Commissiedebat Ontwerp-Natuurplan
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
66e9e92b-43e6-4eab-828d-4b300e0d2b25
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Van Essen: Ja, voorzitter. Ik sprak inderdaad net de staatssecretaris. Toen hoorde ik van het debat in de plenaire zaal. Hij heeft daar namens ons op geantwoord dat dat natuurlijk een besluit van het PBL is. Maar ik snap dat dat voor u en voor de commissie natuurlijk geen porum is en dat u ook graag wil weten wat dat is. Dat snap ik heel goed. Wij hebben uw verzoek dus direct naar het PBL doorgeleid. Mocht ik tijdens de vergadering horen dat het PBL heeft geantwoord, dan laat ik u dat meteen weten, zodat u zo snel mogelijk weet wat de reactie is.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Het PBL heeft ons geïnformeerd dat dit gewoon hun werkwijze is. Het is natuurlijk een onafhankelijk instituut, maar ik merk ook wat voor reacties deze werkwijze van hen bij u oproept. Niet alleen hebben we dus dat verzoek snel doorgestuurd, maar ik kan me ook voorstellen dat de bewindspersoon — de heer Jansen zei daar net al iets over — die normaliter vanuit het kabinet over allerlei facilitaire zaken contact heeft met het PBL, ook het signaal kan overgeven dat een bepaalde werkwijze wel gewaardeerd kan worden en een bepaalde werkwijze niet.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ja, voorzitter, deze vraag zal ongetwijfeld ook door andere leden worden gesteld, maar ik vind het wel belangrijk om te zeggen dat ik het Ontwerp-Natuurplan met de stukken van de taskforce naar u heb toegestuurd. U heeft dat dus ook kunnen betrekken, hoewel het natuurlijk heel veel is — dat snap ik ook — bij het debat dat we een week later hebben gehad. Het is ook goed om te zeggen dat het gaat om een ontwerpplan met bestaand beleid. De keuzes die we daarin gaan maken komen dus nog, maar dit is vast een gesprek dat we zo ook gaan hebben.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Zeker. We hebben een deel inleiding, een deel doelen, dan gaan we het over het proces hebben, dan komt vervolgens het juridische deel, dan de mariene natuur en de Wadden, financiën, de taskforce en overig.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Die drie minuten was looptijd.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ja, dat gaan we doen, voorzitter. Voordat ik met de inleiding begin, wil ik graag even stilstaan bij de overstromingsramp in Nepal en Tibet, nu acht dagen geleden. We hebben, denk ik, allemaal beangstigende beelden gezien van al dat enorme natuurgeweld. Ik wil daar even bij stilstaan, omdat een van onze collega's op het ministerie sindsdien vermist is. Zij was in dat gebied op reis. Ik ken deze collega pas een halfjaar, maar zij staat bekend om haar inzet met hart en ziel voor het natuurdossier. Deze ramp ver weg heeft dus hier dichtbij ook grote impact, op de collega's die hier vandaag achter de schermen ervoor zorgen dat wij een goed debat kunnen voeren, maar bovenal voor de familie en de naasten, want zij leven tussen hoop en vrees. Ik wil dan ook vanaf deze plek namens het ministerie ons medeleven betuigen. Wij wensen de familie, naasten en collega's sterkte in deze onzekere tijd.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: We voeren vandaag het debat over de Natuurherstelverordening. Ik zou graag willen beginnen met waar die verordening over gaat: de natuur. We moeten stilstaan bij waar we het voor doen, namelijk een gezonde, vitale Nederlandse natuur die we aan volgende generaties kunnen doorgeven. Volgens mij verbindt ons allemaal dat we niet willen dat die natuur verder verslechtert. Die is namelijk randvoorwaardelijk voor onze economie, onze leefomgeving en onze gezondheid. De waarde van de natuur is zowel maatschappelijk als economisch ongelofelijk groot. Goed zorgen voor natuur is daarom puur eigenbelang. We hebben deze zomer gezien wat de effecten van weersextremen zoals droogte op onze samenleving, op onze economie en op industriële processen zijn. Ze leggen ook pijnlijk bloot hoezeer we afhankelijk zijn van de natuur. Afgelopen maand, bijvoorbeeld, waren het Hongaarse bedrijven en huishoudens die op energierantsoen moesten, omdat de kerncentrales daar sloten vanwege de lage waterstand in de Donau. Ik wil ervoor zorgen dat onze huizen stevig en veilig blijven staan en dat we ook in tijden van droogte kunnen blijven rekenen op voldoende schoon drinkwater, want dit is niet vanzelfsprekend als we daar geen zorg voor dragen. Zoals de Rijksbouwmeester recent schreef in Het Financieele Dagblad: "We kunnen het ons niet permitteren om de natuur uitsluitend als dienstenleverancier te zien en te behandelen. De natuur kan namelijk zonder ons. Onze samenleving en economie kunnen niet zonder natuur." Daarom zie ik investeren in natuurherstel niet als een soort liefdadigheid of als een hobby, maar als in het landsbelang. De Natuurherstelverordening zie ik dan ook als een middel om uiteindelijk tot een goede staat van natuur te komen in 2050. Dat is een natuur waar iedereen van kan profiteren. Denk aan boeren die profiteren van een gezond stuk grond voor hun land, recreanten die profiteren van een prachtig stuk bos — mevrouw Van der Plas en ik hadden het eerder al over hoe mooi bossen kunnen zijn — en stedelingen die profiteren van het voordeel van groen in de stad. Ik zie de verordening dan ook nadrukkelijk niet als een aparte opgave, want het definitieve Natuurplan zal met name maatregelen uit het taskforcepakket bevatten die bijdragen aan natuurherstel. Het is belangrijk dat we werk met werk maken en dat we wat we aanvullend van boeren, terreinbeherende organisaties, medeoverheden en bedrijven vragen zo beperkt mogelijk houden. Ik realiseer me namelijk heel goed dat er momenteel met ons maatregelenpakket ook al veel van iedereen wordt gevraagd. Ik snap dat uw Kamer ook allerlei vragen heeft, zoals we net ook hebben gezien, over het definitieve Natuurplan. Hoe gaat dat er dan uitzien? Een deel van het antwoord is dat dit debat daar gewoon nog te vroeg voor komt, helaas. We moeten namelijk komend jaar nog hard aan het werk om op alle onderdelen te zorgen dat we een volledig plan kunnen indienen. Ik ga de besluitvorming over het definitieve Natuurplan voor uw Kamer zo duidelijk en navolgbaar laten verlopen als ik kan. Dat is best complex, want de processen zijn complex en de deadline voor het indienen is uiterlijk op 1 september 2027. Dat is al snel, maar ik wil bij dit Natuurplan nadrukkelijk samen met uw Kamer optrekken. Met het eerste Natuurplan beginnen we wat mij betreft aan een langjarig proces dat impact zal hebben op onze omgeving en de gezondheid van onze natuur. Maatschappelijk en politiek draagvlak is daarvoor essentieel. Ik hoop dan ook samen met u te kunnen toewerken naar een definitief plan dat realistisch en uitvoerbaar is, maar ook doet wat het belooft, namelijk het daadwerkelijk herstellen van natuur. Het lid Kostić komt net binnen en gaat weer weg, maar had mij gevraagd naar een reactie op een ander stuk in het FD. Ik snap de oproep in het FD om snel in actie te komen heel erg goed. Die koppeling met het economische belang zie ik ook nadrukkelijk, zoals ik net al zei, want een gezonde natuur is een randvoorwaarde voor onze gezonde economie. Ik werk daarom ook in volle vaart door om die deadline van 1 september 2027 te halen. Het CDA vroeg vervolgens of met het indienen van het ontwerpplan, vorige week of twee weken geleden, werkelijk nog niets vastligt en of de Kamer nog richtingen en maatregelen kan bespreken en eventueel bijstellen of dat er uit de publieksconsultatie nog invloed komt. Dat klopt, want in het definitieve plan voor volgend jaar worden de definitieve keuzes gemaakt. Aanvullend beleid is nodig om uiteindelijk te kunnen voldoen aan wat de NHV van ons vraagt. Onze focus ligt hierbij op 2030, die daarmee met name ook ligt in en rondom beschermde natuurgebieden. De maatregelen uit de taskforce zijn hierbij zo veel mogelijk leidend. Daarmee kiezen we er ook voor om geen koppen ergens op te zetten — dat was ook een vraag — maar die aanpak hier nadrukkelijk in te verweven. Dan is er een vraag van mevrouw Ten Hove over de bijdrage van boeren aan natuurbeheer. Ik zie en waardeer de bijdrage die veel boeren nu al leveren via het agrarisch natuurbeheer. Zij hebben ook veel kennis van de natuur in hun omgeving. Om de natuur verder te verbeteren is er een bredere inzet nodig, om op meer hectaren landbouwgrond in agrarisch natuurbeheer te kunnen voorzien. We willen dus nog meer boeren stimuleren om zich in te zetten voor dat natuurbeheer. De Kamer heeft voor het reces ook een motie ingediend om de budgetten daarvoor te verhogen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik denk dat ik dan misschien niet duidelijk genoeg ben geweest, maar ik heb volgens mij twee keer gezegd dat het maatregelenpakket juist de hoofdmoot vormt voor het definitieve Natuurplan. Er komt dus niet op alle vlakken weer van alles boven op de dingen die we hebben gedaan. De taskforceplannen zijn de hoofdmoot om uiteindelijk te verwerken in het definitieve Natuurplan. Ik zie ook — daarom vind ik die boodschap ook belangrijk — dat de maatregelen al het nodige vragen van mensen buiten dit huis, en met name van boeren buiten dit huis. Volgens mij is het vertrekpunt voor het kabinet de maatregel die wij in de taskforce hebben afgesproken op natuurherstel. Dan de vraag van de heer Boomsma om het aannemen van de Natuurherstelverordening ter discussie te stellen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik verwijs even naar het debat dat we voor het reces hebben gevoerd, waarin de fractie van Forum voor Democratie dit volgens mij ook tegen mij zei. Ik heb dat toen weerlegd en gezegd dat het met 90% van de habitattypen en 60% van de fauna niet goed gaat, en dat er maar enkele percentages zijn waar het wel goed mee gaat.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: De eerste aanname klopt niet, want ik heb aangegeven er schriftelijk op terug te komen, maar toen heeft de Kamervoorzitter aangegeven het toch in het debat te willen. Toen heb ik de reactie in het debat gegeven. Voor mij staat onomstotelijk vast dat het gewoon niet goed genoeg gaat met de natuur en dat we daar wat te doen hebben. Daarvoor heeft u de cijfers en mijn uitleg gekregen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik denk dat die constatering van mevrouw Bromet klopt. Hopelijk biedt die daarmee ook voor anderen inzicht.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Er zijn echt legio rapporten over het beeld dat het niet goed gaat met onze natuur. Daarbij focussen ze ook op soorten en habitattypen in het hier en het nu. We kunnen inderdaad hele filosofische discussies gaan houden over hoe het er in 1600 uitzag, maar volgens mij brengt ons dat niets verder.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik kan me voorstellen dat het niet alleen een filosofische maar ook een praktische discussie is. Als je ziet wat we te doen hebben als Nederland, dan is het volgens mij klip-en-klaar. Er zijn habitattypen die we nu om ons heen zien die bedreigd worden en waar het nu niet goed mee gaat. En ja, er zijn ook lichtpuntjes. Die mogen we ook benoemen. Maar over het algemeen is het voor mij heel duidelijk wat ik te doen heb.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik heb daar net antwoord op gegeven. De voorzitter stond er in het debat op dat ik op dat moment op die vraag zou ingaan en het niet schriftelijk zou doen. Dat heb ik toen gedaan. De cijfers zijn dus op dat moment door mij weerlegd op dezelfde manier als ik net deed. Met 90% van de habitattypen gaat het niet goed, met 60% van het fauna gaat het niet goed. U zou het debat moeten terugkijken als u nog meer informatie wil, maar ik heb de vraag op dat moment beantwoord, omdat de voorzitter daarop stond.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Volgens mij heeft mevrouw Bromet net een verhelderende opmerking gemaakt over hoe je deze cijfers kunt zien en wat er allemaal wel of niet meegerekend wordt in die getallen. Nogmaals, voor mij staat onomstotelijk vast dat ik hiermee aan de slag moet, omdat het gewoon niet goed gaat met de natuur. Dan kunnen we daar in een debat elke keer op terugkomen — dat is uw goed recht — maar ik heb een heldere opdracht voor ogen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Nee, ik hoor het aan. Dan een vraag …
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ja, geen probleem om dat nog een keer te doen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik heb het debat nog vrij scherp. Later in het debat ben ik op deze vraag ingegaan en is die vraag daarmee beantwoord.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik heb net al aangegeven dat ik, ondanks dat ik dat eigenlijk niet van plan was, in de tweede termijn nog een keer hetzelfde antwoord zal geven als ik in het debat heb gegeven. Op het moment dat je in een debat ergens op terugkomt, kom je dus terug op een eerdere vraag. Dat is gebeurd en als u nog een keer die informatie wil, dan kunt u nog een keer die informatie krijgen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Op dat verzoek heb ik net geantwoord dat het voor mij geen probleem is om daarop terug te komen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Dan een vraag van de heer Boomsma …
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Die vraag is ook gesteld door mevrouw Ten Hove. Daar kom ik zo op terug.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Nee, in de eerste termijn ook. Die vraag is gewoon in de eerste termijn van de Kamer gesteld.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Dan de vraag van de heer Boomsma om het aannemen van de NHV ter discussie te stellen in Europa. Het kabinet is gecommitteerd aan de implementatie van de NHV, zoals ook in het coalitieakkoord staat, en wil de doelen van die verordening halen, met oog voor juridische risico's en uitvoeringsrisico's. Daarbij is ook ruimte om binnen de kaders van de verordening te kijken naar de wijze van implementatie. Als blijkt dat onderdelen van de NHV niet haalbaar zijn, zullen we dat in EU-verband bespreken met de Commissie en andere lidstaten. Niet ieder knelpunt hoeft daarbij direct te leiden tot een aanpassing van de verordening. Voorzitter. Dan ben ik bij het blokje doelen. Een vraag van D66 was of we kunnen toezeggen dat de doelen in het Natuurplan actief worden meegenomen in het stikstofbeleid. Het spreekt wat mij betreft voor zich dat we de doelen die in het Natuurplan staan meenemen in de verdere ontwikkelingen die we hebben binnen het stikstofbeleid. De vragensteller, mevrouw Vellinga-Beemsterboer, kan ervan uitgaan dat we bij alle opgaven waar we voor staan steeds slim kijken hoe we bij de ene opgave ook kunnen werken aan het behalen van doelen van de andere opgave. Het is immers een hele belangrijke drukfactor op het herstellen van de natuur. Dan een vraag van het lid Kostić: zijn we bereid om de vijf aanbevelingen van het PBL op te volgen? Dat vijftal aanbevelingen is eerlijk gezegd herkenbaar en zal ik ter harte nemen bij de verdere uitwerking van het definitieve Natuurplan. De reflectie die we gisteren hebben gekregen, ga ik nog verder bestuderen. Begin oktober informeer ik uw Kamer over de manier waarop ik die aanbevelingen meeneem richting het definitieve plan. Dan een vraag van de heer Grinwis over herstel versus nieuwe natuurontwikkeling. Door klimaatverandering zullen sommige soorten of habitattypen minder succesvol zijn in Nederland. Andere soorten zullen zich daarentegen hier mogelijk juist gaan vestigen. We richten ons in eerste instantie, zoals ik in de inleiding al aangaf, op het versterken van de natuur in bestaande Natura 2000-gebieden en gebieden die zijn aangemerkt als NNN, Natuurnetwerk Nederland. Dan een vraag van het CDA over verplichtingen in relatie tot bestaand beleid: kunnen we per artikel helder maken wat de Natuurherstelverordening vraagt? In het Ontwerp-Natuurplan hebben we daar al een aanzet voor gegeven. De concrete beleidskeuzes die we maken en de bijbehorende financiering voor de natuurherstelopgave zijn meegenomen in de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de invulling van zones rondom beschermde natuurgebieden en extra middelen voor natuurbeheer en -herstel. Die maatregelen worden onderdeel van het definitieve Natuurplan. Zoals ik al aangaf, zullen die ook echt substantieel bijdragen aan de doelen voor 2030. In het definitieve plan — dat is het concrete antwoord op de vraag van de heer Koorevaar — zult u ook zien wat per artikel verplicht is. Dat kunt u nu al vinden in het ontwerp, maar dat zullen we zeker duidelijk in het definitieve plan aangeven. Dan een vraag van de heer Grinwis, maar eigenlijk ook van de heer Koorevaar en van …
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Daar kom ik zo nog op terug, maar ik antwoord heel kort en bondig: voor echt grote delen is het antwoord ja, maar bijvoorbeeld voor de Waddenzee en het stedelijk groen hebben we alsnog een opgave met elkaar. Ik kan het niet voor honderd procent zo zeggen, maar voor een gigantisch deel is het antwoord daarop: ja.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik kom daar zo nog iets gedetailleerder op terug, maar heel grofweg kunt u die voorzichtige conclusie trekken.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: We hebben het PBL ook gevraagd om ons … Dit is een inschatting die wij maken: dat het echt grote stappen zijn richting 2030-doelen. We hebben het PBL gevraagd om daar met ons op te reflecteren, zodat we zeker weten wat de gaten zijn. Ik heb hier een verwachting uitgesproken. Ik heb gezegd dat ik zie dat het pakket van landbouw, natuur en stikstof voor de Waddenzee niet per se direct doet wat moet, omdat dat zich veel meer richt op drukfactoren op terrestrische natuur, zoals we dat noemen. Dat geldt ook voor stedelijk groen, waarvoor vanuit de NHV ook een opgave ligt. Ik zal dat voor u nader inzichtelijk maken, maar precies op dit punt zal ik zo bij de vragen nog terugkomen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Dank u wel, voorzitter. Dan de vragen van de ChristenUnie, het CDA en de Partij voor de Dieren over de restopgave. Zoals ik al zei, wordt de uitwerking van de natuuropgave opgepakt in samenhang met andere dingen die het kabinet doet. Voor 2030 is de ruimtelijke opgave bekend. Die betreft het afronden van bestaande afspraken over het NNN, want er moet nog wat gerealiseerd worden vanuit de afspraken die we daarover hebben, en de Bossenstrategie. Ik verwacht dat de NHV met name een ruimtelijke opgave na 2030 behelst; daarmee komen we op de vragen van de heer Koorevaar. Daarna is de omvang van die opgave nog niet exact bekend. Dat werken we de komende periode wel verder uit.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Er is gevraagd welke opgaven nog in de restopgave zitten. U heeft mij gevraagd om een beetje snelheid te maken, dus ik bundel vragen van de leden van de commissie, want anders zitten we hier om 17.00 uur nog, denk ik. Dan een vraag van mevrouw Bromet en mevrouw Vellinga-Beemsterboer over de groene stad, over de 3-30-300-regel. Ik ben het met de vragenstellers eens dat groen van groot belang is voor onze gezondheid, voor verkoeling en ook voor waterberging. Volgens mij heeft de afgelopen zomer, met die ongekende hitte en de droogte, laten zien hoe belangrijk dat is voor een gezonde leefomgeving, juist in de stad. Voor het bepalen van een bevredigend niveau daaromtrent komt de Europese Commissie in 2028 met richtlijnen voor lidstaten. Met de minister van VRO werk ik dit verder uit, zodat gemeenten ook met het oog op gezondheid de juiste maatregelen voor verkoeling en stedelijk groen kunnen nemen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Dit is deels een gesprek dat ik met de minister van VRO moet hebben, omdat het over de stedelijke omgeving gaat, maar ik moet wel zeggen dat gemeenten ook nu eigenlijk best al goed weten wat er nodig is voor dit soort ontwikkelingen. Het ministerie van VRO heeft ook een City Deal Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling, waarvoor ontzettend veel gemeenten zich hebben aangemeld, om nieuwe groene woonwijken te maken. Er wordt nu dus al geanticipeerd op deze vraag met dit soort praktijkcasussen. Bij het gesprek met de minister van VRO zal ik de richtlijn waar de Europese Commissie mee komt en waarvoor wij ook zelf onze standaarden hebben, betrekken. Die keuze kan ik niet alleen maken.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Er werd al even gesproken over de boomkroonmonitor. Die geldt ook gewoon voor bestaande bouw en dus niet alleen voor nieuwbouw.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Daarom vond ik het zo belangrijk om die voorbeelden te noemen, want ik zie dat ontzettend veel gemeenten nu al vrijwillig meedoen aan de city deals die wij ze bieden om groene woonwijken te versterken. Ik zie ook dat de boomkroonmonitor, of het nu kwantitatief of kwalitatief is, of het nu gaat over het type bomen of alleen over het volume, in best wel wat gemeenten wordt gebruikt. Ik denk dat onze medeoverheden af en toe misschien wat hulp of een zetje nodig hebben, maar dat ze ook al heel veel zelf doen. Misschien denken we dat we daar veel aan moeten doen, maar soms hobbelen we er ook gewoon een beetje achteraan.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Nee, dit gaat erover dat de EC voor het Natuurplan komt met een manier om het bevredigende niveau vast te stellen. Hoe we dat doen en waarop we dat vaststellen, is in heel veel gevallen onze vrijheid, dus daar zult u van ons nog iets over zien, maar het is wel belangrijk om dat ook in Europees verband te doen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Dat voorkom je door in goed contact met die andere landen te zijn. Daarnaast mogen wij zelf het bevredigende niveau vaststellen, als we de neerwaartse trend maar stoppen en als we na 2030 maar een trend creëren die de positieve kant opgaat. Voorzitter. Dan …
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Volgens mij heb ik aangegeven dat we het bevredigende niveau nog moeten vaststellen, dus je kunt helemaal niet constateren dat er een nationale kop is.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Een terechte vraag van de heer Boomsma, want waar je de grens trekt, is behoorlijk bepalend hierin. Dat is een vraagstuk dat op dit moment bij het ministerie van VRO ligt. Ik vind het geen probleem om de wens die u daarvoor meegeeft, door te geven aan de minister van VRO.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Dank u wel, voorzitter. Dan een aantal vragen van PRO, maar ook van de BBB. Wat gaan we doen om zo veel mogelijk natuur in steden te brengen? Wat wordt de bevoegdheidsverdeling? Hoe zit het met de financiering en met de financiële stromen? Ik denk dat vergroening van steden in het belang is van het welzijn van alle inwoners. Gemeenten zijn de eerstverantwoordelijken voor het groen in hun bebouwde omgeving en moeten zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals dat zo mooi heet in de ruimtelijke ordening. Dat geldt dus ook voor stedelijk groen en voor natuur. Op dit moment onderzoek ik met VRO wat de kosten voor deze opgave zijn en hoe die gefinancierd kan worden. De heer Koorevaar had al een printje mee met de afspraken die we daarover hebben gemaakt met de medeoverheden, dus zowel de provincies als de gemeenten.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Waarvan akte.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik denk dat een vraag over de bevoegdheidsverdeling altijd een goede vraag is om te stellen en te beantwoorden. Dan de vraag van de SGP over de onduidelijkheid over wat de doelen zijn. Wat is bijvoorbeeld "het in goede toestand herstellen van het habitatoppervlak"? Wie gaat dat bepalen? Wat een goede toestand is, staat in artikel 3 van de Natuurherstelverordening. Die algemene definitie moet per gebied invulling krijgen. Ik werk nu instructies uit voor hoe en door wie dat moet gebeuren, waarbij ik uiteraard rekening hou — dat was ook een oproep van u — met de werkelijke situatie in de natuurgebieden. Vooralsnog wordt daarvoor voor Natura 2000-gebieden, waar de focus voor 2030 ligt, zoals ik net zei, aangesloten bij geldende doelen en zijn er geen nieuwe doelen. Dan was er een vraag van de SGP over de maakbaarheid van natuur. Aangegeven werd dat de NHV daar te veel van uit zou gaan. Om de natuur te herstellen zijn verschillende maatregelen nodig: de drukfactoren moeten omlaag, er moet meer ruimte voor natuur komen en we moeten de voordelen van de natuur beter benutten. Daar is het natuurbeleid ook op gericht. De insteek is om op een realistische en haalbare wijze te werken aan natuurherstel. Daarbij kijken we goed naar wat er past in Nederland. Het is wel ambitieus, maar geen "spreadsheetnatuurbeleid". Mevrouw Den Hollander stelde een vraag over de Europese verplichting. Ze wil graag ruim voor 1 september volgend jaar weten wat Europees verplicht is en wat we al doen. Die onderwerpen zijn voor een groot gedeelte al uitgewerkt in het Ontwerp-Natuurplan. Ik werk die informatie verder uit in het definitieve plan. Dat krijgt u ook ruim voor 1 september volgend jaar. Er was een vraag over het aanwijzen van nieuwe herstelgebieden. Mevrouw Van der Plas vroeg of we kunnen garanderen dat landbouwgrond straks niet ineens herstelgebied wordt. Volgens mij was dat een vraag van de BBB. Ja, ik zie mevrouw Van der Plas knikken. Voor de herstelopgave van 2030 richten we ons echt op het herstel van de Natura 2000-gebieden en het behoud van bestaande natuur in het NNN, dus in het Natuurnetwerk Nederland. Dat is ook in lijn met de NHV. Voor de periode na 2040 moeten de nodige maatregelen nog worden uitgewerkt, maar kunnen we niet uitsluiten dat het op lange termijn nodig zal zijn om bepaalde maatregelen ook in landbouwgebieden te treffen, bijvoorbeeld in het kader van de opgave met betrekking tot leefgebieden van soorten bestuivers en boerenlandvogels. Ik probeer dat uiteraard zo veel mogelijk te beperken. Daarbij biedt volgens mij — de heer Grinwis had het hier ook een paar keer over — het agrarisch natuurbeheer een mooi vertrekpunt voor multifunctioneel ruimtegebruik. Dan heb ik nog een vraag van de SGP over de haalbaarheid van de doelen. De SGP vroeg of de wetenschap niet overvraagd wordt en of het niet aan de politiek is om doelen vast te stellen. We willen met de Natuurherstelverordening ecosystemen herstellen. De vraag wanneer een ecosysteem goed functioneert, is geen politieke vraag, maar een wetenschappelijke vraag. Voor beschermde habitattypen, zoals droge heide, is de benodigde omvang zo veel mogelijk kwantitatief afgebakend op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis. Dat is onderbouwd en vastgelegd in de landelijke doelen die mijn ambtsvoorganger heeft vastgesteld. Dat hanteer ik ook nu voor de NHV. Mevrouw Bromet vroeg of het huidige beleid onvoldoende is. Er moet zeker iets bij. Dat erkennen we ook. De maatregelen die we nu aan het uitwerken zijn, zowel in de taskforce als voor een aantal andere artikelen in de NHV, gaan daar voor een belangrijk deel invulling aan geven. In de verdere uitwerking naar een definitief natuurplan maken we inzichtelijk wat de ruimtelijke doorwerking daarvan is. Er is gevraagd of de Bossenstrategie nog volstaat, of die geüpdatet moet worden en per wanneer. De Bossenstrategie is inderdaad een gezamenlijke ambitie van ons en de provincies. Daarmee geven we invulling aan het Klimaatakkoord. De Bossenstrategie wordt momenteel geëvalueerd. Ik verwacht dat ik uw Kamer hier aan het eind van het jaar over kan informeren. De uitkomsten van die evaluatie, alsmede ook wat we doen in het kader van deze Natuurherstelverordening, geven voor het ecosysteem bos de mogelijkheid om de strategie te herijken. Er zijn ook middelen voor de Bossenstrategie beschikbaar vanuit het taskforcepakket. Dan de vraag over 14 vierkante kilometer extra natuur. Daar werd de volgende vraag over gesteld. Het Natuurplan laat zien dat er na het NNN nog een grote opgave ligt. Wanneer en hoe gaan afspraken daarover gemaakt worden? Het klopt. Die opgave is alleen al wel onderdeel van de bestaande NNN-afspraken met provincies. De provincies hadden op 1 januari 2025 nog 30.000 hectare af te ronden en de 14 vierkante kilometer valt daaronder. Voor de doelen van 2030 kijken we ook eerst naar de realisatie binnen bestaande natuurgebieden, bijvoorbeeld door aanpassing van bepaalde typen natuur.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ja.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik herken wel wat de heer Boomsma zegt. Dan pak ik meteen een vraag mee die nog ergens tussen de stapel zit, over de Westerscheldenatuur. Daar hebben we natuurlijk met elkaar een grote opgave. Die kun je wetenschappelijk vaststellen. Ik ben ook met de provincie Zeeland in overleg, met gedeputeerde Nielen, om te kijken of we dat op een verstandige manier met andere koppelkansen kunnen doen. De wetenschappelijke kennis is dan wel leidend in wat we doen, maar wat betreft de ruimtelijke invulling zoeken we met elkaar naar kansen. Je kunt best uitkomen op een bepaald resultaat dat voor de natuur afdoende is en dat in dit geval voor de regio ook acceptabel is.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Voor het hier en het nu is 2030 leidend, omdat we betrouwbare gegevens hebben over de opgave voor 2030. In het definitieve Natuurplan willen we ook het doorkijkje verder geven, maar ik vond de basis te mager om daar nu al dingen voor op te nemen. Richting het definitieve Natuurplan zult u van mij die doorkijk krijgen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik zeg het volgende even als voorbeeld. Het PBL heeft ook getallen genoemd wat betreft hoeveel hectare aan nieuwe natuur erbij zou moeten komen in 2050, maar dat is heel erg afhankelijk van hoe we de maatregelen van het taskforcepakket inrichten en hoe de landbouw van de komende jaren eruitziet. Ik vind het belangrijk om dat nu uit te werken, zodat je straks dat doorkijkje wel kunt geven. Ik had er nu ook gewoon een getal in kunnen gooien terwijl dat maatregelenpakket nog niet is uitgewerkt. Ik vind het belangrijk om te zien dat bepaalde keuzes voor de inrichting bepalen wat de opgave voor 2050 is. Daarmee geef ik u volgens mij een zo compleet mogelijk beeld in het definitieve Natuurplan.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik zou zeggen: laat u overtuigen door het definitieve plan dat ik op tafel leg. Daarin geef ik wel degelijk dat doorkijkje voorbij 2030 en in dat definitieve plan wil ik wel degelijk de integraliteit zetten.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Zoals gevraagd in de motie heb ik hierover contact opgenomen met de minister van IenW. We nemen dit punt ook mee in het definitieve Natuurplan.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Dat zat ook deels in het antwoord besloten. Daar heeft de heer Koorevaar aan gerefereerd. Ik heb met de gemeenten, dus ook met groenbeheer, wederkerige bestuurlijke afspraken gemaakt om juist wat betreft die aspecten duidelijkheid te krijgen. Zij krijgen ook extra momenten voor bestuurlijke consultatie en inspraak. In het traject tot 1 september 2027 hebben we dat voorzien. Daar voelen zij zich in gekend en daar hebben zij hun krabbel onder gezet.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Daarom is het zo belangrijk dat er, voordat er zomaar steden worden gebouwd, wordt gekeken naar natuur. Natuurlijk zijn er natuurvergunningen nodig. Het is ontegenzeggelijk zo, zoals ik net al probeerde aan te geven, dat we echt moeten kijken naar een verwevenheid van functies. Als je dus nieuw gaat bouwen, zal het per definitie natuurinclusief moeten zijn. Daarvoor heeft het ministerie van LVVN de Agenda Natuurinclusief naar buiten gebracht, waar ook de bouwende partijen en de netbeheerders onderdeel van uitmaken. Wij zeggen niet meer "dit is de ene functie en dat is de andere functie", maar we laten alles ofwel goed in elkaar overlopen, ofwel we bouwen met allerlei elementen die de natuurlijke eigenschappen versterken.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik wil dat altijd meenemen in de gesprekken met de minister van VRO. Maar ik zie tegelijkertijd dat bouwers onderdeel zijn van het Collectief Natuurinclusief. Ik heb als wethouder zelf gezien dat gemeenten en bouwers vaak al veel verder zijn — dat werd net ook al even aangegeven — dan wij hier soms denken. Ik zie dat heel veel gemeenten ook meedoen aan City Deals over hoe je groene woonwijken kunt ontwikkelen. Ik maak me daar eerlijk gezegd niet zo veel zorgen over. Tegelijkertijd zie ik de druk op de betaalbaarheid. Maar of die altijd hiervan afhankelijk is, vraag ik mij ten zeerste af.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Dan gaan we even kijken of we de snelheid erin kunnen houden. Gevraagd is naar de ontwerp-natuurplannen van andere lidstaten. Opgemerkt wordt dat andere lidstaten massaal de deadline aan hun laars lappen en dat Nederland het braafste jongetje van de klas is. Dat is iets wat we vaker hebben gehoord, maar ik herken dat niet. Ik kan dat ook ontkrachten, want Nederland zit net als veel andere landen gewoon in de middenmoot wat betreft het indienen van ontwerp-natuurplannen. Ik vind een goede relatie met Brussel in dit opzicht van belang. We hebben alles op alles gezet om de deadline voor het Concept Ontwerp-Natuurplan te halen, juist omdat we in Brussel ook iets vragen en ook iets willen in het kader van de taskforce. Maar ook als het geen verplichting zou zijn, vind ik het heel verstandig om met volle vaart te werken aan natuurherstel. BBB stelde een vraag over het betrekken van mensen bij het Ontwerp-Natuurplan. Ik vind het belangrijk dat iedereen goed en tijdig wordt geïnformeerd. Daarom gaan we dit Ontwerp-Natuurplan in oktober openbaar ter inzage leggen, zodat iedereen erop kan reageren. We nemen ook de inbreng en input van maatschappelijke partijen zeer serieus. Daarom vindt er in de komende periode zeer frequent sectoroverleg plaats en gaan we de input en de feedback van die partijen ophalen. In het eerste kwartaal van het volgend jaar zal ik de Kamer informeren over de voortgang richting het definitieve Ontwerp-Natuurplan. De participatie zal daar onderdeel van zijn. Dan de vraag van de heer Jansen of we de ingediende beleidsrichtingen terug kunnen trekken als de uitkomsten of de consultatie ons tegenvallen. In de verdere uitwerking naar het definitieve Ontwerp-Natuurplan werk ik die richtingen verder uit. De uitkomsten van de planMER-consultatie en andere reflecties betrek ik hierbij. Ik heb goede hoop dat me dat ook goed gaat lukken. Dan de vraag van de heer Koorevaar over maatschappelijke partijen. Daar heb ik net al enigszins antwoord op gegeven in mijn reactie op een vraag van BBB. Het is een brede maatschappelijk opgave, dus ik vind dat iedereen aan tafel moet komen. Soms raakt dat onder tijdsdruk wat in de knel, maar u kunt ervan uitgaan dat ik ondanks strakke tijdlijnen en deadlines ervoor zal zorgen dat maatschappelijke partijen een volwaardige plek aan tafel zullen krijgen en houden. Dan de vraag van mevrouw Ten Hove of boeren alleen worden geïnformeerd, dan wel ook invloed hebben. In het sectoroverleg spreken we regelmatig met LTO, NAJK, boeren- en natuurorganisaties. We hebben goede gesprekken over het Ontwerp-Natuurplan en de keuzes die we daarbij moeten maken. Het Ontwerp-Natuurplan zal, zoals ik al zei, met de bijbehorende planMER ter inzage worden gelegd. Ik zal de sectorpartijen erop wijzen dat ze, voor zover zaken niet in het overleg aan bod komen, daarop kunnen reageren. Dan de vraag of het kabinet Nederland ziet zonder boeren. Nee, er is geen Nederland zonder boeren. Dat zal in de toekomst ook niet zo zijn. Dan nog een vraag van de SGP over de Kamerbrief over de zienswijzeprocedure en de MER. Het is goed om te weten dat ik een planMER laat opstellen voor het Ontwerp-Natuurplan. Dat is ook nodig voor weloverwogen besluitvorming. De planMER zal zich ook richten op de aanbevelingen voor het definitieve Natuurplan, zo nodig ook op de lange termijn. Voor de maatregelen die via het taskforcetraject worden uitgewerkt zal een planMER worden opgesteld. De heer Flach had daar een motie over ingediend en ik heb daar mijn interpretatie aan gegeven. Dan een vraag van mevrouw Bromet over maatschappelijke initiatieven. Ja, iedereen moet een steentje bijdragen, dus ook partners als Duurzaam Evenwicht of Netto Natuurwinst, die u noemde, volgens mij. Die zijn wat mij betreft welkom om daar het gesprek over te voeren, voor zover die niet al bij ons aan tafel zitten. Dan een vraag van de heer Flach over sobere implementatie. Volgens mij had het implementatieplan drie woorden. "Sober" was er daar een van. Dat had ik er uitgehaald, omdat ik dat niet heel interessant vind klinken. Natuur en gezonde natuur zijn voor iedereen belangrijk, maar voor de implementatie van de NHV richt ik mij wel op de maatregelen die nodig zijn voor sterke natuur, niet meer en niet minder. Ik benut de maximale ruimte die de NHV biedt. Ik zoek daarvoor contact met andere lidstaten. Voorzitter. Terwijl ik dit doe, besef ik dat ik al ben overgegaan naar het volgende blokje.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Maar u heeft niks gezegd, dus ik wil ook wel gewoon verdergaan.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: U had het over november. Dat is echt niet haalbaar, omdat er nog veel uitgewerkt moet worden, ook op een aantal onderdelen waarvan we nog niet heel goed weten wat de natuur nodig heeft en waarvoor aanvullend onderzoek nodig is. Er moet ook nog met alle partijen overlegd worden. Dat heb ik net aangekondigd. In het eerste kwartaal krijgt u van mij een uitgebreide statusupdate. Ik zal zorgen dat u uiterlijk eind juni het definitieve Natuurplan krijgt. Dan heeft u nog ruim de tijd om daar het debat over te voeren, wijzigingen voor te stellen en noem het maar op. Maar november haal ik niet. Daarvoor moet er nog te veel werk gebeuren.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ja, we krijgen in januari nog een nadere reflectie van het PBL. Als ik de statusbrief stuur, ga ik er maar even van uit dat ik die daarbij kan voegen met een reflectie van kabinetszijde.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Juridisch. Dat gaat over ontwikkelaars, gemeenten en de bouw. Die hebben behoefte aan duidelijkheid over de vraag of er bomen worden geplant of airco's worden geïnstalleerd. Gemeenten en projectontwikkelaars kunnen nu al rekening houden met de NHV door groen vanaf het begin integraal onderdeel te laten zijn van een stedenbouwkundig ontwerp. Zoals ik net al zei, zie ik in de City Deals dat ontzettend veel gemeenten daaraan meedoen. Dan een vraag van de VVD over nationale koppen. In het definitieve Natuurplan maken we per artikel duidelijk wat Europa vraagt. Daar beschrijven we ook waar maatregelen terechtkomen, wat ze kosten en wie verantwoordelijk is. Zoals in het coalitieakkoord is afgesproken, zetten we ons in om de NHV uit te voeren. We beperken ons daarbij tot de noodzakelijke maatregelen om te voldoen aan de vereisten van de verordening. Dat is in overeenstemming met de motie-Van Campen. Dan de vraag van de VVD of we kunnen garanderen dat er geen nieuwe beperkingen worden gecreëerd. Voor de implementatie van de NHV, dus ook met de doelen, kaarten, monitoring en herstelinrichting in het Natuurplan, richt ik mij op wat nodig is voor het bereiken van die doelen. Ik ga niet verder dan dat. Welke maatregelen waar precies nodig zijn, ga ik verder uitwerken in het definitieve Natuurplan. Ik zet me in voor multifunctioneel ruimtegebruik. Dan een vraag van de heer Grinwis over juridische consequenties. Hij vroeg of ik bereid ben om potentiële juridische consequenties zeer goed in kaart te brengen. Ja, ik ben bereid om bij de uitwerking van het definitieve Natuurplan ook de juridische consequenties in kaart te brengen. Daar zet ik ook al de nodige stappen in. Zo overleg ik met juristen van andere landen over de interpretatie van de NHV. Dan een vraag die meerderen van u hebben gesteld. Ik zal niet zeggen wie precies, want dan krijg ik daar straks wat over te horen. De vraag ging over de externe werking van het NNN. Laat mij duidelijk zijn: er komt geen nieuw vergunningsstelsel buiten Natura 2000. Om dat te bewerkstelligen, moeten we de natuur aantoonbaar herstellen en waar nodig maatregelen treffen. We moeten borgen dat natuurdoelen worden gehaald. Dat kan ook zonder aanvullend vergunningssysteem. In de ruimtelijke ordening kan dat bijvoorbeeld met instrumenten die we nu al hebben, zoals subsidies en beheerovereenkomsten. Dan een vraag van mevrouw Den Hollander over het beschermingsregime van soorten. Vervolgens gaf zij een voorbeeld uit Drenthe met de rode lijsten. De wettelijke verplichting voor soortenbescherming geeft expliciet ruimte voor een belangenafweging en maakt ook al onderscheid tussen soorten met een strikte beschermingsstatus en andere soorten. De rode lijsten worden regelmatig opnieuw beoordeeld. Het opstellen hiervan gebeurt op basis van internationaal vastgestelde criteria over de trend en zeldzaamheid van de soort. Het actieve soortbeschermingsbeleid is een verantwoordelijkheid van provincies. In dat beleid kunnen zij de maatschappelijke gevolgen een rol geven. Ik heb nog twee vragen in dit blokje. Dan een vraag van de heer Flach van de SGP over de uitvoeringswet. De uitvoeringswet regelt vooral de verdeling van verantwoordelijkheden bij de uitvoering. Ik vul enkele grondslagen voor bevoegdheden aan. De uitvoeringswet bevat geen bindende regels voor burgers en bedrijven. Die zorgt er enkel voor dat de juridische basis op orde is. De inhoudelijke keuzes worden gemaakt in het definitieve Natuurplan. Dat krijgt u ruim voor 1 september te zien. Zoals ik al zei, kijk ik samen met medeoverheden ook naar uitvoerbaarheid en haalbaarheid.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Goed plannen is volgens mij het halve werk. Het lijkt mij heel onverstandig om allerlei complexe operaties in het broedseizoen te gaan plannen. Soms kun je door uitgestelde werkzaamheden of andere tegenvallers in zo'n situatie terechtkomen. Zoals ik zei: goed plannen is volgens mij in dit geval het halve werk. Het ligt dan niet aan de vogel, maar aan de planner. Dan heb ik hier het blokje mariene natuur en Wadden. Dat zijn maar twee vragen. De SGP noemde de 400 hectare wetlands in 2040. Volgens mij heb ik daar op een vraag van de heer Jansen eigenlijk al antwoord op kunnen geven, door te zeggen hoe ik daar met de provincie Zeeland mee omga. Dan een vraag van PRO over mijnbouw in de Waddenzee en hoe dat past bij de NHV. Mijnbouw onder de Waddenzee, zoals de zoutwinning waarnaar u eerder heeft gevraagd en waarover u in een ander debat een discussie heeft gevoerd, kan alleen met een vergunning onder strikte voorwaarden. De NHV verandert hier niets aan. Ook bestaande vergunde activiteiten, zoals mijnbouw, veranderen niet. Middels het hand-aan-de-kraanprincipe kan worden ingegrepen indien de mijnbouw gevolgen heeft voor de natuur. Ik was afgelopen weekend op de Waddeneilanden. Ik herken wel de vraag om al die gevolgen en al die ontwikkelingen gezamenlijk te zien. Daarom ben ik met de Waddengemeenten, de kustgemeenten daar, de provincie en het Omgevingsberaad Waddengebied — je moet daar niemand vergeten — bezig met het beleidskader natuur Waddenzee. Dat is het vehikel om de cumulatieve druk, zoals we dat noemen, goed te kunnen beoordelen en daar ook grenzen aan te kunnen stellen. Dan ben ik bij financiën.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik heb juist aangegeven dat in de Waddenzee niet helemaal wordt voorzien door de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Daar is dus aanvullend wat nodig. Ik moet u dan echt verwijzen naar wat we richting het definitieve plan gaan doen. Dat is nog work in progress.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ja. Ja.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: We blijven bij lid Kostić. Een vraag over financiën: herkent de minister dat hoe langer we wachten, hoe moeilijker en duurder het wordt om natuur te herstellen? Het simpele antwoord daarop is: ja, dat ben ik met lid Kostić eens. Niets doen zal op termijn veel meer kosten dan investeren in natuur. Ik heb in mijn inleiding ook het stuk aangehaald van de Rijksbouwmeester. De effecten van klimaatverandering zoals we die hebben gezien, maken natuurherstel volgens mij alleen nog maar urgenter. Als de natuur in goede staat is, kan die de gevolgen beter opvangen. Dan een vraag van de SGP over de betaalbaarheid van natuurherstel. Natuurherstel kost geld, maar zoals ik net al zei, is niets doen vele malen duurder. Het levert ook veel maatschappelijke baten op, waar mevrouw Den Hollander ook al naar verwees. We hebben kunnen zien wat negatieve effecten zijn van weersextremen. Ik las net dat de VN ons ook nog wat zullen laten zien voor de komende maanden. Daarom werken we toe naar een veerkrachtige natuur, maar wel met oog voor wat werkt in de praktijk, zeg ik richting de heer Flach, die niet aanwezig is. Dan een vraag van mevrouw Van der Plas over de kosten op de lange termijn: "Hoeveel kost deze waanzin op de lange termijn?" Volgens mij heeft iedereen afgelopen zomer al kunnen ervaren wat de effecten zijn van weersextremen, zoals droogte, op onze samenleving en wat die met onze economie en industriële processen doen. Ze legden bloot hoe afhankelijk we zijn. Investeren in natuur is wat mij betreft geen waanzin, maar gewoon hoognodig. Dan een vraag van D66 over negatieve effecten van subsidies. In opdracht van mijn ministerie is samen met IenW, VRO, EZK en Financiën onderzoek uitgevoerd naar onder andere schadelijke subsidies, maar ook belastingvoordelen en garanties. Er zijn 107 regelingen in kaart gebracht. Lid Kostić heeft mij daar eerder ook al naar gevraagd, in ons vorige natuurdebat. Die onderzoeksresultaten zijn ook met u gedeeld en zijn opgenomen in het Ontwerp-Natuurplan. Ik zie dat ook als een startpunt om met elkaar na te gaan hoe we die negatieve effecten kunnen afbouwen en hoe we positieve effecten juist kunnen versterken. Lid Kostić vroeg daarbij naar een tijdlijn van de hervorming van die subsidies. Ik heb in het vorige debat gezegd dat ik u dit najaar een update stuur over dit proces. Dan neem ik ook mee wat de tijdlijn is voor volgende stappen. Ik zal daarin ook nader ingaan op de koppen over biodiversiteit. Dan een vraag van mevrouw Ten Hove over Europese subsidies: hebben wij als Nederland subsidie aangevraagd en is vanuit Europa geld beschikbaar gesteld voor natuurherstel en, zo ja, welk geld? Ik heb het even breed genomen, dus niet alleen wij als Nederland, de Rijksoverheid, maar gewoon Nederlandse partijen in brede zin. Er is tussen 2021 en medio 2024 1,4 miljard aan Europese middelen voor natuur, milieu en klimaat ontvangen. Daarmee doet Nederland het relatief goed ten opzichte van andere lidstaten. Ook in het Commissievoorstel voor de volgende EU-begroting, vanaf 2028, liggen er kansen voor natuurherstel. Op dit moment zitten we middenin de onderhandeling over het Meerjarig Financieel Kader. Dat was het blokje financiën.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik zou het om willen draaien: wat kost het om ons land van het slot af te halen? Daar hebben we 20 miljard voor gereserveerd. Misschien trekken mevrouw Van der Plas en ik uiteindelijk toch nog aan hetzelfde eind van het touw.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Voorzitter. Dit is wel een mooi bruggetje naar dit blokje, want dit gaat over de taskforce en overig. De eerste vraag is van het lid Koorevaar en gaat over het pakket in relatie tot de doelen. Volgens mij hebben we daar misschien ook al voldoende over gewisseld. In het kader van de tijd sla ik die even over. Dan ben ik bij een vraag van de heer Grinwis over het verweven van de NHV-opgaves met gebiedsprocessen. Ik zie de heer Koorevaar wat lachen. Als hij het er niet mee eens is, laat hij me het vast weten. De opgaven uit de Natuurherstelverordening moeten inderdaad uiteindelijk landen in gebieden. Ik heb in de eerste maanden van mijn ministerschap veel gebieden bezocht. Ik heb gezien welke enorme inspanning er ook in bestaande gebiedsprocessen wordt verricht om gezamenlijk tot oplossingen te komen. Er ligt, denk ik, voor zowel het Rijk als voor provincies een grote rol in het uitwerken van deze maatregelen. Dat zou dus moeten worden meegenomen in bestaande gebiedsprocessen. Dan ben ik bij nog een vraag van de heer Grinwis: waarom is de zonering als een gegeven opgenomen? De zoneringsaanpak is een effectieve wijze om drukfactoren op natuurgebieden te verminderen. Daar zijn in het coalitieakkoord ook veel middelen voor gereserveerd. In sommige gebieden kunnen mogelijk andere maatregelen ingezet worden die net zo effectief zijn. Daar geven we de gebieden ook vrijheden. Overigens wordt de exacte afbakening nog nader vastgesteld. Dan nog de vraag hoe agrarisch natuurbeheer wordt ingezet. Ik zal de Kamer over een maand nader informeren over extra inzet op die ANLb-middelen. Ik ben mede op verzoek van de Kamer de inzet van langjarige contracten met de provincie aan het uitwerken. Ik heb ook daarvoor middelen gereserveerd. De inzet is om die langjarige contracten bij ingang van de nieuwe GLB-periode mogelijk te maken. Dit najaar spreek ik daar ook met provincies over. Dan een vraag van de heer Jansen over vrijwilligheid en het introduceren van maatregelen. Artikel 11 uit de Natuurherstelverordening, het landbouwartikel, gaat bij agrarisch natuurbeheer uit van vrijwilligheid en het stimuleren van deelname van boeren. Daarnaast zijn er maatregelen die volgen uit de ministeriële taskforce en/of andere beleidsprogramma's rondom de drukfactoren. Een aantal boeren in zoneringsgebieden zal mogelijkerwijs moeten omschakelen naar alternatieve bedrijfsvoering. Boeren die het betreft, krijgen financiële en inhoudelijke begeleiding, ook vanuit de overheid, om ervoor te zorgen dat de bestaanszekerheid niet in het gedrang komt. Dan een vraag van het lid Kostić over analyses: kan de minister dat uiterlijk begin november duidelijk maken? Die vraag hebben we net even naar voren gebracht. Dan een vraag van JA21 over de stresstest en de inbreng. Ik begrijp de wens om de inbreng die wij hebben geleverd te krijgen. Het kabinet heeft al eerder toegezegd de Kamer dat inzicht te geven. Ik stuur deze duiding op korte termijn naar de Kamer. Ik verwacht dat overigens eind september te doen. Dan een vraag over monitoring. Die gaat over de data van LMF-M&N en of we die openbaar willen maken. Het Landelijk Meetnet Flora - Milieu- en Natuurkwaliteit, het LMF-M&N waarnaar gevraagd werd, wordt uitgevoerd in opdracht van provincies en beheerd door het CBS. De soortgegevens uit het LMF zijn openbaar en beschikbaar via de Nationale Databank Flora en Fauna. De interpretatie van de gegevens wordt uitgevoerd door het CBS en door Wageningen Environmental Research. Dat wordt gepubliceerd op het Compendium voor de Leefomgeving. Op die twee plekken kunnen die data gevonden worden. Dan een vraag van de heer Jansen over het volledig borgen van agrarische prestaties. Zoals net al gezegd, heb ik gezien dat veel boeren al maatregelen treffen voor natuur op hun land. Tegelijkertijd zien we dat sommige soorten die afhankelijk zijn van die agrarische ecosystemen nog steeds achteruitgaan. We hebben het natuurlijk al eerder over de grutto gehad. In antwoord op die vraag: het belangrijkste is dat de NHV alle inspanningen die nu worden gedaan ook meerekent als maatregelen voor natuurherstel. Dan een vraag van mevrouw Den Hollander over monitoring. Ja, mijn inzet op de NHV is gericht op de uitbreiding van monitoring, zodat we de effecten van herstelmaatregelen op de doelen en verplichtingen die de NHV stelt ook scherp in beeld krijgen. Ik werk ook samen met provincies aan de uitbreiding van monitoring buiten Natura 2000. Ik heb diverse onderzoeken uitgezet om de kennishiaten op zee die we moeten aanvullen in beeld te brengen. We hebben het daar net al even over gehad. Dan de vraag of we bereid zijn om onderzoek te doen naar de daadwerkelijk aangetroffen middelen in Natura 2000-gebieden. Dat was een vraag van mevrouw Ten Hove over gewasbeschermingsmiddelen, als ik het me goed herinner. Op dit moment wordt in opdracht van LVVN door de WUR gewerkt aan een monitoringsprotocol voor de aanwezigheid van die gewasbeschermingsmiddelen in Natura 2000-gebieden, plus een methodiek voor de effectbeoordeling van de gemeten concentraties. Hierover is de Kamer, door ik denk de staatssecretaris van LVVN, voor de zomer geïnformeerd. Dit onderzoek loopt. Dan een vraag van het CDA over afstemming met boeren en tuinders. Zoals ik net al zei, waardeer ik de bestaande inzet die boeren en tuinders al leveren voor de natuur. Zij spelen een onmisbare rol bij de verdere uitvoering van de NHV. In het Natuurplan breng ik ook in kaart wat zij nu doen, zoals het ANLb, het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Ik neem ook alle natuurmaatregelen uit het taskforcepakket mee. Dan een laatste vraag van de heer Boomsma over de bestuivers en de achteruitgang voor 2030 stoppen. Ik werk nauw samen met soortenorganisaties en het CBS om die bestuiversmeetnetten uit het Netwerk Ecologische Monitoring verder uit te breiden. Hiermee brengen we scherpte, verandering in aantallen en diversiteit van verstuivers in beeld en meten we ook de effecten van herstelmaatregelen. Officieel start die NHV-bestuiversmonitoring in 2027. Dat is ook gewoon een verplichting uit de NHV. De nulmeting wordt dus in 2027 gedaan. Dat was de vraag van de heer Boomsma.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Dank u wel. Dan zijn we wonderwel ook nog enigszins binnen de tijd gebleven. Op de vraag van Forum voor Democratie: de ruwe data zijn van provincies, niet van mij. Dat moet dus een vraag aan provincies zijn. Ik krijg af en toe ook die verzoeken van boeren en dan zorg ik dat een medewerker van ons die doorgeleidt naar provincies. Die ruwe data zijn dus niet van mij. Dan een vraag van PRO over dat het agrarisch natuurbeheer in de zones gemoderniseerd moet worden. Ja, daar ben ik het mee eens. Als dat een groter gedeelte van je inkomen wordt, dan is het anders dan het nu vaak is. Nu is het vaak maar tot iets van 20% van je inkomen. Als dat inderdaad 40% zou worden, zoals mevrouw Bromet stelt, is het anders dan het nu is en dan moet het ook niet een vergoeding, een soort onkostenvergoeding zijn, maar dan moet je er ook een bedrijfsmodel op kunnen bouwen. Dus volgens mij vraagt dat ook van ons om het agrarisch natuurbeheer echt verder te moderniseren voor het gebruik in die zones. De VVD vraagt mij of ik de grenzen van modellen erken. Ja, in die zin dat het altijd een verzameling moet zijn van modellen, de staat van de natuur, wetenschappelijke onderbouwing en mensen die in het veld data aanleveren. Het kan en moet nooit alleen maar een modellenwerkelijkheid zijn. Dan vroeg de PVV of er sprake is van dwang. Volgens mij hebben legio bedrijven doelen op het gebied van milieu en noem maar op en, ja, dat hebben we in de landbouw ook, zeker op ammoniakuitstoot. Is er dan dwang voor de keuzes? Nee, we willen juist zo veel mogelijk aansluiten bij het systeem van doelsturing. De Partij voor de Dieren vraagt naar de Nota Ruimte. Het klopt inderdaad dat in de Nota Ruimte het hoofdstuk voor landbouw en natuur wat mager is. We hebben in de taskforce natuurlijk nu ook maatregelen genomen en die moeten uiteindelijk leiden tot een beter gevuld stuk in de Nota Ruimte. Dus dat erken ik. Dat heeft ook te maken met de snelheid die we in de taskforce hadden en dat deze maatregelen daar nu ook een weerslag in moeten vinden. Dan de vraag van het CDA of het pakket afdoende is. Ik heb het onderscheid proberen te maken tussen wat er in het pakket van de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof zit ... Daar zit niet van alles in voor de Wadden, voor de mariene ecosystemen en voor de stedelijke ecosystemen, en ook niet voor de estuaria. Ik kan dus niet zeggen dat het voldoende is. Ik denk dat we op de onderdelen waar het pakket voor is hele grote stappen zetten, maar het dekt niet de hele NHV af. Ik kan dat dus niet zeggen, hoe graag ik dat ook zou willen. Dan de vraag van de BBB of dit niet leidt tot een nieuwe plicht. Ik heb volgens mij best duidelijk aangegeven: er komt geen nieuw vergunningssstelsel, punt.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Er wordt even gezocht naar een klein overzichtje. Op de vraag over het PBL: ik heb nog geen nieuws. Ik kan zo na afloop van dit debat even kijken of ik de directeur kan bellen, zodat u snel van een antwoord kan worden voorzien. Dat heb ik niet nu kunnen doen.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Voorzitter. Eerst het overzicht dat wij hebben. Wij hebben eerder een uitvraag gedaan aan lidstaten, maar dit is op basis van een openbare bron, volgens mij POLITICO. Er zijn zes landen die het op tijd hebben ingediend en zes landen die iets van een week of twee te laat zullen zijn. Er zullen wat andere landen zijn die mogelijk een maand te laat zijn en er zijn een aantal landen die geen reactie hebben gegeven op de vraag op welke datum zij dit zullen indienen. Het is dus een heel gemengd beeld en ik concludeer daarmee dat Nederland niet het beste jongetje van de klas is.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ik wil in ieder toezeggen dat ik zal zorgen dat u tijd hebt om een debat te voeren. Dus pin me nog niet op een datum vast, maar mijn toezegging is dat ik het bij u zal aanleveren op zo'n tijdstip dat u gewoon de tijd heeft om een debat te voeren voordat u met reces gaat.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: We kunnen daar ook schriftelijk nog op terugkomen hoor, voor mevrouw Ten Hove.
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Dat artikelsgewijze zit al in het Ontwerp-Natuurplan en ik heb u aangegeven dat ik dat desnoods nog explicieter in het definitieve plan zou opnemen. Dat was ook een vraag van …
Bron, video en gesprek →Minister Van Essen: Ja.
Bron, video en gesprek →