KamerkringInloggen
Mohammed Mohandis

Officieel Kamerprofiel

Mohammed Mohandis

PRO →
0debatten
1.084bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2026-06-09) · PvdA (2022-06-02–2023-10-26) · PvdA (2012-09-20–2017-03-22) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
30 sep 2026 · Kamerstuk

INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over de stand-van-zakenbrief over Villa ExpertCare, waarin tevens wordt ingegaan op de uitvoering en stand van zaken van de aangenomen moties over Villa ExpertCare[voetnoot 2]. De voorzitter van de commissie, Mohandis Adjunct-griffier van de commissie, Heller Inhoudsopgave Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie Reactie van de minister Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie danken de minister voor de brief over de stand van zaken omtrent Villa ExpertCare (VEC). Daartoe hebben deze leden nog enkele vragen. De leden van de D66-fractie lezen dat er periodiek contact is met de cliëntenraad om kennis te nemen van hun zorgen en signalen. Kan de minister toelichten hoe vaak dit contact plaatsvindt? Vindt dit contact plaats met de gehele cliëntenraad, of met een vertegenwoordiger? Is de cliëntenraad ook in de gelegenheid om tussentijds signalen kenbaar te maken, of is dit enkel mogelijk tijdens de overleggen? De minister geeft in haar brief aan dat het onzeker is of voor alle 25 cliënten die nog geen passende vervolgplek gevonden hebben, tijdig een passende plek kan worden gerealiseerd. Dit baart de leden van de D66-fractie grote zorgen. Daartoe vragen deze leden of de minister kan toelichten of er nog ontwikkelingen uit het gesprek tussen de minister, B. Braun en het bestuur van VEC gekomen zijn op 23 september? Daarnaast lezen de leden van de D66-fractie dat er op korte termijn een gesprek zal plaatsvinden tussen zorgverzekeraars en zorgkantoren, onder regie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met ondersteuning van de onafhankelijke intermediair, om met de sector voor medische kindzorg en gehandicaptenzorg in gesprek te gaan om gezamenlijk tot oplossingen te komen voor de nog niet bemiddelde cliënten. Op welke wijze wordt de Kamer hierover geïnformeerd? Op welke termijn kan dit verwacht worden? De leden van de D66-fractie lezen ook dat de cijfers over cliënten die nog geen passende vervolgplek hebben, om meerdere redenen kunnen veranderen en regelmatig geverifieerd en geactualiseerd moeten worden. Daartoe vragen deze leden op welke wijze de minister voornemens is de Kamer te informeren wanneer er veranderingen plaatsvinden in het aantal kinderen dat nog geen passende vervolgplek heeft. De leden van de D66-fractie lezen dat er nog één potentiële overnamekandidaat is, maar dat de minister nog geen aangepast voorstel heeft ontvangen. Op welke wijze wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang in het proces rondom deze potentiële overnamekandidaat? De leden van de D66-fractie constateren deze schrijnende situatie in de toekomst absoluut voorkomen moet worden. Daarbij vragen deze leden de minister hoe zij kijkt naar de wijze waarop de intensieve medische kindzorg voor deze kinderen nu is georganiseerd. Hoe reflecteert de minister op de verdeling in taken en verantwoordelijkheden tussen de NZa, zorgverzekeraars, zorgkantoren, VEC en het ministerie? Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de minister van 22 september jl. Zij danken de minister voor haar brief en hebben nog enkele vragen. De leden van de VVD-fractie lezen bij punt 2 dat er nog 25 cliënten zijn waarvoor nog bemiddeld moet worden. Kunnen de leden daaruit opmaken dat er voor 25 kinderen nog geen passende plek is gevonden? Zo nee, kan de minister aangeven hoeveel kinderen nu nog geen passende plek hebben gevonden? Hoeveel voortgang is er de afgelopen maanden geboekt om deze kinderen een passende plek te geven? Waarom lukt dit op het moment niet? De leden van de VVD-fractie lezen bij punt 4 dat er gesprekken zijn met een potentiële overnamekandidaat. Kan de minister aangeven voor hoeveel kinderen hier plek zal zijn en hoeveel kinderen blijven dan nog zonder plek zitten? De leden van de VVD-fractie lezen tevens in punt 4 dat de deadline door de overnamekandidaat niet gehaald is. Op het moment van de brief heeft de minister nog geen reactie ontvangen. Kan de minister aangeven of zij inmiddels al wel een reactie heeft ontvangen? Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de stand-van-zakenbrief over Villa ExpertCare. Allereerst zouden zij willen benadrukken dat zij het onaanvaardbaar vinden dat kinderen die afhankelijk zijn van intensieve medische zorg en hun ouders opnieuw worden geconfronteerd met een einddatum, terwijl passende vervolgzorg nog niet voor ieder kind is geregeld. Achter de voortgangscijfers staan gezinnen die al maanden niet weten waar zij aan toe zijn. Voor deze leden staat voorop dat ieder kind de noodzakelijke zorg blijft ontvangen en dat ouders niet worden gedwongen de gevolgen van bestuurlijke en financiële keuzes op te vangen. Zij hebben nog enkele vragen en opmerkingen. De leden van de PRO-fractie verzoeken de minister om een tijdlijn vanaf de eerste aankondiging van de voorgenomen sluiting van de zorgvilla’s tot het moment van beantwoording. Kan zij hierin de data opnemen van de gesprekken en afspraken met VEC, B. Braun, zorgverzekeraars en zorgkantoren? Kan zij per gesprek aangeven welke concrete afspraken zijn gemaakt, wie verantwoordelijk is voor de uitvoering, welke termijn is afgesproken en wat de huidige status is? Welke afspraken zijn niet of niet tijdig nagekomen, wanneer werd dit duidelijk en welke vervolgstappen heeft de minister daarop gezet? De leden van de PRO-fractie lezen dat de minister bij alle betrokken partijen blijft aandringen op maximale inzet om de nog niet bemiddelde kinderen zo snel mogelijk van een passende oplossing te voorzien en de zorgoverdracht zorgvuldig af te ronden. Kan zij nader toelichten hoe dit er concreet uitziet in de praktijk: op welke wijze dringt zij aan op maximale inzet? Over welke instrumenten beschikt zij, indien dit niet het gewenste resultaat bereikt? Kan tevens nader omschreven worden hoe deze maximale inzet eruit zou zien: wat vraagt dat van elk van de betrokken partijen? Welke concrete resultaten moeten zij binnen welke termijn bereiken en wie grijpt in wanneer afspraken niet worden nagekomen? In het eerdere schriftelijke overleg over Villa ExpertCare hebben de leden van de PRO-fractie, samen met de fracties van ChristenUnie, SGP en PvdD, al gevraagd hoe wordt getoetst of zorgverzekeraars en zorgkantoren hun zorgplicht daadwerkelijk nakomen en welke interventiemogelijkheden de NZa heeft. Kan de minister aangeven hoe deze toetsing inmiddels in de praktijk plaatsvindt, welke tekortkomingen daarbij zijn vastgesteld en welke maatregelen daarop zijn gevolgd? De leden van de PRO-fractie vragen de minister nader uiteen te zetten wat de zorgplicht van zorgverzekeraars en zorgkantoren volgens haar concreet betekent voor de kinderen en gezinnen die afhankelijk zijn van VEC. Welke verplichtingen vloeien hieruit voort ten aanzien van de tijdigheid, beschikbaarheid, kwaliteit en passendheid van de vervolgzorg? Wanneer is volgens de minister aan deze zorgplicht voldaan: bij het aanbieden van een mogelijke vervolgplek of pas wanneer de benodigde passende zorg daadwerkelijk beschikbaar is? Kan zij per betrokken zorgverzekeraar en zorgkantoor aangeven of de NZa heeft vastgesteld dat aan de zorgplicht wordt voldaan? Indien dit nog niet is vastgesteld, wanneer gebeurt dit dan? Welke gevolgen verbindt de minister eraan wanneer maandenlange bemiddeling niet leidt tot passende zorg? Kan het ontbreken van voldoende aanbod volgens haar rechtvaardigen dat kinderen noodzakelijke zorg verliezen of ouders deze noodgedwongen zelf moeten overnemen? Welke maatregelen moeten zorgverzekeraars en zorgkantoren in zo’n situatie treffen om alsnog aan hun zorgplicht te voldoen, waaronder het organiseren of financieren van aanvullend zorgaanbod? De leden van de PRO-fractie lezen dat er nog steeds een tweewekelijks overleg plaats vindt met de NZa, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), zorgverzekeraars en zorgkantoren, waarin onder andere eventuele knelpunten bij de zorgoverdracht worden besproken. Welke knelpunten zijn het meest recent gesignaleerd en welke mogelijke oplossingsrichtingen zijn besproken? Welke daarvan zijn daadwerkelijk ingezet en welke knelpunten blijven bestaan? Daarnaast lezen de leden van de PRO-fractie dat er periodiek contact is met de cliëntenraad om kennis te nemen van hun zorgen en signalen. Wanneer is er voor het laatst contact geweest met de cliëntenraad en kan nader toegelicht worden op welke concrete wijze hun zorgen en signalen worden meegenomen in het proces? Krijgt de cliëntenraad teruggekoppeld welke acties naar aanleiding van deze signalen worden ondernomen? Hoe worden verschillen tussen de informatie van ouders en die van VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren onderzocht en opgelost? De leden van de PRO-fractie lezen dat de onafhankelijke intermediair na haar aanstelling de situatie in kaart heeft gebracht en aanbevelingen heeft gedaan voor het vervolg. Kan de minister deze aanbevelingen met de Kamer delen en aangeven welke nog niet zijn uitgevoerd en waarom? Op welke wijze is de effectiviteit van de overleggen tussen betrokken partijen verbeterd en op basis waarvan is dit merkbaar, in het bijzonder ook voor de cliënten van VEC? Heeft ieder gezin inmiddels een vast aanspreekpunt dat verantwoordelijk is voor de voortgang en aanspreekbaar is wanneer een oplossing uitblijft? De leden van de PRO-fractie vragen hoeveel kinderen inmiddels daadwerkelijk zijn overgedragen naar passende vervolgzorg. Kan de minister bij de categorie van 55 kinderen onderscheid maken tussen gerealiseerde zorgoverdrachten, definitief afgesproken overdrachten en oplossingen die uitsluitend nog in beeld zijn? Hoeveel kinderen ontvangen na overdracht de volledige benodigde zorg en voor hoeveel kinderen is slechts een gedeeltelijke of tijdelijke oplossing beschikbaar? Kan zij daarnaast de actuele stand geven voor de kinderen voor wie nog geen passende vervolgplek is gevonden? Hoe wordt verzekerd dat het oordeel van ouders over de passendheid van de vervolgzorg herkenbaar in dit overzicht wordt opgenomen? De leden van de PRO-fractie wijzen op de motie-Westerveld c.s. waarin wordt verzocht de mogelijkheden van ouders en de behoefte van het kind leidend te laten zijn bij de beoordeling of een aanbod passend is. Hoe wordt deze motie bij iedere individuele zorgoverdracht toegepast? Worden daarbij de benodigde specialistische deskundigheid, het aantal dagen en nachten zorg, de reisafstand, passend vervoer en de draagkracht van het hele gezin betrokken? Wie beoordeelt de passendheid wanneer ouders en de betrokken organisaties hierover van mening verschillen? Welke onafhankelijke ondersteuning krijgen ouders daarbij? Kan de minister bevestigen dat instemming met een vervolgplek onder druk van dreigend zorgverlies niet zonder meer betekent dat deze plek daadwerkelijk passend is? De leden van de PRO-fractie lezen dat de locatie Wezep naar aanleiding van het IGJ-rapport aanvullende verbetermaatregelen heeft genomen. Welke maatregelen zijn dit en wat zijn de gevolgen hiervan voor de cliënten? Kan nader toegelicht worden wanneer er noodzaak zou zijn voor acuut ingrijpen vanuit de IGJ? Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de kwaliteit en veiligheid van zorg bij VEC en de personele capaciteit en continuïteit? Welke concrete normen en termijnen hanteert de IGJ bij het beoordelen van de verbeteringen? Hoe wordt voorkomen dat pas wordt ingegrepen wanneer de veiligheid van kinderen al in gevaar is gekomen? Wordt bij het toezicht ook betrokken of zorguren worden verminderd, logeerzorg uitvalt of ouders noodgedwongen meer zorg overnemen? De leden van de PRO-fractie herinneren aan de motie-Westerveld c.s. over het in dienst houden van personeel tot 31 december 2026 om tijd en rust te creëren voor een passende oplossing, eventueel via een overname. Welke afspraken zijn hiervoor gemaakt en worden deze nagekomen? Hoe wordt voorkomen dat juist voor de kinderen met de meest complexe zorgvraag onvoldoende ervaren personeel overblijft? Welke maatregelen worden getroffen om gespecialiseerde medewerkers en hun kennis te behouden, ook wanneer zorg wordt overgenomen door andere aanbieders? De leden van de PRO-fractie hebben tevens kennisgenomen van het feit dat VEC per brief bekend heeft gemaakt de zorg per 1 januari 2027 te beëindigen. Reden hiervoor is dat B.Braun niet langer bereid is de financiële middelen beschikbaar te stellen. Zij betreuren deze handelswijze van VEC en B.Braun en maken zich ernstige zorgen over de schade aan de kinderen en ouders. Hoe verhoudt deze aangekondigde beëindiging zich tot de eerder gemaakte afspraak dat de zorg wordt voortgezet totdat voor ieder kind een passende vervolgplek is gevonden? Welke juridische status heeft deze afspraak en welke mogelijkheden bestaan om VEC en B. Braun aan hun verplichtingen te houden? Is onderzocht of de aangekondigde opzegging van de zorgovereenkomsten rechtmatig is zolang passende vervolgzorg ontbreekt? Wie ondersteunt ouders bij het beschermen van hun rechtspositie? De leden van de PRO-fractie vragen welke juridische mogelijkheden inmiddels zijn onderzocht om VEC en B. Braun aan te spreken op het niet nakomen van afspraken en verplichtingen. Kan de minister onderscheid maken tussen de verantwoordelijkheden van de zorgaanbieder, de investeerder, het bestuur en de Raad van Commissarissen, en per partij aangeven op welke juridische grondslag optreden mogelijk is? Zijn een ingebrekestelling, het vorderen van nakoming en een spoedprocedure onderzocht? Welke mogelijkheden hebben de minister, toezichthouders, zorgverzekeraars en zorgkantoren daarbij ieder vanuit hun eigen bevoegdheden of contractuele positie? Welke stappen zijn daadwerkelijk gezet en waarom zijn andere mogelijkheden niet benut? De leden van de PRO-fractie vragen tevens of is onderzocht of VEC, B. Braun of andere betrokken partijen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die voortvloeit uit het niet nakomen van hun verplichtingen. Kan de minister daarbij ingaan op extra zorg- en vervoerskosten, inkomensverlies van ouders en eventuele gezondheidsschade? Onder welke omstandigheden kan aansprakelijkheid van bestuurders of interne toezichthouders aan de orde zijn? Is daarnaast onderzocht of extra kosten die zorgverzekeraars, zorgkantoren of de overheid moeten maken op verantwoordelijke partijen kunnen worden verhaald? Deze leden vragen de minister hierover een juridische beoordeling met de Kamer te delen, zo nodig vertrouwelijk. Hoe wordt voorkomen dat ieder gezin afzonderlijk een langdurige en kostbare juridische procedure moet voeren om zijn rechten te beschermen? De leden van de PRO-fractie vragen welke zorg vanaf 1 januari 2027 beschikbaar is voor ieder kind voor wie dan nog geen passende vervolgplek is gerealiseerd. Deze leden ontvangen signalen dat voor sommige gezinnen het noodscenario bestaat uit een crisisplek, maar dat deze pas beschikbaar komt wanneer beide ouders uitvallen en de zorg voor hun kind niet meer kunnen leveren. Herkent de minister deze signalen? Klopt het dat gezinnen eerst volledig moeten vastlopen voordat deze zorg beschikbaar wordt gesteld? Hoe verhoudt dit zich tot de zorgplicht en het voorkomen van overbelasting van ouders? Deelt de minister de opvatting dat het uitvallen van beide ouders nooit een voorwaarde mag zijn voor toegang tot noodzakelijke vervangende zorg? Welke maatregelen neemt zij om deze gezinnen te ondersteunen vóórdat een crisis ontstaat? De leden van de PRO-fractie vragen daarnaast welk concreet noodscenario voor ieder nog niet bemiddeld kind wordt voorbereid, wie daarvoor verantwoordelijk is en wanneer ouders daarover worden geïnformeerd. Kan de minister toezeggen dat deze kinderen niet zonder noodzakelijke zorg komen te zitten en dat ouders niet worden gedwongen ontbrekende professionele zorg zelf te leveren totdat zij daartoe fysiek of mentaal niet meer in staat zijn? Hoe wordt gewaarborgd dat een noodvoorziening aansluit bij de specialistische zorgbehoefte van het kind en dat een tijdelijke crisisplek niet zonder voldoende waarborgen voor onbepaalde tijd voortduurt? De leden van de PRO-fractie wijzen op de grote onzekerheid waarin de ouders de afgelopen tijd hebben moeten leven door het handelen van VEC en B. Braun, en op de gevolgen die dit kan hebben, bijvoorbeeld in de vorm van een burn-out of traumagerelateerde klachten. Herkent de minister signalen van ouders die met ernstige klachten kampen als gevolg van de situatie bij VEC? Waar kunnen ouders die wegens de ontstane situatie kampen met depressieve klachten of klachten van een burn-out terecht voor hulp? Wordt deze ondersteuning actief aangeboden en is voldoende vervangende zorg beschikbaar om ouders daadwerkelijk de gelegenheid te geven hulp te ontvangen en te herstellen? Worden ook de gevolgen voor broers en zussen betrokken? Welke mogelijkheden hebben ouders die noodgedwongen moeten stoppen met werken of minder moeten werken doordat hun kind niet meer terechtkan bij VEC? Wie helpt deze gezinnen bij dreigend inkomensverlies en welke mogelijkheden bestaan om extra kosten of schade te verhalen? Is de minister bereid dit voor de betrokken ouders inzichtelijk te laten maken, zodat zij dit niet ieder afzonderlijk hoeven uit te zoeken? De leden van de PRO-fractie lezen daarnaast dat de minister op 23 september jl. in gesprek gesproken heeft met B. Braun en het bestuur van VEC. Kan nader toegelicht worden hoe dit gesprek is verlopen en wat besproken is? Welke concrete toezeggingen zijn gedaan over voortzetting van de zorg, financiering, personeelsbehoud en medewerking aan een eventuele overname? Zijn deze afspraken schriftelijk vastgelegd en wanneer worden ouders hierover geïnformeerd? De leden van de PRO-fractie lezen dat de Raad van Commissarissen (RvC) van VEC op 17 september jl. op ambtelijk niveau is aangesproken. Heeft de RvC inmiddels naar aanleiding hiervan actie ondernomen? Welke concrete maatregelen heeft de RvC van het bestuur verlangd om de belangen van kinderen en ouders te beschermen, en binnen welke termijn moeten deze worden uitgevoerd? Indien de RvC geen actie heeft ondernomen, welke vervolgstappen zet de minister dan? Deze leden vragen tevens naar de stand van het in de motie-Bikker c.s. gevraagde onafhankelijke onderzoek naar de werkwijze van B. Braun, de verplichtingen van private zorginvesteerders en de naleving van de wettelijke verplichtingen tegenover de cliëntenraad. Wanneer ontvangt de Kamer de uitkomsten en hoe worden deze betrokken bij het aanspreken van het bestuur, B. Braun en intern toezicht? Worden de bevindingen ook betrokken bij de beoordeling of juridische stappen of aansprakelijkstelling mogelijk zijn? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? De leden van de PRO-fractie vragen welke mogelijkheden nog bestaan voor een overname van de zorgverlening. Is inmiddels een aangepast voorstel ontvangen van de resterende overnamekandidaat en welke ondersteuning wordt geboden om tot een uitvoerbaar plan te komen? Kan de minister de juridische beoordeling delen die ten grondslag ligt aan haar conclusie over staatssteun? Welke alternatieve mogelijkheden voor rechtmatige financiering of ondersteuning zijn onderzocht? Welke afspraken kunnen zorgverzekeraars en zorgkantoren maken om noodzakelijke capaciteit beschikbaar te houden? Deze leden vragen daarbij te voorkomen dat een mogelijke oplossing uitsluitend strandt op bekostigingsproblemen die ook andere aanbieders van medische kindzorg raken. De leden van de PRO-fractie wijzen op de motie-Westerveld c.s. over versnelling van het kostenonderzoek en een toekomstvisie voor integrale medische kindzorg. Welke concrete versnelling is met de NZa afgesproken en wanneer zijn de eerste bruikbare resultaten beschikbaar? Welke maatregelen kunnen vooruitlopend daarop worden genomen om te voorkomen dat meer specialistische voorzieningen verdwijnen? Hoe worden ouders, professionals en kleinschalige aanbieders betrokken bij de toekomstvisie? Hoe worden daarin passende huisvesting, maatschappelijk vastgoed, geschoold personeel en voldoende geografische spreiding uitgewerkt? Wanneer wordt medische kindzorg overeenkomstig de motie als afzonderlijk specialistisch beleidsveld erkend, en hoe krijgt dit concreet vorm binnen het ministerie? De leden van de PRO-fractie wijzen tot slot op de motie-Westerveld c.s. over aanvullende wettelijke interventiebevoegdheden bij ernstig wanbestuur van een zorginstelling[voetnoot 3]. Deze motie vraagt om wetgeving waarmee tijdelijk de regie kan worden overgenomen of een onafhankelijke bestuurder kan worden aangesteld, en om informatie aan de Kamer vóór de VWS-begrotingsbehandeling. Welke voorbereidingen zijn hiervoor inmiddels getroffen? Kan de minister bevestigen dat zij de Kamer binnen de gevraagde termijn informeert en dat het uitwerken van deze bevoegdheden niet wordt uitgesteld totdat de casus VEC is afgerond? Welke aanvullende bescherming acht zij nodig om te voorkomen dat kinderen en ouders opnieuw afhankelijk worden van de bereidheid van een commerciële partij om essentiële zorg voort te zetten? De leden van de PRO-fractie vragen tot slot hoe de minister voorkomt dat een vergelijkbare situatie zich opnieuw voordoet. Welke tekortkomingen in vroegsignalering, toezicht, bekostiging en de verdeling van verantwoordelijkheden moeten volgens haar worden aangepakt? Welke maatregelen neemt zij nu al, zonder de afronding van de evaluatie af te wachten? Hoe wordt eerder gesignaleerd dat een aanbieder van moeilijk vervangbare specialistische zorg wil stoppen, en wie moet vervolgens binnen welke termijn handelen? Is de minister bereid te onderzoeken hoe kan worden geborgd dat bij voorgenomen beëindiging tijdig een uitvoerbaar continuïteitsplan wordt opgesteld, met betrokkenheid van de cliëntenraad, voldoende financiering en behoud van personeel? Hoe voorkomt zij dat een aanbieder of investeerder zich terugtrekt terwijl de gevolgen bij kinderen en ouders terechtkomen? Deze leden vragen om een concreet plan met maatregelen, verantwoordelijke partijen en termijnen, zodat lessen uit VEC daadwerkelijk leiden tot betere bescherming van patiënten en gezinnen. Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De leden van de PVV-fractie hebben de brief van de minister gelezen. Villa ExpertCare wil per 1 januari 2027 stoppen, terwijl voor 25 kinderen nog geen passende vervolgplek is gevonden. Ouders is steeds gezegd dat de zorg pas stopt als die plek er is. Ook de minister schrijft nu dat het onzeker is of dat vóór het einde van het jaar lukt. Wat gebeurt er op 1 januari met een kind dat dan nog geen plek heeft? Wie levert de zorg, waar kan het kind terecht en wie betaalt die zorg? Welke noodscenario’s liggen klaar voor kinderen voor wie geen plek wordt gevonden? Zijn die met de ouders en de cliëntenraad besproken en vinden zij die scenario’s ook werkbaar? Daar komt nog een risico bij. Wat gaat de minister doen als een personeelstekort ertoe leidt dat VEC al vóór 1 januari niet meer veilig voor deze kinderen kan zorgen? Waar kunnen zij dan terecht? Hoe houden VEC, de zorgverzekeraars, de zorgkantoren en de IGJ de personele bezetting op de twee overgebleven locaties in de gaten, en wanneer grijpen zij in? De minister zou op 23 september jl. met B. Braun en het bestuur van VEC spreken. Wat heeft dat gesprek opgeleverd? Is B. Braun bereid de zorg voort te zetten totdat ieder kind een passende plek heeft? Welke afspraken zijn daarover gemaakt en zijn die vastgelegd? VEC wijkt volgens de minister opnieuw af van een eerdere afspraak. Welke juridische mogelijkheden ziet zij om VEC daaraan te houden? Kan VEC de zorgovereenkomst van een kind opzeggen als voor dat kind geen vervolgzorg beschikbaar is? Zijn verzekeraars en zorgkantoren bereid daar zo nodig tegen op te treden? De minister schrijft dat met juridische en financiële druk uitvoering wordt gegeven aan de motie-Bikker[voetnoot 4]. Welke druk is er concreet uitgeoefend en wat heeft die opgeleverd? Wat heeft de Raad van Commissarissen gedaan nadat VWS hem op 17 september jl. op zijn verantwoordelijkheid heeft gewezen? Heeft de RvC de opzegging van de zorgovereenkomsten besproken of tegengehouden? De cliëntenraad wijst op eerdere kritiek van de IGJ en de Ondernemingskamer op de raad. Wat vindt de minister daarvan? In de brief staat dat voor 55 kinderen een vervolgplek is gevonden of op korte termijn wordt voorzien. Dat zijn twee verschillende dingen. Hoeveel kinderen krijgen inmiddels daadwerkelijk passende vervolgzorg en voor hoeveel is er alleen zicht op een plek? Wanneer is die plek beschikbaar? En voor hoeveel van de overige 25 kinderen is er nog helemaal geen oplossing in beeld? Wie bepaalt of de nieuwe plek voor een kind passend is? Wordt daarbij ook gekeken naar de reistijd en wat de ouders en het gezin aankunnen? Wat gebeurt er als ouders de aangeboden plek niet passend vinden? Telt een tijdelijke noodoplossing, extra zorg thuis of een plek die pas later beschikbaar komt mee als passende vervolgzorg? De minister schrijft dat een al gevonden plek alsnog niet passend kan blijken. Hoeveel kinderen betreft dit en blijven zij dan in het overzicht staan totdat er een nieuwe oplossing is? De motie-Maeijer[voetnoot 5] vraagt om een onafhankelijk, vanuit het perspectief van het kind en de ouders vastgesteld en verifieerbaar overzicht van de zorgoverdracht van alle kinderen. De cliëntenraad stelt dat Project Herberg met 40 kinderen begon en dat de situatie van de andere gezinnen niet steeds rechtstreeks bij de ouders is gecontroleerd. Klopt dat? Zijn alle 80 gezinnen inmiddels door een onafhankelijke partij benaderd om te controleren of er daadwerkelijk passende zorg is? Zo nee, hoe kan de minister dan zeggen dat aan de motie uitvoering is gegeven? Hoe worden kinderen van ouders die geen toestemming voor deelname aan Project Herberg gaven in dit overzicht meegenomen? De cliëntenraad zegt graag te willen deelnemen aan de projectgroep van Project Herberg, maar zit daar niet aan tafel. Sinds het brede overleg is opgeheven, wordt de cliëntenraad naar eigen zeggen vooral achteraf bijgepraat. Waarom is de cliëntenraad niet betrokken bij de gesprekken waarin per kind naar een oplossing wordt gezocht? Wanneer komt er weer een overleg waarin ook de cliëntenraad namens de ouders kan meepraten? De cliëntenraad zegt dat de nieuwe overlegstructuur half september zou worden geëvalueerd. Vanuit de cliëntenraad is aangegeven dat de overlegstructuur onvoldoende effectief is en dat met de cliëntenraad aan tafel bij Herberg een efficiencyslag gemaakt zou kunnen worden. Daarop wordt niet ingegaan. Waarom niet? Hoe zorgt de minister dat signalen van ouders tijdig worden besproken en dat er ook iets mee gebeurt? Ook over de verantwoordelijkheid voor Project Herberg is volgens de cliëntenraad onduidelijkheid. De onafhankelijke intermediair zit de stuurgroep voor en VEC zegt geen eigenaar meer te zijn, terwijl andere partijen VEC wel als eigenaar zien. VEC betaalt bovendien de kosten van het project. Wie heeft formeel de opdracht gegeven, wie betaalt, wie neemt besluiten en wie kan ingrijpen als de zorgbemiddeling vastloopt? Kan de minister uitsluiten dat VEC als partij die de zorg wil beëindigen nog beslissende invloed heeft op de beoordeling van passende vervolgzorg? Als Project Herberg geen oplossing vindt voor 31 december 2026, wie is dan verantwoordelijk voor de zorg van die kinderen? Hoe lang loopt Herberg nog door nadat VEC van het toneel is verdwenen? Is dat totdat er voor alle 80 kinderen van VEC daadwerkelijk een passende oplossing is gevonden? De zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben een zorgplicht. Wat is tijdens de overleggen van 7 en 18 september afgesproken over extra plekken, personeel, geld en termijnen? Wie is aanspreekbaar als een passende plek uitblijft? Wanneer zal de NZa optreden als een verzekeraar of zorgkantoor zijn zorgplicht niet waarmaakt? De cliëntenraad wijst erop dat er voor een deel van de kinderen simpelweg geen bestaande plek is om naartoe te bemiddelen. De leden van de PVV-fractie vragen de minister daarom niet alleen naar de zoektocht naar plekken, maar ook naar het creëren ervan. Welke bestaande aanbieders kunnen op korte termijn extra plekken openen en wat hebben zij daarvoor nodig? Wie zorgt dat dit gebeurt, hoeveel plekken levert dat op en wanneer? Is tijdelijke financiering mogelijk zolang het kostprijsonderzoek van de NZa loopt? VEC schrijft dat op 13 juli over een vangnetstichting is gesproken. Wat is daarmee gebeurd en waarom is er nog geen besluit genomen? VEC schrijft dat de verliezen in 2026 cumulatief oplopen tot ongeveer 8 miljoen euro en dat de tarieven berusten op een kostenonderzoek over 2014. Kloppen die cijfers? Hoeveel van het tekort komt door de tarieven en hoeveel door de bedrijfsvoering en keuzes van VEC? Wanneer hebben VWS, de NZa en de verzekeraars voor het eerst van de financiële problemen en de voorgenomen sluiting gehoord? De cliëntenraad betwist dat VEC vóór het sluitingsbesluit voldoende heeft gedaan om een oplossing te zoeken en personeel te behouden. Hoe beoordeelt de minister dat? VEC meldt ook dat een andere aanbieder per 31 december stopt met medische kindzorg met verblijf. Is dit bekend en hoeveel plekken verdwijnen daarmee? Tot slot vragen de leden naar de moties-Maeijer[voetnoot 6] over de toekomst van specialistische kindzorg. De minister kondigt onderzoeken aan die tot de zomer van 2027 duren, terwijl er nu kinderen zonder zorg dreigen te komen zitten. Waarom duurt de uitvoering van deze moties zo lang? Wat gaat zij dit jaar al doen om die zorg te behouden en nieuwe plekken mogelijk te maken? Wanneer krijgt de Kamer een concreet plan met maatregelen en termijnen? Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de stand-van-zakenbrief over Villa ExpertCare en hebben hierover nog een enkele vraag. Deze leden vragen of de minister de Kamer wil informeren over de uitkomsten van het gesprek met B. Braun en VEC over de voorgenomen sluiting per 1 januari 2027. Deze leden lezen dat voor 25 kinderen nog geen passende vervolgplek gevonden is. Deze leden vragen hoe zorgverzekeraars en zorgkantoren de komende weken invulling geven aan hun zorgplicht om tot een oplossing te komen, en aan welke mogelijke oplossingen op dit moment gewerkt wordt. Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie De leden van de BBB-fractie hebben met grote betrokkenheid kennisgenomen van de brief over de stand van zaken rondom Villa ExpertCare. Deze leden leven intens mee met de kinderen en hun ouders, die na een toch al moeilijke periode opnieuw in grote onzekerheid verkeren over de toekomst van hun zorg. Juist deze gezinnen, die al zoveel te dragen hebben, verdienen rust, zekerheid en passende zorg. De leden van de BBB-fractie spreken hun waardering uit voor de grote inzet van de minister en alle betrokken partijen om voor ieder kind een passende oplossing te vinden. Deze leden vragen de minister om bij de mogelijke overname van Villa ExpertCare werkelijk alle mogelijkheden te onderzoeken. De minister geeft aan dat het compenseren van eventuele exploitatietekorten gedurende maximaal drie jaar vanwege staatssteunregels niet mogelijk is. Kan de minister nader toelichten welke specifieke staatssteunregels hieraan in de weg staan en welke alternatieve financieringsmogelijkheden zijn onderzocht? Is bijvoorbeeld gekeken naar leningen, andere vormen van tijdelijke financiële ondersteuning of mogelijkheden via zorgverzekeraars en zorgkantoren? Welke juridische en financiële ruimte bestaat er om een overname alsnog mogelijk te maken, zonder dat de continuïteit van zorg voor deze kwetsbare kinderen in gevaar komt? Tot slot lezen deze leden dat de potentiële overnamekandidaat nog geen aangepast voorstel heeft ingediend. Heeft het ministerie inmiddels contact opgenomen met deze kandidaat om te achterhalen waar het op vastloopt en of een aangepast voorstel nog te verwachten is? Zo nee, is de minister bereid dit alsnog op korte termijn te doen en daarbij actief te onderzoeken welke ondersteuning nodig is om tot een haalbaar overnameplan te komen? Deze leden benadrukken dat iedere mogelijkheid om deze kinderen en hun ouders zo snel mogelijk duidelijkheid en zekerheid te bieden, serieus moet worden onderzocht. Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de minister over Villa ExpertCare. Zij maken zich grote zorgen over de dreigende sluiting van de zorgvilla’s en het gebrek aan daadkracht van de minister en hebben hierover nog een aantal kritische vragen en opmerkingen. De leden van de SP-fractie lezen dat de minister “bij alle betrokken partijen [blijft] aandringen op maximale inzet om de nog niet bemiddelde kinderen zo snel mogelijk van een passende oplossing te voorzien en de zorgoverdracht zorgvuldig af te ronden”. Is de tijd van aandringen niet al lang voorbij, aangezien dit tot nu toe heel weinig heeft opgeleverd? Wanneer gaat de minister daadwerkelijk ingrijpen om de puinhoop die de marktwerking bij deze zorg heeft aangericht op te ruimen? De leden van de SP-fractie lezen dat de minister “het stuitend [vindt] dat B. Braun en VEC dit besluit nemen en daarmee opnieuw afwijken van de eerder gemaakte afspraak om zorg te blijven leveren totdat voor ieder kind een passende vervolgplek is gevonden”. In hoeverre reflecteert zij ook op haar eigen rol hierin, door steeds te vertrouwen op afspraken met het commerciële bedrijf dat keer op keer haar eigen commerciële belangen voor de belangen van de kinderen stelt? De leden van de SP-fractie vragen de minister wanneer zij gaat ingrijpen via bijvoorbeeld bestuursdwang om ervoor te zorgen dat de laatste twee locaties van ExpertCare niet sluiten, aangezien deze plekken onmisbaar zijn. Het kan toch geen optie zijn om deze locaties te sluiten als na alle inzet vanuit project Herberg voor de meerderheid van de kinderen (25 van de 40) nog steeds geen alternatief is gevonden? De leden van de SP-fractie vragen de minister tot slot wat er nu gebeurt voor de groep kinderen die nog niet in zorg waren bij VEC, maar voor wie nu ook onvoldoende plaatsen zijn door de patiëntenstop bij VEC. De leden van de SP-fractie lezen dat de minister vanwege staatssteunregels niet bereid is om de overname van ExpertCare te faciliteren. Is de minister het ermee eens dat dit er niet voor mag zorgen dat de locaties alsnog sluiten, ondanks dat er een alternatief is om ze wel open te houden? Hoe gaat de minister er dan voor zorgen dat deze locaties niet sluiten? De leden van de SP-fractie lezen dat “zal worden bezien welke lessen uit de casus kunnen worden getrokken voor de borging van de continuïteit van zorg en voor de verantwoordelijkheden en interventiemogelijkheden van de verschillende betrokken partijen”. Is de minister het ermee eens dat de conclusie in ieder geval kan worden getrokken dat marktwerking voor dit type zorg niet werkt? Reactie van de minister 7 2026Z19560 Kamerstuk 24 170, nr. 419 Kamerstuk 24 170, nr. 421 Kamerstuk 24 170, nr. 413 Kamerstuk 24 170, nrs. 394 en 414

Bron, video en gesprek →