Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 282Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsectorNr. 634 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 2 juni 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestondheeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport over de brief van 23 april 2026 inzakereactie op de brief van de NVSHA over het Capaciteitsorgaan en oplei-dingsplaatsen voor SEH-artsen (Kamerstuk 29 282, nr. 626).De vragen en opmerkingen zijn op 18 mei 2026 aan de Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport voorgelegd. Bij brief van 2 juni 2026 zijnde vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-29282-634ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6341 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de GroepMarkuszower7II.Reactie van de Minister10 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deNederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) over hetCapaciteitsorgaan en opleidingsplaatsen voor SEH-artsen, en de reactievan de Minister daarop. Deze leden hebben op dit moment geen verderevragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deNVSHA over het Capaciteitsorgaan en opleidingsplaatsen voorSEH-artsen. Zij hebben op dit moment geen verdere vragen en kijken ernaar uit om dit verder te bespreken in het notaoverleg arbeidsmarktbeleidin de zorg gepland op 8 juni 2026.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van debrief inzake reactie op advies van het Capaciteitsorgaan rondom deopleidingsplaatsen. Zij hebben nog wel enkele vragen en opmerkingenover deze brief.In de brief lezen deze leden dat er «richtinggevende instructies» zijngemaakt op het aantal instroomplaatsen voor 2027. Kan nader wordentoegelicht waarom er op 50 opleidingsplaatsen is ingezet in plaats van 60,zoals geadviseerd door het adviesorgaan? Wat zijn de implicaties voor hetpersoneelstekort als er 50 opleidingsplaatsen worden gehonoreerd? Enwat zijn de daarmee samenhangende gevolgen voor het eventueelmoeten sluiten van SEH’s?Genoemde leden lezen dat «het kabinet niet vooruit kan lopen op debudgettaire besluitvorming, zijn deze instructies gericht op de huidigefinanciële kaders.» Kan worden toegelicht hoeveel extra budgettaireruimte nodig is om deze extra 10 opleidingsplekken mogelijk te maken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6342 Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deNederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) over hetCapaciteitsorgaan en opleidingsplaatsen voor SEH-artsen, en de reactievan de Minister daarop. Deze leden hebben hierover nog enkele vragenaan de Minister.Op welk moment vindt budgettaire besluitvorming plaats? Waarom is hierniet reeds over besloten bij Voorjaarsnota? Hoe wordt voorkomen dat dehuidige gang van zaken leidt tot onduidelijkheid of onzekerheid bij artsendie zich willen aanmelden voor een SEH-opleiding?Zijn er consequenties te verwachten nu Stichting Bols een start heeftmoeten maken met toewijzingsjaar 2027 op basis van de huidigefinanciële kaders? Kan verwacht worden dat indien de Minister het adviesvan het Capaciteitsorgaan volgt en niet te veel tijd verloren is gegaan, omtoewijzingsjaar 2027 in te richten op basis van het nieuwe aantalopleidingsplaatsen?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dereactie op de brief van de NVSHA over het Capaciteitsorgaan en oplei-dingsplaatsen voor SEH-artsen en hebben op dit moment geen aanvul-lende vragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de reactie vande Minister op de brief van de Nederlandse Vereniging van SpoedeisendeHulp Artsen over het Capaciteitsorgaan en de opleidingsplaatsen voorSEH-artsen.Deze leden constateren dat de Minister aangeeft dat er nog geen besluit isgenomen over het aantal instroomplaatsen voor 2027. Ook schrijft deMinister dat de integrale kabinetsreactie op de ramingen van hetCapaciteitsorgaan nog wordt voorbereid en dat de Kamer daarover in mei2026 zal worden geïnformeerd. De leden van de JA21-fractie vragen deMinister om bij deze besluitvorming het advies van het Capaciteitsorgaanzwaarwegend te laten zijn en dit advies, waar het gaat om de benodigdeopleidingscapaciteit, op te volgen.De leden van de JA21-fractie vragen de Minister daarbij niet alleen tekijken naar SEH-artsen, maar ook naar andere medisch specialismen waartekorten dreigen, zoals neurologen. Indien de Minister voornemens is omaf te wijken van de ramingen, vragen deze leden aan de Minister om dangemotiveerd aan te geven waarom dat verantwoord zou zijn in het lichtvan de toegankelijkheid, kwaliteit en continuïteit van zorg.De leden van de JA21-fractie vragen de Minister specifiek in te gaan op desituatie rond SEH-artsen. Klopt het dat er veel belangstelling is voor deopleiding tot SEH-arts en dat er meer geschikte kandidaten zijn danbeschikbare opleidingsplaatsen? Zo ja, deelt de Minister de opvatting datdit juist een argument is om voldoende opleidingsplaatsen beschikbaar testellen, zeker nu de acute zorg onder druk staat?Deze leden benadrukken dat acute zorg wezenlijk verschilt van planbarezorg. Patiënten kiezen bij acute zorg niet zelf naar welk ziekenhuis zij gaan.Het is daarom van groot belang dat patiënten in acute situaties snelterecht kunnen in een ziekenhuis waar voldoende deskundige SEH-artsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6343 beschikbaar zijn. Bovendien wordt een diagnose vaak pas op de spoedei-sende hulp gesteld.De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of zij deelt dat juist omdeze reden in alle ziekenhuizen voldoende SEH-artsen beschikbaarmoeten zijn.Ook vragen genoemde leden of de Minister erkent dat de samenwerkingtussen de SEH-arts en de huisarts essentieel is voor zowel de kwaliteit alsde betaalbaarheid van de acute zorg. Hoe wordt deze samenwerkingbetrokken bij de besluitvorming over opleidingsplaatsen en de spreidingvan SEH-artsen over het land?De leden van de JA21-fractie vinden het van belang dat de kwaliteit vanacute zorg overal in Nederland gelijkwaardig is. Kan de Minister aangevenhoe zij voorkomt dat regionale verschillen ontstaan doordat sommigeziekenhuizen wel voldoende SEH-artsen kunnen aantrekken en andereziekenhuizen niet? Welke analyse heeft de Minister gemaakt van deoorzaken waardoor sommige ziekenhuizen kampen met tekorten aanSEH-artsen, terwijl andere ziekenhuizen hierin beter slagen?Tot slot vragen de leden van de JA21-fractie of de Minister bereid is goedevoorbeelden van regionale samenwerking nadrukkelijker te betrekken bijhet beleid. Deze leden wijzen daarbij onder meer op samenwerkingenzoals Alkmaar-Den Helder, Venlo-Roermond en Goes. Welke lessen trektde Minister uit dergelijke voorbeelden en hoe kunnen deze bijdragen aaneen betere spreiding, beschikbaarheid en continuïteit van SEH-artsen inalle regio’s?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van deMinister op de brief van de Nederlandse Vereniging van SpoedeisendeHulpartsen (NVSHA) over de opleidingscapaciteit voor SEH-artsen. Dezeleden zien de problemen rondom de opleidingsplaatsen voor SEH-artsenals opvallende casus binnen het grotere vraagstuk van de opleidings-plaatsen voor meerdere groepen specialisten. Zij maken zich grote zorgenover de signalen vanuit de praktijk over steeds verder oplopendewerkdruk, personeelstekorten en de druk op de toegankelijkheid van deacute zorg. Zij willen de Minister hierover de volgende vragen voorleggen.De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat het Capaciteitsorgaan in demeest recente raming expliciet adviseert om het aantal opleidingsplaatsenvoor SEH-artsen fors uit te breiden, van 40 naar 60 plaatsen per jaar. Dezeleden constateren dat dit advies niet lichtvaardig tot stand komt, maargebaseerd is op onafhankelijke analyses van toekomstige zorgvraag,uitstroom, vergrijzing, arbeidsmarktontwikkelingen en signalen uit depraktijk over de oplopende druk op de acute zorg.De leden van de BBB-fractie merken daarnaast op dat adviezen van hetCapaciteitsorgaan in eerdere jaren veel gewicht kregen bij besluiten overhet aantal opleidingsplaatsen binnen medische vervolgopleidingen, ookwanneer deze adviezen leidden tot een verlaging van de instroom. Dezeleden vinden het daarom opvallend dat nu, bij een dringend advies om deinstroom van SEH-artsen fors te verhogen vanwege oplopende tekortenen toenemende druk op de acute zorg, wel nadrukkelijk wordt gewezen opfinanciële kaders en terughoudendheid. Kan de Minister toelichtenwaarom het advies van het Capaciteitsorgaan in dit geval niet zondermeer leidend lijkt te zijn? Welke omstandigheden maken volgens deMinister dat nu mogelijk van het advies wordt afgeweken? Kan deMinister daarnaast aangeven of de regio hierbij disproportioneel geraaktwordt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6344 De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast of de Minister het met heneens is dat juist in een sector waar sprake is van hoge werkdruk,groeiende personeelstekorten en toenemende druk op de toegankelijkheidvan zorg, terughoudendheid bij het opleiden van extra zorgprofessionalsmoeilijk uitlegbaar is. Hoe voorkomt de Minister dat op korte termijnwordt bespaard op opleidingscapaciteit, terwijl dit op langere termijn juistkan leiden tot grotere tekorten en hogere maatschappelijke kosten?De leden van de BBB-fractie lezen dat de NVSHA waarschuwt voor eenstructureel en fors tekort aan SEH-artsen, terwijl de druk op de spoedei-sende hulp steeds verder toeneemt door vergrijzing, complexerezorgvragen, problemen in de doorstroming binnen ziekenhuizen enpersoneelstekorten elders in de keten. Deelt de Minister de opvatting vandeze leden dat juist op de spoedeisende hulp voldoende personeel vanlevensbelang is voor patiënten en voor de veiligheid en houdbaarheid vande acute zorg? De leden van de BBB-fractie lezen daarnaast dat de NVSHAspreekt over «verborgen vacatures», omdat ziekenhuizen uit financiële ofstrategische overwegingen niet alle openstaande vacatures tegelijkpubliceren. Daarnaast maken deze leden zich zorgen over de aankomendepensioengolf. Kan de Minister concreet toelichten op welke wijze ditsignaal wordt meegenomen in de beoordeling van de benodigdeopleidingscapaciteit? Is de Minister bereid hierover aanvullend in gesprekte gaan met de NVSHA en het Capaciteitsorgaan, zodat tekorten nietstructureel worden onderschat?De leden van de BBB-fractie constateren dat de NVSHA aangeeft dat ermomenteel sprake zou zijn van een tekort van circa 300 opgeleideSEH-artsen. Hoe beoordeelt de Minister deze analyse? Acht de Ministerhet wenselijk dat SEH-afdelingen structureel draaien op minimalebezetting, zonder ruimte voor ziekte, zwangerschap, scholing of uitval?Hoe verhoudt dit zich volgens de Minister tot duurzame inzetbaarheid enhet voorkomen van burn-outs of uitstroom naar andere beroepen onderzorgprofessionals?De leden van de BBB-fractie maken zich ernstig zorgen over de hogewerkdruk onder SEH-artsen. Nu al behoren SEH-artsen internationaal totde beroepsgroepen met de hoogste druk en belasting, mede vanwege deonregelmatige diensten en de voortdurende acute verantwoordelijkheid.Deelt de Minister de opvatting van de leden van de BBB-fractie dat hetonverstandig is om uitsluitend te sturen op «zo krap mogelijk roosteren»,terwijl dit juist kan leiden tot extra uitval, hogere werkdruk en uiteindelijknog grotere personeelstekorten?De leden van de BBB-fractie zijn blij dat er ondanks de hoge werkdruk tochvoldoende belangstelling bestaat onder sollicitanten voor de opleiding ofomscholing tot SEH-arts en dat er voldoende opleidingscapaciteit is bijopleidingsziekenhuizen. De opleiding tot SEH-arts is daarnaast relatiefkort. Kan de Minister toelichten waarom in een sector met zulke grotetekorten en zulke hoge druk dan niet maximaal wordt ingezet opuitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen? En wat doet de Minister omomscholing voor andere specialisten naar SEH-arts te bevorderen?De leden van de BBB-fractie begrijpen uit de beantwoording van eerdereKamervragen dat het kabinet niet vooruit wil lopen op budgettairebesluitvorming. Deze leden vragen de Minister echter of zij het met heneens is dat financiële kaders nooit leidend mogen zijn boven de toeganke-lijkheid en veiligheid van acute zorg. Hoe weegt de Minister het risico meedat onvoldoende opleidingsplaatsen nu zullen leiden tot groterepersoneelstekorten, meer SEH-noodstops, sluiting of afbouw vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6345 ziekenhuizen of afdelingen en hogere maatschappelijke kosten in detoekomst?De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister verwijst naar hetAanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), regionale samenwerkingen technologische innovaties. Deze leden erkennen dat dergelijkemaatregelen kunnen bijdragen, maar constateren tegelijkertijd dattechnologie geen extra arts aan het bed zet wanneer de SEH overvol raakt.Deelt de Minister de opvatting dat voldoende goed opgeleide zorgprofes-sionals uiteindelijk de basis vormen van een toegankelijke acutezorgketen? Deelt zij ook de opvatting dat technologische innovaties dusgeen reden kunnen zijn om minder artsen op te leiden? Zo nee, waaromniet?Voor de leden van de BBB-fractie is de symbiose tussen huisarts enSEH-arts ook erg belangrijk voor de kwaliteit en betaalbaarheid van onssysteem. Nederland heeft een mooi en uniek systeem waarbij patiëntenmeestal eerst langs de huisarts gaan voor ze naar de SEH gaan. Voor dehuisarts is de SEH-arts een belangrijk contact binnen het ziekenhuis,terwijl de SEH-arts veel heeft aan de huisarts dichterbij. Internationaalonderzoek wijst erop dat het vertrek van SEH-artsen grote gevolgen heeftvoor huisartsen en leidt tot zorgwoestijnen. Op welke manier houdt deMinister rekening met deze symbiose bij de besluitvorming rondomopleidingsplaatsen?De leden van de BBB-fractie vragen de Minister daarnaast of zij het metdeze leden eens is dat SEH-artsen een cruciale rol vervullen binnen deacute zorgketen en dat voorkomen moet worden dat deze beroepsgroepovervraagd raakt. Welke concrete maatregelen neemt de Ministerspecifiek om de duurzame inzetbaarheid van SEH-artsen te verbeteren enuitstroom van artsen te voorkomen?Steeds vaker is sprake van SEH-noodstops (een tijdelijke presentatiestop).Kan de Minister aangeven hoe vaak dit momenteel voorkomt, hoe dezecijfers zich ontwikkelen en in hoeverre personeelstekorten hierbij een rolspelen? Acht de Minister het risico reëel dat SEH’s in de komende jarenvaker tijdelijk moeten afschalen indien de instroom van nieuweSEH-artsen onvoldoende groeit? Hoe beoordeelt de Minister voorts aande signalen vanuit de NVSHA dat steeds meer SEH’s werken metminimale bezetting, terwijl de zorgvraag juist complexer wordt. Deelt deMinister de zorg dat dit uiteindelijk ten koste kan gaan van kwaliteit,veiligheid en werkplezier?De leden van de BBB-fractie benadrukken dat de spoedeisende hulp eencruciaal onderdeel vormt van de levensvatbaarheid van regionaleziekenhuizen en van de bereikbaarheid van acute zorg in de regio. Dezeleden wijzen erop dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) recentnog kritisch was op nieuwe alternatieve verschijningsvormen van acutezorg en dat bovendien recent een nieuw kwaliteitskader voor de acutezorg is vastgesteld. Is de Minister het met de leden van de BBB-fractieeens dat het sluiten, afbouwen of verschralen van SEH’s nooit het gevolgmag zijn van een tekort aan opleidingsplaatsen voor SEH-artsen? Hoevoorkomt de Minister dat door een gebrek aan voldoende opleidingscapa-citeit uiteindelijk wordt getornd aan de scope, kwaliteit en continuïteit vande spoedeisende hulp, juist in regionale ziekenhuizen en regio’s waar dedruk op de bereikbaarheid van zorg al groot is? Hoe kijkt de Minister in datlicht naar ontwikkelingen in onder meer Denemarken, waar juist weermeer wordt ingezet op regionale spreiding van acute zorg in plaats vanverdere concentratie, mede omdat dit helpt om personeel beter teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6346 behouden en aan te trekken. Welke lessen trekt de Minister uit dezeontwikkeling voor de toekomst van de acute zorg in Nederland?De leden van de BBB-fractie vragen de Minister daarnaast of zij het ermeeeens is dat acute zorg meer moet zijn dan enkel een voorziening «waar jeterecht kan als je van een keukentrap gevallen bent, met een net te diepesnijwond of met pijn rechtsonder in je buik» (SIRM, 2026). Hoe borgt deMinister dat regionale SEH’s ook in de toekomst voldoende capaciteit,deskundigheid en breedte behouden om complexe acute zorg te kunnenblijven leveren?Voorts vragen de leden van de BBB-fractie hoe de Minister de samenhangziet tussen het tekort aan SEH-artsen en het tekort aanSEH-verpleegkundigen. In hoeverre versterken deze tekorten elkaar op dewerkvloer, bijvoorbeeld in termen van werkdruk, roosterproblemen enrisico op uitval? Welke integrale aanpak kiest de Minister om beidetekorten tegelijkertijd aan te pakken?Vaak zijn SEH-artsen veel tijd kwijt aan het organiseren van uitstroom vanpatiënten naar andere afdelingen en instanties. De leden van BBB-fractiehebben het kabinet eerder verzocht aan te geven welke instrumentenworden ingezet om de uitstroom te verhogen. Daarop reageerde hetkabinet vooral met middelen die de instroom beperken. Kan de Ministerdaarom aangeven welke maatregelen specifiek worden genomen omuitstroom van de SEH te bevorderen?Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of de Minister bereid is om,mede gelet op de signalen vanuit het veld, het advies van het Capaciteits-orgaan over substantiële uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsenvoor SEH-artsen alsnog volledig over te nemen. Indien de Ministerdaartoe niet bereid is, kan zij dan concreet aangeven welke gevolgen zijacceptabel acht voor de werkdruk, toegankelijkheid en continuïteit enkwaliteit van de acute zorg?Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep MarkuszowerDe leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de reactievan de Minister op de brief van de NVSHA over het Capaciteitsorgaan enopleidingsplaatsen voor SEH-artsen en hebben hierover nog enkelevragen en opmerkingen.Vragen inzake het thema 1 «Het advies van het Capaciteitsorgaan:onderbouwing en opvolging». Deze leden zijn tevreden dat de Minister deopmerkingen over de absorptiecapaciteit heeft aangepast voor wat betreftde SEH-artsen. De Minister geeft aan dat de NVSHA «overtuigend heeftaangetoond dat er onder SEH-artsen meer sollicitanten dan opleidings-plaatsen zijn». Kan de Minister aangeven of er ook sectoren zijn waar hetaantal opleidingsplaatsen groter is dan het aantal aanmeldingen ofsuccesvolle sollicitaties?Deze leden hechten sterk aan de objectiviteit van het Capaciteitsorgaan,ondanks het feit dat hun schattingen wat deze leden betreft jarenlang telaag waren. Nu het advies niet of wellicht niet overgenomen wordtproberen deze leden het advies en de opvolging te doorgronden. Dezeleden constateren dat de Minister in eerdere beantwoording1 hetramingsmodel beschrijft als een samenstel van factoren – waaronderdemografie, zorgvraag, vergrijzing, in- en uitstroom en opleidingscapa-citeit – maar daarbij niet specifiek ingaat op de verwerking van verborgen1Aanhangsel Handelingen II, 2025–2026, nr. 1573.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6347 vacatures. Kan de Minister daarom alsnog concreet aangeven op welkemanier het Capaciteitsorgaan verborgen vacatures meeneemt en inhoeverre dit bij eerdere adviezen het geval was?Kan de Minister aangeven in hoeverre het huidige advies rekening houdtmet de vergrijzing van patiënten en hoeveel SEH-artsen nodig zijn om indit scenario te voldoen? Kan de Minister aangeven of op basis van hethuidige advies de vergrijzing en pensioen van SEH-artsen voldoendewordt gecoverd? En kan de Minister aangeven of er meer SEH-artsennodig zijn in het kader van weerbaarheid en defensie? En kan de Ministeraangeven op welke manieren deze redeneringen zijn meegenomen in hetBOLS-advies?Deze leden constateren dat de Minister enerzijds aangeeft niet vooruit tekunnen lopen op de budgettaire besluitvorming, terwijl VWS anderzijdsaan Stichting BOLS reeds richtinggevende instructies voor het toewij-zingsjaar 2027 heeft gegeven die uitdrukkelijk zijn gericht op de huidigefinanciële kaders. Kan de Minister bevestigen dat het aantal opleidings-plaatsen voor SEH-artsen voor 2027 daarmee feitelijk reeds door debestaande financiële kaders wordt begrensd, nog voordat de Kamer dekabinetsreactie op de ramingen heeft ontvangen? Hoe verhoudt zich dittot het uitgangspunt dat de zorginhoudelijke raming van het Capaciteits-orgaan leidend is?Deze leden constateren voorts dat de Minister het oplopende tekort vooralbeantwoordt met brede arbeidsmarktafspraken, zoals het AanvullendZorg- en Welzijnsakkoord en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg, diezien op het totale personeelstekort in zorg en welzijn. Kan de Ministeraangeven welke maatregelen specifiek zijn gericht op de opleidingscapa-citeit voor SEH-artsen, los van deze brede akkoorden?De Kamer wordt door de Minister in het tweede kwartaal van dit jaargeïnformeerd over de ramingen van het Capaciteitsorgaan over het aantalopleidingsplaatsen voor SEH-artsen voor de periode 2027 tot 2030. Kanhierin ook duidelijk gemaakt worden hoe de verdeling tussen civiel enmilitair voor deze jaren eruitziet? Zo nee, waarom niet? Kan dezeverdeling ook meegenomen worden in de integrale reactie op deramingen die op dit moment wordt voorbereid?Vragen inzake het thema 2 «Opleidingsplaatsen via het Instituut Samen-werking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR)». Genoemde leden hebbeneen aantal vragen over het Instituut Samenwerking Defensie en Relatiezie-kenhuizen (IDR). Het IDR verbindt de Nederlandse krijgsmacht metveertien civiele relatieziekenhuizen, onder andere met het doel omtraumateams te trainen en gereed te houden voor inzet, zodat militairezorgverleners hun specialistische vaardigheden op peil kunnen houden.Een van de onderdelen van deze samenwerking is dat er SEH-artsenwerkzaam bij Defensie, worden opgeleid in een van de relatieziekenhuizenen hierbij op een opleidingsplaats voor een SEH-arts geplaatst worden.Het gaat hierbij dus specifiek over de medisch specialisten in opleiding totspoedeisende hulp arts, de AIOS die via het IDR werken. Gaan deopleidingsplekken die voor Defensie beschikbaar zijn in de relatiezieken-huizen, ten koste van het landelijke aantal beschikbare opleidingsplaatsenof zijn dit extra opleidingsplekken? Genoemde leden vragen hierbij eenoverzicht van de aantallen SEH-artsen die zijn opgeleid via het IDR in deafgelopen 10 jaar, met daarbij inzichtelijk hoeveel per jaar in welkrelatieziekenhuis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6348 Vragen inzake het thema 3. «Financiering van de opleidingsplaatsen». Wiefinanciert deze opleiding, het Ministerie van Defensie of het relatiezie-kenhuis? Wie ontvangt de beschikbaarheidsbijdrage die vanuit hetMinisterie van VWS aan deze opleidingsplek beschikbaar gesteld wordt,Defensie of het relatieziekenhuis? Hoeveel beschikbaarheidsbijdrage keertVWS uit voor 1 opleidingsplek van een arts in opleiding tot specialist/AIOS(SEH-arts)?Deze leden constateren dat sinds 1 januari 2025 ook modules van deverpleegkundige vervolgopleidingen vanuit de beschikbaarheidsbijdrageworden bekostigd. Tegen die achtergrond vragen deze leden hoe definanciering voor de mensen in opleiding via het IDR in brede zin wordtgeregeld wanneer de SEH’s bekostigd gaan worden middels budgetbekos-tiging.Kan de Minister aangeven wat de meerkosten zijn voor het opleiden vanalle SEH-artsen conform het advies van het Capaciteitsorgaan? En wat demeerkosten zijn bij het volledig opleiden van alle medisch specialistenconform het Capaciteitsorgaan?Vragen inzake het thema 4. «Toegankelijkheid van acute zorg en de positievan regionale ziekenhuizen». Deze leden benadrukken dat juist acute zorgtoegankelijk moet zijn. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu(RIVM) stelt dat acute zorg bij uitstek tijdsgebonden (spoedeisende) zorgis die moet worden verleend in situaties waarin direct, of binnen enkeleminuten tot uren, medisch ingrijpen noodzakelijk is. Het doel is hetvoorkomen van overlijden, blijvende gezondheidsschade of het behan-delen van hevige pijn en acute ongerustheid. Deze leden maken zichzorgen over de gevolgen van het gebrek aan opleidingscapaciteit voor deregionale ziekenhuizen. Kan de Minister toelichten in welke ziekenhuizende personeelstekorten onder artsen het grootst zijn? Kan de Ministeraangeven in hoeverre het gebrek aan opleidingsplaatsen regionaleziekenhuizen disproportioneel raakt? Kan de Minister benadrukken dattoegankelijke acute zorg een essentieel onderdeel is van toekomstbesten-digheid?Deze leden constateren dat de Minister de inrichting van de acute zorg,waaronder de beschikbaarheid en kwaliteit van de spoedeisende zorg,grotendeels belegt bij regionale afspraken in het kader van het AanvullendZorg- en Welzijnsakkoord en het Integraal Zorgakkoord. Deze leden wijzenerop dat juist de regio’s met de grootste personeelstekorten daarmee voorde zwaarste opgave staan. Kan de Minister aangeven hoe wordtvoorkomen dat het overlaten aan regionale afspraken leidt tot eenongelijke beschikbaarheid van acute zorg, en welke landelijke ondergrensde Minister daarbij hanteert?Vragen inzake het thema 5. «Normen en kwaliteitskader voor de acutezorg». Deze leden vrezen daarbij dat een tekort aan opleidingsplaatsen op(korte) termijn zal leiden tot nieuwe tijdrovende discussies over kwaliteitof profiel van regionale ziekenhuizen. Kan de Minister aangeven wat deminimale bezetting van acute zorg en SEH is? Kan de Minister aangevenof er inmiddels betere normen zijn dan de 45-minutennorm om reisaf-stand te meten? Kan de Minister het huidige kwaliteitskader en deworkforce SEH waaraan wordt gerefereerd in Zorgvisie inclusief delooptijd delen met de Kamer?Deze leden constateren dat de Minister heeft aangekondigd de regel-geving rond het afschalen of (tijdelijk) sluiten van een SEH aan tescherpen, en dat beide Kamers hiervan nog voor de zomer een conceptontvangen. Kan de Minister de Kamer informeren over de stand van zakenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6349 en de hoofdlijnen van deze aanscherping, en aangeven hoe deze zichverhoudt tot het tekort aan opleidingsplaatsen voor SEH-artsen?Vragen inzake thema 6. «Pandemische paraatheid en opschaalbaarheidvan de SEH-capaciteit». De leden van de Groep Markuszower constaterendat de SEH bij een pandemie of grootschalige gezondheidscrisis de eerstepiek aan patiënten opvangt, terwijl de opleiding tot SEH-arts meerderejaren duurt en dus niet op korte termijn kan worden opgeschaald. Eenstructureel tekort betekent daarmee dat er geen buffer is voor crisisop-schaling. Kan de Minister aangeven of de ramingen van het Capaciteits-orgaan voor SEH-artsen voor 2027–2030 uitsluitend uitgaan van dereguliere zorgvraag, of dat daarin ook de benodigde opschaalcapaciteitvoor een pandemie of crisis is meegewogen?Deze leden constateren dat de Minister in eerdere beantwoording op devraag of het verantwoord is dat SEH-afdelingen zonder buffer opereren,heeft verwezen naar de mogelijkheid van een tijdelijke presentatiestop.Deze leden merken op dat een presentatiestop een noodmaatregel binnende reguliere zorg is en geen opschaalbare crisiscapaciteit. Kan de Ministeraangeven hoe de acute zorg bij een pandemie of grootschalige crisis kanopschalen wanneer er in de reguliere situatie reeds geen bufferbeschikbaar is?Genoemde leden constateren dat het kabinet in het kader van pande-mische paraatheid de verkorte opleiding Basis Acute Zorg heeft ingericht,die zich richt op het breder en flexibeler opleiden van verpleegkundigen,en daarnaast de Nationale Zorgreserve heeft opgezet. Kan de Ministerbevestigen dat deze instrumenten niet voorzien in volwaardig opgeleideSEH-artsen, en toelichten hoe het tekort aan juist deze beroepsgroep ineen crisissituatie wordt opgevangen? Maken SEH-artsen onderdeel uit vande Nationale Zorgreserve?De leden van de Groep Markuszower wijzen erop dat een deel van deSEH-capaciteit via het IDR verbonden is met Defensie. Kan de Ministeraangeven of bij een gelijktijdige militaire en civiele crisis een spanningontstaat tussen de inzet van militaire SEH-artsen voor Defensie en debezetting van de civiele SEH’s?Tot slot vragen deze leden of de Minister bereid is om in de integralereactie op de ramingen expliciet in te gaan op de vraag of de geadvi-seerde opleidingsaantallen voor SEH-artsen volstaan voor een pandemie-of crisisscenario, en zo nodig een afzonderlijke paraatheidsmarge tebenoemen.Deze leden vragen de Minister aan te geven wat de tijdslijn is om tekomen tot een definitieve beslissing. Kan de Minister deze vragenbeantwoorden ten behoeve van het Notaoverleg arbeidsmarktbeleid in dezorg?II. Reactie van de Minister Beantwoording van de vragen en opmerkingen van de leden vande D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deNederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) over hetCapaciteitsorgaan en opleidingsplaatsen voor SEH-artsen, en de reactievan de Minister daarop. Deze leden hebben op dit moment geen verderevragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63410 Beantwoording van de vragen en opmerkingen van de leden vande VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deNVSHA over het Capaciteitsorgaan en opleidingsplaatsen voorSEH-artsen. Zij hebben op dit moment geen verdere vragen en kijken ernaar uit om dit verder te bespreken in het notaoverleg arbeidsmarktbeleidin de zorg gepland op 8 juni 2026.Beantwoording van de vragen en opmerkingen van de leden vande GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van debrief inzake reactie op advies van het Capaciteitsorgaan rondom deopleidingsplaatsen. Zij hebben nog wel enkele vragen en opmerkingenover deze brief.In de brief lezen deze leden dat er «richtinggevende instructies» zijngemaakt op het aantal instroomplaatsen voor 2027. Kan nader wordentoegelicht waarom er op 50 opleidingsplaatsen is ingezet in plaats van 60,zoals geadviseerd door het adviesorgaan?Stichting BOLS, die jaarlijks adviseert over de verdeling van de oplei-dingsplaatsen voor medisch specialisten, heeft het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: VWS) verzocht om richtingge-vende instructies. Aan de hand van deze richtinggevende instructies konalvast worden gestart met de voorbereidingen voor het verdeelprocesvoor 2027 in afwachting van de besluitvorming over de definitieveinstroomaantallen in het tweede kwartaal van 2026. Omdat er niet vooruitkon worden gelopen op toekomstige budgettaire besluitvorming, warende richtinggevende instructies gebaseerd op de destijds geldendefinanciële kaders.Het Capaciteitsorgaan publiceert het Capaciteitsplan driejaarlijks indecember. De Stichting BOLS start het proces rond de verdeling vanopleidingsplaatsen normaliter jaarlijks in februari. Aangezien eenzorgvuldige en integrale beoordeling van het advies en budgettairebesluitvorming niet mogelijk is voor februari, is het gebruikelijk dat destichting BOLS alvast om richtinggevende instructies vraagt in de jarenwaarin de besluitvorming over het nieuwe Capaciteitsplan moet wordenafgewacht. Afgelopen jaar heeft dit proces in combinatie met een relatiefflinke ophoging van het aantal opleidingsplaatsen voor onder andere deSEH-artsen, tot onrust geleid. Het kabinet gaat met het oog op devolgende driejaarlijkse raming van het Capaciteitsorgaan onderzoekenhoe dit proces anders kan worden ingericht.Wat zijn de implicaties voor het personeelstekort als er 50 opleidings-plaatsen worden gehonoreerd? En wat zijn de daarmee samenhangendegevolgen voor het eventueel moeten sluiten van SEH’s?Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.2 Het kabinet heeft niet in beeld gebrachtwat de implicaties (zouden) zijn van een lager aantal opleidingsplekkendan in de raming geadviseerd.2Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63411 Genoemde leden lezen dat «het kabinet niet vooruit kan lopen op debudgettaire besluitvorming, zijn deze instructies gericht op de huidigefinanciële kaders.» Kan worden toegelicht hoeveel extra budgettaireruimte nodig is om deze extra 10 opleidingsplekken mogelijk te maken?De beschikbaarheidbijdrage voor de vervolgopleiding spoedeisendegeneeskunde bedraagt maximaal € 222.400 per jaar bij een voltijdsdienstverband in een algemeen ziekenhuis. De nominale opleidingsduurbedraagt 3 jaar. Uitbreiding van de opleidingscapaciteit met 10 plekkenleidt daarmee structureel tot maximaal € 6,7 miljoen extra uitgaven perjaar. Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd3 over het feit datdit binnen de beschikbare financiële ruimte voor opleiden valt.Beantwoording van de vragen en opmerkingen van de leden vanVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deNederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) over hetCapaciteitsorgaan en opleidingsplaatsen voor SEH-artsen, en de reactievan de Minister daarop. Deze leden hebben hierover nog enkele vragenaan de Minister. Op welk moment vindt budgettaire besluitvormingplaats?Het hoofdbesluitvormingsmoment van het kabinet vindt plaats in hetvoorjaar. Dit is een vast moment waar de discussies rondom demeerjarige uitgaven van de overheid centraal staan en de begroting voorhet komende jaar zoveel mogelijk wordt ingevuld. Voorafgaand aanPrinsjesdag kan hierover nog aanvullende besluitvorming plaatsvinden opbasis van actuele beleidsmatige en economische ontwikkelingen.Waarom is hier niet reeds over besloten bij Voorjaarsnota?De voorbereiding van de Voorjaarsnota start aan het begin van het jaar.Nieuwe voorstellen en hun budgettaire gevolgen moeten dan al groten-deels ingevuld zijn om meegenomen te kunnen worden in de besluit-vorming. Het Capaciteitsplan 2027–2030 is eind december 2025 afgerond.Een zorgvuldige en integrale beoordeling van het advies was daardoorniet meer mogelijk voor de afronding van de voorjaarsbesluitvorming.Hoe wordt voorkomen dat de huidige gang van zaken leidt tot onduide-lijkheid of onzekerheid bij artsen die zich willen aanmelden voor eenSEH-opleiding?In de brief van 22 mei jl.4 wordt duidelijkheid gegeven over de definitieveinstroomaantallen voor 2027.Zijn er consequenties te verwachten nu Stichting Bols een start heeftmoeten maken met toewijzingsjaar 2027 op basis van de huidigefinanciële kaders?Stichting BOLS heeft VWS verzocht om richtinggevende instructies aan dehand waarvan alvast gestart kon worden met de voorbereidingen voor hetverdeelproces voor 2027, in afwachting van de besluitvorming over dedefinitieve instroomaantallen in het tweede kwartaal van 2026. Derichtinggevende instructies zijn dus gegeven met het doel het verdeel-proces voor 2027 te bespoedigen.3Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 6304Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63412 Kan verwacht worden dat indien de Minister het advies van het Capaci-teitsorgaan volgt en niet te veel tijd verloren is gegaan, om toewij-zingsjaar 2027 in te richten op basis van het nieuwe aantal opleidings-plaatsen?In de brief van 22 mei jl.5 wordt duidelijkheid gegeven over de definitieveinstroomaantallen voor 2027. Met de stichting BOLS worden nadereafspraken gemaakt over het tijdspad om tot een verdeling van deinstroomplaatsen te komen op basis van deze definitieve instroomaan-tallen.Beantwoording van de vragen en opmerkingen van de leden vande CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dereactie op de brief van de NVSHA over het Capaciteitsorgaan en oplei-dingsplaatsen voor SEH-artsen en hebben op dit moment geen aanvul-lende vragen.Beantwoording van de vragen en opmerkingen van de leden vande JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de reactie vande Minister op de brief van de Nederlandse Vereniging van SpoedeisendeHulp Artsen over het Capaciteitsorgaan en de opleidingsplaatsen voorSEH-artsen.Deze leden constateren dat de Minister aangeeft dat er nog geen besluit isgenomen over het aantal instroomplaatsen voor 2027. Ook schrijft deMinister dat de integrale kabinetsreactie op de ramingen van hetCapaciteitsorgaan nog wordt voorbereid en dat de Kamer daarover in mei2026 zal worden geïnformeerd.De leden van de JA21-fractie vragen de Minister om bij deze besluit-vorming het advies van het Capaciteitsorgaan zwaarwegend te laten zijnen dit advies, waar het gaat om de benodigde opleidingscapaciteit, op tevolgen.Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.6De leden van de JA21-fractie vragen de Minister daarbij niet alleen tekijken naar SEH-artsen, maar ook naar andere medisch specialismen waartekorten dreigen, zoals neurologen. Indien de Minister voornemens is omaf te wijken van de ramingen, vragen deze leden aan de Minister om dangemotiveerd aan te geven waarom dat verantwoord zou zijn in het lichtvan de toegankelijkheid, kwaliteit en continuïteit van zorg. De leden vande JA21-fractie vragen de Minister specifiek in te gaan op de situatie rondSEH-artsen. Klopt het dat er veel belangstelling is voor de opleiding totSEH-arts en dat er meer geschikte kandidaten zijn dan beschikbareopleidingsplaatsen? Zo ja, deelt de Minister de opvatting dat dit juist eenargument is om voldoende opleidingsplaatsen beschikbaar te stellen,zeker nu de acute zorg onder druk staat?5Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 6306Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63413 In de besluitvorming over beschikbaar te stellen opleidingsplaatsen is hetadvies van het Capaciteitsorgaan, en daarmee de vraag naar SEH-artsenen andere medisch specialisten, leidend. Inmiddels heeft het kabinet deKamer geïnformeerd dat wat betreft het aantal opleidingsplekken voor deSEH-arts, en de overige medisch specialisten zoals neurologen, het adviesvan het Capaciteitsorgaan zal worden opgevolgd.7 Er is dus geen sprakemeer van het afwijken van de ramingen.Deze leden benadrukken dat acute zorg wezenlijk verschilt van planbarezorg. Patiënten kiezen bij acute zorg niet zelf naar welk ziekenhuis zij gaan.Het is daarom van groot belang dat patiënten in acute situaties snelterecht kunnen in een ziekenhuis waar voldoende deskundige SEH-artsenbeschikbaar zijn. Bovendien wordt een diagnose vaak pas op de spoedei-sende hulp gesteld. De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of zijdeelt dat juist om deze reden in alle ziekenhuizen voldoende SEH-artsenbeschikbaar moeten zijn.Er zouden altijd voldoende SEH-artsen beschikbaar moeten zijn. Inmiddelsheeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft het aantalopleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteitsorgaanzal worden opgevolgd.8 Op alle SEH’s moet voldaan worden aan hetKwaliteitskader Spoedzorgketen. Dit kwaliteitskader vereist onder anderedat er op een SEH gedurende openingstijden altijd een arts is metminimaal 1 jaar klinische ervaring. Daarnaast zijn bijvoorbeeld verpleeg-kundigen onmisbaar. Het is aan het ziekenhuis om te zorgen dat debezetting zo is georganiseerd dat de patiënten goede zorg krijgen en aanzorgverzekeraars om voldoende acute zorg in te kopen.Ook vragen genoemde leden of de Minister erkent dat de samenwerkingtussen de SEH-arts en de huisarts essentieel is voor zowel de kwaliteit alsde betaalbaarheid van de acute zorg. Hoe wordt deze samenwerkingbetrokken bij de besluitvorming over opleidingsplaatsen en de spreidingvan SEH-artsen over het land?De samenwerking tussen huisartsen en de SEH is van belang voor detoegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de acute zorg. Daaromzitten de huisartsenspoedposten en de SEH’s vaak op dezelfde locatie enwerken ze geregeld samen in de triage of vormen ze geïntegreerdevoorzieningen voor spoedzorg. In de besluitvorming over beschikbaar testellen opleidingsplaatsen is het advies van het Capaciteitsorgaan, endaarmee de vraag naar SEH-artsen, leidend. Met de Stichting BOLSworden de mogelijkheden voor de regionale spreiding van opleidings-plekken van onder andere de SEH-artsen, onderzocht. Het kabinet is nietverantwoordelijk voor de spreiding van SEH-artsen. Het is aan hetziekenhuis om personeel te werven, te binden en te behouden.De leden van de JA21-fractie vinden het van belang dat de kwaliteit vanacute zorg overal in Nederland gelijkwaardig is. Kan de Minister aangevenhoe zij voorkomt dat regionale verschillen ontstaan doordat sommigeziekenhuizen wel voldoende SEH-artsen kunnen aantrekken en andereziekenhuizen niet? Welke analyse heeft de Minister gemaakt van deoorzaken waardoor sommige ziekenhuizen kampen met tekorten aanSEH-artsen, terwijl andere ziekenhuizen hierin beter slagen?Het is de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis om personeel tewerven, te binden en te behouden en om de zorg zo in te richten datpatiënten goede acute zorg krijgen. Dat kan met SEH-artsen, maar ook7Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 6308Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63414 met andere medisch specialisten of artsen. Het kabinet is niet verantwoor-delijk voor de spreiding van SEH-artsen. Samen met de stichting BOLSwordt echter wel de regionale spreiding van opleidingsplekken van onderandere de SEH-artsen onderzocht.Tot slot vragen de leden van de JA21-fractie of de Minister bereid is goedevoorbeelden van regionale samenwerking nadrukkelijker te betrekken bijhet beleid. Deze leden wijzen daarbij onder meer op samenwerkingenzoals Alkmaar-Den Helder, Venlo-Roermond en Goes. Welke lessen trektde Minister uit dergelijke voorbeelden en hoe kunnen deze bijdragen aaneen betere spreiding, beschikbaarheid en continuïteit van SEH-artsen inalle regio’s?Regionale samenwerking is cruciaal voor passende acute zorg en eenpassend zorglandschap. Het kabinet verwacht van de RegionaleOverleggen Acute Zorgketen dat zij afspraken maken over de toeganke-lijkheid en kwaliteit van de acute zorg, passend voor de betreffende regio.Uiteraard kunnen zij daarbij gebruik maken van goede voorbeelden. Doorhet advies van het Capaciteitsorgaan met betrekking tot het aantal op teleiden SEH-artsen te volgen draagt het kabinet bij aan de beschikbaarheidvan SEH-artsen.Beantwoording van de vragen en opmerkingen van de leden vande BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van deMinister op de brief van de Nederlandse Vereniging van SpoedeisendeHulpartsen (NVSHA) over de opleidingscapaciteit voor SEH-artsen. Dezeleden zien de problemen rondom de opleidingsplaatsen voor SEH-artsenals opvallende casus binnen het grotere vraagstuk van de opleidings-plaatsen voor meerdere groepen specialisten. Zij maken zich grote zorgenover de signalen vanuit de praktijk over steeds verder oplopendewerkdruk, personeelstekorten en de druk op de toegankelijkheid van deacute zorg. Zij willen de Minister hierover de volgende vragen voorleggen.De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat het Capaciteitsorgaan in demeest recente raming expliciet adviseert om het aantal opleidingsplaatsenvoor SEH-artsen fors uit te breiden, van 40 naar 60 plaatsen per jaar. Dezeleden constateren dat dit advies niet lichtvaardig tot stand komt, maargebaseerd is op onafhankelijke analyses van toekomstige zorgvraag,uitstroom, vergrijzing, arbeidsmarktontwikkelingen en signalen uit depraktijk over de oplopende druk op de acute zorg. De leden van deBBB-fractie merken daarnaast op dat adviezen van het Capaciteitsorgaanin eerdere jaren veel gewicht kregen bij besluiten over het aantalopleidingsplaatsen binnen medische vervolgopleidingen, ook wanneerdeze adviezen leidden tot een verlaging van de instroom. Deze ledenvinden het daarom opvallend dat nu, bij een dringend advies om deinstroom van SEH-artsen fors te verhogen vanwege oplopende tekortenen toenemende druk op de acute zorg, wel nadrukkelijk wordt gewezen opfinanciële kaders en terughoudendheid. Kan de Minister toelichtenwaarom het advies van het Capaciteitsorgaan in dit geval niet zondermeer leidend lijkt te zijn?Stichting BOLS, die jaarlijks adviseert over de verdeling van de oplei-dingsplaatsen voor medisch specialisten, heeft VWS verzocht omrichtinggevende instructies. Aan de hand van deze richtinggevendeinstructies kon alvast worden gestart met de voorbereidingen voor hetverdeelproces voor 2027 in afwachting van de besluitvorming over dedefinitieve instroomaantallen in het tweede kwartaal van 2026. Omdat erniet vooruit kon worden gelopen op toekomstige budgettaire besluit-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63415 vorming, waren de richtinggevende instructies gebaseerd op de destijdsgeldende financiële kaders.Welke omstandigheden maken volgens de Minister dat nu mogelijk vanhet advies wordt afgeweken? Kan de Minister daarnaast aangeven of deregio hierbij disproportioneel geraakt wordt?Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.9De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast of de Minister het met heneens is dat juist in een sector waar sprake is van hoge werkdruk,groeiende personeelstekorten en toenemende druk op de toegankelijkheidvan zorg, terughoudendheid bij het opleiden van extra zorgprofessionalsmoeilijk uitlegbaar is. Hoe voorkomt de Minister dat op korte termijnwordt bespaard op opleidingscapaciteit, terwijl dit op langere termijn juistkan leiden tot grotere tekorten en hogere maatschappelijke kosten?Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd,10 waardoor van een eventuele besparingop de opleidingscapaciteit geen sprake is.De leden van de BBB-fractie lezen dat de NVSHA waarschuwt voor eenstructureel en fors tekort aan SEH-artsen, terwijl de druk op de spoedei-sende hulp steeds verder toeneemt door vergrijzing, complexerezorgvragen, problemen in de doorstroming binnen ziekenhuizen enpersoneelstekorten elders in de keten. Deelt de Minister de opvatting vandeze leden dat juist op de spoedeisende hulp voldoende personeel vanlevensbelang is voor patiënten en voor de veiligheid en houdbaarheid vande acute zorg?Voldoende personeel om te voldoen aan de vraag naar spoedzorg in deregio is inderdaad van belang voor de toegankelijkheid en de kwaliteit vande acute zorg. Het gaat echter niet alleen om personeel op de spoedei-sende hulp, het gaat om medewerkers in de gehele acute keten. Daarnaastis voor passende acute zorg van belang dat in het Regionaal OverlegAcute Zorgketen afspraken worden gemaakt over een toekomstbestendigeinrichting van de acute zorg, die rekening houdt met de zorgvraagenerzijds en beschikbare medewerkers anderzijds.De leden van de BBB-fractie lezen daarnaast dat de NVSHA spreekt over«verborgen vacatures», omdat ziekenhuizen uit financiële of strategischeoverwegingen niet alle openstaande vacatures tegelijk publiceren.Daarnaast maken deze leden zich zorgen over de aankomende pensi-oengolf. Kan de Minister concreet toelichten op welke wijze dit signaalwordt meegenomen in de beoordeling van de benodigde opleidingscapa-citeit?In de ramingen van het Capaciteitsorgaan worden diverse parametersover het aanbod van SEH-artsen en de vraag naar SEH-artsen insamenhang met elkaar bezien. Informatie wordt afgeleid uit diversedatabronnen en naast elkaar gelegd om daaruit nieuwe ontwikkelingen entrends af te leiden. Onderdeel van deze parameters is een inschatting vande onvervulde vraag en de verwachte pensioenuitstroom. Deze bronnen9Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 63010Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63416 staan beschreven in de verantwoordingsrapport bij de raming MedischSpecialisten.11Is de Minister bereid hierover aanvullend in gesprek te gaan met deNVSHA en het Capaciteitsorgaan, zodat tekorten niet structureel wordenonderschat?Het kabinet ziet hier geen noodzaak toe door de systematiek en werkwijzevan het Capaciteitsorgaan. Onderdeel van de werkwijze van het Capaci-teitsorgaan is een expertmeeting met de NVSHA waarin relevanteinformatie wordt uitgewisseld en nader wordt geduid.De leden van de BBB-fractie constateren dat de NVSHA aangeeft dat ermomenteel sprake zou zijn van een tekort van circa 300 opgeleideSEH-artsen. Hoe beoordeelt de Minister deze analyse?Het kabinet beschikt zelf niet over gegevens over de exacte tekorten envolgt in de besluitvorming de analyse van het Capaciteitsorgaan. In deraming van het Capaciteitsorgaan wordt rekening gehouden metbeschikbare data over tekorten en andere informatie over de toekomstigevraag naar SEH-artsen.Acht de Minister het wenselijk dat SEH-afdelingen structureel draaien opminimale bezetting, zonder ruimte voor ziekte, zwangerschap, scholing ofuitval?Het is van belang dat er voldoende ruimte in de bezetting is voor ziekte,zwangerschap, scholing of uitval. Het is aan het ziekenhuis om te zorgenvoor een gezond en veilig werkklimaat. Daar hoort ook bij dat er bij hetroosteren rekening wordt gehouden met zaken als werkdruk en ruimtevoor scholing. Het kabinet kan geen uitspraken doen over de wijze waaropindividuele werkgevers dit invullen.Hoe verhoudt dit zich volgens de Minister tot duurzame inzetbaarheid enhet voorkomen van burn-outs of uitstroom naar andere beroepen onderzorgprofessionals?Het kabinet kan geen uitspraken doen die ingaan op de bezetting opspecifieke SEH-afdelingen in relatie tot uitval of uitstroom. In hetalgemeen is het zo dat een hoge werkdruk tot een grotere kans op uitvalen afname van het werkplezier kan leiden, wat er weer toe kan leiden datmensen uitstromen. Echter, de ervaren werkdruk verschilt sterk perindividu. En een hoge werkdruk leidt niet automatisch tot een negatievewerkbeleving. Het is belangrijk dat er ook energiebronnen zijn waarmedewerkers energie uit halen, zoals autonomie, invloed op het werk,ontwikkelmogelijkheden en steun van leidinggevenden. Werkdruk enwerkplezier moeten dus met elkaar in balans zijn. Hier ligt een belangrijketaak voor werkgevers die daar een duurzaam belang bij hebben.Daarnaast is het aan de zorgaanbieders in de regio om in het RegionaalOverleg Acute Zorgketen (ROAZ) en in overleg met de zorgverzekeraarsafspraken te maken over de beschikbaarheid van goede spoedeisendezorg in de regio en hoe zij daarin kunnen samenwerken.De leden van de BBB-fractie maken zich ernstig zorgen over de hogewerkdruk onder SEH-artsen. Nu al behoren SEH-artsen internationaal totde beroepsgroepen met de hoogste druk en belasting, mede vanwege deonregelmatige diensten en de voortdurende acute verantwoordelijkheid.Deelt de Minister de opvatting van de leden van de BBB-fractie dat het11https://capaciteitsorgaan.nl/app/uploads/2025/12/20251219_MS_Verantwoording.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63417 onverstandig is om uitsluitend te sturen op «zo krap mogelijk roosteren»,terwijl dit juist kan leiden tot extra uitval, hogere werkdruk en uiteindelijknog grotere personeelstekorten?Het is aan werkgevers om te zorgen voor een gezond en veiligwerkklimaat. Daar hoort ook bij dat er bij het roosteren rekening wordtgehouden met zaken als verlof en werkdruk. Het kabinet kan geenuitspraken doen over de wijze waarop individuele werkgevers dit invullen.De leden van de BBB-fractie zijn blij dat er ondanks de hoge werkdruk tochvoldoende belangstelling bestaat onder sollicitanten voor de opleiding ofomscholing tot SEH-arts en dat er voldoende opleidingscapaciteit is bijopleidingsziekenhuizen. De opleiding tot SEH-arts is daarnaast relatiefkort. Kan de Minister toelichten waarom in een sector met zulke grotetekorten en zulke hoge druk dan niet maximaal wordt ingezet opuitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen?Niet voor alle medische (vervolg)opleidingen is voldoende animo. Hetkabinet deelt de blijdschap dat dat voor de opleiding tot SEH-arts wel hetgeval is. Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat watbetreft het aantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van hetCapaciteitsorgaan zal worden opgevolgd.12En wat doet de Minister om omscholing voor andere specialisten naarSEH-arts te bevorderen?Het kabinet ziet geen aanleiding om andere specialisten om te scholen totSEH-arts.De leden van de BBB-fractie begrijpen uit de beantwoording van eerdereKamervragen dat het kabinet niet vooruit wil lopen op budgettairebesluitvorming. Deze leden vragen de Minister echter of zij het met heneens is dat financiële kaders nooit leidend mogen zijn boven de toeganke-lijkheid en veiligheid van acute zorg. Hoe weegt de Minister het risico meedat onvoldoende opleidingsplaatsen nu zullen leiden tot groterepersoneelstekorten, meer SEH-noodstops, sluiting of afbouw vanziekenhuizen of afdelingen en hogere maatschappelijke kosten in detoekomst?De toegankelijkheid en veiligheid van de acute zorg is van groot belang.Het kabinet kan echter geen financiële toezeggingen doen zonder dekking.Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.13De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister verwijst naar hetAanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), regionale samenwerkingen technologische innovaties. Deze leden erkennen dat dergelijkemaatregelen kunnen bijdragen, maar constateren tegelijkertijd dattechnologie geen extra arts aan het bed zet wanneer de SEH overvol raakt.Deelt de Minister de opvatting dat voldoende goed opgeleide zorgprofes-sionals uiteindelijk de basis vormen van een toegankelijke acutezorgketen? Deelt zij ook de opvatting dat technologische innovaties dusgeen reden kunnen zijn om minder artsen op te leiden? Zo nee, waaromniet?12Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 63013Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63418 Voldoende en goed opgeleide professionals zijn nodig om de zorg in onsland kwalitatief goed en toegankelijk te houden. Tegelijkertijd constateerthet kabinet dat er simpelweg niet genoeg zorgprofessionals zijn om in allezorg en ondersteuning te voorzien waar om gevraagd wordt, ook niet inde acute zorgketen. Wat betreft het aantal opleidingsplekken voor deSEH-arts, volgt het kabinet het advies van het Capaciteitsorgaan.Tegelijkertijd blijft de zorgvraag groot. Om die reden is het noodzakelijkdat de zorg slimmer georganiseerd wordt en we volop inzetten op hetgebruik van arbeidsbesparende technologische innovaties. Niet ombeschikbaar personeel te vervangen, maar om het werk minder arbeidsin-tensief te maken en de druk op het personeel te verlichten. Het is dusgeen kwestie van opleiden óf inzetten op innovaties, maar voldoendeopleiden én vol inzetten op arbeidsbesparende technologische innovaties.Voor de leden van de BBB-fractie is de symbiose tussen huisarts enSEH-arts ook erg belangrijk voor de kwaliteit en betaalbaarheid van onssysteem. Nederland heeft een mooi en uniek systeem waarbij patiëntenmeestal eerst langs de huisarts gaan voor ze naar de SEH gaan. Voor dehuisarts is de SEH-arts een belangrijk contact binnen het ziekenhuis,terwijl de SEH-arts veel heeft aan de huisarts dichterbij. Internationaalonderzoek wijst erop dat het vertrek van SEH-artsen grote gevolgen heeftvoor huisartsen en leidt tot zorgwoestijnen. Op welke manier houdt deMinister rekening met deze symbiose bij de besluitvorming rondomopleidingsplaatsen?Bij de besluitvorming rondom opleidingsplaatsen laat het kabinet zichleiden door het instroomadvies van het Capaciteitsorgaan. In hetramingsmodel van het Capaciteitsorgaan en in het verantwoordings-rapport bij de raming Medisch Specialist wordt ingegaan op de diverseparameters en ontwikkelingen en de gegevens waarmee rekening isgehouden.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister daarnaast of zij het metdeze leden eens is dat SEH-artsen een cruciale rol vervullen binnen deacute zorgketen en dat voorkomen moet worden dat deze beroepsgroepovervraagd raakt. Welke concrete maatregelen neemt de Ministerspecifiek om de duurzame inzetbaarheid van SEH-artsen te verbeteren enuitstroom van artsen te voorkomen?Een gezond en veilig werkklimaat is een belangrijke randvoorwaarde voorduurzame inzetbaarheid. Het is aan werkgevers om daarvoor te zorgen.Het kabinet ondersteunt werkgevers in de gehele sector daarbij door hetpreventieplan Zorg en welzijn te subsidiëren en implementatie van ditpreventieplan te bevorderen. Deze aanpak heeft als doel het verzuim enverloop in Zorg en Welzijn te verminderen.Steeds vaker is sprake van SEH-noodstops (een tijdelijke presentatiestop).Kan de Minister aangeven hoe vaak dit momenteel voorkomt, hoe dezecijfers zich ontwikkelen en in hoeverre personeelstekorten hierbij een rolspelen?Sinds 2023 deelt het Landelijk Netwerk Acute Zorg op verzoek van VWSéén keer per kwartaal informatie over het aantal en de duur van deSEH-stops. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ). De meest recente data betreffen het eerste kwartaal van2026: seh-stops_2026-q1.pdf. In 2025 waren er 4835 SEH-stops. Het aantalSEH-stops is in 2024 gedaald met 3,4% en in 2025 met 5,6%. Ook de duurvan de stops neemt af: met 5,1% in 2024 en met 6,4% in 2025. Het LPZbiedt geen informatie over personeelstekorten als factor voor hetafkondigen van een SEH-stop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63419 Acht de Minister het risico reëel dat SEH’s in de komende jaren vakertijdelijk moeten afschalen indien de instroom van nieuwe SEH-artsenonvoldoende groeit?Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.14Hoe beoordeelt de Minister voorts aan de signalen vanuit de NVSHA datsteeds meer SEH’s werken met minimale bezetting, terwijl de zorgvraagjuist complexer wordt. Deelt de Minister de zorg dat dit uiteindelijk tenkoste kan gaan van kwaliteit, veiligheid en werkplezier?Voor passende acute zorg is het noodzakelijk dat in het Regionaal OverlegAcute Zorgketen afspraken worden gemaakt over een toekomstbestendigeinrichting van de acute zorg, die rekening houdt met de omvang en deaard van de zorgvraag enerzijds en beschikbare medewerkers anderzijds.Zorgverzekeraars dienen voldoende acute zorg in de keten in te kopen omaan hun zorgplicht te voldoen. Het is aan werkgevers om te zorgen datmedewerkers hun werk goed en met werkplezier kunnen doen.De leden van de BBB-fractie benadrukken dat de spoedeisende hulp eencruciaal onderdeel vormt van de levensvatbaarheid van regionaleziekenhuizen en van de bereikbaarheid van acute zorg in de regio. Dezeleden wijzen erop dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) recentnog kritisch was op nieuwe alternatieve verschijningsvormen van acutezorg en dat bovendien recent een nieuw kwaliteitskader voor de acutezorg is vastgesteld. Is de Minister het met de leden van de BBB-fractieeens dat het sluiten, afbouwen of verschralen van SEH’s nooit het gevolgmag zijn van een tekort aan opleidingsplaatsen voor SEH-artsen?Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd,15 waardoor van een eventueel dreigendtekort aan opleidingsplaatsen geen sprake meer is.Hoe voorkomt de Minister dat door een gebrek aan voldoende opleidings-capaciteit uiteindelijk wordt getornd aan de scope, kwaliteit en continuïteitvan de spoedeisende hulp, juist in regionale ziekenhuizen en regio’s waarde druk op de bereikbaarheid van zorg al groot is?Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.16Hoe kijkt de Minister in dat licht naar ontwikkelingen in onder meerDenemarken, waar juist weer meer wordt ingezet op regionale spreidingvan acute zorg in plaats van verdere concentratie, mede omdat dit helptom personeel beter te behouden en aan te trekken. Welke lessen trekt deMinister uit deze ontwikkeling voor de toekomst van de acute zorg inNederland?Zoals het kabinet aangeeft in de brief die een dezer dagen uitgaat over deuitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio, is nietiedere regio hetzelfde en hoeft niet iedere SEH dezelfde rol of omvang tehebben. Verschillen in bevolkingssamenstelling, patiëntstromen,14Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 63015Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 63016Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63420 reisafstanden, beschikbaarheid van professionals, bestaande samenwer-kingsrelaties en het totale zorgaanbod moeten kunnen meewegen als hetgaat om de organisatie van de acute zorg. Keuzes over de inrichting vande acute zorg werken daarom het beste als ze zoveel mogelijk in de regioworden gemaakt. De ontwikkelroute is daarom gericht op het onder-steunen van en het bieden van kaders voor noodzakelijke veranderingenin de regionale inrichting van de acute zorg.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister daarnaast of zij het ermeeeens is dat acute zorg meer moet zijn dan enkel een voorziening «waar jeterecht kan als je van een keukentrap gevallen bent, met een net te diepesnijwond of met pijn rechtsonder in je buik» (SIRM, 2026). Hoe borgt deMinister dat regionale SEH’s ook in de toekomst voldoende capaciteit,deskundigheid en breedte behouden om complexe acute zorg te kunnenblijven leveren?De voorbeelden in het SIRM-rapport illustreren de complexiteit en deverschillende zorgvragen die binnenkomen op een SEH. Het kabinet vindtdat het aanbod van spoedzorg moet passen bij de vraag naar spoedzorgin de regio. Het aanbod van spoedzorg hoeft niet in elke regio dezelfdevorm of omvang te hebben. Het kabinet verwacht van het RegionaalOverleg Acute Zorgketen dat er afspraken worden gemaakt over eenpassende inrichting van de acute zorg in de regio. Daarbij hoort ook datwordt bezien waar zorg anders, minder of op een andere plek wordtgeorganiseerd, wanneer dit beter aansluit bij kwaliteit, continuïteit entoegankelijkheid van zorg en personele beschikbaarheid.Voorts vragen de leden van de BBB-fractie hoe de Minister de samenhangziet tussen het tekort aan SEH-artsen en het tekort aanSEH-verpleegkundigen. In hoeverre versterken deze tekorten elkaar op dewerkvloer, bijvoorbeeld in termen van werkdruk, roosterproblemen enrisico op uitval?Een tekort aan artsen op de SEH en een tekort aan SEH-verpleegkundigenkunnen zich versterken. Het is aan het ziekenhuis om te bezien welke zorgzij goed kunnen leveren gegeven het beschikbare personeel en om ditpersoneel zo effectief en duurzaam mogelijk in te zetten. Verder is het aande aanbieders in de ROAZ-regio om in overleg met de zorgverzekeraars afte spreken waar welke vorm van spoedeisende zorg wordt geboden en inwelke mate, rekening houdend met de vraag naar zorg en beschik-baarheid van medewerkers.Welke integrale aanpak kiest de Minister om beide tekorten tegelijkertijdaan te pakken?Voor de SEH-arts volgt het kabinet het advies van het Capaciteitsorgaanwat betreft het beschikbaar stellen van opleidingsplaatsen.17 Dit houdt indat het kabinet het aantal opleidingsplekken voor de SEH-arts zalverhogen. Ook de opleiding tot SEH-verpleegkundige wordt door VWSbekostigd.Vaak zijn SEH-artsen veel tijd kwijt aan het organiseren van uitstroom vanpatiënten naar andere afdelingen en instanties. De leden van BBB-fractiehebben het kabinet eerder verzocht aan te geven welke instrumentenworden ingezet om de uitstroom te verhogen. Daarop reageerde hetkabinet vooral met middelen die de instroom beperken. Kan de Ministerdaarom aangeven welke maatregelen specifiek worden genomen omuitstroom van de SEH te bevorderen?17Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63421 Het kabinet zet specifiek in op betere uitstroom van de SEH via regionalezorgcoördinatie. Hierdoor kan sneller en gerichter passende vervolgzorgworden georganiseerd voor patiënten die de acute zorg kunnen verlaten.Door regionaal inzicht in beschikbare capaciteit, zoals ziekenhuisbedden,verzorging en verpleging en GGZ hoeven zorgverleners minder tijd tebesteden aan het zoeken naar een geschikte vervolgplek. Door bredetriage, wat kennis van en begrip voor het werk en de werkwijze vanandere ketenpartners inhoudt, wordt de samenwerking tussen zieken-huizen, huisartsen, VVT-instellingen en GGZ verbeterd, waardooroverdrachten soepeler verlopen. Dankzij zorgcoördinatie kunnen patiëntensneller doorstromen naar de juiste zorg op de juiste plek en wordtonnodig lang verblijf op de SEH of in het ziekenhuis voorkomen.Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of de Minister bereid is om,mede gelet op de signalen vanuit het veld, het advies van het Capaciteits-orgaan over substantiële uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsenvoor SEH-artsen alsnog volledig over te nemen. Indien de Ministerdaartoe niet bereid is, kan zij dan concreet aangeven welke gevolgen zijacceptabel acht voor de werkdruk, toegankelijkheid en continuïteit enkwaliteit van de acute zorg?Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.18Beantwoording van de vragen en opmerkingen van de leden vande Groep MarkuszowerDe leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de reactievan de Minister op de brief van de NVSHA over het Capaciteitsorgaan enopleidingsplaatsen voor SEH-artsen en hebben hierover nog enkelevragen en opmerkingen.Vragen inzake het thema 1 «Het advies van het Capaciteitsorgaan:onderbouwing en opvolging». Deze leden zijn tevreden dat de Minister deopmerkingen over de absorptiecapaciteit heeft aangepast voor wat betreftde SEH-artsen. De Minister geeft aan dat de NVSHA «overtuigend heeftaangetoond dat er onder SEH-artsen meer sollicitanten dan opleidings-plaatsen zijn». Kan de Minister aangeven of er ook sectoren zijn waar hetaantal opleidingsplaatsen groter is dan het aantal aanmeldingen ofsuccesvolle sollicitaties?Er zijn artsenberoepen waarbij het aantal opleidingsplaatsen groter is danhet aantal aanmeldingen en geschikt bevonden kandidaten, met name bijartsenberoepen buiten het ziekenhuis, zoals de opleiding tot huisarts ende opleiding tot specialist oudergeneeskunde.Deze leden hechten sterk aan de objectiviteit van het Capaciteitsorgaan,ondanks het feit dat hun schattingen wat deze leden betreft jarenlang telaag waren. Nu het advies niet of wellicht niet overgenomen wordtproberen deze leden het advies en de opvolging te doorgronden. Dezeleden constateren dat de Minister in eerdere beantwoording19 hetramingsmodel beschrijft als een samenstel van factoren – waaronderdemografie, zorgvraag, vergrijzing, in- en uitstroom en opleidingscapa-citeit – maar daarbij niet specifiek ingaat op de verwerking van verborgenvacatures. Kan de Minister daarom alsnog concreet aangeven op welke18Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 63019Aanhangsel Handelingen II, 2025–2026, nr. 1573.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63422 manier het Capaciteitsorgaan verborgen vacatures meeneemt en inhoeverre dit bij eerdere adviezen het geval was?Het Capaciteitsorgaan maakt met behulp van verschillende bronnen eeninschatting van de onvervulde vraag. Deze bronnen staan beschreven inde verantwoordingsrapport bij de raming Medisch Specialisten.20Kan de Minister aangeven in hoeverre het huidige advies rekening houdtmet de vergrijzing van patiënten en hoeveel SEH-artsen nodig zijn om indit scenario te voldoen? Kan de Minister aangeven of op basis van hethuidige advies de vergrijzing en pensioen van SEH-artsen voldoendewordt gecoverd?In de raming houdt het Capaciteitsorgaan rekening met de uitstroom vanSEH-artsen vanwege pensioen en vroegtijdige uitval. Kenmerkend voor deSEH-artsen is overigens dat het een relatief jonge beroepsgroep betreft.En kan de Minister aangeven of er meer SEH-artsen nodig zijn in het kadervan weerbaarheid en defensie?Er zit een verschil in de bekostiging van de twee typen opleidingsplaatsen.De civiele SEH-opleidingsplaatsen maken onderdeel uit van de reguliereopleidingscapaciteit en worden door VWS bekostigd via de beschikbaar-heidsbijdrage voor medische vervolgopleidingen. Een voorwaarde om inaanmerking te komen voor een beschikbaarheidbijdrage is dat er zorgwordt geleverd die onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wetlangdurige zorg (Wlz) valt. Voor het Ministerie van Defensie ligt dit anders.Defensie-zorgverleners worden opgeleid voor de militaire gezond-heidszorg en de inzetbaarheid van de krijgsmacht. Daarom vallen dezeopleidingsplaatsen niet onder de reikwijdte van de beschikbaarheidsbij-drage. De vraag of er in het kader van weerbaarheid en defensie behoefteis aan extra SEH-artsen raakt daarmee primair aan de personeels- encapaciteitsbehoefte van het Ministerie van Defensie. Eventuele aanvul-lende opleidingsbehoefte ten behoeve van militaire inzetbaarheid enweerbaarheid wordt door het Ministerie van Defensie zelf bepaald,gepland en gefinancierd. De komende jaren wordt het militaire gezond-heidszorgsysteem verbeterd en versterkt, zodat het in staat is om de inzetvan de krijgsmacht in het volledige geweldsspectrum adequaat teondersteunen. Hierbij groeit ook het bestand aan medisch personeel,waarbij het aannemelijk is dat de categorie SEH-artsen groeit.VWS werkt op dit moment de inzet op opschaalbare noodzorg uit, met alsdoel om in kaart te brengen wat er nodig is voor het acuut kunnenabsorberen van extreem grote groepen zorgvragers/patiënten bij crisis enconflict.En kan de Minister aangeven op welke manieren deze redeneringen zijnmeegenomen in het BOLS-advies?Stichting BOLS heeft VWS verzocht om richtinggevende instructies aan dehand waarvan alvast kon worden gestart met de voorbereidingen voor hetverdeelproces voor 2027 in afwachting van de besluitvorming over dedefinitieve instroomaantallen in het tweede kwartaal van 2026. Omdat erniet vooruit kon worden gelopen op toekomstige budgettaire besluit-vorming, waren de richtinggevende instructies gebaseerd op hetCapaciteitsplan 2027–2030 (en daarmee grotendeels op bovenstaanderedenering), echter binnen de destijds geldende financiële kaders.Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft het20https://capaciteitsorgaan.nl/app/uploads/2025/12/20251219_MS_Verantwoording.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63423 aantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.21Deze leden constateren dat de Minister enerzijds aangeeft niet vooruit tekunnen lopen op de budgettaire besluitvorming, terwijl VWS anderzijdsaan Stichting BOLS reeds richtinggevende instructies voor het toewij-zingsjaar 2027 heeft gegeven die uitdrukkelijk zijn gericht op de huidigefinanciële kaders. Kan de Minister bevestigen dat het aantal opleidings-plaatsen voor SEH-artsen voor 2027 daarmee feitelijk reeds door debestaande financiële kaders wordt begrensd, nog voordat de Kamer dekabinetsreactie op de ramingen heeft ontvangen?Het doel van de richtinggevende instructies was om een handreiking tegeven zodat alvast kon worden gestart met de voorbereidingen voor hetverdeelproces voor 2027 in afwachting van de besluitvorming over dedefinitieve instroomaantallen in het tweede kwartaal van 2026. Inmiddelsheeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft het aantalopleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteitsorgaanzal worden opgevolgd.22Hoe verhoudt zich dit tot het uitgangspunt dat de zorginhoudelijke ramingvan het Capaciteitsorgaan leidend is?Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.23Deze leden constateren voorts dat de Minister het oplopende tekort vooralbeantwoordt met brede arbeidsmarktafspraken, zoals het AanvullendZorg- en Welzijnsakkoord en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg, diezien op het totale personeelstekort in zorg en welzijn. Kan de Ministeraangeven welke maatregelen specifiek zijn gericht op de opleidingscapa-citeit voor SEH-artsen, los van deze brede akkoorden?De afspraken die zijn gemaakt in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoorden het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg zijn inderdaad breder gezien dereikwijdte van het personeelstekort in geheel zorg en welzijn en gezien desamenhang tussen de sectoren en beroepsgroepen. Inmiddels heeft hetkabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft het aantal opleidings-plekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteitsorgaan zalworden opgevolgd.24De Kamer wordt door de Minister in het tweede kwartaal van dit jaargeïnformeerd over de ramingen van het Capaciteitsorgaan over het aantalopleidingsplaatsen voor SEH-artsen voor de periode 2027 tot 2030. Kanhierin ook duidelijk gemaakt worden hoe de verdeling tussen civiel enmilitair voor deze jaren eruitziet? Zo nee, waarom niet? Kan dezeverdeling ook meegenomen worden in de integrale reactie op deramingen die op dit moment wordt voorbereid?De raming voor medisch specialisten (zoals SEH-artsen) geldt alleen dezorg die onder de Zvw of Wlz valt. Dit betekent dat de opleidingen voorDefensiepersoneel niet zijn meegenomen in de ramingen van hetCapaciteitsorgaan.21Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 63022Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 63023Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 63024Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63424 Vragen inzake het thema 2 «Opleidingsplaatsen via het Instituut Samen-werking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR)». Genoemde leden hebbeneen aantal vragen over het Instituut Samenwerking Defensie en Relatiezie-kenhuizen (IDR). Het IDR verbindt de Nederlandse krijgsmacht metveertien civiele relatieziekenhuizen, onder andere met het doel omtraumateams te trainen en gereed te houden voor inzet, zodat militairezorgverleners hun specialistische vaardigheden op peil kunnen houden.Een van de onderdelen van deze samenwerking is dat er SEH-artsenwerkzaam bij Defensie, worden opgeleid in een van de relatieziekenhuizenen hierbij op een opleidingsplaats voor een SEH-arts geplaatst worden.Het gaat hierbij dus specifiek over de medisch specialisten in opleiding totspoedeisende hulp arts, de AIOS die via het IDR werken. Gaan deopleidingsplekken die voor Defensie beschikbaar zijn in de relatiezieken-huizen, ten koste van het landelijke aantal beschikbare opleidingsplaatsenof zijn dit extra opleidingsplekken?Zoals hierboven toegelicht, staan de opleidingsplekken voor Defensie losvan de door VWS met een beschikbaarheidbijdrage bekostigde oplei-dingsplekken. Het komt wel voor dat een algemeen militair arts zich laatspecialiseren tot specialist bij Defensie. Deze opleidingen worden bijciviele instituten gevolgd en door de Minister van Defensie bekostigd.Genoemde leden vragen hierbij een overzicht van de aantallen SEH-artsendie zijn opgeleid via het IDR in de afgelopen 10 jaar, met daarbij inzich-telijk hoeveel per jaar in welk relatieziekenhuis.De afgelopen tien jaar zijn er in totaal 22 SEH-artsen opgeleid via het IDR,waarvan er nu nog 9 in de opleiding zitten.De locaties waar deze SEH-artsen in opleiding zitten of zijn opgeleid:•Noordwest ZH Groep, Den Helder•Albert Schweitzer ZH, Dordrecht•Antonius ZH, Sneek•Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk•Dijklander ZH, Hoorn•UMC Radboud, Nijmegen•Meander ZH, Amersfoort•Flevoziekenhuis, Almere•Haga Ziekenhuis, Den Haag•VUMC, Amsterdam•LUMC, Leiden•Maxima MC, Veldhoven•UMC Groningen•Isala ZwolleVragen inzake het thema 3. «Financiering van de opleidingsplaatsen». Wiefinanciert deze opleiding, het Ministerie van Defensie of het relatiezie-kenhuis?Het Ministerie van Defensie.Wie ontvangt de beschikbaarheidsbijdrage die vanuit het Ministerie vanVWS aan deze opleidingsplek beschikbaar gesteld wordt, Defensie of hetrelatieziekenhuis?Zoals hierboven toegelicht komen opleidingsplaatsen ten behoeve vanDefensie niet in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage.Hoeveel beschikbaarheidsbijdrage keert VWS uit voor 1 opleidingsplekvan een arts in opleiding tot specialist/AIOS (SEH-arts)?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63425 De NZa keert de beschikbaarheidbijdrage uit aan de opleidende zorgaan-bieders. De plek voor een SEH-arts bedraagt in 2026 194.300 euro per jaarper aios voor academische ziekenhuizen en 222.400 euro per jaar per aiosvoor algemene ziekenhuizen.Deze leden constateren dat sinds 1 januari 2025 ook modules van deverpleegkundige vervolgopleidingen vanuit de beschikbaarheidsbijdrageworden bekostigd. Tegen die achtergrond vragen deze leden hoe definanciering voor de mensen in opleiding via het IDR in brede zin wordtgeregeld wanneer de SEH’s bekostigd gaan worden middels budgetbekos-tiging.Kan de Minister aangeven wat de meerkosten zijn voor het opleiden vanalle SEH-artsen conform het advies van het Capaciteitsorgaan?De beschikbaarheidbijdrage voor de vervolgopleiding spoedeisendegeneeskunde bedraagt maximaal € 222.400 per jaar bij een voltijdsdienstverband in een algemeen ziekenhuis. De nominale opleidingsduurbedraagt 3 jaar. Het Capaciteitsorgaan adviseert uitbreiding van deopleidingscapaciteit van 42 naar 61 plekken. Deze uitbreiding leidtstructureel tot maximaal € 12,7 miljoen extra uitgaven per jaar.En wat de meerkosten zijn bij het volledig opleiden van alle medischspecialisten conform het Capaciteitsorgaan?De beschikbaarheidbijdrage voor de vervolgopleiding tot medischspecialist bedraagt maximaal € 222.400 per jaar bij een voltijds dienst-verband in een algemeen ziekenhuis. In het kernrapport voor de medischen klinisch technologisch specialismen adviseert het Capaciteitsorgaaneen uitbreiding van de opleidingscapaciteit van 1.221 naar 1.320 plekken.Op basis van de nominale opleidingsduren voor de verschillendeopleidingen leidt deze uitbreiding structureel tot maximaal € 108 miljoenextra uitgaven per jaar.Vragen inzake het thema 4. «Toegankelijkheid van acute zorg en de positievan regionale ziekenhuizen». Deze leden benadrukken dat juist acute zorgtoegankelijk moet zijn. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu(RIVM) stelt dat acute zorg bij uitstek tijdsgebonden (spoedeisende) zorgis die moet worden verleend in situaties waarin direct, of binnen enkeleminuten tot uren, medisch ingrijpen noodzakelijk is. Het doel is hetvoorkomen van overlijden, blijvende gezondheidsschade of het behan-delen van hevige pijn en acute ongerustheid. Deze leden maken zichzorgen over de gevolgen van het gebrek aan opleidingscapaciteit voor deregionale ziekenhuizen. Kan de Minister toelichten in welke ziekenhuizende personeelstekorten onder artsen het grootst zijn?Het kabinet beschikt niet over gegevens op het niveau van individueleziekenhuizen.Kan de Minister aangeven in hoeverre het gebrek aan opleidingsplaatsenregionale ziekenhuizen disproportioneel raakt?Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.25Kan de Minister benadrukken dat toegankelijke acute zorg een essentieelonderdeel is van toekomstbestendigheid?25Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63426 Ja. Zoals het kabinet heeft aangegeven in de beleidsbrief VWS van24 april jl. wil het kabinet dat de zorg toegankelijk is voor iedereen die datnodig heeft.26Deze leden constateren dat de Minister de inrichting van de acute zorg,waaronder de beschikbaarheid en kwaliteit van de spoedeisende zorg,grotendeels belegt bij regionale afspraken in het kader van het AanvullendZorg- en Welzijnsakkoord en het Integraal Zorgakkoord. Deze leden wijzenerop dat juist de regio’s met de grootste personeelstekorten daarmee voorde zwaarste opgave staan. Kan de Minister aangeven hoe wordtvoorkomen dat het overlaten aan regionale afspraken leidt tot eenongelijke beschikbaarheid van acute zorg, en welke landelijke ondergrensde Minister daarbij hanteert?In de regio bestaat het beste zicht op enerzijds de zorgvraag en anderzijdsde beschikbaarheid van zorgverleners. Het voldoen aan het kwaliteits-kader spoedzorgketen (waarvan naar verwachting na de zomer eennieuwe versie wordt ingeschreven in het register van het Zorginstituut)beschrijft de minimale vereisten voor de organisatie van de spoedzorg. Ditkader biedt ruimte om in te spelen op de regionale situatie.Vragen inzake het thema 5. «Normen en kwaliteitskader voor de acutezorg». Deze leden vrezen daarbij dat een tekort aan opleidingsplaatsen op(korte) termijn zal leiden tot nieuwe tijdrovende discussies over kwaliteitof profiel van regionale ziekenhuizen. Kan de Minister aangeven wat deminimale bezetting van acute zorg en SEH is? Kan de Minister aangevenof er inmiddels betere normen zijn dan de 45-minutennorm om reisaf-stand te meten? Kan de Minister het huidige kwaliteitskader en deworkforce SEH waaraan wordt gerefereerd in Zorgvisie inclusief delooptijd delen met de Kamer?Het Kwaliteitskader Spoedzorgketen beschrijft hoe partijen in de zorg metelkaar willen samenwerken om iedere patiënt met een spoedzorgvraag24/7 spoedzorg van goede kwaliteit te bieden. Het kwaliteitskader is eenlandelijk kader voor de samenwerking tussen ketenpartners en beschrijftde minimale vereisten voor de organisatie van de spoedzorg. De45-minutennorm is een norm die bepaalt wie er moet meewerken aan dezorgplicht van de zorgverzekeraar. Deze norm wordt niet aangepast in hetvoorstel voor de wijziging van de Uitvoeringsregeling Wet kwaliteit,klachten en geschillen zorg zoals dat op 19 mei aan de Eerste Kamer en deTweede Kamer is voorgelegd27. Het huidige kwaliteitskader spoedzorg-keten is te vinden op de website van het Zorginstituut28 en de richtlijnworkforce SEH op de website van de Nederlandse Vereniging vanSpoedeisende Hulp Artsen.29Deze leden constateren dat de Minister heeft aangekondigd de regel-geving rond het afschalen of (tijdelijk) sluiten van een SEH aan tescherpen, en dat beide Kamers hiervan nog voor de zomer een conceptontvangen. Kan de Minister de Kamer informeren over de stand van zakenen de hoofdlijnen van deze aanscherping, en aangeven hoe deze zichverhoudt tot het tekort aan opleidingsplaatsen voor SEH-artsen?Op 19 mei jl. hebben de Eerste Kamer en de Tweede Kamer het voorstelvoor de wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wet kwaliteit, klachten engeschillen zorg en de Uitvoeringsregeling Wet kwaliteit, klachten en26Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 XVI, nr. 191.27Kamerstukken II, 2025/26, 36 278, nr. 39.28zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/spoedzorgketen-kwaliteitskader29Richtlijnen spoedeisende geneeskunde | NVSHATweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63427 geschillen zorg ontvangen30. In de aanbiedingsbrief staan de belangrijkstevoorgenomen wijzigingen. De wijzigingen moeten bijdragen aan eenzorgvuldig besluitvormingsproces over het aanbod van acute zorg. Er isgeen direct verband met het aantal opleidingsplaatsen voor SEH-artsen.Vragen inzake thema 6. «Pandemische paraatheid en opschaalbaarheidvan de SEH-capaciteit». De leden van de Groep Markuszower constaterendat de SEH bij een pandemie of grootschalige gezondheidscrisis de eerstepiek aan patiënten opvangt, terwijl de opleiding tot SEH-arts meerderejaren duurt en dus niet op korte termijn kan worden opgeschaald. Eenstructureel tekort betekent daarmee dat er geen buffer is voor crisisop-schaling. Kan de Minister aangeven of de ramingen van het Capaciteits-orgaan voor SEH-artsen voor 2027–2030 uitsluitend uitgaan van dereguliere zorgvraag, of dat daarin ook de benodigde opschaalcapaciteitvoor een pandemie of crisis is meegewogen?Het Capaciteitsorgaan heeft een inschatting gemaakt van de vraag naarSEH-artsen op basis van informatie die in 2025 beschikbaar is. HetCapaciteitsorgaan brengt daarbij zowel de demografische als deniet-demografische vraag in kaart. De ervaring met pandemischeparaatheid tijdens corona heeft geleerd dat het daarbij niet alleen gaat omde inzet van SEH-artsen, maar een bredere inzet en flexibiliteit vanmedisch specialisten.Deze leden constateren dat de Minister in eerdere beantwoording op devraag of het verantwoord is dat SEH-afdelingen zonder buffer opereren,heeft verwezen naar de mogelijkheid van een tijdelijke presentatiestop.Deze leden merken op dat een presentatiestop een noodmaatregel binnende reguliere zorg is en geen opschaalbare crisiscapaciteit. Kan de Ministeraangeven hoe de acute zorg bij een pandemie of grootschalige crisis kanopschalen wanneer er in de reguliere situatie reeds geen bufferbeschikbaar is?Op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg moetenziekenhuizen en andere zorgaanbieders een crisisplan hebben. Bij eenonverwacht hoge toestroom van patiënten kan het ziekenhuis ertoebesluiten zijn reguliere zorgcapaciteit (op de SEH) op te schalen. In hetplan hiervoor staat hoe een ziekenhuis de reguliere zorg opschaalt om bijgrootschalige incidenten of rampen in korte tijd een grote stroomslachtoffers op te vangen en te behandelen. Voor het geval van eenlangdurige crisis zijn er in het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ)werkafspraken over opschalen van capaciteit en het verdelen van de druk.Waar nodig kan het ROAZ het Regionale Coördinatiecentrum Patiënten-Spreiding (RCPS) activeren. Wanneer de omvang van een crisis landelijkeof internationale coördinatie van patientenspreiding vraagt, kan hetLandelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) het Landelijk CoördinatiecentrumPatientenspreiding activeren, hiermee wordt de coördinatiefunctieopgeschaald.In de covidtijd is hiervoor een landelijk plan uitgewerkt. Het LNAZ werktaan een herziene, generieke versie voor dit landelijke plan. Naarverwachting zal deze nieuwe versie na de zomer gepubliceerd worden.Genoemde leden constateren dat het kabinet in het kader van pande-mische paraatheid de verkorte opleiding Basis Acute Zorg heeft ingericht,die zich richt op het breder en flexibeler opleiden van verpleegkundigen,en daarnaast de Nationale Zorgreserve heeft opgezet. Kan de Ministerbevestigen dat deze instrumenten niet voorzien in volwaardig opgeleideSEH-artsen, en toelichten hoe het tekort aan juist deze beroepsgroep in30Kamerstukken II, 2025/26, 36 278, nr. 39.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63428 een crisissituatie wordt opgevangen? Maken SEH-artsen onderdeel uit vande Nationale Zorgreserve?De opleiding Basis Acute Zorg maakt onderdeel uit van het modulaireopleidingsstelsel voor verpleegkundige vervolgopleidingen en is gerichtop het opleiden van verpleegkundigen. Deze opleiding ziet niet op deopleiding van SEH-artsen. De Nationale Zorgreserve (NZR) is een landelijknetwerk van (oud)zorgmedewerkers en heeft als doel om in tijden vancrisis, als de zorgcontinuïteit in gevaar is, te kunnen voorzien in detijdelijke inzet van zorgreservisten. De NZR kan (oud)zorgmedewerkerstijdens een crisis matchen met zorgorganisaties. SEH-artsen kunnen ookaangesloten zijn bij de NZR. Echter, de NZR kan alleen in crisisomstandig-heden worden ingezet en maakt geen onderdeel uit van het regulierezorgstelsel.Inmiddels heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat wat betreft hetaantal opleidingsplekken voor de SEH-arts, het advies van het Capaciteits-orgaan zal worden opgevolgd.31De leden van de Groep Markuszower wijzen erop dat een deel van deSEH-capaciteit via het IDR verbonden is met Defensie. Kan de Ministeraangeven of bij een gelijktijdige militaire en civiele crisis een spanningontstaat tussen de inzet van militaire SEH-artsen voor Defensie en debezetting van de civiele SEH’s?Zoals hierboven toegelicht, werken Defensie en VWS parallel aan eenmilitair en een civiel gezondheidszorgsysteem. Hierdoor hoeft er nietautomatisch spanning te ontstaan tijdens een gelijktijdige militaire enciviele crisis.Tot slot vragen deze leden of de Minister bereid is om in de integralereactie op de ramingen expliciet in te gaan op de vraag of de geadvi-seerde opleidingsaantallen voor SEH-artsen volstaan voor een pandemie-of crisisscenario, en zo nodig een afzonderlijke paraatheidsmarge tebenoemen.De reactie op de ramingen van het Capaciteitsorgaan32 heeft dit schriftelijkoverleg gekruist. De ramingen van het Capaciteitsorgaan komen onafhan-kelijk tot stand. Er is op dit moment geen reden om deze situatie tewijzigen en een apart pandemie of crisisscenario te ontwikkelen of tevragen bij het Capaciteitsorgaan.Deze leden vragen de Minister aan te geven wat de tijdslijn is om tekomen tot een definitieve beslissing. Kan de Minister deze vragenbeantwoorden ten behoeve van het Notaoverleg arbeidsmarktbeleid in dezorg?Ja.31Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 63032Kamerstukken II 2025–2026, 29 282 nr. 630Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 63429
Bron, video en gesprek →0debatten
1.084bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2026-06-09) · PvdA (2022-06-02–2023-10-26) · PvdA (2012-09-20–2017-03-22) ·