Goedkeuring van het op 18 november 2015 te Valletta tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Malta tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (Trb. 2015, 196 en Trb. 2016, 124) (36321)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
a2f221ee-93de-4a4f-98ce-068d2f35a1e0
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Staatssecretaris Van Rij: Dank, voorzitter. Het is inderdaad een bijzonder moment om in deze vergadering met de bijzonder gedelegeerden van de Staten van Curaçao te spreken over het belastingverdrag tussen Curaçao en Malta. Ik zal op een aantal concrete vragen ingaan, in de eerste plaats op die van mevrouw Van Eijk. Zij vroeg: waarom is voor het eerste belastingverdrag niet gekozen voor buurlanden van Curaçao of voor landen in de regio waarmee veel handel wordt gedreven, zoals de Verenigde Staten, Venezuela of Colombia? Waarom Malta? Zoals de minister zojuist terecht heeft gezegd, is Curaçao op fiscaal gebied autonoom. Curaçao kiest zelf met welke landen het een belastingverdrag wil sluiten. Ik kan er wel iets algemeens over zeggen. Belastingverdragen zijn er natuurlijk om dubbele belasting te voorkomen. Het voorkomen van dubbele belasting over winst of inkomen leidt in de regel tot meer economische betrekkingen en handel; dat kan ook in de vorm van dienstverlening. Nederland liep altijd voorop als het hierom gaat. In 1928 sloten wij het eerste belastingverdrag met Duitsland. Overigens is dat nooit in werking getreden. Nederland was natuurlijk een handelsland en was als klein land gebaat bij het sluiten van belastingverdragen om dubbele belasting te voorkomen. Dat is precies de situatie waar Curaçao nu ook voor staat, zoals ook is toegelicht door de gedelegeerden. Curaçao is sinds 10-10-10 een van de vier landen in het Koninkrijk. Die landen kunnen zelfstandig belastingverdragen sluiten. Dit is het eerste belastingverdrag. Dat dat gebeurt met Malta, is een eigen keuze. Ik kan me daar ook wel iets bij voorstellen, in die zin dat het ook om andere gebieden gaat. Curaçao is net als de andere eilanden — het gaat dus niet alleen om de landen, maar ook om Caribisch Nederland, want we hebben Europees Nederland en Caribisch Nederland — een zogenoemde small island state. Het ligt eigenlijk best wel voor de hand dat je naar gelijkwaardige partners zoekt, die vergelijkbare problematiek hebben en waar ook kansen liggen. Ook over allerlei andere onderwerpen zoeken small island states elkaar op. Dat Curaçao zelf een verdragennetwerk wil opbouwen, kunnen wij alleen maar toejuichen. Het is voor landen als de Verenigde Staten van belang om te zien of landen zoals Curaçao ook een verdragennetwerk hebben. Last but not least nog een van de punten die naar voren kwam. Nederland heeft 94 belastingverdragen gesloten ter voorkoming van dubbele belasting. Wat is nu de winst van het MLI? Ik zal daar straks nog op ingaan. In de preambule van het MLI staat namelijk: het gaat niet alleen om het voorkomen van dubbele belasting, maar ook om het voorkomen van dubbele niet-belasting, waarbij een land gebruikt wordt of zich laat gebruiken om helemaal geen belasting te betalen. In die zin is dit verdrag heel belangrijk als het gaat om het eventueel tegenaan van belastingontwijking. Dat wil ik nog met nadruk zeggen. Dat is natuurlijk het gevolg van de discussie in de OESO nadat de G20 in 2009, na de financiële crisis, de OESO de opdracht had gegeven om belastingontwijking tegen te gaan. Daar is de BEPS, de Base Erosion and Profit Shifting, in 2015 uit voortgevloeid, en als gevolg daarvan in 2017 de MLI's. In die zin voldoet dat verdrag volledig aan dat MLI. Ik kom straks nog wel even op de technische vragen daarover als het gaat om het deponeren bij de OESO. Voorzitter. Er was ook nog een vraag over het scheepsregister. Daar heeft de minister al antwoord op gegeven, maar ik zal nog ingaan op het fiscale aspect. Veel landen hebben een specifiek regime voor scheepvaart. Kijk naar Europees Nederland: wij hebben dat ook, met de tonnageregeling. Dat geldt ook voor Malta. Landen hebben de vrijheid om zo'n regime zelf vorm te geven. In een belastingverdrag spreek je af welk land het heffingsrecht heeft en welk land dat niet heeft. Dat geeft alleen maar duidelijkheid. Je wil juist voorkomen dat er misbruik van wordt gemaakt. Daarvoor worden die minimumstandaarden geïmplementeerd. Ook derde landen kunnen deze toepassen als zij een verdrag met Malta met de minimumstandaarden hebben. Voorzitter. Dan de vraag van de heer Idsinga over de Maltese gokindustrie. Zijn die 350 gamebedrijven, waarvan gokbedrijven een belangrijk deel uitmaken, echt op Malta gevestigd of zijn dat pure brievenbusmaatschappijen? In aanvulling op het antwoord van de minister en ook onze schriftelijke antwoorden ga ik in op het fiscale aspect van de brievenbusmaatschappijen. Het belastingverdrag tussen Curaçao en Malta is op bedrijven in de goksector op dezelfde manier van toepassing als op andere bedrijven. "Brievenbusmaatschappijen" is natuurlijk een begrip geworden, maar in de fiscale wereld gaat het om de vraag of een vennootschap die ergens gevestigd is voldoende substance heeft of niet. Of is het inderdaad alleen maar een brievenbus waar de post wordt opgehaald? Ik kan niet anders constateren dan dat op zowel Malta als Curaçao — Curaçao was van oorsprong misschien een offshoreland, ook als het om de financiële sector gaat — door de ontwikkeling die ik net heb beschreven, met OESO en BEPS, heel veel bedrijven hun offshorevennootschappen met weinig substance hebben teruggehaald, onder meer naar Nederland, maar ook naar andere landen. Ze zijn onshore gegaan. Vandaar dat Curaçao, uiteraard ook met het vertrek van de oliemaatschappij, zoekt naar economische kansen, bijvoorbeeld toerisme, zoals is uitgelegd. Je kan nog steeds wat betekenen in de economische sector, mits je aan de substance voldoet. Dat is in het belang van Curaçao. De minister van Financiën van Curaçao, waar ik meerdere malen mee gesproken heb de afgelopen tweeënhalf jaar, is zich daar zeer wel van bewust en heeft daarom ook die taskforce ingesteld. Uiteindelijk gaat Curaçao er natuurlijk zelf over, net zo goed als Nederland daar zelf over gaat. Maar wij zien dus een positieve ontwikkeling. Dat geldt ook voor Europees Nederland, waar de heer Idsinga terecht op gewezen heeft. Tien jaar geleden zaten wij in de categorie belastingparadijs, maar inmiddels niet meer. Dat hebben we wel multilateraal geregeld in de EU, maar Nederland heeft in een aantal gevallen daar zelf een kop op gezet met eigen beleid. Het is uiteraard aan Curaçao. Ik zie dat Curaçao daar de juiste stappen aan het doen is. Het is ook niet in het belang van Curaçao om op een grijze lijst te blijven staan. Voorzitter. De heer Idsinga had ook nog een vraag over de belastingdiensten van Curaçao en Malta: gaan zij zelf actief de principal purpose test toepassen? Of zijn het juist de derde landen die een beroep kunnen doen op die principal purpose test? Curaçao en Malta hebben zich net als Nederland gecommitteerd aan noodzakelijke maatregelen om belastingontwijking te kunnen aanpakken. Die principal purpose test is natuurlijk een belangrijke maatregel in belastingverdragen. Die zorgt ervoor dat landen geen verdragsvoordelen hoeven te geven als, kortgezegd, een constructie of transactie vooral gericht is op dat belastingvoordeel, zoals bijvoorbeeld het afzien van bronheffingen zonder goede economische redenen. Dat is in het MLI afgesproken. Dat is het gevolg van BEPS. Dat staat dus goed in dit verdrag. De vraag is echter of de principal purpose test kan worden toegepast door de belastingdiensten. En dat is zo. Zij zouden verdragsvoordeel, zoals het afzien van bronheffingen, toepassen als deze antimisbruikbepaling is opgenomen in het belastingverdrag. Als het gaat om bronheffingen van landen die in een verdrag met Malta hebben afgesproken daarvan af te zien, dan is het aan de belastingdienst van dát land om al dan niet die principal purpose test in te zetten. Ik noem een voorbeeld. Laten we zeggen dat Malta een verdrag heeft met Egypte. Ik weet niet of dat zo is. Maar stel dat in dat verdrag geen principal purpose test staat. Als er dan een transactie tussen Egypte, Malta en Curaçao is, dan is dat natuurlijk aan de belastingdienst van Malta. Overigens is het dan aan Curaçao en Malta om daarop toe te zien. Dat kan heel goed, want er is natuurlijk altijd overleg tussen de belastingdiensten van die twee landen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: In de eerste plaats ben ik het er niet mee eens dat dit het absolute minimum is. Wat Curaçao en Malta doen, is het MLI van toepassing verklaren. Wist u dat van die 94 landen waar Europees Nederland een belastingverdrag mee heeft, er rond de 50 landen zijn die het MLI niet eens willen ondertekenen of op dit moment hebben ondertekend? U heeft het over het absolute minimum, maar ik zou willen zeggen: Malta en Curaçao staan híér — zie mijn gebaar — terwijl nog heel veel landen in de wereld dat MLI om allerlei redenen níét tekenen. We moeten het als verdragspartner heel zuiver houden. Nederland heeft gelukkig wel met heel veel landen dat MLI, maar met sommige landen, zoals met Duitsland, hebben wij bilateraal de antimisbruikbepalingen. Daar heb je gradaties in. Maar u begint híér, bij de top. U wilt de hoogste norm aan Curaçao en Malta opleggen, zo begrijp ik uit deze vragen, gebaseerd op wat belastingwetenschappers zeggen. Dat zijn wetenschappers, en vanuit de studeerkamer is het altijd makkelijk oordelen hoe de echte wereld in elkaar zit. Ik zeg: Curaçao en Malta staan híér — zie mijn gebaar — waar Nederland nog een aantal lastige gesprekken heeft met andere verdragspartners om daar te komen. Uiteindelijk willen we natuurlijk die norm hoger hebben, maar daar moeten we naartoe groeien. Dat is mijn antwoord daarop. Ik zie het ook als een duidelijke eerste stap. Curaçao zal ongetwijfeld met de andere landen belastingverdragen willen sluiten, zoals ook is aangegeven door de gedelegeerden. Wij kunnen daar in de kennisuitwisseling met elkaar over van gedachten wisselen, maar het is aan het land Curaçao zelf om te beslissen wat het wel of niet doet. Ik constateer dat ze helemaal niet aan de onderkant zitten. Sterker nog, dit verdrag heeft een beetje een aparte voorgeschiedenis gehad. Maar ik begrijp wel dat er op de rem is getrapt in 2015, want toen werden de BEPS-actiepunten, waarbij "BEPS" staat voor "Base Erosion and Profit Shifting", bekend in de OESO. Nederland is in 2017 akkoord gegaan met het MLI en heeft dat in 2019 geratificeerd. Dat is precies wat Curaçao en Malta ook gedaan hebben.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: Ons verdragennetwerk is bekend bij de heer Idsinga. Ik heb hem heel hoog zitten. Hij weet precies dat wij qua antimisbruikbepalingen verder willen gaan in verdragen. Dat doen wij ook om de goede naam die Nederland nu internationaal heeft, overeind te houden. Dat doen wij ook om vooral de echte handel en dienstverlening door dit land te laten stromen, en geen geld aan te trekken dat er alleen maar in komt en weer uit gaat zonder substance. Uiteraard heb je dat in jouw verdragenbeleid staan, maar dat wil nog niet zeggen dat je wat je wil ook meteen de volgende dag bereikt hebt. Zo werkt het niet bij verdragen en onderhandelingen. It takes two to tango.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: Kort en goed. Wat ik bedoelde te zeggen, is het volgende. Ik lees ook altijd met grote belangstelling het Weekblad Fiscaal Recht. Ik heb dat ook heel hoog zitten. Alleen, u deed een beroep op de belastingwetenschappers. Dat heb ik echt willen nuanceren. Want nogmaals, de norm ligt hoog en dat is ook de norm waar Nederland natuurlijk naartoe wil, net zo goed als andere landen. Maar de praktijk is nog een andere. U bracht het in verband met Curaçao en Malta. Ik wilde echt even scherp gesteld hebben dat ik dat niet juist vond. Het leek namelijk net alsof u de suggestie wekte — misschien heb ik u verkeerd begrepen — dat Curaçao en Malta op dat hoge niveau moeten zitten, terwijl ze duidelijk al boven het onderste niveau zitten. Ze hebben het MLI. Ik heb ook gezegd dat Europees Nederland zelf ook nog met een aantal landen gesprekken te voeren heeft om te kijken of wij die hogere norm, die inderdaad in ons internationale verdragsbeleid staat, kunnen realiseren.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: In één zin: het is niet het allerlaagste niveau, want het allerlaagste niveau is als je het MLI niet getekend en geratificeerd hebt. Zo is het wel. Zo is het echt.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: Nogmaals, ik ga niet treden in de overwegingen en de afwegingen die de regering van Curaçao en de Staten van Curaçao maken. Het verdrag met San Marino komt hier overigens ook aan de orde als u dat wilt. Ik wil alleen maar zeggen dat ik het beeld wil tegenspreken dat Curaçao geen been heeft bij getrokken. Dat hebben ze zeer nadrukkelijk wel gedaan bij de verdragen, niet alleen qua capaciteit maar ook qua voldoen aan de internationale standaarden. Ik heb net aangegeven dat dat ook nog eventueel een trapje hoger kan, maar dat is aan Curaçao. Als Curaçao tegen ons zegt "Nederland, we zouden graag met jullie kennis willen uitwisselen, hoe zijn jullie tot dat kader van het internationaleverdragennetwerk gekomen?", dan zijn wij natuurlijk graag bereid om uit te leggen waarom wij wel naar hogere normen streven.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: Ik kijk even naar de vragen die ik nog heb liggen. Ik heb nog een vraag liggen, maar die heeft de minister al beantwoord. Dat was een vraag van mevrouw Van Eijk en de heer White over meer investeringen. De andere vraag van mevrouw Mercelina gaat ook over de economische relatie. Daar zijn de minister en ikzelf op ingegaan. Dan de vraag of het gemonitord wordt. Ook hier past grote terughoudendheid van Nederland, vind ik. Het zou, op zijn zachtst gezegd, toch wel heel apart zijn als Nederland belastingverdragen gaat monitoren van Curaçao. Curaçao moet dat zelf monitoren. Curaçao valt net als Europees Nederland gewoon onder de peerreview van de OESO. Daar willen ze aan voldoen. Dat hebben we net gehoord. Daar voldoen ze ook aan. Op zijn zachtst gezegd past het dan niet, ook niet in het kader van het Statuut, dat Nederland — lees: de staatssecretaris van Financiën — een aparte monitoring op Curaçao loslaat. Verder heb ik al gezegd dat Curaçao er natuurlijk zelf ook alles aan doet om van de grijze lijst af te komen. Dat is alleen maar toe te juichen. Voorzitter. De heer Vlottes had nog een hele technische vraag. Hij vroeg: klopt het dat het belastingverdrag gebaseerd is op intussen gedateerde concepten uit 2005 en 2010? Dan heeft hij het met name over de winstallocatie bij de vaste inrichting en over dat dat niet in lijn is met de door de OESO geautoriseerde benadering. Ik kan het heel ingewikkeld en technisch maken, maar dat ga ik niet doen, voorzitter. Ik zie u namelijk al een beetje streng kijken naar mij. Ook hier hebben de landen de keuze. Het is niet zo dat de OESO dat oplegt. Het is een terechte constatering van de heer Vlottes, maar ook hierbij is het weer aan Curaçao zelf, maar ook aan de verdragspartijen waar zij mee te maken hebben, om te kijken of ze de door de OESO geautoriseerde benadering in de verdragen kunnen krijgen. Ook hier wijs ik er weer op dat Europees Nederland ook belastingverdragen heeft met landen die in het verdrag niet voldoen aan de door de OESO geautoriseerde benadering. Dat zijn er best nog wel wat. Voorzitter, de laatste technische vraag en dan ben ik klaar. Die vraag was ook van de heer Vlottes. Hij vroeg: hoe snel moet de MLI-notificatie gebeuren om dit verdrag voor MLI aan te melden? Ik ga er gewoon van uit dat na de ratificatie van dit verdrag, ook door dit parlement, de Tweede en de Eerste Kamer, het in het belang van Curaçao en Malta is om dat aan te melden bij het OESO-secretariaat en de notificatieprocedure te volgen. Curaçao heeft ook toegezegd dit te doen. Dat gebeurt uiteraard in samenspraak met het Nederland ministerie van Buitenlandse Zaken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: Ik ga er volledig van uit dat dat gebeurt, want nogmaals, het is in het belang van Curaçao en Malta om dat te doen. Het is in het belang van beide landen om dat te doen. Uiteraard zal Curaçao dat netjes aan ons melden. Die procedure loopt in overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: Voorzitter, dank. Ik moet eerst even iets rechtzetten. Ik heb kennelijk in de eerste termijn gesproken over een mevrouw Mercelina, maar dat moet de heer Mercelina zijn. Excuses daarvoor. Nu de motie, die op stuk nr. 11. Voordat ik de appreciatie zal geven, hecht ik eraan om te zeggen hoe de binnen de OESO afgesproken procedure gaat. Curaçao maakt onderdeel uit van het Inclusive Framework van de OESO. De OESO maakt altijd eens in de zoveel tijd een peerreview. Dat is actiepunt 6 van BEPS. Dan wordt er heel goed gemonitord of de verdragen die gesloten zijn door alle landen die onder de OESO en dat Inclusive Framework vallen, ook daadwerkelijk worden nagekomen. Het is naar mijn mening niet juist als wij nu als Nederland nog een extra evaluatie gaan doen, want dat gebeurt al in OESO-verband in het kader van het Inclusive Framework. Nederland doet dat met geen enkel ander land. Nederland maakt wel afspraken in belastingverdragen en er zijn contacten. Dan zouden we dit nu dus gaan opleggen aan Curaçao terwijl het om een verdrag gaat tussen Curaçao en een derde land. Dat lijkt mij volstrekt onjuist. Dus we zouden deze motie willen ontraden, maar ze kan natuurlijk ook nog ingetrokken worden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: Dat is natuurlijk een vraag die de minister primair moet beantwoorden, maar u heeft uit mijn formulering precies kunnen halen hoe de minister en ondergetekende daarin staan. Ik heb bewust de formulering gekozen dat dan de indruk zou kunnen ontstaan dat Nederland iets oplegt aan Curaçao, wat het zelf niet doet met belastingverdragen die het sluit, over een belastingverdrag dat een autonoom land in het Koninkrijk, Curaçao, met Malta sluit. Ik ga verder geen staatsrechtelijke bespiegelingen doen over het Statuut, maar ik denk dat er geen woord Spaans bij zat.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: Conta bai!
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Van Rij: Laatste woord hierover. De peerreview wordt gewoon gepubliceerd en kan gewoon aan het parlement, aan de Staten van Curaçao worden gestuurd. Dat is transparantie ten top. Als Europees Nederland hebben we onze recente peerreview gedeeld toen wij met de Kamer discussieerden over het internationale fiscale beleid. Voorzitter. Ik ben benieuwd wat de motie dan gaat inhouden. Dat wachten wij met belangstelling af, maar van de kant van het kabinet zijn we denk ik heel duidelijk geweest.
Bron, video en gesprek →