KamerkringInloggen
Sjoerd Sjoerdsma

Officieel Kamerprofiel

Sjoerd Sjoerdsma

24debatten
2.089bijdragen
12interrupties
119.463woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: D66 (2012-09-20–2023-12-05) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
9 sep 2026 · Kamerstuk

AH 3011 2026Z17216 Antwoord van minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking), mede namens de minister van Asiel en Migratie (ontvangen 9 september 2026) Vraag 1 In de Kamerbrief over de afspraken rondom de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 2026 gaf u aan dat 25 miljoen euro wordt vrijgemaakt voor "stabiliteit en wederopbouw ten behoeve van het faciliteren van vrijwillige terugkeer naar Syrië", en dat deze middelen gereserveerd blijven voor de betreffende beleidsdoelen 1). Kunt u herbevestigen dat het faciliteren en realiseren van vrijwillige terugkeer het leidende beleidsdoel is voor de inzet van deze 25 miljoen euro? Antwoord Zoals toegelicht in de nota van wijziging bij de wijziging van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor het jaar 2026[voetnoot 1], zal 25 miljoen euro worden ingezet voor een stabiel perspectief voor Syriërs en wederopbouw in Syrië ten behoeve van het faciliteren van vrijwillige terugkeer. Dit beleidsdoel is onveranderd. Gebrek aan veiligheid, stabiliteit, en basisvoorzieningen vormen een belangrijke barrière voor terugkeer, en 58% van de Syriërs in Nederland geeft aan terugkeer te overwegen wanneer de voorwaarden hiervoor verbeteren. Derhalve zullen deze middelen enerzijds bijdragen aan verbetering van de socio-economische omstandigheden in Syrië, met name via wederopbouw en economisch herstel, en anderzijds worden ingezet voor institutionele capaciteitsopbouw van de Syrische overheid, waaronder de Syrische ontmijningsautoriteit. Dat is in het belang van Syrië met wie deze inzet is besproken, en verbetert de condities voor terugkeer. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Justitie en Veiligheid werken de nadere invulling van deze middelen in gezamenlijkheid uit. Hiermee wordt een geïntegreerde aanpak geborgd, met aandacht voor de Syrische behoeften en noden, de brede Nederlands-Syrische relatie, en de Nederlandse belangen. Vraag 2 Welke stappen heeft u reeds gezet om dit beleidsdoel te realiseren, en wat voor soort programma's of bestedingsplannen worden momenteel uitgewerkt voor de besteding van die 25 miljoen euro? Antwoord Het normaliseren van diplomatieke betrekkingen en het bezoek van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Asiel & Migratie aan Syrië in juni jl. waren de eerste stappen naar een brede relatie, waarbij Nederland in Syrië investeert vanuit een langetermijnperspectief en wederzijdse belangen. Voor stabiliteit en wederopbouw staat de behoefte van de Syrische autoriteiten en bevolking centraal. Tegelijkertijd versterkt onze inzet de mogelijkheden om samen te werken op vraagstukken die voor Nederland van belang zijn, waaronder terugkeer. Deze prioriteiten worden vastgelegd in een memorandum of understanding, dat momenteel voorligt bij de Syrische autoriteiten. In de aanwending van de aanvullende middelen voor dit jaar werken we langs de volgende lijnen: 1) structurele wederopbouw (scholen, ziekenhuizen, infrastructuur, elektriciteit), 2) creëren van economische perspectieven (onder meer in de landbouw, waar om Nederlandse kennis en kunde is gevraagd) en 3) randvoorwaarden voor duurzame terugkeer van ontheemden. Daarnaast gelden effectiviteit, complementariteit met bestaande inzet op opvang in de regio, stabiliteit, inclusiviteit, ontmijning en financiële haalbaarheid als belangrijke kaders. Vraag 3 Hoe gaat u borgen dat deze middelen uitsluitend worden toegekend aan projecten die een aanwijsbare en meetbare bijdrage leveren aan het verhogen van het aantal terugkeerders vanuit Nederland, wetende dat de evaluatie ‘grip op migratie’ van de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) heeft uitgewezen dat bepaalde activiteiten nauwelijks of geen effect hebben? Antwoord Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Justitie en Veiligheid werken de nadere invulling van deze middelen in gezamenlijkheid uit. Hierbij wordt ingezet op een effectieve- en efficiënte inzet van de middelen gericht op stabiliteit en wederopbouw, die bijdraagt aan het faciliteren van vrijwillige terugkeer, ook vanuit Nederland. Later dit najaar wordt de Kamer per brief geïnformeerd over inzet van het Kabinet op het internationale migratiebeleid, waarbij de aanbevelingen van zowel de evaluatie ‘Op zoek naar Grip’ van de directie Internationaal Onderzoek en beleidsevaluatie (IOB) als het advies "Migratie in Partnerschap: sturen op Recht en Resultaat" van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Adviesraad Migratie (AM) worden meegenomen. Vraag 4 Hoe kijkt u naar de IOB-evaluatie ‘grip op migratie’ die heeft uitgewezen dat bepaalde activiteiten nauwelijks of geen effect hebben op het terugdringen van migratie? Antwoord Zie beantwoording vraag 3. Vraag 5 Op welke wijze maakt u voor de Kamer inzichtelijk dat de besteding van de 25 miljoen euro daadwerkelijk bijdraagt aan het faciliteren van vrijwillige terugkeer naar Syrië? Antwoord De extra middelen zullen nog in 2026 worden aangewend en ingezet voor de hiervoor vermelde doelen, waarbij moet worden opgemerkt dat de gefinancierde activiteiten doorlopen in 2027. De Kamer zal zodra dit mogelijk is worden geïnformeerd over de resultaten van de ingezette programma's. Vraag 6 Worden de middelen uitgegeven aan projecten in Syrië of zijn deze ook inzetbaar voor maatregelen in Nederland ten behoeve van terugkeer? Antwoord De middelen worden uitgegeven vanuit de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan projecten in Syrië die bijdragen aan stabiliteit en wederopbouw ten behoeve van het faciliteren van vrijwillige terugkeer naar Syrië. Vraag 7 Wat verwacht u van de Syrische regering in dit kader en staat in het contact terugkeer centraal? Antwoord Terugkeer is een belangrijk onderdeel van de bilaterale gesprekken met de Syrische autoriteiten. Daarbij wordt ook gesproken over de bredere randvoorwaarden voor duurzame terugkeer, zoals ontmijning, wederopbouw, sociaal en economisch herstel, beschikbaarheid van basisvoorzieningen en recht en rekenschap voor misdaden. De Nederlandse inzet op stabiliteit en wederopbouw draagt daar expliciet aan bij. Van de Syrische autoriteiten wordt een constructieve inzet verwacht op deze onderwerpen, om vrijwillige terugkeer daadwerkelijk mogelijk te maken. Vraag 8 Kunt u deze vragen afzonderlijk en uiterlijk 7 september a.s. beantwoorden? Antwoord De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord. 36915-XVII-8

Bron, video en gesprek →