2026D40836INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGBinnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebbenverschillende fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor teleggen aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de geanno-teerde agenda van de informele bijeenkomst van EU-transportministersd.d. 20–21 september 2026 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1239), het verslagvan de Transportraad d.d. 8 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1236), hetFiche: Verordening multimodale boekingen/MDMS (Kamerstuk 22 112,nr. 4387) en het Fiche: Verordening trein ticketverkoop (RTR); herzieningVerordening passagiersrechten spoor (herziening RPRR) (Kamerstuk22 112, nr. 4386).De voorzitter van de commissie,HuizengaAdjunct-griffier van de commissie,Van der Graaf nds-tk-2026D408361 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties InhoudsopgaveInleidingD66-fractieVVD-fractiePRO-fractieCDA-fractieJA21-fractieBBB-fractieGroep Markuszower InleidingDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de Informele Transportraad van 20 en21 september 2026, het verslag van de Transportraad van 8 juni 2026 ende BNC-fiches over het Europese Passagierspakket. Zij hebben hierover devolgende vragen en opmerkingen.De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de informele bijeenkomst vanEU-transportministers van 20 en 21 september 2026 en van de BNC-fichesover de Verordening multimodale digitale mobiliteitsdiensten (MDMS), deVerordening treinticketverkoop (RTR) en de herziening van de Verordeningbetreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer(RPRR). Zij hebben hierover de volgende vragen.De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda van de Informele Transportraad. Zij hebben hierover nog enkelevragen en opmerkingen.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda van de Informele bijeenkomst van EU-transportministers inDublin, Ierland. Deze leden hebben daarover enkele vragen en opmer-kingen.De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda voor de Informele Transportraad, de bijbehorende stukkenen hebben hierover nog enkele vragen.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geagen-deerde stukken en hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van debeleidsbrieven omtrent de Informele Transportraad op 20 en21 september. Deze leden hebben hier nog enkele vragen over.D66-fractieDe leden van de D66-fractie constateren dat de voorgestelde verplichtestikstofoxidencontrole (NOx) tijdens de APK een opwarmrit vereist die nietpast in het huidige Nederlandse APK-systeem. Deze leden onderschrijvenhet belang van betrouwbare uitstootmetingen, maar vragen zich af hoedeze praktische mismatch tijdig wordt opgelost. Kan de Ministertoelichten op welke termijn en via welke uitvoeringshandeling dezeNOx-controle nader wordt uitgewerkt? Op welke wijze wordt voorkomendat APK-keurmeesters tussentijds worden geconfronteerd met aansprake-2 lijkheidsrisico’s, extra administratieve lasten en onwerkbare situatiesdoordat zij met voertuigen van klanten de openbare weg op moeten? Is deMinister bereid zich in te zetten voor een oplossing die aansluit bij debestaande Nederlandse APK-systematiek, bijvoorbeeld door alternatievemeetmethoden te verkennen?De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van de doorNederland ondertekende Clean Transport Corridor Initiative (CTCI) voor deuitrol van laadinfrastructuur voor zwaar wegtransport langs de Scandi-navian en North Sea-Baltic corridors. Deze leden vragen hoe het kabinetde ruimtelijke inpassing van deze grootschalige laadstations op strate-gische knooppunten langs de Nederlandse snelwegen coördineert metprovincies en gemeenten, en hoe wordt voorkomen dat deze geenelektriciteitstoevoer krijgen van het reeds overbelaste elektriciteitsnet.Daarnaast vragen deze leden hoe het kabinet zich inzet om te bevorderendat landen als Duitsland, Frankrijk en België deze infrastructuur binnenhetzelfde tijdpad uitrollen, zodat Nederlandse vervoerders hun elektrischevrachtwagens ook daadwerkelijk internationaal kunnen inzetten.De leden van de D66-fractie constateren dat de kosten voor toezicht op deverordeningen multimodale boekingen (MDMS) en spoorticketing (RTR),geraamd op structureel 7,5 fte en € 967.000 per jaar bij de AutoriteitConsument & Markt (ACM), niet zijn gereserveerd op de begroting van hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat en via herprioritering binnende IenW-begroting moeten worden opgevangen. Deze leden vragen hetkabinet expliciet te bevestigen dat deze herprioritering niet ten koste gaatvan lopende of geplande infrastructuurprojecten en onderhoud, gegevende reeds beperkte financiële ruimte op het Mobiliteitsfonds. Kan hetkabinet inzichtelijk maken welke concrete begrotingsposten wordenaangesproken om deze kosten te dekken?De leden van de D66-fractie constateren dat het kabinet in het BNC-ficheover MDMS aangeeft dat één verplichte Europese standaard voortechnische interoperabiliteit volgens stakeholders niet wenselijk is, terwijlde voorstellen wel beogen bij te dragen aan een sterker geharmoniseerdEuropees spoornet. Deze leden vragen het kabinet toe te lichten welkeconcrete bezwaren stakeholders hebben geuit tegen een verplichteEuropese standaard, op welke onderdelen standaardisatie volgens hetkabinet dan wél noodzakelijk is voor een goede werking van devoorstellen, en hoe zonder een dergelijke standaard voldoende technischeinteroperabiliteit tussen lidstaten wordt geborgd?De toelatingsprocedures van nieuwe slimme voertuigen wordt momenteelgeëvalueerd in de Europese Commissie, nu vragen de D66 leden hoe deMinister zich daar op in gaat zetten met betrekking tot strategischeautonomie en nationale veiligheid?VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie onderschrijven de inzet op een beterfunctionerende Europese vervoersmarkt, waarin reizigers eenvoudigergrensoverschrijdend kunnen reizen en innovatieve bedrijven eerlijketoegang tot de markt krijgen. Daarbij moeten verkeersveiligheid,keuzevrijheid, een gelijk speelveld en uitvoerbare regelgeving voorop-staan.3 VerkeersveiligheidDe leden van de VVD-fractie constateren dat het aantal verkeersslacht-offers in Nederland en andere lidstaten onverminderd hoog is en datfietsers en andere kwetsbare verkeersdeelnemers daarbij een grootaandeel vormen. Welke concrete resultaten wil het kabinet tijdens deInformele Transportraad bereiken om bewezen veiligheidstechnologie,waaronder slimme rijhulpsystemen en systemen voor de detectie vanfietsers en voetgangers, sneller beschikbaar en breder toepasbaar temaken? Hoe voorkomt het kabinet daarbij dat Europese regelgevinginnovatieve veiligheidstoepassingen vertraagt of onnodig duur maakt?Deze leden vragen welke inzet Nederland kiest bij de verdere behandelingvan het Roadworthiness Package. Kan het kabinet bevestigen datNederland blijft inzetten op risicogerichte en proportionele controles,ruimte voor moderne digitale meetmethoden en erkenning van technolo-gische ontwikkelingen, in plaats van generieke nieuwe keurings- enadministratieve verplichtingen voor alle voertuigen en keuringsstations?De leden van de VVD-fractie vragen voorts hoe het kabinet bevordert datverkeersveiligheidsdata, kennis over ongevalsoorzaken en bewezeneffectieve maatregelen beter tussen de lidstaten worden gedeeld. Welkeconcrete Europese afspraken zijn volgens het kabinet nodig om tevoorkomen dat iedere lidstaat afzonderlijk dezelfde kennis en systemenmoet ontwikkelen?Geautomatiseerd vervoerDe leden van de VVD-fractie zijn van mening dat Nederland niet alleen eenproeftuin voor geautomatiseerd vervoer moet zijn, maar ook eenaantrekkelijke Europese vestigingsplaats voor de ontwikkeling, toelatingen toepassing daarvan. Welke concrete belemmeringen binnen deEuropese regelgeving staan grensoverschrijdende tests en commerciëletoepassing momenteel nog in de weg? Welke concrete vervolgstappen,inclusief tijdpad, wil het kabinet verbinden aan de in juni 2026 onderte-kende intentieverklaring over grensoverschrijdende testomgevingen?Welke gevolgen heeft het volgens het kabinet dat niet alle lidstaten dezeverklaring hebben ondertekend? Welke voorstellen zal het kabinet tijdensde Informele Transportraad doen om deze belemmeringen weg te nemenen grensoverschrijdende testcorridors met Duitsland en België mogelijk temaken?De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet zich in Europeesverband inzet voor geharmoniseerde, voorspelbare en voortvarendetoelatingsprocedures voor geautomatiseerde voer- en vaartuigen. Hoevoorkomt het kabinet dat innovatieve bedrijven worden geconfronteerdmet uiteenlopende procedures en technische eisen in 27 lidstaten, terwijlde nationale verantwoordelijkheid voor verkeersveiligheid wel voldoendegeborgd blijft? Op welke onderdelen ziet het kabinet, ondanks dezenationale bevoegdheid, ruimte voor Europese afstemming of wederzijdseerkenning van vergunningen, veiligheidsvoorwaarden en goedkeuringen?De leden van de VVD-fractie onderschrijven dat geautomatiseerd vervoerkan bijdragen aan verkeersveiligheid, maar waarschuwen voor eeneenzijdige koppeling aan Vision Zero zonder duidelijkheid over praktischeinpassing. Welke aantoonbare veiligheidswinst moet volgens het kabinetworden gerealiseerd voordat toepassingen breder kunnen wordentoegelaten? Hoe worden daarbij ook innovatie en concurrentievermogenvan de Europese voertuigindustrie meegewogen? Welke Europeseafspraken zijn volgens het kabinet daarnaast nodig over aansprakelijkheid,handhaving, wegbeheer, gegevensdeling en rechtszekerheid?4 De leden van de VVD-fractie vragen wanneer de aangekondigde pilots metgeautomatiseerd vervoer in het openbaar vervoer en de logistiekdaadwerkelijk van start gaan. Kan het kabinet toezeggen deze pilotsnadrukkelijk te richten op concrete maatschappelijke en economischeknelpunten, zoals chauffeurstekorten, de bereikbaarheid van landelijkegebieden en de betrouwbaarheid van logistieke ketens? Aan de hand vanwelke criteria en binnen welke termijn wordt besloten of succesvolletoepassingen kunnen worden opgeschaald? Wanneer wordt het aange-kondigde wetsvoorstel over het testen en gebruiken van geautomati-seerde voertuigen op de openbare weg internetconsultatie gebracht enwanneer verwacht het kabinet dit wetsvoorstel bij de Kamer in te dienen?De leden van de VVD-fractie wijzen daarnaast op de kansen van autonoomen op afstand bestuurd vervoer over water. Zij ontvangen signalen dat inNederland bij praktijkproeven soms zulke zware veiligheidsvoorwaardenworden gesteld – bijvoorbeeld begeleiding door een volledig bemandvaartuig – dat een autonome operatie feitelijk dubbel moet wordenbemenst. Herkent het kabinet het risico dat innovatieve maritiemebedrijven hierdoor uitwijken naar landen met een voorspelbaarder enmeer risico gestuurd toelatingskader? Onder welke voorwaarden kunnentechnische waarborgen, zoals redundante dataverbindingen, een veiligeautonome terugvalmodus en gecertificeerde bediening op afstand, fysiekebegeleiding vervangen? Is het kabinet bereid de Nederlandse test- entoelatingspraktijk te vergelijken met die in België en het VerenigdKoninkrijk en eventuele onnodige nationale belemmeringen weg tenemen? Welke inzet pleegt het kabinet tijdens de Transportraad voorEuropese harmonisatie en wederzijdse erkenning van toelatingseisen voorautonoom en op afstand bestuurd varen?De situatie in het Midden-Oosten in relatie tot de transportsectorDe leden van de VVD-fractie constateren dat de situatie in het Midden-Oosten opnieuw laat zien hoe kwetsbaar internationale vervoers- enbevoorradingsketens kunnen zijn. Welke gevolgen ziet het kabinet voor deNederlandse transportsector, havens, brandstofvoorziening en logistiekeketens? Op welke scenario’s bereidt het kabinet zich voor en welke inzetkiest Nederland tijdens de Transportraad om de Europese transportsectorweerbaarder te maken?Deze leden constateren dat er op dit moment weliswaar geen directEuropees tekort aan olie wordt voorzien, maar dat de mondiale raffinage-krapte al gevolgen kan hebben voor de prijzen beschikbaarheid van dieselen kerosine. Welke indicatoren hanteert het kabinet om tijdig te kunneningrijpen en bij welke ontwikkeling acht het kabinet aanvullende Europesemaatregelen noodzakelijk? Hoe wordt daarbij onderscheid gemaakt tusseneen tijdelijk prijseffect en een daadwerkelijke bedreiging van de leverings-zekerheid?De leden van de VVD-fractie vinden dat Nederland als logistieke toegangs-poort van Europa niet overmatig afhankelijk mag worden van kwetsbareaanvoerroutes of een beperkt aantal leveranciers van transportbrand-stoffen en andere strategische goederen. Welke maatregelen zijn volgenshet kabinet nodig om de aanvoer via zeehavens, pijpleidingen, binnen-vaart, spoor en weg beter te spreiden en de onderlinge uitwisselbaarheidvan deze modaliteiten te versterken? Welke afspraken wil het kabinethierover op Europees niveau maken?De leden van de VVD-fractie vragen het kabinet te bevestigen dateventuele maatregelen bij sterk oplopende brandstof- of transportprijzenEuropees gecoördineerd, gericht en tijdelijk moeten zijn. Hoe zal het5 kabinet voorkomen dat ongerichte nationale steunmaatregelen in anderelidstaten het gelijke speelveld voor Nederlandse vervoerders aantasten?De leden van de VVD-fractie lezen dat lage waterstanden de logistiekeknelpunten bij de aanvoer van brandstoffen vanuit de Nederlandsemainports versterken. Zij wijzen erop dat langdurig laagwater niet alleende brandstofvoorziening raakt, maar ook de betrouwbaarheid enweerbaarheid van Europese goederenstromen als geheel. Is de Ministerbereid tijdens deze Informele Transportraad te pleiten voor de ontwik-keling van een Europees laagwaterplan, waarin wordt uitgewerkt hoe debinnenvaart, het spoor en het wegvervoer elkaar bij langdurige versto-ringen kunnen aanvullen? Wil de Minister de Europese Commissie daarbijtevens verzoeken werk te maken van klimaatbestendige transportcor-ridors, betrouwbare grensoverschrijdende corridorinformatie en tijdigeEuropese coördinatie bij dreigende capaciteitsproblemen?Grensoverschrijdend goederenvervoerDe leden van de VVD-fractie benadrukken dat betrouwbare Europesegoederenstromen vragen om eenvoudige en geharmoniseerde regels.Bedrijven lopen bij gecombineerd vervoer nog altijd tegen uiteenlopendenationale regels en administratieve lasten aan. Is de Minister bereid zichbij een volgende formele Transportraad in te zetten voor een werkbareherziening van de Richtlijn Gecombineerd Vervoer? Kan hij daarbijvoorkomen dat nieuwe verplichtingen afhankelijk worden van digitalesystemen, zoals eFTI, zolang deze nog niet in alle lidstaten voldoendebeschikbaar en toepasbaar zijn? Deze leden constateren daarnaast datvrachtwagens in verschillende lidstaten nationaal 44 ton mogenvervoeren, terwijl tussen diezelfde lidstaten grensoverschrijdend eenmaximum van 40 ton geldt. Dit leidt tot extra voertuigbewegingen,overslag en kosten. Wil de Minister zich ervoor inzetten dat grensover-schrijdend vervoer met 44 ton mogelijk wordt tussen lidstaten die ditgewicht nationaal reeds toestaan, mits de infrastructuur en verkeersvei-ligheid dit toelaten?Verordening multimodale digitale mobiliteitsdienstenDe leden van de VVD-fractie steunen het doel om reizigers via onafhanke-lijke platforms eenvoudiger vervoersopties te laten vergelijken en boeken.Daarvoor is het noodzakelijk dat de reikwijdte van de verordening helderis. Kan het kabinet bevestigen dat de verplichtingen rond toegang tot dataen distributiemogelijkheden niet alleen betrekking hebben op grensover-schrijdende reizen, maar ook op binnenlandse en regionale vervoers-diensten, waaronder MaaS dienstverlening, ook van anderen dan de NS?Is het kabinet bereid zich ervoor in te zetten dat dit expliciet en ondubbel-zinnig in de verordening wordt vastgelegd, zodat nationale markten ofstaatsondernemingen niet alsnog kunnen worden afgeschermd? Is hetkabinet bereid vóór de verdere onderhandelingen een nationale impact-analyse uit te voeren naar de gevolgen voor landelijke en regionalevervoerders, MaaS-aanbieders, onafhankelijke ticketverkopers enreizigers?De leden van de VVD-fractie vragen welke concrete invulling het kabinetwil geven aan eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden?Duidelijkheid nastreven is goed, maar de vraag blijft wel welke inhoude-lijke richting voor verduidelijking het kabinet zoekt. Kan het kabinet zichervoor inzetten dat de Europese Commissie vooraf duidelijke, voorafgekende en achteraf toetsbare FRAND-criteria vastlegt voor tarieven,datatoegang, technische koppelingen, rangschikking, standaardisatie encommerciële voorwaarden? Hoe wordt voorkomen dat verticaal geïnte-6 greerde vervoerders hun eigen verkoopkanaal, aanbod of dienstenbevoordelen en hoe wordt de in artikel 5 bedoelde scheiding tussendistributiefaciliteiten en de eigen inventaris-, beheer- en marketingfacili-teiten in de praktijk controleerbaar gemaakt? Ziet de transparantie op alhet mobiliteitsverkeer (inbound en outbound)?De leden van de VVD-fractie constateren dat het voorstel nieuwetoezichtstaken voor de Autoriteit Consument & Markt met zich meebrengt.Welke taken verlangen volgens de verordening een proactieve toezichtrolen welke taken kunnen klacht gestuurd worden uitgevoerd? Hoe beoor-deelt het kabinet de uitvoerbaarheid en de benodigde capaciteit, en hoevoorkomt hij dat onduidelijke Europese normen leiden tot structureelhogere toezichtslasten die uiteindelijk bij reizigers, vervoerders ofinnovatieve platforms terechtkomen? Is het kabinet het met deze ledeneens dat enkel klacht gestuurd toezicht niet in overeenstemming is methetgeen de Verordening vraagt (proactief toezicht)? Kan het kabinetdaarbij tevens toelichten waar consumenten terechtkunnen met klachtenover structurele marktwerking, discriminatoire voorwaarden of deinrichting van een platform, wanneer hun klacht niet uitsluitend eenindividuele boeking betreft?De leden van de VVD-fractie vragen daarnaast hoe de door de EuropeseCommissie gekozen beleidsoptie zich verhoudt tot de verdergaandemogelijkheid van een functionele of organisatorische scheiding tussenvervoerders en MDMS-platforms. Welke voordelen, nadelen en uitvoe-ringsgevolgen hebben beide modellen voor de Nederlandse markt?Waarom acht het kabinet de gekozen optie voldoende om machtsmisbruikte voorkomen? Hoe zijn de ervaringen met de Nederlandse MaaS-markten de recente Nederlandse jurisprudentie over toegang tot vervoers-diensten en verkoopkanalen in deze beoordeling betrokken? Hoe ziet hetkabinet de houdbaarheid van het eigen standpunt in de CBb-proceduremet MaaS-partijen tegen het licht van wat deze verordening vraagt naarde toekomst toe?De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet kan bevestigen datreizigers zelf moeten kunnen bepalen of reisopties worden gerangschiktop prijs, reistijd, betrouwbaarheid, toegankelijkheid, aantal overstappen ofduurzaamheid. Zet Nederland zich ervoor in dat Europese regels geenvoorkeursmodaliteit of beleidsmatige rangschikking voorschrijven en datcommerciële beïnvloeding van zoekresultaten altijd duidelijk herkenbaaris?De leden van de VVD-fractie begrijpen dat proportionaliteit voor kleinereondernemingen van belang is, maar waarschuwen dat uitzonderingen nietmogen leiden tot twee afzonderlijke markten of nieuwe toetredings-drempels. Kan het kabinet inzichtelijk maken welke ondernemingen onderde voorgestelde mkb-uitzonderingen vallen, welk deel van de markt zijvertegenwoordigen en welke gevolgen deze uitzonderingen hebben voorreizigers en concurrerende platforms? Zal Nederland bepleiten datuitzonderingen beperkt, objectief gerechtvaardigd en periodiek geëva-lueerd worden?De leden van de VVD-fractie constateren dat onafhankelijke verkoopplat-forms in de luchtvaart veel verder zijn ontwikkeld dan in de spoorsector.Welke lessen uit de luchtvaart zijn volgens het kabinet bruikbaar voor hetspoor en op welke punten zijn beide sectoren niet vergelijkbaar? Is hetkabinet ervan overtuigd dat de voorgestelde verordening voldoende is omdaadwerkelijk meerdere concurrerende platforms tot stand te brengen?Welke aanvullende voorwaarden zijn nodig om nieuwe aanbieders7 toegang te geven zonder kleinere partijen met onevenredige verplich-tingen te belasten?De leden van de VVD-fractie vragen welke mate van Europese technischestandaardisatie noodzakelijk is om data en tickets daadwerkelijk viaverschillende platforms toegankelijk te maken. Waarom acht het kabinetéén verplichte Europese standaard niet wenselijk? Welke onderdelenmoeten volgens het kabinet wel Europees worden gestandaardiseerd enhoe wordt gegarandeerd dat bestaande nationale systemen technischinteroperabel zijn?Verordening treinticketverkoop en herziening passagiersrechten spoorDe leden van de VVD-fractie zijn van mening dat een reiziger die via éénverkoopkanaal een internationale treinreis boekt, bij vertraging, uitval ofeen gemiste aansluiting niet zelf hoeft uit te zoeken welke vervoerder ofverkoper verantwoordelijk is. Dat zou op voorhand, voor vertrek, voorieder deel van de reis voor de reiziger duidelijk moeten zijn. Zet hetkabinet in op één duidelijk aanspreekpunt voor de reiziger gedurende degehele geboekte reis of eventuele delen ervan? Hoe worden aansprake-lijkheid, bijstand, omboeking en compensatie vervolgens eerlijk verdeeldtussen vervoerders, platforms en – indien relevant – infrastructuurbe-heerders? Welke rol en eventuele aansprakelijkheidspositie hebbeninfrastructuurbeheerders wanneer een verstoring door de infrastructuurwordt veroorzaakt? Is het kabinet bereid te onderzoeken of vervoerders indie situatie een regresmogelijkheid op de infrastructuurbeheerder moetenkrijgen?De leden van de VVD-fractie vragen of de verplichte toegang tot hetretailaanbod daadwerkelijk het volledige aanbod omvat, waaronderactietarieven, kortingen, abonnementen, loyaliteitsproducten en anderecommerciële producten die een vervoerder via zijn eigen kanalenaanbiedt. Hoe voorkomt het kabinet dat dominante of verticaal geïnte-greerde spoorwegondernemingen onafhankelijke verkopers slechtstoegang geven tot een beperkter of minder aantrekkelijk aanbod? Kan hetkabinet tevens toelichten hoe de voorgestelde 50%-regel in de Neder-landse markt zal worden toegepast? Gelden de transparantieregels voorin- en outbound-verkeer? Is NS de enige partij die onder de 50% regel valtvoor wie die verplichtingen geldt?De leden van de VVD-fractie constateren dat de verordening voorschrijftdat tickets uiterlijk vijf maanden voor vertrek beschikbaar moeten zijn. Hoewordt daarbij omgegaan met geplande werkzaamheden, nog nietdefinitief verdeelde capaciteit en onverwachte stremmingen? Wie bepaaltwat een realistische overstaptijd is en welke objectieve maatstavenworden daarvoor gehanteerd? Kan het kabinet zich ervoor inzetten datdeze normen vooraf duidelijk zijn, zodat reizigers en marktpartijen niet pasachteraf door een toezichthouder of rechter duidelijkheid krijgen? Hoe omte gaan men ongeplande stremmingen, die een overmacht-situatie voorde vervoerder en ook het platform creëren? Niet in alle landen zijn devervoerders ook spoorwegbeheerder. Vindt het kabinet dat ook despoorwegbeheerder een aansprakelijkheidspositie moet hebben, al is hetmaar bilateraal door middel van regres en/of verhaal door de vervoerder,als de vervoerder de reiziger moet compenseren? Het valt de leden van deVVD-fractie op dat de rol van de spoorwegbeheerder in het geheel niet ismeegenomen in het reizigerspakket terwijl die wel een bron vanvertraging of stremming kan zijn. Dit geldt ook voor de RPRR. Wat iseerlijk, redelijk en non-discriminatoir nu echt? Concreet voor de praktijk?Is de Minister bereid te pleiten voor een ex ante normering, in lijn met hetmededingingsrecht?8 De leden van de VVD-fractie vragen waarom voor de verordeningtreinticketverkoop en de herziening van de passagiersrechten eenbepaalde beleidsoptie wordt verkozen, terwijl de verdergaande optie meteen scherpere scheiding tussen verkoop en vervoer slechts beperkt wordtuitgewerkt. Kan het kabinet de voor- en nadelen van beide opties naderuiteenzetten, in het bijzonder wat betreft markttoegang, uitvoerbaarheid,regeldruk en het voorkomen van machtsmisbruik? Welke concretewaarborgen maken volgens het kabinet dat de voorkeursoptie inNederland daadwerkelijk tot een opener en concurrerender ticketmarktleidt? En waarom zou optie 4 een «brug te ver» zijn? Is dat omdat andersiedere marktwerking uit het spoorvervoer gaat, zij enkel vervoerderzouden zijn en er alleen concurrentie ontstaat tussen platforms?De leden van de VVD-fractie vragen hoe de voorstellen uitwerken voorbinnenlandse en regionale treinreizen. Deelt het kabinet de opvatting datde Europese voorstellen niet uitsluitend moeten worden beoordeeldvanuit nachttreinen en internationale verbindingen, maar ook moetenbijdragen aan een open Nederlandse markt voor de verkoop vanbinnenlandse treintickets? Welke aanpassingen zijn nodig om de huidigeNederlandse praktijk in overeenstemming te brengen met de voorgesteldeverordening? Welke afweging ligt ten grondslag ligt aan de Nederlandseonderhandelingsinzet? Het BNC-fiche gaat niet in op de vraag hoe desharing obligation zich verhoudt tot het Nederlandse Checking InChecking Out en OVpay-model. Ook niet op de positie van NS. Datmarktsegment zou toch ook onder de Verordening moeten vallen? Wat isde Nederlandse onderhandelingsinzet? Ook met betrekking tot de rol enpositie van MaaS-partijen? Hoe verhoudt zich dat tot het feit dat over ditprobleem al een procedure bij het CBb loopt? Is het kabinet voornemenshet «Nederlandse model» voor ticketdistributie als voorbeeld te blijvenpresenteren in de Europese onderhandelingen, ondanks dat dit modeldoor de rechter in een tussenuitspraak, door consumentenorganisaties endoor marktpartijen ter discussie wordt gesteld?De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet kan bevestigen dat desharing obligation van artikel 4 RTR ook geldt voor treinreizen die via hetcheck-in/check-out-mechanisme (OVpay) worden afgerekend? Is hetkabinet zich ervan bewust dat de Verordening slechts circa 2% tot 5% vanalle Nederlandse treinreizen raakt in plaats van vrijwel het volledigetreinverkeer, als dat niet het geval is? Deze leden behoeven hier verduide-lijking, omdat de Verordening ook ziet op nationaal treinverkeer. Dient desharing obligation zich uit te strekken tot het volledige retailaanbod vanvervoerders – inclusief kortingen, aanbiedingen en abonnementen? Zal dithet kabinetsstandpunt zijn in de onderhandelingen? Is de Minister bereidte pleiten voor een ex ante normering, in lijn met het mededingingsrecht?Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie welke concrete aanpassingenhet kabinet tijdens de onderhandelingen wil bereiken. Kan het kabinettoezeggen zich in te zetten voor een regeling die de positie van de reizigerdaadwerkelijk versterkt, eerlijke markttoegang voor nieuwe aanbiedersafdwingt, de keuzevrijheid van consumenten beschermt en tegelijkertijdvoorkomt dat vervoerders en platforms met onuitvoerbare verplichtingenof onevenredige kosten worden geconfronteerd?PRO-fractieDe leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda van de Informele Transportraad en constateren dat de Ameri-kaanse aanval op Iran tot grote verstoring heeft geleid van de aanvoer vanolie en fossiele brandstoffen. Samen met de toenemend effectieveresancties op Rusland leidt dit tot minder aanvoer van met name zwaardere9 oliën die geschikt zijn voor de productie van diesel en kerosine. Juist daarstegen en stijgen de prijzen. Wat kan Nederland en Europa beter doen omde economische gevolgen van onze olieafhankelijkheid te verminderen?Hoe voorkomen we, zo vragen de aan het woord zijnde leden, dat landendie die mogelijkheid hebben, brandstof hamsteren ten koste van anderelanden? Hoe wordt ingegrepen in de markt om speculatie en woeker tebestrijden en schaarste winsten/windfall bij de sector af te romen? En hoekan Europa of Nederland sturen op de raffinage prioriteiten, zodat deproductie van meer onmisbare diesel blijft gewaarborgd? Hoe voorkomtNederland of Europa, dat de hogere prijzen leidden tot prijsmaatregelendie vraag vergroten en daarmee de vraag en schaarste aanwakkeren? Isde Minister bereid om zich in te zetten voor een energieonafhankelijkEuropa, dat niet meer kwetsbaar is voor dit soort verstoringen?De leden van de PRO-fractie hechten veel waarde aan goed en betaalbaaropenbaar vervoer. Deze zomer was er, mede vanwege de hoge brandstof-prijzen, een NL-ticket waarmee reizigers voordelig met de trein kondenreizen tijdens de daluren. De hoge brandstofprijzen zijn niet voorbij, onderandere daarom vinden deze leden het verstandig om op nationaal enEuropees niveau het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren. Ishet kabinet van plan om hier bij de Informele Transportraad op in tezetten? Zo nee, waarom niet?De leden van de PRO-fractie hebben de afgelopen jaren veelvuldigaandacht gevraagd voor een eenvoudig en EU-breed ticketsysteem voorde trein. Er ligt nu eindelijk een voorstel voor het verbeteren van depassagiersrechten. Graag vernemen deze leden wat de inschatting van hetkabinet is ten aanzien van het verdere proces en tijdpad? En hoe gaat hetkabinet concreet stimuleren dat dit proces de komende tijd zo spoedigmogelijk wordt afgerond en niet verder wordt uitgekleed? Ziet het kabinetkans om in EU-verband hierbij met andere lidstaten nauw op te trekken?De leden van de PRO-fractie geven aan dat recent in de Kamer zorgen zijnbesproken over het feit dat de grensformaliteiten bij de Eurostar inAmsterdam de nodige belemmeringen kennen vanwege gebrekkigecapaciteit bij de KMar. Het kabinet heeft toegezegd om hiermee aan deslag te gaan. Kan een update gegeven worden over welke acties recen-telijk zijn ondernomen en of er concreet zicht is op een oplossing?CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie onderschrijven het belang van hetRoadworthiness Package en de bredere Europese inzet op verkeersvei-ligheid in het kader van Vision Zero.De leden van de CDA-fractie constateren dat fietsers in Nederland eenbijzonder kwetsbare groep vormen in het verkeer. In 2025 vielen759 verkeersdoden, waarvan 281 fietsers.1 Deze leden vragen hoe hetkabinet deze ontwikkeling betrekt bij de Nederlandse inzet in Europeesverband en in hoeverre binnen de verdere uitwerking van Vision Zerovoldoende aandacht is voor de veiligheid van fietsers. Deze leden vragendaarnaast welke mogelijkheden het kabinet ziet om binnen Europeseregelgeving meer aandacht te geven aan de interactie tussen gemotori-seerd verkeer en fietsers. Kan het kabinet aangeven welke Europesemaatregelen op dit terrein volgens Nederland prioriteit verdienen?1Fonds Slachtofferhulp. (2026). Verkeersdoden in Nederland: statistieken aantallen 2025.Verkeersdoden in Nederland: de cijfers van 2025.10 De leden van de CDA-fractie constateren dat Nederland met het Strate-gisch Plan Verkeersveiligheid en het Meerjarenplan Fietsveiligheid al inzetop veilige fietsinfrastructuur, veilige fietsen en het terugdringen vanrisicogedrag. Zij vragen hoe deze Nederlandse aanpak zich verhoudt totde Europese doelstellingen van Vision Zero en of het kabinet mogelijk-heden ziet om de Nederlandse kennis en ervaring met fietsbeleidnadrukkelijker in Europees verband te agenderen.De leden van de CDA-fractie hebben hiernaast kennisgenomen van deinzet van het kabinet ten aanzien van Automated Driving Systems (ADS)en de grensoverschrijdende «test beds» voor geautomatiseerdevoertuigen. Deze leden zien de potentiële bijdrage van geautomatiseerdvervoer aan de verkeersveiligheid en onderschrijven het belang vanEuropese samenwerking en harmonisatie van technische veiligheidseisen.Tegelijkertijd vinden deze leden het van belang dat lidstaten voldoenderuimte behouden om zelf te bepalen waar, wanneer en onder welkeoperationele voorwaarden geautomatiseerde voertuigen op de nationaleopenbare weg kunnen worden getest en ingezet. Dit is volgens deze ledenmede van belang omdat de verkeerssituatie, weginrichting, handhavingen positie van verschillende verkeersdeelnemers per lidstaat kunnenverschillen.De leden van de CDA-fractie vragen daarom in hoeverre de verdereEuropese samenwerking en harmonisatie op het gebied van ADSgevolgen kan hebben voor de huidige nationale bevoegdheden vanlidstaten. Kan het kabinet daarbij onderscheid maken tussen enerzijds deEuropese harmonisatie van technische eisen en typegoedkeuringen enanderzijds de bevoegdheid van lidstaten om voorwaarden te stellen aanhet testen en de daadwerkelijke inzet van geautomatiseerde voertuigen ophun openbare wegen? Kan het kabinet toelichten welke ruimte Nederlanden de RDW momenteel hebben om zelfstandig te bepalen waar, wanneeren onder welke voorwaarden dergelijke voertuigen in Nederland mogenworden getest of ingezet, en in hoeverre het kabinet verwacht dat dezenationale beoordelingsruimte door toekomstige Europese regelgeving kanworden beperkt?De leden van de CDA-fractie wijzen hierbij op de recente goedkeuring vanTesla’s FSD Supervised in Nederland, waarmee Nederland als eerste landin Europa het gebruik hiervan mogelijk heeft gemaakt. Hoewel het hierbijgaat om een rijhulpsysteem waarbij de bestuurder verantwoordelijk envoortdurend betrokken blijft en niet om volledig autonoom rijden, laatdeze casus volgens deze leden zien dat nationale beoordelingsruimte ookkan bijdragen aan een verantwoorde en voortvarende introductie vannieuwe technologie. Kan het kabinet toelichten welke nationale bevoegd-heden en Europese uitzonderingsmogelijkheden deze goedkeuringmogelijk hebben gemaakt? Acht het kabinet het wenselijk dat Nederlandook in de toekomst ruimte behoudt om, vooruitlopend op volledigeEuropese harmonisatie, dergelijke systemen onder specifiekevoorwaarden toe te laten of te testen? Op welke wijze wil het kabinet dezeruimte betrekken bij toekomstige Europese afspraken over ADS engrensoverschrijdende testomgevingen?De leden van de CDA-fractie onderschrijven daarnaast de inzet van hetkabinet om te komen tot een veilige en verantwoorde introductie vangeautomatiseerd vervoer en vinden het daarbij goed dat Nederland zichbinnen de UNECE niet alleen richt op technische regelgeving, maar ookaandacht vraagt voor aspecten als handhaving, wegbeheer, aansprake-lijkheid en rechtszekerheid. Deze leden vragen hoe het kabinet deze inzetde komende periode verder wil vormgeven en op welke wijze Nederlandbinnen de UNECE en in EU-verband concreet zal bijdragen aan verdere11 internationale afstemming op deze onderwerpen. Kan het kabinet daarbijtevens toelichten hoe wordt geborgd dat afspraken over technischeharmonisatie voldoende aansluiten bij de juridische en praktischevoorwaarden die nodig zijn voor een veilige inzet van geautomatiseerdevoertuigen in het Nederlandse verkeerssysteem?JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie constateren dat er tussen de lidstaten nogveel divergentie bestaat in de regelgeving rond geautomatiseerd vervoer.Deelt de Minister de opvatting dat het, gezien het vrije verkeer vanpersonen, verwarrend kan zijn voor bestuurders en vervoerders wanneerhet per lidstaat kan verschillen of zij de automatische besturing van hunvoertuigen mogen gebruiken? Betekent het feit dat niet alle lidstaten deintentieverklaring voor grensoverschrijdende testomgevingen hebbenondertekend, ook dat de lidstaten die niet hebben getekend daarmeetegenstander zijn van verdere toelating en ontwikkeling van geautomati-seerd vervoer? Zo ja, is de Minister bereid zich binnen EU-verband in tezetten om deze lidstaten op andere gedachten te brengen? Deelt deMinister de opvatting dat het in het Nederlands belang is om tot innova-tievriendelijke en op EU-niveau geharmoniseerde regelgeving voorgeautomatiseerd vervoer te komen? Zo ja, is hij bereid zich daar inEU-verband voor in te zetten? Hoe ziet de Minister een maatregel als hetwederzijds erkennen en toelaten van systemen voor autonoom rijden ende bijbehorende testvoertuigen? Kunnen er al stappen in deze richtingworden gezet voordat verdere Europese harmonisatie van toelating,vergunningverlening en veiligheidsvoorwaarden tot stand is gekomen?De leden van de JA21-fractie constateren dat het BNC-fiche RTR/RMB vanhet kabinet op de agenda staat. Gaat de RTR vragen dat álle soortentickets en reis producten, dus niet enkel het standaard e-ticket, verkochtkunnen worden? Zo ja, gaat ook CICO (Check-in, Check-out) reizen metOVpay hiermee onder de nieuwe regels vallen? Wat is de inzet van hetkabinet wat betreft CICO-reizen met OVpay? Is het huidige Nederlandsesysteem voorbereid op de situatie dat álle soorten tickets en reisproducten, dus inclusief CICO-reizen met OVpay, onder de nieuweRTR-regels gaan vallen? Zo nee, waar schiet de huidige situatie tekort?Betekenen de nieuwe RTR-regels dat álle marktpartijen ook op een gelijkspeelveld moeten kunnen deelnemen aan de verkoop en distributie vantreinreisproducten van vervoerders, inclusief reizen met korting, abonne-menten en tijdelijke aanbiedingen? Wat gaat de inzet van het kabinet zijnrondom dit thema?BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie onderschrijven het belang van het terug-dringen van het aantal verkeersslachtoffers. De ontwikkeling in Nederlandis zorgelijk: in 2025 vielen 759 verkeersdoden en de verwachting is dat hetaantal verkeersslachtoffers verder zal stijgen. Tegelijkertijd wijzen dezeleden erop dat nieuwe Europese regels wel uitvoerbaar en betaalbaarmoeten blijven. Zo past de voorgestelde verplichte NOx-controle,waarvoor eerst een opwarmrit nodig is, niet binnen het huidige Neder-landse APK-systeem. Kan de Minister aangeven welke inzet Nederlandkiest bij de verdere uitwerking van deze NOx-controle? Is de Ministerbereid zich te verzetten tegen verplichtingen waarvan de maatschappelijkemeerwaarde onvoldoende opweegt tegen de praktische en financiëlelasten voor automobilisten, garages en uitvoeringsorganisaties?De Europese Vision Zero richt zich naast voertuigtechniek en handhavingook op veiliger infrastructuur. Hoe voorkomt de Minister dat de Europeseen Nederlandse aanpak van verkeersveiligheid zich te sterk richt op12 nieuwe technische verplichtingen, terwijl investeringen in veilige wegenen infrastructuur minstens zo belangrijk zijn?De leden van de BBB-fractie zien kansen in geautomatiseerd vervoer,zeker waar personeelstekorten toenemen en het openbaar vervoer indunner bevolkte gebieden onder druk staat. Het kabinet kondigt pilots aanin openbaar vervoer en logistiek die juist op deze problemen wordengericht. Kan de Minister toelichten waar en op basis van welke criteriadeze pilots plaatsvinden? Worden daarbij nadrukkelijk ook landelijkegebieden en grensregio’s betrokken waar traditioneel openbaar vervoersteeds moeilijker rendabel te organiseren is? Nederland steunt daarnaastgrensoverschrijdende testgebieden. Daarbij wordt onder meer gekekennaar Europese afstemming over toelating, vergunningverlening, veilig-heidsvoorwaarden en wederzijdse erkenning van goedkeuringen, terwijlhet kabinet tegelijkertijd benadrukt dat de toelating van testvoertuigen eennationale bevoegdheid blijft. Hoe ver is Nederland bereid te gaan metwederzijdse erkenning van goedkeuringen? Kan de Minister bevestigendat Nederland ook bij verdere Europese harmonisatie zelfstandig blijftbeslissen welke geautomatiseerde voertuigen op de Nederlandseopenbare weg worden toegelaten?De leden van de BBB-fractie lezen dat spanningen in het Midden-Oostenleiden tot meer volatiliteit op de brandstofmarkt. Daarbij zorgen lagewaterstanden nu al voor knelpunten bij de aanvoer van brandstoffenvanuit de westelijke mainports naar de rest van Nederland.Welke risico’s ziet de Minister voor de bevoorradingszekerheid vantransportbedrijven en huishoudens buiten de mainportregio’s alsgeopolitieke verstoringen en lage waterstanden tegelijkertijd aanhouden?Welke concrete noodmaatregelen liggen klaar om te voorkomen dat juistbinnenvaart, wegtransport en regionale distributie in de knel komen?De leden van de BBB-fractie steunen het uitgangspunt dat een interna-tionale treinreis eenvoudiger geboekt moet kunnen worden. Reizigersmoeten verschillende aanbieders gemakkelijk kunnen vergelijken en ookbij een reis met meerdere vervoerders duidelijkheid houden over hunrechten. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de reikwijdte van hetEuropese passagierspakket veel breder is dan alleen internationalelangeafstandsreizen. De voorstellen kunnen ook gevolgen hebben voorbinnenlandse en regionale vervoerders, MaaS-aanbieders en onafhanke-lijke ticketverkopers. De rapporteursnotitie constateert dat nog nietduidelijk is of deze nationale gevolgen afzonderlijk in kaart wordengebracht. Is de Minister bereid vóórdat Nederland instemt met deuiteindelijke voorstellen afzonderlijk in kaart te brengen wat de gevolgenzijn voor Nederlandse regionale vervoerders, concessies enMaaS-aanbieders, inclusief de uitvoerings- en regeldrukkosten? Ookconstateren deze leden dat een belangrijke rol is weggelegd voor hetFRAND-principe, waarbij commerciële voorwaarden eerlijk, redelijk enniet-discriminerend moeten zijn. De ACM en verschillende marktpartijenwaarschuwen echter dat onduidelijkheid over deze open norm kan leidentot verschillende interpretaties, klachten, rechtszaken en extra uitvoerings-lasten. Hoe gaat de Minister voorkomen dat de open FRAND-norm in depraktijk leidt tot rechtsonzekerheid en extra uitvoeringslasten? ZetNederland erop in dat de voorwaarden voor toepassing van FRAND vóórinwerkingtreding zo concreet mogelijk op Europees niveau wordenvastgelegd?De leden van de BBB-fractie lezen daarnaast dat spoorvervoerders hunkaartverkoop vijf maanden voorafgaand aan de reis moeten openstellen.Zij wijzen erop dat regionale vervoerders voor hun dienstregeling medeafhankelijk kunnen zijn van capaciteitsverdeling, geplande werkzaam-13 heden en informatie van infrastructuurbeheerders die op dat moment nogniet altijd beschikbaar is. Welke gevolgen verwacht de Minister van dezeboekingstermijn voor regionale vervoerders? Is de Minister bereid zich inde onderhandelingen in te zetten voor voldoende flexibiliteit wanneervervoerders vijf maanden vooraf redelijkerwijs nog niet over debenodigde capaciteits- of infrastructuurinformatie beschikken?Tot slot constateren de leden van de BBB-fractie dat binnen het PlatformInternational Rail Passenger wordt gewerkt aan een Europees grensover-schrijdend spoornetwerk richting 2040. Daarbij staan onder anderedienstregelingen, capaciteit, materieel en grensoverschrijdende corridorscentraal. Kan de Minister aangeven hoe Nederland bij de ontwikkeling vandit netwerk voorkomt dat de aandacht uitsluitend uitgaat naar hogesnel-heidsverbindingen tussen grote steden? Hoe worden ook regionalegrensoverschrijdende spoorverbindingen meegenomen, juist voorinwoners en bedrijven in onze grensregio’s?Groep MarkuszowerDe leden van de Groep Markuszower lezen dat Nederland de EuropeseVision Zero-doelstellingen onderschrijft en zich actief inzet voor deimplementatie van de ITS-regelgeving. Dit terwijl het aantal verkeers-doden de laatste jaren is toegenomen en volgens prognose de komendejaren verder zal stijgen. Deze leden vragen zich af welke concreteresultaten de reeds ingezette en geïmplementeerde Europese verkeersvei-ligheidsmaatregelen en ITS-toepassingen in Nederland tot dusver hebbenopgeleverd.De leden van de Groep Markuszower zijn ontstemd over de prognosewaarin het aantal verwachtte verkeersdoden de komende jaren zaltoenemen. Deze leden willen weten welke aanvullende maatregelen deMinister noodzakelijk acht om de huidige negatieve ontwikkelingdaadwerkelijk te kunnen keren.De leden van de Groep Markuszower constateren dat het Roadworthinesspackage hoog op de agenda van het voorzitterschap staat. Voor de ledenstaat vast dat maatregelen teneinde minder uitstoot van voertuigen terealiseren doorgaans meer kosten met zich meebrengen. Deze ledenwillen daarom graag weten wat bij implementatie van dit pakket degevolgen zijn voor de kosten van aanschaf en onderhoud voorautokopers, en autobezitters, en welke financiële gevolgen dit heeft voorautogarages, dan wel autohandelaren.De leden van de Groep Markuszower lezen dat Nederland enerzijds belanghecht aan goede Europese afstemming en samenwerking op het gebiedvan geautomatiseerd vervoer, maar anderzijds benadrukt dat het toelatenvan testvoertuigen een nationale bevoegdheid moet blijven. Deze ledenvragen zich af hoe deze twee uitgangspunten zich tot elkaar verhouden enwaar volgens de Minister de grens tussen wenselijke afstemming ennationale bevoegdheid ligt op het gebied van geautomatiseerd vervoer.De leden van de Groep Markuszower lezen dat de situatie in het Midden-Oosten besproken zal worden tijdens de Informele Transportraad. Dezeleden maken zich zorgen over de prijs die Nederlanders momenteelbetalen voor een liter benzine of diesel en vinden dat het kabinet hiermoet ingrijpen. Deze leden willen weten welke mogelijkheden de Ministerziet om op nationaal en Europees niveau de hoge brandstof-, transport- envervoerskosten voor Nederlanders te verlagen.14 De leden van de Groep Markuszower constateren in diverse media datveel Nederlanders keuzes moeten maken in hun dagelijkse uitgaven endat sommigen zich zelfs genoodzaakt zien een afweging te maken tussenvervoerskosten en boodschappen. Voor deze leden is daarmee een grensbereikt. Zij willen weten of de Minister deze opvatting deelt en met welkeconcrete inzet hij de Informele Transportraad ingaat teneinde debrandstof-, transport- en vervoerskosten te verlagen voor Nederlanders.15
Bron, video en gesprek →0debatten
143bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: D66 (2025-11-12–heden) ·