2026D45895INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGBinnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebbenverschillende fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor teleggen aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over zijn briefinzake de ICAO-audit Nederland (Kamerstuk 31 936, nr. 1296), de briefinzake opvolging van de aanbevelingen uit het OVV-rapport Near mid-aircollision between F-16 and Tecnam (Kamerstuk 29 665, nr. 589), de briefinzake alternatieve maatregelen voor de aanpak van ordeverstorendepassagiers (Kamerstuk 31 936, nr. 1303), de brief met het OVV-rapport«Near mid-air collision between F-16 and Tecnam» (Kamerstuk 31 936,nr. 1249), de brief over het rapport Versnellingsnetwerk WeerbaarheidFysieke Leefomgeving (Kamerstuk 30 821, nr. 340) en de brief inzake debeleidsreactie op de Staat van de luchtvaart 2026 (Kamerstuk 31 936, nr.1293).De voorzitter van de commissie,HuizengaAdjunct-griffier van de commissie,Koerselman nds-tk-2026D458951 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties InhoudsopgaveInleidingD66-fractieVVD-fractiePRO-fractieCDA-fractieJA21-fractieBBB-fractiePartij voor de Dieren-fractie InleidingDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de stukken voor het schriftelijk overleg Vliegveiligheid. Zij hebbenhierover een aantal vragen.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geagen-deerde stukken over vliegveiligheid. Zij vinden het van groot belang datde Nederlandse luchtvaart veilig is en dat de overheid haar basistaken oporde heeft. Naar aanleiding van de stukken hebben deze leden nog enkelevragen.De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de stukken enhebben hier nog enkele vragen bij.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de onderlig-gende stukken voor het schriftelijk overleg Vliegveiligheid en hebbendaarover enkele vragen.De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de stukkenbetreffende de vliegveiligheid en zouden graag enige vragen voorleggenaan de Minister.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de stukken. Zijhebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met grote belang-stelling kennisgenomen van de beleidsreactie op de Staat van deluchtvaart 2026. Zij constateren echter met zorg dat de leefomgeving,dierenwelzijn, natuur en gezondheid van onder andere omwonenden nogsteeds ondergeschikt worden gemaakt aan de belangen van de luchtvaart.Deze leden hebben de volgende vragen.D66-fractieDe leden van de D66-fractie vinden dat veiligheid altijd voorop moet staanin de luchtvaart. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat vliegen inNederland veilig is en dat Nederland voldoet aan de internationaleveiligheidsregels. Uit recent onderzoek van de International Civil AviationOrganization (ICAO) blijkt dat Nederland uitkomt op 74,47 procenteffectieve implementatie van internationale veiligheidsvoorschriften.Nederland blijft daarmee achter bij de eigen ambitie om tot de bestpresterende landen te behoren. Kan de Minister uitleggen waaromNederland op 74,47 procent uitkomt? Op welke punten gaat het nog nietgoed? Welke stappen zet de Minister om deze tekortkomingen op te2 lossen? En wanneer verwacht de Minister dat Nederland weer aansluit bijde eigen ambitie om tot de best presterende landen te behoren?De leden van de D66-fractie vinden daarnaast dat we niet alleen moetenkijken naar hoeveel luchtvaart Nederland aankan, maar ook naar welkeluchtvaart we willen. Meer vluchten betekent immers ook meer uitstoot,met gevolgen voor gezondheid en leefomgeving. Tegelijkertijd moet ervoldoende ruimte blijven voor innovatie, bijvoorbeeld voor drones enschonere en slimmere manieren van vliegen. Hoe weegt de Ministerveiligheid, gezondheid, leefomgeving en innovatie mee bij keuzes over detoekomst van de Nederlandse luchtvaart? En hoe zorgt de Minister ervoordat groei van de traditionele luchtvaart niet ten koste gaat van de ruimtevoor nieuwe en innovatieve vormen van luchtvaart?De leden van de D66-fractie constateren dat KLM Engineering & Mainte-nance sinds eind mei onder verscherpt toezicht staat van de InspectieLeefomgeving en Transport (ILT). Bij controles zag de inspectie eenterugkerend negatief beeld rond de naleving van regels en administra-tieve verplichtingen. Kan de Minister aangeven wat er sinds het instellenvan het verscherpte toezicht is verbeterd? Wanneer verwacht de Ministerdat het verscherpte toezicht kan worden beëindigd?De leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de bijna-botsingtussen een F-16 en een Tecnam-lesvliegtuig boven Elburg op 16 november2023. De piloten waren niet op de hoogte van elkaars aanwezigheid enzagen elkaar niet. Pas na een waarschuwing van de luchtverkeersleidingweek de F-16 uit. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) concludeerdedat de kans op zo’n botsing weliswaar klein is, maar dat de gevolgenfataal kunnen zijn. De OVV deed daarom aanbevelingen aan Defensie enInfrastructuur en Waterstaat. De Ministers kondigden vervolgensmaatregelen aan, maar de OVV concludeerde in april dat de opvolgingnog niet specifiek en duidelijk genoeg was. Zijn de aanbevelingen van deOVV inmiddels volledig uitgevoerd? Zo nee, welke aanbevelingen nog nieten waarom niet? Wanneer worden deze wel uitgevoerd? En welkeconcrete maatregelen zijn sinds de bijna-botsing genomen om tevoorkomen dat zoiets opnieuw gebeurt?De leden van de D66-fractie vinden dat veiligheidsbeleid niet alleen moetgaan over ingrijpen nadat iets misgaat. Juist bij vliegveiligheid moetenrisico’s zo vroeg mogelijk worden herkend en aangepakt. De Ministerschrijft zelf dat veiligheid vooropstaat. Hoe bepaalt de Minister waarbinnen zijn ministerie de aandacht en capaciteit naartoe gaan? Welke plekkrijgt vliegveiligheid daarin? Heeft de ILT volgens de Minister voldoendemensen en middelen om goed toezicht te houden op de vliegveiligheid?En geldt dat ook voor de andere organisaties die verantwoordelijk zijnvoor de veiligheid in ons luchtruim?De leden van de D66-fractie zien verschillende signalen die aandachtvragen: Nederland blijft achter bij de eigen ambitie in de ICAO-audit, KLMEngineering & Maintenance staat onder verscherpt toezicht en de OVVwas kritisch over de opvolging van de aanbevelingen na de bijna-botsingboven Elburg. Welke concrete extra stappen gaat de Minister zetten omdeze punten op te lossen?3 VVD-fractieAfgifte vliegbrevettenDe leden van de VVD-fractie hebben eerder vragen gesteld over deachterstanden bij de afgifte van vliegbrevetten door de ILT-Luchtvaart-autoriteit. Op 10 augustus jl. stonden 768 aanvragen open, waarvan 308langer dan de wettelijke termijn van acht weken. De Minister wilde uiterlijkaan het einde van de zomer weer binnen deze termijn werken, terwijl deILT volgens de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart(KNVvL) eind augustus aangaf dat pas in september een significantedaling van de achterstand zichtbaar zou worden.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of hij kan aangevenhoeveel aanvragen momenteel openstaan en hoeveel daarvan buiten dewettelijke termijn vallen. Kan hij daarbij onderscheid maken tussen eerstebrevetten en wijzigingen of uitbreidingen? Is de toezegging om uiterlijkaan het einde van de zomer weer binnen de wettelijke termijn te werkengehaald? Zo nee, wanneer is de achterstand volledig weggewerkt enworden nieuwe aanvragen weer structureel binnen acht wekenafgehandeld?De leden van de VVD-fractie constateren dat de tijdelijke verlenging vande temporary permission van acht naar zestien weken inmiddels isbeëindigd. Hoeveel piloten die wachten op een wijziging of uitbreidingvan hun brevet kunnen hierdoor tijdelijk niet vliegen of hun werkzaam-heden niet volledig uitvoeren? Ziet de Minister aanleiding opnieuw eentijdelijke voorziening te treffen, zolang de ILT de wettelijke termijn nog nietstructureel haalt? Voor mensen die wachten op hun eerste brevet bestaatdeze tijdelijke voorziening niet. Hoeveel aanvragen voor een eerste brevetzijn momenteel in behandeling, hoeveel daarvan overschrijden dewettelijke termijn en op welke wijze geeft de ILT deze aanvragen prioriteit?De leden van de VVD-fractie vragen ook hoe de ILT aanvragen prioriteerten wat dit betekent voor de general aviation. Kan de Minister daarnaasttoelichten waarom het aanbod van KNVvL om bepaalde brevetverlening,onder meer voor ballonvaren en zweefvliegen, over te nemen niet wordtbenut?Ordeverstorende passagiersDe leden van de VVD-fractie vinden dat agressie, intimidatie en ernstigwangedrag in de luchtvaart consequent moeten worden aangepakt. InNederland worden gemiddeld 75 tot 100 incidenten per maand geregis-treerd. De roadmap 2026–2027 bevat maatregelen op het gebied vangegevensdeling, preventie, aangifte en handhaving, maar verschillendeonderdelen moeten nog worden uitgewerkt. Welke maatregelen uit deroadmap zijn inmiddels daadwerkelijk uitgevoerd? Liggen de afsprakenover financiering, verantwoordelijkheden en capaciteit inmiddels vast?Verwacht de Minister dat de aangekondigde planning wordt gehaald?De leden van de VVD-fractie merken op dat een belangrijk onderdeel hetdelen van zwarte lijsten tussen luchtvaartmaatschappijen is. Wat is deactuele stand van het overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) envan de Europese samenwerking? Wanneer verwacht de Ministerduidelijkheid te kunnen geven over de juridische en praktischehaalbaarheid van bredere gegevensdeling?4 De leden van de VVD-fractie merken op dat ook een SODA-aanpak wordtverkend, waarmee civielrechtelijk kosten kunnen worden verhaald opordeverstorende passagiers. Wat is de stand van deze verkenning enwanneer verwacht de Minister hierover duidelijkheid te kunnen geven? DeMinister wil vanaf 2027 een dalende trend in het aantal incidenten zien.Welke indicatoren gebruikt hij om te bepalen of de aanpak daadwerkelijkwerkt en wordt daarbij ook gekeken naar de ernst van incidenten en hetaantal vervoerde passagiers?Functioneren ILT-LuchtvaartautoriteitDe leden van de VVD-fractie constateren dat ICAO geen acute veiligheids-risico’s heeft vastgesteld, maar dat de audit met een score van 74,47% welverbeterpunten laat zien bij onder meer personeel, procedures, vergun-ningverlening en toezicht. Hiervoor zijn correctieve actieplannenopgesteld. Welke correctieve acties zijn inmiddels uitgevoerd, welke staannog open en wanneer worden deze afgerond? Is de huidige personele enfinanciële capaciteit van de ILT volgens de Minister voldoende om dezeverbeteringen door te voeren én de reguliere vergunningverlening en hetveiligheidstoezicht naar behoren uit te voeren? Zo nee, waar zitten debelangrijkste knelpunten en welke maatregelen neemt de Minister om tevoorkomen dat het wegwerken van de ene achterstand leidt tot nieuweachterstanden bij andere wettelijke taken?PRO-fractieDe leden van de PRO-fractie constateren dat De Staat van de luchtvaarteen groot aantal issues noemt. De ILT constateerde dat de informatievoor-ziening op Schiphol over het meenemen van lithiumbatterijen in ruim enhandbagage en de instructies over gebruik niet altijd effectief zijn. DeMinister schrijft in mei, dat het meenemen van batterijen en powerbankskan leiden tot hevige brand en dat het Ministerie van IenW zich inzet voorheldere en eenduidige informatievoorziening aan passagiers. Gezien hetrecente voorbeeld, zijn deze leden benieuwd hoe de Minister zelf vindt dathet gaat.De leden van de PRO-fractie lazen dat de ILT in januari, in reactie op hetontwerpLVB, schreef dat voor de handhaving van het nieuwe LVB extramensen nodig zijn. Zowel de luchtvaartveiligheid als handhaving van degeluidsgrenzen vragen een grotere inzet van de ILT. In het recente jaarplanvan de ILT worden verdere bezuinigingen op de ILT omgezet in niet meer,maar minder capaciteit voor de handhaving van o.a. de luchtvaart. Kan deMinister uitleggen wat de directe en mogelijke gevolgen zijn voor dehandhaving en de luchtvaartveiligheid, als de ILT niet de middelen krijgtdie nodig zijn?De leden van de PRO-fractie wijzen in dat kader ook op de audit van ICAO,waarin Nederland heel slecht scoorde. De acties die de Minister hierop wilnemen, vragen meer inzet van de ILT. Hoe verhoudt zich dit met debezuinigingen op de ILT? En wat gaat dit betekenen voor de aangekon-digde capaciteitsanalyse?CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie merken op dat zij zich meerdere kerenhebben uitgesproken voor het harder aanpakken van ordeverstorendepassagiers, of om de officiële term te gebruiken: vlieg-aso’s. Deze ledenvinden het goed om te zien dat er stappen worden gezet om cabineper-soneel beter te helpen. Zo wordt ingezet op betere training in agressie,communicatie en de-escalatie en worden werkgevers nadrukkelijk5 aangesproken om deze maatregelen uit te voeren. Maar daarmee zal, zovermoeden deze leden, dit steeds groter wordende probleem niethelemaal opgelost kunnen worden. Uiteindelijk gaat het ook om hande-lingsperpectief voor het cabinepersoneel. Daar horen ook bevoegdhedenbij. Deze leden merken op dat op dit moment de formele mogelijkheid omecht in te grijpen vooral bij de gezagvoerder ligt. Dit terwijl het cabineper-soneel juist degenen zijn die tijdens de vlucht als eerste met dit gedrag temaken krijgen. Deze leden vragen de Minister daarom om in te gaan opwat het cabinepersoneel nu precies wel of niet bevoegd is om te doen bijeen ordeverstorende passagier. Welke mogelijkheden ziet de Minister omde positie en bevoegdheden van het cabinepersoneel te versterken? Enwat is er nodig om ervoor te zorgen dat zij aan boord ook daadwerkelijkmeer mogelijkheden hebben om op te treden? Hoe kijkt de Ministerbijvoorbeeld aan tegen de optie om op elke vlucht een «fatsoensofficier»(vergelijkbaar met de V&S-medewerkers aan boord van NS-treinen) aan testellen die aan boord kan normeren en optreden tegen vlieg-aso’s?De leden van de CDA-fractie merken op dat de recente brand aan boordvan een KLM-vliegtuig door een powerbank die vlamvatte, laat zien datlithiumbatterijen aan boord een reëel risico voor de vliegveiligheidkunnen vormen. Voor het gebruik van powerbanks gelden daaromduidelijke voorschriften, die veelal wel afhankelijk zijn van de luchtvaart-maatschappij in kwestie. Zo mogen passagiers bij KLM een powerbankalleen meenemen, als deze bij de passagier blijft en mogen deze tijdensde vlucht niet worden gebruikt of opgeladen. Ook Europese en interna-tionale regels benadrukken dat powerbanks zichtbaar moeten zijn en datgebruik aan boord kan worden beperkt. Deze leden vragen de Minister omaan te geven in hoeverre de huidige regels en voorschriften voorpowerbanks naar aanleiding van dit incident zullen worden geëvalueerd.Wordt daarbij ook gekeken naar aanvullende maatregelen, zoals strengereeisen? Deze leden vragen de Minister daarnaast om toe te lichten inhoeverre de betreffende passagier in dit geval de instructies van hetcabinepersoneel heeft opgevolgd, voor zover dat bekend is. Indien eeninstructie van het cabinepersoneel om de powerbank niet te gebruiken isgenegeerd, welke juridische consequenties kan dat hebben voor depassagier? In hoeverre ziet de Minister in dit incident een aanleiding omde positie en bevoegdheden van cabinepersoneel bij het handhaven vanveiligheidsinstructies te versterken?De leden van de CDA-fractie merken op dat ook de betrouwbaarheid vansatellietsignalen vanuit het oogpunt van vliegveiligheid van groot belangis. De luchtvaart is voor plaats-, navigatie- en tijdsbepaling (PNT) medeafhankelijk van satellietsystemen, zoals GPS en Galileo. Verstoring ofmanipulatie van deze signalen kan daarmee grote gevolgen hebben vooreen veilige en betrouwbare luchtvaartoperatie. Deze leden constateren dathet Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) op verzoek van deMinister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat daarom eenVersnellingsnetwerk heeft ingericht om de weerbaarheid van de Neder-landse vitale infrastructuur tegen hybride en militaire dreigingen teonderzoeken en te versterken. In dit netwerk hebben meer dan 50organisaties uit onder meer de luchtvaart, energie, havens, spoor entelecom gezamenlijk gekeken naar twee urgente kwetsbaarheden:ongewenste drones en de afhankelijkheid van satellietsignalen voor PNT.Het Versnellingsnetwerk adviseert om plaats-, navigatie- en tijdsbepalingte beschouwen als een essentiële voorziening, vergelijkbaar met anderenutsvoorzieningen, en om de centrale regie bij één ministerie te beleggen.Deze leden vragen de Minister hoe hij tegen dit advies aankijkt. Is hijvoornemens deze aanbeveling over te nemen? En, zo ja, welk ministeriezou hiervoor de verantwoordelijkheid krijgen en welke concrete maatre-gelen zijn nodig om deze essentiële voorziening te borgen?6 De leden van de CDA-fractie constateren dat het gebruik van drones in hetNederlandse luchtruim toeneemt en de toepassingen steeds diverserworden. Dat maakt het belangrijk dat de regels voor het gebruik vandrones meegroeien en zowel de vliegveiligheid als de gevolgen voor deomgeving voldoende borgen. Deze leden merken echter op dat voor hetgebruik van drones nog niet alle kaders zijn uitgewerkt. De ILT kanbeoordelen of een droneoperatie vanuit het oogpunt van vliegveiligheidverantwoord is. Voor andere aspecten, zoals geluid, natuur, privacy en degevolgen voor de leefomgeving, lijkt echter nog geen vergelijkbaarafwegingskader beschikbaar te zijn. De Minister wijst daarbij op de groteverschillen in gewicht, omvang en toepassing van drones. Tegelijkertijdzal de diversiteit aan drones en toepassingen naar verwachting verdertoenemen. Deze leden vragen de Minister daarom om toe te lichten hoehij ervoor wil zorgen dat ook bredere maatschappelijke belangen op eenpassende manier kunnen worden meegewogen. Hoe verhoudt dit zich totde mogelijkheid om via geografische zonering lokale beperkingen voordrones in te stellen? Deze leden vragen tevens wanneer de Kamer hetveiligheidsonderzoek van het Directoraat-Generaal Luchtvaart enMaritieme Zaken naar luchtruimschendingen door drones kanverwachten. Kan de Minister bij dit onderzoek ook ingaan op nieuwevormen van dreiging, waaronder het mogelijke gebruik van kunstmatigeintelligentie voor verstoring of sabotage van luchtvaartsystemen?De leden van de CDA-fractie merken op dat de OVV in het onderzoek naaraanleiding van de bijna-botsing tussen een F-16 en een Tecnam P-Mentorvier aanbevelingen doet aan het Ministerie van Defensie en het Ministerievan Infrastructuur en Waterstaat. Beide ministeries hebben toegelicht hoezij deze aanbevelingen willen opvolgen. Tegelijkertijd blijft het voor dezeleden op enkele belangrijke punten nog onduidelijk hoe deze opvolging inde praktijk vorm krijgt. Deze leden merken op dat een risicoassessment isaangekondigd waarin de mogelijke risico’s van het operationele gebruikvan militaire hogesnelheidsvliegtuigen in het Nederlandse luchtruimworden beoordeeld en dat dit, indien het risicoprofiel daartoe aanleidinggeeft, kan leiden tot mitigerende maatregelen. Deze leden vragen deMinister te verduidelijken of dit risicoassessment inmiddels is afgerond,wat de uitkomsten daarvan zijn en welke gevolgen deze hebben voor hetal dan niet treffen van mitigerende maatregelen.Het is de leden van de CDA-fractie daarnaast ook niet geheel duidelijkwelke delen van het Nederlandse luchtruim in deze risicobeoordeling zijnmeegenomen. Gaat het om het gehele Nederlandse luchtruim of vooralom luchtruimklasse E, waar het incident plaatsvond? Ook in luchtruim-klasse D en in de klassen F en G kunnen situaties ontstaan waarinverkeersstromen niet volledig van elkaar zijn gescheiden. Kan de Ministertoelichten of en hoe deze luchtruimklassen in de beoordeling zijnbetrokken?De leden van de CDA-fractie merken op dat ten aanzien van de eersteaanbeveling van de OVV verschillende maatregelen worden genoemd. Zowordt gewezen op de betere mogelijkheden voor het waarnemen vanander verkeer door de F-35 en op het belang van professioneel gedragvan piloten in de algemene luchtvaart. Ook wordt aangegeven dat derisicobeoordeling aanleiding kan geven tot aanvullende maatregelen. Zijvragen de Minister om aan te geven welke concrete maatregeleninmiddels zijn genomen om de kans op een vergelijkbare bijna-botsingverder te verkleinen. Kan de Minister daarbij aangeven welke maatregelennog in voorbereiding zijn?7 Tot slot constateren de leden van de CDA-fractie dat ook de OVV zelf nogaandachtspunten ziet bij de opvolging van de aanbevelingen. Het gaatonder meer om een volledige en tijdige risicobeoordeling, duidelijkeverantwoordelijkheden, concrete maatregelen en een structurele borgingvan de verbeteringen. De vier aanbevelingen zijn daarom door de OVVnog niet als volledig afdoende beoordeeld. Deze leden vragen de Ministerom aan te geven welke stappen worden gezet om deze resterendeaandachtspunten op korte termijn verder in te vullen. Wanneer verwachthij de Kamer hierover nader te kunnen informeren?JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie constateren dat er bijna een botsingplaatsvond tussen een F-16 en een Tencam P-Mentor in luchtruimklasse E.Zij vragen de Minister waarom F-16’s – inmiddels zullen dat F-35’s zijn – inluchtruim klasse E oefenen, waar de mores voor vliegveiligheid See &Avoid zijn? En gaat er, met de uitbreiding van Defensie, meer geoefendworden met straaljagers in luchtruimklasse E? Zo ja, hoe gaan dergelijke(bijna-)botsingen dan voorkomen worden?De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of het niet verstandiger isom dit soort general aviation aan de grond te houden, wanneer er metstraaljagers geoefend wordt in deze luchtruimklasse. Zo nee, dan zijn dezeleden benieuwd of er andere concrete veranderingen komen. HetOVV-rapport adviseert namelijk de Minister van IenW en de Minister vanDefensie om te evalueren. Het kabinet heeft de risico’s dan ook latenonderzoeken, en de resultaten hadden er in het tweede kwartaal moetenzijn. Deze leden horen dan ook graag van de Minister welk gevolg hieraangegeven gaat worden.De leden van de JA21-fractie constateren dat de ontwikkelingen rondomdronetechnologie snel gaan, en dat de huidige regelgeving en werkwijzen,met name rondom de beveiliging op luchthavens, onvoldoende hieropvoorbereid zijn. De cijfers laten de omvang van het vraagstuk zien:40.000 illegale dronevluchten in 2023. Wat kan de Minister deze ledenvertellen over het aantal illegale dronevluchten in de jaren sindsdien? Isde Minister het met deze leden en de ILT eens dat we nu werk moetengaan maken van een officieel droneafwegingskader waar de bevoegd-heden en taakverdeling van de luchthaven, LuchtverkeersleidingNederland (LVNL), de politie, de Koninklijke Marechaussee en de ILT zijngespecificeerd en wie die uiteindelijke operationele leiding heeft? Zo nee,waarom niet?De leden van de JA21-fractie merken op dat de OFL een rapport metaanbevelingen heeft opgesteld. Nu heeft de Kamer nog een brief met dereactie van de Minister tegoed. Zou de Minister desondanks alvast hettipje van de sluier kunnen oplichten wat betreft drone-weerbaarheid, hetPNT en op welke manier het werk van de VATOD-werkgroep betrokkenkan worden bij het eerdergenoemde droneafwegingskader?De leden van de JA21-fractie constateren met grote zorgen dat het geweldtegen vliegtuigcabinepersoneel toeneemt. Denkt de Minister dat demaatregelen, zoals gepresenteerd in de roadmap, voldoende bevoegd-heden en middelen geven aan het cabinepersoneel om deze toegenomenagressiviteit tijdens vluchten het hoofd te bieden? Kan de Minister zijnantwoord toelichten? Waarom delen niet alle luchtvaartmaatschappijenstandaard de zwarte lijsten van ernstig misdragende passagiers metelkaar? Worden luchtvaartmaatschappijen hierin beperkt door regel-geving? Zo ja, om welke regelgeving gaat het en is de Minister bereid omhet delen van zwarte lijsten tussen luchtvaartmaatschappijen in Nederland8 makkelijker te maken naast het streven om dit op Europees niveau terealiseren?De leden van de JA21-fractie merken op dat in het reguliere ov de boa’sals eerste aan zet zijn voor het handhaven van de openbare orde. Is ooitoverwogen om ook één persoon per vlucht van het cabinepersoneelsoortgelijke boa-bevoegdheden te geven? Zo nee waarom niet? Acht deMinister het werken met het uitdelen van particuliere boetes als eenkansrijkere route voor het handhaven van de orde op vluchten dan hetwerken met boa’s? Kan de Minister zijn antwoord toelichten?BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met zorg kennisgenomen van destijgende trend in het aantal meldingen van vogelaanvaringen. Deze ledenhebben op 8 september jl. reeds schriftelijke vragen gesteld over detoenemende risico’s van vogelaanvaringen rondom Schiphol en hetganzenbeheer.1 De beantwoording van deze vragen is op het moment vanschrijven nog niet ontvangen.De leden van de BBB-fractie lezen in de Staat van de luchtvaart 2026 datde ILT aandacht vraagt voor de stijgende trend in het aantal meldingenvan vogelaanvaringen. De grote aantallen vogels rondom Schipholvormen volgens het kabinet vanuit het oogpunt van vliegveiligheid eenrisico. In februari 2026 vond op Schiphol een voorval plaats waarbij eenvliegtuig meerdere ganzen raakte. Daarbij ontstond schade aan een vande motoren, waarna het vliegtuig uit voorzorg terugkeerde naar Schiphol.De leden van de BBB-fractie vinden dat dit incident duidelijk maakt dat hethier niet om een theoretisch veiligheidsrisico gaat. Deze leden vragen deMinister daarom wie verantwoordelijk is indien een aanvaring plaatsvindttussen ganzen en een vliegtuig. Ligt deze verantwoordelijkheid bijSchiphol, de provincie Noord-Holland, het Rijk of bij meerdere partijen?Wie draagt binnen deze verdeling uiteindelijk de verantwoordelijkheidvoor het beheersen van het veiligheidsrisico dat ganzen rondom Schipholvormen?De leden van de BBB-fractie wijzen daarnaast op de forse opgave die voor2026 is vastgesteld voor het beheer van de grauwe gans in Noord-Holland. Volgens de Faunabeheereenheid Noord-Holland moet het afschotin 2026 binnen iedere wildbeheereenheid worden verdubbeld ten opzichtevan toetsjaar 2024. Deze doelstelling moet uiterlijk eind septemberworden bereikt. Kan de Minister aangeven in hoeverre deze doelstellingop dit moment op koers ligt? Kan de Minister de Kamer na afloop vanseptember informeren over de daadwerkelijk behaalde resultaten? Indiende verdubbeling niet wordt gehaald, welke gevolgen heeft dit volgens deMinister voor het ganzenbeheer rondom Schiphol en het beheersen vanhet risico op vogelaanvaringen?De leden van de BBB-fractie hebben tevens kennisgenomen van deresultaten van de ICAO-audit van het Nederlandse luchtvaartveiligheids-systeem. Nederland behaalde een effectieve implementatie van deinternationale voorschriften van 74,47 procent. De Minister schrijft zelf datNederland hiermee lager scoort dan beoogd, gezien de Nederlandseambitie om tot de best presterende landen te behoren, alsmede laag invergelijking met andere Europese landen. ICAO heeft geen significanteveiligheidszorgen vastgesteld, maar uit de audit blijkt onder andere dat de1Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2026–2027, 2026Z181939 beschikbaarheid van gekwalificeerd technisch personeel en de uitvoeringvan toezicht aandacht vragen.De leden van de BBB-fractie lezen dat het ministerie naar aanleidinghiervan onder meer een capaciteitsanalyse uitvoert naar de taken enverantwoordelijkheden binnen het luchtvaartveiligheidssysteem. Wanneerwordt deze capaciteitsanalyse afgerond? Kan de Minister aangevenwanneer de Kamer de resultaten ontvangt? Kan de Minister tevensaangeven welke concrete termijnen worden gehanteerd voor hetuitvoeren van de verbetermaatregelen naar aanleiding van de ICAO-audit?De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast aandacht voor verstoringenvan satellietnavigatie. Bij GNSS-jamming wordt het navigatiesignaalverstoord of geblokkeerd. Bij spoofing ontvangt een vliegtuig onjuiste,maar geloofwaardig ogende positie-, hoogte- of tijdinformatie. Het aantalmeldingen van dergelijke verstoringen is de afgelopen jaren toegenomen.Hoewel veel verstoringen plaatsvinden rond conflictgebieden in hetMidden-Oosten, Oost-Europa en het Baltische gebied, kunnen ookNederlandse vliegtuigen hiermee tijdens internationale operaties wordengeconfronteerd.Kan de Minister aangeven op welke wijze Nederland uitvoering geeft aanhet gezamenlijke Europese actieplan tegen GNSS-verstoringen? Wanneerverwacht de Minister dat de Nederlandse uitwerking hiervan gereed is?Op welke wijze worden Nederlandse luchtvaartmaatschappijen enluchtverkeersdienstverleners gewaarschuwd voor actueleGNSS-verstoringen? In hoeverre blijven voldoende grondgebondennavigatievoorzieningen beschikbaar als terugvalmogelijkheid, wanneersatellietnavigatie onbetrouwbaar of niet beschikbaar is? Wordt periodiekgeoefend met situaties waarin GNSS-navigatie geheel of gedeeltelijkuitvalt?De leden van de BBB-fractie vragen tevens aandacht voor drones rondomluchthavens. Tussen januari 2017 en juni 2023 zijn bij de ILT 798 mel-dingen gedaan van voorvallen waarbij drones betrokken waren. Vooraltijdens de start en landing kan een drone een direct veiligheidsrisicovormen. Bij een dronewaarneming zijn verschillende organisatiesbetrokken bij detectie, verificatie, risicobeoordeling, operationelebesluitvorming, opsporing en handhaving. Deze leden achten het vanbelang dat hierbij geen onduidelijkheid ontstaat over verantwoordelijk-heden. Kan de Minister actuele cijfers geven over het aantal gemeldedronevoorvallen in 2024, 2025 en tot dusver in 2026? Hoeveel van dezevoorvallen vonden plaats in de directe omgeving van Nederlandseluchthavens? In hoeveel gevallen leidde een dronewaarneming totoperationele beperkingen van het vliegverkeer? Beschikt Nederland op ditmoment over één landelijk handelingsprotocol voor dronewaarnemingenrondom luchthavens? Hoe vaak wordt dit protocol met de betrokkenpartijen geoefend? Kan de Minister aangeven of de huidige middelen voordetectie, identificatie en lokalisatie van drones op Nederlandse lucht-havens voldoende op elkaar aansluiten?De leden van de BBB-fractie lezen verder dat binnen Europa onderzoekwordt gedaan naar Extended Minimum Crew Operations en Single PilotOperations. Kunstmatige intelligentie kan piloten ondersteunen bijanalyses, waarschuwingen en adviezen, maar dergelijke systemen kunnenook onjuiste informatie geven, onverwacht reageren of uitvallen. Bij eenvermindering van de cockpitbemanning vervallen bovendien de directetaakverdeling en onderlinge controle tussen twee piloten. Wat is op ditmoment het Nederlandse standpunt binnen EASA en ICAO ten aanzienvan Extended Minimum Crew Operations en Single Pilot Operations?Welke veiligheidseisen hanteert Nederland bij de beoordeling van10 dergelijke vormen van reduced crew operations? Is onafhankelijkaangetoonde veiligheidswinst voor Nederland een voorwaarde, voordatmet minder dan twee bevoegde piloten kan worden gevlogen? Op welkewijze worden Nederlandse verkeersvliegers betrokken bij beleidsvorming,onderzoek of praktijktesten rondom reduced crew operations?De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast aandacht voor agressieveen ordeverstorende passagiers. Voor de periode 2026–2027 zijn verschil-lende maatregelen voorzien op het gebied van dataverzameling,preventie, melding, aangifte en handhaving. Zo wordt onderzocht welkegegevens tussen betrokken partijen kunnen worden gedeeld, welkemogelijkheden bestaan voor het delen van vliegontzeggingen en ofluchtvaartmaatschappijen naast eventuele strafrechtelijke vervolging ookcivielrechtelijk kosten kunnen verhalen op ordeverstorende passagiers.Kan de Minister aangeven welke van deze maatregelen inmiddels volgensplanning zijn afgerond? Heeft inmiddels overleg plaatsgevonden over dejuridische mogelijkheden voor gegevensdeling? Wat waren de belang-rijkste uitkomsten daarvan? Is de aangekondigde taskforce voor het delenvan vliegontzeggingen inmiddels ingesteld? Wanneer verwacht deMinister duidelijkheid over de juridische mogelijkheden voor het delenvan vliegontzeggingen tussen luchtvaartmaatschappijen? Wanneerverwacht de Minister de verkenning naar civielrechtelijk kostenverhaal afte ronden? Welke kosten zouden op basis van de huidige juridischemogelijkheden op een ordeverstorende passagier kunnen wordenverhaald?De leden van de BBB-fractie wijzen er daarbij op dat cabinepersoneel bijincidenten een belangrijke veiligheidsfunctie vervult. Cabinepersoneelmoet bij incidenten ingrijpen, de-escaleren, veiligheidsinstructies gevenen achteraf meldingen of aangiften doen. De positie van cabinepersoneelis daarmee ook van belang, wanneer wordt gewerkt aan een effectievereaanpak van ordeverstorend gedrag. Hoe beoordeelt de Minister dehuidige wettelijke positie van cabinepersoneel bij de uitvoering vanveiligheidstaken? Welke eisen gelden momenteel voor de certificering envakbekwaamheid van cabinepersoneel? Ziet de Minister knelpunten in dehuidige positie van cabinepersoneel bij het melden en rapporteren vanveiligheidsincidenten? Wordt de positie van cabinepersoneel meege-nomen bij de verdere uitwerking van civielrechtelijke maatregelen tegenordeverstorende passagiers?De leden van de BBB-fractie hebben voorts kennisgenomen van eenrecent incident waarbij een passagiersvlucht moest terugkeren, nadat eenpowerbank aan boord vlam had gevat. Daarbij ontstond schade in hettoestel. Het onderzoek naar de precieze toedracht loopt nog. Deze ledenachten het van belang om dit incident niet uitsluitend als een individueelvoorval te beschouwen, maar ook te bezien in het bredere kader van derisico’s van lithiumbatterijen aan boord.Kan de Minister aangeven hoeveel incidenten met powerbanks of anderelosse lithiumbatterijen in 2023, 2024, 2025 en tot dusver in 2026 zijngemeld bij Nederlandse luchtvaartmaatschappijen? Hoeveel van dezeincidenten betroffen oververhitting, rookontwikkeling, brand of eenthermal runaway? In hoeveel gevallen moest een vliegtuig vanwege eenincident met een lithiumbatterij terugkeren of een tussenlanding maken?In hoeveel gevallen ontstond schade aan een vliegtuig? In hoeveelgevallen raakten passagiers of bemanningsleden gewond?De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast hoe het veiligheidsrisicovan powerbanks en andere lithiumbatterijen aan boord momenteel wordtbeoordeeld. Een defecte lithium-ionbatterij kan zeer hoge temperaturenbereiken, rook produceren of in brand vliegen. Juist in een vliegtuigcabine11 kan een dergelijk incident grote gevolgen hebben. Hoe beoordeelt deMinister het huidige veiligheidsrisico van powerbanks en anderelithiumbatterijen aan boord van passagiersvliegtuigen? Welke risico’sontstaan, wanneer een dergelijke batterijbrand plaatsvindt in eenbagagevak boven de stoelen? Welke procedures gelden voor cabineper-soneel, wanneer een powerbank oververhit raakt of in brand vliegt? Wordtbijgehouden hoe vaak deze procedures daadwerkelijk moeten wordentoegepast? Hoe wordt toegezien op naleving van de regels rond hetgebruik en opladen van powerbanks tijdens de vlucht? Beschikt deMinister over cijfers over overtredingen van deze regels? Op welke wijzeworden reizigers voorafgaand aan de vlucht geïnformeerd over dezeregels? Ziet de Minister naar aanleiding van recente incidenten aanleidingom de huidige regels of de handhaving daarvan opnieuw te beoordelen?Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie aandacht voor vermoeidheidonder vliegend personeel. Vermoeidheid kan ontstaan door zwareroosters, lange werkdagen, nachtvluchten, tijdzoneverschillen ofonvoldoende hersteltijd. Een rooster kan formeel voldoen aan dewettelijke limieten, terwijl in de praktijk toch sprake kan zijn van operati-onele vermoeidheid. Deze leden achten het daarom van belang dat nietalleen naar formele vlieg- en rusttijden wordt gekeken, maar ook naar defeitelijke belasting van personeel.Op welke wijze houdt de ILT momenteel toezicht op vermoeidheidsrisico’sbij vliegend personeel? Beoordeelt de ILT daarbij ook de feitelijk gevlogenroosters? Hoe worden vermoeidheidsmeldingen betrokken bij hettoezicht? Op welke wijze toetst de ILT de werking van Fatigue RiskManagement Systems van luchtvaartmaatschappijen? Beschikt deMinister over cijfers over het aantal vermoeidheidsmeldingen bijNederlandse luchtvaartmaatschappijen in de afgelopen vijf jaar? Welkeontwikkeling is in deze cijfers zichtbaar?Partij voor de Dieren-fractieDe leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen dat de geluidswinst inde nacht in 2025 sterk is achtergebleven in vergelijking met overdag.Waarom kiest de Minister voor een gefaseerde en minimale reductie vannachtvluchten naar 27.000? Is de Minister bereid te kiezen voor eenvolledige en directe sluiting van Schiphol tijdens de nacht (tussen 23:00en 07:00 uur) ter bescherming van mens en dier? Kan de Ministertoelichten waarom hij een plafond van 478.000 vliegbewegingen passendacht? Hoe ziet de Minister dit in het licht van wetenschappelijk onderzoekdat laat zien dat een veel verdere krimp noodzakelijk is om de wettelijkeklimaat- en natuurdoelen te halen? Welke concrete stappen gaat deMinister zetten ten aanzien van de overvliegfrequentie en piekgeluidenom daadwerkelijk rust voor omwonenden en dieren in nabijgelegennatuurgebieden, af te dwingen?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen overde benadering van vogels rondom luchthavens. Kan de Minister garan-deren dat in het nieuwe maatregelenpakket voor 2027 voornamelijk gaatworden ingezet op diervriendelijke preventie en habitat-aanpassing rondluchthavens en niet op het afschieten en de vernietiging van vogelpopu-laties? Hoe verhoudt de aanwezigheid en uitbreiding van intensieveluchtvaartactiviteiten zich volgens de Minister tot de instandhoudings-doelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden, waar vogels enandere dieren ernstige verstoring ondervinden?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren met verbazingdat vlootvernieuwing leidt tot een stijging van de uitstoot van stikstof. Hoelegt de Minister uit dat investeringen in modernere toestellen per saldo12 juist schadelijker zijn voor de lokale stikstofdepositie in al overbelastenatuurgebieden? Waarom wordt er gewacht op het advies van deGezondheidsraad, voordat er concrete en bindende normen opgesteldworden voor de totale uitstoot van ultrafijnstof en zwavel in kerosine?Welke directe handhavende maatregelen neemt de Minister tot die tijd omde blootstelling van omwonenden en natuur aan deze giftige stoffen teminimaliseren?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen hoe het toenemendgebruik van drones zich verhoudt tot de bescherming van rust- enbroedgebieden van dieren. Is de Minister bereid om bij de aangekondigde«geografische zonering» alle Natura 2000-gebieden en ecologischehoofdstructuren standaard aan te wijzen als strikte no-flyzones voor alletypen drones? Hoe wordt geborgd dat dronegebruik niet leidt tot continueverstoring van dieren op leefniveau?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen tot slot over degrondafhandelaren welke aanvullende eisen en voorwaarden de Ministerstelt aan de arbeidsomstandigheden en veiligheid van luchthavenmede-werkers op het gebied van blootstelling aan ultra-fijnstof en uitlaatgassenvan (taxiënde) vliegtuigen en apparatuur.13
Bron, video en gesprek →0debatten
143bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: D66 (2025-11-12–heden) ·