Geachte voorzitter, Conform het op 10 juni 2011 per brief gemelde aangescherpte wapenexportbeleid[voetnoot 1] en de motie van het lid El Fassed c.s. van 22 december 2011[voetnoot 2] over verlaging van de drempelwaarde voor de versnelde parlementaire controle bij specifieke wapenexportaanvragen naar EUR 2.000.000,-, ontvangt uw Kamer onderstaande informatie over een door Nederland afgegeven vergunning met een totale waarde van EUR 2.000.000,- voor uitvoer van militair materieel naar Oekraïne. Een Nederlands bedrijf heeft onlangs een exportvergunning verkregen voor de uitvoer van lanceerplatformen voor drones naar Oekraïne ten behoeve van ontwikkel-, test- en certificeringsdoeleinden. De ontvanger en eindgebruiker is een bedrijf in Oekraïne. Het eindgebruik uit voorliggende transactie heeft geen directe link met inzet door Oekraïne tegen de huidige Russische agressie en komt daarom ook niet in de leveringenbrieven waarin uw Kamer regelmatig wordt geïnformeerd over de stand van zake omtrent de Nederlandse militaire steun aan Oekraïne.[voetnoot 3] Bij verdere productontwikkeling en positieve testuitkomsten zou dit type lanceerplatform, mede dankzij nieuwe kennis voortkomend uit deze vergunningaanvraag, in de toekomst wel hiervoor kunnen worden ingezet. Het Nederlandse bedrijf zal dan nieuwe vergunningaanvragen indienen met verdere productspecificaties en eindgebruikersverklaringen. De aanvraag is getoetst aan de acht criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport.[voetnoot 4] Aangezien er bij particuliere eindgebruikers doorgaans beduidend minder risico is op inzet bij het begaan van ernstige mensenrechtenschendingen, bijdrage aan interne conflicten en verstoring van regionale stabiliteit is in dit soort gevallen alleen toetsing aan criterium 7 relevant. Deze toetsing, waarvan de essentie hieronder wordt weergegeven, leidde tot het afgeven van de vergunning op basis van de volgende argumenten: Omleidingsrisico (criterium 7) Voor de goederen uit deze transactie is de beoogde inzet aannemelijk, waardoor het risico op moedwillige omleiding (d.m.v. doorverkoop /doorgeleiding) gering is. Vanwege het opgegeven eindgebruik (R&D-doeleinden), de afspraken die zijn gemaakt over de inzet van de goederen, het feit dat de goederen binnen beheer van hetzelfde moederbedrijf blijven en het belang dat het bedrijf heeft bij het optimaal ontwikkelen van hun producten is het omleidingsrisico gering. De goederen worden bovendien niet ingezet bij het front of voor andere gevechtsdoeleinden waardoor het risico op, al dan niet onbedoelde, omleiding naar Russische troepen zeer gering is. Gelet op bovengenoemde beperkte risico’s is toetsing aan criterium 7 positief. De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma De minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen 2 2 Kamerstuk 2010-2011, 22 054, nr. 165 Kamerstuk 2011-2012, 22 054, nr. 181 Voor de meest recente leveringenbrief d.d. 2 juli 2026 zie Kamerstuk 22054, nr.486 8 GS 2008/944 van 8 december 2008 Ministerie van Buitenlandse Zaken Onze referentie BZ2632177 Ministerie van Buitenlandse Zaken Onze referentie BZ2632177 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 Den Haag Datum 5 oktober 2026 Betreft Afgifte militair materieel Oekraïne Datum 5 oktober 2026 Betreft Afgifte militair materieel Oekraïne Ministerie van Buitenlandse Zaken Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag Postbus 20061 Nederland www.minbuza.nl Onze referentie BZ2632177 Bijlage(n) - Ministerie van Buitenlandse Zaken Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag Postbus 20061 Nederland www.minbuza.nl Onze referentie BZ2632177 Bijlage(n) -
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Sjoerd Sjoerdsma
24debatten
2.088bijdragen
12interrupties
119.463woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: D66 (2012-09-20–2023-12-05) ·