AH 161 2026Z16942 Antwoord van minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 29 september 2026) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2948 1. Bent u bekend met het rapport 'Kinderen in armoede: het effect van een lege schooltas[voetnoot 1]' van Stichting Armoedefonds? Antwoord 1: Ja. 2. Hoe duidt u de bevinding dat het aantal hulpvragen van gezinnen met kinderen aan hulporganisaties toeneemt, heeft u cijfers die deze bevinding onderschrijven en zo ja, kunt u deze delen? Antwoord 2: Het kabinet neemt de signalen van hulporganisaties serieus. Dat lokale organisaties een toename zien in hulpvragen van gezinnen met kinderen vraagt aandacht. Tegelijk laat een toename van het aantal hulpvragen zich niet één op één vertalen naar een toename van kinderarmoede. De geregistreerde armoedecijfers, afkomstig van het CBS[voetnoot 2], laten namelijk geen stijging van de kinderarmoede zien. In 2024 groeiden 93.000 kinderen (2,8%) op in een arm gezin, gelijk aan 2023, en daarnaast leefden 245.000 kinderen (7,5%) in een bijna-arm gezin. Het CPB verwacht[voetnoot 3] dat de kinderarmoede verder daalt, naar 2,3% in 2027. Wel is de armoede over de gehele bevolking in 2024 voor het eerst in vijf jaar licht gestegen, naar 551.000 mensen (3,1%). Voor de toename van het aantal hulpvragen zijn verschillende verklaringen denkbaar die losstaan van een stijging van de armoede zelf. De organisaties binnen het samenwerkingsverband Sam& voor alle Kinderen wijzen bijvoorbeeld op de uitbreiding van het aantal aangesloten lokale stichtingen, verbreding van de doelgroep, aanpassing van inkomensnormen en een betere zichtbaarheid en vindbaarheid van het aanbod. Dat meer gezinnen hulp weten te vinden, kan er ook op wijzen dat bestaande drempels en niet-gebruik afnemen. Vanuit het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS) zet het kabinet in op kansengelijkheid voor kinderen, het eerder bereiken van mensen met geldzorgen en (beginnende) schulden, en het tegengaan van niet-gebruik van regelingen. 3. Hoe duidt u de bevinding dat het hebben van onvoldoende schoolspullen voor kinderen in armoede leidt tot het achteruitgaan van de leerprestaties? 4. Hoe duidt u de bevinding dat kinderen in armoede door onvoldoende schoolspullen in een aantal gevallen tijdelijk of volledig stoppen met school? Antwoord 3 en 4: Het is voorstelbaar, maar ook onacceptabel, dat armoedeproblematiek in een gezin van invloed kan zijn op de leerprestaties en schoolaanwezigheid van leerlingen. Het kabinet vindt het zorgelijk en onwenselijk als armoedeproblematiek leidt tot verslechterde onderwijsdeelname. Het kabinet zet in[voetnoot 4] op het zo vroeg mogelijk signaleren van financiële zorgen bij gezinnen om de nodige ondersteuning te kunnen bieden zodat achterstanden voorkomen worden. 5. Heeft u cijfers die zowel de bevindingen rondom het achteruitgaan van leerprestaties als de bevinding dat armoede ertoe leidt dat leerlingen tijdelijk of volledig stoppen met school onderschrijven, en zo ja, kunt u deze delen? Antwoord 5: Er zijn geen cijfers beschikbaar van achteruitgaande leerprestaties en schoolverzuim gerelateerd aan armoedeproblematiek binnen de Nederlandse context. We weten uit onderzoek wel dat leerlingen uit financieel kwetsbare gezinnen vaker worden belemmerd in het leren en ontwikkelen door omgevingsfactoren zoals financiële zorgen, stress en een instabiele thuisomgeving. Voor verzuim geldt dat het ministerie van OCW geen gegevens ontvangt over individuele redenen van verzuim. Met het wetsvoorstel terugdringen schoolverzuim, dat op 7 april jl. door uw Kamer is aangenomen[voetnoot 5], komt beter zicht op schoolverzuim. Met het voorstel krijgen gemeenten, samenwerkingsverbanden passend onderwijs en het ministerie informatie over het verzuim van de scholen (in hun gemeenten of regio). Het gaat hierbij om geaggregeerde informatie, die zij kunnen gebruiken om gericht scholen te ondersteunen bij hun verzuimbeleid en voor het evalueren van hun beleid voor het verbeteren van onderwijskansen. Zie ook het antwoord op vraag 7 hieronder. 6. Welke bestaande landelijke en gemeentelijke regelingen zijn er beschikbaar voor gezinnen die noodzakelijke schoolspullen niet kunnen betalen, hoeveel kinderen worden daarmee bereikt en zijn er volgens u nog knelpunten in het bereik of de toegankelijkheid daarvan? Antwoord 6: Onderwijs moet voor elk kind toegankelijk zijn. Wat betreft schoolspullen maken we onderscheid tussen fysieke leermiddelen, devices en overige schoolspullen. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs schaffen vanuit de bekostiging onder andere leermiddelen aan. Deze leermiddelen worden kosteloos aan leerlingen in het primair- en voortgezet onderwijs beschikbaar gesteld. Als een school gebruik maakt van digitaal lesmateriaal, dan is het de verantwoordelijkheid van de school om ervoor te zorgen dat iedere leerling hier gebruik van kan maken. In het primair onderwijs stellen scholen hiervoor bijvoorbeeld leenlaptops of laptopkarren beschikbaar. In het voortgezet onderwijs kunnen scholen een vrijwillige bijdrage vragen voor de aanschaf van een device. Als ouders een device niet kunnen of willen betalen, dient de school te zorgen voor een volwaardig alternatief zoals een gratis leenlaptop. De school kan ouders daarnaast wijzen op aanvullende financieringsmogelijkheden, bijvoorbeeld via Stichting Leergeld of regelingen van gemeenten. In het overgrote deel van de gevallen biedt dit of deze combinatie van mogelijkheden een goede oplossing. Uit onderzoek van OCW en SZW uit 2024 blijkt dat bestaande regelingen niet altijd de groep bereiken van werkende ouders met geldzorgen en gezinnen met meerdere kinderen, die het financieel zwaar hebben. Om deze doelgroep beter te bereiken heeft het ministerie van OCW in 2025 eenmalig 5 mln. euro subsidie verstrekt aan Stichting Leergeld Nederland. Een beperkt deel van deze middelen wordt gebruikt om de bekendheid van de beschikbare ondersteuning voor devices te vergroten. De middelen kunnen ook in 2026 worden ingezet voor de aanschaf van devices. In 2027 wordt uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van dit traject. Voor gezinnen die overige noodzakelijke schoolspullen niet kunnen betalen, bestaat een combinatie van gemeentelijk maatwerk en landelijke ondersteuning. Gemeenten hebben binnen hun armoede- en minimabeleid ruimte om ondersteuning te bieden en ontvangen hiervoor middelen via het Gemeentefonds. Zij bieden bijvoorbeeld kindpakketten[voetnoot 6], scholierenvergoedingen[voetnoot 7] en andere regelingen[voetnoot 8]; de precieze invulling verschilt per gemeente. Landelijk ondersteunt SZW vanuit het NPAS meerdere organisaties binnen het samenwerkingsverband Sam& voor alle kinderen, die kinderen in armoede helpen meedoen op school, sport en cultuur. Leergeld Nederland ondersteunt jaarlijks bijna 200.000 kinderen door kinderen te helpen aan een laptop, een fiets, rekenmachine of gymkleding. Het kabinet herkent dat de meest wel, maar helaas niet alle gezinnen de weg naar bestaande regelingen vinden, onder meer door schaamte en niet-gebruik. Daarom zet het kabinet in op laagdrempeliger bereik en eenvoudiger regelingen, onder andere via het NPAS. 7. Kunt u aangeven in hoeverre armoede als oorzaak wordt meegenomen bij de aanpak ongeoorloofd schoolverzuim en zo ja, kunt u aangeven of en waarom u de bijhorende route binnen de aanpak ongeoorloofd verzuim toereikend acht? Antwoord 7: Schoolverzuim kan een signaal zijn van achterliggende problemen, waaronder financiële problematiek (in het gezin).[voetnoot 9] Maar ook instabiele thuissituaties. Met het wetsvoorstel terugdringen verzuim zet dit Kabinet in op de verbetering van de preventieve aanpak van schoolverzuim. Er komt beter zicht op verzuim doordat scholen het verzuim in categorieën registreren en door informatie over het verzuim (geaggregeerd) te delen met onder meer gemeenten.[voetnoot 10] Daarnaast versterkt het voorstel het verzuimbeleid van scholen, onder meer door voor te schrijven dat scholen in hun verzuimbeleid opnemen hoe zij de oorzaken van verzuim analyseren, hoe ze samenwerken met de gemeente en hoe zij de leerplichtambtenaar betrekken bij zorgelijke signalen van verzuim. Deze maatregelen stellen scholen beter in staat om verzuim bijtijds te signaleren en, al dan niet in samenwerking met de leerplichtambtenaar, een leerling gericht hulp te bieden. Dat kan door hulp in te schakelen van schuldhulpverlening of een ander gemeente-initiatief gericht op armoedebestrijding. Op basis van de verzuiminformatie kunnen gemeenten, schoolbesturen en vertegenwoordigers van de kinderopvang en voorschoolse educatie bovendien gerichter hun Lokale Educatieve Agenda vormgeven, waarin zij gezamenlijk werken aan het verbeteren van onderwijskansen. 8. Ziet u mogelijkheden om signalen uit het rapport te verwerken in de aanpak ongeoorloofd verzuim en zo ja, hoe zou dat eruitzien? Antwoord 8: Het rapport laat zien dat schaamte over ontbrekende spullen kan bijdragen aan schoolverzuim. Het verlichten van die materiële tekorten kan die drempel verlagen. Vanuit het armoede- en schuldenbeleid ondersteunt het kabinet maatschappelijke organisaties die kinderen helpen om mee te doen op school, sport en cultuur (onder meer de partners van Sam& voor alle Kinderen). Door gezinnen te helpen aan noodzakelijke spullen, kan worden voorkomen dat kinderen vanwege schaamte en geldgebrek niet mee kunnen doen. Lokale hulporganisaties spelen hierin een belangrijke rol; het kabinet hecht waarde aan hun werk en ondersteunt dit onder meer via het NPAS. De aanpak schoolverzuim richt zich niet uitsluitend op leerlingen waarbij thuis sprake is van armoedeproblematiek. Omdat armoedeproblematiek wel ten grondslag kan liggen aan schoolverzuim zet dit Kabinet zich met verschillende programma’s in op het versterken van de positie van leerlingen uit (financieel) kwetsbare gezinnen, zie ook antwoord 7 en 9. Dit zou dan ook bij kunnen dragen aan het verminderen van schoolverzuim. 9. Welke aanvullende maatregelen ziet u, indien nodig, in het kader van armoedebestrijding om de schoolprestaties van deze kinderen te verbeteren en schoolverzuim af te laten nemen? Antwoord 9: Thuis, de omgeving en de plek waar een kind opgroeit zijn van invloed op de schoolloopbaan van leerlingen. Er zijn scholen met een populatie met veel leerlingen die opgroeien in een financieel kwetsbare omgeving. Deze scholen staan voor een grotere opgave om goed onderwijs voor al hun leerlingen te realiseren. Deze scholen kunnen gebruik maken van subsidieprogramma’s zoals School & Omgeving, de Brugfunctionaris en Schoolmaaltijden, om zo randvoorwaarden te creëren voor leerlingen om beter tot leren te komen. Hiervoor trekt het kabinet 650 miljoen euro uit. Deze programma’s maken dat scholen met oog voor individuele situaties de belemmeringen om tot leren te komen kunnen verminderen/verlagen. Op dit moment wordt via het wetsvoorstel Gelijke Leer- en Ontwikkelvoorwaarden gewerkt aan het omzetten van deze subsidies in structurele bekostiging. Daarnaast zet het kabinet in op het verminderen van de financiële druk op gezinnen, wat een voorwaarde is voor gelijke kansen op school. Dit gebeurt via het NPAS (bestaanszekerheid, eenvoud van regelingen, beter bereik en het tegengaan van niet-gebruik) en via de interdepartementale Aanpak Gezinnen in een Kwetsbare Positie, samen met gemeenten. Daarnaast werkt het kabinet aan een nieuwe kindregeling, waarin de kinderbijslag en het kindgebonden budget worden samengevoegd, gericht op meer zekerheid en eenvoud voor gezinnen. Door de bestaanszekerheid van gezinnen te versterken, draagt het kabinet bij aan de voorwaarden waaronder kinderen zich op school kunnen ontwikkelen. 10. Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat Armoede-en schuldenbeleid van 30 september 2026? Antwoord: Ja. Rapport: Kinderen in Armoede: Het Effect van een Lege Schooltas – Armoedefonds - augustus 2026 CBS: Leven in Armoede 2025 Concept-Macro Economische Verkenning (cMEV) 2027 | CPB Bijvoorbeeld middels de subsidieregeling brugfunctionaris of de vindplaatsenaanpak Kamerstuk 2026D32305 Kindpakket: extra mogelijkheden voor uw kind | Gemeente Enschede Tegemoetkoming school-, cultuur-, sportkosten | Gemeente Leidschendam-Voorburg Tegemoetkoming schoolkosten | Gemeente Haarlem Gubbels, J., van der Put, C. E., & Assink, M. (2019). Risicofactoren voor spijbelen en schooluitval: Een meta-analyse. Naast het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en samenwerkingsverbanden passend onderwijs.
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Judith Tielen
452debatten
15.511bijdragen
10.535interrupties
781.534woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2017-10-31–2025-06-18) ·