KamerkringInloggen
Senna Maatoug

Officieel Kamerprofiel

Senna Maatoug

GroenLinks-PvdA →
0debatten
466bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2024-12-17) · GL (2021-03-31–2023-10-26) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
11 nov 2024 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 602Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2025)Nr. 70 AMENDEMENT VAN DE LEDEN MAATOUG EN STULTIENSOntvangen 11 november 2024 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:IIn artikel XXIX worden na de aanhef twee onderdelen ingevoegd,luidende: 0AArtikel 44 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde tot en metvijfde lid tot het tweede tot en met vierde lid. 2. In het derde lid (nieuw) wordt «bedoeld in het eerste tot en met derdelid» vervangen door «bedoeld in het eerste en tweede lid». 1AIn artikel 45, eerste lid, wordt «op een in artikel 44, eerste tot en metderde lid, bedoelde wijze» vervangen door «op een wijze als bedoeld inartikel 44, eerste of tweede lid».IIArtikel XXIX, onderdeel Aa, komt te luiden: AaArtikel 60 vervalt. kst-36602-70ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 701 IIIIn artikel XXIX worden na onderdeel Aa twee onderdelen ingevoegd,luidende: AbIn artikel 61 vervalt «artikel 60, eerste en derde lid,». AcIn artikel 62 vervalt «en artikel 60, eerste lid,».IVAan artikel XXIX worden twee onderdelen toegevoegd, luidende: CArtikel 64 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het vierde en vijfde lid vervallen, onder vernummering van het zesdetot en met achtste lid tot het vierde tot en met zesde lid. 2. In het vierde lid (nieuw) vervalt «aardgas dat wordt gebruikt andersdan als brandstof dan wel». 3. In het vijfde lid (nieuw) wordt «het eerste, tweede, vierde, vijfde enzesde lid» vervangen door «het eerste, tweede en vierde lid». DArtikel 70 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid vervalt «en vierde lid, eerste volzin, eersteaandachtsstreepje,». 2. In het derde lid wordt «vierde lid, eerste volzin, tweede aandachts-streepje, vijfde en zesde lid,» vervangen door «en vierde lid,».VArtikel XXXII, onderdeel B, komt te luiden: BHoofdstuk V, afdeling 5, vervalt.VIArtikel XXXII, onderdeel C, komt te luiden: CArtikel 45, eerste lid, vervalt, onder vernummering van het tweede toten met vierde lid tot het eerste tot en met derde lid.VIIAan artikel XXXII wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 702 FArtikel 91 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt «45, eerste en tweede lid» vervangen door «45,eerste lid». 2. In het vierde lid, onderdeel a, wordt «artikel 45, derde lid» vervangendoor «artikel 45, tweede lid».VIIINa artikel XLII wordt een artikel ingevoegd, luidende:ARTIKEL XLII0A In de Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw vervallen artikel II,onderdeel A, artikel III, onderdeel A, artikel IV, onderdeel A, artikel V,onderdeel A, artikel VI, onderdeel A, artikel VIA, artikel VIB, artikel VIC,artikel VID en artikel VIE.IXNa artikel XLIIA wordt een artikel ingevoegd, luidende:ARTIKEL XLIIB De Wet op de accijns wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 2, negende lid, wordt «in een accijnsgoederenplaats»vervangen door «in dezelfde accijnsgoederenplaats als waarin deeerstgenoemde minerale oliën zijn geproduceerd of verwerkt». BArtikel 69a vervalt.Toelichting Dit amendement schaft per 1 januari enkele fossiele subsidies in hetNederlandse belastingstelsel af. Fossiele subsidies zijn vrijstellingen,belastingteruggaven en lagere tarieven waarmee het gebruik van fossielebrandstoffen wordt gestimuleerd. De fossiele industrie heeft hierdoor eenconcurrentievoordeel ten opzichte van duurzamere bedrijven. Dat isongewenst, met name in sectoren waarvan de overheid verlangt dat zij opkorte termijn gaan verduurzamen.Veel fossiele subsidies kunnen alleen in internationale context wordenafgeschaft. Het is dan ook van belang dat het kabinet zich hier zo snelmogelijk internationaal voor gaat inzetten. Dit amendement gaat over defossiele subsidies die op relatief korte termijn nationaal kunnen wordenafgeschaft.Het gaat daarbij om de volgende regelingen:– vrijstellingen energiebelasting voor energie-intensieve processen(metallurgische en mineralogische procedés, chemische reductie enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 703 elektrolytische processen);– inputvrijstelling kolenbelasting;– verlaagd energiebelastingtarief glastuinbouw;– vrijstelling energiebelasting non-energetisch gebruik van aardgas; en– vrijstelling in brandstofaccijns voor elektriciteitsopwekking.Bij al deze regelingen gaat het om vrijstellingen of verlagingen vanverschillende onderdelen van de energiebelasting. Voor de glastuinbouw-sector bestaan aparte tarieven in de energiebelasting op gas, voor hetgebruik van olie en kolen bestaan vrijstellingen in respectievelijk deaccijns en de kolenbelasting wanneer deze gebruikt worden voor hetopwekken van elektriciteit, en het non-energetisch gebruik van aardgas enhet gebruik van energie voor metallurgische en mineralogische procedés,chemische reductie en elektrolytische processen zijn volledig vrijgesteldvan de energiebelasting. Dit amendement regelt dat al deze subsidies per1 januari 2025 vervallen.Daarnaast beperkt dit amendement de raffinaderijvrijstelling in de Wetop de accijns (WA). Ingevolge de EU-Richtlijn energiebelastingen is hetvolledig afschaffen hiervan niet mogelijk. De inperking houdt daaromslechts in dat de vrijstelling niet langer geldt voor het verbruik vanminerale oliën die extern worden ingekocht en vervolgens directenergetisch in het proces worden ingezet.Budgettaire gevolgenDe totale structurele opbrengst van dit amendement bedraagt naarverwachting € 300 miljoen. Een deel van de maatregelen heeft geenstructurele opbrengst omdat deze regelingen sowieso afgebouwd wordenin de komende jaren; dit amendement haalt de volledige afschaffingdaarvan naar voren. De totale opbrengst is daarom op korte termijn hogerdan structureel (in 2025 € 466 miljoen).Vrijstellingen energie-intensieve processenDe budgettaire omvang van de vrijstelling voor energie-intensieveprocessen wordt in 2025 geschat op € 222 miljoen. Inclusief gedragseffectis de opbrengst van de afschaffing van deze vrijstelling per 1 januari 2025€ 174 miljoen.Afschaffen inputvrijstelling kolenAfschaffing van de inputvrijstelling voor elektriciteitsopwekking per1 januari 2025 levert een budgettaire opbrengst op van € 36 miljoen.Vanwege de sluiting van de kolencentrales in 2030 is de structureleopbrengst € 0.Afschaffen verlaagd tarief glastuinbouwDe budgettaire omvang van het verlaagd tarief glastuinbouw is in 2025€ 135 miljoen. Inclusief gedragseffecten is de opbrengst van deafschaffing van het verlaagd tarief glastuinbouw € 132 miljoen. Dit is eenaflopende reeks tot 2035 wanneer ook in het basispad het verlaagd tariefafgeschaft is.Vrijstelling non-energetisch gebruik van aardgasDe budgettaire omvang van de vrijstelling voor non-energetisch gebruikvoor aardgas is in 2025 € 116 miljoen. Inclusief gedragseffect is deopbrengst van afschaffing van deze vrijstelling € 92 miljoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 704 RaffinaderijvrijstellingHet budgettaire belang van het aanscherpen van de raffinaderijvrij-stelling in de accijns is niet goed te ramen. De totale omvang van deraffinaderijvrijstelling voor de accijns wordt geschat op € 282 miljoen in2025 zonder gedragseffecten op basis van cijfers van het CBS. Demaatregel bestaat uit het gedeeltelijk afschaffen van de vrijstelling. Deraffinaderijvrijstelling zal enkel niet langer gelden voor het verbruik vanminerale oliën die extern worden ingekocht en vervolgens directenergetisch in het proces worden ingezet. Er zijn geen cijfers over deomvang van dit deel. Daarom is het niet mogelijk de opbrengst van hetgedeeltelijk aanscherpen van de raffinaderijvrijstelling te berekenen. Naarverwachting is het aanscherpen een klein deel van de totale € 282miljoen.Vrijstelling in brandstofaccijns voor elektriciteitsopwekkingDe budgettaire omvang van de vrijstelling in de brandstofaccijns voorelektriciteitsopwekking is in 2025 € 40 miljoen. Inclusief gedragseffect isde opbrengst van afschaffing van deze vrijstelling € 32 miljoen.Opbrengst prijzen 2024202520262027202820292030Struc.Struc inVrijstellingen energie-intensieveprocessen1741681681681721751752030Afschaffen inputvrijstelling kolen362923169002030Afschaffen verlaagd tarief glastuinbouw132123121108957802035Vrijstelling non-energetisch gebruik vanaardgas928888889193932030Aanscherpen raffinaderijvrijstelling0000000–Afschaffen vrijstelling in brandstofaccijnsvoor elektriciteitsopwekking323232323232322025 UitvoeringsgevolgenDit amendement vereenvoudigt de heffing van de energiebelasting voorzowel de Belastingdienst en de Douane als energieleveranciers. Hetafschaffen van de inputvrijstelling voor kolen zou kunnen leiden totbezwaarprocedures, en het beperken van de raffinaderijvrijstelling vergtextra toezicht op of van buiten komende minerale oliën die in hetproductieproces worden ingezet niet in de vrijstelling worden betrokken.Per saldo leiden de wijzigingen tot een vereenvoudiging in het toezichtvoor de Belastingdienst en Douane.Toelichting – OnderdeelsgewijsOnderdelen I, IV, V en VIDe inputvrijstelling voor de kolenbelasting is geregeld in artikel 44,tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm), geformu-leerd als een vrijstelling voor uitslag en invoer van kolen die wordengebruikt als brandstof voor het opwekken van elektriciteit. Hetamendement laat het tweede lid vervallen met ingang van 1 januari 2025alsmede de teruggaveregeling voor het vrijgestelde kolengebruik in artikel45, eerste lid, Wbm (onderdeel I). In het wetsvoorstel is reeds opgenomenhet voorstel om de vrijstellingen voor non-energetisch en duaal verbruikvan kolen met ingang van 1 januari 2027 te laten vervallen (artikel XXXII,onderdelen A tot en met C). De betreffende wijzigingen worden in hetamendement aangepast zodat deze ermee rekening houden dat hetvoorstel ook bevat het laten vervallen van de inputvrijstelling met ingangTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 705 van 1 januari 2025 als onderhavig amendement wordt aangenomen(onderdelen IV, V en VI).Onderdelen II en VIIArtikel 60 Wbm bevat het verlaagd tarief voor aardgas dat wordtgebruikt in de (glas)tuinbouw voor verwarming ter bevordering van hetgroeiproces van tuinbouwproducten. Dit verlaagde tarief wordt op grondvan de Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw vanaf 1 januari 2025geleidelijk afgebouwd tot het met ingang van 1 januari 2035 volledig komtte vervallen. Dit amendement regelt dat het verlaagd tarief reeds metingang van 1 januari 2025 komt te vervallen (onderdeel II, zie hetvoorgestelde onderdeel Aa). Daarmee wordt dit aardgas vanaf genoemdedatum belast tegen het reguliere tarief van de energiebelasting in artikel59, eerste lid, onderdeel a, Wbm. In samenhang met het vervallen van hetverlaagd tarief vervallen met ingang van 1 januari 2025 de verwijzingennaar artikel 60 Wbm in de artikelen 61, 62 en 90 Wbm (onderdeel II, zie devoorgestelde onderdelen Ab en Ac). Voorts voorziet het amendement inhet laten vervallen van wijzigingen in artikel 60 Wbm die zijn opgenomenin de Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw in de jaren 2026 tot enmet 2035 (onderdeel VII, zie het voorgestelde artikel XLIIA).De raffinaderijvrijstelling voor minerale oliën is geregeld in artikel 2,negende lid, WA. Ingevolge de EU-Richtlijn energiebelastingen is hetvolledig afschaffen hiervan niet mogelijk. In dit licht regelt hetamendement dat het verbruik van minerale oliën voor het produceren vanminerale oliën alleen dan niet wordt gezien als een uitslag tot verbruik –het belastbare feit voor de heffing van accijns – in het geval dat mineraleoliën in dezelfde accijnsgoederenplaats waar zij zijn geproduceerd wordengebruikt voor het produceren van andere minerale oliën (onderdeel VII, ziehet voorgestelde artikel XLIIB, onderdeel A). Op deze manier wordt devrijstelling aangescherpt. De regeling zal namelijk niet langer gelden voorhet verbruik van minerale oliën die niet zijn geproduceerd binnen eendergelijk bedrijf, de accijnsgoederenplaats.In artikel 69a WA is de teruggaveregeling voor gebruik van mineraleoliën bij elektriciteitsopwekking geregeld. Het amendement regelt dat ditartikel komt te vervallen (onderdeel VII, zie het voorgestelde artikel XLIIB,onderdeel B).Onderdeel IIIArtikel 64, derde en vierde lid, Wbm bevat de mineralogische enmetallurgische vrijstellingen alsmede de vrijstellingen voor chemischereductie en elektrolytische procedés. Ingevolge artikel I, onderdeel E, vande Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw worden voornoemdeleden met ingang van 1 januari 2025 vernummerd tot vierde respectie-velijk vijfde lid. Dit amendement regelt dat deze vrijstellingen komen tevervallen per 1 januari 2025 (onderdeel III, zie het voorgestelde onderdeelC, onder 1). In artikel 70, tweede en derde lid, Wbm zijn de corresponde-rende teruggaveregelingen voor deze vrijstellingen opgenomen. Ditamendement regelt dat ook die teruggaveregelingen komen te vervallenper 1 januari 2025 (onderdeel III, zie het voorgestelde onderdeel D).Artikel 64, vijfde lid, Wbm bevat onder meer de vrijstelling voornon-energetisch gebruik van aardgas waar het wordt gebruikt voor anderedoeleinden dan als brandstof. Ingevolge artikel I, onderdeel E, van de Wetfiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw wordt voornoemd artikellid metingang van 1 januari 2025 vernummerd tot zesde lid. Dit amendementregelt dat deze vrijstelling komt te vervallen per 1 januari 2025 (onderdeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 706 III, zie het voorgestelde onderdeel C, onder 2). In artikel 70, derde lid,Wbm is de corresponderende teruggaveregeling voor deze vrijstellingopgenomen. Dit amendement regelt dat ook die teruggaveregeling komtte vervallen per 1 januari 2025 (onderdeel III, zie het voorgesteldeonderdeel D)MaatougStultiensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 602, nr. 707

Bron, video en gesprek →