KamerkringInloggen
Mohammed Mohandis

Officieel Kamerprofiel

Mohammed Mohandis

PRO →
0debatten
1.084bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2026-06-09) · PvdA (2022-06-02–2023-10-26) · PvdA (2012-09-20–2017-03-22) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
24 jun 2026 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202625 424Geestelijke gezondheidszorgNr. 801 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 24 juni 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, de vaste commissie voorVolksgezondheid, Welzijn en Sport en de vaste commissie voor Binnen-landse Zaken hebben op 9 april 2026 overleg gevoerd met de heerHeerma, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,mevrouw Hermans, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,mevrouw Sterk, Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, en deheer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid, over:−de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 11 december 2025 inzake voortgang aanpakverward/onbegrepen gedrag (Kamerstuk 25 424, nr. 772);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 15 december 2025 inzake voortgang Werkagenda Aanslui-ting forensische zorg en reguliere zorg (Kamerstuk 33 628,nr. 112);−de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 16 december 2025 inzake rapport «Klem inhet systeem» van het Toezicht Sociaal Domein (Kamerstuk34 477, nr. 93);−de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 2 april 2026 inzake kabinetsreactie op rapport«Klem in het systeem» van het Toezicht Sociaal Domein(Kamerstuk 34 477, nr. 94). kst-25424-801ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 8011 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,EerdmansDe voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,MohandisDe voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,KistemanDe griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,Van TilburgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 8012 Voorzitter: Van der PlasGriffier: Van TilburgAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Coenradie, Diederik vanDijk, Ten Hove, Mathlouti, Van der Plas, Straatman, Struijs, Wendel enWesterveld,en de heer Heerma, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties, mevrouw Hermans, Minister van Volksgezondheid, Welzijn enSport, mevrouw Sterk, Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, ende heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen allemaal, en welkom bij dit commissiedebat over verwarden onbegrepen gedrag. Ik wil de bewindspersonen van harte welkomheten. We hebben maar liefst vier bewindspersonen in deze Kamervandaag. Dat is best wel uniek, maar dat komt ook doordat dit eenonderwerp is dat veel domeinen raakt. Ik wil de Minister van Binnen-landse Zaken, de heer Heerma, de Minister van Volksgezondheid,mevrouw Hermans, de Minister van Langdurige Zorg, mevrouw Sterk, ende Minister van Justitie en Veiligheid, de heer Van Weel, van hartewelkom heten bij dit debat. We hebben tot 13.00 uur vanmiddag. Dat zijndrie uurtjes. Welkom ook aan de leden: mevrouw Westerveld namensGroenLinks, mevrouw Coenradie namens JA21, mevrouw Straatmannamens het CDA, mevrouw Wendel namens de VVD, mevrouw Ten Hovenamens de Groep Markuszower, de heer Struijs namens 50PLUS, de heerVan Dijk namens de SGP en de heer – sorry, ik moet heel even kijken –Mathlouti namens D66. We hebben elkaar al vaker gezien, maar het isaltijd nog even wennen met de nieuwe gezichten.Het is vandaag 9 april. Ik wil toch even kort in herinnering brengen dat hetvandaag precies vijftien jaar geleden is dat er in winkelcentrum DeRidderhof een afschuwelijke schietpartij was waarbij er zeven mensenomkwamen, onder wie de dader. Ik wil van de gelegenheid gebruikmakenom de nabestaanden en de slachtoffers heel veel sterkte te wensen opdeze dag, want het heeft diepe sporen achtergelaten en dat doet het nogsteeds.Dat gezegd hebbende: we hebben vier minuten spreektijd. Omdat we kortde tijd hebben, wil ik de interrupties in de eerste termijn van de Kamerbeperken tot twee. We willen namelijk ook graag een debat voeren met debewindspersonen. Mochten we goed in de tijd zitten, dan kan ik altijdcoulant zijn als u echt nog een hele prangende vraag aan elkaar heeft.Ik wil ook de mensen op de tribune van harte welkom heten en de mensenthuis die het debat via de livestream volgen. Ik geef graag het woord aanmevrouw Westerveld namens GroenLinks.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Eens in de zoveel tijd – u refereerde er al aan –worden we opgeschrikt door afschuwelijke gebeurtenissen: een man diemet het hoofd van zijn moeder in de kofferbak rijdt, iemand die zijnpartner doodsteekt, of kijk naar de documentaire De Instagram moordover de 21-jarige Bouchra die in een psychose haar zus om het levenbracht. Dat zijn allemaal nare situaties met immens leed voor denabestaanden en voor mensen zelf, ook voordat het misgaat. Ik had nietzo heel lang geleden een jongeman van in de twintig aan de telefoon, eenstudent nog, die zich enorme zorgen maakte over zijn broer. Hij zei tegenmij: mijn broer gaat mijn vader of mijn moeder wat aandoen en dan grijpter helemaal niemand in totdat het misgaat. Dat is symptomatisch voorhoe het gebeurt. Want bij incidenten staan we allemaal te roepen, somsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 8013 aan de interruptiemicrofoon: we vinden het allemaal heel erg. Maardaarna is het vaak stil en krijgt het onderwerp nauwelijks aandacht. Mijnbelangrijkste vraag vandaag is waarom we allemaal zien dat het steedsslechter gaat en dat ingrijpen nodig is, maar dat niet gebeurt.We weten dat er een enorme, groeiende groep mensen is met meerdereproblemen, mensen die niet bij de opvang passen, niet bij beschermdwonen en vaak ook niet bij de reguliere zorg. Wat begint als eenzorgvraag, eindigt dan vaak als een veiligheidsvraagstuk. De politie kreegvorig jaar 150.000 meldingen. Zo’n melding deed ik ook eens. Het was naeen laat Kamerdebat. Een man die overduidelijk verward was, zat in destromende regen in een rolstoel in Nijmegen. Toen belde ik de politie. Depolitie belde de ggz, maar daar was geen plek. Dan zit je wel met elkaarmet een groot probleem. Het erge is: dit komt natuurlijk niet uit de luchtvallen. Collega’s Mutluer en Michon hebben in juli 2024 een parlementaireverkenning uitgevoerd. Daaruit kwam een rapport met een aantalglasheldere aanbevelingen. In diezelfde maand steunde de volledigeKamer onze motie met het verzoek om een noodplan te maken voormensen met ggz-problematiek die niet passen in de reguliere maatschap-pelijke opvang. Een Kamermeerderheid steunde ook de motie-Mutluer c.s.waarmee werd gezegd: «Zorg moet leidend zijn en de politie moet wordenontlast. Agenten zouden het allerlaatste vangnet moeten zijn als het echtniet anders kan.»Voorzitter. Mijn vragen. Hoeveel prioriteit krijgt het aanpakken van deaanbevelingen uit het rapport van dit kabinet? In het regeerakkoord lees ikdat de aanbevelingen uit de verkenning worden meegenomen. Ik lees dusweer dat er gefocust wordt op veiligheid. Maar waarom staat hier niet datde aanbevelingen worden uitgevoerd? Waarom ligt de focus niet op zorgin plaats van op veiligheid? Waarom lees ik te weinig over passendewoonplekken voor deze groep, zoals ook onze motie van twee jaargeleden vraagt? Wat is precies de ambitie? Hoe gaat de regeringbemoeizorg meer inzetten als er tegelijkertijd wordt bezuinigd op de zorg?Waarom denkt ook dit kabinet dat we het afkunnen met een jaarlijkserapportage in plaats van een halfjaarlijkse rapportage, waar de Kamereerst om vroeg? Pakt het Ministerie van Binnenlandse Zaken nu echt deregierol, zoals we vragen? Wat zijn precies de plannen? Waarom is er nogsteeds geen landelijke structurele financiering voor de Levensloopaanpakvoor de relatief kleine groep – het gaat om 1.500 mensen – met ernstig enrisicovol gedrag?Voorzitter. Dit was een heel kritische inbreng, maar er is ook goed nieuws.Want met voldoende politieke wil kan er worden geïnvesteerd in preventieen in bemoeizorg. Een paar weken geleden was ik met collega Mutluer opbezoek bij de hier vlakbij. We hadden een ongelofelijk indrukwekkendgesprek met cliënten die te maken hebben met een psychose en met hunbehandelaren. Die cliënten vertelden ons dat ze soms jarenlang niet naarbuiten durfden, dat ze allerlei signalen en opdrachten kregen via stemmenin hun hoofd, maar soms ook via de tv. Ze vertelden ook hoe vroegtijdigehulp door gespecialiseerde behandelaren voor hen levensreddend is in debrede zin van het woord. Mijn laatste vraag aan het kabinet gaat hierover:zijn ze ook bereid om specifiek te investeren in psychosezorg? Want goedeen tijdige hulp redt mensenlevens.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het woord aan mevrouwCoenradie namens JA21.Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. Op tal van plekken in ons land verloedert het straatbeeld in raptempo. Afgelopen maand spraken we al over jongeren die intimideren,dealen en explosieven afsteken. Vandaag hebben we het over een anderegroep die gemeenten met de handen in het haar laat zitten: verwardeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 8014 personen die rondzwerven in onze steden en dorpen. Ik denk dat iedereenhet erover eens is dat deze personen van de straat moeten wordengehaald en passende hulp nodig hebben. Verwarde personen zorgennamelijk voor onvoorspelbare situaties in het straatbeeld en daarmeevoor onveiligheid. Die gevoelens van onveiligheid, vaak niet meetbaar inobjectieve cijfers, moeten serieus worden erkend door de politiek en doordit kabinet. Wat JA21 betreft is de veiligheid op straat altijd hetuitgangspunt, en pas daarna de persoon met verward gedrag. Datbetekent dat verwarde personen in het belang van de samenleving somsniet direct terug op straat moeten worden gezet nadat ze zijn opgepakt.Vaak is dit ook in het belang van de verwarde persoon zelf.Voorzitter. De situatie is op dit moment te vaak dat een agent eenverwarde persoon oppakt en vervolgens niet weet wat hij of zij ermeemoet. De politiecel is een oplossing voor een nachtje en de ggz zitpropvol, maar er is niet iets strafrechtelijks voorgevallen waardoor hetstrafrecht in beeld komt. De agent voelt in ieder geval in iedere vezel dathet een kwestie van tijd is voordat het echt misgaat: een potentiëletijdbom voor de samenleving en de persoon zelf. We staan erbij en kijkenernaar, want «de regels».Dat brengt mij bij een fundamenteler probleem: wie heeft hier eigenlijk deregie? We zien versnippering over ministeries, wetten en verantwoorde-lijkheden, maar geen duidelijke aansturing. Kan het kabinet vandaaghelder maken wie echt over de gehele linie eindverantwoordelijk is voordeze aanpak en wie knopen doorhakt als het vastloopt? Wat is hetperspectief voor de agent en voor de samenleving als geheel? Welkeoplossingen gaat het kabinet met spoed in gang zetten?Het is goed dat er wordt gewerkt aan aanpassingen aan de Wet verplichteggz en de Wet zorg en dwang, maar we horen vooral dat er wordt verkenden uitgewerkt en dat dingen worden doorgeschoven naar de volgendebrief. Wanneer zien we nu daadwerkelijk concrete resultaten? Wat is hetharde tijdpad voor het echt oplossen van deze knelpunten? Een belangrijkonderdeel van het probleem blijft onderbelicht: informatie wordtsimpelweg niet gedeeld. Professionals weten niet wat wel en niet mag,wetten lopen achter en de praktijk zit klem. Wat gaat het kabinet op kortetermijn doen om ervoor te zorgen dat informatie wel gedeeld kan worden,zodat eerder kan worden ingegrepen?Het is echt onbegrijpelijk dat het kabinet het plan heeft om te bezuinigenop ggz-wonen. In de brief van 15 december van het vorige kabinet wordtjuist gezegd dat er al een gebrek aan passende woonplekken is. Hoe valtdit uit te leggen? Hoeveel geld wordt er exact bezuinigd op ggz-wonen?Waar landt deze bezuiniging concreet? Zal deze bezuiniging niet leiden totnog meer incidenten in het kader van verward gedrag, en erger: tot meerbelasting van de strafrechtketen, van politiecel tot detentie?In het verlengde daarvan: de ggz light. We hebben natuurlijk de Rotter-damse pilot die nu wordt voorbereid naar aanleiding van onze aange-nomen motie. Zijn er al andere grote of kleine gemeenten die zich bij deMinister hebben gemeld om dit uit te rollen?Voorzitter. Tot slot het huishoudboekje rondom de aanpak van verwardepersonen. De Kamer heeft halverwege vorig jaar om een volledigoverzicht van de financiering gevraagd, maar dat is er nog steeds niet. Ditzorgt voor een versnipperd beeld. Zo kunnen we ons werk niet goed doen.Wanneer krijgt de Kamer nou eindelijk een compleet en controleerbaaroverzicht van alle middelen?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Coenradie. We horen op dit moment de startbel vande dag. Om 10.15 uur begint namelijk het debat in de plenaire zaal. Dezebel duurt altijd n minuut en zorgt ervoor dat mensen uit alle hoeken enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 8015 gaten van dit grote gebouw op tijd in de plenaire zaal kunnen zijn.Niemand kan deze bel missen. Dat zeg ik even ter toelichting.Ik zie geen interrupties, dus ik geef het woord aan mevrouw Straatmanvan het CDA.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter, ook voor het volpraten van de Kamerbel. De Kamerspreekt al jaren over de aanpak van personen met onbegrepen gedrag.Het is een van de meest complexe vraagstukken van dit moment, onderandere door de veelheid aan betrokken partijen en de versnippering vanhet stelsel. Dat blijkt ook wel uit het aantal bewindspersonen dat vandaagaanwezig is. Het raakt bijna elk beleidsterrein, maar niemand kan hetalleen oplossen. Onlangs liep ik mee met de politie in Groningen. Bijzorgmeldingen rijdt daar geen tweede politieagent mee, maar eensociaalpsychiatrisch verpleegkundige. Dat werkt. Waar de politie eerst zestot acht uur kwijt was aan één casus, is dat nu ongeveer tweeënhalf uur.Dat laat ook zien wat deze problematiek vraagt van de politiecapaciteit.Tegelijkertijd staat deze succesvolle pilot op de tocht door tijdelijkefinanciering. Dat speelt niet alleen in Groningen, maar door heel het land.Telkens moet het ei van Columbus opnieuw worden uitgevonden. Datroept de vraag op hoe het succes van pilots wordt gemonitord en wat hetstappenplan is na een succesvolle pilot. De wildgroei aan pilots maakt nogiets anders duidelijk: er is veel behoefte aan structurele financiering, regieen stabiliteit. Dat volgde ook uit de aanbevelingen van de parlementaireverkenning. Toch worden daarin nog steeds te weinig stappen gezet.Waarom, vraag ik de bewindspersonen. Waarom is er bijvoorbeeld nogsteeds geen duidelijkheid over structurele financiering van de succesvolleLevensloopaanpak en de Zorg- en Veiligheidshuizen?Voorzitter. De beperkte spreektijd dwingt mij om me vandaag te beperkentot drie andere punten. Allereerst de informatiedeling. Door de versnip-pering is goede gegevensuitwisseling cruciaal. Onduidelijkheid overprivacywetgeving leidt tot handelingsverlegenheid, terwijl het vroegtijdigdelen van signalen juist escalatie kan voorkomen. Daarom heb ik devolgende vragen aan de Ministers van JenV en VWS.Allereerst over de Wams. Het is goed dat dit wetgevingstraject loopt endat er een compromis is bereikt over het delen van persoonsgegevensdoor partijen met een wettelijk beroepsgeheim. Verschillende keten-partners hebben echter de zorg uitgesproken dat dit nieuwe wetsvoorstelnog niet alle knelpunten wegneemt. Zij komen daarom met het voorstelom een meldrecht op te nemen voor zorgverleners, te gebruiken in heelbijzondere situaties. Hoe kijken de bewindspersonen naar het voorstel vaneen meldrecht?Ten tweede de Wgs. Een aantal belangrijke partijen ontbreekt nog in ditsamenwerkingsverband, zoals de gehandicaptenzorg en de woningbouw-verenigingen. Welke tijdelijke oplossingen zien de bewindspersonen opdit moment om gegevensdeling met deze partijen binnen de Zorg- enVeiligheidshuizen te verbeteren vóór evaluatie van de Wgs?Ten derde zie je de problemen rondom gegevensdeling ook bij crisisplaat-singen buiten de eigen gemeente. Daar ontbreekt het vaak aan terugkop-peling. Welke verbeterpunten zien de bewindspersonen om dit op telossen?Voorzitter. Dan bemoeizorg. Er zit nu een gat tussen enerzijds autonomieen anderzijds gedwongen opname. Het CDA gelooft dat bemoeizorg ditgat deels kan dichten. Mijn collega Tijmstra vroeg eerder, in het ggz-debat,om een concreet plan van aanpak om bemoeizorg in alle gemeenten in teregelen. Kan de Minister van VWS hier nogmaals op ingaan en toezeggenmet een concreet plan te komen?Tot slot over de plaatsingsproblematiek, de tekorten aan passendeprikkelarme woonvormen en de slechte doorstroming in de keten vanbeschermd wonen. Door maatschappelijke weerstand duren trajectenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 8016 voor beschermd wonen of de Skaeve Huse lang. Van de noodzakelijke1.150 woningen zijn bijvoorbeeld nog maar 150 Skaeve Huse gerealiseerd.Dat is zorgelijk, want we moeten blijven zoeken naar creatieve oplos-singen om de doorstroom te bewerkstelligen. Daarom mijn volgendevragen, initieel aan de Minister van VRO, maar in haar afwezigheid stel ikdie aan de Minister van Binnenlandse Zaken als procesregisseur. Hoe wilde Minister landelijk regie nemen op het huisvestingsvraagstuk voor dezedoelgroep? Welke aanvullende stappen zijn er nodig naast de Wetversterking regie volkshuisvesting? Welke mogelijkheden ziet de Ministervoor tijdelijke huisvesting op locaties in handen van het Rijksvastgoedbe-drijf?Tot slot. Op ggz-instellingsterreinen lijkt soms ruimte voor uitbreiding vanSkaeve Huse. Is de Minister in gesprek met ggz-aanbieders om diemogelijkheden te benutten? Zo niet, hoe kijkt hij hiertegen aan?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Ten Hove.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik hoor het CDA vragen stellen over de Zorg- en Veiligheidshuizen, depilots en een plan van aanpak, en het structurele geld daarvoor. Dat kostallemaal geld. De Groep Markuszower wil liever kijken naar de preven-tieve kant. Dan kom ik toch op de bezuinigingen op de zorg en de ggz. Ikhoor u over geld praten. Als ik met een motie kom om daar structureelgeld voor vrij te maken en de bezuinigingen te stoppen, vind ik het CDAdan aan mijn kant?Mevrouw Straatman (CDA):Dat is, denk ik, te platgeslagen. We hebben vorige week een uitgebreidggz-debat gehad. Mijn collega was daarbij en heeft duidelijk uitgelegd hoewij naar het vraagstuk kijken. Hij heeft aangegeven dat we de zorg op delange termijn betaalbaar moeten houden en dat we op verschillendeterreinen moeten kijken hoe we dat voor elkaar krijgen. Wat ik terugkrijguit het veld – daar valt wat mij betreft een efficiëntieslag te maken – is dater heel veel met pilots wordt gewerkt. Er zijn ook een aantal heelsuccesvolle pilots, bijvoorbeeld in Groningen en in Gouda, waarin er eenggz-lightsituatie gecreëerd wordt – dat is eigenlijk het voorbeeld vanmevrouw Coenradie – en de processen veel efficiënter ingericht worden.Maar men loopt ertegen aan dat het telkens tijdelijke potjes geld zijn. Diestoppen dan en vervolgens wordt elders precies hetzelfde plan uitgedachtmet hetzelfde tijdelijke potje geld. Ik denk dat dat niet efficiënt is. Metdiezelfde hoop geld kunnen we onze middelen veel efficiënter inzetten.Dat is dus mijn vraag: hoe kunnen we dat veel efficiënter inrichten?Tegelijkertijd is de vraag, die zojuist ook werd gesteld door mevrouwCoenradie, hoe we inzichtelijk kunnen maken hoe we de huidige financiëlemiddelen inzetten. Dat is nog veel te onoverzichtelijk. Zo kunnen we ookmoeilijk sturen als Kamer. Ik wil graag eerst inzicht en dan kijken waar wehet beste op kunnen inzetten om het vooral efficiënt in te regelen.De heer Struijs (50PLUS):Ik heb een vervolgvraag. Ik deel de mening van de Groep Markuszowerdat het allemaal beter kan, maar bij dat inzicht hoort ook de return oninvestment. Over die goede pilots in Rotterdam en Groningen zegt depolitie: dit gaat ons zo veel werk schelen en dat verdienen we dus ookterug. Bent u van mening dat als wij nog eens een goed doordachtoverzicht hebben, we dit daarin mee moeten nemen? Bent u van meningdat investeren in de ambulante zorg bij de ggz ontzettend veel oplevert bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 8017 politie en justitie en in het voorkomen van dingen? Ik wil het CDA ertoebewegen dat we het geheel blijven zien en niet op één sector gas gaangeven.De voorzitter:Graag via de voorzitter, want de voorzitter heeft geen mening op ditmoment.De heer Struijs (50PLUS):Via de voorzitter.De voorzitter:«Is mevrouw Straatman van mening ...»Mevrouw Straatman (CDA):Mevrouw Straatman begrijpt heel goed wat de heer Struijs zegt. Je moetdit in het geheel bekijken. De situatie bij de politie is voor een groot deelontstaan omdat het zorgstelsel niet op orde is. Daardoor komen er veel teveel zorgvragen bij de politie terecht. Dat betekent dat we ons ggz-stelselniet goed hebben ingericht. Daar zullen we naar moeten kijken. Betekentdat meteen dat er geld bij moet? Ik denk niet dat dat een-op-een zo is. Ikdenk dat we het stelsel gewoon veel efficiënter moeten inregelen. Ik hebzojuist het voorbeeld van de pilots genoemd. Denk ook aan het wettelijkinregelen van bemoeizorg. Het begint bij inzicht krijgen in waar welk geldnaartoe gaat en waar de prioriteiten liggen, vandaar mijn vraag en deeerder gestelde vragen.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Wendel namens de VVD.Mevrouw Wendel (VVD):Dank, voorzitter. Voordat ik in oktober Kamerlid werd, werkte ik in deopenbare orde en veiligheid. Ik wilde dit werk doen omdat ik de georgani-seerde misdaad wilde aanpakken, omdat ik drugshandel wilde tegengaan,omdat ik er simpelweg voor wilde zorgen dat we ons allemaal veiligkunnen voelen, zowel thuis als achter de voordeur. Deze verwachtingwerd deels waargemaakt, maar al gauw merkte ik dat ik heel veel tijd kwijtwas aan mensen met onbegrepen gedrag, in plaats van aan hettegengaan van de georganiseerde misdaad. Dit geldt in nog veel groteremate voor onze politieagenten. Het is eerder regel dan uitzondering dat depolitie vier keer op een avond bij dezelfde persoon voor de deur staat, bijiemand die volledig in de knoop zit, in een woonwijk waar ouders hunkinderen niet meer alleen naar buiten durven te laten gaan en de een nade ander gaat verhuizen omdat het er simpelweg niet meer leefbaar is,omdat het veiligheidsgevoel van mensen volledig verdwenen is. Die tijdkan de politie niet besteden aan het aanpakken van de georganiseerdemisdaad of het pakken van winkeldieven.Voorzitter. Het is van belang dat we aan de slag gaan met mensen metonbegrepen gedrag. Daarmee helpen we in de eerste plaats de mensendie deze hulp heel hard nodig hebben. Tegelijkertijd ontlasten we depolitie en herstellen we de leefbaarheid in de wijken. Zoals u weet,ondersteunt de VVD alle aanbevelingen uit de parlementaire verkenning.Mijn partij zal het kabinet ook aan deze afspraken houden. Vandaag wil ikstilstaan bij drie specifieke punten, namelijk goede coördinatie, hetsplitsen van E33-meldingen bij de politie en tot slot het vaker inzetten vanbemoeizorg.Allereerst de goede coördinatie en structuur. Verantwoordelijkheid voorpersonen met onbegrepen gedrag is versnipperd tussen lokale, regionaleen landelijke bevoegdheden. Goede regie is essentieel. Dat is trouwensook een van de hoofdaanbevelingen van de parlementaire verkenning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 8018 Vorig jaar is naar aanleiding van deze verkenning gesproken over demogelijkheid om de Minister van BZK probleemeigenaar te maken vanuithet kabinet. Welke stappen zijn hier sindsdien op gezet en welke verbete-ringen heeft dit opgeleverd in de landelijke aansturing?Dan de meldingen bij de politie. Door het splitsen van de E33-meldingenzorgen we voor beter inzicht in wanneer de politie daadwerkelijk nodig isen wanneer andere vormen van hulp passender zijn. Begin 2026 zou ermeer duidelijkheid komen over de mogelijkheden van nieuwe werkaf-spraken hieromtrent. Kan de Minister hier al meer duidelijkheid overgeven? Zo niet, wanneer kunnen we de resultaten dan wel verwachten?Voorzitter. Dan bemoeizorg. De VVD is van mening dat mensen metonbegrepen gedrag veel te veel politiecapaciteit kosten. Het liefst zorgenwe natuurlijk dat we mensen op vrijwillige basis kunnen helpen, maarwanneer dit niet lukt, moet wat ons betreft vaker bemoeizorg wordentoegepast. De VVD wil voorkomen dat mensen eerst een strafrechtelijkeovertreding moeten begaan voordat ze onder dwang geholpen kunnenworden. Daarnaast wil de VVD verkennen welke mogelijkheden er zijn tothet opleggen van gedragsaanwijzingen door de burgemeester. Welkedrempels zijn er om deze daadwerkelijk in te zetten, en hoe kunnen dezedrempels weggenomen worden, vraag ik aan de Minister.Voorzitter, tot slot. Mensen met onbegrepen gedrag moeten passendehulp krijgen. Zo helpen we die persoon, ontlasten we de politie enherstellen we het veiligheidsgevoel van al onze inwoners in die wijken. Ikwil de Minister vragen om een tijdlijn. Wanneer kunnen we uitvoering vanwelke aanbeveling van de parlementaire verkenning verwachten? Ik wil deMinister toch nogmaals vragen hierover halfjaarlijks, en niet jaarlijks, terapporteren. Zo kunnen wij als Kamer actief onze controlerende taakvervullen en zorgen we voor een veiliger Nederland.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Wendel. Ik zie geen interrupties. O, mevrouwWesterveld heeft wel een interruptie.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ook hier is eigenlijk de vraag: hoe dan? Ik ben het helemaal eens metmeer bemoeizorg en meer passende zorg. Dat is allemaal hartstikke goed;dat moeten we vooral doen. In het coalitieakkoord staat ook dat deaanbevelingen van de parlementaire verkenning worden meegenomen,maar ik lees nergens hoe dan. Dat staat niet in het coalitieakkoord en ookniet in de financiële doorrekening daarvan. Er wordt bezuinigd op de ggz.Wat gaat de VVD dan doen om te zorgen dat de aanbevelingen van deverkenning worden nageleefd?Mevrouw Wendel (VVD):Er zitten hier vandaag vier bewindspersonen die zich hiermee bezig-houden. Dat laat volgens mij de betrokkenheid zien, maar ook hoeversnipperd het is over de verschillende ministeries. Daarom ben ik inmijn spreektekst ingegaan op de regie die mijn fractie verwacht van deMinister van BZK. Dat geldt wat mij betreft niet alleen voor het proces. Datgeldt ook voor de vraag: welk geld is waarvoor en hoe zetten we dat zoeffectief en efficiënt mogelijk in om mensen met onbegrepen gedrag, endus ook hun omgeving, te helpen?De voorzitter:Mevrouw Westerveld, uw laatste interruptie.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Welk geld is waarvoor? De vraag is: welk geld? Dat geld is er namelijk niet.Dat is niet geregeld. Sterker nog, er wordt fors bezuinigd op de ggz. Ik zieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 8019 bijvoorbeeld ook geen extra geld voor daklozenopvang. De vraag is hoede VVD dan gaat zorgen dat de aanbevelingen worden nagekomen. Dat isnamelijk wel wat ik mevrouw Wendel hoorde zeggen. Ik hoorde haarallemaal goede dingen zeggen over bemoeizorg, passende zorg,enzovoort, maar de vraag is echt: hoe dan? Volgens mij is dat het groteprobleem. We zien allemaal dat er iets moet gebeuren, maar als puntje bijpaaltje komt, wordt het niet concreet.Mevrouw Wendel (VVD):Ik deel met mevrouw Westerveld dat het concreter moet worden hoe diefinanciering wordt ingericht. Daarom vraag ik de Minister van BZK hoe hetzit met al die verschillende potjes en hoe het bij elkaar komt tot éénintegrale aanpak. Om specifiek in te gaan op de ggz, zeg ik het volgende.Ik heb met onder anderen mevrouw Westerveld vorige week uitgebreidhet debat hierover gevoerd. Toen hebben we ook onze ideeën gedeeldover hoe wij willen zorgen voor een verbetering ten aanzien van de steedsmaar stijgende kosten van de ggz, die juist niet leiden tot verbetering,terwijl er nog steeds enorme wachtlijsten zijn. Ik denk niet dat we datopnieuw moeten doen.Daar wil ik het graag bij laten.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Ten Hove van deGroep Markuszower.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dank, voorzitter. Vandaag bespreken we een veelkoppig monster, eenprobleem van ons allemaal. De brede afvaardiging hier laat zien dat diteindelijk ook wordt erkend. Verward en onbegrepen gedrag vraagtnamelijk om een gezamenlijke interdepartementale aanpak. GroepMarkuszower vindt dat politie en hulpverleners ontlast moeten worden,zodat ze zich op andere taken kunnen richten. Veel verward gedrag komtvoort uit oorzaken elders, zoals huisvesting. Het kabinet schrijft zelf dat deketen van woningen en zorgplekken vastzit en dat initiatieven zoals deSkaeve Huse maar mondjesmaat van de grond komen. Hetzelfde geldtvoor passende woonvormen voor jongvolwassenen die uit debeschermde jeugdzorg uitstromen vanwege het bereiken van devolwassen leeftijd. Welke oplossing heeft dit kabinet om het aantalpassende plekken te vergroten? Huisvesting mag dan wel een lokaleverantwoordelijkheid zijn, gemeenten krijgen die verantwoordelijkheden.Zij krijgen de sleutel terwijl alles letterlijk op slot zit: te weinig financiëlemiddelen, stikstofregels en de Spreidingswet die hen ondertussen totextra taken dwingt. Gemeenten zitten klem. Hoe moeten ze deze onmoge-lijke taak uitvoeren?In de Wzd, de Wet zorg en dwang, en de Wvggz, de Wet verplichtegeestelijke gezondheidszorg, staat dat dwang in de zorg niet mag, behalveals het echt nodig is. De wet is in de dagelijkse praktijk moeilijkuitvoerbaar voor professionals. Veel zorgorganisaties worstelen met hetopendeurenbeleid. Welk risico is hierbij acceptabel? Welke rol speelt dezewet in het verward en onbegrepen gedrag op straat? De beroepsgroepenjuichen van harte toe dat deze twee wetten meer op elkaar wordenafgestemd, specifiek de crisismaatregel en de ibs. Dit zijn de tweemanieren waarop een verward persoon in een instelling opgenomen zoukunnen worden. Op dit moment bepaalt de voorliggende ziekte, bijvoor-beeld psychiatrie of dementie, welke wet voorliggend is. In de praktijk isdat soms echt giswerk, want dit vergt gedegen onderzoeken. Een patiëntmet een Wvggz-maatregel mag niet in een Wzd-instelling en vice versa.Ook de procedures verschillen sterk. Daarbij is een crisismaatregel eenstuk complexer dan een ibs. Verenso, de vereniging van specialistenouderengeneeskunde, heeft mooie suggesties opgesteld voor hoe ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80110 beter kan. Is de Minister op de hoogte van deze suggesties? Neemt ze diemee in de uitvoering?Onlangs heb ik in het commissiedebat over ggz en suïcide gevraagd naarde impact van asielzoekers, statushouders en mensen uit Oekraïne op dewachtlijsten en überhaupt op de ggz. Deze vraag is niet beantwoord en ikben oprecht benieuwd welk effect deze groepen hebben op de ggz en dewachtlijsten. Weten we het niet of willen we het niet weten? Vandaag krijgik hierop graag een antwoord.In Nederland verblijven daarnaast nog steeds illegalen die tbs-plekkenbezet houden. Om hoeveel van deze plekken gaat dit landelijk? Wat wordteraan gedaan om dit te stoppen? Is het kabinet het met mij eens dat ditook een van de oorzaken is voor de verstopping van de ggz-keten? Indiendat niet het geval is, krijg ik daar graag een uitleg bij.Nergens in de beleidsstukken wordt er gerept over de nieuwkomers in onsland en de ellende en trauma’s die zij mogelijk meenemen de straat op.Ook over drugsproblematiek wordt nauwelijks gerept, terwijl deze weldegelijk bijdraagt aan de onrust op straat. Afgelopen week was er sprakevan een dieptepunt: voor het eerst in de geschiedenis wordt de Neder-landse Staat aansprakelijk gesteld voor de wachtlijsten in de ggz. Graageen reactie van het kabinet.Groep Markuszower vindt dat we moeten stoppen met symptoombe-strijding en dat we het probleem moeten aanpakken bij de bron.Dank u.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het woord aan de heerStruijs van 50PLUS.De heer Struijs (50PLUS):Dank u, voorzitter. Ik neem u even mee in de casus van de moord op Rens.Rens werd in zijn woning doodgestoken en zijn huisgenoot raaktezwaargewond. De dader – ik baseer mij op openbare bronnen, zeg ik ervoor de duidelijkheid bij – was zeer bekend bij niet alleen de politie, maarook de GGD, de reclassering, Veilig Thuis en de woningcorporatie. Hij hadeen strafblad, had psychische problemen en kreeg vlak voor de moordsteeds meer waangedachten. In het laatste jaar waren er meer dan70 meldingen over hem. Elke keer was het hetzelfde: de politie kwam ennam hem mee, de ggz zei «we hebben niks» en dan ging hij weer de straatop. Uiteindelijk leidde dat tot dit verschrikkelijke misdrijf in Amsterdam-West. Deze hele zaak – ik heb ’m op openbare bronnen bekeken – laat zienwaar we nu middenin zitten. Het zijn niet alleen de excessen die we hierbespreken. Het is een heel falend systeem, waarin iedereen toch eenbeetje langs elkaar heen werkt, met zeer goede intenties; dat wil ik welgezegd hebben. Bij verward gedrag zie ik zorgmijding, gebrekkigegegevensdeling en gebrek aan regie in heel veel rapporten terugkomen,niet alleen in de zaak van Rens, maar in alle inspectierapporten.Ondertussen wordt het probleem groter. Mensen in de ambulance en bijde politie melden mij dat de toename echt verschrikkelijk is, omdat ersteeds meer wordt bezuinigd, maar ook omdat er nieuwe gevallen vanverward gedrag zijn. Mag ik u wijzen op mensen met dementie ofalzheimer, die langer thuis worden verzorgd? Hierdoor hebben we nu deeerste drie doodslagen, omdat directe zorg af en toe niet geleverd konworden. In zijn dementie heeft een man zijn partner vermoord in eenrecente zaak in de buurt van Utrecht. Daarbij deed de rechter nogmaalseen appel op ons allen hier: hier moeten we aan de voorkant iets meedoen. Ik ga geen opsomming van alles geven, maar dat komt er ook nogbij: door een tekort aan zorg geven we mensen langer thuis zorg,waardoor er ook excessen ontstaan. De afbouw van ambulante ggz-zorgbestrijkt dus een heel breed palet. Er is een opeenstapeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80111 De Woningwet is nog steeds niet op orde. Woningcorporaties geven aandat ze van Groningen tot Rotterdam tot Heerlen mensen met verwardgedrag in een sociale huurwoning hebben, die de buurt terroriseren. Elkekeer komt de politie om het maar weer te sussen. De ggz, als die er al is,zegt: we hebben geen plek, dus laat ’m hier maar wonen. Zo escaleert hetdoor. De onveiligheid van de omwonenden is enorm toegenomen, meldtde politie mij. Met die 150.000-plus meldingen – dat aantal loopt namelijkop – gaan we volgend jaar weer naar een nieuw record, volgens de politie.Ik zou heel graag met geïntegreerd beleid een ombuiging willen zien.Maar terug naar de Woningwet: wanneer kan de Kamer een wijziging vande Woningwet tegemoetzien, zodat woningcorporaties wel degelijkinformatie kunnen uitwisselen met diverse instanties om tot adequateinterventies te komen?Er is structurele overbelasting bij de politie. De politie zegt: als je meerinvesteert in ggz, zoals in de pilots in Rotterdam en Den Haag, ontlast onsdat. Neem dat mee in al die berekeningen, want het wordt nog weleens temathematisch aangepakt. We zien dat er een stapeling is van losstaande,goedwillende initiatieven. Ik vond het echt een hele sterke stand-van-zakenaanbeveling van de parlementaire verkenning, maar ik sluit me aanbij degenen die vragen: hoe dan? Elke investering in geld die je hierindoet, betaalt zich aan de achterkant uit. Durven wij te investeren?Een tweede punt is, en dat geldt ook hier: wie voert nou de regie vanuit deministeries? Wat ons betreft is dat BZK, maar we hebben een doortas-tende Minister met mandaat nodig die namens de regering op alleterreinen gas gaat geven, en wel zo snel mogelijk.Hier laat ik het even bij, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie ook geen interrupties op uw betoog. Dan geef ik hetwoord aan de heer Van Dijk van de SGP.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. Ik doe mijn bijdrage mede namens deChristenUnie.Voorzitter. De wereld waarin we leven is complex en kent een hoopmisère. Zelfs mensen zonder breekbare psyche kunnen hierdoor wordenoverweldigd; dat is niet vreemd. Voor de SGP en de ChristenUnie geldtdat we kwetsbare mensen niet laten vallen en dat we verantwoorde-lijkheid dragen voor de veiligheid en leefbaarheid in onze wijken. Als weterugkijken, zien we dat verregaande ambulantisering en extramurali-sering van de ggz, met de forse afbouw van het aantal klinische beddenvanaf 2025, niet alleen de zorg dichter bij huis heeft gebracht, maar ookkwetsbaarheden in het systeem heeft blootgelegd. Wat begint alszorgvraag, eindigt te vaak als veiligheidsvraagstuk.Twee punten zijn cruciaal: stevige landelijke regie en voldoendewoonvoorzieningen voor beschermd wonen en intensieve woonzorg.Gemeenten, zorgaanbieders, politie en woningcorporaties leveren eengezamenlijke inzet, maar de aanpak loopt vaak vast in een lappendekenaan regels, loketten en financieringsstromen. Burgemeesters geven aandat zij te vaak onvoldoende doorzettingsmacht hebben. Professionalsweten wat nodig is, maar dat verzandt in een opeenstapeling vanprivacyregels, schotten in budgetten en onduidelijke verantwoordelijk-heden. Nemen de Ministers de oproepen van de VNG en het Leger desHeils ter harte? Zij zeggen: richt niet nog een overlegtafel in, maar maakduidelijke keuzes; zorg voor meer landelijke regie, met lokale uitwerking;zorg voor structurele in plaats van tijdelijke financiering; en creëerwetgeving die samenwerking mogelijk maakt in plaats van belemmert.Voorzitter. Landelijke regie moet leiden tot heldere kaders voor samen-werking tussen zorg en veiligheid, duidelijke regie bij vastlopendecasussen en stabiele meerjarige financiering. Daarnaast vraag ik, net alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80112 collega’s eerder deden, aandacht voor gegevensuitwisseling tussen hetzorg- en veiligheidsdomein, want anders blijft integrale hulp een papierenideaal.Voorzitter. In het licht van het voorgaande vraag ik aandacht voor eenbelangrijke partner, gefinancierd door ZonMw. In de regio HollandsMidden is in november 2025 een pilot Maatschappelijke Eerste Hulp, MEH,gestart. Die pilot vult een gat in de acute zorgketen op. Als de politie,ambulance of psychiatrische eerste hulp te maken heeft met mensen metonbegrepen gedrag die ze zelf niet kunnen helpen, is er de MEH. Ggz,politie en ambulance zijn positief over de pilot, al is deze nog onrendabel.Kennen de Ministers deze pilot? Is een voorziening als deze schaalbaar?Als blijkt dat deze MEH een succes is, zijn de Ministers dan bereid omduurzame financiering, of in ieder geval financiering voor langer dan eenjaar, te stimuleren?Voorzitter. De groep mensen met een combinatie van psychiatrischeproblematiek, verslaving, licht verstandelijke beperking en soms agressiefgedrag groeit. Ze kunnen niet zelfstandig wonen, maar passen ook niet inde reguliere opvang. Zonder geschikte woonplek blijven ze te lang in dewijk of in een crisisopvang, of belanden ze in een politiecel. Ik vraag ditkabinet om onder meer de noodkreet van het Leger des Heils serieus tenemen. De problematiek in de opvang wordt zwaarder, trajecten durenlanger en de doorstroom stokt door een gebrek aan vervolgplekken.Steeds meer mensen vallen tussen wal en schip. De brieven vangemeenten en Zorg- en Veiligheidshuizen onderstrepen dit beeld. Er iseen tekort aan passende woon- en verblijfsvoorzieningen, inclusiefintensieve en beveiligde varianten. Zolang die plekken ontbreken, blijft dedruk op politie, spoedzorg en buurten toenemen.Daarom doe ik tot slot de oproep: breng in kaart hoeveel plekken voorbeschermd wonen en intensieve woonzorg landelijk nodig zijn, werk toenaar landelijke richtgetallen, zodat ook de regio’s weten waar ze naartoewerken, en organiseer de bekostiging zo, dat aanbieders ook de meestcomplexe groepen kunnen helpen zonder te worden afgerekend opdoelmatigheidsprikkels, die juist uitsluiten.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mooi dat u de inbreng ook namens de ChristenUnie doet endat kleine fracties elkaar op deze manier helpen. Ik geef het woord aan deheer Mathlouti van D66.De heer Mathlouti (D66):Voorzitter, dank. We spreken vandaag over een groep personen die helaasvooral bekendstaat om overlast en onveiligheid, een groep die als lastwordt gezien, door de buurt, door de hulpverleners, maar soms ook doorde politiek, terwijl het vaak gaat om iemand die zijn medicijnen isvergeten in te nemen, iemand met een trauma die vlucht in alcohol ofdrugs, of iemand die graag hulp wil, maar niet weet waar hij terechtkan ofgeen hulp durft te vragen. Dat heeft steeds vaker verward gedrag opstraat tot gevolg. Juist daar wringt het, want zolang wij deze mensen paszien op het moment dat het misgaat, blijven we achter de feiten aanlopen.Dan reageren we op incidenten, in plaats van dat we ze voorkomen.Gelukkig zien we dat het anders kan. In Nederland zien we steeds meervoorbeelden waarin het perspectief verschuift: van overlast naarondersteuning, van escalatie naar vroegtijdig handelen. Ook zien weinitiatieven waarin niet het systeem, maar de mens centraal staat enwaarin samenwerking ondanks beperkingen op het gebied van bijvoor-beeld privacy, wel van de grond komt. Zo laat de gemeente Utrecht zien,met het programma Samen eropaf, dat het kan. Verschillende partijen ophet gebied van zorg, wonen, veiligheid en het sociaal domein werkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80113 samen, brengen risicogroepen in beeld en handelen voordat het escaleert.Dat is, denk ik, precies de richting die we op moeten.Tegelijkertijd hoor je daar ook het eerlijke verhaal. Soms loopt desamenwerking vast op onduidelijkheid over gegevensdeling. Professi-onals willen wel, maar durven niet, uit angst om de privacyregels teovertreden. Het Leger des Heils bracht dit namens verschillende partijendan ook terecht nog een keer onder de aandacht. Daarom vraag ik deMinister wat hij op korte termijn gaat doen om die handelingsverle-genheid weg te nemen. Wanneer krijgen professionals heldere kadersvoor wat er wel mag? Als die ruimte er onvoldoende is, is de Minister danbereid om die regels aan te passen?Voorzitter. Dat brengt mij bij de praktijk, want uiteindelijk gaat het nietalleen om systemen, maar vooral om wat er gebeurt op straat, op stationsen in de wijk. Verwarde personen vragen vaak niet om een politieagent,maar veel vaker om hulp en aandacht. Een mooi initiatief zie ik bij de NS.Daar zijn speciale medewerkers die niet in uniform, maar in spijkerbroekop verwarde personen aflopen en die de tijd hebben om eens wat langernaast iemand te zitten en te vragen: hoe gaat het, heb je hulp nodig? Datsoort initiatieven werpen hun vruchten af. Personen met verward gedragof met het risico op verward gedrag bouwen een vertrouwensband opmet bekende gezichten op het station. Ze worden vaker doorverwezennaar de juiste zorg. Dit is een voorbeeld van een makkelijke maatregel dieeen groot verschil kan maken. Ik ben benieuwd hoe de Minister naarspecifiek dit initiatief en ook naar vergelijkbare initiatieven kijkt. Kan deMinister aangeven of deze werkwijze kan worden uitgerold naar anderestations en plekken waar veel overlast voorkomt?Voorzitter. Tot slot de parlementaire verkenning. Veel aanbevelingenlopen, maar vaak gaat het alleen nog maar over gesprekken of voorberei-dingen. Een aantal keuzes zijn doorgeschoven. Hoeveel van de aanbeve-lingen zijn nu daadwerkelijk geïmplementeerd? Hoe maken we de omslagvan voorbereidingen en verkenningen naar concrete resultaten? Ik vraagde Minister om ons daarin nadrukkelijk mee te nemen. Dat geldt ook voorhet overzicht van financiële middelen, waar veel van mijn voorgangersook terecht aandacht voor hebben gevraagd. Er zijn veel financierings-stromen en dat maakt het voor de Kamer onduidelijk. Ik vraag deMinisters of het beloofde overzicht van alle beschikbare middelen ons nogvoor de zomer kan worden toegestuurd.Veel dank.De voorzitter:Dank u wel. Ik gaf net aan dat de voorzitter geen mening heeft en dat isook zo, maar mevrouw Van der Plas heeft wel een mening en ... Sorry, uheeft nog een interruptie? Dan ga ik zo meteen verder met mijntoelichting.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Sorry, voorzitter, maar ik wil D66 een vergelijkbare vraag stellen als die ikhet CDA heb gesteld. U heeft het ook over financiering, maar ik heb hieronder andere de brief van VWS over de geestelijke gezondheidszorg en dereactie op de parlementaire verkenning Verward/onbegrepen gedrag enveiligheid. Daar staat gewoon in dat mensen, als hun bestaanszekerheidonder druk staat, een groot risico lopen om de grip op hun leven teverliezen, met alle ellende van dien: armoede, geen werk, schulden,allerlei problematiek. We tuigen weer programma’s op, met subsidieserbij die tegen het plafond aan klotsen, terwijl de oorzaak niet wordtaangepakt. Waarom zorgt D66 niet voor meer geld in de portemonnee envoor bestaanszekerheid? De zorg wordt kapotbezuinigd. U zit aan deknoppen; u kunt daar wat aan doen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80114 Ik zit niet aan de knoppen, maar de heer Mathlouti zit aan de knoppen.De heer Mathlouti (D66):Ik denk dat de collega van Groep Markuszower heel veel dingen doorelkaar haalt. Ze heeft het onder andere over bestaanszekerheid, endaarvoor zijn de gemeenten via de verschillende gedecentraliseerdedingen aan zet. Daarbij gaat het over werk, inkomen en schulden. Wehebben het hier over mensen met verward gedrag die problemen ervarenop het gebied van zorg, wonen en allerlei andere dingen die vandaag zijngenoemd. Er is sprake van verschillende financieringsstromen. Door mijnvoorgangers is, volgens mij terecht, gevraagd om duidelijkheid over hoedie stromen lopen. Als we die duidelijkheid hebben en weten om hoeveelgeld het gaat, kunnen we pas zeggen of iets genoeg is of niet. De collegavan Groep Markuszower heeft haar punt nu via verschillende interruptiesgemaakt. Ik denk dat dat duidelijk is. Laten we vooral ook even luisterennaar wat het kabinet hierop te zeggen heeft en laten we dan kijken wat ernodig is.De voorzitter:Ik was gebleven bij de mededeling dat mevrouw Van der Plas wel eenmening heeft. Dat is de reden dat ik nu even het voorzitterschap gaoverdragen aan mevrouw Westerveld, zodat ik namens de BBB mijninbreng in dit debat kan doen.Voorzitter: WesterveldDe voorzitter:Mevrouw Van der Plas, u heeft het woord.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel. Voorzitter. Mensen met verward of onbegrepen gedragmoeten de hulp krijgen die ze nodig hebben, zeker in een rijk en sociaalland als Nederland. Het kan iedereen overkomen, door een psychischeziekte, een verslaving of een ingrijpende gebeurtenis. Juist daarom is hetonacceptabel dat deze mensen nog te vaak tussen wal en schip vallen,maar dat is wel wat er nog altijd gebeurt. Het inspectierapport vandecember 2025, Klem in het systeem, is daar keihard over. Het schetst eenverontrustend beeld van de zorg voor en de ondersteuning van mensenmet verward gedrag. Dat zijn niet mijn woorden, voorzitter; het staatgewoon letterlijk in het rapport. Dit ondanks de grote betrokkenheid vanprofessionals en naasten die zich dagelijks inzetten voor mensen metonbegrepen en verward gedrag. Dat wil ik toch nog even gezegd hebben.Voorzitter. In het inspectierapport staat ook een noodkreet: er is geen tijdmeer voor langlopende agenda’s en pilots. De urgentie voor eenduurzame oplossing is groot. Met die noodkreet in het achterhoofd vraagik mij oprecht af waarom een kabinetsreactie dan drie maanden op zichheeft laten wachten. En wat lezen we dan in de reactie? «We verkennen.»Vandaar mijn vraag aan de Minister: wanneer stopt het kabinet metverkennen en wanneer gaat het uitvoeren? Wat wordt er nu concreetgeregeld en per wanneer?Voorzitter. De politie kreeg vorig jaar zo’n 150.000 meldingen van verwardgedrag. Agenten komen ter plaatse, bellen de crisisdienst en wachtenvervolgens soms een uur tot die komt, als die al komt. Als iemand tegendie tijd wat rustiger is, is het ineens geen crisis meer en gebeurt er niks.De politie is geen oppas. Daarom moet het anders. Er moeten voldoendecrisisbedden en opvangplekken komen, zodat mensen direct geholpenkunnen worden en de politie ook weer sneller door kan. Mensen metpsychische problemen of een verslaving die hulp nodig hebben, wordensoms ook door de politie naar de spoedeisende hulp gebracht. Daarworden ze verzorgd, kunnen ze uitrusten, worden ze gezien door een arts,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80115 krijgen ze een kop thee en wat te eten, maar vaak is er geen reden om zemedisch te behandelen of in het ziekenhuis op te nemen. De spoedei-sende hulp stuurt deze mensen dan ook weer weg.Intussen houden deze mensen, hoe schrijnend hun situatie ook is, wel eenbed bezet op de spoedeisende hulp, terwijl ze daar eigenlijk niet thuis-horen. De druk op de spoedeisendehulpposten, vooral in de grote steden,neemt daardoor toe. Mijn vraag is dus: wat gaat de Minister concreetdoen om ervoor te zorgen dat de juiste hulp op tijd aanwezig is en depolitie niet structureel deze rol moet overnemen? De Minister heeft eerdertoegezegd met gemeenten in gesprek te gaan om te kijken of er bereidwil-ligheid is om dit soort opvangplekken te realiseren. Kan de Minister daariets over vertellen?Voorzitter. Dan wil ik een kleine zijsprong maken. In de kabinetsreactielezen we dat het kabinet rekening wil houden met het absorptievermogenvan een wijk bij de opvang van mensen met verward gedrag. Dat is ookvoor BBB een belangrijk uitgangspunt. Maar mijn zijsprongetje gaat overhet volgende. Is het kabinet van mening dat dit principe dan ook moetgelden bij de opvang van asielzoekers en statushouders? Velen van henkampen namelijk ook met grote trauma’s en geven daardoor ook overlast.Voorzitter, tot slot. Wij hebben geconstateerd dat we inmiddels alleen nogmaar mogen spreken over «onbegrepen gedrag». Dit wordt gezegd omdatwe niet stigmatiserend willen zijn. Maar ik denk wel dat we moetenstoppen met alles te verbloemen en in zachtere taal te spreken, want ikdenk dat de mensen met verward en onbegrepen gedrag daar niet meegeholpen zijn. Mensen die verslaafd zijn, mensen met een psychischeaandoening en alcoholisten die op straat rondzwerven, zijn niet gebaat bijwollige taal. We moeten het benoemen zoals het is en niet iedereen opeen hoop gooien. Zorg ervoor dat deze mensen terechtkomen bij deinstanties waar ze echt geholpen kunnen worden.Dank u wel. Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties, dus ik geef u het voorzitterschapterug.Voorzitter: Van der PlasDe voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde van de eerste termijn van de Kamergekomen. Het is nu bijna 10.50 uur. Ik wilde voorstellen om een halfuur teschorsen, als de bewindspersonen dat ook oké vinden. Er zijn ook heelveel vragen gesteld over huisvesting. De Minister van Volkshuisvestingheeft zich afgemeld; zij is verhinderd vanwege een plenair debat. Ik gaervan uit dat de beantwoording door de Minister van Binnenlandse Zakengedaan kan worden.Minister Heerma:Ik weet dat er in eerdere debatten weleens iets is gezegd over deafwezigheid van de Minister van Volkshuisvesting. Zij zou hierbij geweestzijn als zij niet nu plenair een wetsvoorstel had moeten verdedigen.De voorzitter:Exact.De vergadering wordt van 10.49 uur tot 11.20 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Welkom bij de hervatting van het debatVerward/onbegrepen gedrag en veiligheid. Aan de orde zijn nu deantwoorden van de Ministers. De coördinerend Minister, Minister Heerma,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80116 zal van start gaan. Hij zal ook een inleiding verzorgen. Het voorstel is omvier interrupties toe te laten. Hou ze kort en bondig, want ik ga streng zijnals we uit de tijd gaan lopen. Graag de interrupties na ieder blokje, dusniet in het blokje zelf, zodat de Minister zijn of haar verhaal kan afmaken.Dan geef ik nu het woord aan de Minister van Binnenlandse Zaken.Minister Heerma:Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de uitnodiging om hier vandaag metuw Kamer in debat te kunnen gaan over de aanpak van personen metverward en onbegrepen gedrag. Het is goed dat wij met elkaar serieusaandacht besteden aan dit urgente probleem. Zoals door verschillendewoordvoerders ook in het debat is aangegeven, is dit een steeds urgenterwordend vraagstuk. Ik zal als procesregisseur van de brede aanpak vanverward gedrag inderdaad beginnen met een algemene inleiding, medenamens de bewindspersonen die hier aanwezig zijn. Daarna zal ik ingaanop de algemene vragen die meer gesteld zijn in de coördinerende rol. Ikzal mijn best doen om de vragen die gesteld zijn aan de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ook mee te nemen. Daarnagaan de bewindspersonen, in de volgorde zoals ze hier zitten, in op devragen die op hun terrein gesteld zijn.Laat ik beginnen met een voorbeeld uit de praktijk, waar verschillendewoordvoerders ook mee zijn begonnen. Ik heb vorige week een briefontvangen van de burgemeester van Apeldoorn over een tragisch incidentdat plaatsvond in juli 2025, waarbij een inwoner om het leven kwam. Debetrokkenen bevonden zich in een kwetsbare positie en waren bekend bijde zorg- en veiligheidsketen. De burgemeester schrijft dat naar aanleidingdaarvan nu lokaal en regionaal aanbevelingen worden opgepakt, maar dathet onderzoek ook duidelijk maakt dat dit niet genoeg is. De vraag is hoewij vreselijke gebeurtenissen zoals deze zo veel mogelijk weten tevoorkomen en voor structurele verbeteringen landelijke keuzes maken.Die oproep hebben wij gehoord. Dit vraagt om actie, lokaal en landelijk, inafstemming en gezamenlijkheid. De deze week aan uw Kamer aange-boden petitie Samen voor begrip, van een groot aantal belangrijke spelersin dit werkveld, onderstreept dit ook volledig. Het kabinet erkent dezeurgente oproep en ook de keuzes die daarin worden voorgelegd. Dieuitnodiging vanuit het veld nemen wij graag aan. De thema’s in deaangeboden petitie komen ook overeen met de prioriteiten in devoortgangsbrief die het vorige kabinet in december naar uw Kamergestuurd heeft naar aanleiding van de parlementaire verkenning. Ik zaldaar zo meer over zeggen.De praktijk is buitengewoon complex, weerbarstig en versnipperd. Het iseen gelaagd probleem zonder één eenvoudige oplossing, want als wespreken over personen met verward en onbegrepen gedrag, dan hebbenwe het niet over één duidelijke groep. Mevrouw Van der Plas had het daarin haar bijdrage ook al over. Psychische kwetsbaarheid, verslaving,verstandelijke beperking, trauma’s, schulden en dakloosheid kunnenallemaal een rol spelen in een groep die niet homogeen en onder éénnoemer te brengen is. Ons stelsel van wet- en regelgeving heeft gepro-beerd dat te ordenen, maar voor mensen met al deze problementegelijkertijd en de hen omringende professionals werkt die ordeningonvoldoende ondersteunend. Er is meer nodig. De problematiek iscomplex en voelt zwaar voor de mensen zelf, voor hun naasten, maar ookvoor de omgeving. Mensen hebben passende zorg en ondersteuningnodig, die zorgvuldig dient te worden afgestemd op hun kenmerken enbehoeften, maar die zijn niet altijd beschikbaar. De problematiek kandaardoor verergeren en kan leiden tot overlast en gevoelens vanonveiligheid in de wijk. Juist op dat moment is het voor velen moeilijk omnog de mens achter het gedrag te blijven zien.Verschillende woordvoerders gaven het ook al aan: er wordt al ruim tienjaar gewerkt aan een landelijke aanpak op dit onderwerp. Via hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80117 programma Grip op Onbegrip, in uitvoering door ZonMw, ondersteunende Ministeries van VWS en JenV regio’s bij het versterken van samen-werking, kennisdeling, professionalisering en vroegsignalering. Datwerkte niet voldoende; dat hebben meerdere woordvoerders ookaangeven. Daarom is bijna twee jaar geleden de parlementaire verkenninggedaan. Die heeft ertoe geleid dat medio vorig jaar een voorstel is gedaan– dat was het voorstel van het vorige kabinet – om op basis daarvan eenverbreding te doen met onderwerpen als wonen en bestaanszekerheid. Demaatregelen van procesregie, via de rol die ik vervul, zijn gericht op meersamenhang in het beleid en uitvoering vanuit het perspectief van degroep mensen met verward en onbegrepen gedrag en de professionalsdie daarin een cruciale rol spelen. Voor mensen met een verhoogdveiligheidsrisico is bovendien de werkagenda voor aansluiting tussenforensische en reguliere zorg gelanceerd.Voorzitter. Dit onderwerp vraagt blijvende politieke aandacht en meerlandelijke regie. De problematiek is urgent en weerbarstig en dedilemma’s zijn hardnekkig. Gemeenten en andere betrokken partijen in deketen, zoals professionals, hebben het Rijk nodig om randvoorwaarden tecreëren waarmee zij verder kunnen bouwen op wat in de afgelopen jarenis ontwikkeld. Ik gaf in het begin al aan dat verschillende woordvoerdersook signaleren en uit het veld horen dat de urgentie van de problematieksteeds meer toeneemt. Dat blijkt ook uit de petitie die deze weekontvangen is. Wij horen het ook van politie, burgemeesters en professi-onals en uit de wijken. De problematiek wordt naast urgenter ookcomplexer, bijvoorbeeld door de toename van en een grotere diversiteitaan verslavende middelen. De Nationaal Rapporteur Verslavingen heefthier ook een brief over gestuurd. Tegelijkertijd neemt de druk op de zorgtoe, groeit het tekort aan passende woonplekken en stijgt het aantalmeldingen bij de politie. Hulpverleners zien zwaardere casuïstiek en ookwoningcorporaties signaleren een toename van huurders met complexeproblematiek en een gevoel van overlast bij omwonenden. Daarbij pastnatuurlijk nadrukkelijk de waardering voor alle bestuurders, professionalsen vrijwilligers die zich dagelijks inzetten en die dit doen onder heelmoeilijke omstandigheden. Incidenten zullen nooit volledig te voorkomenzijn, maar dat ontslaat ons zeker niet van de verantwoordelijkheid om deaanpak te verbeteren.De signalen dat het wachten is tot het misgaat, waar verschillendewoordvoerders het ook over hadden, kunnen we niet negeren. Dat brengtmij tot de inzet van het huidige kabinet, die eigenlijk volgt op wat hetvorige kabinet gestart is met de reactie op de parlementaire verkenning.Het kabinet, zoals wij hier zitten met elkaar, deelt volledig de urgentie enhet belang van werken aan versterking van de aanpak. In het opvolgenvan de aanbevelingen aan uw Kamer zien wij vier grote prioritaireopgaven. Die zijn ook benoemd in de brief die in december door hetvorige kabinet gestuurd is, waar verschillende woordvoerders ook aangerefereerd hebben. Ik zal ze kort langslopen. Ze komen vrijwel overeenmet de petitie die u deze week in ontvangst genomen heeft. Deze vieronderwerpen komen eigenlijk ook terug in alle brieven die vanuitverschillende organisaties richting dit debat aan uw Kamer gestuurd zijn.De voorzitter:Sorry dat ik u heel even onderbreek. Gaat u die vier onderwerpen inblokjes doen?Minister Heerma:Nee, want ...De voorzitter:Of zegt u: ik ga dit helemaal in één keer afronden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80118 Minister Heerma:Ik kan het u schetsen. Ik wilde de vier blokjes even kort aanstippen, wanter zitten allerlei vragen in die weer heel erg betrekking hebben en ookgericht zijn op de bewindspersonen. Daarna wilde ik een paar blokjeslangslopen met vragen die specifiek aan mij gericht zijn. Dat zit op devraagstukken rondom regie, de vragen rondom financiën, de vragenrondom gegevensdeling en burgemeestersbevoegdheden, en daarna hetblokje volkshuisvesting. Dat is wat ik ga doen. Dat is een aanzienlijk deel,maar er zijn ook vrij veel vragen gesteld aan de Minister van VWS en watminder aan de Minister van JenV. Zij pakken die zelf op. Die raken welweer aan de vier hoofdthema’s. Ik ga dus niet alle vier hoofdthema’shelemaal langslopen; ik stip ze alleen aan.De voorzitter:Oké. U stipt ze nu aan, dus als u daarmee klaar bent, wil ik de leden weleven de gelegenheid geven om daar eventueel vragen over te stellen.Daarna gaan we de blokjes af, per blok dat u net noemde, en daarna weerde leden. Akkoord?Minister Heerma:Vanzelfsprekend. U gaat over de orde.De voorzitter:Ja, u heeft het er maar mee te doen!Minister Hermans:Voorzitter, helpt het u als wij nog even aangeven wat wij beantwoorden?Dan heeft iedereen het volledige overzicht.De voorzitter:Ja, zeker.Minister Hermans:Ik zal een aantal algemene vragen beantwoorden die zijn gesteld over deggz en ook over de Wet zorg en dwang en de verplichte ggz, en de vragendie zijn gesteld over de pilot en de structurele financiering daarvan.De voorzitter:De Minister van Langdurige Zorg.Minister Sterk:Voorzitter. Ik zal een aantal vragen over bemoeizorg beantwoorden, overde financiën van Wlz-ggz-wonen, waar door een aantal mensen ookvragen over zijn gesteld, en ook in bredere zin over het beschikbare aantalwoonplekken voor mensen met een zorgvraag.De voorzitter:De Minister van Justitie en Veiligheid.Minister Van Weel:Ik doe het mapje overige belangrijke vragen.(Hilariteit)Minister Van Weel:Dat zijn er zo’n drie, maar die hebben met name betrekking op de politie.De voorzitter:Prima. De Minister van Binnenlandse Zaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80119 Minister Heerma:Dank u wel, voorzitter. De eerste opgave is een tekort aan passendewoningen en woonzorgvoorzieningen. De keten zit vast. Zonder eenstabiele woonplek is er geen rust en zonder rust is er geen effectieve zorgof veiligheid. Het probleem is niet alleen geld of personeel, maar ookmaatschappelijke weerstand. Lokale initiatieven lopen vaak vast inlangdurige procedures via het bekende not-in-my-backyardeffect. Hetzorgen voor passende woon-zorgplekken op maat voor deze doelgroep iseen belangrijke randvoorwaarde. Wij gaan daar als kabinet op acteren. Ikheb daar deze week met de Minister van VRO over gesproken. Dit zal ookworden meegenomen in de Taskforce Versnelling Woningbouw. Daar zalspecifiek worden ingegaan op deze doelgroep.De tweede opgave betreft gegevensdeling. Professionals willen eerder enbeter kunnen handelen en gemeenten willen regie kunnen nemen, maarzij werken vanuit verschillende wettelijke kaders, die niet goed op elkaaraansluiten. De spanning tussen privacybescherming in de zorg, het zogoed mogelijk ondersteunen van mensen vanuit het sociaal domein enook het gericht waarborgen van veiligheid in de samenleving is in depraktijk voelbaar en vraagt om opheldering van kaders, en daarmeehandelingsperspectief voor professionals in het gezamenlijk optrekken.De derde opgave is de noodzaak om landelijk duidelijker te bepalen watminimaal op orde moet zijn in de aanpak. Zonder die duidelijkheid blijft erte veel een risico op «laat duizend bloemen bloeien», versnipperd enprojectmatig, waar verschillende woordvoerders het ook over gehadhebben. We moeten keuzes maken over wat overal beschikbaar moet zijn,zoals bemoeizorg, en wat dat vraagt van betrokken partijen op regionaalen lokaal niveau aan gezamenlijk optrekken. Daarbij bouwen we voort opde ervaringen van het ZonMw-actieprogramma Grip on Onbegrip, derodedradeninventarisatie van de politie, en de kenniswerkplaatsen en depraktijktafels.De vierde opgave is meer structurele, voorspelbare financiering, waarvolgens mij alle woordvoerders in dit debat het over gehad hebben. Hetgaat niet zozeer om meer geld, maar om meer samenhang en flexibiliteitin de inzet van middelen. Middelen zijn nu vaak versnipperd, terwijl acutesituaties juist om een gezamenlijke inzet en maatwerk vragen. Tot 2027 isvia het actieprogramma Grip op Onbegrip subsidie beschikbaar voordomeinoverstijgende projecten en samenwerkingsverbanden. Voor heteind van dit jaar moet een besluit genomen worden over hoe ditstructureel ingericht gaat worden. Het huidige programma loopt tot 2027.We zullen dus voor het einde van het jaar besluiten hoe we dit structureelgaan invullen.Er zijn ook vragen gesteld over snelheid en hoe de Kamer de vinger aande pols houdt. Er is gevraagd waarom dat niet twee keer per jaar is, zoalsde Kamer vraagt, maar één keer per jaar. Daar zal ik zo op ingaan, maareerst nog iets over de rol van de Minister van Binnenlandse Zaken alsprocesregisseur, als coördinerend bewindspersoon. Het Ministerie vanBinnenlandse Zaken kent traditioneel op veel complexe vraagstukken eencoördinerende rol. Dat is niet altijd makkelijk, maar het is wel belangrijk.Het is ook de beste manier om niet alleen verticaal te denken aanoplossingen, maar juist horizontaal te sturen. Dat is een werkwijze die inde huidige coalitie, in het huidige kabinet, ook in de taskforces wordtgekozen. Daar is vaak één bewindspersoon coördinerend verantwoordelijken zeggen de anderen niet «dat is jouw probleem», maar gaan zegezamenlijk aan tafel om te kijken: hoe kunnen we met elkaar helpen ommet horizontale sturing in plaats van het traditionele verticale denkenverder te komen? De invulling die door het vorige kabinet is gekozen, metde invulling van de werkwijze die we hier nu met elkaar hanteren, heefteigenlijk zijn schaduw vooruitgeworpen, want die past bij de werkwijzedie nu ook bij de taskforces gekozen is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80120 Verschillende woordvoerders gaven ook aan: niemand kan dit alleen. Dewoordvoerder van Groep Markuszower was er het meest expliciet overdat het goed is dat er nu interdepartementaal samengewerkt gaat worden.Ook de woordvoerder van het CDA verwees hiernaar. Het vraagt van onsals kabinet om over grenzen heen samen te werken en niet naar elkaar tewijzen. Wij hebben dus de intentie om dat laatste niet te doen engezamenlijk afspraken te maken met veldpartijen. Dat vraagt – en dat iseen soort bruggetje naar de rapportage – dus veel spreken met elkaar,maar ook gezamenlijk met het veld spreken. Dat veld is groot. Debelangen zijn ook divers. Daar lag het oorspronkelijke vraagstuk in. Datkost veel tijd. Als je te veel rapportages gaat doen, gaat op een gegevenmoment het werk in de rapportages zitten in plaats van in daadwerkelijkvoortgang boeken.Tegelijkertijd heb ik goed gehoord wat de Kamer hier vraagt, dus ik zou inantwoord daarop het volgende voorstel willen doen. In de brief die hetkabinet gestuurd heeft, is gezegd dat we naar een jaarlijkse in plaats vaneen halfjaarlijkse rapportage willen. Verschillende woordvoerdersvroegen: kan het niet toch halfjaarlijks? Ik wil voorkomen dat we, zoals ikzei, meer tijd besteden aan rapporteren en minder aan daadwerkelijkproblemen oplossen. Tegelijkertijd wil ik de Kamer tegemoetkomen. Devolledige rapportage over alle thema’s uit de parlementaire verkenningvolgt aan het einde van het jaar, maar ik wil toezeggen dat we voor dezomer, rond de zomer – ik weet niet of we voor de zomer helemaal gaanredden – komen met een rapportage, specifiek gericht op de vierprioritaire thema’s die benoemd zijn, waarover we dus overleg hebbenmet het veld en met elkaar. Dan kunnen we de stand van zaken geven opde vier prioritaire thema’s en ook aanbevelingen en oplossingsrichtingenop deze vier thema’s. Ik heb uw Kamer namelijk goed gehoord, dus dit iseen voorstel als middenweg tussen wat het kabinet aanvankelijk wilde ende vragen vanuit de Kamer om het toch halfjaarlijks te doen. Effectief zijnhet dus twee rapportages, waarvan de een over het geheel en de anderover de prioritaire thema’s gaat.De voorzitter:Dank u wel.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik kan me daarin wel vinden. Ik denk dat rond de zomer hartstikke goed is.Tegelijkertijd zou ik graag willen voorstellen om in die rapportage nietalleen de voortgang te benoemen, maar ook concrete KPI’s met eentijdpad, zodat we weten welk ministerie wat gaat doen en aan welkeafspraken zij zich conformeren. Zoals de Minister ook al aangaf, bestaat ernamelijk een werkagenda. Toch heb ik, in ieder geval vanuit mijn oude rol,altijd ervaren dat het vooral een probleem was van Justitie en Veiligheiden niet zozeer van VWS. De urgentie was vooral heel erg voelbaar bijJustitie en Veiligheid. In mijn ideale wereld zitten wij hier de volgendekeer niet met de Minister van Justitie en Veiligheid, en niet omwille vandeze Minister, maar om het gegeven dat verwarde mensen niet in destrafrechtketen thuishoren. Ik zou dus omwille van dat gegeven in derapportage graag duidelijke KPI’s terug willen zien, met heel concretetijdspaden, waar we als Kamer deze Minister en de andere Ministers ookaan kunnen houden.De voorzitter:Dank u wel. KPI’s zijn kritieke prestatie-indicatoren.Minister Heerma:Wat we kunnen doen, is langs die vier thema’s zo concreet mogelijkworden en namen en rugnummers noemen. Er is, om een voorbeeld tenoemen, gevraagd of er rondom de woonplekken niet gekwantificeerd kanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80121 worden. Die dingen proberen we daarin te doen. Er is ook gevraagdwanneer het overzicht van de financiering komt. Er is eerder een briefgestuurd, volgens mij in maart vorig jaar, die de aanleiding was voor deKamer om te zeggen: dit is niet goed genoeg. Dat zal dus ook meege-nomen worden. Er zal gekeken worden hoe we dat kunnen concretiserentegen de achtergrond van hoe ingewikkeld dat is in het versnipperdewerkveld. Als ik heel eerlijk ben, weet ik niet of we daar KPI’s in hebbenstaan, maar het zullen namen en rugnummers zijn. Het zal zo concreetmogelijk gemaakt worden. Dat biedt de Kamer dan ook weer de kans omop dat moment te zeggen of ze het een stap in de goede richting vindt ofdat het niet goed genoeg is.Mevrouw Coenradie (JA21):We willen zeker concrete informatie, want dat is ook het meest heldervoor de Kamer, in ieder geval voor mij. Maar wat ik vooral bedoel metKPI’s, is dat we bedrijfsmatig naar dit hele verhaal gaan kijken en dat weals Kamer en als hele maatschappij ook kunnen zeggen: wanneer kunnenwe nou eigenlijk wat verwachten? Wanneer zien wij een resultaat van iets?Wanneer wordt dit initiatief genomen? Of wanneer wordt dit afgerond? Ofwanneer voelen burgemeesters, of de politie of welke instantie dan ook,dat er concreet iets gebeurt in hun gemeente? Wanneer? Ik moet elkekeer ... Het is in ieder geval mijn wens dat ik in de brief terugzie: wanneergaat er wat gebeuren? Als we dat met elkaar kunnen afspreken, dan zou ikin ieder geval een heel erg tevreden Kamerlid zijn op dit terrein.Minister Heerma:Ik had het over namen en rugnummers. U zegt dat u daar ook tijdspadenbij wilt. Dat is dan de invulling van de KPI’s. We zetten in op namen enrugnummers en op tijdspaden. Dank. Dan de heer Struijs? Ja, sorry.De voorzitter:Volgens mij was de heer Mathlouti eerst, daarna de heer Struijs en daarnamevrouw Wendel.De heer Mathlouti (D66):Klopt, maar mevrouw Coenradie stelde al een terechte vraag. Volgens mijis het antwoord van de Minister heel duidelijk: inderdaad, namen enrugnummers. Ik moet er ook eerlijk iets bij zeggen, en dat bedoel ik nietflauw. Ik heb als nieuweling heel veel stukken gelezen over dit onderwerp,heel veel oude stukken. Wat mij ook opvalt, is dat we al heel lang overhetzelfde spreken en dat er ook al heel lang dezelfde soort inhoud in diestukken staat met betrekking tot dit onderwerp. Het is dus volgens mij eenheel terechte vraag van de collega voor mij.De voorzitter:Minister, wilt u hierop reageren?Minister Heerma:Hoewel het maar half een vraag is, ga ik er toch op reageren. Detoezegging aan mevrouw Coenradie is gedaan. Ik wil toch beginnen met:het is heel weerbarstig. Sommige woordvoerders hebben het al aange-geven. Dit is een van de meest weerbarstige vraagstukken van deze tijd ende gedachte dat alles wordt opgelost als één iemand doorzettingsmachtheeft, is niet terecht. Dat is de reden waarom ik refereerde aan BZK, dateen traditie heeft in coördineren op moeilijke thema’s. Dat werkt toch hetbeste met die horizontale sturing. De reden waarom de parlementaireverkenning is uitgevoerd, is omdat de constatering was: we zijn al tienjaar aan het praten hierover, we zien te veel versnippering en we zienallerlei inzet, maar we zien het probleem groter worden. Daarom zitten wijhier als nieuwe ploeg deels ook om invulling te geven aan een probleemTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80122 dat al geconstateerd is in de parlementaire enquête of, nee – nu zeg ik hetzelf – in de parlementaire verkenning. Dat gebeurt dan, hè. Als ééniemand het doet, dan gaat iemand anders ook.Het vorige kabinet heeft dat dus erkend en heeft invulling gegeven aan dievier prioritaire thema’s die we in alles terugzien, ook vanuit het veld. Wijbouwen daar nu met elkaar op voort met de intentie – die proef ik echt bijalle collega’s – om het met deze werkwijze, gezien wat er in het verledengeprobeerd is, maar waar niet voldoende sturing op zat, met elkaar meervorm te geven en om te voorkomen – dat geef ik ook nog mee – dat aanhet einde van het vraagstuk de problemen alleen bij JenV liggen. Dat washet beeld dat mevrouw Coenradie schetste. Ik wil daarbij aangeven, losvan het feit dat ik de Minister van JenV er persoonlijk graag bij wilhebben, dat ik denk dat het goed is om het in die breedte te doen, wanthet is een vraagstuk dat ook die kant kent. Ik wil dat er wel bij houden. Iksnap de intentie die mevrouw Coenradie uitspreekt zeer. We zijn onsdaarvan bewust en we willen dus doorgaan met de al ingezette werkwijzeom te voorkomen dat over een paar jaar het gevoel nog steeds hetzelfdeis.De heer Struijs (50PLUS):Even een vraag aan de Minister. Ik sluit me aan bij mevrouw Coenradie.Wij hebben het voor onze controlerende functie echt nodig dat we dedaadkracht en de snelheid terugzien in de stukken en zo concreetmogelijk, maar ik wil ook een risicoparagraaf. Die risicoparagraafbeschrijft wat er even niet lukt, wat er uitgesteld wordt of wat voorhobbels er zijn. Wij moeten te veel het veld in – dat doe ik graag – om elkekeer op te halen wat er misgaat. Benoemd dat ook gewoon. Ik zoek eenbeetje naar een vorm waarin we heel veel concreetheid krijgen endaadkracht krijgen, maar we het ook zien als het even tegenzit. Daar wil ikeen advies aan koppelen. Ik heb in alle stukken en hier ook weer in dewoorden veel gehoord over coördinatie en beleidsvoornemens. Ik wilterug naar het evenwicht. We hebben beleidsvoornemens en we hebbendaadkracht. Daar zoek ik naar, met een risicoparagraaf.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Ja, dank u wel. De vragen mogen wat korter en de antwoorden mogenook iets korter als we binnen de tijd willen blijven.Minister Heerma:Op de risicoparagraaf kom ik in tweede termijn even terug. Dat is voor nukort. Dus die schrijven we op voor de tweede termijn.Mevrouw Wendel (VVD):De Minister heeft de toezegging gedaan aan mevrouw Coenradie omconcreter te worden op die vier prioriteiten. Dat is een mooi begin, maarvoor mij gaat het niet ver genoeg. We hebben die parlementaireverkenning, met veel concrete punten. Als het dan één keer per jaar overdie volledige verkenning concreter wordt en halfjaarlijks over die vierprioriteiten, kan ik me daar nog bij neerleggen. Ik wil de Minister dan welspecifiek vragen om ervoor te zorgen dat in dat jaarlijkse verslag op al diepunten concreet wordt ingegaan. Ik zou daarbij, tot slot, heel graag willendat we dan geen brieven meer krijgen met toch weer verwijzingen naarandere bewindspersonen. De coördinerend Minister van BZK zit er juistom alles bij elkaar te brengen. Als ik dan weer brieven zie met: nou, en derest kunt u lezen bij VWS en de rest ... Ik wil dat allemaal in één brief. Datwil ik vragen.Minister Heerma:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80123 Tweeledig. Het eerste is: dank voor deze vraag. Daar is kennelijk onduide-lijkheid over. Alle prioriteiten uit de parlementaire verkenning komen in dejaarlijkse brief. Dat is dus de intentie, als ik daar onduidelijk over bengeweest. Dat is dus de brief die aan het einde van Q4 zal komen.Daarnaast is een aanvullende toezegging gegeven op de vragen die dooronder andere de VVD gesteld zijn: we vinden dat niet genoeg; we willenhet eigenlijk tweejaarlijks. Daarnaast doen we het voor de vier prioriteiteneen keer extra. Er komen er dus twee – dat was de vraag – alleen is er éénover alle doelstellingen en één specifiek op de vier prioriteiten.Dan het coördineren en verwijzen. Je ontkomt er niet aan, ook als jetijdpaden wil, dat je in iets wat zo veel departementen raakt op eengegeven moment ook moet verwijzen naar dingen die vanuit verschil-lende departementen nog gaan komen. Ik weet niet of de vraag was of wedat kunnen voorkomen. Dat is niet te voorkomen. Anders wekken we deillusie dat er een Ministerie van alle zaken is, en dat is er niet. We willendus zo veel mogelijk alles bij elkaar brengen, maar in zo’n tijdlijn zal somsook verwezen moeten worden naar een wetsvoorstel dat nog vanuit eenvan de bewindspersonen gaat komen. Ik weet niet of de vraag is of datniet kan, maar ik denk dat dat onontkoombaar is.Mevrouw Wendel (VVD):Ik denk dat de Minister gelijk heeft dat we niet bijvoorbeeld weken ofmaanden moeten wachten om een brief te versturen totdat dat er ook inzit. Ik wil alleen wel vragen om geen brief te versturen als er dan driedagen later van een andere Minister weer een andere brief komt. Volgensmij kunnen we dan wel van het kabinet vragen om daarin gezamenlijk opte trekken. Als dat kan, dan heel graag. Over die jaarlijkse brief: kan ik ditdan ook interpreteren als toezegging om ook die jaarlijkse brief heelconcreet te maken?Minister Heerma:Dank voor uw toelichting in de tweede termijn. Dan begreep ik de vraagvan het lid Wendel in eerste instantie niet goed. De vraag is of wij ervoorkunnen zorgen dat als die gezamenlijke brief er is, er niet drie dagen latervan een van de aanwezigen een brief komt die eigenlijk daarin vermeldhad kunnen worden. Dat vind ik een terechte vraag en als de beleving isdat dat de vorige keer is gebeurd, dan moeten wij erop inzetten dat datwordt voorkomen. We zullen ook zo concreet mogelijk worden. Namen,rugnummers en tijdpaden komen in de brief over het geheel.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik hoor heel goed wat de Minister zegt. Tegelijkertijd zit daar ook welongemak. Wat ik hoor, zie ik niet terug in het coalitieakkoord. Ik zal er eveneen paar dingen uit halen. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid staatbijvoorbeeld niet in het coalitieakkoord. We weten dat die doelstellingenheel moeilijk worden behaald. Op de ggz wordt bezuinigd, terwijl weweten dat de wachtlijsten langer worden. Ons verzoek was om voor meerplekken te zorgen voor mensen met een Wlz-ggz-indicatie, dus mensendie niet thuishoren in de opvang. We weten dat daar ook meer voor moetgebeuren. Mijn vraag aan de Minister is of hij, als dat nodig is, meerruimte kan pakken dan ik nu terugzie in het coalitieakkoord en debijbehorende begrotingen.Minister Heerma:Er worden nu een aantal vragen gesteld aan de Minister van BinnenlandseZaken. Ik snap de vraag heel goed; ik hoop dat u het antwoord ook snapt.Ik kan hier niet de begrotingsbehandelingen van andere departementengaan doen. Er worden specifiek een aantal vragen gesteld die ook in deblokjes zitten die de collega’s gaan doen. Als het gaat over de coördine-rende rol geldt dat ik me bewust ben van de omvang van dit vraagstuk enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80124 waarom we opvolging geven aan de toezegging van het vorige kabinetom zo nadrukkelijk invulling te geven aan de wensen van de parlemen-taire verkenning. Dat geldt op al deze terreinen. Dat maakt niet dat ik hiernu begrotingen van andere departementen kan gaan invullen. Zo werkthet niet, maar ik neem die coördinerende rol, die ik overigens op andereterreinen ook heb, echt serieus.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Heerma:Dat gebeurt me altijd. Ik heb een deel van de vragen over de coördine-rende rol al beantwoord in mijn enthousiasme om antwoord te geven opvragen. Eigenlijk heb ik de vragen die zijn gesteld rondom die coördine-rende rol grotendeels al beantwoord.Misschien is het goed om als aanvulling nog te zeggen dat naaraanleiding van de start die is gemaakt met de toezegging van het vorigekabinet, die ik al noemde, er ook al een ambtelijk interdepartementaalprogrammateam is opgestart. Daarin wordt actief de horizontaleverbinding gemaakt en bewaakt. Dat is niet iets wat wij nu doen; dat is inde vorige periode al gestart. Dat is onderdeel van de manier waarop wedoorwerken. We gaan ook kijken hoe we bijvoorbeeld gezamenlijk met hetveld kunnen gaan praten. In het verleden was het heel vaak zo dat eralleen individueel met het veld gesproken werd, waardoor er een groterrisico op versnippering was. Dat is onderdeel van het proces om meereenheid in de coördinatierichting in de rapportages te krijgen.Dan ga ik door naar financiën. JA21 was daar duidelijk over. Ik heb er netal iets over gezegd. De vraag, die volgens mij ooit volgde uit de motie-Mutluer, was om halfjaarlijks te rapporteren, inclusief een financieeloverzicht dat is gekoppeld aan de begrotingscyclus. Vorig jaar maart is ereen overzicht gestuurd van financieringsstromen bij de aanpak vanpersonen met onbegrepen gedrag. Daarin ging het over de specifiekebudgetten van VWS en JenV. Volgens mij is daarin ook aangegeven datalgemene middelen voor politieoptreden, versterking van curatieve zorg,geestelijke gezondheidszorg, suïcidepreventie, de aanpak van dak- enthuisloosheid en incidentele middelen voor huisvesting van aandachts-groepen allemaal bijdragen, maar dat het heel moeilijk is om daar éénoverzicht van te geven. Tegelijkertijd zegt de Kamer dat wat er tot nu toegekomen is te weinig en te summier is. Aangezien een van die vierprioriteiten juist gaat over die structurele financiering, wil ik toezeggen datwe voornemens zijn in de brief die er rond de zomer gaat komen hetfinanciële overzicht van middelen op de begroting van de verschillendedepartementen beter mee te nemen dan in de vorige brief het geval was.Dat doe ik tegen de achtergrond dat het heel complex is om dat overzichtgoed te krijgen, maar ook omdat de Kamer vond dat de eerste pogingdaartoe niet goed genoeg was. Als we die rapportage dan rond de zomersturen, kunnen we daarna met de Kamer kijken of er voldoende verbe-tering is.Dan ga ik naar gegevensdeling. Dit waren volgens mij vragen van onderandere D66 en JA21. Wanneer krijgen professionals heldere handelings-kaders over wat wel mag? Is het kabinet bereid om, als die ruimte eronvoldoende is, de regels aan te passen? Het kabinet erkent dat relevantegegevens tussen partijen in de keten rondom een persoon met verward ofonbegrepen gedrag in de huidige praktijk onvoldoende gedeeld worden.Dat is simpelweg een belemmering voor het vroegtijdig met elkaaroptrekken om problematiek te reduceren. Meer specifiek heeft het kabinetvastgesteld dat bijvoorbeeld gemeenten het aan een titel ontbreekt omtijdig geïnformeerd te worden over bewoners met een veiligheidsrisico.Daardoor kunnen zij waar nodig niet tijdig verantwoordelijkheid nemen.Als gemeentes signalen over inwoners met een mogelijk veiligheidsrisicoTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80125 missen, kunnen zij hier niet op acteren. De mogelijkheid om debemoeizorg door de gemeente te intensiveren, wordt hierdoor ookbeperkt. We gaan samen met ketenpartners in kaart brengen wat er nodigis om het delen van gegevens over situaties van verward en onbegrepengedrag te bevorderen. In het kader hiervan zal bezien worden of en, zo ja,welke specifieke wettelijke titel er gecreëerd dient te worden. Het strevenvan het kabinet is om u in die brief, waar ik het al over had en die van dezomer komt, zo concreet mogelijk te informeren over de stand van zakenbij die verkenning. Dit is ook een van die vier prioriteiten. Ook gaan wekijken wat voor tijdlijn we daaraan kunnen hangen, conform de vraag vanmevrouw Coenradie.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel Minister, voor de urgentie die hieruit spreekt. Tegelijkertijdlees ik in veel brieven – ik neem er maar even een voorbeeld uit – overbijvoorbeeld de Wgs. Die is al wel ingevoerd, maar er is nu al bekend datdie wet eigenlijk verouderd is. Een aantal hele cruciale partijen, bijvoor-beeld woningbouwverenigingen, zijn daar niet bij betrokken. Kan ik uit deurgentie van de Minister afleiden dat we niet wachten tot die wet weerwordt geëvalueerd, maar we naar tijdelijke oplossingen zoeken om dat nual te herstellen?Minister Heerma:De Minister van Justitie en Veiligheid zal ingaan op deze specifieke vraagover dit specifieke wetsvoorstel. Dit is ook een onderdeel ervan. Ik ga mijnbest doen, ook bij Volkshuisvesting. «Coördineren» betekent niet dat ikalles weet over alles en overal over ga. Zo nu en dan zal ik dus bij eenvraag heel even naar rechts moeten kijken. In de samenwerking zie je dangelukkig dat degene die erover gaat zijn hand opsteekt.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Heerma:Dan ga ik naar burgemeestersbevoegdheden bij dwang. Daar zijn onderandere door de VVD vragen over gesteld. In het coalitieakkoord heeft ditkabinet aangekondigd meer mogelijkheden voor burgemeesters tecreëren om door middel van bemoeizorg in te grijpen en meer crisis-plekken te realiseren. Gemeenten en burgemeesters voelen zich vaakverantwoordelijk voor de zorg voor hun inwoners met verward enonbegrepen gedrag en mogelijke veiligheid, maar ervaren in die situatiesnog onvoldoende positie, bevoegdheden en handelingsperspectief. Ikverwees al naar de brief van de burgemeester van Apeldoorn, maar ookde burgemeester van Arnhem heeft hier onlangs nog nadrukkelijk opgewezen. Gemeenten kunnen na een melding een verkenning doen eneen zorgmachtiging aanvragen, maar dat proces leent zich minder goedvoor acute situaties. De positie van gemeenten en burgemeesters maakt,in lijn met de aanbeveling uit de parlementaire verkenning, explicietonderdeel uit van de verkenning die nu loopt aan de kant van het kabinet.De ambitie van het coalitieakkoord zal hierbij worden betrokken. We zullendus in de brief die van de zomer komt, met de uitkomsten van deverkenning en met oplossingsrichtingen naar uw Kamer komen, want ditis ook weer een van de prioriteiten.Dan kom ik nu bij het stukje waar u, als u het echt leuk wil maken, heelveel vragen over kan stellen, maar dan zal ik daarna wellicht snel moetenverwijzen naar een brief van de Minister of de brief die nog gaat komen. Ikga nu namelijk de vragen over volkshuisvesting en ruimtelijke ordeningbeantwoorden. Ik ga het nogmaals zeggen: de Minister had hier graag bijwillen zijn. Zij ziet het belang van het onderwerp ook, maar moet nuTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80126 plenair de Wet toekomstbestendige huurcommissie verdedigen in deTweede Kamer.Deze opgave raakt ook aan voldoende en passende huisvesting. DeMinister van VRO werkt hard aan het realiseren van 100.000 woningen perjaar. De Taskforce Versnelling Woningbouw is gestart om doorbraken terealiseren en versneld te komen tot meer huizen voor iedereen. Dat is ookhard nodig voor mensen uit specifieke doelgroepen, waaronder mensenmet verward en onbegrepen gedrag. Daarom zal, zoals ik daarstraks ookheb aangegeven, in de voortgang van deze taskforce ook specifiekaandacht besteed worden aan deze doelgroep. Dit heeft aandacht binnende taskforce, omdat het niet alleen gaat om puur dat aantal van 100.000,maar ook om de vraag hoe je daarbinnen voor specifieke doelgroepenvoldoende mogelijkheden creëert.Er zijn ook vragen gesteld over vervolgstappen. Ik ga er een aantallangslopen. In de bestaande woningvoorraad zal samen met gemeentenen woningcorporaties gestuurd worden op de juiste toewijzing vanwoningen waar de inzet van zorg mogelijk is. Met de Wet regie, waarinmensen uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en ggz eenurgentiepositie krijgen als het gaat om de woonruimteverdeling bijgemeenten, zal hierop gestuurd worden. We sturen op de realisatie vanpassende woonvormen in de woningbouwopgave. Daarbij zal niet alleenop de aantallen, maar ook op de juiste woonvormen worden ingezet. In ditgeval betreft het veelal geclusterde woningen waar zorg kan wordengeleverd. Ook is in verband met de leefbaarheid van wijken de locatiebinnen gemeenten van belang. Er is echter ook een forse groep met zwareproblematiek, waarvoor reguliere huisvesting geen optie is. Voor dezegroep zijn ook oplossingen nodig in de zorg- en veiligheidsdomeinen.De specifieke vragen van met name het CDA gingen onder andere overpassende prikkelarme woonvormen en slechte doorstroming in de ketenbeschermd wonen. De vraag is hoe de Minister landelijk de regie wilnemen op het huisvestingsvraagstuk voor deze doelgroep. Hierbij geldtdat het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting, dat op ditmoment in de Eerste Kamer ligt, van groot belang is. In de volkshuisves-tingsprogramma’s komt er aandacht voor de huisvesting van specifiekdeze doelgroep. Ook wordt er een verplichte urgentieregeling geïntrodu-ceerd. Daarnaast wordt de realisatie van huisvestingsconcepten voorpersonen met verward en onbegrepen gedrag op verschillende manierengestimuleerd. Het gaat voor de mensen die zelfstandig kunnen wonen omhet realiseren van passende en betaalbare woningen. Daarnaast wordendiverse woonconcepten ingezet voor mensen met verward en onbegrepengedrag, zoals de Skaeve Huse en vormen van begeleid en gemengdwonen. Zei ik dat goed? Gelukkig.Het CDA vroeg ook: welke mogelijkheden ziet de Minister voor tijdelijkehuisvesting op locaties in handen van het Rijksvastgoedbedrijf? DeMinister van VRO gaat aan de slag met alternatieve huisvesting tussenopvang en huisvesting in. Dit doet ze om de realisatie van100.000 woningen per jaar te versnellen. Dit is ook relevant voor specifiekdeze groep. Daarnaast kan het Rijksvastgoedbedrijf een rol spelen in hetrealiseren van aanvullende huisvesting. Daarbij wordt ook gekeken, enmoet er ook gekeken worden, of deze locaties niet meer voor hunoorspronkelijke functie worden gebruikt, maar voor een ander doel.Daarbij moeten we kijken naar de wet- en regelgeving die geldt voor deverkoop. Als er mogelijkheden zijn, dan worden die zeker aangegrepen,geeft de Minister van VRO aan.Er was specifiek een aanvullende vraag vanuit 50PLUS, van het lid Struijs:wanneer kan de Kamer de wijziging van de Woningwet tegemoetzien,zodat er informatie-uitwisseling kan zijn? Voor de zomer gaat hetwetsvoorstel naar de Raad van State. Daarna kunt u het zo spoedigmogelijk tegemoetzien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80127 De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de leden. Ik zie mevrouw Ten Hove enmevrouw Coenradie. Eerst mevrouw Ten Hove.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Misschien komt het nog, hoor, maar ik dacht dat het toch in dit blokjepaste. De gemeenten zitten klem en weten niet hoe ze deze onmogelijketaak moeten uitvoeren. Ik hoor de Minister spreken over de taskforce, de100.000 woningen die erbij moeten komen en de versterkte regie. Wegaan werken met een verplichte urgentieregeling voor deze doelgroep,maar gemeenten zitten ook al met de Spreidingswet en stikstofregels. Alsdie woningen niet gerealiseerd kunnen worden, hoe gaan we deze taakdan toch volbrengen met z’n allen?Minister Heerma:In de antwoorden die ik net namens de Minister van VRO heb gegeven,werd verwezen naar de Wet regie, die hierbij moet gaan helpen. Deeerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik nu geen aanvullend antwoord hebhierop. Ik kan u toezeggen dat we ook hier heel specifiek op ingaan in debrief die u voor de zomer krijgt, omdat voldoende woningen een van devier prioriteiten is. Meer dan dat heb ik op dit moment niet.De voorzitter:Mevrouw Coenradie en daarna mevrouw Straatman.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik weet even niet of ik hem hier kan stellen of dat het nog komt, maar ikheb een vraag over de bezuinigingen op ggz-wonen die het kabinetvoornemens is. Is dat een vraag die deze Minister kan beantwoorden? Zonee, bij wie ligt dit dan? Dat komt nog? Oké.De voorzitter:Ik beschouw dit dan even niet als een interruptie, maar als een informa-tieve vraag.Mevrouw Straatman (CDA):Ik begrijp het voorstel voor de urgentieregeling, maar dat verondersteltnatuurlijk wel dat de woningen er al zijn. Bijvoorbeeld met betrekking totde Skaeve Huse wordt nu ongeveer becijferd dat je meer dan 1.000, 1.150van die woningen nodig hebt, maar we hebben er nog maar 150. Er ligtdus gewoon een probleem in het creëren van die woningen, vaak ookvanwege het maatschappelijk draagvlak dat ontbreekt. Ik begrijp heelgoed dat de Minister zegt dat hij deze vragen nu niet kan beantwoorden,maar ik zou wel willen vragen of hij dan aan de Minister van VRO eenverzoek wil doorgeven. Kan zij concreet in een brief ingaan op de stappendie worden gezet om er tijdelijk alles aan te doen om die extra woningente creëren en daarbij ook naar creatieve oplossingen te zoeken, zoals tochmet rijksvastgoed in gesprek gaan of kijken naar ggz-instellingsterreinen,waar overigens ook nog wel ruimte is? Kan zij dus heel concreet op diepunten ingaan? De intentie om die woningen te creëren, delen wenamelijk allemaal, maar de weg ernaartoe is heel ingewikkeld.Minister Heerma:Aan een deel van de vragen die gesteld worden, heb ik net al gerefereerd.Wat betreft het Rijksvastgoedbedrijf wordt er met creativiteit gekekenwanneer het mogelijk is. Ik heb ook al gezegd dat hier bij de rapportagevan de taskforce expliciet aandacht voor is. In aanvulling op wat ik net alaangaf, zullen we in de brief die rond de zomer komt heel specifiek opdeze onderwerpen ingaan. Daar zal de Minister van VRO ook haar bijdrageaan leveren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80128 De voorzitter:Dank u wel. Dan bent u aan het einde van uw inbreng en beantwoording.Dan wil ik graag de Minister van Volksgezondheid, VWS, het woordgeven.Minister Hermans:Dank u wel, voorzitter. Ik begin met een aantal vragen over de ggz en deWet verplichte ggz. De eerste vraag die mevrouw Ten Hove mij stelde,was: wat is de reactie van het kabinet op de rechtszaak die door deStichting Recht op GGZ tegen de Staat is aangespannen? Daar kan ik kortover zijn. Het kabinet is net als de stichting van mening dat het van heelgroot belang is dat we de wachttijden in de ggz terugdringen, zeker voormensen met complexe problematiek. Het verbeteren van de toeganke-lijkheid van de ggz, dus zorgen dat mensen zo snel mogelijk op de voorhen juiste plek terechtkomen, is een beleidsprioriteit van dit kabinet. Daarhebben we in het commissiedebat van twee weken geleden ook uitge-breid bij stilgestaan. We hebben de dagvaarding van de stichting in goedeorde ontvangen. Die bestuderen wij op dit moment. Zoals mevrouw TenHove weet, kan ik daar verder niet inhoudelijk op ingaan omdat dit nu eenzaak onder de rechter is, maar in algemene zin vond ik het goed om dezereactie te geven.Dan vroeg de heer Van Dijk mij: kan je in de bekostiging van de ggzdingen anders organiseren, om te regelen of te zorgen dat juist demensen met een complexe problematiek hun zorg sneller krijgen, omdatprikkels dan niet zo afgesteld staan dat men niet bij die zorg terechtkomt?Er zijn eigenlijk drie dingen waar we nu aan werken in de bekostiging omiets aan dit probleem te doen. Het eerste is dat we verkennen of webudgetbekostiging kunnen invoeren in de high-intensive-care- en deintensive-home-treatmentbehandelingen in de ggz. Ik zei in het debat vantwee weken geleden dat daarvan nu een eerste verkenning is aange-komen. Ik zie daarin echt aanknopingspunten om daarmee verder te gaan,en dat doen we. Dat vraagt ook iets van de sector. Dat was ook mijnoproep twee weken geleden: ga nou alsjeblieft samen snel om de tafel omdat normenkader te maken, om de definitie van deze behandelingenscherp te krijgen. Dat hebben we heel hard nodig als we die stap willenzetten naar budgetbekostiging. Dat is één. Het tweede is dat we nu, naaraanleiding van een motie van ik dacht mevrouw Dobbe, kijken of je zekerin die complexe ggz iets zou kunnen doen aan – of tegen, moet ikmisschien wel zeggen – de omzetplafonds. We hebben beloofd om daaropvoor de zomer terug te komen in de zogenaamde «routekaart passendezorg», waarin nog een aantal andere elementen terugkomen, maar inieder geval ook dit punt. En het derde is dat ik samen met de Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport nog een reactie zal geven op het ibomentale gezondheid. Daarin is door de onderzoekers ook een heel aantalaanbevelingen gedaan over hoe met die bekostiging in de toekomst moetworden omgegaan. Daar zullen we dan ook op ingaan. Los van dezefinanciële dingen lopen er natuurlijk nog heel veel maatregelen en actiesom die wachtlijsten terug te dringen: het schrappen van de exclusiecri-teria, meer inzetten op groepsbehandelingen in de lichte ggz, en nog eenheel aantal acties. Het is dus niet zo dat dit het enige is wat we doen, maardit was de vraag die de heer Van Dijk mij specifiek stelde.Mevrouw Westerveld en ook mevrouw Van der Plas, de voorzitter, steldenmij vragen over de psychosezorg: heb ik daar specifiek aandacht voor, wilik daar apart in investeren? In reactie op de rechtszaak zei ik al dat hetvoor het kabinet van groot belang is dat mensen met een complexepsychische problematiek sneller en passend geholpen worden. Het gaatdan ook om mensen die te maken hebben met psychoses. We hebbendaarom in het AZWA, het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord,afgesproken dat we binnen het bestaande kader schuiven met menskrachten middelen, waarbij het zwaartepunt verschuift van de behandeling vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80129 lichte zorgvragen naar de behandeling van complexe zorgvragen. En wewerken dus aan die routekaart passende zorg. Dat is allemaal gericht opdie groep met complexe problematiek, en daar valt ook deze groep onder.We hebben daar dus aandacht voor, maar daar staat nu niet een specifiekeinvestering voor gereserveerd anders dan alles wat we doen voor diecomplexe gevallen.Voorzitter. Ik kom bij de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg ...De voorzitter:Ja, gaat u verder.Minister Hermans:Mevrouw Ten Hove stelde mij de vraag: welke rol spelen de Wet verplichteggz en de Wet zorg en dwang nou in verward gedrag op straat, of in iedergeval bij het aanpakken daarvan? Beide wetten maken het mogelijk dat wemensen ook tegen hun wil zorg kunnen geven of dat zij gedwongenkunnen worden opgenomen als er sprake is van ernstig nadelig handelenof gedrag voor zichzelf of voor iemand anders. Die wetten zijn natuurlijkomkleed met ongelofelijk nauwkeurige zorgvuldigheidseisen, omdat jeiets doet tegen de wil van mensen in, maar soms is dat voor hun eigenveiligheid of de veiligheid van hun omgeving natuurlijk wel van belang.Dat kun je doen in een crisissituatie. Als bijvoorbeeld de politie zo iemandop straat tegenkomt, dan kan via de burgemeester een crisismaatregelvoor drie dagen worden afgegeven. Maar beide wetten kunnen ook eenrol spelen in het voorkomen dat het tot een crisis of tot herhaling komt. Degemeente heeft daarin dan een signalerende rol en speelt ook een rol inde nazorg.In het verlengde daarvan vroeg mevrouw Ten Hove mij: «De crisismaat-regel is complexer dan de ibs. Bijvoorbeeld Verenso heeft een aantalsuggesties gedaan voor hoe deze zorg beter kan. Kent de Minister dezesuggesties en gaat ze hiermee aan de slag?» Ja, ik ben daarvan op dehoogte. Wij werken op dit moment aan het verwerken van alle consultatie-reacties die zijn binnengekomen op het aangepaste wetsvoorstelVerplichte ggz en de Wet zorg en dwang. Suggesties, ook die van Verenso,zullen we daarbij betrekken. Het streven is dat we dit wetsvoorstel in hetnajaar naar de Raad van State sturen en dat we, als het terug is, diereactie verwerken en het zo snel mogelijk zullen indienen bij de TweedeKamer.Mevrouw Straatman stelde mij ook een vraag over de Wvggz. Een beetjein het verlengde van de vraag over de burgemeestersbevoegdhedenwaarop de Minister van Binnenlandse Zaken al is ingegaan, zal ik specifiekiets zeggen over hoe dat werkt in de wet. Mevrouw Straatman stelde dathet soms ontbreekt aan terugkoppelingen; welke verbeterpunten zien wenu hierin? Als het gaat om een crisisplaatsing, dan klopt het dat deburgemeester daar niet standaard een terugkoppeling van krijgt. Dat isdenk ik ook goed; het past ook bij het belang dat we hechten aan privacy,dus we moeten met het delen van die informatie voorzichtig en terug-houdend zijn. Maar we zien ook – en daarbij komt dat verbeterpunt, dateen onderdeel is van die aangepaste Wet verplichte ggz – dat we hetcontact tussen ggz en de gemeente wel kunnen versterken, vooral alsiemand na een crisisplaatsing hulp van de gemeente nodig heeft om weerdeel te kunnen nemen aan de samenleving, om daar weer echt onderdeelvan te kunnen zijn. Dan moet de ggz contact opnemen met de gemeentedie die hulp en ondersteuning gaat bieden.Dan vroeg mevrouw Ten Hove mij nog naar de wachtlijsten, en hoe het zitmet statushouders en mensen uit Oekraïne op die wachtlijsten. DeInspectie Justitie en Veiligheid en de IGJ hebben een brief aangekondigdover vreemdelingen op het snijvlak van zorg en veiligheid. De Ministervan Justitie en Veiligheid en ik zullen later dit jaar met een reactie op dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80130 brief van beide inspecties komen. Dan zullen we ook ingaan op ditspecifieke vraagstuk.De voorzitter:Ik zag als eerste een interruptie van mevrouw Ten Hove. Daarna mevrouwWesterveld.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik had nog even een vraag over die twee wetten, met name die Wet zorgen dwang. In de voorgestelde wetswijziging staat een voorstel voorgezamenlijke crisisregeling. Dat is op zich een mooi idee, maar diegemeenschappelijke crisisregeling lijkt sterk op de complexe crisismaat-regel van de Wvggz die er nu al is. Met name voor de specialistenouderengeneeskunde zorgt dat ervoor dat ze complexere proceduresmoeten gaan volgen, met uiteindelijk hetzelfde resultaat. Ik wil daar graageen praktijkvoorbeeld aan koppelen, een beetje voor de beeldvorming. Ikben zelf ambulanceverpleegkundige geweest. Ik heb op straat vaak met depolitie echt in de clinch gelegen over de vraag: waar is deze persoon opde beste plek? Doordat die wetten niet samenkomen, waardoor er eenonderliggend ziektebeeld is dat leidend is en waarvoor iemand ergensterecht kan, lukt dat op straat niet, waardoor je dan ...De voorzitter:Wat is uw vraag?Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat dat wel kan, op straat? Dat hetsamenkomt en dat iemand dan, ondanks dat niet duidelijk is in wat voorwet het thuishoort, altijd ergens terecht kan?Minister Hermans:Ik denk dat mevrouw Ten Hove op zich een terecht knelpunt aanstipt. Hoeje hier precies mee omgaat, was ook in de internetconsultatie eenonderwerp van discussie, waarover de meningen nogal uiteenliepen – alsik het zo mag formuleren. Wij zijn die reacties nu aan het bekijken, en ookhoe we daarmee omgaan en hoe we dit een plek in de wet geven. Ik benecht nog niet zover dat ik daar nu een antwoord op kan geven. Maar daarzal wel een antwoord op moeten komen, want we doen die aanpassingenin beide wetten niet voor niets. Die zien op allerlei aspecten: op hetcontact tussen gemeenten en ggz – dit in de richting van mevrouwStraatman – maar natuurlijk ook op de overgang tussen die wetten. Je wildat je, als je op straat of thuis mensen ziet of spreekt en er iets moetgebeuren, kan handelen met de juiste instrumenten in handen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):De Minister legt uit dat er in principe niks extra’s geïnvesteerd gaatworden in psychosezorg. Mijn vraag is: waarom? We weten dat alsspecifieke gespecialiseerde behandelaars er in een vroeg stadium bij zijn,ze heel veel leed kunnen voorkomen. Mensen leren dan leven metpsychotische klachten en het hoeft niet mis te gaan. We weten ook dat hetin de praktijk wel een aantal keer flink mis is gegaan, met enormeconsequenties voor mensen zelf en vooral voor de slachtoffers en denabestaanden. Mijn vraag is dan: als we dit allemaal weten, waarom gaater dan niet extra geïnvesteerd worden in goede psychosezorg?Minister Hermans:Ik deel dat volledig met mevrouw Westerveld. Zeker als je de groepmensen met deze problematiek snel de goede zorg kan bieden, kan datheel veel problemen in de toekomst voorkomen. Juist daarom zet ditkabinet langs verschillende lijnen in op het ervoor zorgen dat de mensenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80131 met een psychose, of met complexe psychische problematiek – misschienmoet ik het zo zeggen; dat is beter – zo snel mogelijk op de goede plekgeholpen worden. Dat doen we binnen het bestaande kader; dat was mijnreactie. Alle maatregelen die we nemen om de wachtlijsten terug tedringen, zijn er echter op gericht om die complexe situaties, waarondermensen met psychotische problematiek, sneller te kunnen helpen, juistook om erger te voorkomen.De voorzitter:Oké, dan komt u aan het laatste blokje.Minister Hermans:Het tweede en laatste blokje. Dat gaat over twee van de prioriteiten diegenoemd zijn in de brief van het kabinet van december. De ene gaat overstructurele financiering en de andere over wat je nationaal doet en watlokaal, of de spanning tussen regie en lokale autonomie.Voorzitter. Een heel aantal van de Kamerleden heeft mooie, goedlopendepilots als voorbeeld genoemd; mevrouw Straatman ging in op de spv’erdie meeloopt met de politie in Groningen, de heer Van Dijk op deMaatschappelijke Eerste Hulp in Hollands Midden, de heer ... Excuus, ikben even uw naam vergeten; dat gaat niet nog een keer gebeuren. Deheer Mathlouti ging in op de interventiemedewerkers op Utrecht Centraalen mevrouw Coenradie ging in op de pilot van de time-outvoorziening inRotterdam, waar wij al eerder met elkaar over gedebatteerd hebben. Ikdenk dat dit een paar mooie voorbeelden zijn van initiatieven, van pilots,die vanuit het programma Grip op Onbegrip van ZonMw zijn opgestart inde afgelopen jaren. Het zijn een páár mooie voorbeelden, want er zijn erheel veel meer in het land. Dat laat zien dat die pilots juist ook lokaalontwikkeld worden en ook geborgd moeten worden. Ze sluiten namelijkgoed aan bij de lokale problematiek en bij hoe de zorg lokaal georgani-seerd is, hoe de zorginfrastructuur eruitziet, om het maar even beleids-matig te zeggen, en op welke manieren er wordt samengewerkt. Datverschilt gewoon per regio en ook per gemeente. Dat maakt dat je ditsoort pilots niet zomaar kan opschalen en landelijk kan uitrollen, maar weleren er wel een heleboel van. We hebben in al die pilots de afgelopenjaren elementen gezien die gewoon werken, als ze mensgericht zijn,herstelgericht, wijkgericht. Dat zijn aspecten die in zo’n pilot moeten zittenom die succesvol te laten zijn.Dan kom ik op de vraag van mevrouw Straatman wat het stappenplan nouis. Het stappenplan dat JenV en VWS samen vanaf volgend jaar struc-tureel geld hebben, even afgerond ongeveer 20 miljoen euro, om tezorgen dat we dit gaan borgen en we die goed werkende initiatievenlokaal kunnen inbedden. Ik zal voor de zomer in de brief die de Ministervan Binnenlandse Zaken net heeft toegezegd, heel duidelijk maken wat dewerkbare elementen van die initiatieven nou zijn. Dan zullen we aan heteinde van het jaar duidelijk maken hoe het geld dat we beschikbaarhebben, verdeeld gaat worden. Dat zal wel leiden tot het maken vankeuzes. U zei allen terecht dat er heel veel pilots en initiatieven zijn. Wehebben niet voor al die specifieke pilots en initiatieven geld, maar ik denkdat het maken van de keuzes wel gaat helpen om heel gericht de stap naarborging en inbedding in de lokale structuur te kunnen maken. Daarmeeheb ik ook de vraag van de heer Van Dijk over het vervolg van de pilot inHollands Midden beantwoord.Mevrouw Coenradie stelde een vraag over de time-outpilot in Rotterdam.Zoals afgesproken bij de begrotingsbehandeling, zijn we in gesprekgegaan met de gemeente Rotterdam. Die is nu heel hard aan het werk omdie pilot vorm te geven, om die lichte ggz-vragen te kunnen beant-woorden. Professionals zijn nu met elkaar in overleg over wat nu preciesdie lichte ggz-vragen zijn die zij kunnen doen. Zij willen daar voor dezomer, binnen twee maanden, een antwoord op hebben, zodat ze daarnaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80132 kunnen starten. Ik had al toegezegd om voor de zomer een stand-van-zakenbrief te sturen. Ik stel voor dat ik dit meeneem in die brief. Dat doe ikin het kader van het bundelen van informatie, zeg ik tegen mevrouwWendel.Voorzitter. Dan de interventiemedewerkers op Utrecht Centraal. Het is echtheel mooi dat dat soort initiatieven, waar wordt samengewerkt en waarlokale en regionale instanties ook naar kunnen verwijzen, succesvol zijn. Ikheb begrepen dat alle nieuwe medewerkers van de NS in de basisop-leiding door middel van e-learning les krijgen in de omgang met mensenmet verward of onbegrepen gedrag. Daarmee zorgen we dat de in dezepilot opgedane kennis wordt geborgd.Mevrouw Westerveld vroeg hoe het staat met de structurele financieringvoor de Levensloopaanpak. Voor de levensloopcliënten met eenWlz-indicatie is er een structurele bekostiging. Voor de overige cliënten iser voor 2026 en 2027 een subsidieregeling. We hebben ook nog geld voorde jaren daarna. De vraag is nog even hoe we dat precies gaan invullen envormgeven. Daar wordt nu aan gewerkt. Daar zullen we op ingaan in devoortgangsrapportage aan het eind van het jaar. Maar er is dus eensubsidieregeling voor dit jaar en voor volgend jaar.Voorzitter. Daarmee heb ik mijn vragen beantwoord.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat de heer Van Dijk een interruptie heeft.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank aan de Minister voor de hele heldere woorden over de pilots. Ikproef de ambitie om niet te laten vallen wat goed loopt. Het is ontzettendmooi om dat te horen. Ik begrijp heel goed dat de Minister zegt dat ergekozen zal moeten worden welke pilots wel en niet doorgaan. Er looptnamelijk heel veel. Kan ze wel iets zeggen over de ijkpunten? In hoeverreis het bijvoorbeeld financieel gedreven? Ik kan me voorstellen dat eenbepaalde pilot extra belasting of geld kan vragen bij de zorg, maar heelveel kan opleveren bij de politie. Kan de Minister iets zeggen over deijkpunten? Hoe besluiten we wat wel of geen voortgang vindt?Minister Hermans:Precies om deze reden hebben we dit proces opgeknipt. Dat is hetstappenplan waar mevrouw Straatman naar vroeg. De eerste stap is datwij voor de zomer in kaart brengen wat de werkbare elementen of desuccesvoorwaarden zijn voor pilots die goed werken. Daarbij wordt ergekeken of je die kan opschalen zonder dat je lokaal invult dat devoorziening in Limburg en Drenthe precies hetzelfde moet zijn als inHollands Midden. Dat is stap één. Van daaruit gaan we de middelenverdelen. Dat zullen we dus eind van dit jaar doen.De voorzitter:Ik kijk heel even naar de klok en naar de leden. Er zijn nog twee Ministersdie hun beantwoording moeten doen. Normaal gesproken hebben we ookeen tweede termijn voor de Kamer. Ik weet dat er hier een aantal ledenzitten die ook in de commissie Asiel en Migratie zitten, die aansluitend aandit debat een procedurevergadering heeft. Ik kijk even of er een tweedetermijn moet komen of dat we nu gewoon doorgaan en de gelegenheidgeven om een tweeminutendebat aan te vragen. Als mensen per se eentweede termijn willen, moeten we echt iets sneller door de vragen enantwoorden gaan. Zullen we gewoon doorgaan tot 13.00 uur? Dan kan ereventueel nog een tweeminutendebat worden aangevraagd. Oké, dandoen we dat. Dan geef ik het woord aan de Minister van Langdurige Zorg.Minister Sterk:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80133 Dank u wel, voorzitter. Gisteren was ik in Gouda op bezoek bij de GouweHuse, een variant van de Skaeve Huse. Daarna had ik een gesprek metallerlei partijen over hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen die vooroverlast zorgen door verward of – wat is nou die andere term? –onbegrepen gedrag, de goede hulp krijgen en ook dat de mensen die omhen heen wonen, daar zo min mogelijk last van hebben. De Gouwe Huseis een prachtig voorbeeld van hoe je kunt zorgen dat deze mensen, dieeen enorm grote zorgvraag hebben en voor veel overlast kunnen zorgen,toch een plek kunnen vinden waar ze zelf tot rust kunnen komen endaarmee de buurt ook. Daarmee help je enorm veel mensen om in eenleefbare situatie te blijven.Daarnaast hebben we het gesprek gevoerd over de bemoeizorg. Iedereenziet dat het ontzettend belangrijk is dat we goede bemoeizorg kunnengeven. Als we vooraf, preventief, zaken kunnen ondervangen door op datmoment de goede hulp te bieden, kunnen we later in de keten, om maareen beleidswoord te noemen, crisisopnames en zwaardere vormen vanzorg, die ook nog eens heel duur zijn, voorkomen. De bemoeizorg moetinderdaad versterkt worden. Dat proef ik bij u allemaal. Daar werken weop dit moment aan door de wet Wams – ik heb die titel ook niet bedacht.Dat is de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein. Toen wede Wmo introduceerden, ontdekten we dat er geen wettelijke basis wasom gegevens te mogen uitwisselen in het sociaal domein. Dat is natuurlijkwel erg belangrijk als je aan de voorkant zo veel mogelijk in kaart wilbrengen. Daarom is deze wet ontwikkeld. Daar is gaandeweg de discussierond verward en – nou vergeet ik het weer – onbegrepen gedrag ... Ik gahet even opschrijven! Eigenlijk is die wet dus vooral bedoeld om degegevensuitwisseling te organiseren.Ten tweede expliciteert deze wet het begrip «bemoeizorg». Het is namelijkeen taak die gemeentes sowieso hebben vanuit de Wmo, maar die wasniet meer vastgelegd in de Wmo. Door die taak in deze wet weer in tevoeren, is die weer verankerd. Vervolgens is natuurlijk de vraag of wedaarmee voldoende duidelijk hebben wat we precies verstaan onder«bemoeizorg». Dat zijn we op dit moment aan het bekijken. Mijn collegavan het Ministerie van BZK refereerde daar net ook al aan. We bekijken ofwe daar meer voor nodig hebben, of het om bepaalde kaders vraagt enhoe die eruit zouden moeten zien. Dat proces loopt nu. Ik stel voor dat ik uin de brief die naar de Kamer komt op dit punt bericht over wat datbetekent. Dat kan dus een wettelijke titel voor bemoeizorg betekenen.Wat daarnaast loopt in deze wet, waar mevrouw Straatman net volgensmij aan refereerde in haar vraag, is het meldrecht in de Wams. Daar zit dediscussie van het beroepsgeheim achter. Mag je dat zomaar openbrekenin deze wet? Wij hebben geconstateerd dat daarover best veel discussiebestaat tussen enerzijds de zorgverleners en anderzijds de gemeentes. Zijkunnen het niet goed met elkaar eens worden. Daarom zijn we in datonderzoek aan het kijken of het nodig is om op dit punt meer te explici-teren. We kijken welke plek daar dan de juiste voor is, dus in welke wet datzou moeten zijn. Ook bekijken we of we de discussie rond het beroeps-geheim daarbij moeten betrekken, al dan niet in de vorm van eenmeldrecht. Dat relateert daaraan. Ik heb het idee dat ik daarmee een aantalvragen rond de bemoeizorg, de gegevensuitwisseling en het beroeps-geheim heb beantwoord.De voorzitter:Dit was het blokje bemoeizorg. Dan ga ik eerst naar de heer Mathloutivoor een interruptie.De heer Mathlouti (D66):Volgens mij geeft de bewindspersoon het vertrekpunt van de Wams algoed aan. Volgens mij zei de Minister al voorzichtig in haar antwoord –dat dacht ik tenminste te horen – dat het stukje veiligheid hier nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80134 ontbreekt. Heel veel burgemeesters die ik de afgelopen tijd hebgesproken, geven aan dat de geest van de wet Wams duidelijk is. Die zietvooral toe op gegevensuitwisseling binnen het sociaal domein. Maar hetstukje veiligheid en het naar de toekomst toe rekening houden hiermee,wordt daarin nog onvoldoende meegenomen.Minister Sterk:Ik hoorde mijn collega van BZK daarover net ook zeggen dat we aan hetbekijken zijn hoe we dat goed kunnen borgen. De vraag is of dat in deWams moet. Het gaat namelijk ook heel erg over het vrijwillige kaderervan voor mensen. Daarvoor loopt in ieder geval een proces.Mevrouw Wendel (VVD):Door de voorganger van deze Minister is er een nota van wijziging over deWams naar de Kamer gestuurd. Hierin is besloten om toch geen nieuwegrondslag in te voeren voor gegevensverwerking met betrekking totmeervoudige problematiek, als het niet mogelijk is om toestemming vande betrokkenen te krijgen. De VVD vindt het heel belangrijk dat het insommige gevallen wel degelijk moet kunnen om het medisch beroeps-geheim te doorbreken, juist om een goede zorg te leveren aan degene diedat nodig heeft. Mijns inziens helpen we de hulpverleners op deze manierjuist niet. Ik wil specifiek aan de Minister vragen of zij nog een keer wilkijken naar de nota van wijziging. Volgens mij moet die namelijk weergewijzigd worden.Minister Sterk:Mijn voorganger heeft dat juist niet gedaan, volgens mij omdat er in deKamer verdeeldheid is over dit thema en over of het nodig is. Volgens mijzeggen de zorgaanbieders dat er al voldoende ruimte is om er toch op tehandelen, ook zonder dat het beroepsgeheim doorbroken hoeft teworden. Aan de andere kant geeft de VNG aan dat ze dat wel heel graag inhanden willen hebben. Dat is ook de reden waarom we nu aan hetbekijken zijn of het klopt, hoe het eruitziet en wat er misschien nog meervoor nodig is. Wat mij betreft is het namelijk ontzettend belangrijk dat wedeze wet nou eindelijk eens aannemen, want hij ligt al zo’n beetje achtjaar hierbinnen. Omdat het voor de gegevensuitwisseling heel veel doeten het ook de bemoeizorg expliciteert, is er door mijn voorganger voorgekozen – op zich herken ik mij wel in die lijn – om het nu in ieder geval afte maken en ondertussen te kijken wat er nog meer nodig is. Dat gebeurtook vanuit de zorg die u verwoordt: helpen we de zorgverleners hiervoldoende mee? Laten we dan kijken waar we het regelen. Misschienmoet dat namelijk wel helemaal niet in deze wet, maar in een andere wet.Het betreft volgens mij ook het grotere vraagstuk rondom veiligheid. Datwillen we ook in dat traject betrekken.De voorzitter:Ik wil de leden vragen om de vragen echt kort en bondig te houden. Ikvraag de Minister om de antwoorden zo veel mogelijk kort en puntig tehouden. De heer Struijs.De heer Struijs (50PLUS):Dank, voorzitter.De voorzitter:Sorry, meneer Struijs, ik ga u onderbreken. Mevrouw Wendel had eenvervolgvraag.Mevrouw Wendel (VVD):Die zal ik kort houden. Ik begrijp wat de Minister zegt. Op deze wet zittenwe echt met z’n allen te wachten. Tegelijkertijd hecht ik er waarde aan datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80135 we het op een manier doen waarop we de hulpverleners daadwerkelijkhelpen. Ik hoop dus dat de Minister er toch nog eens kritisch naar wilkijken.De voorzitter:Dat kan met een ja of nee beantwoord worden, Minister.Minister Sterk:Dat zal ik doen.De voorzitter:Dan nu wel de heer Struijs.De heer Struijs (50PLUS):In het kader van de Wams heb ik toch nog een vraag. Het gaat om eennoodkreet uit het hulpverlenersveld. Wordt door u en uw ambtenaren inhet kader van de nieuwe wet ook gekeken naar het verminderen van deadministratievelastendruk en de bureaucratie? Natuurlijk hebben wespelregels nodig, maar deze wet lokt heel veel administratievelastendrukuit. Heeft u daarop een antwoord?Minister Sterk:Volgens mij dwalen we nu een beetje af van het onderwerp waarvoor wehier eigenlijk bij elkaar zijn. We krijgen een discussie over de Wams. Erloopt op dit moment een tweede schriftelijke ronde waarbij er vragendoor de Kamer zijn ingediend. Daarop ga ik reageren. Ik stel voor dat wedit gesprek, dat op zich heel terecht is, voeren bij de behandeling van hetwetsvoorstel.De heer Mathlouti (D66):Ik wil toch even op dit punt ingaan. Het gaat ook over duidelijkheid in dewetgeving op het gebied van privacy en wat hulpverleners wel of nietkunnen doen. De discussie rondom de wet zal dan nog gevoerd worden,maar het gaat ook over de duidelijkheid en uiteindelijk over de daadwer-kelijke hulp aan mensen met verward gedrag. Ik denk dat dat ook welbelangrijk is.Minister Sterk:Volgens mij heb ik toegezegd dat we daar ook naar gaan kijken.Nogmaals, wij krijgen signalen vanuit hulpverleners dat zij denken dat zejuist prima binnen deze kaders kunnen werken. Daarover zijn demeningen verdeeld. Volgens mij is het ook wat we op dit moment aan hetbekijken zijn.De voorzitter:Dan gaat u naar uw volgende blokje. Dat is de Wet langdurige zorg en deggz.Minister Sterk:Er waren een aantal vragen die breder betrekking hebben op passendewoonplekken, maar ook specifiek over de passende woonzorgplekkenbinnen Wlz-ggz-wonen. Er was in eerste instantie een vraag van mevrouwCoenradie: hoe valt de bezuiniging op ggz-wonen uit te leggen, terwijl eral een tekort is aan passende woonzorgplekken? Ook vroeg zij of dezebezuiniging niet zal leiden tot nog meer incidenten met verward gedrag. Ikdenk dat we net al iets over verward gedrag hebben gezegd. Het kan metheel veel zaken te maken hebben. Het heeft niet altijd met psychischeproblemen te maken. Het kan ook zijn dat mensen te maken hebben metdementie of dat er andere dingen spelen. Niettemin begrijp ik uw vraagwel. We weten namelijk ook dat in het coalitieakkoord is opgenomen datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80136 we de groei binnen de Wlz willen afremmen. De Wlz-ggz is daar natuurlijkook een onderdeel van. Laat ik daarin vooropstellen – ik heb het ook aleerder gezegd rond de gehandicaptenzorg, die met eenzelfde taakstellingte maken heeft – dat het afremmen van groei nooit tot gevolg maghebben dat wachtlijsten gaan oplopen of dat de kwaliteit onder druk gaatstaan. Als we specifiek kijken naar de wachtlijsten in de Wlz-ggz-wonen,zien we dat die wachtlijsten vooral te maken hebben met hele complexezorgvragen. Daar heeft mijn collega van VWS net ook al het nodige overgezegd. We moeten daar goed naar kijken, want dat zijn mensen die eenspecifieke omgeving vragen voor de zorg die zij nodig hebben. Daarommaken de zorgkantoren en de gemeentes op dit moment plannen om tekijken hoe we dat beter kunnen organiseren. Met name die groep moetnamelijk niet in de knel komen. Dus als het straks gaat over de vraag hoewe die groei gaan afbuigen en wat dat betekent voor de Wlz-ggz, zal inieder geval ook op de agenda staan dat die complexe zorg, en ook deplekken daarvoor, daar niet slechter van mogen worden. Dat is gewoonontzettend belangrijk, ook in het kader van waar we vandaag overspreken.De voorzitter:Was dit het blokje?Minister Sterk:Nee, sorry.De voorzitter:Oké. Dan maken we even het blokje af en doen we daarna de vragen.Minister Sterk:Mevrouw Coenradie had ook – misschien is dat waarom ze mij wildeinterrumperen – nog de vraag hoeveel er nou exact wordt bezuinigd opggz-wonen en waar deze bezuiniging concreet landt. Het Wlz-kader voor2026 bevat in totaal 40,6 miljard euro. Daarvan is 3 miljard bedoeld voorde langdurige ggz. We hebben een oude taakstelling uit het kabinet-Rutte IV voor meerjarig contracteren. Dan gaat het om 13 miljoen euro diewe vanaf 2027 structureel moeten bezuinigen. Maar er zijn daartegenoverook extra middelen beschikbaar gesteld. Zo zijn de tarieven voor 2026structureel verhoogd met 40 miljoen. Ook stelt het kabinet, zoals trouwensbij alles in de Wlz, elk jaar extra middelen beschikbaar om de groeiendevraag en de loon- en prijsontwikkelingen op te vangen. Ik zei het net al: indeze bezuiniging gaat het erom dat we proberen om die groei bij testellen, omdat we het uiteindelijk gewoon niet vol kunnen houden om opdeze manier de zorg te financieren. Dat betekent dat we vooral gaan kijkenwaar het geld dat er nog wel is dan extra voor nodig is. We willen datgoed inzetten. Daarom ben ik van plan om, ook met de Wlz-ggz, in hetnajaar akkoorden te gaan sluiten.De voorzitter:Was dat het einde van het blokje? Ik wil namelijk wel graag het blokjeafmaken, zodat we daarna de vragen kunnen doen.Minister Sterk:Laten we dan gewoon alle vragen afmaken die ik nog heb liggen. Danhebben we dat ook maar gedaan. Mevrouw Ten Hove vroeg specifiek naarde oplossingen die het kabinet heeft om het aantal passendewoonplekken te vergroten. Ik denk dat mijn collega van BZK hier net al vrijuitgebreid op is ingegaan door te zeggen dat via de Wet versterking regievolkshuisvesting de gemeentes voortaan ook een huisvestingsveror-dening moeten gaan opstellen. Daarin moeten gemeentes aangeven watvoor type huisvesting ze voor specifieke groepen gaan organiseren. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80137 hoeft niet per se allemaal nieuwe huisvesting te zijn. Je kunt natuurlijk ookvan bestaande plekken gebruikmaken of die anders inrichten om zegeschikt te maken voor deze specifieke groepen. Volgens mij proberen wedaar dus ook meer sturing te geven op deze specifieke groepen. Verderwordt er binnen het programma waarvoor we hier met elkaar zitten ookverkend welke kaders en randvoorwaarden er nodig zijn om meer vanuitgezamenlijke verantwoordelijkheid te komen tot voldoende passendewoningen. We streven ernaar om in de tweede helft van 2026 metvoorstellen voor oplossingsrichtingen te komen. Ik wil dan ook toezeggendat we daar in de brief aan het eind van het jaar op terug zullen komen. Inde brief die voor de zomer komt, zullen wij u informeren over devoortgang op een aantal prioriteiten, waaronder huisvesting.Ten slotte hecht ik er ook nog aan het volgende te zeggen. We hebben deTaskforce Versnelling Woningbouw. Daar zit deze Minister ook in, juistvanuit de zorg voor deze specifieke groepen. We kunnen het namelijk welhebben over kwantiteit en dat er meer woningen moeten komen, maar hetgaat ook over de kwaliteit van die woningen en of we dat inderdaad goedin het oog houden. Dat geldt overigens ook voor ouderen, maar dat geldtzeker voor deze groep. De problemen die we hebben, bijvoorbeeld in demaatschappelijke opvang en als het gaat over daklozen, hebben namelijkvooral te maken met dat er geen doorstroming plaats kan vinden naarwoningen waar zij zelfstandig kunnen wonen. Dat is volgens mijontzettend urgent.Voorzitter. Ten slotte had de mevrouw van de BBB nog een vraag aan mij.Zij vroeg hoe de gesprekken met de gemeenten over het realiseren vanopvangplekken verlopen. Die lopen op dit moment. We voeren op ditmoment gesprekken met de VNG, met Valente en met het Leger des Heilsover de mogelijkheden voor 24/7-crisisbedden. Ik wil toezeggen dat ik ookhierop terugkom in de volgende voortgangsrapportage. Dan zal ik destand van zaken vermelden.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Heel mooi. U heeft meteen het blokje beschikbare woonplekken meege-nomen. U bent dus helemaal aan het einde van uw beantwoording. Ik wilmevrouw Coenradie het woord geven.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik hoor dat er vanaf 2027 per jaar een bedrag van 13 miljoen bezuinigdgaat worden. Ik ben benieuwd wat er dan precies bezuinigd wordt,gewoon eventjes puntsgewijs. Waar gaan we dat in terugvinden? En hoerijmen we dat met de toenemende vraag? Ik voorzie daar knelpunten in.Daar zit dus wel mijn ongemak.Minister Sterk:Het eerlijke antwoord is dat dat gaat om een oude bezuiniging die isopgenomen door Rutte IV. Ik zoek nu even naar waar dat staat. Het gaatover een taakstelling voor meerjarig contracteren. Het gaat er eigenlijkvooral over dat we willen dat zorginstellingen meerjarig gaan contrac-teren, waardoor er bijvoorbeeld minder zzp’ers in dienst wordengenomen. Voor de bedrijfsvoering geeft dat veel meer perspectief.Daarvoor is deze bezuiniging destijds afgesproken in het kabinet-Rutte.Die hebben wij nog steeds staan, dus die moet ik in die zin uitvoeren. Wezullen dat meenemen bij het akkoord dat we willen gaan sluiten.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik vind dit eigenlijk niet met elkaar te rijmen. We praten hier over eenenorme toename van het aantal verwarde mensen. De ene na de anderepilot vliegt je om de oren. Daar hebben we net ook over gesproken. Entoch is de stelling eigenlijk: linksom of rechtsom, onderaan de streep gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80138 we bezuinigen, want het geld moet ergens vandaan komen. Dit is gewooneen ontzettend groot probleem in de maatschappij. Hoe reflecteert dezeMinister hierop?De voorzitter:Minister, kort als het kan, want er moet nog een Minister antwoorden.Minister Sterk:Ja, maar dit vraagt bijna een heel debat, want volgens mij gaan weonderaan de streep helemaal niet bezuinigen. We gaan alleen mindermeer uitgeven. Die discussie hebben we hier vaker gehad, ook bij degehandicaptenzorg. Ik snap dat dit voelt als bezuinigen, maar wat wijdoen, is dat we de verwachte groei in de Wlz gaan bijsturen, omdat wemet elkaar constateren dat het zorgstelsel uiteindelijk niet houdbaar is alswe op deze voet doorgaan. We hebben de mensen niet die ervoor moetenzorgen. Met meer geld kunnen we ook niet meer mensen kopen. Wemoeten dus, in gesprek met de sector, bekijken hoe we dat kunnen doen,waarbij de wachtlijsten niet mogen oplopen en de kwaliteit ook niet onderdruk mag komen te staan, maar we wel zorgen dat we een houdbare Wlzvoor de toekomst houden.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Feit is natuurlijk dat de wachtlijsten oplopen. Mijn vraag gaat over ietsanders. Twee jaar geleden heeft de hele Kamer onze motie aangenomendie vroeg om een noodplan voor mensen met een Wlz-ggz-indicatie. Daaris toen een actieprogramma op gekomen. Ik lees dat het verder wordtuitgerold enzovoorts, maar ik zou heel graag willen dat ook dit concreetwordt. Mijn vraag aan deze Minister is dus ... We vroegen twee jaargeleden al om een noodplan. Het aantal incidenten in de opvang wordtook steeds groter, zoals we van onder meer het Leger des Heils ook horen.Wat is nou de ambitie van het kabinet? Hoeveel van dit soort passendewoonplekken gaan er volgend jaar nou bij komen?Minister Sterk:Voordat ik daar een antwoord op geef, hecht ik er wel aan om te zeggendat waar u naar vraagt, gaat over dakloosheid en mensen met eenWlz-indicatie, maar dat niet elk iemand met een Wlz-indicatie die dakloosis ook verward is of onvoorspelbaar gedrag heeft; dat is waar het vandaagvolgens mij over gaat. Dan uw vraag. We zijn inderdaad bezig met deuitwerking van het actieplan. U noemt dat «het noodplan», maar wijhebben dat het «actieplan Passende zorg voor dakloze mensen met eenWlz-indicatie» genoemd. U weet ongetwijfeld dat er tien pilots lopen. Wegaan nu ophalen wat er werkt. Rond de zomer wil ik voor andere regio’sduidelijk maken hoe we de pilots die nu lopen erbij gaan betrekken. Dat iswat mij betreft een uitwerking van de vraag die u had om ervoor te zorgendat er meer van dit soort plekken komen.De voorzitter:Mevrouw Westerveld, uw laatste interruptie.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):De Minister zegt: we hebben het noodplan een actieplan genoemd. Datlaat dus precies het probleem zien. Twee jaar geleden trokken allerleiopvangorganisaties aan de bel. Ze zeiden: het gaat steeds vaker mis,omdat er mensen in onze opvang zitten die hier eigenlijk niet horen te zijn.Deze mensen hebben deskundige ggz-zorg nodig en horen niet in onzeopvang thuis. Daarom vroegen wij toen met de hele Kamer om eennoodplan, want er was nood. We zijn nu twee jaar verder. Met allewaardering voor al het werk dat is gedaan, vind ik het een heel magere enweinig concrete uitwerking van de oproep van de Kamer om eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80139 noodplan te realiseren als nu de opbrengsten van de pilots wordenopgehaald. Dat zeg ik helemaal omdat het aantal incidenten in de opvanggroter wordt. Dus vandaar ook hier het verzoek aan de Minister om echtconcreet te worden. Wat gaan we komend jaar nou doen? Hoeveelplekken komen erbij en hoe worden alle mensen die in de maatschappe-lijke opvang werken ook ontlast?Minister Sterk:Zoals vaker voel ik de enorme drive van Mevrouw Westerveld om dit op telossen. Deze Minister wil dat ook heel graag. Ik denk dat we hier daaromoverigens ook met elkaar zitten, omdat we allemaal de urgentie zien vanmensen die in onze samenleving een plek zoeken en voor wie we nietaltijd een passende plek hebben. Ik denk dat het feit dat we hier met vijfmensen zitten, aangeeft hoe ingewikkeld die problematiek is en dat wedaar ook samen aan willen gaan werken. Een onderdeel daarvan is dat wenu dus bezig zijn om dit niet alleen te onderzoeken in die pilotregio’s,maar we ook voor of rond de zomer willen komen met een concretehandreiking voor hoe regio’s dat kunnen doen. Wat mij betreft is dat eenhele concrete uitwerking en moeten we de regio’s ook gaan helpen omdat te doen, te midden van alle andere vraagstukken die hier ook invloedop hebben en die we hier met elkaar proberen op te lossen.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik had nog een vraag over het opendeurenbeleid gesteld. Ik vroeg of dateen rol speelt bij het verwarde en onbegrepen gedrag op straat en of er bijhet samenvoegen van die wetten ook gekeken kan worden of dat voor depraktijk een haalbare kaart wordt.Minister Sterk:Het eerlijke antwoord is dat ik die vraag even gemist heb. Wat ik zal doen,is pogen om ... O, we hebben natuurlijk geen tweede termijn.De voorzitter:Misschien kunt u ’m dan schriftelijk beantwoorden?Minister Sterk:Ik zal er in de brief voor de zomer op terugkomen. Dat is dus al best welsnel. Ik zal daarin wat uitgebreider ingaan op uw vraag, want ik heb daarhelaas nu het antwoord niet op.De voorzitter:Mevrouw Straatman. Nee, sorry. Mevrouw Ten Hove heeft nog eenvervolgvraag.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ja, ik heb nog een vraag. Ik doe het even zo, omdat we geen tweedetermijn hebben. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Coenradieover de bezuinigingen en waar die vallen. We zeggen steeds dat de zorgonhoudbaar wordt als we zo doorgaan: er moet meer met minder. Maarde post onverzekerbare vreemdelingen groeit ieder jaar. Ik wil dus evenzeggen dat ik echt blij ben dat we daar nu toch eens naar gaan kijken endat daar een brief over komt. Zonder een discriminatiekaart te trekken: ikmerk vanuit de praktijk echt dat we daarop nog veel winst kunnen behalenen dat we kunnen kijken hoe we dat beter kunnen doen.De voorzitter:Ik hoorde geen vraag, dus dan wil ik doorgaan met mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80140 Ik had nog een concrete vraag gesteld over de mogelijkheid van deuitbreiding van de Skaeve Huse op de ggz-instellingsterreinen. Het is hetvaak over de problematiek rondom passende woningen gegaan, maar dievraag is nog niet beantwoord. Ik kijk even rond, want ik weet niet preciesonder welke Minister deze vraag valt; dat geeft ook aan hoe versplinterddit is. Maar ik verwacht niet dat de Minister van JenV hier nog op teruggaat komen.De voorzitter:Nee. Ik kijk ook even.Minister Sterk:Het lastige als je met zo veel Ministers bent, is dat wij ook een beetje naarelkaar kijken: voor wie is deze vraag precies? Volgens mij willen wijallemaal heel hard werken aan de Skaeve Huse. Ik stel voor dat we in debrief even ingaan op de mogelijkheden die we daarvoor zien. Het kannamelijk maar zo zijn dat de Minister van VRO hierover gaat en die zit hierhelaas niet.De voorzitter:Oké, dank u wel. Tot slot is de Minister van Justitie en Veiligheid aan debeurt, die geduldig heeft zitten wachten totdat hij zijn antwoorden op devragen kon geven.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Meestal word ik inderdaad wat ongeduldig als ik zo langmoet wachten en dan zo weinig tijd over heb voor mijn inbreng, maar indit geval ben ik daar juist heel blij mee. Ik denk namelijk dat hetonderwerp dusdanig belangrijk is en dat het dusdanig veel capaciteit kost,onder andere van onze politie – het werd al genoemd door een aantal vanu – maar dat de oplossing daar vaak niet ligt. Het feit dat de collega’s voormij uitgebreid zijn ingegaan op uw vragen en kijken naar oplossingen dieons mogelijk kunnen helpen bij dit enorme probleem, sterkt mij. Ik hebdaarom met alle plezier en heel geduldig geluisterd. Ik zal er op uwuitnodiging de volgende keer ook graag weer bij zijn.Het aantal vragen dat aan mij gesteld is, was inderdaad zeer beperkt.Mevrouw Straatman had een vraag over de Wgs, de Wet gegevensver-werking door samenwerkingsverbanden: kunnen we daarin ook kijkennaar woningbouwverenigingen en de gehandicaptenzorg? Ik neem datmee in de invoeringstoets die we nu aan het doen zijn naar aanleiding vande invoering van deze wet. U ontvangt daar voor het einde van het jaarbericht over.Er werd al gesproken over de Levensloopaanpak, maar laat ik de Zorg- enVeiligheidshuizen daar iets breder bij betrekken. Een deel van definanciering komt uit de POK-gelden. Daarvan loopt nu een evaluatieonder leiding van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties, die toevallig ook de coördinerend bewindspersoon is voor deaanpak van verward en onbegrepen gedrag. Ik ben er dus vrijwel zekervan dat dit aspect zal worden meegenomen in de evaluatie van de gelden.Hij zal daar dan later op terugkomen.Ten slotte had mevrouw Wendel een vraag over het splitsen van deregistratie van de E33-meldingen. Ik snap die behoefte. Ik heb dezemorgen ook een artikel in NRC gelezen over wat die melding van verwardgedrag kan doen met individuen. We gaan onderzoek doen naar hoe wedie E33-meldingen beter kunnen doen; dat is inmiddels uitbesteed aaneen onderzoeker van de hogeschool in Arnhem. Ik wil ervoor waken datwe onnodige administratie in het leven roepen en daarmee het werk vande agent nog moeilijker maken, terwijl dat uiteindelijk niet per se ietsverandert aan wat zij doen als zij ter plekke komen. Dat is namelijkgewoon handelen op basis van de situatie die ze tegenkomen. Daar gaatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80141 het om. Dat moet worden meegenomen in de opleidingen. Maar zoalsgezegd kijken we wel of we die meldingen nog verder moeten verfijnen.Daarmee was ik al aan het einde van mijn beantwoording, voorzitter.De voorzitter:Heel fijn. Er zijn ook geen interrupties, dus dan kunnen we naar deafronding gaan. We hebben afgesproken om geen tweede termijn te doen.De Minister wil wat zeggen?Minister Heerma:Ja. Omdat ik heb aangegeven dat ik in de tweede termijn zou terugkomenop een vraag van de heer Struijs, zou ik willen voorstellen dat ik dat nudoe, aan het einde van de eerste termijn van het kabinet, omdat er geentweede termijn komt. De heer Struijs had namelijk nog recht op éénantwoord.De voorzitter:Ja.Minister Heerma:Dank u, voorzitter. De heer Struijs had het over daadkracht, maar zei dathij het ook belangrijk vond dat er niet alleen daadkracht is, maar dat erook naar risico’s wordt gekeken. Hij deed de suggestie om in de brief eenrisicoparagraaf toe te voegen. Ik zou in reactie daarop willen aangeven – ikweet niet of de heer Struijs daar genoegen mee neemt – dat ik er geenvoorstander van ben om een aparte risicoparagraaf op te nemen.Tegelijkertijd heeft hij wel een punt dat het ook belangrijk is om risico’s inbeeld te brengen, en ik zou dilemma’s daaraan willen toevoegen, want zijnvraag zat eigenlijk ook op die dilemma’s. Het voorstel dat ik zou willendoen, is dat we in de brief die rond de zomer komt bij elk van de vierprioriteiten expliciet ingaan op risico’s en dilemma’s en die schetsen.De voorzitter:Dat is akkoord. Dan gaan we nu wel richting de afronding. We hebben ...O, mevrouw Ten Hove heeft nog een vraag.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik ben door mijn interrupties heen, maar ik heb een vraag. Mijn vraag overhet opendeurenbeleid, die vergeten was, komt bij brief, maar de vragendie ik had over de tbs zijn ook nog niet beantwoord. Dat vind ik wel zonde,want nou jakkeren we zo’n belangrijk, groot maatschappelijk probleemerdoorheen, en dan worden mijn vragen niet beantwoord.De voorzitter:Nou, mevrouw Ten Hove, we jakkeren hier niks erdoorheen. We hebbenhier drie uur een uitvoerig debat gehad met vier Ministers en eenbehoorlijk aantal Kamerleden, dus hier wordt niet gejakkerd. Ik vind datook verkeerde beeldvorming naar mensen thuis en op de tribune, alsof wijhier dingen erdoorheen jagen. We hebben natuurlijk een debat gehad. Wehebben gevraagd om dingen kort te houden. We zitten nu goed in de tijd.Alles is besproken. Ik kijk nog even of de tbs-vraag die niet beantwoord is– als die gemist is, want dat kan natuurlijk altijd gebeuren – ook schriftelijkbeantwoord kan worden. Is dat akkoord?Minister Hermans:Kan mevrouw Ten Hove die dan misschien even herhalen, want danweten we zeker dat we de goede vraag beantwoorden.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ja, ik pak mijn tekst er even bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80142 Minister Van Weel:Als de vraag over de vreemdelingen ging, is die namelijk beantwoorddoor de Minister van VWS.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dan heb ik hem misschien gemist, maar ik vind het wel echt eenbelangrijk onderdeel. Even kijken waar ik de vraag oppak: of er inNederland nog steeds illegalen zijn die tbs-plekken bezet houden, omhoeveel plekken dit landelijk gaat, wat eraan wordt gedaan om dit testoppen en of het kabinet het met mij eens dat dit een aandeel is in deverstopte ggz-keten, en indien dat niet zo is, waarom dan niet.De voorzitter:De Minister van VWS had die beantwoord, maar kunt u het nog korttoelichten?Minister Hermans:Ja, natuurlijk. Dat zal ik kort doen. Die vraag heb ik inderdaad beantwoord.Ik heb verwezen naar een rapport waar de IGJ en de Inspectie Justitie enVeiligheid binnenkort mee komen. De Minister van JenV en ik zullendaarop reageren en zullen dan ook op dit specifieke vraagstuk ingaan. Datzal in de loop van 2026 zijn, maar wel na de zomer.De voorzitter:Oké, dan gaan we nu echt naar de afronding. Dan zijn we nog mooibinnen de tijd gebleven. We hebben nog een aantal toezeggingen, die ikeven wil opnoemen.Ja, sorry. Mevrouw Westerveld wilde nog een tweeminutendebataanvragen. Dat is dan bij dezen gebeurd.De toezeggingen.−De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt toeaan het eind van het jaar een volledige rapportage op de punten uit deparlementaire verkenning Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid testuren. Hij stuurt daarnaast rond de zomer een voortgangsbrief waarinspecifiek gerapporteerd wordt op de vier prioritaire thema’s. DeMinister zal deze brieven zo concreet mogelijk uitwerken. In de briefdie rond de zomer verstuurd wordt, komt een aantal thema’s terug: hetoverzicht van de financieringsstromen, wonen, structurele financieringen borging van pilots, proeven dus, en bemoeizorg.−De Minister van Langdurige Zorg informeert de Kamer rond de zomerover de opbrengsten van de uitwerking van de pilots, de proeven, diezijn gestart naar aanleiding van het actieplan wonen met een Wlz-ggz-indicatie, wat staat voor Wet langdurige zorg en geestelijkegezond-heidszorgindicatie.−De bewindspersonen beantwoorden een aantal openstaande vragenschriftelijk: de vraag van mevrouw Ten Hove over het opendeurenbe-leid en de vraag van mevrouw Straatman over de uitbreiding van deSkaeve Huse op het terrein van ggz-instellingen.Mevrouw Wendel (VVD):Volgens mij heeft Minister Sterk ook nog een toezegging aan mij gedaanom kritisch te kijken naar de nota van wijziging van de Wams.De voorzitter:Ja, die gaan we erbij zetten. Toezeggingen gaan meestal gepaard met eenbrief, dus de Minister zal per brief ook nog even kort terugkomen op hoeze dat gaat doen. Ja, zo werkt dat hier.Goed. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van dit goede,inhoudelijke debat. Heel veel dank aan de vier Ministers die hier hun tijdhebben uitgezeten, wil ik bijna zeggen. Nee, nee, nee, het was echt eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80143 goed, inhoudelijk debat. Dank voor de antwoorden. Dank ook aan de staf,die hier zichtbaar en onzichtbaar in het gebouw heeft meegewerkt om deantwoorden tot stand te brengen. Ik wil de leden bedanken voor hunaanwezigheid en voor hun kritische vragen. Ik wil de mensen op detribune danken voor hun aanwezigheid en de mensen thuis die delivestream hebben gevolgd. Dank u wel. Dank aan de bodes voor degoede verzorging en de logistiek, zodat wij hier kunnen zitten. Ik wil totslot de mensen in de zorg een hart onder de riem steken, bij dehulpdiensten, de hulpverleners, de ggz, de politie, maar vooral ook denaasten van mensen die te kampen hebben met verward en onbegrepengedrag, voor hun goede zorgen, want dat is niet makkelijk. Ik wensiedereen een fijne dag, een veilige thuisreis en tot slot: zorg goed voorelkaar, help elkaar en zie naar elkaar om. Dank u wel.Sluiting 12.58 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 80144

Bron, video en gesprek →