KamerkringInloggen
Senna Maatoug

Officieel Kamerprofiel

Senna Maatoug

GroenLinks-PvdA →
0debatten
466bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2024-12-17) · GL (2021-03-31–2023-10-26) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
14 nov 2024 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 602Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2025)Nr. 136 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID MAATOUG C.S. TERVERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 1351Ontvangen 14 november 2024 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:INa artikel I, onderdeel G, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: GaAan artikel 3.42 worden zes leden toegevoegd, luidende:9. In afwijking van het eerste en derde lid bedraagt het bedrag van deenergie-investeringsaftrek niet meer dan het bedrag van de winst uit deonderneming. Indien toepassing van de eerste zin tot een verlaging vanhet bedrag van de energie-investeringsaftrek leidt, wordt het bedragwaarmee de energie-investeringsaftrek is verlaagd aangemerkt alsniet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek.10. De inspecteur stelt het bedrag van de niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Artikel 3.151,derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dienverstande dat daarbij voor verlies uit werk en woning of ondernemings-verlies wordt gelezen: niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek.11. De niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek wordt in devolgende negen kalenderjaren verrekend door in die jaren een verhogingvan de energie-investeringsaftrek in aanmerking te nemen. Dezeverhoging bedraagt maximaal het bedrag waarmee de winst de energie-investeringsaftrek van dat jaar overtreft. Verrekening vanniet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek vindt plaats in de volgordewaarin deze niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek is ontstaan.12. Het verrekenen van niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek ineen volgend kalenderjaar vindt plaats bij voor bezwaar vatbarebeschikking van de inspecteur. In de beschikking wordt tevens vastgesteldwelk bedrag van de niet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek wordt1Vervanging i.v.m. een wijziging in de ondertekening. kst-36602-136ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 1361 verrekend. De inspecteur geeft de beschikking gelijktijdig met hetvaststellen van de aanslag over het jaar waarin de niet-gerealiseerdeenergie-investeringsaftrek wordt verrekend. Het bedrag van de verrekendeniet-gerealiseerde energie-investeringsaftrek wordt op het aanslagbiljetafzonderlijk vermeld.13. Rechtsmiddelen tegen de beschikking, bedoeld in het twaalfde lid,kunnen uitsluitend betrekking hebben op de toepassing van het elfde lid.14. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder winst verstaan: hetbedrag van de winst zonder toepassing van dit artikel die de belasting-plichtige als ondernemer uit de onderneming geniet.IIArtikel I, onderdeel H, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:1. In de aanhef wordt «wordt een lid» vervangen door «worden zevenleden».2. Er worden zes leden toegevoegd, luidende:10. In afwijking van het eerste en derde lid bedraagt het bedrag van demilieu-investeringsaftrek niet meer dan het bedrag van de winst uit deonderneming. Indien toepassing van de eerste zin tot een verlaging vanhet bedrag van de milieu-investeringsaftrek leidt, wordt het bedragwaarmee de milieu-investeringsaftrek is verlaagd aangemerkt alsniet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek.11. De inspecteur stelt het bedrag van de niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Artikel 3.151,derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dienverstande dat daarbij voor verlies uit werk en woning of ondernemings-verlies wordt gelezen: niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek.12. De niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek wordt in de volgendenegen kalenderjaren verrekend door in die jaren een verhoging van demilieu-investeringsaftrek in aanmerking te nemen. Deze verhogingbedraagt maximaal het bedrag waarmee de winst de milieu-investeringsaftrek van dat jaar overtreft. Verrekening vanniet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek vindt plaats in de volgordewaarin deze niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek is ontstaan.13. Het verrekenen van niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek ineen volgend kalenderjaar vindt plaats bij voor bezwaar vatbarebeschikking van de inspecteur. In de beschikking wordt tevens vastgesteldwelk bedrag van de niet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek wordtverrekend. De inspecteur geeft de beschikking gelijktijdig met hetvaststellen van de aanslag over het jaar waarin de niet-gerealiseerdemilieu-investeringsaftrek wordt verrekend. Het bedrag van de verrekendeniet-gerealiseerde milieu-investeringsaftrek wordt op het aanslagbiljetafzonderlijk vermeld.14. Rechtsmiddelen tegen de beschikking, bedoeld in het dertiende lid,kunnen uitsluitend betrekking hebben op de toepassing van het twaalfdelid.15. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder winst verstaan: hetbedrag van de winst zonder toepassing van dit artikel die de belasting-plichtige als ondernemer uit de onderneming geniet.IIIIn artikel XV, onderdeel E, wordt na subonderdeel 1 een subonderdeelingevoegd, luidende:1a. In het eerste lid wordt «3.31» vervangen door «3.31 tot en met 3.42,eerste tot en met achtste lid, 3.42a, eerste tot en met negende lid, 3.43».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 1362 IVIn artikel LXV wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:2a. In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdeel Ga, en H,ten aanzien van het daarin voorgestelde artikel 3.42a, tiende tot en metvijftiende lid van de Wet inkomstenbelasting 2001, en artikel XV,onderdeel E, onder 1a, in werking op 1 januari 2029.Toelichting Dit amendement heeft als doel om een fiscale ontwijkingsconstructiedie gebruik maakt van de energie-investeringsaftrek (EIA) en milieu-investeringsaftrek (MIA) tegen te gaan. Daartoe regelt het amendementdat EIA en MIA niet kunnen leiden tot een negatieve winst uit onder-neming in box 1 van de inkomstenbelasting, vergelijkbaar met de werkingvan de zelfstandigenaftrek.EIA en MIA zijn fiscale subsidies met als doel investeringen in energie-zuinige en milieuvriendelijke technieken te bevorderen. Gebruik ervanleidt tot een lagere fiscale winst en dus een lager bedrag aan verschul-digde belasting over die winst, maar niet alle bedrijven die in aanmerkingkomen voor EIA en MIA zijn in staat om deze volledig te verzilveren,omdat zij in sommige gevallen geen of maar beperkt winst maken. Een«grondslag-leenstructuur» stelt hen in staat EIA en MIA te delen metparticulieren met hoge inkomens die hun belastingdruk omlaag willenbrengen. Daarvoor «investeren» deze particulieren, al dan niet deelsgefinancierd met leningen om een hefboomeffect te creëren, in energie-zuinige of milieuvriendelijke technologie, waarna zij de aangekochtebedrijfsmiddelen direct weer leasen aan de verkoper. Dit stelt hen in staatEIA en MIA te benutten zonder dat er daadwerkelijk sprake is van extraduurzame investeringen.Dit amendement beoogt deze structuren in ieder geval deels tegen tegaan door EIA en MIA te maximeren op de daadwerkelijk gemaakte winstvan een ondernemer in de inkomstenbelasting. Daarmee kan deondernemer/belegger niet langer EIA en MIA gebruiken om zijn fiscaleinkomen uit andere bronnen te verlagen.Dit amendement kan vanwege uitvoeringsaspecten niet eerder dan per1 januari 2029 in werking treden. In de tussentijd roepen de indieners vanhet amendement het kabinet op om aan het doel van dit amendement tevoldoen door de bedoelde constructies vooruitlopend op de inwerking-treding aan te pakken. Indieners verzoeken het kabinet om op de kortstuitvoerbare termijn deze constructie tegen te gaan, door bijvoorbeeld eenurencriterium als voorwaarde voor de toepassing van de EIA en MIA in tevoeren.Budgettaire gevolgenDeze maatregel levert naar schatting € 9 miljoen per jaar op. In eersteinstantie zorgt de maatregel slechts voor een temporele verschuiving vande aftrek als gevolg van de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek. In de raming is ervan uit gegaan dat een beperkt deelvan de belastingplichtigen deze aftrek in latere jaren niet meer kanverzilveren. Daarnaast is een gedragseffect te verwachten waarbij enkelebelastingplichtigen besluiten geen gebruik meer te maken van deenergie-investeringsaftrek of de milieu-investeringsaftrek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 1363 Onderdeelsgewijze toelichtingOnderdeel I (artikel 3.42 van de Wet inkomstenbelasting 2001)Onderdeel I wijzigt artikel 3.42 van de Wet inkomstenbelasting 2001(Wet IB 2001). Deze wijziging regelt dat het bedrag van de energie-investeringsaftrek dat in een jaar van de winst kan worden afgetrokken,wordt beperkt tot het bedrag van de winst uit de betreffende ondernemingzoals die winst wordt vastgesteld zonder het gebruik van de energie-investeringsaftrek. Bedragen aan energie-investeringsaftrek die in een jaarniet gerealiseerd kunnen worden, kunnen in de volgende negen kalender-jaren alsnog in aanmerking worden genomen.Onderdeel II (artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001)Onderdeel II wijzigt artikel 3.42a Wet IB 2001. Deze wijziging regelt dathet bedrag van de milieu-investeringsaftrek dat in een jaar van de winstkan worden afgetrokken, wordt beperkt tot het bedrag van de winst uit debetreffende onderneming zoals de winst wordt vastgesteld zonder hetgebruik van de milieu-investeringsaftrek. Bedragen aan milieu-investeringsaftrek die in een jaar niet gerealiseerd kunnen worden,kunnen in de volgende negen kalenderjaren alsnog in aanmerking wordengenomen.Onderdeel III (artikel 8 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969)Onderdeel III wijzigt artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennoot-schapsbelasting 1969. Daardoor werken de voorgestelde aanpassingen inde artikelen 3.42 en 3.42a Wet IB 2001 niet door naar de vennootschapsbe-lasting. De vennootschapsbelasting wordt geheven naar het belastbarebedrag en maakt geen onderscheid tussen inkomenscategorieën zoals inbox 1 van de inkomstenbelasting wel het geval is (daarbinnen vallenonder andere belastbare winst uit onderneming, belastbaar loon en debelastbare inkomsten uit eigen woning).MaatougStultiensGrinwisDijkDassenVijlbriefTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 1364

Bron, video en gesprek →