26407 Biodiversiteit Nr. 167 Brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 25 september 2026 Met deze brief informeer ik u, mede namens de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, over de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden voor het VN-Biodiversiteitsverdrag en in het bijzonder de zeventiende Conferentie van Partijen (COP17), evenals de gelijktijdige bijeenkomsten van het Nagoya Protocol en het Cartagena Protocol, die van 19 tot en met 30 oktober 2026 zullen plaatsvinden in Jerevan, Armenië. Inzet ten behoeve van biodiversiteit is belangrijker dan ooit. Naast de noodzaak tot het beschermen van de intrinsieke waarde van de natuur[voetnoot 1] hebben verschillende gezaghebbende publicaties[voetnoot 2] laten zien dat biodiversiteitsverlies en het instorten van ecosystemen behoren tot de grootste risico’s voor de wereldeconomie voor de komende tien jaar. Biodiversiteitsverlies en het instorten van ecosystemen vormen daarmee een systeemrisico voor bedrijven, de financiële sector en het welzijn van mensen. Ook in het Koninkrijk der Nederlanden staan de natuur en biodiversiteit onder druk, zowel in Europees Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk.[voetnoot 3] Tegen deze achtergrond is voortvarende implementatie van de mondiale afspraken op gebied van biodiversiteit uit het in 2022 overeengekomen Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework (GBF)[voetnoot 4] noodzakelijk. Nederland zal zich tijdens COP17 daarom inzetten voor een uitkomst van de Global Review die leidt tot versterkte uitvoering van de bestaande internationale biodiversiteitsafspraken. Daarbij zet Nederland in het bijzonder in op aanvullende actie op terreinen waar de voortgang richting de 2030-doelen achterblijft, waaronder het integreren van biodiversiteit in beleid en economische sectoren, het versterken van beleidscoherentie en het adresseren van financiële stromen die schadelijk zijn voor biodiversiteit. Ook nationaal beziet het kabinet waar versterking van de inzet nodig is om de doelen van het GBF binnen bereik te brengen. De urgentie van deze opgave werd opnieuw onderstreept tijdens een inkomend bezoek op 12 juni j.l. van drie inheemse leiders uit de Braziliaanse Amazone. Tijdens een indrukwekkend gesprek overhandigden zij een petitie waarin zij opriepen tot meer internationale inzet voor de bescherming van de Amazone. Zij wezen daarbij op de snelle achteruitgang van de biodiversiteit in hun leefgebied, onder meer als gevolg van de (illegale) uitbreiding van landbouw en mijnbouw. Hun boodschap onderstreept het belang van de betrokkenheid van inheemse volkeren bij de internationale inzet voor biodiversiteit. Tijdens COP17 zal ik hier aandacht voor vragen. Peilmoment voor de implementatie van de internationale biodiversiteitsafspraken Armenië geeft als inkomend voorzitter van COP17 met de slogan “Taking Action for Nature”, een duidelijk signaal af: COP17 moet vooral in het teken staan van actie en concrete resultaten. Net als COP31 van het VN-Klimaatverdrag, die in november dit jaar zal plaatsvinden, zal ook deze COP grotendeels in het teken staan van de uitvoering van de gemaakte afspraken. Daarbij staat de zogeheten “Global Review” centraal: de eerste mondiale evaluatie (stocktake) van de implementatie van de 2030 doelstellingen van het GBF. Ook voor het Koninkrijk heeft de Global Review topprioriteit. Het rapport dat hiervoor de basis vormt, de “Global Report”, laat zien dat sinds de totstandkoming van het GBF belangrijke stappen zijn gezet. Tegelijkertijd maakt het rapport ook duidelijk dat de wereld nog niet op koers ligt om de doelen voor 2030 te halen. Specifieke aandachtspunten die het rapport noemt waar actie achter blijft zijn het adresseren van de onderliggende drijfveren van biodiversiteitsverlies, de beperkte mainstreaming van biodiversiteit, het gebrek aan beleidscoherentie, alsook het adresseren van financiële stromen die schadelijk zijn voor biodiversiteit. Daarnaast blijven mariene, kust- en zoetwater ecosystemen onderbelicht. Het is dan ook belangrijk dat landen tijdens COP17 gezamenlijk hun steun uitspreken en bereidheid tonen om extra maatregelen te nemen om de nationale uitvoering van het GBF te versterken. Direct voorafgaand aan COP17 vindt de “Leaders’ Summit” plaats waarvoor, naast regeringsleiders, leiders uit bedrijven, kennisinstellingen en NGO’s zijn uitgenodigd en waar een politieke verklaring zal worden aangenomen ter versterking van het commitment voor biodiversiteitsactie. Aangezien gelijktijdig de Europese Raad plaatsvindt, zal het Kabinet hier niet aan deelnemen. Tijdens de COP vindt vervolgens op 27 en 28 oktober het ‘high-level segment’ plaats, waaraan ik namens het kabinet zal deelnemen om de Koninkrijksinzet uit te dragen. Het voorzitterschap zal verder tijdens de top verscheidene themadagen organiseren waarin een nadere focus wordt gelegd op onder andere biodiversiteitsfinanciering en de relatie tussen voedsel, landbouw en biodiversiteit en het zal buiten de onderhandelingen om met verschillende initiatieven aandacht vragen voor biodiversiteitsactie, zoals rond het hervormen en voorkomen van biodiversiteitschadelijke prikkels en financiering, waar landen zich bij kunnen aansluiten. Het Armeense voorzitterschap zet in op een inclusieve en transparante top waarbij aandacht is voor het betrekken van het maatschappelijk middenveld bij de onderhandelingen. Daarbij wordt in het bijzonder de rol van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen getracht te versterken (artikel 8J van het VN-Biodiversiteitsverdrag), alsook de betrokkenheid van de private sector, vrouwen en jongeren. De Nederlandse inzet Nederland ziet COP17 als een belangrijk moment om de (inter)nationale implementatie van het GBF aan te jagen. Tijdens COP17 zal ik mij daarom inzetten voor een uitkomst van de Global Review die partijen aanzet tot versterkte uitvoering van de bestaande afspraken uit het GBF, in het bijzonder op terreinen waar de voortgang richting de 2030-doelen achterblijft, zoals voor actiedoel 14, gericht op het integreren, ofwel ‘mainstreamen’, van biodiversiteit in beleid en in alle economische sectoren. Het collectief Natuurinclusief is hierin in Nederland instrumenteel. In het Nationaal Biodiversiteitsplan (NBSAP; Kamerstuk 26407, nr. 155) heeft Nederland aangegeven hoe de nationale implementatie van het GBF eruit zal zien. De Global Review vormt voor alle Verdragspartijen een belangrijk moment om te bezien of de nationale inzet voldoende bijdraagt aan het behalen van de 2030-doelstellingen van het GBF. Ook Nederland zal daarom het Nationaal Biodiversiteitsplan tegen het licht houden en bezien waar versterking van de nationale inzet nodig is om de doelen van het GBF binnen bereik te brengen. Dit kabinet kiest voor een nieuwe koers op het gebied van biodiversiteit, waarbij het behoud en herstel van de natuur niet alleen belangrijk is voor het behoud van ecosystemen en een gezonde leefomgeving, maar ook een essentiële voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en een natuur-inclusieve samenleving. Nederland zet in op robuuste natuur, onder andere door middel van het maatregelenpakket landbouw, natuur en stikstof en de implementatie van de Europese Natuurherstelverordening (Kamerstuk 36800-XIV, nr. 87), waarvoor het GBF een belangrijk kader is. Dat doen en kunnen we niet alleen als overheid. We hebben iedereen nodig om te zorgen voor een goede staat van de natuur, waaronder bedrijven, financiële instellingen, natuurorganisaties, kennisinstellingen, jongeren en burgerinitiatieven. We verwelkomen initiatieven uit de maatschappij die aan deze opgaven bijdragen dan ook van harte. Voldoende financiering is ook essentieel voor de implementatie van het GBF. Dat ziet zowel op het actief organiseren van meer financiering voor biodiversiteit, in en vanuit zoveel mogelijk landen, alsook het adresseren van investeringen, activiteiten en prikkels die negatieve effecten hebben op biodiversiteit (actiedoel 18). De verwachting is dat er tijdens de COP veel aandacht uit zal gaan naar de mondiale voortgang hierop. Het kabinet heeft een eerste stap gezet met het identificeren van welke overheidssubsidies onbedoeld schadelijk zijn voor biodiversiteit (Kamerstuk 26407, nr. 166) en werkt momenteel aan vervolgstappen waarover uw Kamer in het najaar wordt geïnformeerd, zoals ik u heb toegezegd tijdens het Commissiedebat Natuur van 4 juni. Nederland werkt verder ook aan het opstellen van een Nationaal Biodiversiteitfinancieringsplan om te identificeren hoeveel financiering noodzakelijk is om de doelstellingen van het GBF en de Natuurherstelverordening nationaal te halen en welke financieel-economische instrumenten daaraan kunnen bijdragen. Ook Caribisch Nederland werkt aan dergelijke plannen. Tijdens de COP zal Nederland zich als een innovatieve partner presenteren door onder andere een side event te organiseren over hoe samen met de private sector meer financiering voor biodiversiteit kan worden gemobiliseerd, waaronder in ontwikkelingslanden. Ook heeft het verder operationaliseren van het multilaterale mechanisme voor Digitale Sequentie Informatie (DSI) van genetische bronnen en het in werking stellen van het Cali Fonds prioriteit. Tijdens COP16 (Kamerstuk 26407, nr. 153) is dit fonds opgericht met als doel dat bedrijven die gebruik maken van DSI daarvoor een eerlijke en billijke bijdrage leveren aan het fonds. Deze financiële middelen worden vervolgens via een nog overeen te komen verdeelsleutel toegekend aan inheemse volkeren en lokale gemeenschappen en aan ontwikkelingslanden ten behoeve van behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit en wetenschappelijke capaciteitsopbouw. Nederlandse stakeholders hebben gezamenlijk een white paper opgesteld over de operationalisering van het multilaterale mechanisme en het Cali Fonds. Het document beschrijft hoe Nederlandse stakeholders het CBD-besluit implementeren en bevat aanbevelingen. Het dient als voorbeeld van publiek-private samenwerking en inspiratie voor andere CBD-Partijen. Om zichtbaarheid te geven aan Nederlandse initiatieven en om de implementatie van het GBF ook buiten de onderhandelingen verder te brengen zal Nederland een paviljoen hebben op COP17 waar verschillende evenementen zullen worden georganiseerd. De nadruk zal daarbij komen te liggen op het mobiliseren van financiering voor biodiversiteit uit alle bronnen, inclusief de private sector en de nexus-aanpak. Een gezonde natuur vormt de basis van een gezonde leefomgeving en draagt bij aan onder meer voedselzekerheid, schoon en voldoende water, klimaatadaptatie, waterveiligheid, en een toekomstbestendige economie. Vanuit deze benadering wordt ingezet op een integrale ‘nexus’-aanpak waarbij de samenhang tussen biodiversiteit, klimaat, water, voedsel, gezondheid en andere thema’s centraal staat en wordt gezocht naar oplossingen die meerdere doelen tegelijk dienen. Nederland zet in op oplossingen die biodiversiteitsherstel integraal verbinden met andere maatschappelijke opgaven. Enkele voorbeelden zijn het benutten van natuur voor waterveiligheid, waterbeschikbaarheid en klimaatadaptatie, natuurlijke kustbescherming, groenblauwe dooradering en herstel van veengebieden. COP17 biedt daarbij een belangrijk moment om de samenhang tussen de drie Rio-verdagen op gebied van biodiversiteit, klimaat en landdegradatie[voetnoot 5] verder te versterken. De COPs van deze drie verdragen vinden dit jaar kort na elkaar plaats, waarmee de kans vergroot wordt om internationale afspraken beter op elkaar aan te laten sluiten en om beleidscoherentie te versterken. Het kabinet onderschrijft het belang van de rol en bijdragen van alle stakeholders, waaronder bedrijven, financiële instellingen, maatschappelijke organisaties, inheemse volkeren en lokale gemeenschappen, jongeren en vrouwen en werkt daar actief mee samen. Er wordt specifiek aandacht geschonken aan jongerenparticipatie, zo zijn de VN jongerenvertegenwoordigers Biodiversiteit en Voedsel van de Nationale Jeugdraad wederom onderdeel van de Koninkrijksdelegatie. Inheemse volkeren spelen een essentiële rol in het beheer en behoud van gebieden met een zeer rijke biodiversiteit. Naar aanleiding van het bezoek van de inheemse leiders zal ik tijdens COP17 aandacht vragen voor hun cruciale bijdrage aan het behoud van biodiversiteit. Daarbij zal ik mij ook richten op de impact en ketenverantwoordelijkheid van het bedrijfsleven op de biodiversiteit elders, waaronder op gebieden waar inheemse volkeren leven. Het kabinet verwacht van alle Nederlandse bedrijven die internationaal ondernemen dat zij de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen inzake Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen naleven. Het kabinet verwacht dan ook van bedrijven dat ze sociale en milieurisico’s in hun waardeketen, waaronder ontbossing, in kaart brengen en adresseren. Binnen de EU zet Nederland zich in voor ontbossingsvrije en duurzame ketens, onder meer via de implementatie van de Europese ontbossingsverordening (EUDR) en de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Deze regelgeving verbiedt het op de EU-markt brengen en exporteren van producten die binnen de reikwijdte van de verordening vallen en niet aantoonbaar vrij zijn van ontbossing en bosdegradatie, of die niet legaal zijn geproduceerd. De CSDDD verplicht het toepassen van gepaste zorgvuldigheid voor grote ondernemingen die actief zijn op de Europese markt. Tijdens de onderhandelingen van COP17 treedt de Europese Unie op basis van een gezamenlijke positie op en spreekt zij met één stem. De Nederlandse delegatie zal zich inspannen om ervoor te zorgen dat de Nederlandse inzet goed wordt meegenomen in de EU-positie. Dit vindt onder andere plaats door de Raadsconclusies die naar verwachting op de Milieuraad van 12 oktober zullen worden vastgesteld, waarover u wordt geïnformeerd. Tot slot Biodiversiteitsverlies is niet alleen een nationale maar zeker ook een mondiale uitdaging. Het is daarom van belang dat Nederland en de EU blijven investeren in effectieve multilaterale samenwerking op dit thema. Zoals in de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken (Kamerstuk 36800-V, nr. 103) aangegeven steunt Nederland organisaties die wereldproblemen aanpakken of internationale normen stellen, bijvoorbeeld op het gebied van biodiversiteit. Daar valt ook de CBD onder. In toenemende mate moet voortgang hierop ook buiten de onderhandelingen worden vormgegeven, via (vrijwillige) initiatieven die kunnen helpen de gemaakte afspraken te realiseren. In een verschuivend geopolitiek krachtenveld is het daarbij van belang dat de EU inzet op nieuwe samenwerkingsvormen, strategische partnerschappen en coalities van gelijkgezinde landen (zoals bijvoorbeeld rond de Tropical Forest Forever Facility). Ook is het van belang dat het de implementatie van het eigen Europees biodiversiteitsbeleid voortvarend ter hand neemt. Het kabinet ziet de implementatie van de Natuurherstelverordening en de daaronder in te dienen natuurherstelplannen als een belangrijke stap en het soort versterkte actie dat op basis van de Global Review mag worden verwacht van landen die zijn aangesloten bij het Biodiversiteitsverdrag. Nederland neemt de afspraken in het GBF serieus. Effectieve multilaterale samenwerking vraagt dat afspraken die tijdens de COP worden gemaakt vervolgens ook daadwerkelijk worden geïmplementeerd. Nederland zal zich daarom inzetten voor concrete en uitvoerbare afspraken die bijdragen aan het behalen van de doelen van het GBF. Het kabinet is een partner van Armenië om de VN Biodiversiteitstop tot een succes te brengen, zowel middels onze constructieve houding alsook middels aanbieding van een onderhandeltraining ter voorbereiding van het inkomende Armeense voorzitterschap. Nederland zal zich tijdens de COP als een betrouwbare verdragspartner opstellen binnen de context van de gezamenlijke positie van de Europese Unie. Het doet dat in de overtuiging dat het stoppen van biodiversiteitsverlies urgent en noodzakelijk is en de implementatie van internationale afspraken hieraan een belangrijke bijdrage levert. Ik zal de Kamer na de bijeenkomst informeren over de uitkomsten. De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen Omgevingswet (2013) Artikel 1.3.a. Link: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/2026-07-01 bv. World Economic Forum (2026) Global Risks Report 2026. Link: https://www.weforum.org/publications/global-risks-report-2026/; IPBES (2026) Business & Biodiversity Assessment. Link: https://www.ipbes.net/business-impact; De Nederlandsche Bank (2026) From nature shocks to financial stability Incorporating nature physical risks – in particular water-related risks – into banks’ credit risk models and insurers’ market risk models. Link: https://www.dnb.nl/publicaties/publicaties-onderzoek/working-paper-2026/857-from-nature-shocks-to-financial-stability-incorporating-nature-physical-risks-in-particular-water-related-risks-into-banks-credit-risk-models-and-insurers-market-risk-models/; De Nederlandsche Bank en de Planbureau voor de Leefomgeving (2020) Afhankelijkheid financiële sector van biodiversiteit. Link: https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/nieuws-2020/biodiversiteit-en-de-financiele-sector-een-kruisbestuiving/ Naturalis (2026) Statusrapport Nederlandse Biodiversiteit. Link: https://www.naturalis.nl/over-ons/biodiversiteit/statusrapport CBD (2022) Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework. Link: https://www.cbd.int/gbf Het VN Klimaatverdrag (UNFCCC), het VN Biodiversiteitverdrag (UNCBD) en het VN Desertificatieverdrag (UNCCD)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
66e9e92b-43e6-4eab-828d-4b300e0d2b25
21debatten
950bijdragen
6interrupties
79.411woorden in uitspraken