op ingericht. Je moet ook leren respect te hebben voor andersdenkenden, daar ook ruimte voor geven, ook ondanks het feit dat jij daar een andere opvatting over hebt. Maar dat kan natuurlijk wel.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik geloof niet dat ik dat bedoelde te zeggen. Ik heb ook geen signalen dat dat zo is. Als dat wel zo is, zal de inspectie daar natuurlijk signaalgestuurd toezicht op houden. Daar zijn wel signalen voor nodig. Dan wordt daarop gehandeld en desnoods ook opgetreden. Ik bedoelde dat niet te zeggen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik zei dat ik geen signalen ken waaruit zou blijken dat dit het geval is. Als ik er nu met honderd procent zekerheid een antwoord op moet geven, dan moet ik dat antwoord even schuldig blijven en het navragen. Ik dacht dat het nu niet het geval is en ik ben redelijk goed geïnformeerd.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Laat ik het heel kort formuleren: als er sprake is van onvrije waarden die strijdig zijn de vrije waarden die onze democratische rechtsstaat voorstaat, dan ben ik daar tegen. We leven natuurlijk in een democratische rechtsstaat met allerlei beginselen die in de Grondwet zijn vastgelegd en allerlei andere wetgeving, waaronder de onderwijsvrijheid. Maar die is niet onbegrensd. We zien allemaal hoe ingewikkeld het debat is, maar het is niet onbegrensd. Uiteindelijk draait het dus om de waarden van de democratische rechtsstaat.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dank. Dit wordt mijn tweede blokje. Dat gaat zijinstroom, onderwijsregio's en kleine klassen. Daar waren vragen over van mevrouw Hertzberger en mevrouw Beckerman. Hoe gaat de staatssecretaris de stem van de leraren beter borgen? Krijgen we daar ook iets van te zien? Met het wetsvoorstel over de versterking van de inspraak van leraren en schoolleiders werk ik aan het beter borgen van de stem van de leraren en de schoolleiders. Ik ben nu aan het bekijken wat er eigenlijk allemaal in dat wetsvoorstel moet. Via de halfjaarlijkse lerarenbrief zal ik u over de voortgang van het wetsvoorstel informeren. De vraag van mevrouw Haage van GroenLinks-PvdA en mevrouw Beckerman was: herkent u de opbrengsten uit het actieplan van de AOb voor zijinstromers? Ik waardeer het dat de AOb aandacht vraagt voor de zijinstromers en met een plan komt. Ik erken natuurlijk zeer het belang van zijinstroom. De PVV wees daar ook al op. De AOb pleit voor een bovenformatieve aanstelling van zijinstromers, voor goede begeleiding en voor een volwaardig salaris voor werkdagen én voor opleidingsdagen. Goede begeleiding van zijinstromers is inderdaad cruciaal voor het opleiden van zijinstromers, want die komen vaak uit hele andere sectoren en dan valt het onderwijs niet altijd mee. Dat is ook een vak en daar moet je ook hard werken. Ik wil graag gezegd hebben dat bovenformatieve aanstelling al mogelijk is. In het primair onderwijs zien we al dat 60% van de zijinstromers in het begin bovenformatief wordt ingezet. Ik ben bereid om met de AOb en andere partners in gesprek te gaan om te onderzoeken hoe we de zijinstroom verder kunnen bevorderen en ook de opbrengsten daarvan. Nieuwe investeringen op dat terrein zijn echter wel aan een nieuw kabinet. Maar ik wil niets anders doen dat het belang van zijinstroom onderstrepen. Ik denk dat daar voor de sector nog heel veel mogelijkheden zijn, mits goed begeleid. GroenLinks-PvdA, mevrouw Haage, vroeg wat ...
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Voor de lerarenopleidingen gelden er landelijke kaders. De inhoud van het curriculum moet aansluiten op de inhoud van de kerndoelen, de examenprogramma's en de bekwaamheidseisen. Het is dus niet zo vrij als u wellicht zegt. De landelijke kaders, zoals de bekwaamheidseisen, worden op dit moment vernieuwd. Dat zal ook zichtbaar worden in het curriculum van de lerarenopleidingen. In dat traject hebben de leraren ook een stem. Ik was vorige week zelf op een pabo met nieuwe instromers, eerstejaarspabostudenten. Daar zie je heel duidelijk dat er heel erg hard wordt gewerkt aan de vernieuwing van het curriculum en de inhoud van de opleidingen, overigens door zeer gemotiveerde, jonge mensen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Wat doe ik aan het behoud van leraren? Het wetsvoorstel Strategisch HR-beleid is specifiek gericht op het aantrekkelijk houden van het beroep van leraar, ook op de lange termijn. U hebt allemaal voldoende onderstreept hoe belangrijk leraren zijn voor goed onderwijs. Uiteindelijk draait het natuurlijk daarom. Het wetsvoorstel Strategisch HR-beleid ligt nu voor bij de Raad van State voor advies. Ik verwacht het wetsvoorstel in het voorjaar naar de Tweede Kamer te kunnen sturen. Nogmaals, ik onderstreep het belang om in te zetten op het behoud van leraren, het tegengaan van de uitstroom en natuurlijk ook op het behoud van de schoolleiders en de onderwijsondersteuners, om die ook maar eens te noemen. Iedereen doet ertoe in het onderwijs, maar zeker ook de leraren. De onderwijsregio's. Mevrouw Hertzberger vroeg of het klopt dat het budget is gestegen van 115 miljoen naar bijna 300 miljoen euro. Hoe kan dat? Kan de staatssecretaris toezeggen dat niet nog meer budget dat bedoeld is voor de scholen, straks verlegd wordt naar de onderwijsregio's? In de subsidieregeling voor de onderwijsregio's zijn verschillende losse subsidieregelingen gebundeld. Dat betreft eigenlijk een bundeling van de middelen voor de Regionale aanpak personeelstekort onderwijs, de RAP, Samen Opleiden, de noodplannen in de G5, de regeling voor statushouders en de zijinstroom voor schoolleiders. Het klopt dat het budget daardoor is gegroeid. Die regeling is voor de periode 2026 tot 2029.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dan waren er vragen op het punt van de lerarenstrategie. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat de onderwijsregio's niet nog meer schaalvergroting in de hand werken door regeldruk te verhogen, en hoe zorgt hij ervoor dat kleine scholen in dunbevolkte gebieden ook worden bediend? Ik hoor de vragen van de Kamer. Doel van de onderwijsregio's is om te zorgen voor voldoende en goed opgeleid onderwijspersoneel. Dat is belangrijk in verband met de tekorten en de regionale tekorten. Dat doen ze door samen aan de slag te gaan, bijvoorbeeld met het werven, matchen en opleiden van onderwijspersoneel. Dit gaat ook over begeleiding en professionalisering. Als je de krachten bundelt, kan dat volgens mij beter en hopelijk ook efficiënter. Zo kunnen scholen en besturen worden ontlast. Veel scholen zijn kleinschalig en hebben weinig extra middelen. Daar kan dit heel behulpzaam bij zijn, denk ik. Om ervoor te zorgen dat ook scholen in dunbevolkte gebieden bediend kunnen worden, is er een subsidieregeling voorzien voor extra budget voor juist die regio's. Ik heb er nog een.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Wat betreft de statushouders: er was een regeling om statushouders op te leiden tot leraren. Ik weet niet of dat helpt voor het geheugen van mevrouw Hertzberger, maar ik hoop het wel. De bundeling van de regelingen en de middelen was nadrukkelijk een wens van het veld. Dat wilde niet te veel losse subsidies, maar juist een bundeling van de krachten en de middelen. Ook was dat een wens van de Kamer. Dat hebben we hier gedaan. Ik maak nu even een bruggetje naar het volgende punt van mevrouw Hertzberger. Die bundeling wordt gevormd door het bundelen van eerdere samenwerkingsverbanden. Het is dus niet per se allemaal nieuw en meer. Het is een bundeling van de regionale aanpak van de tekorten en van Samen Opleiden & Professionaliseren. Ik verval nu in herhaling. Door die bundeling kunnen we tekorten effectiever en efficiënter het hoofd bieden. Voor Samen Opleiden leidt dat in partnerschappen soms tot aanpassingen ten opzichte van de oude samenwerking. Ik wil nog wel een keer onderstrepen dat ik er niet op uit ben om meer regelingen te onderwerpen, nog een extra laag en meer bureaucratie te creëren. Daar ben ik ook wars van. Misschien kunnen we als een way forward, in mooi Nederlands, een vorm van evaluatie afspreken over het functioneren van de onderwijsregio's. We zijn nu anderhalf jaar onderweg, dus we zullen dat enige ruimte moeten geven.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: In algemene zin wil ik alleen maar onderstrepen dat ik vind dat het geld naar de scholen moet. Er moet zo weinig mogelijk naar allerhande extra dingen. In april bent u geïnformeerd over de uitvoering van de motie waar u nu op wijst. In die brief wordt het belang van de samenwerking en de solidariteit voor het tegengaan van tekorten ook benoemd. Er wordt verzocht om een structurele stimuleringsregeling voor regionale samenwerking. Dat doen we ook met de regeling voor vier jaar. Het voordeel daarvan is dat het bestuurlijke rust geeft. Als je die dingen elke keer na één of twee jaar gaat evalueren, geeft dat namelijk heel veel onrust. De motie verzocht ook om te investeren in het primaire proces. Dat gebeurt aansluitend op de behoefte in elke regio, bijvoorbeeld door de begeleiding van startende docenten, door schoolleiders gezamenlijk op te leiden en door het vormgeven van gezamenlijke invalpools in het vo. Nogmaals, ik kijk of die onderzoeken resultaat hebben. Ik wil daar een evaluatie over afspreken. De tweede conceptrapportage komt in december naar uw Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dan heeft mevrouw Hertzberger nog een vraag gesteld. Op welke manier is de beroepsgroep van leraar vertegenwoordigd in de onderwijsregio's? Daar werken besturen, opleiders en de beroepsgroep samen aan voldoende goed opgeleide leraren, schoolleiders en onderwijsondersteunend personeel. Ik vind het van groot belang dat de beroepsgroep daarin goed vertegenwoordigd is. De manier waarop de vertegenwoordiging van de beroepsgroep wordt vormgegeven is aan de onderwijsregio's. Op dit moment is deze vertegenwoordiging in 11 van de 50 onderwijsregio's vormgegeven door de georganiseerde lerarenorganisaties. Maar in alle regio's zitten leraren aan tafel. Dus die hebben een plek gekregen. Samen met de lerarenorganisaties onderzoeken we op welke manier we die vertegenwoordiging kunnen versterken en duurzaam kunnen vormgeven. Voor alle duidelijkheid: ik ben het er ontzettend mee eens dat de leraar volwaardig aan tafel moet. Zo zeg ik het maar duidelijk. Mevrouw de voorzitter. Mevrouw Hertzberger vroeg of ik met alle verschillende onderwijsregio's contact heb, of ik zie waar het niet goed loopt en of ik maatwerk kan bieden. Binnen een directie van OCW is de Realisatie-Eenheid aanwezig. Die is speciaal ingericht om de vorming van de onderwijsregio's te stimuleren, te ondersteunen en kennis te delen. Ze hebben daar dus heel veel contact met de onderwijsregio's. Ik heb ze zelf vorige week ook nog gesproken. Juist omdat ze heel veel in de regio zijn en heel veel mensen spreken, kunnen ze heel goed maatwerk bieden aan de betrokken mensen. Dan ...
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: U vraagt initieel aan mij om te zeggen dat er niks meer bovenop komt en dat het hierbij blijft et cetera, et cetera. Dat kan ik in absolute zin niet zo zeggen. Ik probeer heel duidelijk te maken dat ik vind dat we zo weinig mogelijk moeten toevoegen, dat we zo weinig mogelijk extra kosten moeten hebben en dat we zo weinig mogelijk bureaucratie moeten hebben. Wel zie ik de voordelen van zo'n onderwijsregio, bijvoorbeeld in tekortomgevingen, waar je dan toch echt die leraren voor de klas wil krijgen, die je gewoon niet voorhanden hebt. Via zo'n orgaan, via zo'n onderwijsregio kan je dat met elkaar wel afspreken. Ik denk dat dit heel functioneel is, geld kan besparen — dat zou het moeten besparen. Vooralsnog, vooruitlopend op de evaluatie, heb ik de indruk dat dit positief uitwerkt. Dus daar worden we het dan denk ik niet over eens.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dan kom ik bij de heer Ceder van de ChristenUnie, die zei dat er een aangenomen motie is om concreet het aantal mannen voor de klas te vergroten en vroeg wanneer er actie komt vanuit het onderwijsveld en wanneer we die kunnen verwachten. Daar kom ik aan het eind van het jaar op terug, op 7 december, in de brief over de lerarenstrategie. Wacht even, ik dacht: hier staat "7 december". Ik vond dat lekker concreet!
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Het wordt dus 7 december. Haha, nee hoor!
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Het is in december.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Er staat ook geen jaartal bij, dus hier kom ik goed weg! We zijn nog in gesprek met verschillende partijen, maar laat ik duidelijk zijn dat ik het doel van de motie ondersteun. Wel zijn we nog bezig met de uitwerking. Ik nodig in algemene zin mannen uit om vooral leraar te worden en voor de klas te staan. Mevrouw de voorzitter. Het lid Rooderkerk sprak over kleinere klassen en vroeg of ik de opvatting deel dat het ideale aantal leerlingen in de klas 21 is en of ik bereid ben om dat streefgetal te hanteren. In algemene zin wil ik daarover zeggen dat de indeling van leerlingen over klassen moet passen bij de pedagogische visie, de onderwijsvisie van de school. Ik wil de scholen wel de vrijheid geven om daar ook zelf keuzes in te maken en dat ze die ruimte ook gewoon houden, omdat we anders weer iets vanuit Den Haag gaan voorschrijven. Kleinere klassen kunnen natuurlijk wel helpen om het werken in het onderwijs aantrekkelijker te maken, maar dat kan bijvoorbeeld ook door de inzet van meer personeel, meer divers personeel. Klassenassistenten en multidisciplinaire teams bieden ruimte en expertise om leraren te ondersteunen en te ontlasten. Er is dus geen ideaal aantal leerlingen. Ik vind het daarom niet logisch om een vast streefgetal te hanteren. Daar komt bij — dat kwam ook al in het debatje voorbij — dat voor kleinere klassen veel extra leraren nodig zijn. Daar heb ik wel wat cijfers over. Een indicatie: om op gemiddeld 21 leerlingen uit te komen op basisscholen met een achterstandsscore, dus alleen op basisscholen met een achterstandsscore, kom je op 1.500 fte's aan extra leerkrachten. Dat is nog veel meer als we dit op alle scholen in het p.o. en het vo zouden willen. Het is 267 miljoen voor scholen met een achterstandsscore en 1,3 miljard voor het hele p.o. Het gaat dus wel echt over gigantische bedragen wanneer we die norm echt gaan hanteren. Dan kom ik bij mevrouw Rooderkerk en mevrouw Beckerman, die vroegen of ik weet hoe groot de klassen nu zijn in het basis- en voortgezet onderwijs. Uit cijfers van 2020 blijkt dat in het basisonderwijs de gemiddelde groepsgrootte 22,9 is, maar er is wel een grote variatie tussen scholen, om de redenen die ik net noemde. Er zijn geen recente cijfers beschikbaar over groepsgroottes in het voortgezet onderwijs, omdat het eigenlijk te ingewikkeld is om te komen tot een gemiddelde groepsgrootte vanwege alle verschillende onderwijssoorten en -methoden en vakken. Ook is het hanteren van een maximale groepsgrootte voor een specifieke schoolsoort ingewikkeld vanwege de brede brugklassen. Voorzitter. Dan kom ik bij mijn derde blokje.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik hoor het appel op groter denken. Nu ben ik, zoals u zelf ook al memoreerde, net begonnen en ook nog demissionair. Nou, alle ruimte om groot te denken, zou ik bijna zeggen! Maar alle gekheid op een stokje: ik onderstreep natuurlijk heel erg het belang van de leerlingen en de leraren. We moeten de uitval en het ziekteverzuim beperken et cetera. Ik wil me inzetten voor alles wat daarvoor behulpzaam kan zijn. De cijfers zijn inderdaad van 2020. Wellicht moeten we dus nog eens een verkenning naar de stand van zaken vandaag doen. Dat wil ik wel toezeggen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: 8 december dan!
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Het antwoord is: voor het zomerreces.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Waarom? Dat is heel eenvoudig: we moeten dat aanbesteden of er in ieder geval een partij voor inhuren et cetera, et cetera. Dat kost tijd. Het lijkt me dan niet langzaam als we dat voor het zomerreces doen, om het zo maar te zeggen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dan ga ik, met uw welnemen, door met blokje drie. Ik kom op de punten over curriculum van mevrouw Haage van GroenLinks-PvdA en de heer Kisteman van de VVD. Zit er een beetje vaart in de curriculumvernieuwing en wat gaat u nog doen? Het goede nieuws is dat alle kerndoelen in concept zijn opgeleverd. De kerndoelen voor de basisvaardigheden zijn definitief aan uw Kamer aangeboden. De overige kerndoelen worden nu aangescherpt en volgen aan het einde van dit jaar. Die moeten nu wettelijk worden verankerd. Hiervoor staat eind november de wetsbehandeling met uw Kamer gepland. Ik zou nog wel even willen onderstrepen — ik hoop dan op een goed debat met u — dat we dat debat in november ook echt nodig hebben om dit alles te realiseren. Dat zeg ik er nog maar even bij. Anders lopen we namelijk heel veel vertraging op in het verdere vervolg. Dit is een appel aan uw Kamer om dat mede mogelijk te maken. Dan gaan we nu richting de invoering, "implementatie" met een moeilijk woord, van die kerndoelen. We staan in de startblokken om de scholen hierin te ondersteunen met professionalisering en met goede voorbeelden. Ik roep de scholen dan ook op om zo snel mogelijk met die kerndoelen aan de slag te gaan, te beginnen bij Nederlands, rekenen en wiskunde. Dan de vraag van de heer Uppelschoten over de basisvaardigheden: hoe stellen we binnen het Masterplan basisvaardigheden vast of leerlingen het referentieniveau gehaald hebben? In het najaar komen de voortgangsbrief en de monitor basisvaardigheden naar uw Kamer. Dan krijgt u beter zicht op de prestaties op het vlak van taal en rekenen, waarbij verschillende bronnen worden gebruikt die de referentieniveaus als ijkpunt nemen. Dan de vraag van de heer Kisteman of digitale geletterdheid sneller aan het curriculum kan worden toegevoegd. Het antwoord op die vraag is nee. Er moet eerst een wettelijke grondslag zijn voor de invoering van de kerndoelen digitale geletterdheid. Die moet worden vastgesteld via het wetsvoorstel Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen. Ik had het net al over dat debatje in november; dan behandelt uw Kamer het. Dat maakt dingen ook mogelijk. Daarna kunnen de kerndoelen pas worden verwerkt in een conceptbesluit. De definitieve kerndoelen digitale geletterdheid worden vervolgens vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. De doelen treden in werking in een nieuw schooljaar. Het eerste moment waarop digitale geletterdheid formeel kan worden toegevoegd aan het curriculum is daarmee in het schooljaar 2027/2028. In de tussentijd kunnen scholen natuurlijk wel alvast aan de slag met de definitieve conceptkerndoelen. Er kan dus wel gewoon mee gewerkt worden. "Hoe kunnen we zo snel mogelijk met die digitale geletterdheid in het curriculum aan de slag?" Die concepten zijn al beschikbaar, zoals ik net al zei. In 2026, komend jaar, wordt de implementatiefase landelijk afgetrapt met de "OCW Dichtbij"-bijeenkomsten. Dan worden de scholen meegenomen in de inhoud en de aanpak van het vernieuwde curriculum. De ondersteuning waarmee zij hiermee aan de slag kunnen, wordt vormgegeven in samenwerking met onder andere de sectorraden, vakverenigingen, beroepsverenigingen, SLO en opleidingsinstellingen. Dan had de heer Kisteman nog de vraag hoe digitale geletterdheid gaandeweg verbeterd kan worden. Samen met SLO werk ik toe naar een systeem van periodiek curriculumonderhoud. Hiervoor ontwikkelt SLO een onderhoudskalender waarin ook de nieuwe leergebieden burgerschap en digitale geletterdheid zijn opgenomen. Deze leergebieden krijgen naar verwachting een extra evaluatiemoment zodat nieuwe inzichten en praktijkervaringen snel kunnen worden verwerkt. "Kunnen de kwaliteitsalliantie en de Impuls open leermateriaal snel voor goede leermiddelen en digitale geletterdheid zorgen?" Ik denk dat het belangrijk is dat er voor digitale geletterdheid gewoon een goed aanbod van lesmateriaal is. Ik heb in de regeling voor open leermateriaal ruimte geboden voor het ontwikkelen en implementeren van goed materiaal voor digitale geletterdheid. Met de ontwikkeling van het kwaliteitskader en de kwaliteitsalliantie leermiddelen wil ik structureel aandacht besteden aan de kwaliteit van leermiddelen. Ik informeer uw Kamer voor de begrotingsbehandeling over de stand van zaken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: "Hoe worden die kerndoelen opgenomen in het curriculum voor lerarenopleidingen en hoe worden docenten getraind?" Lerarenopleidingen bereiden zich nu voor om de nieuwe kerndoelen, waaronder digitale geletterdheid, in te voegen in hun curriculum. OCW heeft daarover de regie en stelt middelen beschikbaar voor het projectteam lerarenopleiders digitale geletterdheid in 2026/2027. Dat project gaat leermiddelen ontwikkelen voor de lerarenopleidingen. Docenten die al voor de klas staan, worden ondersteund door meegenomen te worden in de implementatie van het nieuwe curriculum; die krijgen dus ook ondersteuning. Daarbij wordt er ingezet op bewustwording — waar gaat het eigenlijk over? — en het integreren van die digitale vaardigheden in bestaande vakken. Voorzitter. Dat was de laatste vraag en ook het einde van dit blokje.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik heb twee wat meer procedurele antwoorden daarop. Het implementatieplan is opgenomen in de brief over het masterplan. Dat is één. Twee. Die wetsbehandeling is daarin wel echt cruciaal. Dan kunnen we meer stappen zetten. Maar ik zal nog eens nagaan wat we nog extra kunnen doen om dit op de een of andere manier te versnellen. Die mogelijkheden zijn er dus al met de conceptkerndoelen, maar ik zal nog eens een keer extra gas geven waar ik dat kan.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik begrijp heel goed wat de heer Kisteman bedoelt, denk ik. Ik zal me daar ook voor inspannen. Tegelijkertijd kan ik natuurlijk niet vooruitlopen op besluiten van uw Kamer. Die balans wil ik wel bewaken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik ben voortdurend met leraren in gesprek, en niet alleen ik persoonlijk natuurlijk, maar ook de ambtenaren. Leraren zijn ook op alle mogelijke manieren betrokken. Het is niet zo erg als u schetst. Ze zijn betrokken via de vakorganisaties en de beroepsorganisaties. Individuele leraren zijn betrokken. Daarvoor financieren we zelfs de bonden een stukje. Binnen SLO zijn veel docenten betrokken. Ik herken me dus niet helemaal in het beeld dat het in een soort vacuüm wordt georganiseerd. Ik denk niet dat dat zo is. Ik herhaal dan maar dat ik al heb erkend dat ik denk dat de leraren een zo stevig mogelijke positie moeten hebben. Maar dat had ik eerder ook al gezegd.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik herken het punt. Ik kom er graag in tweede termijn op terug.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik hoor deze hartenkreet. Ik hoor die en ik heb er begrip voor. Maar ik kan daar nu niet concreet iets op toezeggen. Dat constateerde u zelf ook.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik kom bij het vierde en laatste blokje. "Graag een reactie op de onderwijsbezuinigingen, zoals op de regeling voor gemeenten ten aanzien van onderwijsachterstanden." Dat was een vraag van mevrouw Haage van GroenLinks-PvdA. Dit kabinet moet keuzes maken. Daarom kiezen we — daar hebben we het al de hele avond over — voor focus op de basisvaardigheden en het lerarentekort. We blijven ons inzetten voor de kinderen voor wie dat echt nodig is. Het kabinet investeert daarom structureel in School en Omgeving. Verder gaat dit kabinet door met investeringen in de brugfunctionaris. Ik heb in mijn eerste week een bezoek gebracht aan de Erasmusschool hier in Den Haag Zuidwest. Ik heb gezien wat de brugfunctionaris daadwerkelijk kan betekenen in een wijk waarin het moeilijk gaat. We blijven investeren in schoolmaaltijden en voorschoolse educatie. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs ontvangen ook onderwijsachterstandsmiddelen. Het kabinet blijft ook structureel een omvangrijk bedrag van 600 miljoen investeren in het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid. Dan de vraag van het lid Ergin: hoeveel scholen vallen buiten de regeling School en Omgeving? We bereiken de komende jaren meer scholen en meer leerlingen met het programma School en Omgeving, namelijk 139.000 leerlingen op bijna 1.200 scholen. Dat zijn bijna 300 scholen meer dan in de vorige subsidieperiode. Dat komt doordat scholen vaker subsidie hebben aangevraagd. Ze weten de weg te vinden. Doordat de subsidie is overvraagd en er is gerangschikt op basis van de onderwijsachterstandsscore, konden de aanvragen van 149 scholen die eerder wel middelen hebben ontvangen, helaas niet opnieuw worden toegekend. Het gaat hierbij om scholen die niet behoren tot de 5% scholen met de hoogste onderwijsachterstanden. Deze scholen kunnen namelijk gebruik blijven maken van de kennis en kunde die de afgelopen jaren is opgedaan. Ook het leren tussen coalities van scholen, gemeenten en lokale organisaties in het programma School en Omgeving blijven we vanuit de Gelijke Kansen Alliantie faciliteren. Dan had de heer Ergin een vraag over de achtergrond van het bundelen van de middelen voor School en Omgeving, Schoolmaaltijden en de brugfunctionaris in één regeling. Hij vroeg of dat niet een verkapte bezuiniging is. Het bundelen van de middelen voor de programma's School en Omgeving, Schoolmaaltijden en brugfunctionaris is geen verkapte bezuiniging. Met het samenvoegen van de regelingen zetten we losse subsidies juist om in een structurele financiering voor scholen. Dat is een afspraak uit het hoofdlijnenakkoord en een wens van de scholen. Zoals opgenomen in de OCW-begroting voor 2026 is voor het programma School en Omgeving structureel 344 miljoen beschikbaar. Voor het programma Schoolmaaltijden is 135 miljoen beschikbaar en voor de brugfunctionaris is ruim 54 miljoen beschikbaar.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ja.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ja, volgens mij is die interpretatie juist. Het gaat gebeuren. Het is nog niet gebeurd, maar het gaat gebeuren met als doel om dat allemaal in één structurele financiering onder te brengen voor hetzelfde bedrag.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Het lid Uppelschoten van de PVV vroeg of er scholen moeten komen die een positieve houding hebben tegenover het leren úítstralen ... Nee, die zin loopt niet; dit is een oefening in Nederlands. Komen er scholen die een positieve houding hebben tegenover het léren uitstralen en die daardoor een kwaliteitsnorm zetten voor goed onderwijs? Ja, zeg ik. Tegen de heer Uppelschoten zeg ik echter ook dat die er natuurlijk al zijn. Er zijn duizenden scholen die dat voorstaan. Vrijwel alle scholen redeneren vanuit hoge verwachtingen van leerlingen en gaan daarbij ook uit van een goed klassenmanagement. Dat zijn bewezen effectieve aanpakken, die we ook via het Masterplan basisvaardigheden uitdragen. Via het Groeifondsvoorstel Ontwikkelkracht werken we ook actief aan expertisescholen die andere scholen helpen. Ik kan dus een positief antwoord geven op de vraag. Dan kom ik op de vraag van de heer Kisteman van de VVD over de talige diversiteit. Die vraag gaat over het advies van de Onderwijsraad. Hoe ziet de staatssecretaris het recente advies van de Onderwijsraad over meertaligheid? Leidt dit niet tot meer problemen? Het antwoord op die vraag is dat bijna alle leraren lesgeven aan leerlingen die thuis een andere taal spreken. De Onderwijsraad heeft aangegeven dat het bewezen effectief is om deze thuistaal niet te negeren, maar juist te gebruiken. De analyse van de Onderwijsraad is dat je beter Nederlands leert spreken, lezen en schrijven, als je gebruikmaakt van de taal die je thuis spreekt. Het advies is dus: doe dit nou vooral, want het Nederlands wordt er beter van. Uiteindelijk draait het natuurlijk om de goede beheersing van de Nederlandse taal. De thuistaal kan van alles zijn, bijvoorbeeld Turks of Fries. Gebruik die taal om het Nederlands machtig te worden. Dit wordt op veel scholen ten positieve ingezet, maar ik zal er in mijn beleidsreactie uitvoeriger op ingaan en wel reeds in november van dit jaar. Dan had de heer Ergin van DENK aan mij de vraag gesteld hoe het staat met het herstelplan. Het is aan een volgend kabinet om eventuele stappen te zetten richting een nieuw akkoord of niet. Dat zult u begrijpen. Ik wil hier wel over zeggen dat een breed akkoord ook een breed draagvlak verdient. Er zijn het afgelopen jaar over het herstelplan heel veel gesprekken gevoerd met leraren, leerlingen, schoolleiders, bestuurders, ouders en vertegenwoordigende organisaties, hier ook allemaal in de zaal. Ik heb met de sociale partners afgesproken dat we in gesprek willen blijven en ook samen willen blijven werken aan thema's zoals basisvaardigheden en het lerarentekort. Ik probeer dat dus in deze fase wel weer een beetje vooruit te helpen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Er was een goede aanleiding om het gesprek te beëindigen, gegeven de bezuinigingen op de onderwijskansenregeling. Die is ongedaan gemaakt en daarmee verviel een belangrijk argument voor het niet verder willen praten. Ik ben nieuw gestart. Ik heb de partners toen meteen uitgenodigd en gezegd dat we twee dingen kunnen doen: niet met elkaar in gesprek gaan of wel een gesprek hebben en bekijken wat we wél kunnen doen voor het onderwijs in Nederland, want daar draait het uiteindelijk om. Daar hebben ze positief op gereageerd in een eerste informeel gesprek. We hebben in ieder geval tegen elkaar gezegd: laten we gewoon proberen om het weer verder te brengen. Dat gaan we de komende tijd ook doen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ja.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dank u wel, voorzitter. Ik ga op sprekersvolgorde verder. Ik heb mevrouw Haage gehoord, maar ik geloof niet dat ik daar nog op hoef te reageren. Mevrouw Hertzberger had het over de magere inspraak van docenten, leraren. Ik wil toch nog iets meer zeggen over die herhaalde pogingen. We doen al meer dan wellicht over tafel komt. We stimuleren de vorming van een beroepsgroep. Dat heb ik nog niet genoemd. We werken aan een beleidstoets voor leraren. Ik zei wel al: die spreken we ook vaak. Dat doen we bijvoorbeeld via OCW Dichtbij, het Masterplan basisvaardigheden en de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren. U vroeg om de betrokkenheid van elke leraar in de 50 onderwijsregio's.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ja, maar ik wilde daarover zeggen dat in elke regio de beroepsgroep betrokken is. Dat is ook een voorwaarde voor de subsidie van de komende jaren. Dat betreft de betrokkenheid van de beroepsgroep naast de besturen en de opleidingen. Maar goed, ik kan nog een keer herhalen dat ik het ook belangrijk vind dat leraren echt goed betrokken worden en dat ik me daar ook voor zal inspannen, maar dat het ook niet helemaal makkelijk is om dat allemaal maar even vanuit Den Haag te doen en aan te sturen. Daarvoor is het land toch net iets te groot en hebben we net iets te veel scholen, zal ik maar zeggen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: In de lerarenbrief in december kom ik daar graag op terug.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik hoorde, geloof ik, geen vraag, dus dan ga ik door met de doorstroomtoets. Mevrouw Rooderkerk van D66 vroeg om minder gewicht toe te kennen aan de doorstroomtoets in het schooladvies. Dat is natuurlijk wel een grote vraag. Dat weet u ook wel. Daar kan ik heel veel over zeggen, maar in november komt de verkenning van de doorstroomtoets naar de Tweede Kamer. Daar komt dit ook in terug. Maar dat vraagt wel een zorgvuldige en brede weging. Dat wil ik dan dus verder oppakken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dat kan ik bevestigen, want dat is ook onderdeel daarvan. Ik heb toch nog even de behoefte om te reageren op een opmerking van de heer Ergin. Ik wil daar alleen maar even over zeggen dat er ook elke dag heel veel goed gaat in het onderwijs, ook de afgelopen twee jaar. Ik denk dat ik op het andere blokje van mevrouw Rooderkerk niet hoef te reageren. De heer Uppelschoten gaat schriftelijk nog vragen stellen, dus daar komen we dan later op terug, of nu.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Die komen schriftelijk, toch, om het even helemaal helder te hebben? Ja? Oké. Ik dank u voor een plezierig debat, voor al uw inspanningen en voor al uw betrokkenheid.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik dacht gezegd te hebben dat de inspectie daar serieus naar kijkt en dat als er aanleiding is om daar verder actie op te ondernemen, de inspectie dat dan ook zal doen. Dat heb ik volgens mij gezegd.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ja, dat kan als ik daarover geïnformeerd word door de inspectie. Via die route zou dat kunnen, ja.
Bron, video en gesprek →