KamerkringInloggen
Sjoerd Sjoerdsma

Officieel Kamerprofiel

Sjoerd Sjoerdsma

24debatten
2.089bijdragen
12interrupties
119.463woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: D66 (2012-09-20–2023-12-05) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
8 sep 2026 · Kamerstuk

36180 Doen waar Nederland goed in is - Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 30196 Duurzame ontwikkeling en beleid Nr. 232 Brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 8 september 2026 Met de brief ‘Een optimistisch en realistisch buitenlandbeleid'[voetnoot 1] heeft het kabinet uiteengezet hoe het de huidige uitdagingen in de wereld wil aanpakken. In onderhavige brief schetst het kabinet op hoofdlijnen de inzet voor de komende jaren op mondiale voedselzekerheid, binnen de kaders van het recent vernieuwde buitenlandbeleid, de Kamerbrief 'LVVN in de EU’[voetnoot 2] en de opvolging van de Kamerbrief 'Volhoudbare voedselsystemen over de grens: de internationale inzet van LNV' uit 2024[voetnoot 3]. De brief vormt tevens de kabinetsreactie op het 11 mei jl. uitgebrachte AIV-advies ‘Voedselzekerheid in een wankele wereld: een agenda voor Nederland’. [voetnoot 4] [voetnoot 5] Nederland heeft met zijn kennis en kunde op landbouw, agrologistiek en voeding een mogelijkheid en een verantwoordelijkheid om aan het thema mondiale voedselzekerheid invulling te geven. We kunnen met onze internationale netwerken, spilfunctie in handelsstromen en politieke invloed een leidende rol spelen op dit gebied. Voedselzekerheid in een instabiele wereld In 2015 formuleerde de VN ambitieuze ontwikkelingsdoelen voor het jaar 2030, de Sustainable Development Goals (SDG's), waar onder uitbanning van honger en ondervoeding en een opwaartse economische mobiliteit van kleinschalige voedselproducenten (SDG 2 Zero Hunger). Sindsdien zijn de structurele uitdagingen alleen maar groter worden. De voedselproductie komt in toenemende mate onder druk te staan door instabiliteit en gewapend conflict, uitputting van bodems en waterbronnen, verstoring van de mondiale watercyclus, klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De wereldbevolking groeit naar verwachting richting 10 miljard mensen in de tweede helft van deze eeuw, terwijl verstedelijking, economische ontwikkeling en veranderende consumptiepatronen de vraag naar voedsel, grondstoffen en energie verder doen stijgen. In veel delen van de wereld neemt bovendien het aantal mensen dat actief is in de landbouw af door vergrijzing, urbanisatie en beperkte economische perspectieven voor jonge boeren. Tegelijkertijd is het internationale krachtenveld sinds 2015 onvoorspelbaarder en instabieler geworden en staan wereldwijd overeengekomen doelen op de tocht. Voedsel, landbouwgrondstoffen, energie, kunstmest, water en logistieke corridors zijn in toe nemende mate onderhevig aan geopolitieke spanningen. Dit leidt tot rivaliteit over schaarste, verder aangejaagd door de effecten van klimaatverandering. Met de Russische invasie in Oekraïne, de conflicten in Soedan en het Midden-Oosten, verstoringen van mondiale handelsroutes en toenemende klimaatrisico’s zijn economische weerbaarheid, veiligheid en strategische autonomie urgenter geworden als randvoorwaarden voor mondiale voedselzekerheid. Zo is nu de voorspelling dat door de afsluiting van de straat van Hormuz tientallen miljoenen mensen extra met acute honger zullen kampen. De gevolgen van de sterke El Niño zijn nu al merkbaar met sterk verminderde regenval in delen van Afrika en een verwachte magere oogstopbrengst. Heroriëntatie van het voedselzekerheidsbeleid In het huidige tijdsgewricht van geopolitieke verschuivingen die zich in hoog tempo voltrekken komt de inzet op Zero Hunger in een ander licht te staan. Staten versterken hun soevereiniteit en bouwen afhankelijkheden af. Zoals beschreven in de beleidsbrief Buitenlandse Zaken zal Nederland met gelijkgestemde partners moeten optrekken, om de eigen veiligheid, welvaart en vrijheden te beschermen, en om dit wereldwijd te doen. Voedselzekerheid wordt hiermee zowel een strategische opdracht uit welbegrepen eigenbelang, als een inzet gericht op de meest kwetsbare mensen en landen. Dit vergt een assertieve inzet, op een terrein waar Nederland veel te bieden heeft en vaak op wordt bevraagd, gericht op onze materiële en immateriële belangen en op die van onze partners in het Mondiale Zuiden. Nederland zet daarom stevig in op het versterken van de weerbaarheid van lokale voedselsystemen[voetnoot 6], onder meer door gerichte innovatie, sterker lokaal leiderschap en introductie van alternatieve en duurzame productiemethodes. Dankzij de Nederlandse inzet op voedselzekerheid krijgen jaarlijks 15-20 miljoen mensen betere toegang tot voeding en worden 5-10 miljoen kleinschalige boeren (m/v) in staat gesteld om hun productiviteit te verhogen. Een inzet die juist in deze tijd de klappen van de geopolitieke onrust en verandering van klimaat ontwikkelingen helpt opvangen. In conflictgebieden, waarbij ook de veiligheid van Nederland in het geding is, zal voedselzekerheid bijdragen aan stabiliteit. We vergroten de weerbaarheid van de landbouw door co-operaties en gemeenschappen te versterken, geven de boeren een stem en ondersteunen hen bij het verkrijgen van landrechten en werken samen met lokale autoriteiten en basisorganisaties om de spanning tussen boeren en veehouders rond toegang tot land en water te verkleinen. Klimaatadaptatie en behoud van biodiversiteit zijn essentieel voor duurzaam beheer van landbouwgronden en in alle programma’s zullen herstel en behoud hiervan centraal staan. Hiermee worden niet alleen honger en conflicten over natuurlijke hulpbronnen bestreden, maar blijft Nederland ook presentie en invloed houden in moeilijke landen die van strategisch belang zijn en kunnen eventuele anti-Westerse sentimenten worden gemitigeerd. In stabiele landen, met marktkansen voor Nederland, zal worden aangesloten op overheidsprogramma’s voor rurale transformatie. Er is veel vraag naar innovaties van het Nederlands bedrijfsleven en naar de zg. ‘Dutch Diamond’ aanpak. Het nieuwe Dutch Diamond Partnership programma is daar een voorbeeld van. Zo wordt bijgedragen aan ons verdienvermogen en verstevigen we de wederkerige relatie met opkomende landen, landen die in de huidige multipolaire wereld politiek steeds belangrijker worden. Voedselzekerheid kan zodoende politiek kapitaal genereren en daarmee als ‘soft-power’ dienen voor geïntegreerd buitenlandbeleid. Landbouw en voedsel lenen zich daar bij uitstek voor, via inzet van Nederlandse kennis, kunde en bedrijvigheid in de landen zelf, maar ook door toekomstig bestuurlijk kader op te leiden aan Nederlandse kennisinstellingen zoals Wageningen UR en IHE Delft. Het AIV advies ‘Voedselzekerheid in een wankele wereld: een agenda voor Nederland’ levert in dit verband een welkome en tijdige bijdrage. Het kabinet onderschrijft de grondige analyses van de AIV met betrekking tot honger en ondervoeding, de rol van voedsel/landbouw als motor voor lokale ontwikkeling, de kwetsbaarheden van het mondiale voedselsysteem en de kansen die er liggen voor Nederland. De concrete aanbevelingen van het advies vormen dan ook een geschikte leidraad voor een nieuwe beleidsagenda voor voedselzekerheid, binnen de kaders van het recent vernieuwde buitenlandbeleid en de Strategische Agenda Voedselzekerheid die onlangs door de staatssecretaris van LVVN is aangekondigd[voetnoot 7]. In de uitwerking van deze beleidsagenda zal ook de visserij en het voedsel uit zee worden betrokken.[voetnoot 8] Overkoepelende voedselstrategie De AIV adviseert allereerst om een overkoepelende voedselstrategie te ontwikkelen voor een transformatie naar weerbare en duurzame voedselsystemen wereldwijd en daarin expliciet en transparant te zijn over de Nederlandse belangen. Onderdelen die volgens de AIV daarbij om aandacht vragen zijn weerbaarheid, gezonde voeding, de ecologische voetafdruk van zowel productie als consumptie, innovatie en kennis, mondiale publieke goederen en conflicterende belangen. Het kabinet onderschrijft dat duurzame, inclusieve voedselsystemen essentieel zijn, wereldwijd, van het mondiale Zuiden tot in Nederland. Dit komt tot uitdrukking in de aandacht voor voedselsystemen op alle beleidsterreinen waar dit kan bijdragen, denk aan handel, veiligheid, klimaat, water, biodiversiteit en kennis en innovatie. Integraliteit en coherentie worden in dit verband geborgd door gezamenlijk beleid en periodieke overleggen tussen de meest betrokken departementen (BZ, LVVN, VWS, EZK, I&W en KGG). Klimaatverandering en verlies van biodiversiteit zijn grote bedreigingen voor mondiale voedselzekerheid, zoals de AIV terecht signaleert. Het kabinet zet internationaal in op het vergroten van de duurzaamheid en weerbaarheid van voedselsystemen, onder andere door boeren en voedselketens te wapenen tegen droogte en extreem weer. Op de eerste plaats door het verbeteren van de agro-ecologische basis en aangevuld met verzekeringen voor wanneer het alsnog mis gaat. Zo wordt bijvoorbeeld in de Sahel ingezet op bodemgezondheid door lokale kringlooplandbouw te combineren met verbeterde zaden en micro-doses kunstmest en op innovatieve financiering voor duurzaam landgebruik via onder meer het Dutch Fund for Climate & Development. De inzet op het snijvlak van voedsel, water, biodiversiteit en klimaat is een belangrijke pijler van de Nederlandse bijdrage aan klimaatmitigatie- en adaptatie en biodiversiteitsbehoud en onderdeel van de recente Kamerbrief over internationaal klimaatbeleid[voetnoot 9] en de Nederlandse inzet voor het Global Biodiversity Framework. In het kader van de coherentie actie-agenda wordt gewerkt aan het verkleinen van de mondiale klimaat-land-water voetafdruk van onze economie, inclusief die van ons voedselsysteem. De landbouw- en voedselsector is wereldwijd immers medeverantwoordelijk voor uitstoot van broeikasgassen en voor veranderingen van landgebruik die een belangrijke oorzaak zijn van biodiversiteitsverlies. Het kabinet zet in dit verband onder meer in op ontbossingsvrije productieketens en op een halvering van de voedselverspilling in 2030 ten opzichte van 2015 in de gehele keten. In het streven naar een duurzamer voedselsysteem heeft Nederland zich gecommitteerd aan de doelstelling om in 2030 te komen tot een balans in de gemiddelde eiwit consumptie, bestaand uit 50% plantaardige en 50% dierlijke eiwitten. Daarnaast is er de Nationale Eiwitstrategie (NES) waarmee Nederland zich inzet om minder afhankelijk te worden van geïmporteerde eiwitten, voornamelijk voor diervoeder. Dit ter versterking van de Europese eiwitvoorzieningszekerheid. De EU stelt momenteel een actieplan voor plantaardig voedsel op. Het kabinet ondersteunt de EU inzet voor een dergelijk plan. Tegelijkertijd constateert het kabinet, met de AIV, dat het brede systeemkader van mondiale voedselzekerheid, en de positie van Nederland daarin, om meer integratie en coherentie vraagt. De eerdergenoemde Strategische Agenda Voedselzekerheid voor Nederland (zie voetnoot 7) zal daarom ook mondiale ontwikkelingen in beschouwing nemen. Die hebben immers invloed op onze handels- en productieketens en werken door op de prijsstabiliteit en de leveringszekerheid van het Nederlands en Europees voedselsysteem. En omgekeerd hebben onze handels- en productieketens invloed op voedselsystemen wereldwijd en lokaal, bijvoorbeeld op waterbeschikbaarheid, biodiversiteit, kennis en werkgelegenheid. In de uitwerking van deze agenda zullen de relevante dwarsverbanden tussen Nederlandse, Europese en mondiale voedselzekerheid worden meegenomen. Wederkerige partnerschappen De AIV adviseert om met strategisch gekozen landen wederkerige partnerschappen op te zetten in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Onderdelen die hierbij volgens de AIV om aandacht vragen zijn de rol van de ambassades, de ‘Dutch Diamond’ aanpak en landen-gedreven lange termijnstrategieën. In lijn met het AIV-advies zal het kabinet in het kader van het buitenlandbeleid brede partnerschappen aangaan met een geselecteerd aantal partnerlanden. Ontwikkelingssamenwerking is een belangrijk instrument om stabiliteit en wederzijdse partnerschappen te bevorderen. De bestaande bilaterale relaties, met daarin een sleutelrol voor de ambassades en het LVVN Attaché Netwerk, bieden alle ruimte om met Nederlandse kennis en kunde lokale voedselsystemen te versterken en te verbinden aan internationale handelsketens. In Afrika investeren we op het snijvlak van handel-veiligheid-ontwikkeling in diverse landen vanuit de principes van de Nederlandse Afrikastrategie 2023-2032[voetnoot 10] en binnen de kaders van de Afrikaanse Kampala Declaration on Building Resilient and Sustainable Agrifood Systems in Africa (CAADP[voetnoot 11]) en de strategie voor regionale marktontwikkeling en eenwording van de Afrikaanse markt (AfCFTA[voetnoot 12]). De samenwerking met bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstituten en financiële instellingen, zowel in Nederland als in de partnerlanden staat hierbij centraal, bijvoorbeeld via het Plan van Aanpak Agrohandel dat samen met van VNO-NCW en IDH is ontwikkeld.[voetnoot 13] Zo wordt bijvoorbeeld via SeedNL gewerkt aan toegang voor lokale boeren tot betere zaden, worden met Agriterra boerenorganisaties versterkt en worden technieken voor een beter bodemvruchtbaarheidsbeheer ontwikkeld en verspreid in samenwerking met Wageningen UR en lokale organisaties. Op mondiaal niveau zet Nederland zich, samen met partnerlanden, in voor stabiele beschikbaarheid van essentiële landbouw-inputs, zoals kunstmest, zaaizaad en diervoedergrondstoffen, onder meer door diversificatie van handelsrelaties, kennisuitwisseling en versterking van regionale productiecapaciteit. In een wereld van geopolitieke veranderingen, met meer accent op strategische autonomie en afbouwen van afhankelijkheden, en in combinatie met teruglopende hulpbudgetten, biedt dit kansen om via internationale samenwerking partnerlanden te steunen en tegelijkertijd Nederland stevig op de agrofood kaart te houden. Afstemming op de specifieke context, eigenaarschap in het partnerland zelf en bijdragen aan een gedragen lange termijnstrategie zijn daarbij cruciaal voor het bereiken van resultaat.[voetnoot 14] Nederland ziet de noodzaak voor een meer integrale inzet in betrokken partnerlanden. Vanuit onze schaarse capaciteit en middelen sluiten we daarom zoveel mogelijk aan bij grotere, dynamische initiatieven waar landen zelf ook financiële middelen en capaciteit op inzetten en waar boeren(organisaties), agro-industrie en maatschappelijk organisaties in participeren. In conflictgebieden, zoals in de Sahel en in delen van de Hoorn van Afrika, zal de inzet daarbij vooral gericht zijn op toegang tot land, water en voedsel en de weerbaarheid van lokale voedselsystemen. Dit draagt indirect bij aan stabiliteit. Voorbeelden zijn de inzet op landrechten, via het programma Land@Scale, en het CASCADE programma van CARE Nederland en de Global Alliance for Improved Nutrition (GAIN) waarin lokale autoriteiten, ondernemers, vrouwengroepen en maatschappelijke organisaties werken aan gezonde voeding voor arme consumenten. In de combi-landen gaat het vooral over voedselproductie en marktontwikkeling die bijdraagt aan welvaart, (toe)leveringszekerheid en kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven, in aansluiting op het handelsinstrumentarium. Bijvoorbeeld door een, via RVO uit te voeren, tienjarig publiek-privaat samenwerkingsprogramma op gebied van voedsel-water-klimaat en programma’s op gebied van tuinbouw met het World Vegetable Center en Wageningen UR. Overigens is de praktijk iets genuanceerder dan de theorie en wordt lokaal in instabiele landen ook gewerkt aan voedselmarktontwikkeling, en in stabiele landen aan toegang en weerbaarheid. In de uitvoering staan lokaal eigenaarschap, lokale inbedding en vraag sturing immers voorop. Europese agenda De AIV adviseert om de Nederlandse voedselinzet nadrukkelijker te verankeren in de Europese agenda. De AIV noemt daarbij weerbare regionale ketens in Europa en Afrika, Global Gateway, handels- en investeringsakkoorden, Meerjarig Financieel Kader en Gemeenschappelijk Landbouw Beleid, en koolstofkredieten. De aanbevelingen van de AIV sluiten goed aan op de Nederlandse EU-inzet. Het EU-aqcuis is een belangrijk beleidskader voor wetgeving voor de gehele productieketen, emissiereductie en veilige consumptie, veilig voedsel en internationale handel. Zoals genoemd in de beleidsbrief buitenlandbeleid, vindt Nederland het belangrijk om bilateraal en samen met de Europese partners te werken aan investeringen in de toekomst, met groene economische partnerschappen gericht op weerbare handelsketens en het stimuleren van lokale economieën. Nederland blijft zich in het kader van het GLB inzetten voor een toekomstbestendige en veerkrachtige landbouw die een bijdrage levert aan het behalen van klimaat- en natuurdoelen en aan Europese strategische autonomie. Het kabinet streeft ten aanzien van voedselzekerheid naar synergie en kijkt zowel naar Global Europe, naar het Europees concurrentiefonds en de nationale en regionale partnerschapsplannen (NRPP). Binnen ontwikkelingssamenwerking wordt de inzet op voedselzekerheid informeel afgestemd middels periodieke overleggen met DG INTPA. We werken waar mogelijk in Team Europe verband. Via Delegated Cooperation schalen we met Europese middelen onze bilaterale initiatieven op. Door middel van zg. Team Europe Initiatives vergroten we de effectiviteit en zichtbaarheid van Europa, bijvoorbeeld in de Sahel. In Global Gateway verband zal Nederland bepleiten om de Europese inzet op (handels)corridors in Afrika te versterken met investeringen in lokale en regionale voedselsystemen en aansluiting op mondiale handelsstromen. Nederland steunt een ambitieuze handelsagenda van de EU, inclusief het afsluiten van nieuwe akkoorden. Het kabinet zet daarbij in op eerlijke en duurzame handelsafspraken en hoge sociale, biodiversiteits- en milieustandaarden, overeenkomstig de inzet in Global Gateway en Team Europe initiatieven. Handel levert een belangrijke bijdrage aan duurzame en schokbestendige voedselsystemen. Bovendien kan handel bijdragen aan diversificatie van handelspartners en toeleveranciers en daarmee eventuele afhankelijkheden verkleinen en de voedselzekerheid versterken. Vanuit ontwikkelingssamenwerking worden producenten in het mondiale zuiden ondersteund om zowel hun productiviteit als hun toegang tot markten, inclusief de Europese, te vergroten. Coherentie tussen het brede voedselzekerheidsbeleid en het Europees klimaatbeleid is een aandachtspunt met het oog op mogelijke druk op landgebruik ten koste van voedselzekerheid. Het is belangrijk dat derde landen tijd en middelen hebben om alle voor- en nadelen van de verkoop van hun internationale koolstofkredieten af te wegen, inclusief extra druk op landgebruik. Dit punt zal worden meegenomen in toekomstige discussies binnen de EU. Programma’s op gebied van landrechten kunnen landen hierbij ondersteunen. Multilaterale samenwerking De AIV adviseert om te investeren in vernieuwing van multilaterale samenwerking voor het aanpakken van de hongerproblematiek in de wereld. De AIV vraagt daartoe aandacht voor minilaterale coalitievorming, effectiviteit van VN-organisaties en transnationale niet-gouvernementele netwerken. Met de AIV constateert het kabinet dat de VN architectuur op gebied van voedselzekerheid onvoldoende coherent is en overlap en versnippering in de hand werkt. In het kader van het VN80 hervormingsinitiatief bepleit Nederland dan ook een systeem brede aanpak, inclusief de gespecialiseerde VN organisaties. Het kabinet onderschrijft de aanbeveling van de AIV met betrekking tot een scherpere taakverdeling binnen de VN en is, met inachtneming van de respectievelijke mandaten, voorstander van nauwere en efficiëntere samenwerking gebaseerd op de complementariteit van de Romeinse organisaties. Dit kan onder meer via gezamenlijke programmering, versterking van de nexus humanitaire hulp en ontwikkeling en structureler gebruik van elkaars voedselzekerheidsdata, analyses en digitale platforms. Tegelijkertijd kan worden geconstateerd dat de gespecialiseerde VN-organisaties op gebied van voedselzekerheid binnen hun mandaat effectief zijn, vaak in samenwerking met de internationale financiële instellingen. Nederland blijft de agrarische ontwikkelingsbank IFAD, UNICEF en WFP dan ook ondersteunen als uitvoeringspartners. In de samenwerking met FAO (o.a. via de strategische beleidsdialoog) ligt de nadruk op normstelling, kennis en coördinatie ten behoeve van het versterken van veerkrachtige en duurzame voedselsystemen, voedselsysteem transitie en het belang van innovatie hierbij. Nederland blijft zich ook inzetten voor betere multilaterale coördinatie rond voedselzekerheid, met name in de Committee on World Food Security (CFS) en middels het in 2021 gestarte UN Food System Summit (UNFSS) proces. Daarin committeren landen zich vrijwillig aan richtlijnen en plannen, zoals de CFS Voluntary Guidelines on Food Systems and Nutrition en de UNFSS National Food System Transformation Pathways. Implementatie van voornemens op basis van vrijwilligheid blijft uiteraard wel een uitdaging. Op gebied van Water zal Nederland zijn voortrekkersrol op multilaterale samenwerking voortzetten binnen de VN Waterconferenties van 2026 en 2028, onder meer door een impuls te geven aan het Water Forward initiatief van de Wereldbank, een commitment om tot 2030 de waterzekerheid van 1 miljard mensen te verbeteren. De AIV bepleit daarnaast andere vormen van multilaterale samenwerking, minilateraal met gelijkgestemde landen en transnationale niet-gouvernementele netwerken. Deze kunnen volgens het kabinet inderdaad complementair zijn en vernieuwende impulsen geven, zie bijvoorbeeld de rol van de G20 op gebied van voedselzekerheid. Ze zijn echter geen alternatief voor het VN-systeem en kunnen in sommige gevallen leiden tot parallelle structuren. Met die nuancering scherp voor ogen is Nederland actief betrokken bij een aantal transnationale netwerken die het VN-systeem effectief aanvullen, zoals de Global Alliance against Hunger and Poverty van de G20, de Global Alliance for Improved Nutrition (GAIN) op gebied van voeding en de CGIAR op gebied van landbouwkundig onderzoek. De AIV ziet ruimte voor een initiërende Nederlandse rol om te komen tot een voedseldiplomatie-coalitie die bij voedselcrises actie kan mobiliseren en katalyseren. Het kabinet onderschrijft de behoefte aan snellere en beter gecoördineerde actie op dit vlak en het belang van naleving van VN resolutie 2417 tegen honger als wapen. Voor humanitaire hulp bestaat -naast de coördinatie van noodhulp in EU en VN verband- daartoe al het Global Network Against Food Crises, gericht op betere informatie, coördinatie, coherentie en samenwerking rond voedselcrises in het mondiale zuiden. Nederland ziet hier niet direct ruimte voor aanvullende initiatieven. Voor een meer structurele versterking van de veerkracht en duurzaamheid van het Nederlandse voedselsysteem ziet het kabinet wel meerwaarde in het vormen van coalities die een rol vervullen op belangrijke voedselketens en essentiële grondstoffen, bijvoorbeeld met landen waarmee al nauw wordt samengewerkt. Dit zal in het kader van de eerdergenoemde Strategische Agenda Voedselzekerheid (zie voetnoot 7) verder kunnen worden verkend. Tot slot Het kabinet wil de inzet op voedselzekerheid maximaal integreren in het buitenlandbeleid. Optimisme en realisme gaan hierbij hand in hand. Stevig koers houden op Zero Hunger, vanuit het geloof in een wereld waarin voedselsystemen eerlijk, duurzaam en weerbaar zijn. Maar ook een andere (ver)houding tot landen, vanuit het besef dat alle inzet politiek is en dat in de huidige geopolitieke context compromissen onvermijdelijk zijn. De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens Kamerstuk 36 800-V, nr. 103 Kamerstuk 21 501-32, nr. 1812 Kamerstuk 30 196, nr. 825 . Inclusief beantwoording van hierover gestelde vragen tijdens het WGO Suppletoire Begroting van 4 juni 2026 door het Kamerlid Lohman. Voedselzekerheid in een wankele wereld | Adviesraad Internationale Vraagstukken. Kamerstuk 33 625, nr. 341 Kamerstuk 31 532, nr. 310 Commissiedebat d.d. 16 juni 2026 van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur onderwerp Visserij en Landbouw- en visserijraad (Kamerstuk 29675, nr. 242). Kamerstuk 31 793, nr. 297 Kamerstuk 29 237, nr. 183 Het Comprehensive African Agriculture Development Programme (CAADP) is het pan-Afrikaanse beleidskader voor investeringen in landbouw en voedselzekerheid. De Pan-Afrikaanse Vrijhandelszone van de Afrikaanse Unie, in het Engels African Continental Free Trade Area (AfCFTA), is van kracht sinds 2019. Plan van aanpak: Agrohandel Zeker, Veerkrachtig en Duurzaam. Onlangs werden met het Nederlandse veld een reeks Food Diamond Dialogue Sessions georganiseerd, zie: From dialogue to direction: what the Food Diamond… | NFP Connects. Zie https://www.iob-evaluatie.nl/documenten/2024/09/14/beleidscoherentie-voor-voedselzekerheid-water-klimaat en ook de aanbevelingen van de Food Diamond Dialogues.

Bron, video en gesprek →